KGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-01-012021-12-31KGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-31iso4217:EURKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-12-31KGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-01-012020-12-31KGCEPHLVVKVRZYO1T6472019-12-31KGCEPHLVVKVRZYO1T6472019-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472019-12-31bnpparibasfortisnv:SubordinatedEquityInstrumentsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472019-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472019-12-31bnpparibasfortisnv:TotalCapitalAndRetainedEarningsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472019-12-31ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesFromInvestmentsInEquityInstrumentsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472019-12-31ifrs-full:ReserveOfChangeInFairValueOfFinancialLiabilityAttributableToChangeInCreditRiskOfLiabilityMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472019-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472019-12-31bnpparibasfortisnv:ChangesInAssetsAndLiabilitiesRecognisedDirectlyInEquityThatWillNotBeReclassifiedToProfitOrLossMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472019-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472019-12-31bnpparibasfortisnv:FinancialAssetsatFairValuethroughEquityMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472019-12-31bnpparibasfortisnv:FinancialInvestmentsOfInsuranceActivitiesMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472019-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472019-12-31bnpparibasfortisnv:ChangesInAssetsAndLiabilitiesRecognisedDirectlyInEquityThatMayBeReclassifiedToProfitOrLossMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472019-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472019-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-01-012020-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-01-012020-12-31bnpparibasfortisnv:TotalCapitalAndRetainedEarningsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-01-012020-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-01-012020-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-012020-12-30ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesFromInvestmentsInEquityInstrumentsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-012020-12-30ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-012020-12-30bnpparibasfortisnv:ChangesInAssetsAndLiabilitiesRecognisedDirectlyInEquityThatWillNotBeReclassifiedToProfitOrLossMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-012020-12-30ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-012020-12-30bnpparibasfortisnv:FinancialAssetsatFairValuethroughEquityMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-012020-12-30bnpparibasfortisnv:FinancialInvestmentsOfInsuranceActivitiesMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-012020-12-30ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-012020-12-30bnpparibasfortisnv:ChangesInAssetsAndLiabilitiesRecognisedDirectlyInEquityThatMayBeReclassifiedToProfitOrLossMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-012020-12-30ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-012020-12-30ifrs-full:NoncontrollingInterestsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-012020-12-30KGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-31bnpparibasfortisnv:SubordinatedEquityInstrumentsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-31bnpparibasfortisnv:TotalCapitalAndRetainedEarningsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-31ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesFromInvestmentsInEquityInstrumentsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-31ifrs-full:ReserveOfChangeInFairValueOfFinancialLiabilityAttributableToChangeInCreditRiskOfLiabilityMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-31bnpparibasfortisnv:ChangesInAssetsAndLiabilitiesRecognisedDirectlyInEquityThatWillNotBeReclassifiedToProfitOrLossMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-31bnpparibasfortisnv:FinancialAssetsatFairValuethroughEquityMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-31bnpparibasfortisnv:FinancialInvestmentsOfInsuranceActivitiesMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-31bnpparibasfortisnv:ChangesInAssetsAndLiabilitiesRecognisedDirectlyInEquityThatMayBeReclassifiedToProfitOrLossMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472020-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-01-012021-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-01-012021-12-31bnpparibasfortisnv:TotalCapitalAndRetainedEarningsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-01-012021-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-01-012021-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-01-012021-12-31ifrs-full:ReserveOfChangeInFairValueOfFinancialLiabilityAttributableToChangeInCreditRiskOfLiabilityMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-01-012021-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-01-012021-12-31bnpparibasfortisnv:ChangesInAssetsAndLiabilitiesRecognisedDirectlyInEquityThatWillNotBeReclassifiedToProfitOrLossMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-01-012021-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-01-012021-12-31bnpparibasfortisnv:FinancialAssetsatFairValuethroughEquityMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-01-012021-12-31bnpparibasfortisnv:FinancialInvestmentsOfInsuranceActivitiesMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-01-012021-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-01-012021-12-31bnpparibasfortisnv:ChangesInAssetsAndLiabilitiesRecognisedDirectlyInEquityThatMayBeReclassifiedToProfitOrLossMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-12-31bnpparibasfortisnv:SubordinatedEquityInstrumentsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-12-31bnpparibasfortisnv:TotalCapitalAndRetainedEarningsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-12-31ifrs-full:ReserveOfGainsAndLossesFromInvestmentsInEquityInstrumentsMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-12-31ifrs-full:ReserveOfChangeInFairValueOfFinancialLiabilityAttributableToChangeInCreditRiskOfLiabilityMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-12-31bnpparibasfortisnv:ChangesInAssetsAndLiabilitiesRecognisedDirectlyInEquityThatWillNotBeReclassifiedToProfitOrLossMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-12-31bnpparibasfortisnv:FinancialAssetsatFairValuethroughEquityMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-12-31bnpparibasfortisnv:FinancialInvestmentsOfInsuranceActivitiesMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-12-31bnpparibasfortisnv:ChangesInAssetsAndLiabilitiesRecognisedDirectlyInEquityThatMayBeReclassifiedToProfitOrLossMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMemberKGCEPHLVVKVRZYO1T6472021-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember
De bank
voor een wereld
in verandering
BNP PARIBAS FORTIS NV
JAARVERSLAG
2021
BNP PARIBAS FORTIS NV
|
JAARVERSLAG 2021
INLEIDING
BNP Paribas Fortis is een naamloze vennootschap (NV), opgericht en bestaande
onder Belgisch recht, met maatschappelijke zetel in Warandeberg 3, 1000 Brussel en
geregistreerd onder nummer BE BTW 0403.199.702 (hierna de ā€˜Bank’ of ā€˜BNP Paribas
Fortis’ genaamd).
Het jaarverslag 2021 van BNP Paribas Fortis omvat zowel de geauditeerde
geconsolideerde als niet-geconsolideerde jaarrekeningen, voorafgegaan door het verslag
van de Raad van Bestuur, het bericht van de Raad van Bestuur en een verklaring van
deugdelijk bestuur, inclusief de samenstelling van de Raad van Bestuur. De geauditeerde
geconsolideerde jaarrekening 2021 van BNP Paribas Fortis, met de vergelijkende cijfers
over 2020, en opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting
Standards (IFRS) zoals die zijn aanvaard binnen de Europese Unie, worden gevolgd
door de geauditeerde niet-geconsolideerde jaarrekening 2021 van BNP Paribas Fortis,
opgesteld in overeenstemming met het Belgisch koninklijk besluit van 23 september
1992 op de jaarrekeningen van kredietinstellingen.
Het jaarverslag 2021 van BNP Paribas Fortis is verkrijgbaar in het Nederlands, het Frans
en het Engels. De Engelse versie is de originele en de andere versies zijn officieuze
vertalingen. We hebben alles wat redelijkerwijs mogelijk is gedaan om verschillen
tussen de taalversies te vermijden, maar als er toch verschillen zijn, dan heeft de
Engelse versie voorrang.
Er wordt van uitgegaan dat de informatie in toelichting 7.j ā€˜Consolidatiekring’, met
aanvulling van de informatie in het verslag van de Raad van Bestuur en in de verklaring
van deugdelijk bestuur, overeenstemt met de vereiste informatie als vermeld in artikel
168, §3 van de Belgische wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
kredietinstellingen.
Alle bedragen in de tabellen van de geconsolideerde
jaarrekeningen staan in miljoenen euro, tenzij anders
aangegeven. Alle bedragen in de tabellen van de niet-
geconsolideerde jaarrekeningen staan in duizenden euro,
tenzij anders aangegeven. Omdat de cijfers afgerond zijn,
kunnen er geringe verschillen optreden met al eerder
gepubliceerde cijfers. Er zijn bepaalde herclassificaties gedaan
met betrekking tot de jaarrekeningen van het voorgaande jaar
zodat ze vergelijkbaar zijn met dit jaarverslag.
In de geconsolideerde jaarrekening verwijst BNP Paribas
Fortis naar de geconsolideerde situatie van BNP Paribas Fortis
NV, tenzij anders aangegeven. In de niet-geconsolideerde
jaarrekening verwijst BNP Paribas Fortis naar de niet-
geconsolideerde situatie van BNP Paribas Fortis NV, tenzij
anders aangegeven.
Alle informatie in het jaarverslag 2021 van BNP Paribas
Fortis heeft betrekking op de geconsolideerde en niet-
geconsolideerde jaarrekening en bevat niet de contributie van
BNP Paribas Fortis aan de geconsolideerde resultaten van
de Groep BNP Paribas, die te vinden zijn op de BNP Paribas
website : www.bnpparibas.com.
Het jaarverslag 2021 van BNP Paribas Fortis is beschikbaar op
de website : www.bnpparibasfortis.com.
INHOUDSTAFEL
Inleiding 3
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021 9
Verslag van de Raad van Bestuur 10
ī‚ƒ Inleiding door de Voorzitter en de CEO 10
ī‚ƒ De economische context 14
ī‚ƒ Core Business 15
ī‚ƒ Maatschappelijk verantwoord ondernemen 21
ī‚ƒ Veranderingen in de consolidatiekring 27
ī‚ƒ Kredietrating van BNP Paribas Fortis per 28/02/2022 27
ī‚ƒ Toekomstgerichte uitspraken 27
ī‚ƒ Toelichting bij de evolutie van de resultatenrekening 28
ī‚ƒ Toelichting bij de evolutie van de balans 30
ī‚ƒ Liquiditeit en solvabiliteit 31
ī‚ƒ Voornaamste risico’s en onzekerheden 32
Bericht van de Raad van Bestuur 33
Verklaring inzake Corporate Governance 34
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021 47
ī‚ƒ Resultatenrekening op 31 december 2021 48
ī‚ƒ Overzicht van het nettoresultaat en wijzigingen van activa en verplichtingen
opgenomen in het eigen vermogen 49
ī‚ƒ Balans op 31 december 2021 50
ī‚ƒ Kasstroomoverzicht op 31 december 2021 51
ī‚ƒ Overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen tussen 1 januari 2020 en 31 december 2021
52
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021 53
1 Samenvatting van de belangrijkste grondlagen voor financiƫle verslaggeving toegepast door
BNP Paribas Fortis 54
1.a Toepasbare grondslagen voor financiƫle verslaggeving 54
1.b Segmentrapportering 56
1.c Consolidatie 57
1.d Omrekening van transacties in vreemde valuta 61
1.e Rentemarge, commissies en opbrengsten van overige activiteiten 62
1.f Financiƫle activa en financiƫle verplichtingen 63
1.g Materiƫle en immateriƫle vaste activa 75
1.h Leaseovereenkomsten 76
1.i Vaste activa aangehouden voor verkoop en beƫindigde bedrijfsactiviteiten 77
1.j Personeelsvoordelen 77
1.k Op aandelen gebaseerde beloningen 79
1.l Voorzieningen gerapporteerd onder verplichtingen 79
1.m Actuele en uitgestelde belastingen 80
1.n Kasstroomoverzicht 80
1.o Gebruik van schattingen in de voorbereiding van het jaarverslag 81
5
2 Toelichting op de resultatenrekening op 31 december 2021 83
2.a Nettorentebaten 83
2.b Commissiebaten en -lasten 84
2.c Nettowinsten op financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening 85
2.d Nettowinsten op financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in het eigen vermogen 86
2.e Nettobaten uit overige activiteiten 86
2.f Overige algemene bedrijfskosten 86
2.g Risicokost 87
2.h Nettowinsten/verliezen op overige vaste activa 96
2.i Vennootschapsbelasting 96
3 Segmentinformatie 97
3.a Operationele segmenten 97
3.b Informatie per operationeel segment 98
3.c Land-per-landrapportering 99
4 Toelichting op de balans op 31 december 2021 101
4.a Financiƫle activa, financiƫle verplichtingen en derivaten tegen reƫle waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening 101
4.b Financiƫle afdekkingsderivaten 103
4.c Financiƫle activa tegen reƫle waarde met waardeveranderingen in het eigen vermogen 107
4.d Bepaling van de reƫle waarde van financiƫle instrumenten 107
4.e Financiƫle activa tegen geamortiseerde kostprijs 117
4.f Dubieuze kredieten (Stadium 3) 122
4.g Schulden tegen geamortiseerde kostprijs aan kredietinstellingen en klanten 123
4.h Schuldbewijzen en achtergestelde schulden 123
4.i Actuele en uitgestelde belastingen 124
4.j Overlopende rekeningen en overige activa/verplichtingen 125
4.k Deelnemingen in ondernemingen waarop de vermogensmutatiemethode wordt toegepast 126
4.l Materiƫle en immateriƫle vaste activa en vastgoedbeleggingen 129
4.m Goodwill 130
4.n Voorzieningen voor risico’s en kosten 132
4.o Saldering van financiƫle activa en financiƫle verplichtingen 133
4.p Overdrachten van financiƫle activa 136
5 Verstrekte en ontvangen verbintenissen 138
5.a Verstrekte en ontvangen kredietverbintenissen 138
5.b Door ondertekening verstrekte garantieverbintenissen 138
5.c Effectenverbintenissen 138
5.d Overige garantieverbintenissen 139
6 Verloning en personeelsvoordelen 141
6.a Personeelskosten en personeelsvoordelen 141
6.b Voordelen na uitdiensttreding 141
6.c Andere langetermijnvergoedingen 147
6.d Ontslagvergoedingen 147
6
7 Bijkomende informatie 148
7.a Voorwaardelijke verplichtingen : juridische geschillen en arbitrage 148
7.b Bedrijfscombinaties en andere veranderingen in de consolidatiekring 148
7.c Minderheidsbelangen 150
7.d Significante beperkingen in dochterondernemingen, geassocieerde
ondernemingen en joints ventures 151
7.e Gestructureerde entiteiten 152
7.f Bezoldigingen en voordelen aan de bedrijfsleiders van BNP Paribas Fortis 155
7.g Andere verbonden partijen 159
7.h Financiƫle instrumenten per looptijd 161
7.i Reƫle waarde van financiƫle instrumenten tegen geamortiseerde kostprijs 162
7.j Consolidatiekring 164
7.k Vergoedingen betaald aan de statutaire bedrijfsrevisoren 169
7.l Gebeurtenissen na de verslagperiode 170
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN 171
1 Risicobeheerorganisatie 173
2 Risicometing en –categorieĆ«n 175
3 Kapitaalvereisten 177
4 Krediet- en tegenpartijkredietrisico 180
5 Marktrisico 185
6 Soeverein schuldenrisico 188
7 Operationeel risico 189
8 Compliance- en reputatierisico 190
9 Liquiditeitsrisico 191
VERSLAG VAN DE ERKENDE COMMISSARIS 193
BNP PARIBAS FORTIS JAARVERSLAG 2021 (NIET-GECONSOLIDEERD) 203
Verslag van de Raad van Bestuur 204
ī‚ƒ Toelichting bij de evolutie van de balans 204
ī‚ƒ Toelichting bij de evolutie van de resultatenrekening 205
Voorstel tot bestemming van het resultaat van het boekjaar 207
Informatie over transacties met verbonden partijen 208
BNP PARIBAS FORTIS JAARREKENING 2021 (NIET-GECONSOLIDEERD) 209
OVERIGE INFORMATIE 215
7
8
BNP PARIBAS FORTIS BNP PARIBAS FORTIS
GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
10
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR
Inleiding door de Voorzitter en de CEO
1
Exclusief niet-recurrente posten, d.w.z. bij een constante consolidatiekring, constante wisselkoersen en met uitsluiting van
andere eenmalige resultaten.
In 2021 bleven we met onze #PositiveBanking-aanpak volledig focussen op het aanbieden van diensten en
oplossingen om onze klanten het leven gemakkelijker te maken en hen te helpen groeien, terwijl we ook
ijverden voor een duurzamere economie.
2021 was een scharnierjaar voor onze klanten, onze medewerkers en voor de hele bank. De COVID-19-
epidemie werd niet zo snel de kop ingedrukt als aanvankelijk gehoopt. Intussen lieten de uitdagingen
rond duurzaamheid en klimaatverandering zich sterk voelen in het dagelijks leven in Belgiƫ en elders.
Op macro-economisch vlak waren er problemen in de toeleveringsketen en steeg de inflatie tot niveaus
die we al lang niet meer hadden gezien, terwijl de rentevoeten in de eurozone laag bleven. De Belgische
economie veerde echter weer op – zij het niet in alle sectoren tegen hetzelfde tempo – wat leidde tot
hogere consumptiecijfers en meer bedrijfsinvesteringen.
Mede door de coronacrisis versnelde de digitale transformatie in de samenleving. De beperkingen qua
mobiliteit en sociale contacten zetten onze klanten ertoe aan meer gebruik te maken van al onze digitale
kanalen. Het aantal klanten dat actief gebruikmaakt van Easy Banking App (EBA) of Easy Banking Web steeg
met meer dan 100.000, tot in totaal 2,5 miljoen klanten aan het einde van het jaar.
We hebben in 2021 grote inspanningen geleverd om klanten die hun digitale vaardigheden willen ver-
beteren een breed scala van mogelijkheden te bieden daartoe. Zo organiseerden we digitale workshops
in onze kantoren, posten we educatieve video’s over EBA op de sociale media en ontwikkelden we voor
bedrijfsklanten een programma waarmee ze hun digitale maturiteit kunnen meten.
We lanceerden de nieuwe digitale dienst ā€˜Hello bank! Pro’. Daarmee kunnen zelfstandigen en vrijberoeps-
beoefenaars in enkele muisklikken online een ondernemingsnummer aanvragen en een professionele
rekening openen.
Gedurende het jaar bleven we via onze informatiecampagnes zowel klanten als medewerkers op de hoogte
houden van de verschillende mogelijkheden tot betalingsuitstel voor kredietaflossingen en verzekerings-
premies, hen adviseren over de mogelijkheden voor toegang op afstand tot de bank en hen helpen de
coronamaatregelen na te leven bij het gebruik van onze kantoren en selfbankingruimtes.
In 2021 voerden we het tempo van onze herpositionering als bank-verzekeraar op, onder meer door de
brandverzekeringsoplossingen voor zakelijke klanten van onze partner AG Insurance in ons productaanbod
op te nemen en zo’n vijftig verzekeringsexperts aan te werven. Tijdens de overstromingen in juli gaven we
hoge prioriteit aan de getroffen klanten door hun bijstand te verlenen en hen te helpen met de indiening
van hun schadeclaims. In totaal behandelden we 6.200 claims voor schade door de overstromingen.
Sterke financiƫle resultaten
In de context van een aantrekkende Belgische economie heeft de bank sterke financiƫle resultaten kunnen
realiseren. De geconsolideerde nettowinst bedroeg 2.593 miljoen euro, wat neerkomt op een stijging
van 29,5%
1
ten opzichte van 2020. De aanhoudende neerwaartse druk op de rente-inkomsten bij onze
Belgische retailbankingactiviteiten werd gecompenseerd door hogere inkomsten, voornamelijk uit hogere
commissie-inkomsten, lagere risicokosten en efficiƫntiewinst. De groei bij de kredietproducten (+2,4%) en
de deposito’s (+6,0%) zette zich in BelgiĆ« in alle klantsegmenten voort. Corporate & Institutional Banking
liet zeer goede resultaten optekenen. Ook de inkomsten van onze dochterondernemingen Arval, Leasing
Solutions en Personal Finance gingen in stijgende lijn.
11
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
De risicokosten over 2021 kwamen uit op 17 basispunten, een daling met 43% in bedrag ten opzichte van
2020. Ondertussen blijven onze solvabiliteit – met een CET 1-ratio van 18% – en onze liquiditeit – met
een LCR van 192% – robuust, waardoor we maximaal kunnen investeren in steun aan het herstel van de
Belgische economie.
Onze bank in 2025: duurzaam, groeigericht, toegankelijk
We streven ernaar een duurzame, groeigerichte en toegankelijke bank te zijn, in lijn met ons doel: ā€˜Als
vertrouwde financiƫle partner van onze klanten op elk moment in hun leven zetten we ons samen in
voor een betere samenleving’. Daarom stemmen we ons dienstverleningsmodel af op de veranderende
gedrags- en verwachtingspatronen van onze klanten naarmate hun leven evolueert.
Onze plannen focussen sterk op klanttevredenheid, de ontwikkeling van een organisatie die aansluit op de
behoeften van alle types van klanten, uiterst toegewijde medewerkers, efficiƫnte operationele processen
en het creƫren van zowel waarde als duurzaamheid via onze financiƫle producten en diensten. We hebben
een aantal belangrijke hefbomen bepaald die ons zullen helpen die doelstellingen te bereiken.
Een duurzame bank
In alle aspecten van onze dienstverlening blijven duurzaamheidscriteria een cruciale plaats innemen.
We onderzoeken dan ook uiteenlopende manieren om bankdiensten en -platformen aan te bieden die
meerwaarde kunnen leveren op het vlak van duurzaamheid. Zo bieden we bijvoorbeeld aantrekkelijkere
rentevoeten op groene autoleningen in onze retailbankingtak en promoten we systematisch hybride
en volledig elektrische wagens in het kader van de ā€˜topdeals’ die we aanbieden via onze partner en
leasingdochter Arval.
We ondersteunen onze klanten volledig met duurzame woonoplossingen. Groene hypothecaire leningen
voor bouw en renovatie namen toe tot 40% van het totaal toegekend in 2021. We hebben nu 3,6 miljard
euro aan uitstaande groene hypothecaire leningen en 169 miljoen euro aan uitstaande energieleningen. De
vraag van particuliere, vermogende en privatebankingklanten naar onze duurzame beleggingsproducten
steeg eveneens sterk, waardoor de duurzame beleggingen voor die klanten opliepen tot 40 miljard euro.
Ook in onze private-equity-activiteiten, waarin we tegen 2025 een miljard euro willen investeren, zit een
sterke duurzaamheidscomponent, zoals blijkt uit onze recente investeringen in bedrijven zoals Hannecard,
Nobi en Aerospacelab. We zijn ook van plan om verder te gaan met onze Sustainability Linked Loans voor
bedrijven, met onder meer de financiering van een kredietlijn van 500 miljoen euro voor Umicore, waarvoor
onze bank optrad als duurzaamheidscoƶrdinator.
Verder kunnen bedrijfsklanten van BNP Paribas Fortis via ons partnership met Climact een analyse van
hun klimaatvoetafdruk aanvragen plus suggesties voor strategieƫn en concrete oplossingen op dat gebied.
Daarvoor wordt overigens samengewerkt met ons Sustainable Business Competence Centre.
We reiken onze klanten niet alleen duurzame oplossingen aan, maar we ontwikkelen ook duurzame praktij-
ken in al onze activiteiten. Ons nieuwe Warandeberg-hoofdkantoor werpt bijvoorbeeld nieuwe maatstaven
op inzake duurzaamheid. Door de ingebruikname ervan zullen we ons gebouwenpark in Brussel efficiƫnter
kunnen beheren. De site zal daarenboven als voorbeeld dienen voor gebouwenbeheer.
Ons streven naar duurzaamheid is volledig in lijn met de verbintenissen van ons moederbedrijf BNP
Paribas, dat zijn ESG-leiderschap in de banksector in 2021 bevestigde en zich positioneerde in de top 6%
van banken die werden beoordeeld in de jaarlijkse extra-financiƫle rating van SAM, de S&P Global Corporate
Sustainability Assessment (CSA).
12
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Een groeigerichte bank
Na samen met het nationale postbedrijf Bpost de voorbije 25 jaar bpost bank in een 50-50-joint venture
te hebben geleid, konden we ons netwerk verder consolideren door de resterende 50% van de aandelen
van bpost bank over te nemen. Tegelijk verlengden we ook onze partnershipovereenkomst met Bpost voor
zeven jaar. De transactie voegt 12 miljard euro toe aan onze balans en zorgt ervoor dat we voor 100%
leverancier van de 600.000 klanten van bpost bank worden. Door ons unieke samenwerkingsmodel kunnen
we individuen en gezinnen nu het beste van twee werelden bieden, namelijk de financiƫle expertise van
BNP Paribas Fortis en de distributiekracht van Bpost.
Wat onze bedrijfsklanten betreft, zien we het faciliteren van het dagelijks beheer van inkomende beta-
lingen als de sleutel tot hun groei en ontwikkeling. De oprichting van Axepta, onze in de verwerking van
kaartbetalingen (acquiring) gespecialiseerde dochter, verschafte ons een unieke positie als bank-acquirer
op de Belgische markt. We investeerden nog verder in betalingsdiensten voor handelaars met de overname
van de verwerking van kaartbetalingen en van de terminals van Ingenico in Belgiƫ en in Luxemburg. Die
overname werd in november afgerond. Na de Ingenico-deal hebben we nu 30.000 actieve handelsklanten
gekoppeld aan 38.000 terminals. We streven ernaar om ons volume te laten groeien tot een marktaandeel
van 15% in Belgiƫ.
Ondertussen ontwikkelen we onze geĆÆntegreerde dienst voor Transaction Banking voor ondernemingen
verder, die kapitaalbeheer, handelsfinanciering en factoring onder ƩƩn dak samenbrengt.
Er zijn ook nog andere domeinen waarin we onze capaciteiten verder willen ontwikkelen. In dat van de
verzekeringen komen we met een gespecialiseerde lijn in verzekeringsexpertise en een verbeterd aanbod
van producten en diensten voor zelfstandigen, in samenwerking met AG Insurance. En op beleggingsgebied
gaan we onze beleggingsproducten aanbieden aan een groter aantal klantsegmenten.
Een toegankelijke bank
We bouwen een nieuwe commerciƫle organisatie op om op een efficiƫnte en kwaliteitsvolle manier de best
mogelijke diensten te leveren, toegespitst op de behoeften van al onze diverse klantsegmenten. Daartoe
creƫren we onder meer een nieuw distributiemodel dat tot doel heeft onze bank- en verzekeringsdiensten
100% vlot digitaal toegankelijk te maken.
Via onze digitale kanalen en kanalen voor contact op afstand willen we vereenvoudigde producten en
diensten aanbieden met een sterke focus op hoge kwaliteit en operationele uitmuntendheid, om al onze
klanten het leven gemakkelijker te maken. In het kader van dat project verbinden we ons ertoe concrete
acties te ondernemen om digitale uitsluiting te bestrijden. We zijn een van de drijvende krachten achter
het charter voor digitale inclusie, dat tot doel heeft de digitale kloof in Belgiƫ te verkleinen.
Dicht bij onze klanten blijven
EƩn gevolg van die digitale aanpak van de verkoop is de reorganisatie van ons kantorennet. We zullen onze
BNP Paribas Fortis-kantoren en Fintro-agentschappen geleidelijk upgraden zodat ze veel meer kunnen
focussen op persoonlijk advies en diensten na de verkoop van complexere producten. Tegen 1 januari
2024 zal bpost bank bovendien volledig geĆÆntegreerd zijn in BNP Paribas Fortis. Dan zullen we al onze
particuliere klanten een vlotte dienstverlening kunnen bieden via een netwerk van ongeveer 880 kantoren:
BNP Paribas Fortis in combinatie met de verkooppunten in de postkantoren.
We investeren ook verder in de Batopin-geldautomaten die we delen met andere banken en die ons netwerk
vervolledigen. Het is de bedoeling dat 95% van alle bankklanten op maximaal 5 kilometer van hun voordeur
een geldautomaat vindt.
13
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Daarnaast gaan we een basisbankdienst introduceren onder de naam ā€˜Nickel’. Die zal in dagbladhandels
worden aangeboden aan klanten die enkel behoefte hebben aan de elementairste financiƫle producten,
nl. een bankkaart met bijbehorende bankrekening. BNP Paribas rolde ā€˜Nickel’ met succes uit in Frankrijk,
waar 2,4 miljoen klanten er al mee bankieren.
Bovendien zullen we onze vermogende en privatebankingklanten en onze bedrijfsklanten samenbrengen in
een reeks van 16 Client Houses met gecombineerde expertise, waarin de relatiebeheerder een prominente
rol zal spelen. Samenwerking in alle skills en expertises, in zowel finance en beleggingen als verzekeringen,
zal ervoor zorgen dat we die klanten geĆÆntegreerde oplossingen kunnen aanreiken.
In 2022 viert onze bank haar 200e verjaardag. Een rode draad doorheen heel onze geschiedenis is dat we
onze klanten altijd hebben kunnen helpen groeien door ons voortdurend aan te passen, onszelf steeds
opnieuw uit te vinden en zo voorop te blijven lopen.
Met diezelfde ingesteldheid – vastberaden om er te zijn voor al onze klanten en hun in alle omstandigheden
de juiste oplossingen voor al hun bank- en verzekeringsbehoeften aan te reiken – kijken we nu naar de
toekomst. Onze plannen moeten ons in staat stellen om, op basis van veilige, snelle en complete financiƫle
en verzekeringsoplossingen, een dienstverlening te blijven bieden die up-to-date is.
Als onderdeel van een Europese vooraanstaande groep beschikken we over instrumenten die uniek zijn in
Belgiƫ en die ons helpen ons bancair ecosysteem verder te ontplooien om onze klanten meerwaarde te
bieden in het beheer van hun geldzaken.
We zijn ervan overtuigd dat we door onze klanten op een duurzame manier het leven gemakkelijker te
maken erin zullen slagen de langetermijnrelatie met hen in de toekomst nog te versterken.
Wij willen onze klanten bedanken voor het vertrouwen dat ze in onze producten en diensten blijven stellen.
En wij willen ook onze collega’s bedanken die, door hun volgehouden inzet het afgelopen jaar, de bank in
staat hebben gesteld een uitstekende dienstverlening te blijven bieden.
Max Jadot
Chief Executive Officer
Herman Daems
Voorzitter van de Raad van Bestuur
14
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
De economische context
De Belgische economie bleef gestaag groeien gedurende een groot
deel van 2021 en het bbp maakte een sterke klim in het tweede en
derde kwartaal. De COVID-19-vaccinaties kwamen goed op gang
in de eerste maanden van het jaar en de vaccinatiegraad van
de bevolking bereikte een niveau dat volstond om de economie
vanaf mei 2021 geleidelijk weer open te stellen. Dat verklaart
de sterke consumptie- en investeringscijfers die sindsdien
worden opgetekend.
In het tweede kwartaal steeg de privƩconsumptie met meer dan
14% op jaarbasis, terwijl de bedrijfsinvesteringen met bijna 32%
toenamen. Samen met de aantrekkende economische activiteit
herstelde de arbeidsmarkt zich goed, werden er veel jobs gecre-
eerd en daalde de werkloosheidsgraad opnieuw tot onder 6%. En
dat ondanks het feit dat het verschil tussen het aantal vacatures
en werkzoekenden groter blijft dan in de buurlanden – wat al
het geval was vóór de gezondheidscrisis en te verklaren valt
door typische Belgische structurele factoren (de ruime werk-
loosheidsuitkeringen, geringe mobiliteit in bepaalde regio’s en
ongeschiktheid van opleidingen).
In de laatste drie maanden van het jaar is de activiteit wel
vertraagd. Ten eerste door de moeilijkheden die bedrijven
ondervonden om hun productie te verhogen. Ten tweede was er
de prijsopstoot als gevolg van de knelpunten die zowat overal
ter wereld opdoken naarmate de vraag opnieuw op gang kwam.
De verslechtering van de gezondheidssituatie door het opduiken
van de omikronvariant vanaf november versterkte die moeilijk-
heden nog omdat de besmettingspercentages overal toenamen.
Uiteindelijk is het bbp in het laatste kwartaal van 2021 met slechts
0,5% gestegen, wat de groei over het hele jaar op 6,1% brengt.
Algemeen genomen wijzen verschillende indicatoren erop dat het
herstel van de wereldeconomie in de tweede helft van het jaar aan
kracht heeft ingeboet. Sinds het begin van het tweede kwartaal
van 2021 stagneert de wereldwijde industriƫle productie en daalt
de wereldwijde invoer van goederen na een sterke groei aan het
begin van het jaar. De groei stuit op een tekort aan arbeidskrach-
ten en problemen met de bevoorrading van tussenproducten
die tal van ontwikkelde landen treffen. Uit de rondvragen bij
inkoopmanagers blijkt dat de levertijden in de industriƫle sector
wereldwijd een historisch hoogtepunt bereikten eind 2021. Op
korte termijn wordt er geen verbetering verwacht, vooral omdat
veel Aziatische landen hun ā€˜nulcoronabeleid’ voortzetten, wat
leidt tot ontijdige sluitingen van tal van fabrieken waarvan de
hele wereld afhankelijk is voor haar bevoorrading.
2021 werd gekenmerkt door een onverwachte terugkeer van de
inflatie. In de Verenigde Staten brak die zelfs een 40 jaar oud
record : in december beliep ze er meer dan 7%. Overal gingen
de prijzen omhoog. In Belgiƫ bedroeg de inflatie gemiddeld 3%
in 2021, maar met een continue versnelling doorheen het jaar,
aangezien de prijsstijging opklom van 0,5% in januari tot 5,7%
in december. De stijging van de inflatie wordt verklaard door
een sterke stijging van de energieprijzen (vooral gas), hogere
productiekosten als gevolg van de verstoringen in de wereldwijde
toeleveringsketens en beperkingen in het aanbod. Dat zorgt voor
spanningen op de markt van goederen en diensten.
Het is dan ook geen verrassing dat de stijgende inflatie in verschil-
lende landen tot een monetaire koerswijziging leidde. Hoewel er
in 2021 geen verhoging van de beleidsrente was, begonnen ver-
schillende centrale banken hun opkoop van activa af te bouwen.
Dat leidde tot een beginnende stijging van de langetermijnrente
in de Verenigde Staten en in Europa.
Elke rentestijging blijft verontrustend in de context van overheids-
financiƫn die door de gezondheidscrisis zijn verslechterd. In Belgiƫ
kromp het begrotingstekort van 9,1% van het bbp eind 2020, tot
7% van het bbp eind 2021. De overheidsschuld zit nog altijd op een
zucht van 112%, iets onder het niveau van eind 2020. Aangezien
de overheidsfinanciƫn in alle ontwikkelde landen in vergelijkbare
mate zijn verslechterd, lijkt niemand zich in 2021 op dat punt te
hebben gefocust. Het is uiteraard afwachten hoe snel de cijfers
terug zullen zakken. Wie er niet snel genoeg in slaagt om ze te
doen dalen, zal te kampen krijgen met de hogere rentevoeten die
er onvermijdelijk aankomen.
2021 werd ook gekenmerkt door een verdere toename van de
vastgoedinvesteringen door veel gezinnen, die geen nieuwe lock
-
down willen meemaken in een onaangepaste woning en willen
profiteren van de historisch lage hypotheekrente. De prijzen van
residentieel vastgoed zijn in de loop van het jaar blijven stijgen
tot meer dan 8% op jaarbasis in het derde kwartaal. Het is al van
2007 geleden dat we een dergelijke klim registreerden.
15
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Met een sterk toenemende kredietverlening in het afgelopen jaar,
zowel voor particulieren als voor bedrijven, bleef de Belgische
banksector zijn rol spelen in de financiering van de economische
activiteit. Het groeicijfer van de kredieten is gestaag gestegen
tot respectievelijk EUR 231,1 miljard en EUR 136,1 miljard aan
uitstaande kredieten voor particulieren en bedrijven einde 2021.
Op jaarbasis betekent dat een stijging van 7,1% voor de kredieten
aan de gezinnen en 7,6% voor die aan de bedrijven.
Core Business
BNP Paribas Fortis
BNP Paribas Fortis bestrijkt zowel de Retail Banking als Corporate
& Institutional Banking-activiteiten van de BNP Paribas Groep in
Belgiƫ. Op 31 december 2021 werkten er in Belgiƫ in totaal 10.532
VTE bij de Bank.
Retail Belgium
De BNP Paribas Fortis Retail Banking-activiteiten omvatten
bankdiensten aan een reeks klanttypes, waaronder particuliere
klanten, zelfstandigen en beoefenaars van een vrij beroep, kleine
en middelgrote bedrijven, lokale bedrijven, bedrijfsklanten en
non-profitorganisaties. Retail Belgium verleent zijn diensten via
twee netwerken die in 2021 opereerden volgens een gesegmen-
teerde bedrijfsbenadering : Retail & Private Banking Belgium en
Corporate Banking Belgium.
Retail & Private Banking Belgium
Met 3,4 miljoen klanten is BNP Paribas Fortis de nummer 1 in het
segment van de particuliere klanten en neemt het in het segment
van de professionele klanten en kleine bedrijven in Belgiƫ een
sterke positie in. BNP Paribas Fortis is ook marktleider in Private
Banking in Belgiƫ.
Retail & Private Banking (RPB) bedient particuliere klanten,
ondernemers en kleine en middelgrote ondernemingen via zijn
geĆÆntegreerde netwerken. Het volgt daarbij een strategie die
berust op een hybride bankmodel, waarin de klant de keuze heeft
tussen het kantorennet en de digitale kanalen :
ī‚„
Het kantorennet bestaat uit 386 kantoren (waaronder 172
zelfstandige kantoren) en 16 Ondernemersbankcentra. De
386 kantoren zijn georganiseerd in 33 kantorengroepen, die
ressorteren onder negen regio’s. Dat netwerk wordt aangevuld
met 226 zelfstandige Fintroagentschappen en 657 verkoop-
punten van bpost bank ;
ī‚„ Het digitale platform van RPB omvat een netwerk van 1.215
geldautomaten en diensten voor online en mobiel bankieren
(Easy Banking) (samen 2,5 miljoen actieve gebruikers) ;
ī‚„
De bank staat ook ter beschikking van de klanten via het Easy
Banking Centre, dat tot 80.000 oproepen per week behandelt.
Hello bank !, de digitale bank die 505.000 klanten telt, vervolle-
digt het aanbod.
Privatebankingdiensten worden aangeboden aan particuliere
klanten met meer dan EUR 250.000 aan belegd vermogen.
Binnen Private Banking bedient de afdeling Wealth Management
de klanten met meer dan 5 EUR miljoen aan belegd vermogen.
De privatebankingklanten worden bediend in 30 Private Banking
Centres, ƩƩn Private Banking Centre by James en twee Wealth
Management Centres.
De Bank promoten als financiƫle
vertrouwenspartner
In de context van de COVID-19 crisis hebben we communicatie-
campagnes opgezet voor zowel onze klanten als onze medewerkers
om hen te informeren over de evolutie van de verschillende
moratoria voor kredieten en verzekeringen, de toegankelijkheid
op afstand van de Bank en de na te leven gezondheidsregels in
onze Selfs en kantoren.
In het kader van de overstromingen in juli, waarbij een aantal van
onze klanten het zwaar te verduren kregen, hebben we ook onze
communicatie- en marketingplannen aangepast om voorrang
te geven aan de begeleiding van onze klanten. We deden dat in
nauwe samenwerking met onze partner AG Insurance, vooral wat
de schadeaangiftes betreft.
Voor onze particuliere klanten hebben we het hele jaar door
onze ā€˜Financial Well-Being’-benadering verder uitgewerkt, door
specifieke informatie over de thema’s mobiliteit, beleggingen,
budget en voorbereiding op de toekomst op te stellen.
16
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Voor de professionele klanten versterkten we de toegang tot onze
verschillende expertises aan de hand van een reeks van zes inter-
actieve webinars over onderwerpen als fiscaliteit, professionele
mobiliteit, digitale betalingen, verzekeringen en de begeleiding
van starters. Die gratis webinars, die toegankelijk zijn voor al
onze klanten van De Ondernemersbank, werden aangevuld met
specifieke nieuwsbrieven die inspelen op de behoeften van de
klanten en met communicatiecampagnes die het woord geven
aan onze experts op de sociaalnetwerksites.
Op het vlak van beleggingen hebben we ons contentplatform voor
de ā€˜MyExperts’-expertise verder ontwikkeld en gepromoot. Dat
platform geeft onze Private Banking-, Wealth Management- en
Priority Exclusive-klanten toegang krijgen tot artikels en webinars
die hen helpen bij het nemen van hun beleggingsbeslissingen. We
lanceerden ook een nieuw thema voor millennials : #MyFuture,
met nieuwe gerichte content in het kader van een globale ā€˜Family
Approach’-benadering om de kinderen van onze Private Banking-
en Wealth Management-klanten beter te begeleiden.
We hebben ook werk gemaakt van een transparantere communi-
catie over de tarieven van onze oplossingen en diensten. We doen
dat door alle tariefwijzigingen twee keer per jaar te bundelen,
in mei en november, en alle klanten op wie de prijswijzigingen
betrekking hebben proactief en duidelijk te informeren.
Versnelde herpositionering als bank-verzekeraar
De herpositionering van BNP Paribas Fortis als leverancier van
oplossingen en advies voor zowel financiƫle als verzekeringsbe-
hoeften, die in 2019 van start ging, versnelde in 2021. Enerzijds
met een grootschalige communicatiecampagne het hele jaar door,
in drie reclamegolven op tv, radio, online en op de sociaalnetwerk-
sites, om de awareness en perceptie van de klanten en prospects
met betrekking tot de rol van BNP Paribas Fortis als verzekeraar
voor particulieren te versterken. Die campagne wordt versterkt
door directmarketingcampagnes naar onze klanten om hen uit te
nodigen voor een gratis check-up van hun verzekeringen.
Daarnaast hebben we in 2021 de BOAR-verzekeringsoplossingen
(Brand, Ongevallen en Allerlei Risico’s) voor professionals van
onze partner AG geĆÆntegreerd in de communicatie- en verkoopka-
nalen van BNP Paribas Fortis. Bovendien hebben we een vijftigtal
BOAR Pro-verzekeringsexperts aangeworven. Zo kunnen we de
nodige oplossingen aanreiken om alle financiƫle en verzeke-
ringsbehoeften van onze professionele klanten te dekken. Een
ā€˜onestopshop’-aanpak die hun het leven makkelijker wil maken
door hun ƩƩn aanspreekpunt voor al hun behoeften aan te bieden.
Verdere implementatie van het hybride model
Net als in 2020 hebben de lockdowns en de beperking van
verplaatsingen en sociale contacten vanwege de aanhoudende
COVID-19 crisis onze klanten er in 2021 toe aangezet om veel
meer gebruik te maken van onze digitale kanalen. Zo noteerden
we een stijging van bijna 65.000 in het aantal videogesprekken,
voornamelijk voor advies op afstand, en een toename van 112.826
klanten die Easy Banking App of Easy Banking Web actief begonnen
te gebruiken (2.490.357 op het einde van 2021). Dat alles leidde
ook tot een groter aandeel van de rechtstreekse verkoop (op
afstand en via de digitale kanalen), dat nu 50% bedraagt.
Om onze klanten het leven te vergemakkelijken, hebben we ook
onze digitale oplossingen uitgebreid. Zo werd de nieuwe versie van
onze Easy Banking App uitgerust met een nieuw startscherm en
nieuwe functionaliteiten aangepast aan de verschillende profielen
van onze klanten.
Een brede begeleiding van de digitalisering van
onze klanten
In oktober, toen de COVID-19 crisis ons een korte adempauze
bood, hebben we onze digitale workshops opnieuw opgestart in
onze kantoren, net als in 2019, vooraleer we die opnieuw on
hold moesten zetten. Tegelijkertijd lanceerden we van juni tot
december een grote campagne met educatieve video’s op de
sociaalnetwerksites om onze klanten te helpen alle functies van
onze Easy Banking App optimaal te gebruiken.
We hebben ook veel aandacht besteed aan de bescherming van
onze klanten bij hun dagelijkse digitale gebruik, via regelmatige
berichten over online veiligheid en de preventie van phishing, met
name via interactieve video’s en praktische tips.
Bovendien hebben we onze inspanningen voor de begeleiding
van onze ondernemersklanten voortgezet door hen te helpen
hun activiteiten te digitaliseren. Dat deden we via ons ā€˜Digital
Maturity Assessment’-programma, maar ook door de producten en
diensten van onze dochteronderneming Axepta te promoten op het
vlak van betaaloplossingen in fysieke of digitale verkooppunten.
Axepta heeft overigens zijn positie op de Belgische markt sterk
verstevigd met de overname van de activiteiten van Ingenico In
Store in Belgiƫ en Luxemburg.
17
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Een versterking van de globale begeleiding
In 2021 heeft RPB zijn strategie verder geĆÆmplementeerd om elke
klant het juiste type begeleiding en advies aan te bieden tegen
een duidelijke en transparante prijs. Voor de klanten van De
Ondernemersbank vertaalde zich dat in een tweede fase van de
uitrol van het Advice Pro-model, dat een globale proactieve bege-
leiding combineert met een pakket van oplossingen en diensten
voor een vaste prijs per kwartaal. De particuliere klanten bleven
we, naargelang hun behoeften, begeleiden naar relatiemodellen
zoals Priority, Priority Exclusive en de patrimoniale overeenkom-
sten van Private Banking of Wealth Management.
Ondersteuning van de transitie naar duur-
zame mobiliteit
In lijn met onze strategische visie om de transitie naar een
duurzamere economie te ondersteunen, lanceerden we verschil-
lende communicatiecampagnes om uit te leggen hoe we onze
particuliere en professionele klanten kunnen adviseren op het vlak
van duurzame mobiliteit. Via artikels en video’s van onder meer
onze experts in autofiscaliteit, maar ook via de promotie van de
aantrekkelijkere rentevoeten voor groene autoleningen, en door
systematisch hybride en/of elektrische wagens te promoten in het
kader van onze topdeals met onze partner en leasingdochter Arval.
Nieuw aangepast aanbod voor starters
Om onze rol als motor van de lokale economie ten volle te spelen,
hebben we onze aanpak voor de ondersteuning van jonge en
toekomstige ondernemers herzien. We willen inspelen op al hun
behoeften en hen helpen hun goede ideeƫn te concretiseren met
de opstart van hun business. Daarover gaven we toelichting in
een nieuwe radio- en onlinecommunicatiecampagne.
We lanceerden ook een nieuw digitaal ā€˜Hello bank ! Pro’-aanbod
voor zelfstandigen met eenvoudige bankbehoeften die hun zaken
zelf regelen. In enkele muisklikken kunnen ze hun ondernemings-
nummer en de opening van een professionele rekening online
aanvragen. Ze hebben ook toegang tot een reeks artikels met
heel wat tips.
Innovatieve oplossingen die het leven van onze
klanten vergemakkelijken
Om het leven van onze klanten te vergemakkelijken lanceerden
we ook de nieuwe ā€˜Visa Debit’-debetkaart, bestemd voor al onze
particuliere en professionele klanten. Die kaart vergemakkelijkt
onder meer online aankopen, in volstrekte veiligheid.
Beleggingsoplossingen als aanvulling op het sparen
Met het oog op de veranderende marktomstandigheden, en vooral
ook door de aanhoudend zeer lage rentevoeten, pasten we ons
aanbod voor klassiek sparen aan. Eerst voor de rechtspersonen
die meer dan EUR 500.000 sparen, daarna voor de natuurlijke
personen, particuliere of professionele klanten met geregle-
menteerde spaarrekeningen van meer dan EUR 250.000. Als
vertrouwenspartner van onze klanten hebben we hen begeleid
bij de overdracht van hun spaargeld naar beleggingsoplossingen
die aan hun behoeften en profielen zijn aangepast.
Een expertise die jaar na jaar wordt erkend
In 2021 kreeg BNP Paribas Fortis voor het vijfde jaar op rij de
prestigieuze ā€˜Bank of the Year – Belgium’-prijs van The Banker,
een publicatie van de Financial Times Group. De jury benadrukte
onder meer onze voortdurende inspanningen op het gebied van
innovatie en servicemodellen, met als voorbeelden de lancering
van Axepta, de vernieuwing van het partnership met bpost en de
afstemming van ons beleggingsbeleid op de doelstellingen voor
duurzame ontwikkeling (SDG’s) van de Verenigde Naties.
Corporate Banking
Dankzij zijn goed ontwikkelde, gediversifieerde en geĆÆntegreerde
business- en servicemodel kan Corporate Banking een brede
waaier van klanten bedienen, met inbegrip van kleine en middel-
grote ondernemingen, Belgische en Europese bedrijven, financiƫle
instellingen, institutionele beleggers, overheidsinstellingen en
lokale besturen. Het is met zijn omvangrijke klantenbestand
van grote en middelgrote ondernemingen marktleider in die
twee categorieƫn en is bovendien een sterke challenger in de
overheidssector.
Met zijn ruime aanbod van zowel traditionele, als gespecialiseerde
oplossingen en diensten op maat blijft Corporate Banking voldoen
aan de specifieke behoeften van zijn klanten, zowel in Belgiƫ als in
het buitenland, op het vlak van financiering, transactiebankieren,
investeringsbankieren en verzekeringen. Het doet daarbij ook een
beroep op het internationale netwerk van de BNP Paribas Groep,
dat 68 landen beslaat.
Corporate Banking bleef in 2021 grote inspanningen leveren om
de voorkeursbank van bedrijven in Belgiƫ te zijn, door hun via
innovatieve digitale tools vlot toegang te geven tot unieke bancaire
oplossingen.
In 2021 bleef het een belangrijke rol spelen in de ondersteuning
van de Belgische economie. Het bracht zijn stappenplan naar de
digitale transformatie en efficiƫntere processen verder ten uitvoer.
Het verbeterde zijn servicemodel via de versnelde uitrol van de
digitale capaciteiten en contacten of afstand.
18
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Corporate Banking positioneert zichzelf als een duurzame corpo-
rate bank, dankzij zijn Sustainable Business Competence Centre.
Het hele jaar door ging het zijn klanten nog meer begeleiden bij
hun transitie naar duurzamere praktijken en bedrijfsmodellen en
om te investeren in transformatieprojecten die nodig zijn om de
enorme klimaatuitdagingen en het verlies aan biodiversiteit aan te
pakken. Er is meer aandacht voor thema’s als de energietransitie,
decarbonisatie, circulaire en regeneratieve economie en bioche-
mie. En er werd ook expertise opgebouwd in het regelgevingskader
van de Europese Green Deal en de ESG-bedrijfscriteria.
BNP Paribas Fortis won in 2021, voor de tweede keer op rij, de
ā€˜Belgium’s Best Investment Bank’- award in de jaarlijkse ā€˜Awards
for Excellence’-competitie van het magazine Euromoney.
Euromoney riep BNP Paribas Fortis bovendien uit tot ā€˜Market
Leader’ in zijn ā€˜Cash Management Non-Financial Institutions’-
survey van 2021.
Arval
Arval is een dochteronderneming van BNP Paribas Fortis die
gespecialiseerd is in fullserviceleasing van voertuigen en nieuwe
duurzame mobiliteitsoplossingen. Arval biedt zijn zakelijke klanten
– gaande van grote internationale ondernemingen tot kleine en
middelgrote ondernemingen – zijn partners, hun medewerkers
en ook individuele klanten flexibele oplossingen om hun trajecten
naadloos en duurzaam te maken.
Eind 2021 had Arval vaste vestigingen in 30 landen met 7.500
medewerkers en bijna 1,5 miljoen geleasede voertuigen. Het bedrijf
doet voornamelijk zaken in Europa, waar het een leiderspositie
bekleedt. Via de Element-Arval Global Alliance, wereldleider in
deze sector met ongeveer drie miljoen geleasede voertuigen in 53
landen, heeft het bedrijf ook een aantal strategische partnerships
afgesloten. Met de ondertekening van een partnership met Sixt
Transporent werd deze alliantie in oktober 2021 uitgebreid naar
drie bijkomende landen : Letland, Litouwen en Estland.
Om zijn klanten bij hun energietransitie te helpen lanceerde Arval
in maart 2021 een nieuwe aanpak : Arval Mobility Consulting.
Dankzij een grondige analyse ondersteunen de experts van Arval
klanten bij de implementatie van alternatieve mobiliteitsoplos-
singen en de elektrificatie van wagenparken. Met de ambitie
om tegen 2025 700.000 geƫlektrificeerde voertuigen te leasen
en duurzame mobiliteitsoplossingen aan te bieden in al zijn
entiteiten, profileert Arval zich als leider in duurzame mobiliteit.
Sinds juni 2021 wordt er ƩƩn boom geplant per geƫlektrificeerd
voertuig dat door Arval wordt geleased in hetzelfde land waar
het voertuig wordt geleverd. Het Platinum-erkenningsniveau van
Arval op het CSR-platform EcoVadis is een tastbaar bewijs van
zijn engagement.
BNP Paribas Leasing Solutions
BNP Paribas Leasing Solutions helpt ondernemingen en pro-
fessionals om hun activiteit uit te breiden met leasing- en
financieringsoplossingen, en diensten die aan hun behoeften
zijn aangepast.
De expertteams van BNP Paribas Leasing Solutions begeleiden :
ī‚„
Fabrikanten van professionele apparatuur en softwarele-
veranciers met complete en exclusieve oplossingen om de
verkoop van hun distributienetwerken en/of doorverkopers
te stimuleren en te ondersteunen ;
ī‚„ Verdelers, concessiehouders, doorverkopers en integratoren
van professionele uitrusting met verkoopondersteunende
oplossingen en een brede waaier van financiƫle producten
en diensten om aan de behoeften van hun klanten te voldoen ;
ī‚„
Ondernemingen, overheden, ambachtslieden en professionals
met oplossingen om hun investeringen te financieren.
BNP Paribas Leasing Solutions ondersteunt de spelers in de reƫle
economie door alle grote markten voor professionele uitrusting
te financieren (logistiek, landbouw, IT, medisch materieel enz.)
en door de ecologische transitie van zijn klanten te begeleiden
via de financiering van uitrustingen met een positieve impact en
van de circulaire economie.
Einde 2020 werd BNP Paribas Leasing Solutions uitgeroepen
tot ā€˜European Lessor of the Year’ en kreeg het ook de ā€˜Vendor
Finance’-award van Leasing Life, het voornaamste leasingma-
gazine in Europa.
BGL BNP Paribas
Met ongeveer 3.700 medewerkers komen de bedrijven en
businesslines van BGL BNP Paribas tegemoet aan de behoeften
van particulieren en bedrijven, beleggers, en ook zakelijke en
institutionele klanten in drie kerndomeinen : Retail Banking &
Services, International Financial Services en Institutional Banking.
19
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Retail Banking & Services : de behoeften
van individuele consumenten en bedrijven
vervullen
De Luxemburgse Retail Banking–businessline biedt haar klanten –
particulieren, bedrijven en zelfstandigen – producten en diensten
voor dagelijks beheer tot de financiering van koop- of bouwprojec-
ten, maar ook spaar- en beleggingsproducten en producten op het
gebied van verzekeringsbankieren (bancassurance). Ze heeft een
van de ruimste gamma’s retail-bankingproducten in Luxemburg.
Het commerciƫle net bestaat uit 34 kantoren. Ze genieten onder-
steuning van 14 teams die gespecialiseerd zijn in hypotheken,
beleggingen, bedrijven en zelfstandigen, evenals niet-ingeze-
ten klanten.
Corporate Banking is een toonaangevende bankpartner in
Luxemburg voor grote ondernemingen en kmo’s, de publieke en
institutionele sector, vastgoedprofessionals, sociale organisaties
en start-ups.
Private Banking Luxembourg reikt vermogende klanten die in
Luxemburg en de Grootregio wonen algemene en maatoplossingen
voor financieel en vermogensbeheer aan via zijn verschillende
Private Banking Centres in heel Luxemburg, waaronder de Villa,
gevestigd aan de Boulevard Royal in Luxemburg-Stad.
De drie businesslines in Luxemburg – Retail Banking, Corporate
Banking en Private Banking – werken nauw samen.
International Financial Services : een
compleet aanbod voor beleggers
BNP Paribas Wealth Management levert maatwerkoplossingen
voor financieel en vermogensbeheer en ook een reeks high-end
diensten, zoals beleggingsadvies, discretionair beheer, vermogens-
planning en -organisatie, financiering en vermogensdiversifiƫring.
BNP Paribas Asset Management Luxembourg (BNPP AM Lux) is het
platform van de BNP Paribas Groep dat zich toelegt op de creatie
en lancering van beleggingsfondsen voor de klanten van de BNP
Paribas Groep, derde distributeurs en grote institutionele klanten.
BNPP AM Lux wil het aanbod van diensten en producten voor
de businessline versterken en streeft naar duurzame groei op de
thuismarkten van de BNP Paribas Groep en een snelle ontwikke-
ling op nieuwe markten, vooral in Aziƫ.
Cardif Lux Vie heeft een ruim gamma van levensverzekeringsop-
lossingen (sparen, pensioen en bescherming) voor particulieren,
bankverzekeraars en makelaars. De onderneming verstrekt
internationale vermogende klanten een maatwerkaanbod via een
uitgebreid netwerk van prestigieuze partners.
BNP Paribas Real Estate reikt oplossingen aan met ondersteu-
ning in elke fase van een vastgoedproject, dankzij de combinatie
van expertise in zes vastgoedmetiers : property management,
valuation, consulting, transaction, property development en
investment management. BNP Paribas Real Estate Investment
Management biedt institutionele klanten wereldwijd een waaier
van vastgoedfondsen aan.
Institutional Banking : een performant
aanbod voor institutionele klanten
BNP Paribas Securities Services heeft een jarenlange ervaring
en bewezen expertise in fondsenbeheer, internationale obli-
gatie-uitgiften, bewarings- en waardentransferdiensten en de
ontwikkeling ervan. Het laat zijn klanten ook profiteren van zijn
unieke knowhow inzake markttransacties, beleggersdiensten,
risicobeheer en portefeuilleoptimalisering.
GreenStars BNP Paribas is een kredietverzekeraar die ook
obligaties kan uitgeven. Met haar gesofisticeerd herverzeke
-
ringsprogramma ondersteunt de verzekeringsmaatschappij BNP
Paribas bij de distributie voor het beheer van de kapitaaltoewijzing
en de krediet- en landenrisico’s. Via GreenStars BNP Paribas kan
de BNP Paribas Groep haar klanten aantrekkelijkere oplossingen
aanbieden. Zo kan ze onder meer kredietlijnen tegen gunstigere
voorwaarden verlenen.
Türk Ekonomi Bankası A.Ş. (TEB)
BNP Paribas Fortis is in Turkije actief via TEB, waarin het een
belang van 48,7% heeft via TEB Holding en BNP Paribas Fortis
Yatırımlar Holding A.Ş.
Op 30 september 2021 stond TEB, qua marktaandeel voor depo-
sito’s en leningen, tiende op de ranglijst van depositobanken in
Turkije. TEB biedt er het volledige gamma van retailproducten en
-diensten van de BNP Paribas Groep aan.
20
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Met zijn gediversifieerde productaanbod, kwalitatieve dienstver-
lening en bankierervaring trekt TEB Retail and Private Banking
geleidelijk meer klanten aan via zijn kantorennet en onlinekana-
len. TEB streeft ernaar de hoofdbank van al zijn klanten te worden.
Daartoe hanteert de bank een digitale-transformatiestrategie
die de klantervaring en de servicekanalen moet verbeteren. De
klantervaring staat centraal in al haar activiteiten : de bank maakt
gebruik van methodologieƫn die focussen op mensgericht ontwerp
en klanttrajecten en tracht via haar ā€˜advocacy programmes’
klanteninzichten te verkrijgen en te vertalen naar interessante
oplossingen.
Eind 2021 bediende TEB Digital Channels iets minder dan
2,2 miljoen actieve onlineklanten. Het CEPTETEB-platform voor
digitaal bankieren, dat in maart 2015 werd gelanceerd voor zowel
financiƫle als niet-financiƫle diensten, telde eind 2021 meer dan
1,5 miljoen klanten, goed voor een totaalbedrag aan deposito’s
van TRY 12,1 miljard. CEPTETEB legde zich in dat jaar verder
toe op de ontwikkeling van het digitale kanaal : het breidde zijn
klantenbestand nog uit en introduceerde nieuwe functies op zijn
mobiele app en op het TEB FX-platform. CEPTETEB integreert
de modernste technologie en innovaties. Zo heeft het ook een
chatbotplatform, TELEPATI genaamd, en Fon Danışmanım (ā€˜My
Fund Advisor’), een geautomatiseerde, algoritmegestuurde por-
tefeuillebouwer voor fondsen.
Gedurende heel 2021 bleef TEB focussen op vermogende klanten
(klanten met activa van TRY 125.000 tot 1,5 miljoen). Na de
herlancering van zijn Affluent Value Proposition in 2020 was
zijn hoofddoel het aantal vermogende klanten te verhogen, de
digitalisering uit te breiden en de klantloyaliteit te versterken.
De herlanceringscampagne had een positieve impact op de KPI’s
voor Affluent Banking doorheen 2021 en eind december 2021
waren er 116.000 klanten (28% meer dan eind december 2020).
De privileges die via CEPTETEB Digital Banking aan dat klanten-
segment worden aangeboden, hebben een positieve impact op
de digitale activiteit : 78% van de vermogende klanten maakt nu
gebruik van de mobiele app.
In 2021 voegde TEB Private Banking nieuwe mogelijkheden toe
aan de gepersonaliseerde mobiele app van CEPTETEB voor pri-
vatebankingklanten, waaronder het rapport van de financiƫle en
prestatieanalyse. Dat rapport stelt die klanten in staat om de net-
towaarde van hun portefeuille te analyseren, de prestatie van hun
beleggingen te bekijken en die informatie te delen met anderen.
Het startte ook met het versturen van de beleggingsagenda,
samen met de specifieke fonds- en beleggingsaanbevelingen van
de week. Dat gebeurt via pushmeldingen elke maandagmorgen,
naar zowel klanten met als zonder adviesdiensten.
In de loop van het jaar vonden er TEB Private Online Customers
Meetings plaats en werden experts verwelkomd die advies gaven
over onderwerpen zoals kunst verzamelen als belegging, het
klimaatakkoord van Parijs en de Europese Green Deal, en over
de economie en de markten.
TEB Private Banking lanceerde ook een prestigieuze Visa-
kredietkaart, de TEB Private Infinite Card. Het biedt zijn Wealth
Management-klanten een metalen versie van TEB Private Visa
Infinite aan. De kaart biedt wereldwijd tal van voordelen.
TEB heeft zich altijd toegespitst op kleine en middelgrote
ondernemingen vanwege de belangrijke rol die ze spelen in
de economische groei van Turkije. Sinds 2005 hanteren we de
benadering van een adviesbank in alles wat we doen voor kmo’s.
Dankzij de wereldwijde organisatorische capaciteiten en expertise
van de BNP Paribas Groep kan TEB exclusieve financiƫle en niet-fi-
nanciĆ«le producten en diensten op maat aanbieden aan kmo’s.
Door zich eerder als een adviserende dan als een ā€˜klassieke’ bank
te profileren, zorgt het daarbij voor een uitstekende klantervaring.
Op het vlak van bankdiensten voor kmo’s is TEB georganiseerd in
afzonderlijke businesslines om een gespecialiseerde service aan
te bieden aan klanten die verschillende producten en diensten op
een andere schaal nodig hebben. Behalve via SME and Agricultural
Banking, reikt TEB zijn klanten ook oplossingen aan via gespe-
cialiseerde structuren binnen Start-up, Gold and Municipality
Banking en ondersteunt het hen met begeleiding, opleiding en
netwerkmogelijkheden in niet-financiƫle domeinen.
TEB concentreert zich op efficiƫntie, waardecreatie en een
uitmuntende klantervaring en verbetert dan ook voortdurend
zijn producten en diensten. Het staat kmo’s bij met gediversi-
fieerde oplossingen in verschillende domeinen, zoals groei en
concurrentie, die steevast de grootste uitdagingen vormen voor
dergelijke bedrijven.
TEB kijkt verder dan de grenzen van traditioneel bankieren en
heeft inzicht in de digitale toekomst, die nu versneld wordt door
de COVID-19-pandemie. De versnelde digitale transformatie ver-
andert de eisen en verwachtingen van klanten en geeft zo vorm
aan het bankieren van morgen. Modellen voor de analyse van
klantgegevens vormen dan ook een noodzakelijk element voor de
verbetering van zijn dienstverleningsmodel. De ontwikkeling van
doeltreffendere en uitgebreidere digitale tools en aanbiedingen is
een zeer hoge prioriteit voor TEB. Het Digital Transformation Team
maakt deel uit van de structuur voor bankdiensten aan kmo’s.
21
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Vandaag bepaalt de versnelde digitale transformatie van het
bedrijfsleven en de maatschappij de eisen en verwachtingen
van zakelijke klanten. Daarom is het voor TEB een prioriteit om
efficiƫntere en uitgebreidere digitale tools en aanbiedingen voor
die klanten te ontwikkelen. In 2021 breidde TEB de mogelijkhe-
den uit van ā€˜CEPTETEB İŞTE’, een mobiele app voor bedrijven,
die de bank in 2019 op de markt had gebracht. Het voegde niet
alleen oplossingen voor dagelijkse banktransacties toe, maar
ook specifieke functies voor handelaars, altijd met een optimale
gebruikerservaring in het achterhoofd. Binnen een jaar na de
lancering kreeg de ā€˜CEPTETEB İŞTE’-app al van zes internationale
organisaties prijzen voor haar gedifferentieerde features op maat.
Tot de diensten van TEB Corporate Banking behoren onder meer
financiering van de internationale handel, gestructureerde finan-
ciering, cashmanagement, kredietdiensten en hedging van valuta-,
rente- en grondstoffenrisico’s.
In een snel veranderende wereld met nieuwe technologische
ontwikkelingen, waar de verwachtingen en eisen van de klant in
sneltempo evolueren, zet TEB Corporate Banking zich volop in om
de productkwaliteit en de globale klantervaring op het hoogste
niveau te houden door te anticiperen op en te beantwoorden
aan die veranderende verwachtingen en behoeften van de klant.
In de loop van het jaar slaagde het erin om de klantentevreden-
heid te maximaliseren door via zijn verkoopkanalen tegemoet
te komen aan de diverse behoeften van zijn klanten. In lijn met
zijn langetermijnbenadering van klantenrelaties bleef het kwali-
teitsvolle dienstverlening op maat aanbieden via in totaal twaalf
Corporate-kantoren, waarvan er vijf gevestigd zijn in Istanbul.
De bank verleent haar diensten via centra voor buitenlandse
handel met ervaren specialisten en een kantoororganisatie die
speciaal ontworpen is om te beantwoorden aan de eisen van
multinationale ondernemingen.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
BNP Paribas Fortis neemt zijn verantwoordelijkheden tegenover de
maatschappij en maakte de strategische keuze om duurzaamheid
in al zijn activiteiten te integreren.
Het maatschappelijk engagement van de Bank komt tot uiting in
drie doelstellingen : de positieve impact van haar financierings- en
beleggingsactiviteiten vergroten, haar ecologische en maatschap-
pelijke voetafdruk verkleinen, en via mecenaat bijdragen aan de
financiering van projecten.
De positieve impact van onze
activiteiten vergroten
De Bank doet haar best om de positieve impact van haar activi-
teiten te vergroten. Zo wil ze het aandeel van de kredieten die ze
toekent aan projecten die in lijn zijn met de doelstellingen voor
duurzame ontwikkeling van de VN (SDG’s) aanzienlijk vergroten.
Verder begeleidt ze haar particuliere en bedrijfsklanten bij hun
transitie naar een duurzamer businessmodel en ondersteunt ze
het sociaal ondernemerschap.
Bovendien hanteert BNP Paribas Fortis een daadkrachtig
diversiteits- en inclusiebeleid omdat het ervan overtuigd is
dat samenwerking tussen diverse mensen met uiteenlopende
achtergronden het bedrijf creatiever, aantrekkelijker en perfor-
manter maakt.
Kredieten in lijn met de doelstellingen voor
duurzame ontwikkeling (SDG’s)
BNP Paribas Fortis wil het aandeel van de kredieten die het
toekent aan projecten die in lijn zijn met de doelstellingen
voor duurzame ontwikkeling van de VN aanzienlijk vergroten.
Het gaat om milieuprojecten (duurzame energie, recycling,
duurzaam bouwen, renovatie en zachte mobiliteit), projecten in
de socialprofitsector (ziekenhuizen, scholen, universiteiten en
verenigingen) en ook kredieten voor sociaal ondernemers. In 2021
bedroeg de kredietverlening aan klanten van BNP Paribas Fortis
sa/nv in deze categorieƫn in totaal EUR 12,4 miljard (inclusief
consumentenleningen bij Alpha CrƩdit). Dit is een stijging van
16% ten opzichte van 2020. Deze groei is voor 10% te danken aan
een wijziging in de ESG-rapportagemethodologie.
22
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
De financieringen van de Bank op het gebied van de transitie
naar een koolstofarme economie, met meer respect voor het
milieu en rekening houdend met het behoud van biodiversiteit,
hernieuwbare energie en de principes van de circulaire economie,
bereikten in 2021 een bedrag van EUR 4,5 miljard. Ze verstrekte
voor EUR 3,57 miljard aan groene hypothecaire leningen, wat
neerkomt op een daling van 5% in vergelijking met 2020
1
.
Onze klanten bij hun transitie begeleiden
Al sinds 2009 kunnen bedrijven een beroep doen op de expertise
en begeleiding van het Sustainable Business Competence Centre
(SBCC) voor de ontwikkeling en financiering van infrastructuren
voor duurzame-energieproductie of van aanpassingen aan hun
bestaande installaties om ze energie-efficiƫnter te maken. Het
team heeft deskundigen in domeinen als cleantech (innove-
rende ecoactiviteiten), life sciences (levenswetenschappen), en
informatie- en communicatietechnologie (ICT). Het stelt zich ten
doel de bedrijfsklanten te begeleiden naar een duurzaam busi-
nessmodel dat beantwoordt aan de klimaatuitdagingen. In 2021
beheerde het SBCC 89 kredietaanvragen voor een totaalbedrag
van EUR 640 miljoen aan duurzame financieringen.
Binnen Retail & Private Banking werd een nieuwe entiteit opge-
richt, Sustainability Approach, om de duurzaamheidsstrategie van
de Bank voor particuliere klanten, ondernemers en kleine onder-
nemingen te versterken. Die benadering berust op de volgende
prioriteiten : klanten aanmoedigen om duurzame beslissingen te
nemen, mensen in armoede of met armoederisico helpen door
middel van financiƫle opvoeding en de klanten een maximale
toegankelijkheid tot de fysieke en digitale diensten van de Bank
garanderen.
De BNP Paribas Groep richtte bovendien de Low-Carbon Transition
Group op, een organisatie die haar internationale bedrijfs- en
institutionele klanten begeleidt bij het versnellen van hun transitie
naar een duurzame en koolstofarme economie. Een expertise die
ook toegankelijk is voor de klanten van BNP Paribas Fortis.
1
Dit bedrag is gedaald ten opzichte van 2020 doordat andere criteria worden toegepast voor de definitie van een groene hypothecaire lening. BNP Paribas Fortis
is immers de eerste Belgische Bank die het Europese Energy Efficient Mortgage Label toepast. Dat label garandeert dat de groene hypothecaire kredieten voor
ecologische doeleinden gebruikt worden.
Op duurzaamheid gerichte partnerships en
financieringen
De Bank heeft haar partnership met BlueChem, de incubator
voor duurzame chemie, voor drie jaar verlengd. Zo kan ze start-
ups en groeibedrijven blijven ondersteunen bij de industriƫle
ontwikkeling van hun duurzame innovaties om de chemiesector
te begeleiden bij de transitie die de Green Deal voor Europa in
gang heeft gezet. BlueChem biedt een aangepaste laboratorium-
infrastructuur, begeleiding op maat en toegang tot een uitgebreid
netwerk van internationale chemiebedrijven, onderzoekscentra
en universiteiten. Twaalf universitaire start-ups en spin-offs
werken er aan nieuwe recyclingtechnieken, klimaattechnologieƫn
voor CO
2
-opvang en -hergebruik, circulaire productieprocessen
en een duurzamere voedselproductie. BNP Paribas Fortis heeft
een partnerschap afgesloten met het adviesbureau Climact om
bedrijfsklanten te helpen bij hun transitie naar een koolstofvrije
economie. Climact staat in voor een grondige analyse van hun
klimaatvoetafdruk en reikt concreet toepasbare oplossingen aan
voor een verduurzaming van de activiteiten.
Verder is BNP Paribas 3 Step IT, een dochteronderneming van
de BNP Paribas Groep die bedrijfsklanten duurzame oplossingen
aanreikt om hun IT-park te beheren, sinds januari 2021 ook
beschikbaar in Belgiƫ.
De Bank biedt bovendien specifieke financieringsoplossingen aan
voor de duurzame ontwikkeling van haar klanten. Skysun, een
jong bedrijf dat actief in de strijd tegen de klimaatverandering,
installeerde meer dan 1,2 hectare zonnepanelen op het slachthuis
van Anderlecht, een beschermd monument. Het is de grootste
architecturale fotovoltaĆÆsche installatie in een stedelijke omgeving
in Europa. Dat project, dat een jaarlijkse elektriciteitsproductie
genereert die gelijk is aan het elektriciteitsverbruik van 700
gezinnen, werd grotendeels gefinancierd door de Bank.
Duurzame beleggingen
In de nieuwe Europese SFDR methodologie (Sustainable Finance
Disclosure Regulation), die in voege trad in het begin van 2021,
bedragen de duurzame investeringen EUR 43,6 miljard. Daarvan
droeg EUR 38,21 miljard het duurzaamheidslabel van Febelfin,
een stijging met 28% ten opzichte van eind 2020. Meer dan
646.000 klanten van de Bank hebben minstens ƩƩn duurzaam
beleggingsproduct in hun portefeuille.
23
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Eind 2021 hadden meer dan 100 beleggingsproducten
1
die de Bank
aanbiedt het Towards Sustainability-label van Febelfin en bestond
het volume (in EUR) aan intekeningen op beleggingsfondsen bij
BNP Paribas Fortis voor 78,7% uit intekeningen op fondsen met
het duurzaamheidslabel van Febelfin.
De Bank past bovendien de duurzaamheidsmethodologie van de
BNP Paribas Groep toe. Daardoor hebben alle financiƫle instru-
menten waaruit het universum van de gevolgde beleggingen
bestaat een duurzaamheidsrating (op een schaal van 0 tot 10). Dat
maakt een objectieve vergelijking van het duurzaamheidsniveau
tussen financiƫle instrumenten mogelijk, zowel binnen dezelfde
activaklasse, als over verschillende activaklassen.
Sociaal ondernemerschap
Sociale ondernemingen zijn ondernemingen die winst maken om
een positieve impact op de maatschappij uit te oefenen. Ze zijn
actief in onder meer de maatwerkbedrijvensector, de kringloo-
peconomie, en de domeinen energie-efficiƫntie en decarbonisatie.
Eind 2021 begeleidde de Bank 479 sociaal ondernemers en
bedroegen de uitstaande kredieten aan sociale ondernemingen
in totaal EUR 120 miljoen.
Een van de sociale ondernemingen die in 2021 een financiering
kregen, was Oak Tree Projects, dat sociale uitsluiting bestrijdt door
mensen die een inclusieve woning nodig hebben te huisvesten in
groepswoningprojecten. De vereniging kon de aankoop van appar-
tementen in Leuven financieren. Ook het Deense BĆørneloppen, dat
de kringloopeconomie bevordert met een tweedehandswinkel voor
kinderen nabij Luik, kreeg een financiering voor zijn installatie.
Inclusie en diversiteit
Naast de reglementaire of wettelijke vereisten maakt BNP Paribas
Fortis al bijna 15 jaar werk van een geƫngageerd en verantwoord
inclusie- en diversiteitsbeleid.
In 2021 werd onder meer een dynamische tool gelanceerd : een
echte barometer om de vooruitgang van de indicatoren te meten
die te maken hebben met gender, zoals de evolutie van de glazen
plafonds in alle afdelingen en metiers van de Bank. Dankzij die
tool kunnen ook actieplannen op maat worden opgesteld, rekening
houdend met de specifieke kenmerken van elk metier.
Er werd een actieplan rond gendergelijkheid goedgekeurd, dat
werd uitgerold binnen IT en het Easy Banking Centre.
1
Waarvan 72 producten van BNP Paribas Asset Management.
Het interne PRIDE Belgium-netwerk lanceerde een interactief
platform met drie opleidingsmodules over seksuele identiteit,
genderexpressie en seksuele geaardheid.
Tijdens de ā€˜Diversity Weeks’ kwam het thema stereotypen en voor-
oordelen nog eens aan bod. Gedurende de 100% digitale editie, die
over meerdere weken gespreid was, namen bijna duizend mensen
deel aan conferenties, interviews, workshops en evenementen.
De Bank levert ook extern inspanningen en werkte mee aan de
oprichting van de Inclusive Panels-website van Febelfin (Women
in Finance) die streeft naar een betere mix van gender, diversiteit
en leeftijd in panels.
Onze ecologische en maatschappelijke
voetafdruk verkleinen
De Bank ziet erop toe dat ze haar negatieve impact verkleint of
voorkomt door niet alleen haar eigen ecologische voetafdruk te
verkleinen, maar ook door te zorgen voor een strikte omkadering
van haar financierings- en beleggingsactiviteiten.
BNP Paribas is toegetreden tot de Net-Zero Banking Alliance
(NZBA) die het Finance Initiative van het United Nations
Environment Program (UNEP FI) in het voorjaar van 2021 lan
-
ceerde. De ondertekenaars verbinden zich er met name toe om
de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van hun krediet- en
beleggingsactiviteiten af te stemmen op het traject dat nodig is
om in 2050 koolstofneutraal te zijn (temperatuurstijging beperkt
tot 1,5°C).
Sectorpolicy’s en waakzaamheidsplicht
BNP Paribas Fortis wil de economie op een ethische manier onder-
steunen en legde zichzelf, via zijn sectorpolicy’s, strikte regels
op voor de financierings- en beleggingsactiviteiten in gevoelige
sectoren. De Bank weigert te investeren in of financieringen te
verstrekken aan bedrijven die niet voldoen aan haar voorwaarden
inzake mensenrechten en milieu. Vooraleer de Bank die op haar
uitsluitingslijst zet, probeert ze eerst toch nog een dialoog met
hen aan te gaan om hen ertoe aan te zetten hun praktijken te
veranderen.
24
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Van de 529 transacties die in 2021 aan een grondig onderzoek
door het team van Company Engagement en Compliance zijn
onderworpen, werden er 26 verworpen omdat ze niet conform
de sectorpolicy’s waren.
De Bank ziet erop toe dat alle sectorpolicy’s doeltreffend in de
praktijk worden omgezet en toegepast in alle metiers, en dat er
systematische controles aan gekoppeld zijn. Bovendien vereisen
een tiental andere sectoren specifieke aandacht afhankelijk van de
gevoeligheid van de landen waar de activiteit wordt uitgeoefend.
De BNP Paribas Groep ging een eerste tussentijdse verbintenis
aan om het bedrag van haar kredietblootstelling aan exploratie-
en productieactiviteiten van olie en gas tegen 2025 met 10% te
verminderen.
Na een reeks webinars over de mensenrechten organiseerde de
Bank in december een seminar over de waakzaamheidsplicht,
waaraan deskundigen, ondernemingen, politieke verantwoor-
delijken en vertegenwoordigers van ngo’s deelnamen. Bij die
gelegenheid werd een brochure met alle verbintenissen van de
Bank en de BNP Paribas Groep inzake mensenrechten gepubliceerd
op internet.
Onze eigen voetafdruk verkleinen
Sinds 2012 verminderde de Bank haar CO
2
-uitstoot met 66% en
haar papierverbruik met 79%.
Sinds 2015 heeft de Bank gekozen voor 100% groene stroom. Ze
streeft ernaar haar directe impact zoveel mogelijk te beperken
om haar koolstofvoetafdruk te verkleinen en haar resterende
broeikasgasemissies te compenseren.
Het dak van het logistieke gebouw van de Bank in Brussel is
voortaan uitgerust met zonnepanelen die gemiddeld 314.000
kWh per jaar produceren, wat overeenkomt met het jaarlijkse
elektriciteitsverbruik van 90 gezinnen.
De totale groenestroomproductie van de Bank stemt voortaan
overeen met een jaarlijks verbruik van ongeveer 140 gezinnen.
Eind 2021 betrokken de eerste medewerkers hun kantoren in het
nieuwe Warandeberggebouw, dat een voorbeeldfunctie vervult op
milieuvlak. Dankzij het innovatieve warmtebeheersysteem is het
warmteverbruik van het gebouw tot zeven keer lager dan dat van
het oude gebouw. Met de zonnepanelen op het dak van het gebouw
produceren we ook aanzienlijk meer hernieuwbare energie.
De Bank lanceerde in 2021 een informatie- en sensibiliseringscam-
pagne rond duurzame digitale praktijken voor haar medewerkers.
De campagne, die zich op drie pijlers richtte – e-mailbeheer,
gegevensopslag en internetgebruik – zorgde ervoor dat ruim
1,5 miljoen e-mails werden vermeden. Ze werd bovendien
volledig gecompenseerd door de aanplanting van bijna 10.000
bomen in Zambia, dankzij het partnership van de Bank met de
organisatie WeForest.
IJveren voor digitale inclusie
In onze snel evoluerende samenleving is digitalisering onontbeer-
lijk. Vorig jaar creƫerde de Bank een ecosysteem dat bedrijven,
sociale organisaties en overheidsinstanties verenigt die de digitale
kloof willen verkleinen in BelgiĆ«. In 2021 zette DigitAll – zo heet
het initiatief – een nieuwe stap met de gezamenlijke onderteke-
ning van het eerste Charter voor Digitale Inclusie.
25
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Via mecenaat bijdragen aan de financiering van projecten
Met name via het door de Koning Boudewijnstichting beheerde
BNP Paribas Fortis Foundation-fonds, het Venture Philanthropy
Fund, dat door BNP Paribas Fortis Private Banking wordt onder-
steund, en via het Rescue & Recover Fund van de BNP Paribas
Groep verstrekten de Bank en haar medewerkers in 2021
financiƫle steun ten belope van EUR 5,25 miljoen aan diverse
solidariteitsprojecten. Veel medewerkers zetten zich bovendien
in voor solidariteitsacties en stellen hun tijd en competenties
ten dienste van verenigingen. Na de overstromingen in ons
land toonden veel medewerkers hun solidariteit door meer dan
EUR 97.000 te schenken aan het Belgische Rode Kruis en ook
door hulp te bieden aan de slachtoffers op het terrein. De Bank
verleent ook actieve ondersteuning aan microfinanciering. Ze
doet dat voornamelijk via microStart, de eerste instelling voor
microkredieten in Belgiƫ.
BNP Paribas Fortis Foundation-fonds
Sinds 2019 voert de Bank haar filantropische acties vooral uit
via het BNP Paribas Fortis Foundation-fonds, dat in de Koning
Boudewijnstichting is ondergebracht. Het hoofddoel van het fonds
is de strijd tegen de sociale uitsluiting van kansarme kinderen
en jongeren. Via het ā€˜10 Kampioenen’-programma schenken we
jaarlijks aan elk van tien vzw’s EUR 50.000, gespreid over een
periode van twee jaar. Naast die financiĆ«le steun krijgen die vzw’s
ook begeleiding op maat en concrete hulp van medewerkers die
zich vrijwillig willen inzetten voor de vereniging in hun regio.
Voor het zesde jaar op rij steunde BNP Paribas Fortis Foundation
de Back to School-actie, die de vzw Goods to Give organiseerde.
Dankzij giften van bankmedewerkers en van de stichting ter
waarde van EUR 27.615 kregen kansarme kinderen nieuwe
schoolartikelen.
Solidariteit met de slachtoffers van de
overstromingen
Het personeel en de Bank hebben zich ingezet voor de slachtof-
fers van de overstromingen in Belgiƫ deze zomer. De giften van
de medewerkers bereikten het recordbedrag van EUR 97.090,
waaraan de Bank EUR 100.000 en Private Banking EUR 1.000.000
toevoegde, voor een totale schenking van EUR 1.197.090 aan het
Rode Kruis. Dat bedrag is bestemd om de scholen en hun leer-
lingen te ondersteunen die rechtstreeks door de overstromingen
werden getroffen.
Venture Philanthropy Fund
Het Venture Philanthropy Fund werd opgericht in 2009 op initiatief
van de Koning Boudewijnstichting en geniet sinds 2015 de steun
van BNP Paribas Fortis Private Banking. Elk jaar staat de Bank
jaarlijks een deel van de beheerskosten van het BNP Paribas Fortis
Private SRI-dakfonds af aan het Venture Philanthropy Fund van
de Koning Boudewijnstichting. Met onze steun konden 123 sociale
projecten in Belgiƫ worden begeleid, voor een totaalbedrag van
meer dan EUR 8,5 miljoen, waarvan EUR 1,5 miljoen in 2021 naar
25 nieuwe projecten ging. De klanten en medewerkers mogen
elk jaar hun favoriete vereniging kiezen. In 2021 kozen ze voor
het Centrum ā€˜Comprendre et Parler’, dat dove en slechthorende
kinderen en jongeren begeleidt, en voor Oak Tree Projects, een ver-
eniging die zorgbehoevenden huisvest in groepswoningprojecten.
Organisaties steunen door kosten voor
duurzame beleggingsfondsen af te staan
BNP Paribas Fortis staat een deel van de instap- en beheerskosten
van duurzame beleggingsfondsen af aan liefdadigheidsinstel-
lingen : het Rode Kruis/Croix-Rouge, de Stichting tegen Kanker/
Fondation contre le Cancer, microStart en Natuurpunt/Natagora.
In 2021 beliep die steun in totaal EUR 534.135.
26
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
#ourjob2 – 1MillionHours2Help
De #ourjob2-campagne nodigt de medewerkers van de Bank
en de Belgische entiteiten van de BNP Paribas Groep uit om
zich concreet in te zetten voor de maatschappij en het milieu
door deel te nemen aan activiteiten die sensibiliseren voor
maatschappelijke verantwoordelijkheid of het vrijwilligers
-
werkprogramma 1MillionHours2Help. Ondanks de pandemie
namen 9.542 medewerkers deel aan de campagne in 2021. Het
engagement van de medewerkers werd nog versterkt met het
1MillionHours2Help-programma, dat de BNP Paribas Groep lan-
ceerde om elke medewerker de mogelijkheid te bieden een halve
werkdag aan vrijwilligerswerk te doen. De BNP Paribas Groep
streeft naar ƩƩn miljoen gepresteerde uren vrijwilligerswerk. In
2021 presteerden 554 medewerkers in dat kader ruim 2.400 uur
vrijwilligerswerk in vzw’s of bij sociaal ondernemers ondanks de
gezondheidsmaatregelen. Per deelname aan een activiteit in het
kader van de #ourjob2-campagne plant de Bank, in samenwerking
met de organisatie WeForest, een boom in een te herstellen bos in
Zambia. In totaal zijn er sinds 2017 al 117.519 bomen aangeplant
(waarvan 9.297 voor de sensibiliseringscampagne rond duurzame
digitale werkwijzes). Net als vorig jaar vonden in 2021 de meeste
activiteiten op afstand plaats vanwege de pandemie.
Microfinanciering
BNP Paribas Fortis is medeoprichter en hoofdaandeelhouder
van microStart, de belangrijkste instelling voor professioneel
microkrediet in Belgiƫ.
Sinds microStart zijn activiteit in 2011 opstartte, verleende het de
micro-ondernemers van het land EUR 50 miljoen aan kredieten,
steunde het 4.670 ondernemingsprojecten via 6.225 leningen, en
maakte het de creatie mogelijk of gaf het een blijvend karakter
aan meer dan 7.400 banen. De overlevingsgraad op twee jaar
van de ondersteunde ondernemingen bedraagt 70%. In 2021
werden 665 microkredieten toegekend ter ondersteuning van
665 bedrijfsprojecten, voor een totaalbedrag van EUR 6,5 miljoen.
2.500 micro-ondernemers kregen gratis begeleiding van de
experts van MicroStart.
Universitaire leerstoelen
De financiering van universitaire leerstoelen maakt integraal deel
uit van de CSR-strategie van de Bank en van haar verbintenissen
tegenover de maatschappij. Door die leerstoelen te steunen,
brengt de Bank in de grootste steden van het land het weten-
schappelijk onderzoek, het onderwijs en de bedrijven samen rond
nieuwe ontwikkelingen die interessant zijn voor de economie. Via
die partnerships wil ze een brug slaan tussen het bedrijfsleven en
de academische wereld. Eind 2021 steunde de Bank vier universi-
taire leerstoelen. Een daarvan is de leerstoel ā€˜BNP Paribas Fortis
Transport, Logistiek en Haven’ van de Universiteit Antwerpen, die
inmiddels al tien jaar bestaat. Eind 2021 werd aan de VUB (Vrije
Universiteit Brussel) een nieuwe leerstoel gelanceerd rond het
thema digitale inclusie en mensenrechten.
Bijkomende informatie
BNP Paribas Fortis publiceert uitgebreide en bijgewerkte informa-
tie over maatschappelijk verantwoord ondernemen van de bank op
haar bedrijfswebsite (https ://www.bnpparibasfortis.com/our-com-
mitment) samen met de publicatie van een jaarlijks verslag over
maatschappelijk verantwoord ondernemen sinds 2015.
BNP Paribas Fortis draagt bij tot de strategische initiatieven van
de BNP Paribas Groep. Meer informatie is beschikbaar in hoofdstuk
7 van het universele registratiedocument van de BNP Paribas
Groep (’Informatie over de economische, sociale, burgerlijke en
ecologische verantwoordelijkheid van BNP Paribas’), in haar
rapport ā€˜Task Force on Climate Disclosure (TCFD)’ en op haar
bedrijfswebsite.
27
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Veranderingen in de consolidatiekring
Informatie over de veranderingen in de consolidatiekring
wordt verstrekt in toelichting 7.b ā€˜Bedrijfscombinaties en
andere veranderingen in de consolidatiekring’ en toelichting 7.j
ā€˜Consolidatiekring’.
Kredietrating van BNPī€žParibas Fortis per 28/02/2022
Lange-termijn
rating
Voor-
uitzichten
Korte-termijn
rating
Standard & Poor’s A+
Stabiel
outlook
A-1
Moody’s A2
Stabiel
outlook
P-1
Fitch Ratings A+
Stabiel
outlook
F1
De tabel hierboven toont de belangrijkste kredietratings en
vooruitzichten van BNP Paribas op 28 februari 2022.
Elke rating weerspiegelt de mening van het ratingbureau specifiek
op het moment dat de rating werd uitgevaardigd. Verdere uitleg
over de betekenis van deze ratings kan verkregen worden bij het
desbetreffende ratingbureau.
Toekomstgerichte uitspraken
Het dient opgemerkt dat elke uitspraak over toekomstverwach-
tingen en andere toekomstgerichte elementen gebaseerd is op
de huidige inzichten en veronderstellingen van het bedrijf en een
zekere mate van risico en onzekerheid inhouden, vooral gezien
de huidige algemene economische en marktomstandigheden.
28
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Toelichting bij de evolutie van de resultatenrekening
BNP Paribas Fortis realiseerde een nettoresultaat toewijsbaar aan
de aandeelhouders van EUR 2.593 miljoen in 2021, vergeleken met
EUR 1.870 miljoen in 2020, een stijging van EUR 723 miljoen of 39%.
Gelieve ermee rekening te houden dat de commentaren in dit
hoofdstuk geschreven zijn rekening houdend met de financiƫle
staten en bijbehorende toelichtingen. Voor een meer business
georiƫnteerde analyse is het persbericht van BNP Paribas Fortis
beschikbaar op de website van de bank. Deze laatste analyse
spitst zich toe op de onderliggende evolutie, met uitsluiting van
veranderingen in de consolidatiekring (overname, verkoop en
overdracht van activiteiten), impact van wisselkoersevoluties
en eenmalige elementen. Als we deze effecten uitsluiten, toonde
BNP Paribas Fortis een onderliggende stijging van het nettoresul-
taat voor de aandeelhouders met 29% in vergelijking met 2020.
Het bedrijfsresultaat bedroeg EUR 3.476 miljoen in 2021, een stij-
ging van EUR 801 miljoen of 30% vergeleken met EUR 2.675 miljoen
in 2020. De stijging was het gevolg van hogere opbrengsten voor
EUR 519 miljoen of 7%, een lichte toename van de kosten ten
belope van EUR (35) miljoen of 1% en een daling in de risicokosten
voor EUR 317 miljoen of (47%).
Niet-operationele bestanddelen (het aandeel in het nettoresultaat
van ondernemingen waarop de vermogensmutatiemethode wordt
toegepast, de nettowinsten/verliezen op overige vaste activa en
de goodwill) stegen met EUR 129 miljoen, terwijl de vennoot
-
schapsbelasting toenam met EUR (163) miljoen.
De vergelijking tussen de resultaten van 2021 en 2020 werd
beĆÆnvloed door de volgende elementen :
ī‚„ de gezondheidscrisis in 2020 en in 2021 met gevolgen voor
de Belgische, Europese en wereldeconomie ;
ī‚„ enkele wijzigingen in de consolidatiekring, waaronder vooral
Greenval Insurance DAC in de consolidatiekring van Arval
activiteiten ;
ī‚„
wisselkoersschommelingen, en vooral de aanhoudende
depreciatie van de Turkse lira ten opzichte van de euro (van
gemiddeld 8,04 EUR/TRY in 2020 naar gemiddeld 10,49 EUR/
TRY in 2021).
Op basis van de segment informatie werden 50% van de inkomsten
gegenereerd door bankactiviteiten in Belgiƫ, 32% door andere
thuismarkten, 8% door bankactiviteiten in Luxemburg, 8% door
bankactiviteiten in Turkije en 2% in andere segmenten.
De nettorentebaten bedroegen EUR 4.694 miljoen in 2021, en
daalden met EUR (58) miljoen of (1)% in vergelijking met 2020.
Exclusief de impact van de veranderingen in de consolidatiekring
(EUR 2 miljoen) en het wisselkoerseffect van de Turkse Lira (EUR
(159) miljoen)), stegen de netto rentebaten met EUR 99 miljoen.
In Belgiƫ daalden de nettorentebaten licht door de aanhoudende
lage interestomgeving. Er was een positieve evolutie van de rente-
lasten op thesaurieleningen met centrale banken. Daartegenover
waren er lagere rentebaten op klantenleningen (hoofdzakelijk
termijn- en hypotheekleningen) vooral als gevolg van de lagere
rentemarges.
Buiten Belgiƫ namen de nettorentebaten toe, vooral door de groei
van de activiteiten bij Leasing Solutions en Personal Finance, en
ook in Turkije wanneer het wisselkoerseffect van de Turkse lira
wordt uitgesloten, en ondanks een daling in Luxemburg door de
aanhoudende lage interestomgeving.
De netto-inkomsten uit commissies bedroegen EUR 1.395 miljoen
in 2021, een stijging met EUR 121 miljoen in vergelijking met 2020.
Exclusief de impact van de veranderingen in de consolidatiekring
(EUR (8) miljoen) en het wisselkoerseffect van de Turkse lira (EUR
(30) miljoen), stegen de netto-inkomsten uit commissies met
EUR 159 miljoen.
In Belgiƫ was er een stijging in de commissies voor adviesverlening
en beheer van activa.
Buiten Belgiƫ is de stijging van netto-inkomsten uit commissies
vooral te danken aan bankactiviteiten in Luxemburg, en ook in
Turkije wanneer het wisselkoerseffect van de Turkse lira wordt
uitgesloten.
De nettoresultaten op financiƫle instrumenten gewaardeerd aan
reƫle waarde met waardeveranderingen via de resultatenreke-
ning bedroegen EUR 196 miljoen, een stijging van EUR 15 miljoen
in vergelijking met 2020. Exclusief de impact van de veranderingen
in de consolidatiekring (EUR 1 miljoen) en het wisselkoerseffect
van de Turkse lira (EUR 17 miljoen), daalden de nettoresultaten
op financiƫle instrumenten gewaardeerd aan reƫle waarde met
waardeveranderingen via de resultatenrekening met EUR (3)
miljoen. Deze afname is voornamelijk toe te schrijven aan de
herwaardering van aandeelinstrumenten verplicht geclassificeerd
tegen reƫle waarde met waardeveranderingen via de resultaten-
rekening in Belgiƫ. Buiten Belgiƫ is de algemene daling vooral toe
te schrijven aan Turkije door lagere resultaten op interest rate
swaps en cross currency swaps.
29
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
De nettoresultaten van financiƫle instrumenten aan reƫle waarde
met waardeveranderingen in het eigen vermogen bedroegen
EUR 37 miljoen in 2021, een toename met EUR 26 miljoen in ver
-
gelijking met 2020. Het resultaat voor 2021 werd gekenmerkt door
hogere kapitaalwinsten dan in 2020, niet alleen op de verkoop
van vastrentende effecten, maar ook op inkomsten uit dividenden,
voornamelijk in Belgiƫ.
De nettoresultaten uit de afboeking van financiƫle activa aan
geamortiseerde kostprijs bedroegen EUR 2 miljoen in 2021
vergeleken met EUR (5) miljoen in 2020.
De nettoresultaten uit verzekeringsactiviteiten bedroegen
EUR 80 miljoen in 2021. Greenval Insurance DAC, de enige die bij-
draagt tot deze rubriek, werd in december 2020 door BNP Paribas
Ireland verkocht aan Arval Service Lease. Greenval Insurance DAC
is een verzekeringsmaatschappij voor motorvoertuigen geregis-
treerd in Ierland, en gericht op klanten van Arval.
De nettobaten uit overige activiteiten bedroegen EUR 2.008 miljoen
in 2021, een stijging met EUR 328 miljoen (of 20%) in vergelijking
met 2020. De belangrijste bijdrage wordt geleverd door Arval
binnen de andere thuismarkten, waar de opbrengsten werden
gesteund door de prijsstiiging van tweedehands wagens en de
aanhoudende groei van de gefinancierde vloot.
De personeelskosten en kosten van personeelsvoordelen bedroe-
gen EUR (2.402) miljoen in 2021, een daling van EUR 8 miljoen in
vergelijking met 2020. Exclusief de impact van de veranderingen
in de consolidatiekring (EUR (8) miljoen) en het wisselkoerseffect
van de Turkse lira (EUR 53 miljoen), was er een toename van EUR
(37) miljoen. In Belgiƫ was er een daling in de personeelskosten
door het lager aantal VTE’s.
Buiten Belgiƫ was er een algmene toename van de personeels-
kosten bij andere thuismarkten met meer VTE’s dan in 2020
om de groei van de business te ondersteunen, afgezwakt door
een afname in Luxemburg, in Turkije en bij Personal Finance
vooral door een daling in VTE’s. Exclusief het wisselkoerseffect
van de Turkse lira was er een stijging in Turkije vooral door de
hogere inflatie.
De overige bedrijfskosten bedroegen EUR (1.814) miljoen in
2021, een stijging van EUR (63) miljoen in vergelijking met 2020.
Exclusief de impact van de veranderingen in de consolidatiekring
(EUR (7) miljoen) en het wisselkoerseffect van de Turkse lira
(EUR 33 miljoen), stegen de overige bedrijfskosten met EUR (89)
miljoen. In Belgiƫ was er een lichte daling : de stijging van de
banktaksen en heffingen werd gecompenseerd door de daling
van de overige bedrijfskosten.
Buiten Belgiƫ stegen de overige bedrijfskosten door ondermeer
de groei van activiteiten in andere thuismarkten, alsook hogere
IT-kosten, banktaksen in Luxemburg, en de hogere inflatie in
Turkijke wanneer het wisselkoerseffect van de Turkse lira wordt
uitgesloten.
De afschrijvingslasten bedroegen EUR (361) miljoen in 2021,
versus EUR (381) miljoen vorig jaar, een daling van EUR 20 miljoen.
De risicokost bedroeg EUR (359) miljoen in 2021, een daling van
EUR 317 miljoen in vergelijking met 2020. Exclusief het wissel-
koerseffect van de Turkse lira (EUR 42 miljoen), was er een netto
afname van EUR 275 miljoen.
Stadium 1 en 2 provisies werden hoofdzakelijk beĆÆnvloed door een
de bijwerking van het macro-economische scenario.
Buiten Belgiƫ, waren de risicokosten ook lager vooral dankzij
lagere voorzieningen in stadium 3 terwijl de voorzieningen in
stadia 1 & 2 redelijk stabiel bleven met een beperkte stijging bij
Arval en in Turkije, gecompenseerd door een daling in Luxemburg
en bij Leasing Solutions.
Het aandeel in het nettoresultaat van ondernemingen waarop
vermogensmutatie wordt toegepast bedroeg EUR 322 miljoen
in 2021, evenveel als in 2021. De daling In Belgiƫ en de lagere
bijdrage van de entiteit in Polen werden gecompenseerd door
hogere bijdragen van andere ondernemingen met de belangrijkste
stijging bij AG Insurance.
De nettowinsten op overige vaste activa bedroegen EUR 15 miljoen
in 2021 versus EUR (114) miljoen in 2020. Deze toename is voor-
namelijk te wijten aan de participatie in bpost bank : eind 2020
heeft BNP Paribas Fortis een niet-bindende intentieverklaring
getekend ter overname van de resterende 50% van de aandelen
van bpost bank nog in handen van Bpost. Dit leidde tot een waar-
devermindering van EUR 130 miljoen van ons huidige aandeel.
De vennootschapsbelasting bedroeg in 2021 EUR (752) miljoen
vergeleken met EUR (589) miljoen in 2020, een stijging van EUR
(163) miljoen. Exclusief het aandeel in het nettoresultaat van
ondernemingen waarop de vermogensmutatiemethode wordt
toegepast (gerapporteerd na aftrek van winstbelastingen),
bedroeg het effectief vennootschapsbelastingtarief 22% in 2020
(22% in 2020).
Het nettoresultaat toewijsbaar aan de minderheidsbe-
langen bedroeg EUR 468 miljoen in 2021, vergeleken met
EUR 424 miljoen in 2020.
Het nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhou-
ders bedroeg EUR 2.593 miljoen in 2021, vergeleken met
EUR 1.870 miljoen in 2020.
30
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Toelichting bij de evolutie van de balans
Het balanstotaal van BNP Paribas Fortis bedroeg op 31 december
2021 EUR 341,6 miljard, een stijging met EUR 6,5 miljard of 2,0%
in vergelijking met EUR 335,1 miljard op 31 december 2020.
Op basis van de segmentinformatie droegen de bankactiviteiten in
Belgiƫ voor 66% bij aan de activa, andere thuismarkten voor 17%,
de bankactiviteiten in Luxemburg voor 10%, de bankactiviteiten
in Turkije voor 4% en de andere segmenten voor 3%.
Activa
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken bedroegen
EUR 61,3 miljard, een stijging met EUR 11,2 miljard in vergelijking
met 31 december 2020. Deze toename is voornamelijk toe te
wijzen aan het surplus in contanten dat geplaatst werd bij de
centrale bank, voornamelijk in Belgiƫ en in Luxemburg.
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met waardeveran-
deringen in de resultatenrekening bedroegen EUR 13,6 miljard,
een daling met EUR (4,2) miljard ten opzichte van vorig jaar. De
afname van EUR (4,2) miljard in ā€˜Afgeleide financiĆ«le instrumenten’
werd voornamelijk veroorzaakt door de stijging van de rentecurve
die op symmetrische wijze zowel de reƫle waarde van afgeleide
financiële instrumenten op de actief- en passiefzijde beïnvloedde.
Financiƫle afdekkingderivaten daalden met EUR (1,2) miljard
en bedroegen EUR 2,0 miljard op de actiefzijde, terwijl op de
passiefzijde ook een afname van EUR (2,0) miljard plaatsvond.
Het nettobedrag van die twee rubrieken vertoonde een stijging
in de reƫle waarde van derivaten die worden gebruikt voor afdek-
kingsdoeleinden van EUR 0,8 miljard, voornamelijk door de stijging
van de rentecurve.
Financiƫle activa tegen reƫle waarde met waardeveranderin-
gen in het eigen vermogen daalden met EUR (1,9) miljard naar
EUR 7,9 miljard ten gevolge van de aankoop en terugbetalingen
van staatsobligaties, in Belgiƫ, Luxemburg en Turkije.
Financiƫle activa tegen geamortiseerde kostprijs bedroegen
EUR 213,2 miljard op 31 december 2021, een toename van
EUR 2,6 miljard in vergelijking met EUR 210,7 miljard op
31 december 2020.
Leningen en vorderingen aan klanten bedroegen EUR 194,1
miljard, een stijging met EUR 5,4 miljard, vooral gerelateerd aan
de toename van hypotheek- en termijnleningen verstrekt in Belgiƫ
en de toename in factoringkredieten verstrekt door de factoringen-
titeiten. Buiten Belgiƫ, zijn leningen en vorderingen voornamelijk
toegenomen in Luxemburg, gedragen door hypothecaire en ter-
mijnkredieten, bij Leasing Solutions, en in Turkije wanneer het
wisselkoerseffect van de Turkse lira wordt uitgesloten, gedragen
door termijn- en consumptieleningen. Daarnaast zijn de lenin-
gen en vorderingen aan kredietinstellingen afgenomen met
EUR (1,1) miljard door lagerer interbancaire leningen in Belgiƫ.
Schuldbewijzen aan geamortiseerde kostprijs zijn afgenomen met
EUR (1,7) miljard, volgend op de verkoop en terugbetalingen van
staatsobligaties vooral in Belgiƫ.
Actuele en uitgestelde belastingen bedroegen EUR 1,3 miljard, een
daling met EUR (0,3) miljard in vergelijking met EUR 1,6 miljard
op 31 december 2020.
Overlopende rekeningen en overige activa bedroegen EUR 9,2
miljard op 31 december 2021, een daling van EUR (1,2) miljard in
vergelijking met EUR 10,4 miljard op 31 december 2020.
Deelnemingen in ondernemingen waarop de vermogensmuta-
tie wordt toegepast stegen met EUR 0,1 miljard en bedroegen
EUR 3.8 miljard.
Materiƫle en immateriƫle vaste activa en vastgoedbeleggingen
bedroegen EUR 26,1 miljard op 31 december 2021, een stijging
met EUR 2,2 miljard in vergelijking met EUR 23,9 miljard op
31 december 2020. Deze stijging was te danken aan de groei van
de gefinancierde vloot bij Arval in andere thuismarkten.
Verplichtingen en eigen vermogen
Deposito’s van centrale banken bedroegen EUR 0,4 miljard, een
stijging met EUR 0,3 miljard in vergelijking met EUR 0,1 miljard
op 31 december 2020.
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met waardeveran-
deringen in de resultatenrekening daalden met EUR (3,6) miljard
tot EUR 22,4 miljard op 31 december 2021 in vergelijking met
EUR 26,0 miljard op 31 december 2020. De afname van EUR (4,1)
miljard in ā€˜Afgeleide financiĆ«le instrumenten’ houdt voornamelijk
verband met de stijging van de rentecurve die op symmetrische
wijze zowel de reƫle waarde van afgeleide financiƫle instrumenten
op de actief- als passiefzijde beĆÆnvloedde.
Financiƫle verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs
bedroegen EUR 270,8 miljard op 31 december 2021, een stijging
met EUR 11,7 miljard in vergelijking met EUR 259,1 miljard op
31 december 2020.
31
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Schulden aan klanten stegen met EUR 5,3 miljard, voornamelijk
toe te schrijven aan een stijging van de zicht- en spaarrekenin-
gen die een afname van de termijnrekeningen compenseerde,
vooral in Belgiƫ. Buiten Belgiƫ was er een stijging in Luxemburg
en in Turkije wanneer het wisselkoerseffect van de Turkse lira
wordt uitgesloten, in beide gevallen gedragen door de zicht- en
termijnrekeningen.
Schulden aan kredietinstellingen stegen met EUR 5,8 miljard,
vooral door een toename van interbancaire leningen in Belgiƫ
ondermeer als gevolg van de inschrijving op TLTRO III (Targeted
Longer-Term Refinancing Operations).
Schuldbewijzen en achtergestelde schulden bleven stabiel en
bedroegen respectievelijk EUR 12,9 miljard en EUR 2,3 miljard. De
daling in Belgiƫ door terugbetalingen werd gecompenseerd door
een stijging van de uitgifte van schuldbewijzen bij Arval.
Overlopende rekeningen en overige verplichtingen daalden met
EUR (0,2) miljard tot EUR 8,0 miljard op 31 december 2021 in
vergelijking met EUR 8,2 miljard op 31 december 2020.
Voorzieningen voor risico’s en kosten bedroegen EUR 4,2 miljard,
een lichte afname van EUR (0,1) miljard in vergelijking met de
situatie op 31 december 2020.
Het eigen vermogen bedroeg op 31 december 2021 EUR 25,9
miljard, een stijging van EUR 1,4 miljard of 5,6% in vergelijking met
EUR 24,5 miljard op 31 december 2020. Totaal kapitaal, ingehou-
den winsten and resultaat van de periode werden beĆÆnvloed door
het nettoresultaat toe te rekenen aan aandeelhouders voor het
jaar 2021 (EUR 2,6 miljard) en de uitkering van dividenden in de
loop van 2021 (EUR (0,9) miljard). Valutaomrekeningsverschillen
hadden een negatieve invloed op het eigen vermogen van EUR
(0,3) miljard, vooral te wijten aan de nadelige impact van de
depreciatie van de Turkse lira.
Minderheidsbelangen bleven stabiel op EUR 5,3 miljard op
31 december 2021.
Liquiditeit en solvabiliteit
Om mogelijke gevolgen van de sanitaire crisis voor de liquiditeit
van de BNP Paribas Groep te voorkomen, heeft BNP Paribas Fortis
in 2020 de nauwgezette monitoring van haar liquiditeitsposi-
tie verder versterkt met specifieke comitƩs waarbij het senior
management van de Bank betrokken is. Gedurende de periode,
met een sterk blijvende liquiditeitspositie van de Bank en een
hoog liquiditeitsoverschot, ontwikkelde de BNP Paribas Fortis haar
financieringsactiviteit en ondersteunde daardoor de economie.
De liquiditeit van BNP Paribas Fortis bleef sterk met klanten-
deposito’s voor EUR 199 miljard en leningen aan klanten voor
EUR 194 miljard.
De klantendeposito’s bestaan uit schulden aan klanten exclusief
terugkoopovereenkomsten. De leningen aan klanten zijn leningen
aan en vorderingen op klanten exclusief ā€˜effecten geclassificeerd
als leningen en vorderingen’ en terugkoopovereenkomsten.
De solvabiliteit van BNP Paribas Fortis bleef ruim boven de wette-
lijke minima. Op 31 december 2021 bedroeg de afgebouwde Basel
III Common Tier 1 kapitaalratio (CET1 ratio : rekening houdend
met de CRD4-regels op tijdelijke voorzieningen) van BNP Paribas
Fortis 18,0%. Het totaal van de naar risico gewogen activa bedroeg
EUR 120,9 miljard op 31 december 2021 waarvan EUR 95,5 miljard
verbonden is aan het kredietrisico, EUR 1,2 miljard aan het markt-
risico en EUR 8,5 miljard aan het operationeel risico, terwijl het
tegenpartijrisico, effectiserings- en aandelenrisico respectievelijk
EUR 1,7 miljard, EUR 1,2 miljard en EUR 12,8 miljard bedroegen.
32
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Voornaamste risico’s en onzekerheden
De activiteiten van BNP Paribas Fortis zijn blootgesteld aan een
aantal risico’s zoals kredietrisico, marktrisico, liquiditeitsrisico
en operationeel risico. Om ervoor te zorgen dat deze risico’s
geĆÆdentificeerd en naar behoren beheerd en gecontrolleerd
worden, past de Bank een aantal interne controleprocedures toe
en gebruikt ze een hele reeks risico-indicatoren, die nader worden
beschreven in het hoofdstuk ā€˜Risicobeheer en kapitaalvereisten’
van de geconsolideerde jaarrekening van BNP Paribas Fortis 2021.
BNP Paribas Fortis is als verweerder betrokken bij verscheidene
claims, geschillen en rechtszaken in Belgiƫ en in enkele rechts-
gebieden in het buitenland, die zijn ontstaan tijdens de gewone
bedrijfsvoering van de bankactiviteit. Dit wordt nader beschreven
in toelichting 7.a ā€˜Voorwaardelijke verplichtingen : juridische
geschillen en arbitrage’’ van de geconsolideerde jaarrekening
van BNP Paribas Fortis 2021 en in het afzonderlijke document
ā€˜Pillar 3 disclosure’ 2021 van BNP Paribas Fortis.
Sinds februari 2020 wordt Europa sterk getroffen door de
COVID-19-epidemie. BNP Paribas Fortis volgt de situatie op de
voet en blijft in het bijzonder zijn klanten begeleiden in deze
moeilijke periode.
33
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
BERICHT VAN DE RAAD VAN BESTUUR
De Raad van Bestuur van BNP Paribas Fortis is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde
jaarrekening van BNP Paribas Fortis per 31 december 2021 in overeenstemming met de International
Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard binnen de Europese Unie en de niet-geconsolideerde
jaarrekening van BNP Paribas Fortis per 31 december 2021 in overeenstemming met de regels vastgelegd
in het Koninklijk Besluit van 23 september 1992 op de jaarrekening van de kredietinstellingen.
De Raad van Bestuur heeft op 10 maart 2022 de geconsolideerde en niet-geconsolideerde jaarrekening van
BNP Paribas Fortis beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.
De Raad van Bestuur van BNP Paribas Fortis verklaart dat, naar zijn beste weten, de geconsolideerde
jaarrekening van BNP Paribas Fortis en de niet-geconsolideerde jaarrekening van BNP Paribas Fortis een
getrouw en juist beeld geven van de activa, verplichtingen, financiƫle positie en resultatenrekening van
BNP Paribas Fortis en de in de consolidatie opgenomen verbintenissen, en dat de informatie die in deze
jaarrekening is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om significant de
reikwijdte van enige verklaring aan te passen.
De Raad van Bestuur van BNP Paribas Fortis verklaart eveneens dat, naar zijn beste weten, het verslag
van de Raad van Bestuur een juist beeld geeft van de ontwikkeling, resultaten en positie van BNP Paribas
Fortis en van de verbintenissen die in de consolidatie zijn opgenomen, samen met een beschrijving van de
belangrijkste risico’s en onzekerheden waarmee zij wordt geconfronteerd.
De geconsolideerde jaarrekening van BNP Paribas Fortis en de niet-geconsolideerde jaarrekening van
BNP Paribas Fortis per 31 december 2021 zullen ter informatie en goedkeuring worden voorgelegd aan de
Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 21 april 2022.
Brussel, 10 maart 2022
De Raad van Bestuur van BNP Paribas Fortis
34
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
VERKLARING INZAKE CORPORATE GOVERNANCE
BNP Paribas Fortis past de ā€˜Belgische Corporate Governance Code 2020’ (hierna de ā€˜ Code ’) toe.
De Code is te raadplegen op https ://www.corporategovernancecommittee.be/nl.
1. Naleving van de Code
BNP Paribas Fortis meent te voldoen aan de meeste beginselen
van de Code. De belangrijkste afwijking heeft betrekking op
Principe 8 van de Code ā€œDe vennootschap draagt zorg voor een
gelijke behandeling van alle aandeelhouders en eerbiedigt hun
rechten.ā€ De reden waarom BNP Paribas Fortis niet alle bepalingen
van Principe 8 van de Code volledig naleeft, is gerelateerd aan
het aandeelhouderschap van BNP Paribas Fortis, meer bepaald
aan het feit dat BNP Paribas SA, een naamloze vennootschap
gevestigd in Parijs (75009, Frankrijk), Boulevard des Italiens 16,
en geregistreerd onder nummer 662 042 449 RCS Paris, 99,94%
van de aandelen van BNP Paribas Fortis bezit. De resterende 0,06%
van de aandelen zijn in handen van minderheidsaandeelhouders.
Desondanks communiceert BNP Paribas Fortis voortdurend met
haar diverse stakeholders via de website en andere media en ant-
woordt actief op de vragen van haar minderheidsaandeelhouders
tijdens de algemene vergaderingen van aandeelhouders.
Het Corporate Governance Charter van BNP Paribas Fortis is
beschikbaar op haar website.
BNP Paribas SA zelf is een op Euronext genoteerd bedrijf. Dit
impliceert dat BNP Paribas Fortis, haar bestuurders en personeel,
bepaalde wettelijke bepalingen aangaande de bekendmaking van
gevoelige informatie aan de markt, in acht moeten nemen. De
Raad van Bestuur van BNP Paribas Fortis is evenwel vastbesloten
de belangen van alle aandeelhouders van BNP Paribas Fortis
ten allen tijde te beschermen en zal hen de nodige informatie
en voorzieningen verschaffen om hun rechten uit te oefenen, in
overeenstemming met het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen.
BNP Paribas Fortis heeft geen transparantieverklaringen ontvan-
gen in de zin van de Wet van 2 mei 2007 over de bekendmaking
van belangrijke deelnemingen.
2. Bestuursorganen
Raad van Bestuur
Rol en verantwoordelijkheden
In het algemeen is de Raad van Bestuur verantwoordelijk voor
BNP Paribas Fortis en dit overeenkomstig de toepasselijke wet-
geving. Meer specifiek, en conform artikel 23 van de Wet van
25 april 2014 op het wettelijke statuut van en het toezicht op
kredietinstellingen en beursvennootschappen (de ā€˜Bankwet’),
bepaalt en controleert de Raad van Bestuur onder andere :
ī‚„ de strategie en doelstellingen van BNP Paribas Fortis ;
ī‚„
het risicobeleid (inclusief de risicotolerantie) van
BNP Paribas Fortis ;
ī‚„
de organisatie van BNP Paribas Fortis voor het verlenen of
verrichten van beleggingsdiensten en-activiteiten ;
ī‚„ het integriteitsbeleid ;
ī‚„
het BNP Paribas Fortis Intern Governance Memorandum
en Corporate Governance Charter, evenals het Beleid
inzake de vereiste kennis, vaardigheden en ervaring van de
bestuursleden.
Criteria inzake grootte en lidmaatschap
De Raad van Bestuur van BNP Paribas Fortis bestaat uit niet
minder dan vijf (5) en niet meer dan vijfendertig (35) bestuurders
(rechtspersonen kunnen geen lid zijn van de Raad van Bestuur).
Bestuurders worden benoemd voor ƩƩn (1) of meerdere her-
nieuwbare termijnen, waarbij elke termijn niet meer dan vier (4)
volledige boekjaren van BNP Paribas Fortis telt.
De samenstelling van de Raad van Bestuur van BNP Paribas
Fortis dient een evenwichtige mix te zijn van (i) vaardigheden
en bekwaamheden, (ii) geslacht, en (iii) niet-uitvoerende en
uitvoerende bestuurders, al dan niet onafhankelijk. De meerder-
heid van de Raad van Bestuur mag niet bestaan uit uitvoerende
bestuurders.
Op 10 maart 2022 bestaat de Raad van Bestuur van BNP Paribas
Fortis uit vijftien (15) leden, onder wie vijf (5) vrouwen.
Verder bestaat hij uit negen (9) niet-uitvoerende bestuurders,
onder wie vier (4) onafhankelijke bestuurders in de betekenis van
de Code en zes (6) uitvoerende bestuurders.
35
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Alle bestuurders moeten in alle omstandigheden beschikken over
de passende deskundigheid en de professionele betrouwbaarheid,
vereist voor de uitoefening van hun functie. Elk van hen wordt
gepreselecteerd en beoordeeld op basis van vooraf bepaalde
selectiecriteria. Een bestuurder wordt geacht over de ā€˜passende
deskundigheid’ te beschikken indien hij beschikt over de vereiste
kennis, ervaring en deskundigheid en indien hij het professioneel
gedrag, gepast voor de uitoefening van het bestuursmandaat,
vertoont. Een bestuurder wordt als ā€˜professioneel betrouwbaar’
beschouwd als er geen elementen het tegendeel suggereren en
er geen reden is om de reputatie van de betrokken bestuurder in
twijfel te trekken.
BNP Paribas Fortis zal de geschiktheid van elke kandidaat-be-
stuurder beoordelen en evalueren (ook bij herbenoeming) alvorens
de persoon tot bestuurder te benoemen. BNP Paribas Fortis
beoordeelt elke bestuurder gedurende zijn volledige mandaat,
en voert daarnaast minstens jaarlijks een periodieke evaluatie uit.
Tenslotte vindt een herevaluatie plaats, telkens wanneer nieuwe
elementen dit vereisen.
De benoemingsbeslissing is voorts onderworpen aan een geschikt-
heidsbeoordeling uitgevoerd door de bevoegde toezichthouder.
Samenstelling
Op 10 maart 2022 is de Raad van Bestuur als volgt samengesteld :
DAEMS Herman
Voorzitter van de Raad van Bestuur. Niet-uitvoerend bestuurder.
Lid van de Raad van Bestuur sinds 14 mei 2009.
Het huidig mandaat werd hernieuwd op 23 april 2020.
Het zal verstrijken op het einde van de jaarlijkse algemene
vergadering van aandeelhouders van 2024.
JADOT Maxime
Uitvoerend bestuurder. Voorzitter van het DirectiecomitƩ.
Lid van de Raad van Bestuur sinds 13 januari 2011.
Het huidig mandaat werd hernieuwd op 18 april 2019.
Het zal op het einde van de jaarlijkse algemene vergadering
van aandeelhouders van 2023 verstrijken.
ANSEEUW Michael
Uitvoerend bestuurder.
Lid van de Raad van Bestuur sinds 19 april 2018.
Het mandaat zal op het einde van de jaarlijkse algemene
vergadering van aandeelhouders van 2022 verstrijken.
d’ASPREMONT LYNDEN Antoinette
Onafhankelijk niet-uitvoerend bestuurster.
Lid van de Raad van Bestuur sinds 19 april 2012.
Het huidig mandaat werd hernieuwd op 23 april 2020.
Het zal op het einde van de jaarlijkse algemene vergadering
van aandeelhouders van 2024 verstrijken.
AUBERNON Dominique
Niet-uitvoerend bestuurster.
Lid van de Raad van Bestuur sinds 21 april 2016.
Het huidig mandaat werd hernieuwd op 23 april 2020.
Het mandaat zal op het einde van de jaarlijkse algemene
vergadering van aandeelhouders van 2024 verstrijken.
BEAUVOIS Didier
Uitvoerend bestuurder.
Lid van de Raad van Bestuur sinds 12 juni 2014.
Het huidig mandaat werd hernieuwd op 18 april 2019.
Het zal op het einde van de jaarlijkse algemene vergadering
van aandeelhouders van 2023 verstrijken.
BOOGMANS Dirk
Onafhankelijk niet-uitvoerend bestuurder.
Lid van de Raad van Bestuur sinds 1 oktober 2009.
Het huidig mandaat werd hernieuwd op 23 april 2020.
Het zal op het einde van de jaarlijkse algemene vergadering
van aandeelhouders van 2024 verstrijken.
de CLERCK Daniel
Uitvoerend bestuurder.
Lid van de Raad van Bestuur sinds 12 december 2019.
Het mandaat zal op het einde van de jaarlijkse algemene
vergadering van aandeelhouders van 2023 verstrijken.
DECRAENE Stefaan
Niet-uitvoerend bestuurder.
Lid van de Raad van Bestuur sinds 18 april 2013.
Het huidig mandaat werd hernieuwd op 22 april 2021.
Het zal op het einde van de jaarlijkse algemene vergadering
van aandeelhouders van 2025 verstrijken.
36
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
DUTORDOIR Sophie
Onafhankelijk niet-uitvoerend bestuurster.
Lid van de Raad van Bestuur sinds 30 november 2010.
Het huidig mandaat werd hernieuwd op 18 april 2019.
Het zal op het einde van de jaarlijkse algemene vergadering
van aandeelhouders van 2023 verstrijken.
MERLO Sofia
Niet-uitvoerend bestuurster.
Lid van de Raad van Bestuur sinds 21 april 2016.
Het huidig mandaat werd hernieuwd op 23 april 2020.
Het zal op het einde van de jaarlijkse algemene vergadering
van aandeelhouders van 2024 verstrijken.
VAN AKEN Piet
Uitvoerend bestuurder.
Lid van de Raad van Bestuur sinds 3 juni 2016.
Het huidig mandaat werd hernieuwd op 23 april 2020.
Het mandaat zal op het einde van de jaarlijkse algemene
vergadering van aandeelhouders van 2024 verstrijken.
VAN WAEYENBERGE Titia
Onafhankelijk niet-uitvoerend bestuurster.
Lid van de Raad van Bestuur sinds 18 april 2019.
Het mandaat zal op het einde van de jaarlijkse algemene
vergadering van aandeelhouders van 2023 verstrijken.
VARƈNE Thierry
Niet-uitvoerend bestuurder.
Lid van de Raad van Bestuur sinds 14 mei 2009.
Het huidig mandaat werd vernieuwd op 23 april 2020.
Het zal op het einde van de jaarlijkse algemene vergadering
van aandeelhouders van 2024 verstrijken.
VERMEIRE StƩphane
Uitvoerend bestuurder.
Lid van de Raad van Bestuur sinds 19 april 2018.
Het mandaat zal op het einde van de jaarlijkse algemene
vergadering van aandeelhouders van 2022 verstrijken.
Tussen 1 januari 2021 en 31 december 2021 was de Raad van
Bestuur als volgt samengesteld :
DAEMS, Herman
Voorzitter van de Raad van Bestuur
JADOT, Maxime
Uitvoerend bestuurder en voorzitter van het DirectiecomitƩ
ANSEEUW, Michael
Uitvoerend bestuurder
d’ASPREMONT LYNDEN, Antoinette
Onafhankelijk niet-uitvoerend bestuurster
AUBERNON, Dominique
Niet-uitvoerend bestuurster
BEAUVOIS, Didier
Uitvoerend bestuurder
BOOGMANS, Dirk
Onafhankelijk niet-uitvoerend bestuurder
de CLERCK, Daniel
Uitvoerend bestuurder
DECRAENE, Stefaan
Niet-uitvoerend bestuurder
DUTORDOIR, Sophie
Onafhankelijk niet-uitvoerend bestuurster
LABORDE, Thierry
Niet-uitvoerend bestuurder tot 18 mei 2021
MERLO, Sofia
Niet-uitvoerend bestuurster
VAN AKEN, Piet
Uitvoerend bestuurder
VAN WAEYENBERGE, Titia
Niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurster
VARƈNE, Thierry
Niet-uitvoerend bestuurder
VERMEIRE, StƩphane
Uitvoerend bestuurder
37
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Aanwezigheid op de vergaderingen
De Raad van Bestuur vergaderde veertien (14) keer in 2021. De
aanwezigheid op deze vergaderingen was als volgt :
Bestuurder
Aantal
bijgewoonde
vergaderingen
DAEMS, Herman 14
JADOT, Maxime 14
ANSEEUW, Michael 14
d’ASPREMONT LYNDEN, Antoinette 14
AUBERNON, Dominique 14
BEAUVOIS, Didier 14
BOOGMANS, Dirk 14
de CLERCK, Daniel 13
DECRAENE, Stefaan 14
DUTORDOIR, Sophie 13
LABORDE, Thierry (tot 18 mei 2021) 9
MERLO, Sofia 12
VAN AKEN, Piet 13
VAN WAEYENBERGE, Titia 14
VARENE, Thierry 13
VERMEIRE, StƩphane 14
Evaluatie van de Raad van Bestuur en van
de bestuurders
Minstens eenmaal per jaar voeren het Governance en
BenoemingscomitƩ en de Raad van Bestuur een evaluatie uit van
de Raad van Bestuur en van alle bestuurders. Bij deze evaluatie
wordt rekening gehouden met elk feit dat de eerder gemaakte
geschiktheidsbeoordeling zou kunnen beĆÆnvloeden, en wordt
ook nagegaan of ieder van hen de nodige tijd en inspanningen
heeft besteed om zijn mandaat naar behoren uit te oefenen. Als
onderdeel van deze jaarlijkse evaluatie worden aanbevelingen
geformuleerd inzake het beheren van en het remediƫren aan
eventueel vastgestelde zwaktes.
De laatste evaluatie van de Raad van Bestuur werd afgerond
in oktober 2021 en die van de individuele bestuurders in
februari 2022.
Bezoldiging
Informatie over de totale bezoldiging voor het boekjaar 2021,
inclusief de bezoldiging, voordelen in natura en pensioenkosten,
van alle bestuurders, betaald en betaalbaar door BNP Paribas
Fortis, is te vinden in toelichting 7.f ā€˜Bezoldigingen en voordelen
aan de bedrijfsleiders van BNP Paribas Fortis’ van de geconsoli-
deerde jaarrekening van BNP Paribas Fortis.
DirectiecomitƩ
Rol en verantwoordelijkheden
Overeenkomstig artikel 24 van de Bankwet en artikel 21 van de
Statuten van BNP Paribas Fortis, heeft de Raad van Bestuur een
DirectiecomitƩ opgericht. De leden van het DirectiecomitƩ worden
hierna de ā€˜uitvoerende bestuurders’ genoemd.
Grootte- en lidmaatschapscriteria
Het DirectiecomitƩ bestaat uitsluitend uit uitvoerende bestuurders
van BNP Paribas Fortis. In overeenstemming met artikel 24, §2 van
de Bankwet moet het totale aantal leden van het DirectiecomitƩ
kleiner zijn dan de helft van het totale aantal bestuurders.
Verder moet het DirectiecomitƩ het aantal leden beperkt houden
om ervoor te zorgen dat dit comitƩ effectief en met de vereiste
flexibiliteit werkt.
Vermits alle leden van het DirectiecomitƩ als effectieve leiders
beschouwd worden, gelden bovenop de geschiktheidscriteria die
in het algemeen worden opgelegd aan bestuurders, bepaalde bij-
komende geschiktheidscriteria. De beslissing om een uitvoerende
bestuurder al dan niet te benoemen, behoort tot de bevoegdheid
van de Raad van Bestuur, die zich zal steunen op een aanbeveling
van het Governance en BenoemingscomitƩ. Deze beslissing is
verder onderworpen aan een geschiktheidsbeoordeling door de
bevoegde toezichthouder.
38
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Samenstelling
Op 10 maart 2022 is het DirectiecomitƩ als volgt samengesteld :
JADOT Maxime
Uitvoerend bestuurder en voorzitter van het DirectiecomitƩ
ANSEEUW Michael
Uitvoerend bestuurder
BEAUVOIS Didier
Uitvoerend bestuurder
de CLERCK Daniel
Uitvoerend bestuurder
VAN AKEN Piet
Uitvoerend bestuurder
VERMEIRE StƩphane
Uitvoerend bestuurder
Andere comitƩs van de
Raad van Bestuur
Artikel 27 van de Bankwet bepaalt dat de Raad van Bestuur vier
(4) comitƩs dient op te richten : een auditcomitƩ, een risicocomitƩ,
een remuneratiecomitƩ en een benoemingscomitƩ.
Het bestaan van deze comitƩs beperkt geenszins de bevoegdheid
van de Raad om, indien en wanneer nodig, nog meer comitƩs ad
hoc op te richten met het oog op specifieke aangelegenheden.
De Raad van Bestuur heeft van dit recht gebruik gemaakt om
onder andere een ad hoc comitƩ op te richten dat is samenge-
steld uit drie (3) bestuurders en voorgezeten wordt door een
onafhankelijk bestuurder en dat, wanneer nodig, beoordeelt of
een voorgenomen transactie binnen het toepassingsgebied van
artikel 72 van de Bankwet valt en nagaat of de voorwaarden van
dit artikel zijn nageleefd.
Dit recht wordt door de Raad van Bestuur ook gebruikt wanneer
deze in het kader van transacties tussen verbonden partijen een
Special Board Committee samenstelt (cfr. rubriek ā€˜Informatie over
transacties met verbonden partijen’).
Elk bestuurscomitƩ heeft een adviserende rol ten aanzien van de
Raad van Bestuur.
Met uitzondering van het ad hoc comitƩ dat vergadert in het kader
van artikel 72 van de Bankwet en onder zijn leden de Chief Risk
Officer telt, die een uitvoerend bestuurder is, zijn alle leden van de
andere comitƩs niet-uitvoerende bestuurders. Bovenop de vereiste
competenties van toepassing op niet-uitvoerende bestuurders,
dient de voorzitter van een comitƩ tevens te voldoen aan de
vereisten nodig om zijn taken te vervullen.
De lidmaatschapsvereisten voor leden van een comitƩ zijn
dezelfde als deze voor de andere bestuurders.
De benoeming van comitƩleden steunt verder op (i) hun specifieke
bekwaamheden en ervaring, naast de algemene basiscompeten-
ties die vereist zijn voor iedere bestuurder, en (ii) de noodzaak dat
elk comitƩ, als groep, over de bekwaamheid en de ervaring dient
te beschikken die nodig zijn om de taken te vervullen.
Een apart comitĆ© (het Governance en BenoemingscomitĆ© – zie
verder), ziet erop toe dat deze vereisten nageleefd worden.
In het kader van deze evaluatie neemt het Governance en
BenoemingscomitƩ het vormingsprogramma, zoals door
BNP Paribas Fortis voorgelegd aan elk nieuw lid van een comitƩ,
mee in overweging.
De vier (4) comitƩs werken volgens onderstaande organisatie.
39
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
AuditcomitƩ (AC)
In overeenstemming met artikel 27 van de Bankwet is BNP Paribas
Fortis verplicht een afzonderlijk AC op te richten om de Raad
van Bestuur bij te staan bij audit gerelateerde aangelegenheden.
Rol en verantwoordelijkheden
De bevoegdheden van het AC worden uiteengezet in de Bankwet en
opgesomd in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Deze betreffen, in algemene zin, het volgende : financiƫn, interne
controle en risicobeheer, interne en externe audit. Het AC zal
de Raad van Bestuur op diens verzoek bijstaan (en aanbeve-
lingen formuleren) bij alle audit en boekhouding gerelateerde
aangelegenheden.
Criteria voor lidmaatschap
Bovenop de geschiktheidsvereisten voor niet-uitvoerende bestuur-
ders, moeten de leden van het AC over een collectieve deskundigheid
op het gebied van de activiteiten van BNP Paribas Fortis en op het
gebied van audit en boekhouding beschikken. Minstens ƩƩn (1) lid
van het AC moet over deskundigheid beschikken op het gebied van
audit en/of boekhouding. De beide onafhankelijke bestuurders die
momenteel lid zijn van het AC van BNP Paribas Fortis, hebben een
specifieke kennis in audit en boekhouding.
Samenstelling
Het AC bestaat uit minstens drie (3) niet-uitvoerende bestuurders,
van wie er minstens twee (2) bestuurders onafhankelijk zijn in
de zin van de Code.
De voorzitter van het AC moet een onafhankelijke bestuurder zijn.
De voorzitters van het AC en RC (zie verder) vergaderen regelmatig
met de voorzitters van de AC’s en RC’s van de belangrijkste enti-
teiten binnen de governance perimeter van BNP Paribas Fortis.
Samenstelling op 10 maart 2022 :
ī‚„
Antoinette d’Aspremont Lynden (niet-uitvoerend, onafhankelijk
bestuurster), voorzitster
ī‚„ Dirk Boogmans (niet-uitvoerende, onafhankelijke bestuurder)
ī‚„ Dominique Aubernon (niet-uitvoerend bestuurster)
Aanwezigheid op vergaderingen
Het AC vergaderde in 2021 zes (6) keer. De aanwezigheid was
als volgt :
Lid van het comitƩ
Aantal
bijgewoonde
vergaderingen
d’ASPREMONT LYNDEN, Antoinette 6
AUBERNON, Dominique 6
BOOGMANS, Dirk 6
RisicocomitƩ (RC)
In overeenstemming met artikel 27 van de Bankwet is BNP Paribas
Fortis verplicht een afzonderlijk RC op te richten om de Raad
van Bestuur bij te staan bij risico gerelateerde aangelegenheden.
Rol en verantwoordelijkheden
De bevoegdheden van het RC zijn uiteengezet in de Bankwet en
betreffen : (i) de strategie en risicotolerantie, (ii) de prijsbepaling
en (iii) het remuneratiebeleid. Op vraag van de Raad van Bestuur
staat het RC de Raad bij (en zal deze aanbevelingen overmaken)
met betrekking tot alle risico gerelateerde domeinen.
Criteria voor lidmaatschap
Bovenop de geschiktheidscriteria voor niet-uitvoerende bestuur-
ders, dienen de leden van het RC individueel te beschikken over
de vereiste kennis, deskundigheid, ervaring en vaardigheden om
in staat te zijn de risicostrategie en -tolerantie van BNP Paribas
Fortis te begrijpen en te bevatten.
Samenstelling
Het RC bestaat uit minstens drie (3) niet-uitvoerende bestuurders,
onder wie er minstens twee (2) onafhankelijk dienen te zijn in
de zin van de Code.
De voorzitter van het RC moet een onafhankelijke bestuurder zijn.
De voorzitters van het AC en RC (zie verder) vergaderen regelmatig
met de voorzitters van de AC’s en RC’s van de belangrijkste enti-
teiten binnen de governance perimeter van BNP Paribas Fortis.
Samenstelling op 10 maart 2022 :
ī‚„
Dirk Boogmans (niet-uitvoerende, onafhankelijke
bestuurder), voorzitter
ī‚„ Dominique Aubernon (niet-uitvoerend bestuurster)
ī‚„
Tita Van Waeyenberge (niet-uitvoerend, onafhankelijk
bestuurster)
Aanwezigheid op vergaderingen
Het RC vergaderde in 2021 vijf (5) keer. De aanwezigheid was
als volgt :
Lid van het comitƩ
Aantal
bijgewoonde
vergaderingen
BOOGMANS, Dirk 5
AUBERNON, Dominique 5
VAN WAEYENBERGE, Titia 5
40
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Governance en benoemingscomitƩ (GNC)
In overeenstemming met artikel 27 van de Bankwet is BNP Paribas
Fortis verplicht een afzonderlijk GNC op te richten om de Raad van
Bestuur bij te staan bij governance en benoemingsgerelateerde
aangelegenheden.
Rol en verantwoordelijkheden
De bevoegdheden van het GNC worden uiteengezet in de Bankwet
en in de reglementen van de Nationale Bank van Belgiƫ. Deze
betreffen het uiten van een gedegen en onafhankelijk oordeel
op het gebied van de samenstelling en werking van de Raad van
Bestuur en andere beleidsorganen van BNP Paribas Fortis, en in
het bijzonder inzake de individuele en collectieve deskundigheid
van hun leden, hun integriteit, reputatie, onafhankelijkheid van
geest en beschikbaarheid.
Criteria voor lidmaatschap
Bovenop de geschiktheidscriteria voor niet-uitvoerende bestuur-
ders, dienen de leden van het GNC collectief en individueel over
de noodzakelijke deskundigheid en competenties te beschikken
betreffende governance en betreffende de benoemingsregels van
toepassing op de Belgische bankensector.
Samenstelling
Het GNC bestaat uit minstens drie (3) niet-uitvoerende bestuur-
ders, onder wie er minstens twee (2) onafhankelijk dienen te zijn
in de zin van de Code.
De voorzitter van het GNC moet een onafhankelijke bestuurder zijn.
Samenstelling op 10 maart 2022 :
ī‚„ Sophie Dutordoir (niet-uitvoerend, onafhankelijk
bestuurster), voorzitster
ī‚„ Herman Daems, (niet-uitvoerende bestuurder)
ī‚„
Titia Van Waeyenberge (niet-uitvoerend, onafhankelijk
bestuurster)
Aanwezigheid op vergaderingen
Het benoemingscomitƩ vergaderde in 2021 elf (11) keer. De
aanwezigheid was als volgt :
Lid van het ComitƩ
Aantal
bijgewoonde
vergaderingen
DUTORDOIR, Sophie 11
DAEMS, Herman 11
VAN WAEYENBERGE, Titia 11
RemuneratiecomitƩ (RemCo)
In overeenstemming met artikel 27 van de Bankwet is BNP Paribas
Fortis verplicht een afzonderlijk RemCo op te richten om de Raad
van Bestuur bij te staan bij beloningsgerelateerde kwesties.
Rol en verantwoordelijkheden
De bevoegdheden van het RemCo worden uiteengezet in de
Bankwet. Deze betreffen de uiting van een gedegen en onafhan-
kelijk oordeel inzake het beloningsbeleid, de beloningspraktijken
en -gerelateerde incentives, rekening houdend met de risicobe-
heersing, de eigen vermogensbehoeften en de liquiditeitspositie.
Criteria voor lidmaatschap
Bovenop de geschiktheidscriteria voor niet-uitvoerende bestuur-
ders, dienen de leden van het RemCo individueel en collectief
te beschikken over de bekwaamheid en competenties inzake
beloning, en meer bepaald deze van toepassing op de Belgische
bankensector.
Samenstelling
Het RemCo bestaat uit minstens drie (3) niet-uitvoerende bestuur-
ders, onder wie er minstens twee (2) onafhankelijk in de zin van
de Code dienen te zijn.
De voorzitter van het RemCo moet een onafhankelijke
bestuurder zijn.
Samenstelling op 10 maart 2022 :
ī‚„ Sophie Dutordoir (niet-uitvoerend, onafhankelijk
bestuurster), voorzitster
ī‚„ Antoinette d’Aspremont Lynden (niet uitvoerend,
onafhankelijk bestuurster)
ī‚„ Sofia Merlo (niet-uitvoerende bestuurster)
Aanwezigheid op vergaderingen
Het RemCo vergaderde in 2021 vijf (5) keer. De aanwezigheid
was als volgt :
Lid van het comitƩ
Aantal
bijgewoonde
vergaderingen
DUTORDOIR, Sophie 5
d'ASPREMONT LYNDEN, Antoinette 5
LABORDE, Thierry (tot 18 mei 2021) 3
MERLO, Sofia (sinds 1 juni 2021) 2
41
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Uitvoerend comitƩ
BNP Paribas Fortis heeft een Uitvoerend ComitƩ opgericht met
als opdracht het DirectiecomitƩ bij te staan bij de uitvoering van
diens taken en verantwoordelijkheden en desgevallend advies
te verlenen.
Het Uitvoerend ComitƩ bestaat momenteel uit twaalf (12) leden,
onder wie zes (6) uitvoerende bestuurders. Het verenigt het
DirectiecomitƩ en de zes (6) hoofden van de businesses en van
de support functies.
Samenstelling op 10 maart 2022 :
Maxime JADOT
Uitvoerend bestuurder, voorzitter van het DirectiecomitƩ /
Uitvoerend ComitƩ, chief executive officer
Michael ANSEEUW
Uitvoerend bestuurder, lid van het Uitvoerend ComitƩ, chief
retail banking
Didier BEAUVOIS
Uitvoerend bestuurder, lid van het Uitvoerend ComitƩ, chief
corporate banking
Pierre BOUCHARA
Lid van het Uitvoerend ComitƩ, chief financial officer
Marc CAMUS
Lid van het Uitvoerend ComitƩ, chief information officer
Jo COUTUER
Lid van het Uitvoerend ComitƩ, chief data officer
Daniel de CLERCK
Uitvoerend bestuurder, lid van het Uitvoerend ComitƩ, chief
operating officer
Carine DE NYS
Lid van het Uitvoerend ComitƩ, chief compliance officer
Khatleen PAUWELS
Lid van het Uitvoerend comitƩ, head of client service center
Piet VAN AKEN
Uitvoerend bestuurder, lid van het Uitvoerend ComitƩ, chief
risk officer
StƩphane VERMEIRE
Uitvoerend bestuurder, lid van het Uitvoerend ComitƩ, chief
private banking and wealth management
Sandra WILIKENS
Lid van het Uitvoerend ComitƩ, chief human resources
3. Interne controle procedures
Missies en activiteiten van het Finance
Departement – Finance Charter
Het Finance-departement, onder de bevoegdheid van de Chief
Financial Officer, die rapporteert aan de Chief Executive Officer,
is verantwoordelijk voor het voorbereiden en produceren van
boekhoudkundige en financiƫle informatie. Deze verantwoorde-
lijkheid is verder gedefinieerd in een specifiek Charter en omvat
het volgende :
ī‚„
Het uitwerken van financiƫle informatie en het verzekeren dat
de gepubliceerde financiƫle en prudentiƫle informatie accuraat
en waarheidsgetrouw is weergegeven, in overeenstemming
met het regelgevend kader en normen ;
ī‚„
Het Executive Management voorzien van de nodige informatie
voor het financieel sturen op organisatorisch niveau ;
 Het definiëren van de boekhoudkundige, prestatiebeheer en
bepaalde prudientƫle beleidslijnen en leiding geven aan hun
operationele implementatie ;
ī‚„
Het definiƫren, implementeren en superviseren van het permanent
controle raamwerk gelinkt aan de financiƫle informatie :
ī‚„
Het senior management bijstaan bij het bepalen van de
strategie van de entiteit, het benchmarken van de prestaties
van de entiteit en het initiƫren en beoordelen van fusie- en
overnametransacties ;
ī‚„
Het verder zetten van de analyse en financieel structure-
ren van de externe en interne aankoop, partnership en
desinvesteringsprojecten ;
 Het verzorgen van de financiële communicaties, waarbij een
hoge kwaliteit en een duidelijke perceptie van de markt wordt
verzekerd ;
42
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
ī‚„
Opvolgen van wijzigingen in het regelgevings/prudentiƫle
kader ; ontwikkelen en bekendmaken van de standpunten
van de entiteit met betrekking tot deze wijzigingen ;
ī‚„ Het coƶrdineren van de topics met de bancaire toezichthou-
ders, met name de relatie met de ECB ;
 Het definiëren en runnen van de Finance functie organisatie
en het monitoren van de middelen en kosten ;
ī‚„
Het sturen van de implementatie van het vooropgestelde
bedrijfsmodel, bijdragen tot de definitie van de functionele
architectuur en het ontwerp en de implementatie van de
financiƫle systemen.
Productie van financiƫle informatie
Beleid en -regels
De lokale jaarrekening van elke entiteit wordt opgesteld in over-
eenstemming met de lokale boekhoudkundige beginselen, terwijl
de Geconsolideerde Jaarrekening van BNP Paribas Fortis wordt
opgesteld in overeenstemming met de IFRS-regels (International
Financial Reporting Standards) die aanvaard werden door de
Europese Unie.
Binnen het departement Finance, bepaalt het Accounting &
Reporting (A&R)-team, op basis van de IFRS-regels die aanvaard
werden door de Europese Unie, de grondslagen voor de financiƫle
verslaggeving die moeten toegepast worden door alle entiteiten
van BNP Paribas Fortis. Deze zijn afgestemd op de grondslagen
voor financiƫle verslaggeving van de Groep BNP Paribas. Dit A&R-
team volgt de veranderingen in de regelgeving op en bepaalt de
interne grondslagen voor financiƫle verslaggeving, die aangepast
zijn aan de activiteiten van BNP Paribas Fortis. Een handboek
met de boekhoudkundige instructies van de Groep BNP Paribas is
beschikbaar, samen met aanvullende documentatie en richtlijnen
met betrekking tot de specifieke producten en activiteiten van
BNP Paribas Fortis. Dit IFRS-handboek is ter beschikking van alle
boekhoudkundige en rapporteringsteams. Het wordt regelmatig
aangepast aan veranderingen in de regelgeving. Het A&R-team
voert ook specifieke boekhoudkundige analyses uit op verzoek van
lokale entiteiten en Core businesses/Business Lines.
Het departement Management Control volgt het beheer op van
de boekhoud- en rapporteringsregels zoals bepaald door BNPP
Group Finance.
Op Finance niveau worden de wijzigingen in de prudentiƫle
rapportering worden opgevolgd door het Financial Management
departement en besproken tijdens het Prudential Affairs
Coƶrdination Committee. De financiƫle grondslagen betreffende
solvabiliteit worden opgesteld door Risk management en deze
gelinkt aan liquiditeit door ALM – Treasury.
Voorbereiden van financiƫle informatie
Er zijn twee afzonderlijke rapporteringskanalen die betrekking
hebben op het proces voor het voorbereiden van informatie :
ī‚„
Financiƫle boekhoud- en rapporteringsgegevens kanaal : de
specifieke verantwoordelijkheid van dit kanaal is te zorgen
voor de financiƫle en kosten boekhouding van de entiteiten
en het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van
BNP Paribas Fortis, conform met de grondslagen en stan-
daarden. Er wordt ook solvabiliteits- en liquiditeitsinformatie
opgesteld, waarvan de consistentie verzekerd wordt met
de boekhouding op elk niveau. Dit kanaal certificeert de
betrouwbaarheid van de gegevens door gebruik te maken
van specifieke controle tools en door de toepassing van een
intern certificeringsproces (zoals verder beschreven) op de
eerste lijn controle ;
ī‚„
Analytische boekhoud- en rapporteringsgegevens kanaal : dit
kanaal stelt de analytische informatie op (van de divisies/ ope-
rationele entiteiten/businesses gebaseerd op de gegevens per
entiteit) die relevant is voor het economische management
van de activiteiten met naleving van de interne principes
en standaarden. Het waarborgt de overeenstemming van
de managementgegevens met de boekhoudgegevens op elk
niveau. Dit kanaal is ook verantwoordelijk voor het opstellen
en analyseren van de solvabiliteits- en liquiditeitsratio’s. Dit
kanaal certificeert de betrouwbaarheid van de geproduceerde
informatie door het toepassen van interne certificering pro-
cedures (zoals verder beschreven) op de eerste lijn controle.
Group Finance ontwikkelt, verspreidt en beheert de rapporte-
ringstools van deze twee rapporteringskanalen. Deze tools werden
ontwikkeld om informatie te verstrekken voor de hele BNP Paribas
Groep, rekening houdend met de individuele doelstellingen van
beide kanalen en hun noodzakelijke complementariteit. In het
bijzonder promoot Groep Finance het gebruik van standaard
boekhoudsystemen in de entiteiten binnen de Groep. Deze
systemen worden ontwikkeld op Groepsniveau en worden gelei-
delijk aan in gebruik genomen. Deze benadering bevordert de
informatie-uitwisseling en vergemakkelijkt de implementatie
van functie-overschrijdende projecten in de context van de
ontwikkeling van gedeelde boekhoudplatformen en synthese
binnen de Groep.
43
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Voor de voorbereiding van liquiditeits- en solvabiliteitsgegevens
past de Bank het principe toe om interne managementgegevens
te integreren met de gegevens die nodig zijn voor de wettelijke
rapportering, gebaseerd op volgende bouwstenen :
ī‚„
een beheersmodel waar Finance, ALM-treasury en Risk
Management toe bijdragen ;
 toe te passen grondslagen en methodologieën zoals vereist
door de regelgeving ;
ī‚„
specifieke tools voor datacollectie en de productie van interne
en wettelijk vereiste rapporteringen.
Permanente controle - Finance
Interne controle binnen het Finance-
departement
De interne controle in Finance is gecertificeerd door een specifiek
tweede lijn controle team dat wordt ondersteund door specifieke
tools, die boekhoudcontroles en andere permanente operationele
controlegebieden omvatten. De basis voor hun controles zijn de
controleresultaten en de certificering uitgevoerd door de eerste lijn
controle in de operationele departementen en de andere functies.
De missie van dit team is het verzekeren, op permanente basis,
van de betrouwbaarheid van de processen gevolgd voor de pro-
ductie en validatie van de financiƫle gegevens van BNP Paribas
Fortis, en toe te zien op de naleving van de wettelijke en regle-
mentaire rapporteringsvereisten. Naast het uitvoeren van deze
tweede lijn controle de activiteiten van het departement zijn het
onderhouden van contacten met externe auditors en ervoor zorgen
dat hun aanbevelingen correct worden geĆÆmplementeerd binnen
BNP Paribas Fortis.
Interne certificeringsproces
BNP Paribas Fortis houdt toezicht op het boekhoudkundige en
rapporteringsrisico via een certificeringsproces, dat als doel heeft
om te rapporteren over de kwaliteit van de informatie verstrekt
in de verschillende rapporteringssystemen. De resultaten van
het certificeringsproces gerelateerd aan de financiƫle rapporte-
ring worden elk kwartaal voorgesteld aan het Audit ComitƩ van
BNP Paribas Fortis.
Gebaseerd op de algemene regels bepaald door de Groep BNP
Paribas, dient elke entiteit die een rapporteringspakket indient,
elk kwartaal de betrouwbaarheid van dat pakket te certificeren via
de Finance Accounting Control Tool toepassing, een toepassing die
bedoeld is om het certificeringsproces in de Groep BNP Paribas te
ondersteunen. Certificaten bestaan uit gestandaardiseerde vragen,
opgenomen in een generiek controle plan waarin de voornaamste
boekhoudkundige en financiƫle risicodomeinen aan bod komen.
Permanente controle binnen Finance verzekert de CFO, Groep
Finance, het Audit ComitƩ van BNP Paribas Fortis, de externe
auditors en de Nationale Bank van Belgiƫ, dat de interne contro-
lemaatregelen afdoend worden nageleefd door het uitvoeren van
een tweedelijns controle op deze certificaten en door het instaan
voor een eindvalidatie door de CFO.
Het certificeringsproces omvat :
ī‚„ de certificering dat de gerapporteerde boekhoudkundige- en
rapporteringsgegevens betrouwbaar zijn en voldoen aan
de grondslagen voor financiƫle verslaggeving van BNP
Paribas Groep ;
ī‚„
de certificering dat het interne controlesysteem voor de
boekhouding en de rapportering, bedoeld om de kwaliteit
van de gegevens te verzekeren, doeltreffend werkt.
Dit interne certificeringsproces maakt deel uit van het algemene
systeem van permanent toezicht en stelt het Finance-departement
van BNP Paribas Fortis in staat zich te informeren over alle inci-
denten die verband houden met de opstelling van de Jaarrekening
en toezicht te houden op de correctieve maatregelen genomen
door de boekhoudkundige entiteiten en, indien nodig, de gepaste
voorzieningen te boeken. Wat BNP Paribas Fortis in Belgiƫ betreft,
wordt het certificeringsproces ondersteund door een uitgebreide
reeks sub certificaten die alle activiteiten dekken die boekhoud-
kundige en financiĆ«le risico’s voor het bedrijf kunnen inhouden.
Het certificeringssysteem wordt ook gebruikt in overleg met Risk
Management voor informatie die deel uitmaakt van de reglemen-
taire rapportering over het kredietrisico en de solvabiliteitsratio’s.
De betrokken medewerkers bevestigen dat de rapporten conform
zijn met de normen en procedures en dat de gebruikte gegevens
kwaliteitsvol zijn. Verder beschrijven zij de resultaten van de controles
in de verschillende stadia van de productie van de verslagen, inclusief
de reconciliatie van de boekhoudkundige gegevens met de aan het
kredietrisico gerelateerde gegevens. Volgens dezelfde principes werd
een certificeringssysteem geĆÆnstalleerd voor liquiditeitsgegevens. De
betrokken medewerkers rapporteren over de naleving van de normen
en de resultaten van de belangrijkste controles die de kwaliteit van
de rapportering waarborgen.
44
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
Controle op de waardering van financiƫle
instrumenten en op het gebruik van deze
waardering bij de resultaatsbepaling
van markttransacties en de
boekhoudrapportering
Het Finance-departement delegeert het bepalen van en de
controle op de marktwaardes of modellen van financiƫle instru-
menten aan de verschillende departementen die betrokken zijn
bij het waarderen van financiƫle instrumenten als onderdeel
van het toezicht op marktrisico’s en managementgegevens. Het
Finance-departement behoudt evenwel het overzicht over de
nauwkeurigheid van deze activiteiten.
Het doel van deze controleprocedures in het Finance-
departement is :
ī‚„
ervoor zorgen dat transacties waarbij financiƫle instrumenten
betrokken zijn, correct worden geregistreerd in de financiƫle
en managementgegevens van BNP Paribas Fortis ;
ī‚„ de kwaliteit garanderen van de waardering en rapportering
van financiƫle instrumenten, die gebruikt worden bij zowel de
opstelling van de financiƫle en analytische boekhouding als bij
het beheer van en toezicht op markt- en liquiditeitsrisico’s ; en
ī‚„
ervoor zorgen dat resultaten van markttransacties nauwkeurig
worden bepaald en correct worden geanalyseerd.
Periodieke controle –
Algemene Inspectie
Interne audit heeft een team van auditors die gespecialiseerd zijn
in de boekhoudkundige en financiƫle audit. Dit weerspiegelt de
strategie van de versterking van de auditcapaciteit in de boek-
houding, zowel op vlak van de technische complexiteit als op het
vlak van het beperken van boekhoudkundige risico’s.
Haar actieplan is gebaseerd op de boekhoudkundige interne
controle tools, die beschikbaar zijn voor BNP Paribas Fortis
en het risico-evaluatie overzicht dat wordt opgesteld door de
interne audit.
De belangrijkste doelstellingen van het team zijn de volgende :
ī‚„
het vormen van een boekhoudkundig en financieel expertise-
centrum om zo de capaciteit van de interne audit te versterken
bij het uitvoeren van audits in deze domeinen ;
ī‚„ het identificeren via risico analyse en onderzoeken van risi-
cogebieden binnen BNP Paribas Fortis.
Relaties met de erkende commissaris
In 2021 was de erkende commissaris PwC Bedrijfsrevisoren bv /
PwC Reviseurs d’Entreprises srl, vertegenwoordigd door de heer
Jeroen BOCKAERT.
De bedrijfsrevisor wordt aangesteld door de algemene vergadering
van aandeelhouders, op advies van het AuditcomitƩ en op voorstel
van de Raad van Bestuur en de ondernemingsraad.
De bedrijfsrevisor wordt gevraagd elk boekjaar een audit rapport
op te stellen waarin hij het waar en getrouw beeld van de
Geconsolideerde Jaarrekening van BNP Paribas Fortis en haar
dochterondernemingen beoordeelt. Een overzicht van de bevin-
dingen en aanbevelingen wordt voorgesteld in het Audit ComitƩ in
het ā€˜2021 Internal control findings & recommendations’ document.
Naast dit rapport maakt de statutaire audit een Intern Controle
Rapport waarin hij de beoordeling van het functioneren van de
interne controle omgeving van de entiteit beschrijft.
De bedrijfsrevisor voert ook specifieke procedures uit voor de
revisoren van de Groep en een audit/herziening van de procedures
voor de prudentiƫle toezichthouder.
Als onderdeel van hun statutaire auditopdracht en gebaseerd op
zijn audit taken, voert hij volgende controles uit :
ī‚„
onderzoekt alle belangrijke veranderingen in de grondslagen
voor financiƫle verslaggeving en stelt zijn aanbevelingen voor
de keuzes die een wezenlijke impact hebben, voor aan het
AuditcomitƩ ;
ī‚„
legt zijn bevindingen, opmerkingen en aanbevelingen voor om
het interne controlesysteem te verbeteren aan de betrokken
Bank entiteiten en aan Finance.
Het Audit comitƩ van de Raad van Bestuur wordt ingelicht over
de keuzes voor de grondslagen voor financiƫle verslaggeving die
een wezenlijke impact hebben op de Jaarrekening, zodat zij die
keuzes aan de Raad van Bestuur kunnen voorleggen met het oog
op een definitieve beslissing.
45
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
4. Belangenconflicten
BNP Paribas Fortis moet voldoen aan de wettelijke bepalingen
inzake belangenconflicten uit het Wetboek van vennootschappen
en verenigingen, aan de bepalingen van de Bankwet en een aantal
circulaires van de Nationale Bank van Belgiƫ (NBB) die tot doel
hebben belangenconflicten tussen BNP Paribas Fortis en haar
bestuurders of algemene directie te vermijden, onder andere in
verband met uitgeoefende externe functies en kredieten.
Verder past BNP Paribas Fortis een algemeen integriteitsbeleid
en specifieke gedragscodes inzake belangenconflicten toe. Deze
stellen dat het behalen van commerciƫle, financiƫle, professio-
nele of persoonlijke doelstellingen de naleving van de volgende
basisprincipes niet in de weg mogen staan :
1.
belang van de klanten (dit omvat inzicht hebben in de
behoeften van klanten, garanderen dat de klanten een
eerlijke behandeling krijgen, het beschermen van de klan-
tenbelangen, …) ;
2.
financiƫle veiligheid (dit omvat het bestrijden van witwas-
praktijken, externe omkoping, corruptie en de financiering
van terrorisme, sancties & embargo’s…) ;
3.
marktintegriteit (dit omvat het ijveren voor eerlijke concurren-
tie, het naleven van regels inzake marktmisbruik, …) ;
4.
beroepsethiek (dit omvat het uit de weg gaan van belang-
conflicten buiten de bank, het nemen van maatregelen tegen
interne omkoping en corruptie, …) ;
5.
respect voor collega’s (dit omvat het naleven van de hoogste
normen voor professioneel gedrag, het verwerpen van elke
vorm van discriminatie en het waarborgen van de veiligheid
op de werkplek) ;
6.
bescherming van de groep (dit omvat de waarde van de Groep
BNP Paribas op lange termijn opbouwen en beschermen,
de informatie van de Groep beschermen, verantwoordelijk
communiceren, …) ;
7. omgang met de samenleving (dit omvat het ijveren voor de
eerbiediging van de mensenrechten, het beschermen van het
milieu en het tegengaan van de klimaatverandering en het
verantwoordelijk handelen in publieke aangelegenheden).
Tot slot worden de bestuurders van BNP Paribas Fortis, in over-
eenstemming met de Bankwet, vóór hun formele aanstelling
beoordeeld door de relevante toezichthouder. Vooraleer een
aanstelling goed te keuren, voert de relevante toezichthouder
een onderzoek uit dat ook de afwezigheid van bepaalde belan-
genconflicten controleert.
46
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERD JAARVERSLAG 2021
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERDE BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERDE
JAARREKENING 2021JAARREKENING 2021
Opgesteld in overeenstemming met International Financial
Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie
48
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Resultatenrekening op 31 december 2021
In miljoenen euro's Toelichting Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Rentebaten
(1)
2.a 7.017 6.834
Rentelasten
(1)
2.a (2.323) (2.082)
Commissiebaten 2.b 2.199 1.998
Commissielasten 2.b (804) (724)
Nettowinsten op financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
2.c 196 181
Nettowinsten op financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in het eigen vermogen
2.d 37 11
Nettowinsten uit de afboeking van financiƫle activa aan geamortiseerde
kostprijs
2 (5)
Netto-inkomsten uit verzekeringsactiviteiten 80 -
Overige baten 2.e 13.408 11.539
Overige lasten 2.e (11.400) (9.859)
Nettobaten van het bankbedrijf 8.412 7.893
Personeelskosten en kosten van personeelsvoordelen 6.a (2.402) (2.410)
Overige algemene bedrijfskosten 2.f (1.814) (1.751)
Bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen van materiƫle en
immateriƫle vaste activa
4.l (361) (381)
Brutobedrijfsresultaat 3.835 3.351
Risicokost 2.g (359) (676)
Bedrijfsresultaat 3.476 2.675
Aandeel in het nettoresultaat van ondernemingen waarop vermogensmutatie
wordt toegepast
4.k 322 322
Nettowinsten/verliezen op overige vaste activa 15 (114)
Resultaat voor belastingen 3.813 2.883
Vennootschapbelasting 2.i (752) (589)
Nettoresultaat 3.061 2.294
waarvan minderheidsbelangen 468 424
Resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 2.593 1.870
(1) De vereisten van IAS 1.82(a) worden in de toelichting ā€˜2.a Nettorentebaten’ beschreven.
49
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Overzicht van het nettoresultaat en wijzigingen van activa en verplichtingen
opgenomen in het eigen vermogen
In miljoenen euro's Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Nettoresultaat 3.061 2.294
Wijzigingen van activa en verplichtingen opgenomen in het eigen vermogen (490) (462)
Elementen die zijn of kunnen geherclassificeerd worden naar de resultatenrekening (489) (428)
Wijzigingen in de reƫle waarde van elementen met betrekking tot wisselkoersverschillen (470) (472)
Wijzigingen in de reƫle waarde van financiƫle activa tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in het eigen vermogen
Wijzigingen in de reƫle waarde opgenomen in het eigen vermogen (10) 35
Wijzigingen in de reƫle waarde opgenomen in het nettoresultaat (4) (1)
Wijzigingen in de reƫle waarde van beleggingen bij verzekeringsactiviteiten
Wijzigingen in de reƫle waarde opgenomen in het eigen vermogen - 3
Wijzigingen in de reƫle waarde opgenomen in het nettoresultaat 1 3
Veranderingen in de waarde van afdekkingsinstrumenten
Wijzigingen in de reƫle waarde opgenomen in het eigen vermogen 21 144
Wijzigingen in de reƫle waarde opgenomen in het nettoresultaat (2) (3)
Belastingslast (5) (42)
Wijzigingen met betrekking tot ondernemingen waarop vermogensmutatie is toegepast (20) (95)
Elementen die niet geherclassificeerd zullen worden naar de resultatenrekening (1) (34)
Wijzigingen in de reƫle waarde van financiƫle activa tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in het eigen vermogen
Wijzigingen in de reƫle waarde opgenomen in het eigen vermogen - (15)
Herwaardering van schulden als gevolg van het eigen kredietrisico van BNP Paribas Fortis 4 -
Herwaarderingswinsten (-verliezen) met betrekking tot de vergoedingen na
uitdiensttreding
(26) 1
Belastingslast 5 (1)
Wijzigingen met betrekking tot ondernemingen waarop vermogensmutatie is toegepast 16 (19)
TOTAAL 2.571 1.832
- Aandeel van de groep 2.323 1.565
- Aandeel van minderheidsbelangen 248 267
50
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Balans op 31 december 2021
In miljoenen euro's Toelichting 31 december 2021 31 december 2020
Activa
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken 61.263 50.074
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 13.634 17.832
Effectenportefeuille 4.a 1.317 1.564
Leningen en terugkoopovereenkomsten 4.a 4.282 4.055
Afgeleide financiƫle instrumenten 4.a 8.035 12.213
Financiƫle afdekkingderivaten* 4.b 1.982 3.178
Financiƫle activa tegen reƫle waarde met waardeveranderingen in het eigen vermogen 7.861 9.773
Schuldbewijzen 4.c 7.547 9.460
Effecten met een aandelenkarakter 4.c 314 313
Financiƫle activa tegen geamortiseerde kostprijs 213.208 210.656
Leningen aan en vorderingen op kredietinstellingen 4.e 7.394 8.531
Leningen aan en vorderingen op klanten 4.e 194.102 188.742
Schuldbewijzen 4.e 11.712 13.383
Herwaarderingsreserve voor portefeuilles afgedekt tegen renterisico 1.812 2.712
Financiƫle investeringen van verzekeringsactiviteiten 248 235
Actuele en uitgestelde belastingen 4.j 1.342 1.564
Overlopende rekeningen en overige activa 4.j 9.188 10.360
Deelnemingen in ondernemingen waarop de vermogensmutatie wordt
toegepast
4.k 3.809 3.747
Materiƫle vaste activa en vastgoedbeleggingen 4.l 26.144 23.914
Immateriƫle vaste activa 390 368
Goodwill 4.m 767 722
Totaal activa 341.648 335.135
Verplichtingen
Deposito's van centrale banken 426 71
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 22.372 25.987
Effectenportefeuille 4.a 159 132
Deposito's en terugkoopovereenkomsten 4.a 13.060 12.540
Schuldbewijzen 4.a 3.028 3.135
Afgeleide financiƫle instrumenten 4.a 6.125 10.180
Financiƫle afdekkingderivaten* 4.b 3.215 5.257
Financiƫle verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs 270.821 259.145
Schulden aan kredietinstellingen 4.g 56.610 50.820
Schulden aan klanten 4.g 199.037 193.770
Schuldbewijzen 4.h 12.878 11.815
Achtergestelde schulden 4.h 2.296 2.740
Herwaarderingsreserve voor portefeuilles afgedekt tegen renterisico 472 1.449
Actuele en uitgestelde belastingen 4.i 768 771
Overlopende rekeningen en overige verplichtingen 4.j 8.012 8.207
Technische voorzieningen en overige verzekeringsverplichtingen 156 128
Voorzieningen voor risico's en kosten 4.n 4.209 4.282
Totaal verplichtingen 310.451 305.297
Eigen vermogen
Kapitaal en reserves 24.735 23.808
Resultaat van het boekjaar, aandeel van de groep 2.593 1.870
Totaal kapitaal, geconsolideerde reserves en resultaat van de periode, aandeel van de groep 27.328 25.678
Wijzigingen in activa en verplichtingen opgenomen in het eigen vermogen (1.436) (1.165)
Aandeel van de groep 25.892 24.513
Minderheidsbelangen 7.c 5.305 5.325
Totaal eigen vermogen 31.197 29.838
Totaal passiva 341.648 335.135
* ā€œDerivaten gebruikt voor afdekkingsdoeleindenā€ moeten voor de vergelijkende periode van 31 december 2020 worden aangepast door de activa en passiva
met respectievelijk EUR (799) miljoen te verminderen. In december 2020 werd er geen saldering van de reƫle waarde van het vaste en het vlottende been op
portefeuille-afdekkingsderivaten met de tegenpartij LCH toegepast (dit in tegenstelling tot 31 december 2021). Het effect van de retroactieve toepassing van
deze saldering in de ā€œDerivaten gebruikt voor afdekkingsdoeleindenā€ voor de vergelijkende periode leidt ook tot de aanpassing van de rubrieken ā€œTotaal activaā€,
ā€œTotaal passivaā€ en ā€œTotaal passiva en eigen vermogenā€ met een bedrag van EUR (799) miljoen.
51
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Kasstroomoverzicht op 31 december 2021
In miljoenen euro's Toelichting Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Resultaat voor belastingen 3.813 2.883
Niet-monetaire elementen opgenomen in het nettoresultaat voor belastingen en
andere aanpassingen
7.607 5.193
Netto-afschrijvingen van materiƫle en immateriƫle vaste activa 4.484 4.139
Bijzondere waardevermindering op goodwill en overige vaste activa (23) 11
Nettotoevoeging aan voorzieningen 404 579
Aandeel in het resultaat van ondernemingen waarop de vermogensmutatie wordt
toegepast
(322) (322)
Nettolasten (-baten) uit investeringsactiviteiten (14) 115
Nettolasten uit financieringsactiviteiten 4 3
Overige wijzigingen 3.074 668
Nettostijging met betrekking tot activa en verplichtingen voortkomend uit
operationele activiteiten
2.969 38.183
Nettostijging met betrekking tot verrichtingen met klanten en kredietinstellingen 9.914 45.479
Nettostijging met betrekking tot verrichtingen met andere financiƫle activa of
verplichtingen
3.371 745
Nettodaling met betrekking tot verrichtingen met niet-financiƫle activa en
verplichtingen
(9.779) (7.692)
Betaalde belastingen (537) (349)
Nettostijging in geldmiddelen voortvloeiend uit operationele activiteiten 14.389 46.259
Nettostijging (-daling) met betrekking tot aan- en verkopen van geconsolideerde
entiteiten
249 (217)
Nettodaling met betrekking tot materiƫle en immateriƫle vaste activa (280) (132)
Nettodaling in geldmiddelen voortvloeiend uit investeringactiviteiten (31) (349)
Daling van geldmiddelen en kasequivalenten met betrekking tot transacties met
aandeelhouders
(1.258) (86)
Stijging (-daling) van geldmiddelen en kasequivalenten voortvloeiend uit andere
financieringsactiviteiten
(105) 1.004
Nettostijging (-daling) in geldmiddelen voortvloeiend uit
financieringsactiviteiten*
(1.363) 918
Effect van wisselkoersschommelingen op geldmiddelen en kasequivalenten (1.706) (868)
Nettostijging in het saldo van geldmiddelen en kasequivalenten 11.289 45.960
Saldo van geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van de periode 51.534 5.574
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken 50.084 4.405
Schulden aan centrale banken (70) (708)
Direct opvraagbare deposito's van kredietinstellingen 4.e 2.828 2.990
Direct opvraagbare leningen van kredietinstellingen 4.g (1.308) (1.113)
Saldo van geldmiddelen en kasequivalenten aan het eind van de periode 62.823 51.534
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken 61.270 50.084
Schulden aan centrale banken (425) (70)
Direct opvraagbare deposito's van kredietinstellingen 4.e 3.456 2.828
Direct opvraagbare leningen van kredietinstellingen 4.g (1.478) (1.308)
Nettostijging in het saldo van geldmiddelen en kasequivalenten 11.289 45.960
Bijkomende informatie:
Betaalde intresten (2.616) (2.161)
Ontvangen intresten 6.873 6.700
Betaalde/ontvangen dividenden (987) 124
* Wijzigingen in schulden uit financieringsactiviteiten andere dan als gevolg van kasstromen bedragen EUR 194 miljoen, veroorzaakt door wisselkoers- en
herwaarderingseffecten, respectievelijk EUR 202 miljoen en EUR (12) miljoen.
52
BNP PARIBAS FORTIS GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen tussen 1 januari 2020 en
31 december 2021
In miljoenen euro's
Kapitaal en reserves
Wijzigingen in activa
en verplichtingen
opgenomen in het
eigen vermogen
die niet kunnen
geherclassificeerd
worden in de
resultatenrekening
Wijzigingen in activa en
verplichtingen opgenomen in
het eigen vermogen die kunnen
geherclassificeerd worden in de
resultatenrekening
Totaal aandeel van de groep
Minderheidsbelangen (toelichting 7.c)
Totaal eigen vermogen
Kapitaal
Achtergestelde eigen-vermogensinstrumenten
Niet-uitgekeerde reserves
Totaal kapitaal en reserves
Financiƫle instrumenten aangewezen tegen reƫle waarde
met waardeveranderingen in het eigen vermogen
Eigen kredietrisico op schulden aangewezen tegen reƫle
waarde met herwaarderingen via de resultatenrekening
Herschattingen van vergoedingen na uitdiensttreding
Totaal
Wisselkoersverschillen
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in het eigen vermogen
Financiƫle beleggingen bij verzekeringsactiviteiten
Afdekkingderivaten
Totaal
Kapitaal en reserves
per 1 januari 2020
11.905 500 11.441 23.846 199 (22) (234) (57) (1.514) 41 787 (118) (804) 22.985 5.170 28.155
Overige wijzigingen - - (21) (21) - - - - - - - - - (21) (28) (49)
Aankoop (toelichting
7b)
- - (16) (16) - - - - - - - - - (16) - (16)
Dividenden - - - - - - - - - - - - - - (84) (84)
Wijzigingen in activa
en verplichtingen
opgenomen in het
eigen vermogen
- - - - (3) - (12) (15) (315) 21 (23) 27 (290) (305) (157) (462)
Nettoresultaat van
het boekjaar 2020
- - 1.870 1.870 - - - - - - - - - 1.870 424 2.294
Kapitaal en
reserves per
31.december.2020
11.905 500 13.274 25.679 196 (22) (246) (72) (1.829) 62 764 (91) (1.094) 24.513 5.325 29.838
Overige wijzigingen - - 6 6 - - - - - - - - - 6 23 29
Dividenden - - (950) (950) - - - - - - - - - (950) (291) (1.241)
Wijzigingen in activa
en verplichtingen
opgenomen in het
eigen vermogen
- - - - - 3 (9) (6) (253) (52) (2) 43 (264) (270) (220) (490)
Nettoresultaat van
het boekjaar 2021
- - 2.593 2.593 - - - - - - - - 2.593 468 3.061
Kapitaal en
reserves per
31.december.2021
11.905 500 14.923 27.328 196 (19) (255) (78) (2.082) 10 762 (48) (1.358) 25.892 5.305 31.197
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE
JAARREKENING 2021JAARREKENING 2021
Opgesteld in overeenstemming met International Financial
Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie
54
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
1 SAMENVATTING VAN DE BELANGRIJKSTE
GRONDLAGEN VOOR FINANCIƋLE VERSLAGGEVING
TOEGEPAST DOOR BNP PARIBAS FORTIS
1.a Toepasbare grondslagen voor financiƫle verslaggeving
1
De volledige set van standaarden aanvaard door de Europese Unie kan geconsulteerd worden op de website van de Europese Commissie :
https ://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/company-reporting-and-auditing/company-reporting_nl
1.a.1 Standaarden
De epidemie van het coronavirus, op 11 maart 2020 door de
Wereldgezondsheidsorganisatie erkend als pandemie, en de
maatregelen die door de overheden en regelgevende instanties
genomen werden om de verspreiding van het virus te beperken,
hebben zowel de wereldwijde bevoorradingsketen alsook de vraag
naar goederen en diensten aangetast en hebben bijgevolg een
belangrijke weerslag op de mondiale groei. Tegelijkertijd werd
het budgettaire en monetaire beleid versoepeld ter ondersteuning
van de economie.
De geconsolideerde jaarrekening van BNP Paribas Fortis werd
opgesteld op basis van het continuĆÆteitsbeginsel. De impact van
de corona-epidemie, getemperd door het geheel van anticyclische
maatregelen zoals de ondersteunende overheidsmaatregelen en
de economische herstelplannen waar de klanten gebruik van
kunnen maken, betreffen hoofdzakelijk de verwachte kredietverlie-
zen en de waardering van de activa. De raming van deze effecten
is tot stand gekomen in een context van onzekerheid aangaande
de omvang van de gevolgen van de epidemie op de economie
zowel lokaal als wereldwijd.
De geconsolideerde jaarrekening van BNP Paribas Fortis werd
opgemaakt volgens de internationale grondslagen voor financiƫle
verslaggeving (International Financial Reporting Standards –
IFRS), die aanvaard werden door de Europese Unie
1
. In dit verband
werden enkele bepalingen van IAS 39 met betrekking tot hedge
accounting geschrapt.
ī‚„ In het kader van de hervorming van de IBOR en Eonia rente-
voeten heeft de Groep BNP Paribas in 2018 een wereldwijd
overgangsprogramma opgestart voor het geheel van de
metiers en functies. Het project zorgt voor de omkadering
en de uitvoering van het omschakelingsproces van de oude
referentierentes naar de nieuwe rentes in de belangrijkste
jurisdicties en deviezen (euro, Britse pond, Amerikaanse
dollar, Zwitserse frank en Japanse yen). Tegelijkertijd moet
het programma ook de risico’s beperken die aan deze tran-
sitie verbonden zijn en de naleving van de door de bevoegde
autoriteiten gestelde termijnen verzekeren. De Groep heeft
bijgedragen aan marktbrede workshops met centrale banken
en toezichthouders.
De aankondigingen eind november 2020 door de openbare
instanties van het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten
en de beheerder van beide Libors (ICE BA) hebben de over-
gangsplanning die oorspronkelijk eind 2021 zou afgerond
zijn, gewijzigd. Voor de GBP en JPY Libors zullen na deze
datum synthetische Libors gepubliceerd worden voor bepaalde
contracten bestempeld als ā€˜tough legacy’ (nl. contracten die
niet overgestapt zijn van Libor naar een vervangingsindex).
In de Verenigde Staten zal de publicatie van de Libor USD
verdergezet worden tot midden 2023. Voor de periode daarna
zoekt men er nog naar een wettelijke oplossing voor de
bepaalde activa klassen, met name voor de obligaties met
variabele rentevoet.
Voor de contracten gekoppeld aan de CHF Libor die vóór diens
stopzetting eind 2021 niet heronderhandeld kunnen worden,
heeft de Europese Commissie een wetgevende oplossing
voorzien. De CHF Libor wordt vervangen door een dagelijks
samengesteld SARON-tarief (Swiss Average Rate OverNight),
vermeerderd met een spread om de economische neutraliteit
van de wijziging te verzekeren.
In Europa werd de overgang Eonia- €STR eind december 2021
afgerond. Gezien de vaste spread tussen beide indices was dit
een puur technische overschakeling terwijl het behoud van
de Euribor sine die bevestigd werd.
Op basis van de vooruitgang geboekt tijdens de boekjaren
2020 en 2021, en vooral het opstellen en uitvoeren van een
gedetailleerd plan, heeft BNP Paribas Fortis alle vertrouwen in
haar operationele capaciteit om voor grote transactievolumes
de overgang naar de nieuwe referentierentes te beheren.
55
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
De hervorming van de IBOR rentes stelt de Bank bloot aan
risico’s van diverse aard die het project van zeer nabij zal
opvolgen, namelijk :
ī‚ƒ
Het risico verbonden aan het beheer van de veranderingen,
maar ook van geschillen en gedrag die verband houden met
de onderhandelingen met klanten en markttegenpartijen
naar aanleiding van de wijziging van bestaande contracten ;
ī‚ƒ
De operationele risico’s verbonden aan de aanpassingen van
de informaticasystemen en de processen binnen de bank ;
ī‚ƒ
De economische risico’s in geval van verstoring van de
financiƫle markten gerelateerd aan diverse omschakelingen
als gevolg van de hervorming van de referentierentes ;
ī‚ƒ De waarderingsrisico’s in een scenario van beperkte liqui-
diteit tijdens de overgang van bepaalde segmenten van de
derivatenmarkten.
In september 2019 heeft de IASB ā€˜Fase 1’ gepubliceerd van
de wijzigingen aan IAS 39 en IFRS 7 met betrekking tot de
vereisten voor hedge accounting. Deze wijzigingen bieden
de mogelijkheid om afdekkingsrelaties die getroffen worden
door de hervorming van de referentierentes verder te zetten
ondanks de onzekerheid met betrekking tot de periode van
omschakeling van de afgedekte en de afdekkingsinstru-
menten naar de nieuwe rentevoeten. Deze wijzigingen, op
15 januari 2020 goedgekeurd voor gebruik binnen de Europese
Unie, worden sinds 31 december 2019 door BNP Paribas
Fortis toegepast.
In augustus 2020 heeft de IASB ā€˜Rentebenchmarkhervorming
— Fase 2 (Wijzigingen in IFRS 9, IAS 39, IFRS 7, IFRS 4 en IFRS
16)’ gepubliceerd. Deze tekst voert meerdere wijzigingen door
die van toepassing zijn tijdens de effectieve overgang naar
de nieuwe referentierentes. De aanpassingen laten toe om
de wijziging van de contractuele kasstromen van financiƫle
instrumenten ten gevolge van de hervorming van de referen-
tierentes te verwerken als een herziening van de variabele
rentevoet mits deze wijzigingen gebeuren op een economisch
gelijkwaardige basis. De wijzigingen maken het ook mogelijk
om bestaande afdekkingen verder te zetten op voorwaarde
dat de aanpassingen aan de afgedekte instrumenten, de
afdekkingsinstrumenten, het afgedekte risico en/of de wijze
waarop de effectiviteit gemeten wordt bij de overgang naar de
nieuwe referentierentevoeten in de documentatie opgenomen
worden. De wijzigingen omvatten verder ook nog :
ī‚ƒ
de mogelijkheid om een rentevoet te documenteren als
een afgedekte risicocomponent zelfs als die rentevoet niet
onmiddellijk afzonderlijk identificeerbaar is, op voorwaarde
dat de bank redelijkerwijs verwacht dat dat wel het geval
zal zijn binnen een periode van 24 maanden ;
ī‚ƒ
de mogelijkheid om de cumulatieve veranderingen in de
reƫle waarde opnieuw op nul te stellen bij de beoordeling
van de effectiviteit van afdekkingsrelaties ; en
ī‚ƒ
de verplichting om bij portefeuileafdekkingen de instrumen-
ten die verwijzen naar nieuwe risicovrije referentierentes
af te zonderen in subgroepen.
Deze wijzigingen, goedgekeurd door de Europese Commissie
in december 2020, worden sinds 31 december 2020 door
BNP Paribas Fortis toegepast wat de bank in staat stelt
bestaande afdekkingsrelaties die door de overgang naar de
nieuwe referentierentes aangepast werden, te behouden.
BNP Paribas Fortis heeft de afdekkingsrelaties in kaart
gebracht die betrekking hebben op de referentierentes die het
voorwerp zijn van de hervorming, nl. de EONIA, de EURIBOR
en de LIBOR-rentes. Voor deze afdekkingsrelaties worden de
instrumenten (het afgedekte en het afdekkingsinstrument)
geleidelijk, wanneer nodig, aan de nieuwe rentes aangepast.
De ā€˜Fase 1’ wijzigingen aan IAS 39 en IFRS 7 zijn van toepas-
sing zolang de contractuele voorwaarden van de afgedekte of
afdekkingsinstrumenten nog niet zijn aangepast (bijvoorbeeld
door het opnemen van een ā€˜fallback’ clausule) of indien ze
wel aangepast zijn maar de voorwaarden en de datum van de
overschakeling naar de nieuwe referentierentes niet duidelijk
vastgelegd werden. Andersom zijn de ā€˜Fase 2’ wijzigingen van
toepassing zodra de contractuele voorwaarden van de afge-
dekte instrumenten of de afdekkingsinstrumenten aangepast
werden en de voorwaarden en de datum van de overgang
naar de nieuwe referentierentevoeten duidelijk bepaald zijn.
Toelichting 4.b ā€˜FinanciĆ«le afdekkingsderivaten’ vermeldt de
notionele bedragen van de afdekkingsinstrumenten gedo-
cumenteerd als onderdeel van afdekkingsrelaties die onder
het toepassingsgebied van de hervorming van de referentie-
rentes vallen.
Per 31 december 2021 blijven 1.721 contracten gedekt door de
USD Libor, waaronder 1.285 contracten met en vervaldatum
na 30 juni 2023, waarvan 1.041 derivatencontracten.
56
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
In mei 2021 heeft het IFRIC (IFRS Interpretations Committee)
een voorstel tot beslissing gepubliceerd dat door de
’International Accounting Standards Board’ bekrachtigd
werd. Het wijzigt de manier waarop de verbintenissen met
betrekking tot bepaalde pensioenregelingen van het type
vaste prestaties berekend worden. Deze voornamelijk Franse
regelingen geven geleidelijk recht op vergoedingen die slechts
uitgekeerd zullen worden bij effectieve pensionering maar
het aantal jaren waarmee rekening gehouden wordt voor het
bepalen van de rechten is begrensd. Voorheen werden de
rechten op de vergoeding lineair geboekt vanaf de datum van
indiensttreding tot op de datum van effectieve pensionering
zonder rekening te houden met de begrenzing van de rechten.
Voortaan worden de rechten lineair geboekt vanaf een datum
waarop het recht ontstaat rekening houdend met het beperkte
aantal jaren tot op de datum van pensionering. De aanpassing
die 3,9 miljoen euro na belasting bedraagt, heeft voornamelijk
betrekking op onze Franse dochterondernemingen en geas-
socieerde deelnemingen en werd geboekt op 1 januari 2021
met de overeenkomstige verhoging van het eigen vermogen.
1
Op 25 juni 2020 heeft de IASB ā€˜Wijzigingen aan IFRS 17’ gepubliceerd dat de toepassingsdatum met twee jaar uitstelt.
De inwerkingtreding van standaarden en aanpassingen die ver-
plicht van toepassing zijn vanaf 1 januari 2021 heeft geen impact
op de jaarrekening over 2021.
BNP Paribas Fortis heeft nieuwe standaarden, wijzigingen en inter-
pretaties die door de Europese Unie aanvaard werden en waarvan
de toepassing in 2021 optioneel was, niet vervroegd toegepast.
1.a.2 Nieuwe belangrijke
boekhoudregels, verschenen maar nog
niet van toepassing
IFRS 17 ā€˜Verzekeringscontracten’ gepubliceerd in mei 2017 en
gewijzigd in juni 2020 zal IFRS 4 ā€˜Verzekeringscontracten’ vervan-
gen. De nieuwe standaard werd in november 2021 goedgekeurd
voor gebruik binnen de Europese Unie en is verplicht van toepas-
sing voor boekjaren die starten op of na 1 januari 2023
1
.
1.b Segmentrapportering
Binnen de wettelijke en regelgevende / toezichthoudende scope
van BNP Paribas Fortis (ā€˜controlekring’) worden de aard en de
financiƫle gevolgen van de bedrijfsactiviteiten die zij uitoefent
en de economische omgevingen waarin zij opereert het best
weergegeven door de volgende operationele segmenten :
 bankactiviteiten in België ;
ī‚„ bankactiviteiten in Luxemburg ;
ī‚„ bankactiviteiten in Turkije ;
ī‚„ andere domestic markets activiteiten ;
ī‚„ overige.
Operationele segmenten zijn onderdelen van BNP Paribas Fortis :
ī‚„
die bedrijfsactiviteiten uitoefenen waaruit opbrengsten kunnen
worden gehaald en waarbij kosten kunnen worden gemaakt ;
ī‚„
de operationele resultaten ervan worden regelmatig doorge-
licht door de Raad van Bestuur van de entiteit om beslissingen
te nemen over de middelen die aan het segment moeten
worden toegewezen en om de financiƫle prestaties ervan te
beoordelen ;
 waarover afzonderlijke financiële informatie beschikbaar is.
In de context van IFRS 8 ā€˜Operationele segmenten’, wordt de Raad van
Bestuur van BNP Paribas Fortis beschouwd als de ā€˜hoogstgeplaatste
functionaris die belangrijke operationele beslissingen neemt’ (Chief
operating decision maker, CODM) die gezamenlijk toezicht houdt
over de activiteiten, prestaties en middelen van BNP Paribas Fortis.
BNP Paribas Fortis organiseert en rapporteert, zoals vele andere
bedrijven met diverse activiteiten, de financiƫle informatie naar
de ā€˜hoogstgeplaatste functionaris die belangrijke operationele
beslissingen neemt’ op meer dan ƩƩn manier.
BNP Paribas Fortis en de wettelijke entiteiten die deel uitmaken
van de Groep BNP Paribas Fortis oefenen managementcontrole
uit over de volledige wettelijke en regelgevende scope, de zoge-
naamde ā€˜controlekring’, met inbegrip van het opzetten van een
geschikte governancestructuur en controleprocessen.
Binnen deze organisatiestructuur en in de context van de regel-
gevende scope (ā€˜controlekring’) van BNP Paribas Fortis, zijn de
hierboven vermelde segmenten in lijn met de kernprincipes en
-criteria voor het bepalen van de operationele segmenten zoals
gedefinieerd in IFRS 8, ā€˜Operationele segmenten’.
Transacties of transfers tussen de bedrijfssegmenten gebeuren
op basis van de gebruikelijke commerciƫle voorwaarden die ook
voor niet-verbonden partijen gelden.
57
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
1.c Consolidatie
1.c.1 Consolidatiekring
De Geconsolideerde Jaarrekening van BNP Paribas Fortis bevat
alle entiteiten waarover BNP Paribas Fortis exclusieve of gemeen-
schappelijke zeggenschap uitoefent of waarover BNP Paribas
Fortis een invloed van betekenis uitoefent, met uitzondering van
de entiteiten waarvan de consolidatie als niet materieel wordt
beschouwd voor BNP Paribas Fortis. Entiteiten die aandelen
aanhouden in geconsolideerde entiteiten worden eveneens
geconsolideerd.
Dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf de datum
waarop BNP Paribas Fortis effectieve zeggenschap heeft verkregen.
Entiteiten onder tijdelijke controle worden mee opgenomen in
de Geconsolideerde Jaarrekening tot de datum waarop ze ver-
kocht worden.
1.c.2 Consolidatiemethodes
Zeggenschap
Ondernemingen onder de zeggenschap van BNP Paribas Fortis
worden volledig geconsolideerd. BNP Paribas Fortis heeft zeggen-
schap over een dochteronderneming wanneer zij blootgesteld is
aan of rechten heeft op veranderlijke opbrengsten uit hoofde van
haar betrokkenheid bij de entiteit en zij de mogelijkheid heeft om
deze opbrengsten via haar macht over de entiteit te beĆÆnvloeden.
BNP Paribas Fortis oefent zeggenschap uit over een entiteit waarin
stemrechten aangehouden worden, als zij direct of indirect over de
meerderheid van de stemmen beschikt (en er geen contractuele
bepalingen bestaan die de rechten van deze stemrechten wijzigen)
of als haar via contractuele overeenkomsten de macht is toe-
vertrouwd om de relevante activiteiten van de entiteit te sturen.
Gestructureerde entiteiten zijn entiteiten die zo worden opgezet
dat ze niet bestuurd worden door middel van stemrechten,
bijvoorbeeld wanneer het beheer van de relevante activiteiten
geregeld wordt via contractuele overeenkomsten en de stemrech-
ten beperkt zijn tot het nemen van administratieve beslissingen.
Deze entiteiten hebben vaak de volgende kenmerken of eigen-
schappen : beperkte activiteiten, een beperkte en duidelijk omlijnde
doelstelling en een eigen vermogen dat ontoereikend is om hun
activiteiten te financieren zonder achtergestelde financiƫle steun.
Het vaststellen van zeggenschap over gestructureerde entiteiten
houdt rekening met de redenen die tot de oprichting van de entiteit
hebben geleid, de risico’s die eraan verbonden zijn en de mate
waarin BNP Paribas Fortis aan de variabiliteit van deze risico’s
is blootgesteld. De beoordeling van zeggenschap houdt rekening
met alle feiten en omstandigheden die BNP Paribas Fortis in staat
kunnen stellen om door haar beslissingen de opbrengsten te
beĆÆnvloeden, zelfs indien deze beslissingen afhankelijk zijn van
bepaalde omstandigheden of onzekere toekomstige gebeurtenissen.
Voor het vaststellen van zeggenschap houdt BNP Paribas Fortis
enkel rekening met materiƫle rechten met betrekking tot de enti-
teit waarover zij zelf of derde partijen beschikken. Een recht is
materieel als de houder over de praktische mogelijkheid beschikt
dat recht uit te oefenen wanneer beslissingen over de relevante
activiteiten zich opdringen.
Het bestaan van zeggenschap moet opnieuw beoordeeld worden
als er zich veranderingen voordoen in de elementen die bepalend
zijn voor zeggenschap.
Wanneer BNP Paribas Fortis houder is van contractueel bepaalde
besluitvormingsrechten, bijvoorbeeld wanneer BNP Paribas Fortis
optreedt als vermogensbeheerder, zal zij moeten bepalen of
zij een principaal is dan wel een agent. In combinatie met het
niveau van blootstelling aan de variabele opbrengsten kunnen
deze besluitvormingsrechten er op wijzen dat BNP Paribas Fortis
optreedt voor eigen rekening en dus zeggenschap uitoefent over
deze entiteiten.
Minderheidsbelangen worden afzonderlijk gepresenteerd in
de geconsolideerde resultatenrekening, en ook in de geconso-
lideerde balans in het eigen vermogen. Bij de berekening van
minderheidsbelangen wordt rekening gehouden met het uitstaand
cumulatief bedrag van preferente aandelen geclassificeerd als
eigenvermogensinstrumenten en uitgegeven door dochteron-
dernemingen, wanneer deze aandelen buiten BNP Paribas Fortis
worden aangehouden.
Wat de volledig geconsolideerde fondsen betreft, aandelen in
deze fondsen aangehouden door derden worden opgenomen als
schulden tegen marktwaarde met waardeveranderingen in de
resultatenrekening, voor zover deze aandelen op het initiatief van
de intekenaar aflosbaar zijn tegen de marktwaarde.
Voor transacties die geleid hebben tot een verlies van controle
wordt elk aandeel dat BNP Paribas behoudt in het eigen vermogen
gewaardeerd tegen de reƫle waarde met waardeveranderingen
in de resultatenrekening.
58
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Gezamenlijke zeggenschap
Wanneer BNP Paribas een bedrijfsactiviteit uitoefent met ƩƩn
of meerdere partijen en daarbij de zeggenschap deelt op basis
van een contractuele overeenkomst die bepaalt dat de besluiten
over de relevante activiteiten (deze die de opbrengsten van de
entiteit aanzienlijk beĆÆnvloeden) unanieme instemming vereisen,
dan oefent BNP Paribas Fortis gezamenlijke zeggenschap uit over
de activiteit. Wanneer de activiteit onder gezamenlijke zeggen-
schap uitgeoefend wordt via een afzonderlijke financiƫle structuur
waarbij de partijen rechten hebben op de nettoactiva van de
gezamenlijke overeenkomst, dan wordt deze joint venture geboekt
volgens de equity-methode. Als de activiteit onder gezamenlijke
zeggenschap niet uitgeoefend wordt via een afzonderlijke financi-
ele structuur of wanneer de partijen rechten hebben op de activa
en aansprakelijk zijn voor de verplichtingen die verband houden
met de overeenkomst onder gemeenschappelijke zeggenschap,
dan zal BNP Paribas Fortis haar activa, haar verplichtingen en de
opbrengsten en lasten die haar toekomen boeken in overeenstem-
ming met de IFRS standaarden die daarop van toepassing zijn.
Invloed van betekenis
Ondernemingen waarover BNP Paribas Fortis een invloed van
betekenis uitoefent, worden verantwoord op basis van de vermo-
gensmutatiemethode. Een invloed van betekenis is de bevoegdheid
om deel te nemen in het beslissingsproces over de financiƫle en
operationele beleid van de onderneming zonder zeggenschap
uit te oefenen. Een invloed van betekenis wordt verondersteld
te bestaan wanneer BNP Paribas Fortis, direct of indirect, 20%
of meer van de stemrechten van de onderneming uitoefent.
Belangen van minder dan 20% kunnen geconsolideerd worden als
BNP Paribas Fortis een invloed van betekenis uitoefent. Dit is van
toepassing op ondernemingen ontwikkeld in samenwerking met
andere geassocieerden waarin BNP Paribas Fortis deelneemt aan
strategische beslissingen in de geassocieerde deelneming door
de vertegenwoordiging in de Raad van Bestuur of een equivalent
bestuursorgaan, invloed uitoefent op het operationeel manage-
ment van de onderneming door het ter beschikking stellen van
managementsystemen of managementpersoneel en technische
assistentie levert om de ontwikkeling van de onderneming te
ondersteunen.
Wijzigingen in de netto-activa van geassocieerde ondernemingen
(ondernemingen die verantwoord worden op basis van de vermo-
gensmutatiemethode) worden verantwoord in ā€˜Deelnemingen in
ondernemingen waarop de vermogensmutatie wordt toegepast’
aan de actiefzijde van de balans en in de relevante onderdelen
van het eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders.
Goodwill op geassocieerde ondernemingen is ook opgenomen
onder ā€˜Deelnemingen in ondernemingen waarop de vermogens-
mutatie wordt toegepast’.
Wanneer er indicatie is van bijzondere waardevermindering, zal
het bedrag van de participatie die geconsolideerd wordt op basis
van de vermogensmutatiemethode (met inbegrip van goodwill),
onderworpen worden aan een bijzondere waardeverminderings-
test waarbij de realiseerbare waarde (gelijk aan de hoogste
waarde van de gebruikswaarde of de marktwaarde) vergeleken
worden met de boekwaarde. Indien nodig zal er een bijzondere
waardevermindering erkend worden in de geconsolideerde resul-
tatenrekening onder ā€˜Aandeel in het resultaat van ondernemingen
waarop vermogensmutatie wordt toegepast’ en dit kan nadien
teruggedraaid worden.
Als het aandeel van BNP Paribas Fortis in het verlies van een
geassocieerde onderneming gelijk is aan de boekwaarde van
de investering in de geassocieerde onderneming of dit bedrag
overtreft, dan stopt BNP Paribas Fortis de opname van haar
aandeel in verdere verliezen. De belegging wordt verantwoord
aan een waarde die nihil is. Verdere verliezen in de geassocieerde
onderneming worden alleen verantwoord als BNP Paribas Fortis
een in rechte afdwingbare of een feitelijke verplichting heeft of
betalingen heeft verricht namens de geassocieerde onderneming.
Wanneer BNP Paribas Fortis een investering in een geassoci-
eerde deelneming aanhoudt, direct of indirect via een entiteit
die een organisatie is die durfkapitaal verstrekt, dan wel een
gemeenschappelijk beleggingsfonds, een beleggingsfonds of een
soortgelijke entiteit, met inbegrip van een verzekeringsfonds met
beleggingscomponent, dan kan BNP Paribas ervoor kiezen deze
investering te waarderen tegen reƫle waarde met verwerking van
waardeveranderingen in winst of verlies.
Gerealiseerde resultaten op beleggingen in geconsolideerde
ondernemingen worden verantwoord in de resultatenrekening
onder de rubriek ā€˜Netto winst op overige vaste activa’.
De Geconsolideerde Jaarrekening wordt opgesteld op basis van
eenvormige grondslagen voor financiƫle verslaggeving voor
transacties met een gelijkaardige rapportering en andere gebeur-
tenissen onder gelijkaardige omstandigheden.
59
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
1.c.3 Consolidatieprocedures
Eliminatie van intragroep saldi en
transacties
Intragroep saldi voortvloeiend uit transacties tussen geconsoli-
deerde ondernemingen en de transacties zelf (inclusief inkomen,
uitgaven en dividenden) worden geƫlimineerd. Winst en verliezen
voortvloeiend uit intragroep verkopen van activa worden geƫlimi-
neerd uitgezonderd wanneer het verkocht actief een bijzondere
waardevermindering heeft ondergaan. Niet-gerealiseerde winsten
en verliezen inbegrepen in de waarde van activa tegen reƫle
waarde met waardeveranderingen in eigen vermogen worden
behouden in de Geconsolideerde Jaarrekening.
Omrekening van jaarrekeningen uitgedrukt
in vreemde valuta
De Geconsolideerde Jaarrekening van BNP Paribas Fortis wordt
opgesteld in euro.
De jaarrekeningen van ondernemingen waarvan de functionele
munt niet de euro is, worden omgerekend op basis van de slot-
koersmethode. Op basis van deze methode worden alle activa
en verplichtingen, monetair en niet-monetair, omgerekend tegen
de contantwisselkoers op balansdatum. Baten en lasten worden
omgerekend tegen de gemiddelde koers van de periode.
Dezelfde methode wordt toegepast op jaarrekeningen van onder-
nemingen die gevestigd zijn in economie met hyperinflatie, na
aanpassing voor de effecten van inflatie door de toepassing van
een algemene prijsindex.
Verschillen voortvloeiend uit de omrekening van balansposten
en winst -en verlieselementen worden verantwoord in het eigen
vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders onder ā€˜Wijzigingen
in activa en verplichtingen opgenomen in het eigen vermogen’
voor het deel dat toewijsbaar is aan de aandeelhouders en onder
ā€˜Minderheidsbelangen’ voor het deel dat toewijsbaar is aan
beleggers buiten de onderneming. Onder de optionele behan-
deling zoals toegelaten door IFRS 1 heeft BNP Paribas Fortis
alle gecumuleerde omrekeningsverschillen toewijsbaar aan de
aandeelhouders en aan de minderheidsbelangen op nul gezet
in de openingsbalans van 1 januari 2004 door middel van een
transfer naar ingehouden winsten.
Bij liquidatie of desinvestering van een deel van of alle belan-
gen in een buitenlandse onderneming (buiten de eurozone) die
leidt tot een wijziging in de aard van de investering (verlies van
controle, van invloed van betekenis of van gezamenlijke controle
zonder behoud van invloed van betekenis), wordt de in het eigen
vermogen geregistreerde cumulatieve omrekeningsaanpassing, die
is bepaald op basis van de stap-voor-stap consolidatiemethode,
volledig overgedragen naar de resultatenrekening op het moment
van de liquidatie of verkoop.
Indien het percentage van het aangehouden belang wijzigt
zonder dat dit een wijziging in de aard van de investering met
zich meebrengt, wordt de omrekeningsaanpassing verdeeld
tussen het deel dat toewijsbaar is aan de aandeelhouders en het
deel dat toewijsbaar aan de minderheidsbelangen voor zover de
onderneming volledig geconsolideerd wordt. Voor ondernemingen
die geconsolideerd worden volgens de vermogensmutatiemethode
wordt het deel gelinkt aan de verkochte deelneming opgenomen
in de resultatenrekening.
1.c.4 Bedrijfscombinaties en
waardering van goodwill
Bedrijfscombinaties
Bedrijfscombinaties worden verantwoord op basis van de
overnamemethode.
Onder deze methode worden de identificeerbare activa en ver-
plichtingen van de overgenomen entiteit, gewaardeerd tegen de
reƫle waarde op de overnamedatum. Uitgezonderd voor vaste
activa geclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop die
worden gewaardeerd tegen reƫle waarde min verkoopkosten.
De voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen partij
worden niet opgenomen in de geconsolideerde balans tenzij
ze een bestaande verplichting vertegenwoordigen op de over-
namedatum en hun reƫle waarde op een betrouwbare wijze
gewaardeerd kan worden.
De kost van een bedrijfscombinatie is de reƫle waarde op datum
van de uitwisseling, van de gegeven activa, de overgenomen en
veronderstelde verplichtingen en de eigenvermogensinstrumenten
uitgegeven voor het verkrijgen van controle over de overgenomen
partij. Kosten die direct toewijsbaar zijn aan de bedrijfscombinatie
worden als een afzonderlijke transactie behandeld en opgenomen
in de resultatenrekening.
60
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Elk voorwaardelijk bedrag wordt tegen de reƫle waarde opgeno-
men in het op de overnamedatum getransfereerde bedrag van
zodra er controle verworven is. Latere veranderingen in de reƫle
waarde van elk voorwaardelijk bedrag opgenomen als een finan-
ciƫle verplichting worden verantwoord in de resultatenrekening.
BNP Paribas Fortis mag aanpassingen aan de voorlopige boekingen
van de bedrijfscombinatie verantwoorden tot 12 maanden na de
verwervingsdatum.
Goodwill vertegenwoordigt het verschil tussen de kost van de
bedrijfscombinatie en het aandeel van de overnemer in de netto
reële waarde van de geïdentificeerde activa en verplichtingen van
de overgenomen partij op de overnamedatum. Positieve goodwill
wordt verantwoord in de balans van de overnemer, terwijl badwill
onmiddellijk wordt opgenomen in resultatenrekening op de over-
namedatum. Minderheidsbelangen worden gewaardeerd voor hun
deel in de geherwaardeerde nettoactiva van de overgenomen
partij. Maar BNP Paribas Fortis kan er ook voor kiezen om, voor
elke bedrijfscombinatie, de minderheidsbelangen te waarderen
tegen hun marktwaarde, wat hun toegewezen deel is van de
goodwill. Tot dusver heeft BNP Paribas Fortis nog nooit voor deze
laatste optie gekozen.
Goodwill wordt verantwoord in de functionele munt van de
overgenomen partij en omgerekend tegen de slotkoers.
Op de overnamedatum wordt elk voorheen aangehouden belang in
het eigen vermogen van de overgenomen partij gewaardeerd tegen
reƫle waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.
In het geval van een stapsgewijze overname wordt de goodwill
bepaald op basis van de reƫle waarde op de overnamedatum.
Omdat de herziene IFRS 3 prospectief wordt toegepast, werden
bedrijfscombinaties die plaatsvonden voor 1 januari 2010 niet
herzien volgens de principes van IFRS 3.
Zoals toegelaten onder IFRS 1 moeten bedrijfscombinaties, die
plaatsvonden voor 1 januari 2004 en die gerapporteerd werden
in overeenstemming met de vorige toepasbare grondslagen voor
financiƫle verslaggeving (Belgian GAAP), niet worden geherwaar-
deerd in overeenstemming met de principes van IFRS 3.
1
IAS 36 ā€˜Bijzondere waardevermindering van activa’ hanteert het begrip kasstroomgenererende eenheid voor homogene groepen van businesses.
Evaluation des goodwill
BNP Paribas Fortis toetst goodwill op bijzondere waardevermin-
deringen op een regelmatige basis.
Kasstroomgenererende eenheden
BNP Paribas Fortis heeft al haar activiteiten opgesplitst in homo-
gene groepen van businesses
1
die de rapporteringsentiteiten of
groepen van entiteiten van BNP Paribas Fortis vertegenwoordigen.
Deze splitsing is consistent met de organisatorische structuur
en beheersmethodes van BNP Paribas Fortis en weerspiegelt de
onafhankelijkheid van elke rapporteringsentiteit of groep van
entiteiten in termen van resultaat- en beheersaanpak. Dit wordt
op regelmatige basis herzien met als doel rekening te houden
met gebeurtenissen die de samenstelling van de kasstroomge-
nererende eenheden waarschijnlijk beĆÆnvloeden zoals acquisities,
desinvesteringen en belangrijke reorganisaties.
Toetsen van kasstroomgenererende eenheden op
bijzondere waardeverminderingen
Goodwill toegewezen aan kasstroomgenererende eenheden
wordt jaarlijks getoetst of ze een bijzondere waardeverminde
-
ring hebben ondergaan of wanneer er een indicatie is dat de
eenheid een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan,
door het vergelijken van de boekwaarde van de eenheid met de
realiseerbare waarde. Wanneer de realiseerbare waarde lager is
dan de boekwaarde, dan wordt er een onomkeerbaar bijzonder
waardeverminderingsverlies verantwoord en wordt de goodwill
afschreven voor het overschot van de boekwaarde van de eenheid
over het realiseerbaar bedrag.
Realiseerbare waarde van een kasstroomgenere-
rende eenheid
De realiseerbare waarde van een kasstroomgenererende eenheid
is de hoogste van de reƫle waarde van de eenheid na aftrek van
kosten voor verkoop of de gebruikswaarde.
De reƫle waarde is de prijs die men zou verkrijgen uit de verkoop
van de eenheid tegen marktvoorwaarden van toepassing op de
datum van de waardering en vooral bepaald door middel van
actuele prijzen van recente transacties tussen gelijkaardige
ondernemingen of op basis van ā€˜stock market multiples’ voor
vergelijkbare ondernemingen.
61
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
De gebruikswaarde is gebaseerd op een schatting van de
toekomstige kasstromen die gegenereerd zullen worden door
de kasstroomgenererende eenheid afgeleid van de jaarlijkse
budgetten voorbereid door het management van de eenheid
en goedgekeurd door het Executive Committee en afgeleid van
analyses van de wijzigingen in de relatieve positionering van de
activiteiten van de eenheid in hun markt. Deze kasstromen worden
verdisconteerd tegen de rentevoet die het rendement weergeeft
dat investeerders zouden verwachten van een investering in de
betrokken businesssector en regio.
Transacties onder gemeenschappelijke
zeggenschap
Transfers van activa of uitwisseling van aandelen tussen
entiteiten onder gemeenschappelijke zeggenschap behoren
niet tot het toepassingsgebied van IFRS 3 ā€˜Bedrijfscombinaties’
of andere IFRS-standaarden. IAS 8 bepaalt dat in dergelijke
1
Monetaire activa en verplichtingen zijn activa en verplichtingen die ontvangen of betaald moeten worden in een vast of vast te stellen aantal valuta-eenheden.
gevallen het management op oordeelkundige wijze een grond-
slag voor financiƫle verslaggeving moet ontwikkelen waarvan
de toepassing resulteert in relevante en betrouwbare informatie
in het jaarverslag. Daarom heeft BNP Paribas Fortis beslist om
de ā€˜voorgangerswaardemethode’ toe te passen op transacties
onder gemeenschappelijke zeggenschap. Onder deze methode
verantwoordt BNP Paribas Fortis, als overnemende partij, deze
activa en verplichtingen aan hun boekwaarde zoals bepaald en
gerapporteerd door de overdragende partij in de Geconsolideerde
Jaarrekening van BNP Paribas op datum van de overdracht. Als
gevolg wordt er geen nieuwe goodwill (andere dan de bestaande
goodwill van de gecombineerde entiteiten) verantwoord. Elk
verschil tussen de betaalde/getransfereerde vergoeding en het
verworven aandelenkapitaal wordt voorgesteld als een aanpassing
in het eigen vermogen. Deze ā€˜voorgangerswaardemethode’ voor
bedrijfscombinaties onder gemeenschappelijk zeggenschap wordt
prospectief toegepast vanaf de verwervingsdatum.
1.d Omrekening van transacties in vreemde valuta
De methodes gebruikt om activa en verplichtingen verbonden
aan transacties luidende in vreemde valuta aangegaan door
BNP Paribas Fortis te verantwoorden en om het wisselkoersrisico
die voortvloeit uit deze transacties te meten, hangt af van het feit
of de desbetreffende activa en verplichtingen geclassificeerd zijn
als een monetair of niet-monetair item.
Monetaire activa en verplichtingen
1
uitgedrukt in vreemde valuta
Monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta
worden omgerekend naar de functionele munt van de relevante
groepsentiteit tegen de slotkoers. Wisselkoersverschillen worden
verantwoord in de resultatenrekening uitgezonderd voor deze
die voortvloeien uit financiƫle instrumenten aangemerkt als een
kasstroomafdekking of als afdekking van een netto-investering in
een buitenlandse entiteit. Deze worden verantwoord in het eigen
vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders.
Niet-monetaire activa en verplichtingen
uitgedrukt in vreemde valuta
Niet-monetaire activa kunnen ofwel gewaardeerd worden tegen
historische kostprijs of tegen reƫle waarde. In het eerste geval
worden niet-monetaire activa uitgedrukt in vreemde valuta,
omgerekend op basis van de historische wisselkoers op de
transactiedatum. Dit is de datum van eerste opname van de
niet-monetaire activa. In het tweede geval worden ze gewaardeerd
tegen de slotkoers.
Wisselkoersverschillen op niet-monetaire activa uitgedrukt in
vreemde valuta en gewaardeerd tegen reƫle waarde (eigen-vermo-
gensinstrumenten) worden verantwoord in de resultatenrekening
als het actief geclassificeerd is in ā€˜FinanciĆ«le instrumenten tegen
reƫle waarde met waardeveranderingen in de resultatenreke
-
ning’ en in het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders
wanneer het actief is geclassificeerd in ā€˜FinanciĆ«le activa tegen
reĆ«le waarde met waardeveranderingen in eigen vermogen’.
62
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
1.e Rentemarge, commissies en opbrengsten van overige activiteiten
1.e.1 Rentemarge
Baten en lasten voortvloeiend uit financiƫle instrumenten gewaar
-
deerd tegen geamortiseerde kostprijs en tegen reƫle waarde met
waardewijzigingen in eigen vermogen worden verantwoord in
de resultatenrekening op basis van de effectieve-rentemethode.
De effectieve rentevoet is de rentevoet die de geschatte toekom-
stige kasstromen over de verwachte levensduur van het financieel
instrument of over een kortere periode indien meer geschikt
nauwkeurig verdisconteert om tot de netto-boekwaarde van het
actief of de verplichting in de balans te komen. De effectieve-ren-
tevoetberekening houdt rekening met alle ontvangen of betaalde
commissies die een vast onderdeel zijn van de effectieve rentevoet
van het contract, transactiekosten en premies en kortingen.
Commissies die beschouwd worden als een onderdeel van de rente
worden opgenomen in de effectieve rentevoet en verantwoord in
de resultatenrekening onder ā€˜Rente en opbrengsten / Soortgelijke
lasten’. Commissies die in deze categorie opgenomen worden zijn
de commissies op kredietverbintenissen wanneer de realisatie
van een lening eerder waarschijnlijk dan onwaarschijnlijk is. De
commissies ontvangen voor kredietverbintenissen worden uitge-
steld tot de trekking van het krediet en vervolgens geĆÆntegreerd
in de berekening van de effectieve rentevoet en gespreid over de
looptijd van het krediet. Commissies voor gesyndiceerde kredieten
worden eveneens in deze rubriek gerapporteerd voor het deel
dat overeenstemt met de vergoeding van andere deelnemers in
het syndicaat.
1.e.2 Commissies en opbrengsten van
andere activiteiten
Commissies ontvangen voor bancaire en gelijkaardige diensten
(met uitzondering van de commissies die deel uitmaken van de
effectieve rentevoet) en voor de dienstverlening die verband houdt
met leasingcontracten vallen binnen het toepassingsgebied van
IFRS 15ā€Opbrengsten van contracten met klantenā€.
Deze standaard legt voor het boeken van inkomsten een uniform
model vast waarvan de basisprincipes vertaald worden in vijf
stappen. Op basis van deze criteria laten toe om de verschillende
prestatieverplichtingen die in een contract vervat zijn te identifice-
ren en daar de transactieprijs aan toe te kennen. De opbrengsten
die verbonden zijn aan de verschillende prestatieverplichtingen
worden opgenomen naarmate deze vervuld zijn, dit is wanneer de
zeggenschap over het goed of de dienst is overgedragen.
Als de transactieprijs een variabele component bevat, dan wordt
het variabele bedrag pas in de resultatenrekening opgenomen
wanneer het zeer waarschijnlijk is dat er geen significante
terugneming van de opgenomen cumulatieve opbrengsten zal
plaatsvinden.
Commissies
BNP Paribas Fortis neemt de commissiebaten en –lasten op in
de resultatenrekening :
ī‚„
ofwel progressief, naarmate de diensten worden verleend
worden in geval van continue dienstverlening aan de klant.
Dit betreft vooral bepaalde commissies op transacties met de
cliƫnteel voor diensten die continu verstrekt worden, com-
missies op kredietverbintenissen die geen deel uitmaken van
de rentemarge omdat het weinig waarschijnlijk is dat er een
krediet zal opgenomen worden, commissies voor financiƫle
garantieverbintenissen, commissies voor de compensatie
van financiƫle instrumenten, commissies in het kader van
fiduciaire en gelijkaardige verrichtingen, bewaarlonen of
effecten, enz.
Commissies ontvangen voor financiƫle garantieverbintenissen
worden beschouwd als de weergave van de initiƫle reƫle
waarde van de verbintenis. De hieruit voortvloeiende ver-
plichting wordt vervolgens afgeschreven naar de rentebaten
over de duur van de verbintenis.
ī‚„
ofwel, in alle andere gevallen, wanneer de dienst werd
gepresteerd. Hieronder vallen onder meer ontvangen
plaatsingscommissies, commissies als vergoeding voor het
opzetten van een kredietsyndicaat, commissies voor advies-
verlening, enz.
Opbrengsten van andere activiteiten
De opbrengsten van dienstverlening in het kader van leaseover-
eenkomsten worden in de resultatenrekening opgenomen
naarmate deze diensten verstrekt worden, d.w.z. pro rata de
kosten gemaakt voor de onderhoudscontracten.
63
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
1.f Financiƫle activa en financiƫle verplichtingen
De financiƫle activa worden op basis van hun bedrijfsmodel en
de eigenschappen van hun contractuele kasstromen bij eerste
opname geclassificeerd tegen geamortiseerde kostprijs, tegen reƫle
waarde met waardeveranderingen in het eigen vermogen of tegen
reƫle waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.
De financiƫle verplichtingen worden bij eerste opname geclassi-
ficeerd tegen geamortiseerde kostprijs of tegen de reƫle waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening.
De financiƫle activa en de financiƫle verplichtingen worden in de
balans opgenomen wanneer BNP Paribas Fortis partij wordt bij de
contractuele bepalingen van het instrument. De aan- en verkopen
van financiƫle activa die afgewikkeld worden binnen een termijn
die is vastgelegd door de reglementering of gebruiken van een
markt worden op de balans opgenomen op de afwikkelingsdatum.
1.f.1 Financiƫle activa tegen
geamortiseerde kostprijs
Financiƫle activa worden geclassificeerd tegen geamortiseerde
kostprijs als aan twee voorwaarden is voldaan : het bedrijfsmodel
is erop gericht de financiƫle activa aan te houden om de con-
tractuele kasstromen te ontvangen (ā€˜collect’) en de kasstromen
bestaan uitsluitend uit aflossingen en rentebetalingen op het
uitstaande hoofdsombedrag.
De ā€˜bedrijfsmodel’ voorwaarde
De financiƫle activa worden beheerd met het oog op de ontvangst
van de kasstromen door het innen van de contractuele betalingen
tijdens de looptijd van het instrument.
Verkopen die dicht bij het einde van de looptijd van het instrument
plaatsvinden voor een bedrag dat de resterende te ontvangen
contractuele kasstromen benadert of verkopen omwille van een
toename van het kredietrisico van de tegenpartij zijn verenigbaar
met het ā€˜collect’ bedrijfsmodel. Verkopen als gevolg van regelge-
vende beperkingen of om het kredietconcentratierisico te beheren
(zonder een toename van het kredietrisico) zijn ook verenigbaar
met dit bedrijfsmodel zolang deze verkopen infrequent of insig-
nificant in waarde zijn.
De ā€˜kasstromen’ voorwaarde
De voorwaarde van de kasstromen wordt nageleefd als de
contractvoorwaarden van het schuldinstrument op bepaalde
data aanleiding geven tot kasstromen die uitsluitend bestaan uit
aflossingen en rentebetalingen op het uitstaande hoofdsombedrag.
Er is niet voldaan aan deze vereiste als een contractvoorwaarde
de houder blootstelt aan risico’s of volatiliteit van de contractuele
kasstromen die onverenigbaar is met de voorwaarden van een
basiskredietovereenkomst. Deze voorwaarde is evenmin gerespec-
teerd bij een instrument met hefboomwerking die er toe leidt dat
de variabiliteit van de contractuele kasstromen vergroot.
De rentebetalingen bestaan uit een vergoeding voor de tijds-
waarde van geld, het kredietrisico en eventueel ook voor andere
risico’s (bijvoorbeeld liquiditeitsrisico) en kosten (bijvoorbeeld
administratieve kosten), en een winstmarge die consistent is met
een basiskredietovereenkomst. Negatieve rente doet geen afbreuk
aan de voorwaarde van de kasstromen.
De tijdswaarde van geld is het element van de rente waarvoor
de vergoeding alleen op het verstrijken van tijd betrekking heeft.
De relatie tussen de rente en het verstrijken van de tijd mag niet
herzien worden op basis van specifieke kenmerken die er kunnen
toe leiden de kasstroomeigenschap in vraag te stellen.
De tijdswaarde van geld kan worden herzien, bijvoorbeeld wanneer
de variabele rente van een financieel actief periodiek opnieuw
wordt vastgesteld volgens een frequentie die niet overeenstemt
met de rentelooptijd. Naargelang de omvang van deze afwijking
kan dit er toe leiden dat niet is voldaan aan de voorwaarde van
de kasstromen. Bepaalde financiƫle activa aangehouden door
BNP Paribas Fortis vertonen een verschil (ā€˜mismatch’) tussen
de frequentie voor het herzien van de rente en de rentelooptijd,
of de rente wordt bepaald als een gemiddelde van rentevoeten.
BNP Paribas Fortis analyseert dergelijke wijzigingen van de tijds-
waarde van geld aan de hand van de benadering die de groep
BNP Paribas hiervoor hanteert.
Gereglementeerde rentevoeten voldoen aan de kasstroomeigen-
schap zodra zij zorgen voor een vergoeding die alleen op het
verstrijken van tijd betrekking heeft en niet leiden tot blootstelling
aan andere risico’s of volatiliteit in de kasstromen die inconsistent
zijn met een basiskredietovereenkomst.
64
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Bepaalde contractvoorwaarden kunnen het tijdstip of het bedrag
van de contractuele kasstromen wijzigen. Opties voor vervroegde
aflossing doen geen afbreuk aan het criterium van de kasstromen
als het vervroegd afgeloste bedrag hoofdzakelijk bestaat uit
onbetaalde aflossingen van de hoofdsom en de rente daarop. Dat
bedrag kan daarnaast ook een redelijke aanvullende compensatie
voor de voortijdige beƫindiging van het contract omvatten. Voor
kredieten aan particulieren bijvoorbeeld wordt een vergoeding van
zes maanden rente of 3% van de resterende hoofdsom beschouwd
als een redelijke vergoeding. Actuariƫle vergoedingen worden
eveneens beoordeeld als redelijk als ze overeenstemmen met
het verdisconteerde verschil tussen de resterende contractuele
kasstromen van het krediet en hun wederbelegging voor dezelfde
looptijd bij soortgelijke tegenpartijen of op de interbankenmarkt,
ongeacht of deze vergoeding positief of negatief is (zogenaamde
symmetrische vergoedingen). Clausules die voorzien in de over-
schakeling van een vlottende rente naar een vaste rente doen
geen afbreuk aan de kasstroomvereiste op voorwaarde dat de
vaste rente vastgelegd is bij aanvang, of als de rente overeenstemt
met de tijdswaarde van geld voor de resterende looptijd van het
krediet op datum van de uitoefening van de clausule.
Wanneer financiƫle activa contractueel gekoppeld zijn aan de
betalingen ontvangen op een onderliggende pool van financiƫle
instrumenten en er tussen de investeerders een rangorde bepaald
is voor de betalingen van de kasstromen die tot kredietrisico-
concentraties aanleiding geeft (tranches) zal een specifieke
analyse nodig zijn. De contractvoorwaarden van de tranche en
van de onderliggende pool van financiƫle instrumenten moeten
beantwoorden aan de kasstroomeigenschap en het kredietrisico
inherent aan de tranche moet kleiner zijn dan of gelijk aan het
kredietrisico verbonden aan de onderliggende pool van financiƫle
instrumenten.
Kredieten kunnen ā€˜non-recourse’ kenmerken vertonen, hetzij con-
tractueel, hetzij in wezen, wanneer ze aan een welbepaalde entiteit
verstrekt worden. Dat komt vooral voor bij projectfinanciering of
bij financiering van activa. Er is aan de kasstroomeigenschap
voldaan zolang deze leningen niet leiden tot een rechtstreekse
blootstelling aan de activa die als zekerheid gesteld zijn. In de
praktijk is het enkele feit dat het financiƫle actief zorgt voor beta-
lingen van hoofdsom en rente onvoldoende om te besluiten dat
het ā€˜non-recourse’ instrument beantwoordt aan de voorwaarde
van de kasstromen. In dergelijke gevallen moeten de specifieke
onderliggende activa waarop het beperkte verhaal betrekking
heeft, geanalyseerd worden volgens de ā€˜doorkijkbenadering’. Als
die activa zelf niet beantwoorden aan de kasstroomeigenschap,
moet de aanwezige kredietbescherming beoordeeld worden.
Daarbij worden de volgende elementen geanalyseerd : de struc-
turering en de grootte van de transactie, het eigen vermogen van
de ontlenende structuur, de verwachte bron van de terugbetaling,
de prijsvolatiliteit van de onderliggende activa. BNP Paribas
Fortis past deze analyse toe op de ā€˜non-recourse’ leningen door
haar verleend.
De categorie ā€˜FinanciĆ«le activa tegen geamortiseerde kostprijs’
bevat o.a. de kredieten toegestaan door BNP Paribas Fortis evenals
de terugverkoopovereenkomsten en de effecten aangehouden door
ALM-Treasury met het oog op het incasseren van de contractuele
kasstromen en die voldoen aan de kasstroomeigenschap.
Boekingen
Bij de eerste opname worden financiƫle activa geboekt tegen
hun reƫle waarde, met inbegrip van de transactiekosten direct
toerekenbaar aan de transactie en de commissies ontvangen voor
het tot stand brengen van de kredieten.
Daarna worden ze gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs
inclusief de opgebouwde rente, en verminderd met de betalin-
gen van hoofdsom en rente tijdens de voorbije periode. Vanaf
de eerste opname worden deze activa ook onderworpen aan de
berekening van een voorziening voor verwachte kredietverliezen
(toelichting 1.f.4).
De rente wordt berekend op basis van de effectieve rentevoet
bepaald bij aanvang van het contract.
1.f.2 Financiƫle activa tegen reƫle
waarde met waardeveranderingen in
het eigen vermogen
Schuldinstrumenten
De schuldinstrumenten worden geclassificeerd tegen reƫle waarde
met waardeveranderingen in het eigen vermogen als aan de
volgende twee voorwaarden is voldaan :
ī‚„
de voorwaarde van het bedrijfsmodel : de financiƫle activa
worden aangehouden binnen een bedrijfsmodel waarvan het
doel wordt bereikt door zowel contractuele kasstromen te
ontvangen als financiĆ«le activa te verkopen (ā€˜collect and sell’).
Dit laatste aspect is geen bijzaak maar maakt integraal deel
uit van het bedrijfsmodel ;
ī‚„
de voorwaarde van de kasstromen : de principes zijn identiek
aan deze van toepassing voor financiƫle activa tegen geamor-
tiseerde kostprijs.
65
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
In deze categorie worden de effecten opgenomen die door ALM-
Treasury worden aangehouden met het oog op het incasseren van
de contractuele kasstromen of om te verkopen, en die voldoen
aan de kasstroomeigenschap.
Bij de eerste opname worden financiƫle activa geboekt tegen
hun reƫle waarde, met inbegrip van de transactiekosten direct
toerekenbaar aan de transactie. Daarna worden ze gewaardeerd
aan de reƫle waarde en de wijzigingen in de reƫle waarde worden
gerapporteerd in een specifieke rubriek van het eigen vermogen
ā€˜Wijzigingen in activa en verplichtingen opgenomen in het eigen
vermogen’. Daarnaast worden ook de verwachte kredietverliezen,
die berekend worden volgens dezelfde modaliteiten als deze van
toepassing op schuldinstrumenten tegen geamortiseerde kostprijs,
geboekt in deze specifieke rubriek van het eigen vermogen met
de risicokost als tegenpost. Bij verkoop worden de bedragen die
voorheen in het recycleerbare eigen vermogen werden geboekt
overgebracht naar de resultatenrekening.
De rente wordt in de resultatenrekening opgenomen op basis
van de effectieve rente bepaald bij de aanvang van het contract.
Eigenvermogensinstrumenten
Voor de beleggingen in eigenvermogensinstrumenten onder de
vorm van aandelen is er de keuzemogelijkheid om, transactie per
transactie, de instrumenten te klasseren als instrumenten tegen
reƫle waarde met waardeveranderingen in (een specifieke rubriek
van) het eigen vermogen. Bij verkoop van de aandelen worden
de waardeveranderingen die tot dusver in het eigen vermogen
geboekt werden, niet overgedragen naar de resultatenrekening.
Enkel de dividenden worden in de resultatenrekening opgenomen
voor zover ze een vergoeding vormen voor de investering en geen
terugbetaling van het kapitaal. Op deze instrumenten worden geen
bijzondere waardeverminderingen geboekt.
Participaties in een open-end beleggingsfonds die op verzoek
van de houder aflosbaar zijn, beantwoorden niet aan de definitie
van een eigenvermogensinstrument. Ze voldoen ook niet aan de
kasstroomeigenschap en worden daarom geboekt tegen reƫle
waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.
1.f.3 Krediet- en
garantieverbintenissen
De kredietverbintenissen en de verstrekte financiƫle garanties die
niet gerapporteerd worden als derivaten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening, worden opgeno-
men in de toelichting met betrekking tot de gegeven en ontvangen
verbintenissen. De bijzondere waardevermindering voor verwachte
kredietverliezen op deze instrumenten wordt opgenomen onder
de rubriek ā€˜Voorzieningen voor risico’s en kosten’.
1.f.4 Bijzondere waardevermindering
op financiƫle activa tegen geamorti-
seerde kostprijs en schuldinstrumenten
tegen reƫle waarde met waarde-
veranderingen in het eigen vermogen
Het model voor de bijzondere waardevermindering is gebaseerd
op de verwachte kredietverliezen.
Dit model is van toepassing op leningen, schuldinstrumenten
tegen geamortiseerde kostprijs of tegen reƫle waarde met waarde-
veranderingen in het eigen vermogen, verstrekte financierings- en
garantieverbintenissen die niet gewaardeerd worden tegen reƫle
waarde, en ook op de vorderingen uit leaseovereenkomsten, op
handelsvorderingen en contractactiva.
Algemene model
BNP Paribas Fortis maakt een onderscheid tussen drie stadia
in de evolutie van het tegenpartijkredietrisico sinds de eerste
opname van het actief.
ī‚„
Binnen de 12 maanden te verwachten kredietverliezen
(Stadium 1) : indien op de rapportagedatum het aan een
financieel instrument verbonden kredietrisico niet significant
is toegenomen sinds de eerste opname, is het instrument
onderhevig aan een bijzondere waardevermindering gelijk aan
de binnen de twaalf maanden te verwachten kredietverliezen
(voortvloeiend uit gebeurtenissen die kunnen leiden tot wan-
betaling en die zich binnen een periode van 12 maanden na
de verslagdatum kunnen voordoen) ;
ī‚„
Tijdens de looptijd te verwachten kredietverliezen voor activa
zonder verminderde kredietwaardigheid (Stadium 2) : de
voorziening voor verliezen is een bedrag gelijk aan de tijdens
de looptijd te verwachten kredietverliezen als het kredietrisico
verbonden aan het financiƫle instrument sinds de eerste
opname significant is toegenomen zonder dat het actief een
verminderde kredietwaardigheid vertoont of dubieus is ;
66
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
ī‚„
Tijdens de looptijd te verwachten kredietverliezen voor
financiƫle activa met verminderde kredietwaardigheid of
financiƫle activa die dubieus zijn (Stadium 3) : de voorziening
voor verliezen is eveneens gelijk aan de tijdens de looptijd te
verwachten kredietverliezen.
Dit algemene model is van toepassing op alle financiƫle instru-
menten die vallen binnen het toepassingsgebied van IFRS 9 met
uitzondering van de financiƫle activa die bij de verwerving of
creatie reeds een verminderde kredietwaardigheid vertonen en de
instrumenten waarvoor een vereenvoudigde benadering gebruikt
wordt (zie verder).
De benadering onder IFRS 9 op basis van de verwachte krediet-
verliezen is symmetrisch. Dit betekent dat wanneer in een vorige
periode tijdens de looptijd te verwachten kredietverliezen geboekt
werden, en daarna tijdens de lopende periode blijkt dat het aan
het financiƫle instrument verbonden kredietrisico sinds de eerste
opname niet langer significant is toegenomen, de voorziening
opnieuw berekend zal worden op basis van binnen de twaalf
maanden te verwachten kredietverliezen.
De rentebaten voor activa ā€˜stadium’ 1 en 2 worden berekend op
basis van de bruto boekwaarde. Voor activa ā€˜stadium’ 3 worden
de rentebaten berekend op basis van de geamortiseerde kostprijs.
Dit is de bruto boekwaarde na aftrek van de voorziening voor
bijzondere waardevermindering.
Definitie van wanbetaling
De definitie van wanbetaling wordt afgestemd op de definitie
van wanbetaling uit het Bazelraamwerk. Er is echter een weer-
legbaar vermoeden dat een wanbetaling niet later plaatsvindt
dan wanneer een financieel actief 90 dagen achterstallig is. Deze
definitie houdt rekening met de EBA-richtlijnen van 28 september
2016, meer bepaald voor wat betreft de drempelwaarden van
toepassing voor de wanbetalingen en de proefperiodes.
De definitie van wanbetaling wordt op identieke wijze toegepast
zowel voor het vaststellen van de toename van het kredietrisico
als voor het bepalen van de te verwachten kredietverliezen.
Financiƫle activa met verminderde
kredietwaardigheid of dubieuze financiƫle
activa
Definitie
Een financieel actief heeft een verminderde kredietwaardigheid
wordt beschouwd als dubieus en wordt gerapporteerd als
ā€˜stadium’ 3 wanneer zich ƩƩn of meerdere gebeurtenissen voor-
doen die een negatief effect hebben op de toekomstige kasstromen
van dit instrument.
Op individuele basis bevatten objectieve aanwijzingen dat een
financieel actief een bijzondere waardevermindering heeft onder-
gaan, waarneembare gegevens over de volgende gebeurtenissen :
ī‚„ het bestaan van rekeningen die meer dan 90 dagen achter-
stallig zijn ;
ī‚„ kennis hebben van of vaststellen dat er aanwijzingen dat de
kredietlener in belangrijke financiƫle moeilijkheden verkeert
zodat kan aangenomen worden dat er een risico is ontstaan
ongeacht of de kredietlener betalingen al dan niet heeft
uitgevoerd ;
ī‚„
concessie met betrekking tot kredietvoorwaarden toegestaan
aan de kredietlener die de kredietontlener niet overwogen
zou hebben mocht de kredietlener niet in financiƫle moei-
lijkheden verkeren (zie hieronder ā€˜Herstructurering van
financiĆ«le activa’).
Bijzondere geval van financiƫle activa die bij de
verwerving of creatie een verminderde krediet-
waardigheid vertonen
In een aantal gevallen hebben financiƫle activa reeds bij eerste
opname een verminderde kredietwaardigheid.
Voor deze activa wordt bij de eerste opname geen voorziening
geboekt. Bij de berekening van de effectieve rentevoet wordt
voor de aanvankelijke schatting van de toekomstige kasstromen
rekening gehouden met de tijdens de looptijd te verwachten
kredietverliezen. Elke daaropvolgende wijziging, hetzij in
positieve dan wel negatieve zin, van de tijdens de looptijd te
verwachten kredietverliezen geeft aanleiding tot het boeken van
een winst of verlies voor bijzondere waardevermindering in de
resultatenrekening.
Vereenvoudigde benadering
De vereenvoudigde benadering houdt in dat van bij de eerste
opname een voorziening voor bijzondere waardevermindering
wordt geboekt op basis van de tijdens de looptijd te verwachten
kredietverliezen.
BNP Paribas Fortis past dit model toe voor handelsvorderingen
met een looptijd van ten hoogste ƩƩn jaar.
67
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Significante toename van het kredietrisico
Een significante toename van het kredietrisico kan vastgesteld
worden hetzij op individuele basis hetzij op collectieve basis
(waarbij de financiƫle instrumenten gegroepeerd worden in
functie van hun gemeenschappelijke risicokenmerken) rekening
houdend met alle redelijke en gefundeerde informatie. Daartoe
wordt het risico op wanbetaling van het financiƫle instrument
op rapportagedatum vergeleken met het risico op wanbetaling
op datum van eerste opname.
Het beoordelen van de verslechtering gebeurt op basis van de
vergelijking van de kansen op wanbetaling of van de noteringen
op datum van eerste opname van het financiƫle instrument met
deze op datum van rapportering.
Overigens bestaat er volgens de standaard een weerlegbaar
vermoeden dat het kredietrisico van het financiƫle instrument sig-
nificant is toegenomen sinds de datum van eerste opname zodra
de contractuele betalingen meer dan 30 dagen achterstallig zijn.
Voor de specifieke activiteit van de consumentenkredieten wordt
de verslechtering beoordeeld op basis van betalingsproblemen
die zich hebben voorgedaan tijdens de laatste 12 maanden, zelfs
als die reeds geregulariseerd zijn.
De betalingsmoratoria die in het kader van de gezondheidscrisis
werden toegekend en die voldoen aan de voorwaarden vastge-
legd in de EBA richtsnoeren van 2 april 2020 en gewijzigd op 2
december 2020 werden, op zichzelf beschouwd, niet gezien als
indicatoren van een significante toename van het kredietrisico
die leiden tot een automatische overdacht naar het stadium 2.
ā€˜Privé’ moratoria die beantwoorden aan criteria gelijkwaardig aan
de door EBA bepaalde voorwaarden, werden op dezelfde wijze
verwerkt. De moratoria leiden niet tot het tellen van het aantal
dagen betalingsachterstand zolang het nieuwe aflossingsplan
nageleefd wordt.
Verdere toelichting bij de principes die BNP Paribas Fortis toepast
bij de beoordeling van de significante toename van het kredietri-
sico zijn opgenomen in toelichting 2.g Risicokost.
Bepaling van het bedrag van de verwachte
kredietverliezen
De verwachte kredietverliezen worden gedefinieerd als geschatte
kredietverliezen (met name de verdisconteerde waarde van de
kasstroomtekorten) gewogen tegen kans dat deze verliezen
zich voordoen tijdens de verwachte looptijd van het financiƫle
instrument. De berekening gebeurt op individuele basis berekend
voor elke positie.
In de praktijk worden de verwachte kredietverliezen voor de
posities die geclassificeerd zijn in Stadium 1 en Stadium 2, bere-
kend als het resultaat van de vermenigvuldiging van de kans op
wanbetaling (ā€˜PD’), het verlies bij wanbetaling (Loss Given Default
or ā€˜LGD’) en het uitstaande bedrag bij wanbetaling (Exposure at
Default of ā€˜EaD’), verdisconteerd tegen de effectieve rentevoet
van de positie. Deze verliezen zijn het resultaat van het risico
op wanbetaling binnen de komende 12 maanden (Stadium 1) of
het risico op wanbetaling tijdens de looptijd van het instrument
(Stadium 2). Voor de gespecialiseerde activiteit van de consu
-
mentenkredieten wordt, rekening houdend met kenmerken van
de portefeuilles, een methode toegepast die enerzijds gebaseerd
is op de kans op beƫindiging van het contract door vervroegde
opeisbaarheid en anderzijds op geactualiseerde verliespercentages
na vervroegde opeisbaarheid. De berekening van de parameters
gebeurt op statistische wijze voor een homogene populatie.
Voor de posities gerapporteerd als Stadium 3 worden de verwachte
kredietverliezen berekend als de waarde van de kasstroomtekor-
ten voor de looptijd van het instrument verdisconteerd tegen de
effectieve rentevoet. De kasstroomtekorten vertegenwoordigen het
verschil tussen de contractueel opeisbare betalingen en de ver-
wachte ontvangsten (nl. die zouden moeten ontvangen worden).
Indien van toepassing wordt bij de schatting van de verwachte
kasstromen rekening gehouden met een scenario waarbij de
kasstromen afkomstig zijn van de overdracht van de lening of
een pakket van leningen met betalingsachterstand. Daarbij wordt
rekening gehouden met de opbrengst van de verkoop na aftrek
van de verkoopkosten.
De ontwikkelde methodologie maakt gebruik van bestaande
begrippen en bepalingen (met name het Bazelkader) voor posities
waarvoor de kapitaalvereisten voor het kredietrisico berekend
worden volgens de IRBA methodologie. De methode wordt ook
toegepast op portefeuilles waarvoor de kapitaalsvereisten voor het
kredietrisico vastgesteld worden volgens de standaardbenadering.
Daarnaast zal het Bazelraamwerk aangevuld worden met de
specifieke bepalingen van IFRS 9, meer bepaald het gebruik van
toekomstgerichte informatie.
Einde van de looptijd
Er wordt rekening gehouden met alle contractvoorwaarden over
de verwachte looptijd van het financiƫle instrument, onder meer
de vervroegde terugbetalingen, de verlengingen en vergelijkbare
opties. In het uitzonderlijke geval waarin de verwachte looptijd
van een financieel instrument niet met voldoende betrouwbaar-
heid kan worden geschat, maakt BNP Paribas Fortis gebruik van
de resterende contractduur.
68
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
De periode die voor de berekening van de verwachte kredietver-
liezen wordt gebruikt, mag volgens de standaard niet langer zijn
dan de maximale contractduur. Niettemin maakt BNP Paribas voor
het bepalen van de verwachte kredietverliezen voor toegestane
overschrijdingen en kredietlijnen (op basis van een uitzondering
voorzien in IFRS 9 voor dit soort transacties), gebruik van de
periode tijdens dewelke de entiteit is blootgesteld aan kredie-
trisico en die periode kan de contractuele looptijd overschrijden
(opzegtermijn). Voor toegestane overschrijdingen en kredietlijnen
verleend aan tegenpartijen die geen klant zijn bij de retailbank
kan de contractduur weerhouden worden als deze transacties op
individuele basis opgevolgd worden en de eerstvolgende kredie-
therziening plaatsvindt op het einde van de contractuele looptijd.
Kans op wanbetaling (PD)
De kans op wanbetaling is de schatting van de kans dat zich een
wanbetaling voordoet tijdens welbepaalde periode.
Het bepalen van de verwachte kredietverliezen vereist een schat-
ting van zowel de kans op wanbetaling voor het komende jaar als
de kans op wanbetaling tijdens de looptijd :
ī‚„
de kans op wanbetaling voor het komende jaar wordt afgeleid
van de reglementaire kansen op wanbetaling, die gebaseerd
zijn op lange termijn gemiddelden through-the-cycle, ten-
einde rekening te houden met de heersende omstandigheden
(point-in-time of ā€˜PIT’) ;
ī‚„
de kans op wanbetaling tijdens de looptijd wordt bepaald
aan de hand van migratiematrices die de verwachte evolutie
weergeven van de intern gehanteerde notering tot op het
einde van de looptijd en de daaraan gekoppelde kansen op
wanbetaling.
Verlies bij wanbetaling (LGD)
Het verlies bij wanbetaling is het verschil tussen de contractuele
kasstromen en de verwachte kasstromen, verdisconteerd tegen
de effectieve rentevoet (of een benadering daarvan) op datum
van de wanbetaling. De LGD wordt uitgedrukt als een percen-
tage van de EaD.
Het schatten van de verwachte kredietverliezen houdt rekening
met de kasstromen die voortvloeien uit de realisatie van een
ontvangen zekerheid of andere vormen van kredietbescherming
die integraal deel uitmaken van de contractvoorwaarden en
die door BNP Paribas Fortis niet afzonderlijk geboekt worden
(bijvoorbeeld, een hypothecaire inschrijving gekoppeld aan een
hypotheeklening), na aftrek van de kosten voor verkrijging en
verkoop van deze zekerheden.
In de context van de gezondsheidscrisis heeft BNP Paribas
Fortis leningen met staatsgarantie verstrekt. De garantie wordt
beschouwd als inherent aan de kredietovereenkomst op voor
-
waarde dat ze deel uitmaakt van de contractuele voorwaarden
of gelijktijdig met het krediet verstrekt werd. Bovendien moet het
mogelijk zijn om het bedrag van de verwachte terugbetaling toe te
wijzen aan een welbepaalde lening. Een dergelijke garantie wordt
opgenomen in de berekening van de verwachte kredietverliezen.
Als de uitwinning van de garantie daarentegen onderhevig is aan
een mutualisatie of ā€˜pooling’ effect door middel van een mecha-
nisme van achterstelling of van een globaal plafond voor het
geheel van de portefeuille, dan wordt het recht op terugbetaling
geboekt als een afzonderlijk actief.
De LGD gebruikt bij de toepassing van IFRS 9 wordt afgeleid van
de Bazel parameters voor LGD. Daartoe worden deze gezuiverd
van het effect van ongunstige conjunctuur en reglementaire
voorzichtigheidsmarges, met uitzondering van de marges voor
modelonzekerheid.
Uitstaand bedrag bij wanbetaling (EaD)
Het uitstaande bedrag bij wanbetaling van een financieel
instrument is het verwachte resterende bedrag dat de Bank
bij wanbetaling tegoed heeft van de debiteur. Dit bedrag wordt
bepaald op grond van het verwachte terugbetalingsprofiel en
houdt rekening met, naargelang de aard van het uitstaande
bedrag, de contractuele aflossingen, de verwachte vervroegde
terugbetalingen en de trekkingen op kredietlijnen.
Integratie van toekomstgerichte informatie
Het bedrag van de verwachte kredietverliezen wordt berekend
op basis van een kansgewogen gemiddelde van een reeks van
mogelijke uitkomsten, rekening houdend met informatie over
gebeurtenissen uit het verleden, de heersende omstandigheden
en prognoses van toekomstige economische omstandigheden.
De principes die BNP Paribas Fortis bij de berekening van de
verwachte kredietverliezen toepast om rekening te houden met
de economische scenario’s wordt beschreven in toelichting 2.g
ā€˜Risicokost’.
Opname van verliezen
Bij de opname van verliezen vermindert BNP Paribas Fortis de
brutoboekwaarde van een financieel actief wanneer zij niet in
redelijkheid verwacht dat een financieel actief geheel of gedeelte-
lijk realiseerbaar zal zijn of wanneer het instrument het voorwerp
was van de gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. De opname van
verliezen betekent dat alle beschikbare rechtsmiddelen die ter
beschikking staan van de Bank zijn uitgeput, wat in de praktijk
afhankelijk is van de context eigen aan elke jurisdictie.
69
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Wanneer het bedrag van het verlies groter is dan de gecumu-
leerde voorziening voor bijzondere waardevermindering wordt
het verschil in de rubriek ā€˜Risicokost’ geboekt als een bijkomende
waardevermindering. Bij elke recuperatie na het (gedeeltelijk)
afboeken van het financiƫle actief boekt de bank het ontvangen
bedrag als een winst in de rubriek ā€˜Risicokost’.
Terugvordering door gebruikmaking van
ontvangen zekerheden
Wanneer een krediet gegarandeerd is door een financieel of
niet-financieel actief ontvangen als onderpand en de tegenpartij
blijft in gebreke, kan BNP Paribas Fortis beslissen om de garantie
uit te oefenen. Afhankelijk van de bepalingen in de betreffende
jurisdictie kan de Bank de eigendom van het actief verwerven.
In dergelijke gevallen zal de Bank het krediet afboeken met als
tegenpost de opname van het actief ontvangen als onderpand.
Zodra de Bank effectief eigenaar is, zal dit actief gewaardeerd
worden tegen reƫle waarde en geclassificeerd worden in functie
van de verdere beheersintentie.
Herstructurering van financiƫle activa als
gevolg van financiƫle problemen
Een herstructurering als gevolg van financiƫle problemen van
de debiteur kan omschreven worden als een wijziging van de
voorwaarden van de oorspronkelijke transactie die BNP Paribas
Fortis enkel overweegt omwille van economische of juridische
redenen verbonden met de financiƫle problemen van de debiteur.
Wanneer herstructureringen niet leiden tot het afboeken van
het financiƫle actief, zal het geherstructureerde instrument het
voorwerp zijn van een waardeaanpassing die de boekwaarde
terugbrengt tot het bedrag van de nieuwe toekomstige kasstro-
men verdisconteerd tegen de effectieve rentevoet bij aanvang.
De wijziging van de waarde van het actief wordt geboekt in de
resultatenrekening, rubriek ā€˜Risicokost’.
Een significante toename van het kredietrisico wordt voor
het financiƫle instrument beoordeeld door het risico op wan-
betaling na de herstructurering (op basis van de gewijzigde
contractvoorwaarden) te vergelijken met risico op wanbetaling
op de datum van eerste opname (op basis van de oorspronke-
lijke contractvoorwaarden). Het bewijs dat niet langer voldaan
is aan de voorwaarden voor het boeken van tijdens de looptijd
te verwachten kredietverliezen moet geleverd worden door een
patroon van regelmatige en kwaliteitsvolle betalingen gedurende
een bepaalde tijd.
1
Betalingsmoratoria beschouwd als een Ā« COVID-19 General moratorium Measure Ā» (d.w.z. die beantwoorden aan de voorwaarden vastgelegd in de EBA
richtsnoeren gepubliceerd op 2 April 2020) of gelijkaardige maatregelen die niet leiden tot een overdracht naar het stadium 3.
Als de herstructurering bestaat uit een gedeeltelijke of totale
inwisseling tegen wezenlijk verschillende activa (bijvoorbeeld,
de inwisseling van een schuldinstrument tegen eigenvermo-
gensinstrumenten), dan wordt die vertaald als het beƫindigen
van de vordering en het boeken van de bekomen activa tegen hun
reƫle waarde op datum van de ruil. Het waardeverschil dat bij
de inwisseling ontstaat wordt geboekt in de resultatenrekening,
rubriek ā€˜Risicokost’.
Ter herinnering, in antwoord op de gezondsheidscrisis werden
talrijke moratoria toegekend aan de cliƫnten. Het betalingsuitstel
bestond doorgaans uit het verschuiven van de vervaldagen met
enkele maanden met of zonder aanrekening van bijkomende rente
voor het uitstel van de aflossingen. Deze aanpassingen van het
aflossingsschema werden doorgaans beschouwd als niet-substanti-
ele wijzigingen. Als de bank geen rente aanrekende voor de periode
van betalingsuitstel (of het percentage van de aangerekende rente
is lager dan de effectieve rentevoet van het krediet) werd de resul-
terende korting geboekt in de ā€˜Nettobaten van het bankbedrijf’
mits voldaan is aan bepaalde criteria
1
. Het betalingsuitstel werd in
dat geval immers niet beschouwd als een antwoord op financiƫle
problemen van de kredietnemer, maar als een liquiditeitscrisis van
voorbijgaande aard. De bank gaat er dus niet automatisch van uit
dat het kredietrisico aanzienlijk is toegenomen.
Wijzigingen aan financiƫle activa die niet gebeuren omwille van
financiƫle problemen van de kredietnemer noch in het kader van
moratoria, (bijvoorbeeld commerciƫle heronderhandelingen),
worden doorgaans verwerkt als de vervroegde terugbetaling van
de oude lening die wordt afgeboekt, gevolgd door de realisatie
van een nieuwe lening aan marktvoorwaarden. De aanpassingen
betekenen immers dat de rentevoet wordt aangepast aan de
marktvoorwaarden aangezien de klant geen financiƫle moei
-
lijkheden ondervindt en de mogelijkheid heeft om van bank
te veranderen.
Proefperiodes
BNP Paribas Fortis hanteert observatieperiodes om de mogelijke
terugkeer naar een stadium van hogere kwaliteit te beoordelen.
Bijgevolg is voor de overgang van Stadium 3 naar Stadium 2 een
proefperiode van drie maanden van toepassing, uit te breiden tot
12 maanden in geval van herstructurering omwille van financiƫle
moeilijkheden.
Voor de overgang van Stadium 2 naar Stadium 1 van vorderingen
die wegens financiƫle problemen geherstructureerd werden,
bedraagt de observatieperiode twee jaar.
70
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
1.f.5 Risicokost
De ā€˜risicokost’ omvat de volgende resultaten :
ī‚„
de toevoegingen aan en terugnemingen van de voorzie-
ningen voor binnen de twaalf maanden en de tijdens de
looptijd te verwachten kredietverliezen ā€˜Stadium 1 en
Stadium 2’ met betrekking tot schuldinstrumenten geboekt
tegen geamortiseerde kostprijs of tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in het eigen vermogen, krediet- en
garantieverbintenissen die niet tegen reƫle waarde geboekt
worden, evenals schuldvorderingen die voortvloeien uit
leaseovereenkomsten, handelsvorderingen en contractactiva ;
ī‚„
de toevoegingen aan en terugnemingen van de voorzieningen
voor financiƫle instrumenten waarvoor objectieve aanwijzin-
gen zijn dat ze een bijzondere waardevermindering hebben
ondergaan ā€˜Stadium 3’, verliezen op oninbare vorderingen en
recuperaties op afgeschreven schuldvorderingen.
Verder worden eveneens de kosten van fraude en geschillen
in verband met de financieringsactiviteit in de rubriek risico-
kost geboekt.
1.f.6 Financiƫle instrumenten
tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de
resultatenrekening
Portefeuille aangehouden voor
handelsdoeleinden en andere
financiƫle activa tegen reƫle waarde
met waardeveranderingen in de
resultatenrekening
De portefeuille aangehouden voor handelsdoeleinden bevat
naast de instrumenten die BNP Paribas Fortis aanhoudt om te
verhandelen ook derivaten.
De andere activa tegen reƫle waarde met waardeveranderingen in
de resultatenrekening hebben betrekking op schuldinstrumenten
niet aangehouden voor handelsdoeleinden die niet voldoen aan de
voorwaarden van het bedrijfsmodel ā€˜collect’ of ā€˜collect and sell’,
of aan de kasstroomeigenschap. Eigenvermogensinstrumenten
waarvoor de optie tot classificatie tegen reƫle waarde met waar-
deveranderingen in het eigen vermogen niet wordt weerhouden,
worden eveneens in deze rubriek opgenomen.
Deze instrumenten worden geboekt tegen hun reƫle waarde. De
initiƫle transactiekosten worden rechtstreeks in de resultatenrekening
opgenomen. Op de rapportagedatum worden de waardeveranderingen
in de reĆ«le waarde getoond in de rubriek ā€˜Nettowinsten of –verliezen
op financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met waardeverande
-
ringen in de resultatenrekening’. Hetzelfde geldt voor de inkomsten,
dividenden en de meer- of minderwaarden bij realisatie.
Financiƫle passiva gewaardeerd tegen reƫle
waarde met waardeveranderingen in de
resultatenrekening
BNP Paribas maakt van deze mogelijkheid gebruik in de volgende
twee gevallen :
ī‚„
bij samengestelde financiƫle instrumenten die ƩƩn of
meerdere besloten derivaten bevatten die anders moeten
afgescheiden worden en afzonderlijk verwerkt. Een in een
contract besloten derivaat is een component waarvan de
economische kenmerken en de risico’s niet nauw verbonden
zijn met die van het basiscontract ;
ī‚„
als de toepassing van deze optie een inconsistentie in de
waardering of de opname van activa en verplichtingen elimi-
neert of aanzienlijk beperkt zodat deze niet in afzonderlijke
categorieƫn moeten opgenomen worden.
De waardeveranderingen in de reƫle waarde die toe te rekenen
zijn aan veranderingen in het aan de verplichting verbonden
kredietrisico moeten in het eigen vermogen gepresenteerd worden.
1.f.7 Financiƫle verplichtingen en
eigenvermogensinstrumenten
Een uitgegeven financieel instrument of de onderdelen daarvan
worden geclassificeerd als financiƫle verplichting of eigenvermo-
gensinstrument op basis van de economische kenmerken van de
juridische overeenkomst.
Financiƫle instrumenten uitgegeven door BNP Paribas Fortis
worden als schuldinstrumenten gekenmerkt als zij voor de
uitgevende entiteit een contractuele verplichting inhouden om
geldmiddelen of een financieel actief te leveren aan de houder
van de effecten. Hetzelfde geldt als de entiteit ertoe gedwongen
kan worden om financiƫle activa of financiƫle verplichtingen
te ruilen met de tegenpartij onder voorwaarden die potentieel
nadelig zijn voor de entiteit, of om een variabel aantal van haar
eigenvermogensinstrumenten te leveren.
Eigenvermogensinstrumenten vloeien voort uit contracten die
recht geven op het overblijvende belang in de activa van een
entiteit, na aftrek van alle verplichtingen.
71
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Schulden vertegenwoordigd door effecten
en achtergestelde schulden
Schulden vertegenwoordigd door effecten en achtergestelde
schulden worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs,
tenzij ze tegen de reƫle waarde geboekt worden.
Uitgegeven schulden vertegenwoordigd door effecten worden
geboekt tegen hun oorspronkelijke uitgiftekoers, met inbegrip van
de transactiekosten. Vervolgens gebeurt de waardering tegen hun
geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentevoet.
Obligaties terugbetaalbaar of converteerbaar in eigen aandelen
zijn hybride instrumenten die mogelijkerwijs een schuldcompo-
nent en een eigenvermogenscomponent bevatten, die bij de eerste
opname van de transactie geĆÆdentificeerd zal worden.
Eigenvermogensinstrumenten
De term ā€˜eigenvermogensinstrumenten’ verwijst naar aandelen
uitgegeven door de moedermaatschappij (BNP Paribas Fortis) of
door ƩƩn van haar dochterondernemingen die volledig worden
opgenomen in de consolidatie. Externe kosten die direct toewijs-
baar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen worden in mindering
gebracht van het eigen vermogen, verminderd met alle verbonden
belastingen.
Eigenvermogensinstrumenten aangehouden door BNP Paribas
Fortis, ook gekend als eigen aandelen, worden afgetrokken van
het geconsolideerde eigen vermogen ongeacht het doel waarvoor
ze zijn aangehouden. Winsten en verliezen voortvloeiend uit
deze instrumenten worden geƫlimineerd uit de geconsolideerde
resultatenrekening.
Wanneer BNP Paribas Fortis eigenvermogensinstrumenten
verwerft, uitgegeven door dochterondernemingen die onder
exclusieve controle vallen, wordt het verschil tussen de aan-
koopprijs en het aandeel in de netto verworven activa opgenomen
in overgedragen resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders
van BNP Paribas Fortis. Daarnaast worden de verplichtingen
in overeenstemming met de putoptie toegekend aan de min
-
derheidsaandeelhouders in deze dochterondernemingen en
de veranderingen in de waarde van die verplichting initieel
gecompenseerd tegen minderheidsbelangen met elk overschot
gecompenseerd in overgedragen resultaat toewijsbaar aan de
aandeelhouders van BNP Paribas Fortis. Tot de uitoefening van
deze opties, wordt het deel van het nettoresultaat toewijsbaar aan
de minderheidsbelangen toegekend aan minderheidsbelangen in
de resultatenrekening. Een daling in het belang van BNP Paribas
Fortis in een volledig geconsolideerde dochteronderneming wordt
verantwoord in de rekeningen van BNP Paribas Fortis als een
wijziging in het eigen vermogen.
Financiƫle instrumenten uitgegeven door BNP Paribas Fortis die
beschouwd worden als eigenvermogensinstrumenten (bijvoor-
beeld super achtergestelde effecten met onbepaalde looptijd)
worden gerapporteerd in de rubriek ā€˜Kapitaal en reserves’.
De uitkeringen van een financieel instrument dat geboekt werd
als eigenvermogensinstrument worden rechtstreeks afgetrokken
van het eigen vermogen. Hetzelfde geldt voor de transactiekosten
op dergelijke instrumenten.
Derivaten op eigenvermogensinstrumenten worden als volgt
behandeld, afhankelijk van de afwikkelingsmethode :
ī‚„
als eigenvermogensinstrument indien ze afgewikkeld
worden door de fysieke levering van een vast aantal eigen-
vermogensinstrumenten voor een vast bedrag van geld
of ander financieel actief. Deze instrumenten worden niet
geherwaardeerd ;
ī‚„
als derivaten indien ze afgewikkeld worden in geld of
wanneer men de keuze heeft om ze af te wikkelen door de
fysieke levering van aandelen of in geld. Wijzigingen in de
waarde van deze instrumenten worden opgenomen in de
resultatenrekening.
Als het contract een verplichting, voorwaardelijk of niet, bevat
voor de Bank om haar eigen aandelen terug te kopen, dan moet
de Bank de contante waarde van deze schuld opnemen met een
tegenboeking in het eigen vermogen.
1.f.8 Hedge accounting
BNP Paribas Fortis heeft gebruik gemaakt van de optie voorzien
door de standaard om de vereisten van IAS 39 inzake hedge
accounting verder toe te passen tot een nieuwe standaard
voor portefeuilleafdekking (ā€˜macrohedging’) van kracht wordt.
Bovendien verwijst IFRS 9 niet expliciet naar de reƫlewaarde-
afdekking van het renterisico op een portefeuille van financiƫle
activa of financiƫle verplichtingen. De bepalingen van IAS 39 voor
deze portefeuilleafdekkingen, zoals goedgekeurd door de Europese
Unie, blijven van toepassing.
Derivaten aangegaan als deel van een afdekkingsrelatie worden
geclassificeerd volgens het doel van de afdekking.
Reƫlewaardeafdekkingen worden hoofdzakelijk gebruikt om het
renterisico op vastrentende activa en verplichtingen af te dekken,
voor zowel geïdentificeerde financiële instrumenten (effecten,
obligaties, leningen, ontleningen) als voor portefeuilles van finan-
ciĆ«le instrumenten (hoofdzakelijk direct opvraagbare deposito’s
en vastrentende leningen).
72
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Kasstroomafdekkingen worden hoofdzakelijk gebruikt om het
renterisico op niet-vastrentende activa en verplichtingen inclusief
roll-overs af te dekken en het valutarisico op heel waarschijnlijke
verwachte inkomsten in vreemde valuta.
Bij aanvang van de afdekking bereidt BNP Paribas Fortis een
formele documentatie over de afdekkingsrelatie voor waarin het
volgende wordt vastgelegd : het instrument (of een deel van het
instrument of een deel van het risico) dat wordt afgedekt ; de
afdekkingsstrategie en het soort risico dat afgedekt wordt ; het
afdekkingsinstrument ; en de methodes gebruikt om de effectiviteit
van de afdekkingsrelatie te beoordelen.
Bij aanvang en tenminste elk kwartaal beoordeelt BNP Paribas
Fortis, consistent met de originele documentatie, de actuele
(retrospectieve) en de verwachte (prospectieve) effectiviteit van de
afdekkingsrelatie. Retrospectieve effectiviteitstesten worden aange
-
wend om te beoordelen of de actuele wijzigingen in de reƫle waarde
of kasstromen van het afdekkingsinstrument en het afgedekte
instrument binnen een bereik vallen van 80% tot 125%. Prospectieve
effectiviteitstesten worden aangewend om te verzekeren dat de
verwachte wijzigingen in de reƫle waarde of kasstromen van het
derivaat deze van het afgedekte element voldoende compenseren
over de resterende duur van de afdekking. Voor heel waarschijnlijke
verwachte transacties wordt de effectiviteit grotendeels beoordeeld
op basis van historische gegevens van gelijkaardige transacties.
Onder IAS 39 zoals aanvaard door de Europese Unie (dat bepaalde
passages over portefeuilleafdekking uitsluit) komen relaties die het
renterisico afdekken gebaseerd op portefeuilles van activa en ver-
plichtingen als volgt in aanmerking voor reƫlewaardeafdekkingen :
ī‚„
het risico aangemerkt als af te dekken is het renterisico in
verband met de interbancaire rentecomponent van rentevoe-
ten op commerciƫle banktransacties (leningen aan klanten,
spaarrekeningen en direct opvraagbare deposito’s) ;
ī‚„
het instrument aangemerkt als af te dekken komt overeen, voor
elke looptijdklasse, met een deel van het verschil in rentevoet
geassocieerd met de afgedekte onderliggende instrumenten ;
ī‚„
de gebruikte afdekkingsinstrumenten bestaan exclusief uit
ā€˜plain vanilla’-swaps ;
ī‚„
prospectieve afdekkingseffectiviteit wordt vastgesteld door het
feit dat alle derivaten bij aanvang het effect moeten hebben
van een vermindering van het renterisico in de portefeuille
van de afgedekte onderliggende instrumenten. Retrospectief
zal een afdekking gediskwalificeerd worden van hedge accoun-
ting wanneer er een tekort ontstaat in de onderliggende activa
specifiek geassocieerd met de afdekking voor elke looptijd-
klasse (als gevolg van een vervroegde terugbetaling van de
lening of intrekking van de deposito’s).
De boekhoudkundige verwerking van derivaten en afgedekte
instrumenten hangt af van de afdekkingsstrategie.
In een reƫlewaardeafdekkingsrelatie wordt het derivaat geher-
waardeerd tegen reƫle waarde in de balans met wijzigingen
in de reƫle waarde opgenomen in de resultatenrekening in
ā€˜Nettowinsten en -verliezen op financiĆ«le instrumenten tegen
reĆ«le waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening’,
symmetrisch met de herwaardering van het afgedekte element
om het afdekkingsrisico weer te geven. In de balans wordt de
reƫlewaardeherwaardering van het afgedekte element verant-
woord volgens de classificatie van het afgedekte element in het
geval van een afdekking van individuele activa en verplichtingen
of onder ’Herwaarderingsreserve voor portefeuilles afgedekt tegen
renterisico’ in het geval van een portefeuilleafdekking.
Wanneer een afdekkingsrelatie wordt stopgezet of niet langer
beantwoordt aan de effectiviteitscriteria, dan wordt het afdek-
kingsinstrument getransfereerd naar de portefeuille aangehouden
voor handelsdoeleinden en gewaardeerd volgens de methode
toegepast in deze categorie. In het geval van geĆÆdentificeerde
afgedekte rente-instrumenten wordt de herwaarderingsaanpas-
sing, verantwoord in de balans, afgeschreven over de resterende
looptijd van het instrument op basis van de effectieve-renteme-
thode. In het geval van portefeuilles van rente-instrumenten bij
aanvang afgedekt voor het renterisico wordt de aanpassing lineair
afgeschreven over de resterende termijn van de oorspronkelijke
afdekking. Wanneer het afgedekte element niet langer in de
balans verschijnt, vooral door vervroegde afbetalingen, wordt
de aanpassing onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen.
Bij een kasstroomafdekkingsrelatie wordt het derivaat in de
balans verantwoord tegen reƫle waarde met wijzigingen in de
reƫle waarde opgenomen in het eigen vermogen toewijsbaar
aan de aandeelhouders op de afzonderlijke lijn ā€˜Wijzigingen in
activa en verplichtingen opgenomen in het eigen vermogen’. De
bedragen opgenomen in het eigen vermogen toewijsbaar aan
de aandeelhouders over de looptijd van de afdekking worden
getransfereerd naar ā€˜Netto rentebaten’ in de resultatenrekening
wanneer de kasstromen van het afgedekte element een invloed
hebben op het resultaat. De afgedekte elementen blijven geboekt
op basis van de waarderingsregels specifiek aan de categorie van
activa of verplichtingen waartoe ze behoren.
Wanneer de afdekkingsrelatie wordt stopgezet of niet langer
beantwoordt aan de effectiviteitscriteria blijven de cumulatieve
bedragen, opgenomen in het eigen vermogen toewijsbaar aan
aandeelhouders als gevolg van de herwaardering van het
afdekkingsinstrument, verantwoord in het eigen vermogen tot
de afdekkingstransactie zelf een invloed heeft op het resultaat of
tot het duidelijk wordt dat de transactie niet zal plaatsvinden. Op
dat moment worden ze getransfereerd naar de resultatenrekening.
73
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Wanneer een afgedekt element ophoudt te bestaan worden
de cumulatieve bedragen, opgenomen in het eigen vermogen
toewijsbaar aan aandeelhouder, onmiddellijk opgenomen in de
resultatenrekening.
Ongeacht welke afdekkingsstrategie gebruikt is, wordt elke inef-
fectiviteit van de afdekking verantwoord in de resultatenrekening
onder de rekening ā€˜Nettowinsten en -verliezen op financiĆ«le
instrumenten tegen reƫle waarde met waardeveranderingen in
de resultatenrekening’.
Afdekkingen van netto-investeringen in een buitenlandse
dochteronderneming of bijkantoor worden op dezelfde manier
in de boekhouding opgenomen als bij kasstroomafdekkingen.
Afdekkingsinstrumenten kunnen valutaderivaten of elk ander
niet-derivaat financieel instrument zijn.
1.f.9 Bepaling van de reƫle waarde
De reƫle waarde is de prijs die ontvangen zou worden bij verkoop
van een actief of die betaald zou worden bij de overdracht van een
verplichting in een regelmatige transactie tussen marktspelers in
de belangrijkste of meest voordelig markt op waarderingsdatum.
BNP Paribas Fortis bepaalt de reƫle waarde van financiƫle instru-
menten ofwel op basis van prijzen die rechtstreeks voortvloeien
uit externe gegevens ofwel op basis van waarderingstechnieken.
Deze waarderingstechnieken zijn voornamelijk markt –en inkom-
stenbenaderingen die omvat zijn in algemeen aanvaarde modellen
(vb. verdisconteerde kasstromen, ā€˜Black-Scholes’-model, interpo-
latietechnieken). Ze maximaliseren het gebruik van waarneembare
inputs en minimaliseren het gebruik van niet-waarneembare
inputs. Ze worden gekalibreerd om de huidige marktomstan
-
digheden te weerspiegelen en waarde-aanpassingen worden
toegepast wanneer nodig, zoals wanneer bepaalde factoren zoals
model-, liquiditeits- en kredietrisico niet opgenomen zijn in de
modellen of hun onderliggende inputs, maar toch in aanmerking
worden genomen door de marktspelers bij het vaststellen van
de uitstapprijs.
De waarderingseenheid is over het algemeen het individueel
financieel actief of de individuele financiƫle verplichting maar
er kan onder bepaalde voorwaarden gekozen worden voor een
waardering gebaseerd op een portefeuille. BNP Paribas Fortis
past deze uitzondering toe wanneer een groep van financiƫle
activa en financiƫle verplichtingen of andere contracten waarop de
standaard voor financiƫle instrumenten van toepassing is, beheerd
wordt op basis van de netto blootstelling aan vergelijkbare markt-
of kredietrisico’s die verrekend worden in overeenstemming met
een gedocumenteerde interne strategie voor risicobeheer.
Activa en verplichtingen gewaardeerd of gerapporteerd tegen
reƫle waarde worden opgedeeld in de volgende drie niveaus van
de reƫl-waardehiƫrarchie :
 Niveau 1 : reële waarden worden bepaald door rechtstreeks
gebruik van prijzen genoteerd in actieve markten voor
identieke activa en verplichtingen. Een actieve markt is
een markt waarop transacties voldoende frequent en in
voldoende volume plaatsvinden en waarop prijzen continu
beschikbaar zijn ;
ī‚„
Niveau 2 : reƫle waarden worden bepaald op basis van
waarderingstechnieken waarvoor direct of indirect waar
-
neembare marktgegevens een belangrijke input vormen. Deze
technieken worden regelmatig gekalibreerd en de parameters
bevestigd aan de hand van informatie van afkomstig van
actieve markten ;
ī‚„
Niveau 3 : reƫle waarden worden bepaald op basis van
waarderingstechnieken waarvoor belangrijke inputs niet
waarneembaar zijn of niet bevestigd kunnen worden door
markt gebaseerde waarnemingen, bijvoorbeeld als gevolg van
de illiquiditeit van het instrument en belangrijk modelrisico.
Een niet-waarneembare input is een parameter waarvoor
er geen beschikbare marktgegevens bestaan en dat daarom
wordt afgeleid van eigen veronderstellingen over wat andere
marktspelers in aanmerking zouden nemen bij het bepalen
van de reƫle waarde. Het vaststellen of een product niet
liquide is of onderhevig is aan belangrijke modelrisico’s is
ook een kwestie van beoordeling.
De classificatie van activa of verplichtingen in de reƫlewaarde-
hiƫrarchie is gebaseerd op het niveau van de input die voor de
reƫle waarde doorslaggevend is.
Er kan voor financiƫle instrumenten gerapporteerd in Niveau 3
van de reƫlewaardehiƫrarchie en in mindere mate voor bepaalde
financiƫle instrumenten gerapporteerd in Niveau 2 een verschil
ontstaan tussen de transactieprijs en de reĆ«le waarde. Deze ā€˜day-
one profit’ uitgesteld en opgenomen in de resultatenrekening
over de periode waarin verwacht wordt dat de waarderingspa
-
rameters niet-waarneembaar blijven. Wanneer parameters die
oorspronkelijk niet-waarneembaar waren waarneembaar worden,
of wanneer de waardering onderbouwd kan worden in vergelijking
met recente gelijkaardige transacties in een actieve markt, wordt
het niet-opgenomen deel van de ā€˜day-one profit’ opgenomen in
de resultatenrekening.
74
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
1.f.10 Verwijdering van financiƫle
activa en financiƫle verplichtingen
Verwijdering van financiƫle activa
BNP Paribas Fortis verwijdert een financieel actief geheel of
gedeeltelijk ofwel wanneer de contractuele rechten op de kasstro-
men uit het financieel actief aflopen ofwel wanneer BNP Paribas
Fortis de contractuele rechten op de ontvangst van de kasstromen
uit het actief en alle risico’s en voordelen van eigendom van het
actief overdraagt. Tenzij deze voorwaarden zijn vervuld, behoudt
BNP Paribas Fortis het actief in de balans en verantwoordt een
schuld voor de verplichting ontstaan als resultaat van de transfer
van het actief.
Verwijdering van financiƫle verplichtingen
BNP Paribas Fortis verwijdert een financiƫle verplichting geheel
of gedeeltelijk wanneer de verplichting geheel of gedeeltelijk
is uitgedoofd.
Terugkoopovereenkomsten (ā€˜repurchase
agreements’) en lenen of uitlenen van
effecten (ā€˜securities lending’)
Effecten tijdelijk verkocht onder een terugkoopovereenkomst
blijven in de balans van BNP Paribas Fortis verantwoord in de
categorie van effecten waartoe ze behoren. De overeenkomstige
verplichting wordt in de balans verantwoord tegen de geamorti-
seerde kostprijs in de gepaste categorie ā€˜FinanciĆ«le verplichtingen
tegen geamortiseerde kostprijs’ uitgezonderd in het geval van
terugkoopovereenkomsten aangegaan voor handelsdoeleinden,
waarbij de overeenkomstige verplichting is geclassificeerd in
ā€˜FinanciĆ«le verplichtingen tegen reĆ«le waarde met waardever-
anderingen in de resultatenrekening’.
Effecten die tijdelijk zijn aangekocht als gevolg van een terug-
verkoopovereenkomst (ā€˜reverse repurchase agreements’) worden
niet verantwoord in de balans van BNP Paribas Fortis. De over-
eenkomstige vordering wordt in de balans verantwoord tegen
geamortiseerde kostprijs in de gepaste categorie ā€˜FinanciĆ«le
activa tegen geamortiseerde kostprijs’ uitgezonderd in het geval
van effecten die zijn aangekocht als gevolg van een terugver-
koopovereenkomst aangegaan voor handelsdoeleinden, waarbij
de overeenkomstige vordering is verantwoord in ā€˜FinanciĆ«le
activa tegen reƫle waarde met waardeveranderingen in de
resultatenrekening’.
Het uitlenen van effecten leidt niet tot het verwijderen van de
uitgeleende effecten van de balans en het lenen van effecten
leidt niet tot het opnemen van de geleende effecten in de balans
met uitzondering van het geval waarin de geleende effecten
vervolgens worden verkocht door BNP Paribas Fortis. In deze
gevallen wordt de verplichting om de geleende effecten terug te
geven op de vervaldag opgenomen in de balans onder ā€˜FinanciĆ«le
verplichtingen tegen reƫle waarde met waardeveranderingen in
de resultatenrekening’.
1.f.11 Saldering van financiƫle activa
en financiƫle verplichtingen
Financiƫle activa en financiƫle verplichtingen worden gesaldeerd
en het nettobedrag wordt in de balans gerapporteerd wanneer
BNP Paribas Fortis een wettelijk afdwingbaar recht heeft om de
verantwoorde bedragen te salderen en er de intentie is om tot
een afwikkeling op nettobasis te komen of tegelijkertijd het actief
te realiseren en de verplichting af te wikkelen.
Terugkoopovereenkomsten en derivaten die voldoen aan de twee
voorwaarden opgenomen in de standaard worden gesaldeerd
in de balans.
75
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
1.g Materiƫle en immateriƫle vaste activa
De vaste activa gerapporteerd in de geconsolideerde balans
omvatten de materiƫle en immateriƫle activa gebruikt voor de
operationele activiteiten alsook vastgoedbeleggingen. De gebruiks-
rechten van geleasede activa (zie Toelichting 1.h.2) worden
gerapporteerd in de rubriek van de materiƫle vaste activa die
overeenstemt met de aard van de activa.
De bedrijfsactiva worden gebruikt voor de levering van diensten of
voor administratieve doeleinden. Hiertoe behoren ook alle andere
dan onroerende goederen die in operationele leasing gegeven zijn.
Vastgoedbeleggingen omvatten onroerende activa die worden
aangehouden om huuropbrengsten en winsten te realiseren.
Materiƫle en immateriƫle vaste bedrijfsactiva worden initieel
opgenomen tegen de aankoopprijs plus rechtstreeks toereken-
bare kosten, samen met financieringskosten wanneer een lange
periode van opbouw of aanpassingen nodig is voor dat het actief
gebruiksklaar is.
Software intern ontwikkeld door BNP Paribas Fortis die voldoet
aan de criteria voor activering, wordt geactiveerd als directe
ontwikkelingskosten die externe kosten en arbeidskosten van
werknemers rechtstreeks toewijsbaar aan het project omvatten.
Volgend op de initiƫle opname worden materiƫle en immateriƫle
vaste activa gewaardeerd tegen hun kostprijs verminderd met
geaccumuleerde afschrijvingen en eventuele geaccumuleerde
bijzondere waardeverminderingsverliezen.
Het afschrijfbaar bedrag van materiƫle vaste activa en immateri-
ele vaste activa wordt berekend na aftrek van de restwaarde van
het actief. Enkel activa, geleased onder een operationele lease
door BNP Paribas Fortis als leasinggever, worden verondersteld
een restwaarde te hebben omdat de levensduur van materiƫle
en immateriƫle activa gebruikt in de bedrijfsuitvoering in het
algemeen gelijk is aan de economische levensduur.
Materiƫle en immateriƫle vaste activa worden lineair afgeschreven
over de levensduur van het actief. De afschrijvingskost wordt
verantwoord in de resultatenrekening onder ā€˜Bijzondere waarde-
verminderingen en afschrijvingen van materiƫle en immateriƫle
vaste activa’.
Activa kunnen samengesteld zijn uit meerdere onderdelen, met
verschillende functies, die op regelmatige tijdstippen vervangen
moeten worden of die een verschillend patroon van consumptie
van de economische voordelen vertonen. Elk onderdeel wordt
afzonderlijk opgenomen en afgeschreven op basis van een voor dat
onderdeel geschikte methode. BNP Paribas Fortis past de compo-
nentenbenadering toe voor activa gebruikt bij de bedrijfsuitvoering
en vastgoedbeleggingen.
De volgende afschrijvingsperiodes zijn van toepassing op kantoor-
gebouwen : 80 of 60 jaar voor de funderingen (respectievelijk voor
residentiƫle en andere gebouwen) ; 30 jaar voor de buitengevels ;
20 jaar voor algemene en technische installaties en 10 jaar
voor inrichting.
Software wordt afgeschreven, afhankelijk van het type, over een
periode van maximum acht jaar in het geval van infrastructuur
ontwikkelingen en over drie of vijf jaar in het geval van software
hoofdzakelijk ontwikkeld met als doel het verlenen van diensten
aan klanten.
Software-onderhoudskosten worden als last verantwoord in
de periode waarin ze zijn gemaakt. Evenwel worden uitgaven
die worden gezien als een upgrade van de software of die de
levensduur verlengen opgenomen in de initiĆ«le aanschaffings– of
constructiekost.
Voor afschrijfbare materiƫle en immateriƫle vaste activa wordt
beoordeeld of er een bijzondere waardevermindering dient plaats
te vinden wanneer er op balansdatum een aanwijzing bestaat
van een mogelijke bijzondere waardevermindering. Voor niet-af-
schrijfbare activa wordt minstens eenmaal per jaar beoordeeld
of er een bijzondere waardevermindering dient plaats te vinden
op basis van dezelfde methode als goodwill toegewezen aan
kasstroomgenererende eenheden.
Indien er indicaties zijn die wijzen op een mogelijke bijzondere
waardevermindering wordt de nieuwe realiseerbare waarde van
het actief vergeleken met de boekwaarde. Wanneer een actief een
bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, dan wordt een
bijzonder waardeverminderingverlies opgenomen in de resul-
tatenrekening. Dit verlies wordt teruggedraaid wanneer er een
wijziging is in het geschatte realiseerbaar bedrag of wanneer er
niet langer een indicatie is die wijst op een mogelijke bijzondere
waardevermindering. Bijzondere waardeverminderingsverliezen
worden opgenomen in de resultatenrekening onder ā€˜Bijzondere
waardeverminderingen en afschrijvingen van materiƫle en imma-
teriĆ«le vaste activa’.
Winsten en verliezen bij desinvesteringen van materiƫle en
immateriƫle vaste activa gebruikt in de bedrijfsvoering worden
verantwoord in de resultatenrekening onder ā€˜Netto winst/verlies
op overige vaste activa’.
Winsten en verliezen bij desinvesteringen van vastgoedbeleggin-
gen worden verantwoord in de resultatenrekening onder ā€˜Overige
baten’ of ā€˜Overige lasten’.
76
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
1.h Leaseovereenkomsten
De entiteiten van BNP Paribas Fortis kunnen hetzij leasingnemer
of leasinggever zijn in een leaseovereenkomst.
1.h.1 Boekingen uit hoofde van de
leasinggever
Leaseovereenkomsten aangegaan door BNP Paribas Fortis als
leasinggever kunnen geclassificeerd worden als een financiƫle of
een operationele lease.
Financiƫle lease
In een financiƫle leaseovereenkomst draagt de leasinggever
vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico’s
en voordelen over naar de leasingnemer. Het wordt behandeld
als een lening gegeven aan de leasingnemer ter financiering van
de aankoop van het actief.
De contante waarde van de leasebetalingen en eventuele rest-
waarden worden verantwoord als een vordering. De nettobaten
ontvangen door de leasinggever uit het leasingcontract zijn gelijk
aan het bedrag van rente op een lening en is opgenomen in de
resultatenrekening onder ā€˜Rentebaten’. De leasebetalingen worden
gespreid over de duur van de lease en worden toegewezen als een
vermindering van de hoofdsom en als rente zodat de nettobaten
een constant rendement weerspiegelen op de netto-investering
in de lease. De gebruikte rentevoet is de impliciete rentevoet van
de leaseovereenkomst.
Bijzondere waardeverminderingen op leasevorderingen worden
bepaald op basis van dezelfde principes als toegepast op finan-
ciƫle activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kost.
Operationele lease
Een operationele lease is een leaseovereenkomst waarbij vrijwel
alle aan de eigendom van een actief verbonden risico’s en voor-
delen niet worden overgedragen naar de leasingnemer.
De activa worden verantwoord onder materiƫle vaste activa in de
balans van de leasinggever en worden lineair afgeschreven over
de gebruiksduur. Het afschrijfbaar bedrag bevat niet de restwaarde
van het actief. De huurbetalingen worden volledig opgenomen in
de resultatenrekening op een lineaire basis over de leasetermijn.
De leasebetalingen en afschrijvingskost worden opgenomen in
de resultatenrekening onder ā€˜Overige baten’ en ā€˜Overige lasten’.
1.h.2 Boekingen uit hoofde van de
leasingnemer
De leaseovereenkomsten afgesloten door BNP Paribas Fortis,
met uitzondering van de contracten voor een periode van ten
hoogste 12 maanden en de leaseovereenkomsten waarvan het
onderliggende actief een lage waarde heeft, worden op de balans
geboekt als een gebruiksrecht en een leaseverplichting uit hoofde
van de lease- en andere betalingen tijdens de leaseperiode. Het
gebruiksrecht en de leaseverplichting worden afgeschreven
over de looptijd van het contract, respectievelijk op lineaire en
actuariƫle basis. De ontmantelingskosten die verband houden met
welbepaalde en belangrijke inrichtingen worden bij de aanvang
opgenomen in het gebruiksrecht met een tegenboeking als ver-
plichtingen wegens voorzieningen.
De belangrijkste hypotheses die BNP Paribas Fortis hanteert
als grondslag voor de waardering van het gebruiksrecht en de
leaseverplichtingen worden hieronder opgelijst.
ī‚„
De leaseperiodes stemmen overeen met de niet-opzegbare
periode van de leaseovereenkomst, eventueel aangevuld met
de verlengingsopties waarvan de uitoefening redelijk zeker
is. De standaard handelshuurovereenkomst in Belgiƫ is het
zogenaamde ā€œ3-6-9ā€ contract. Bij dit type van overeenkomst
bedraagt de afdwingbare basisperiode maximum negen jaar, met
een eerste niet-opzegbare periode van drie jaar gevolgd door
twee optionele verlengingsperiodes van elk drie jaar. Naargelang
de uitkomst van de analyse kunnen deze contracten daarom
een looptijd hebben van drie, zes of negen jaar. Wanneer tijdens
het contract investeringen worden uitgevoerd voor inrichting,
uitrusting en installaties, wordt de looptijd van het contract
afgestemd op de periode waarover deze afgeschreven worden.
Voor contracten die stilzwijgend verlengd kunnen worden (met
of zonder afdwingbare periode) worden de gebruiksrechten en
de leaseverplichtingen geboekt op basis van de redelijkerwijs
te verwachten geschatte economische levensduur van het
contract, met inbegrip van de minimale gebruiksperiode.
ī‚„ De disconteringsvoeten gebruikt voor de berekening van het
gebruiksrecht en de leaseverplichting wordt voor elk actief
bepaald als de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst,
indien beschikbaar, of anders als de marginale rentevoet van
de lessee op de contractdatum rekening houdend met de
gemiddelde looptijd (ā€˜duration’) van het contract ;
ī‚„
Bij wijziging van een contract wordt de contractuele verplich-
ting opnieuw geƫvalueerd op basis van de nieuwe resterende
leaseperiode met een nieuwe waardering van het gebruiks-
recht en de leaseverplichting als gevolg.
77
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
1.i Vaste activa aangehouden voor verkoop en beƫindigde bedrijfsactiviteiten
Wanneer BNP Paribas Fortis beslist om een vast actief te verkopen
en het hoogstwaarschijnlijk is dat de verkoop zal plaatsvinden
binnen de 12 maanden, dan worden deze activa afzonderlijk
getoond in de lijn ā€˜Vaste activa aangehouden voor verkoop’ op
de balans. Verplichtingen verbonden aan deze activa worden
ook afzonderlijk getoond op de balans in de lijn ā€˜Verplichtingen
verbonden aan vaste activa aangehouden voor verkoop’. Wanneer
BNP Paribas Fortis gebonden is door een verkoopplan dat zal
leiden tot verlies van controle over een dochteronderneming
en verkoop binnen de 12 maanden is hoogstwaarschijnlijk, dan
worden alle activa en verplichtingen van de dochteronderneming
getoond op de lijn ā€˜aangehouden voor verkoop’.
Bij classificatie in deze categorie worden de activa of de groepen
van activa en verplichtingen gewaardeerd tegen de boekwaarde of,
wanneer deze lager is, tegen de marktwaarde min verkoopkosten.
Deze activa worden niet langer afgeschreven. Wanneer een actief
of een groep van activa daalt in waarde, dan wordt een bijzon-
dere waardevermindering verantwoord in de resultatenrekening.
Bijzondere waardeverminderingen kunnen worden teruggenomen.
Wanneer een groep van activa en verplichtingen aangehouden
voor verkoop een belangrijke kasstroomgenererende eenheid
vertegenwoordigt, dan wordt deze geclassificeerd als ā€˜BeĆ«indigde
bedrijfsactiviteiten’. De beĆ«indigde bedrijfsactiviteiten omvatten
zowel activiteiten die worden aangehouden voor verkoop, acti-
viteiten die worden afgestoten en dochterondernemingen die
uitsluitend zijn overgenomen met het oog op wederverkoop.
Alle winsten en verliezen in verband met beƫindigde bedrijfsac-
tiviteiten worden afzonderlijk getoond in de resultatenrekening
op de lijn ā€˜Winst/verlies op activa aangehouden voor verkoop’.
Deze lijn bevat de winsten of verliezen na belastingen op beƫin-
digde bedrijfsactiviteiten, de winst of het verlies na belastingen
voortvloeiend uit de herwaardering tegen reƫle waarde min
verkoopkosten en de winst of het verlies na belastingen bij de
afstoting van de activiteiten.
1.j Personeelsvoordelen
Personeelsvoordelen worden geclassificeerd in een van de vol
-
gende vier categorieƫn :
ī‚„
kortetermijnvoordelen zoals salarissen, jaarlijkse vakantie,
aanmoedigingsplannen, winstdelende en aanvullende
betalingen ;
ī‚„ langetermijnvoordelen, inclusief uitkeringen voor langdurige
arbeidsongeschiktheid, voordelen die samenhangen met
langdurig dienstverband en andere types van op geldmiddelen
gebaseerde uitgestelde vergoedingen ;
ī‚„ ontslagvergoedingen ;
ī‚„ vergoedingen na uitdiensttreding.
Kortetermijnvoordelen
BNP Paribas Fortis verantwoordt een kost wanneer men heeft
gebruik gemaakt van de diensten geleverd door werknemers in
ruil voor personeelsvoordelen.
Langetermijnvoordelen
Dit zijn voordelen, andere dan kortetermijnvoordelen, vergoe-
dingen na uitdiensttreding en ontslagvergoedingen. Dit heeft
hoofdzakelijk betrekking op vergoedingen die meer dan 12
maanden zijn uitgesteld en die niet verbonden zijn aan de BNP
Paribas aandelenprijs en deze worden toegewezen in het jaar-
verslag aan de periode waarin ze zijn verdiend.
De gebruikte actuariƫle technieken zijn gelijkaardig aan deze
die gebruikt worden voor pensioenregelingen op basis van vaste
toezeggingen uitgezonderd dat de actuariƫle winsten en verlie-
zen verantwoord worden in de resultatenrekening en niet in het
eigen vermogen.
Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn verschuldigde personeelsvoordelen
als gevolg van een beslissing van BNP Paribas Fortis om een
arbeidscontract te beƫindigen voor de wettelijke pensioenleeftijd
of als gevolg van een beslissing van een werknemer een vrijwillig
vervroegd vertrek te aanvaarden in ruil voor een vergoeding.
Ontslagvergoedingen die betaalbaar worden over meer dan 12
maanden na balansdatum worden verdisconteerd.
78
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Vergoedingen na uitdiensttreding
In overeenstemming met IFRS maakt BNP Paribas Fortis een
onderscheid tussen pensioenregelingen op basis van toegezegde
bijdragen en pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen.
Pensioenregelingen op basis van toegezegde bijdragen leidt niet
tot een verplichting voor BNP Paribas Fortis en vereist bijgevolg
geen voorziening. Het bedrag van de verschuldigde werkgevers-
bijdrage tijdens de periode wordt verantwoord als een kost.
Enkel schema’s op basis van vaste toezeggingen geven aanleiding
tot een verplichting voor BNP Paribas Fortis. Deze verplichting
moet gewaardeerd en verantwoord worden als een verplichting
door middel van een voorziening.
De classificatie van pensioenregelingen in deze twee categorieƫn
is gebaseerd op de economische werkelijkheid van de pensioen-
regeling die herzien wordt om te bepalen of BNP Paribas Fortis
een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft om de
overeengekomen voordelen te betalen aan de werknemers.
De vergoedingsverplichting na uitdiensttreding onder een plan
met vaste toezeggingen wordt gewaardeerd op basis van actu
-
ariƫle technieken die rekening houden met demografische en
financiƫle veronderstellingen.
De verantwoorde netto verplichting met betrekking tot pensioen-
plannen met vaste toezeggingen is het verschil tussen de contante
waarde van de verplichting voor plannen met vaste toezeggingen
en de reƫle waarde van de fondsbeleggingen.
De contante waarde van de verplichting voor pensioenplannen
met vaste toezeggingen wordt gewaardeerd op basis van actuari-
ele veronderstellingen toegepast door BNP Paribas Fortis waarbij
gebruik wordt gemaakt van de ā€˜projected unit credit’-methode.
Deze methode houdt rekening met verschillende parameters
eigen aan het land of de entiteit van BNP Paribas Fortis zoals
demografische veronderstellingen, de kans dat werknemers de
onderneming zullen verlaten voor pensioenleeftijd, salarisinflatie,
de verdisconteringsvoet en de algemene inflatie.
Wanneer de waarde van de fondsbeleggingen het bedrag van de
verplichting overschrijdt, wordt een actief opgenomen als het een
toekomstig voordeel voor BNP Paribas Fortis weergeeft onder de
vorm van een vermindering in de toekomstige bijdragen of een
toekomstige terugbetaling van de bedragen betaald in het plan.
De jaarlijkse kost verantwoord in de resultatenrekening onder
ā€˜Salarissen en personeelsvoordelen’ met betrekking tot pen-
sioenplannen met vaste toezeggingen omvatten de aan het
dienstjaar toegerekende pensioenkosten (de verworven rechten
van elk personeelslid op basis van de geleverde diensten), de
rentekosten verbonden aan de impact van het verdisconteren
van de netto verplichting voor pensioenplannen met vaste
toezeggingen, de pensioenkosten van verstreken diensttijd
voortvloeiend uit pensioenplanwijzigingen en de gevolgen van
inperkingen of afwikkelingen en het verwachte rendement op
eventuele fondsbeleggingen.
Herwaarderingen van de netto verplichting (activa) voor pen-
sioenplannen met vaste toezeggingen worden verantwoord in
niet-gerealiseerde resultaten en worden nooit geherclassificeerd
naar de resultatenrekening. Ze omvatten actuariƫle winsten of
verliezen, het rendement op de fondsbeleggingen en de wijzigin-
gen in niet-verantwoorde activa door beperkingen (exclusief het
bedrag opgenomen in de netto rente van de verplichting (activa)
voor pensioenplannen met vaste toezeggingen).
79
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
1.k Op aandelen gebaseerde beloningen
Op aandelen gebaseerde beloningen zijn betalingen gebaseerd
op aandelen uitgegeven door BNP Paribas die ofwel worden
afgewikkeld onder de vorm van eigen vermogen of geldmiddelen
waarvan het bedrag is gebaseerd op de trends in de waarde van
de BNP Paribas-aandelen.
Aandelenopties en toewijzingsplannen van
gratis aandelen
De kost met betrekking tot aandelenopties en toewijzingsplannen
van gratis aandelen wordt verantwoord over de wachtperiode als
het voordeel enkel wordt toegekend als de begunstigde blijft voor
de entiteit werken.
Kosten met betrekking tot aandelenopties en gratis aandelen
worden opgenomen onder salarissen en andere personeelsvoor-
delen en de ā€˜credit’-boeking gebeurt via het eigen vermogen. De
kost wordt berekend op basis van de algemene waarde van het
plan bepaald op de datum waarop het is toegekend door de Raad
van Bestuur.
In afwezigheid van enige markt voor deze instrumenten worden
financiƫle waarderingsmodellen gebruikt die rekening houden
met de prestatievoorwaarden verbonden aan de BNP Paribas-
aandelenprijs. De totale kost van een plan wordt bepaald door
de eenheidswaarde per toegekende optie of aandeel te verme-
nigvuldigen met het geschatte aantal van toegekende opties en
aandelen die onvoorwaardelijk zullen worden aan het eind van
de periode rekening houdend met de voorwaarden met betrekking
tot het blijvend dienstverband van de begunstigde.
De enige veronderstellingen die worden herzien tijdens de
wachtperiode en dus resulteren in de herwaardering van de
kost, zijn deze die betrekking hebben op de waarschijnlijkheid
dat werknemers BNP Paribas Fortis zullen verlaten en deze die
betrekking hebben tot de prestatievoorwaarden die niet verbonden
zijn aan de waarde van de BNP Paribas-aandelen.
Op aandelen gebaseerde en in geldmiddelen
afgewikkelde uitgestelde vergoedingen
De kosten die gepaard gaan met deze plannen worden opgenomen
in het jaar waarin de werknemer de betreffende diensten verleent.
Als de betaling van een op aandelen gebaseerde variabele ver-
goeding uitdrukkelijk afhankelijk is van het voortzetten van het
dienstverband van de werknemer tijdens de wachtperiode, neemt
men aan dat de diensten verleend werden tijdens deze periode.
De kosten voor de overeenkomstige vergoeding worden gespreid
over de periode opgenomen en worden geboekt als kosten voor
salarissen en personeelsvoordelen tegenover een overeenkom-
stige verplichting op de balans. De kost wordt daarna herzien om
rekening te houden met een eventuele stopzetting van het dienst-
verband of de niet-naleving van een aan de prestatie verbonden
voorwaarde en de gewijzigde prijs van het BNP Paribas aandeel.
Als er geen verplichting is tot voortzetting van het dienstverband
worden de kosten niet gespreid maar onmiddellijk opgenomen
tegenover een overeenkomstige verplichting op de balans.
Vervolgens worden de kosten tot aan de afwikkeling op elke
rapporteringsdatum herzien om rekening te houden met een even-
tuele aan de prestatie gerelateerde voorwaarde en de gewijzigde
prijs van het BNP Paribas aandeel.
1.l Voorzieningen gerapporteerd onder verplichtingen
Voorzieningen worden verantwoord onder verplichtingen (andere
dan deze die betrekking hebben op financiƫle instrumenten en
personeelsvoordelen) die hoofdzakelijk betrekking hebben op
herstructureringen, geschillen, boetes en sancties.
Een voorziening wordt verantwoord wanneer het waarschijnlijk
is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen
inhouden vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen ten
gevolge van een gebeurtenis in het verleden en het bedrag van
de verplichting kan op betrouwbare wijze worden geschat. Het
bedrag van zo een verplichting wordt verdisconteerd, in geval het
effect van verdisconteren materieel is, met als doel het bedrag
van de voorziening te bepalen.
80
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
1.m Actuele en uitgestelde belastingen
De actuele belastingslast wordt bepaald op basis van de belas-
tingsregelgeving en belastingsvoeten die van kracht zijn in elk
land waarin BNP Paribas Fortis actief is tijdens de periode waarin
de inkomsten gegenereerd zijn.
Uitgestelde belastingen worden verantwoord wanneer er tijdelijke
verschillen zijn tussen de boekwaarde van een actief of verplich-
ting in de balans en de fiscale boekwaarde ervan.
Uitgestelde belastingsverplichtingen worden verantwoord voor
alle belastbare tijdelijke verschillen die verschillen van :
ī‚„
uitgestelde belastingsverplichtingen voortvloeiend uit de
eerste opname van goodwill,
ī‚„
uitgestelde belastingsverplichtingen die verband houden
met investeringen waarover BNP Paribas Fortis exclusieve of
gezamenlijke controle uitoefent, wanneer BNP Paribas Fortis
het tijdstip kan bepalen waarop het tijdelijke verschil wordt
afgewikkeld en het waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil
in de nabije toekomst niet zal worden afgewikkeld.
Uitgestelde belastingsvorderingen worden verantwoord voor alle
verrekenbare tijdelijke verschillen en niet-gebruikte overdraagbare
fiscale verliezen maar enkel in de mate waarin het waarschijnlijk
is dat de onderneming in kwestie toekomstige fiscale winst zal
genereren waartegen deze tijdelijke verschillen en fiscale verlie-
zen kunnen worden verrekend.
Uitgestelde belastingsvorderingen en -verplichtingen worden gewaar-
deerd op basis van de balansmethode en gebaseerd op basis van
belastingstarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn op
de periode waarin de vordering wordt gerealiseerd of de verplichting
wordt afgewikkeld, op basis van de belastingtarieven waarvan het
wetgevingsproces materieel is afgesloten of zal afgesloten zijn tegen
het eind van de verslagperiode. Ze worden niet verdisconteerd.
Uitgestelde belastingsvorderingen en -verplichtingen worden
gesaldeerd wanneer ze ontstaan binnen een belastingsgroep die
in de jurisdictie van eenzelfde belastingsautoriteit valt en wanneer
er een in rechte afdwingbaar recht is om te salderen.
Bij onzekerheid over fiscale behandelingen van inkomsten past
BNP Paribas Fortis de volgende werkwijze toe :
ī‚„
BNP Paribas Fortis gaat na of het waarschijnlijk is dat een
belastingautoriteit een onzekere fiscale behandeling zal
aanvaarden ;
ī‚„ een eventuele onzekerheid wordt weergegeven bij de bepa-
ling van de fiscale winst (het fiscaal verlies) door rekening
te houden met hetzij het meest waarschijnlijke bedrag (het
ene, meest waarschijnlijke bedrag van een reeks mogelijke
uitkomsten), hetzij de verwachte waarde (de som van de
kansgewogen bedragen uit een reeks mogelijke uitkomsten).
Actuele en uitgestelde belastingen worden verantwoord als belas-
tingbaten of -lasten in de resultatenrekening met uitzondering van
degene die verband houden met een transactie of gebeurtenis die
rechtstreeks in het eigen vermogen wordt geboekt. Die worden
eveneens in het eigen vermogen opgenomen.
Wanneer fiscale tegoeden op inkomsten van vorderingen en
obligaties worden gebruikt om de winstbelasting die moet betaald
worden af te wikkelen, dan worden deze fiscale tegoeden op
dezelfde lijn verantwoord als de baten waartoe ze betrekking
hebben. De overeenkomstige belastingslast wordt behouden in
de resultatenrekening onder ā€˜Winstbelastingen’.
1.n Kasstroomoverzicht
De geldmiddelen en kasequivalenten zijn samengesteld uit het netto-
saldo van de kasrekeningen, de rekeningen bij centrale banken en het
nettosaldo van interbancaire direct opeisbare leningen en deposito’s.
Wijzigingen in geldmiddelen en kasequivalenten met betrekking
tot operationele activiteiten geven de kasstromen weer gecreƫerd
door de bedrijfsactiviteiten van BNP Paribas Fortis inclusief de
kasstromen met betrekking tot verhandelbare depositocertificaten.
Wijzigingen in geldmiddelen en kasequivalenten met betrek-
king tot investeringsactiviteiten geven de kasstromen weer
die voortvloeien uit de acquisities en desinvesteringen van
dochterondernemingen, geassocieerde ondernemingen of joint
ventures opgenomen in de geconsolideerde groep, evenals de
acquisities en desinvesteringen van materiƫle vaste activa exclu-
sief vastgoedbeleggingen en eigendommen aangehouden onder
een operationele leasing.
Wijzigingen in geldmiddelen en kasequivalenten met betrekking tot
financieringsactiviteiten geven de kasstromen weer die voortvloeien
uit transacties met aandeelhouders, kasstromen met betrekking tot
obligaties en achtergestelde schulden en schulden vertegenwoor-
digd door effecten (exclusief verhandelbare depositocertificaten).
81
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
1.o Gebruik van schattingen in de voorbereiding van het jaarverslag
Het opstellen van de jaarrekening vereist dat managers van ker-
nactiviteiten en bedrijfsfuncties veronderstellingen en schattingen
maken die worden weergegeven in de waardering van baten en
lasten in de resultatenrekening, van activa en verplichtingen in de
balans en in de openbaarmaking van informatie in de toelichting
van de jaarrekening.
Dit zorgt ervoor dat de desbetreffende managers beoordelingen
moeten maken en gebruik moeten maken van de beschikbare
informatie op de datum van de voorbereiding van de jaarrekening
wanneer ze hun schattingen maken. De actuele toekomstige
resultaten van activiteiten waarvoor managers hebben gebruik
gemaakt van schattingen kunnen in realiteit erg verschillen van
deze schattingen, hoofdzakelijk door de marktvoorwaarden. Dit
kan een materiƫle impact hebben op de jaarrekening.
Dit is hoofdzakelijk van toepassing op :
ī‚„
de analyse van de kasstroomeigenschap voor bepaalde
financiƫle activa ;
ī‚„ de berekening van de verwachte kredietverliezen. Dit betreft
vooral de beoordeling van de voorwaarde van de significante
toename van het kredietrisico, de modellen en hypothesen
toegepast voor het bepalen van de verwachte kredietverliezen
en de bepaling van de verschillende economische scenario’s
met hun respectievelijke weging ;
ī‚„
de analyse van heronderhandelde kredieten om te bepalen
of ze op de balans kunnen blijven dan wel uitgeboekt
moeten worden ;
ī‚„
de beoordeling of een market actief of niet actief is, het gebruik
van intern ontwikkelde modellen om financiƫle instrumenten
te waarderen die niet genoteerd zijn op een actieve markt en
die gerapporteerd worden als ā€˜FinanciĆ«le activa tegen reĆ«le
waarde met waardeveranderingen in het eigen vermogen’ of
als ā€˜FinanciĆ«le activa tegen reĆ«le waarde met waardeveran-
deringen in de resultatenrekening’ op het actief of het passief,
en meer in het algemeen de berekeningen van de reƫle waarde
van financiƫle instrumenten waarover informatie verstrekt
wordt in de toelichting op de jaarrekening ;
ī‚„
de veronderstellingen toegepast bij de beoordeling van de
gevoeligheid van de reƫle waarde van financiƫle instrumenten
voor elk type marktrisico, alsook de gevoeligheid van deze
waarderingen voor de belangrijkste niet-waarneembare inputs
zoals vermeld in de toelichting bij de jaarrekening
ī‚„
de relevantie van de documentatie van bepaalde afdekkingen
van het resultaat door middel van derivaten en het vaststellen
van de effectiviteit van afdekkingsstrategieƫn ;
ī‚„
de bijzondere waardeverminderingstests uitgevoerd op good-
will en immateriƫle vaste activa ;
ī‚„
de beoordeling van bijzondere waardeverminderingen op
deelnemingen in vermogensmutatiemethode ;
ī‚„
de schatting van de restwaarden van vaste activa die het
voorwerp uitmaken van een operationele lease en die dienen
als basis voor de bepaling van de afschrijvingen en een
eventuele bijzondere waardevermindering, voornamelijk met
betrekking tot de impact van milieuoverwegingen op de waar-
dering van de toekomstige prijzen van tweedehandswagens ;
ī‚„ de erkende belastinglatenties ;
ī‚„
het meten van de onzekerheid over de fiscale behandelingen
van inkomsten en van andere voorzieningen voor risico’s
en kosten. Het is moeilijk om voor het einde van lopende
onderzoeken en geschillen de mogelijke uitkomst en gevolgen
in te schatten. De raming van de voorzieningen houdt rekening
met alle inlichtingen die beschikbaar zijn op de datum van
afsluiting van de jaarrekening, waaronder de aard van het
geschil, de onderliggende feiten, de lopende procedures
en de rechterlijke beslissingen, alsook met informatie over
vergelijkbare zaken. BNP Paribas Fortis kan bij de beoordeling
ook beroep doen op het advies van deskundigen en onafhan-
kelijke raadgevers.
82
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
83
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
2 TOELICHTING OP DE RESULTATENREKENING OP
31 DECEMBER 2021
2.a Nettorentebaten
BNP Paribas Fortis rapporteert als ā€˜Rentebaten’ en ā€˜Rentelasten’
alle opbrengsten en kosten berekend door gebruik te maken van
de effectieve interestmethode (rente, commissies en transactie-
kosten) uit financiƫle instrumenten tegen geamortiseerde kostprijs
en uit financiƫle instrumenten geboekt op basis van reƫle waarde
met waardeveranderingen in het eigen vermogen.
Hierin zijn ook de rentebaten en rentelasten uit financiƫle
instrumenten uit de niet-handelsportefeuille begrepen die niet in
aanmerking komen voor erkenning aan geamortiseerde kostprijs,
aan reƫle waarde met waardeveranderingen in het eigen vermo-
gen en financiƫle instrumenten die de Bank heeft aangewezen om
te worden geboekt aan reƫle waarde met waardeveranderingen
in de resultatenrekening. De waardeveranderingen op financi-
ele instrumenten aan reƫle waarde met waardeveranderingen
in de resultatenrekening (met uitzondering van de gelopen
intresten) worden geboekt onder ā€˜Nettowinsten op financiĆ«le
instrumenten aan reƫle waarde met waardeveranderingen in de
resultatenrekening’.
Rentebaten en rentelasten uit derivaten geboekt als reƫlewaar-
deafdekkingen worden toegevoegd aan de opbrengsten uit de
afgedekte transactie. Op dezelfde wijze worden rentebaten en
rentelasten uit derivaten gebruikt om transacties af te dekken die
gewaardeerd worden tegen reƫle waarde met waardeveranderin-
gen in de resultatenrekening in dezelfde rekeningen geboekt als
de rentebaten en rentelasten van de onderliggende transacties.
In het geval van negatieve interestvoeten die betrekking hebben op
leningen en te ontvangen bedragen of op deposito’s van klanten
en kredietinstellingen, worden deze respectievelijk geboekt als
rentebaten of rentelasten.
In miljoenen euro’s
Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Baten Lasten Netto Baten Lasten Netto
Financiƫle instrumenten tegen geamortiseerde kostprijs 6.251 (1.735) 4.516 6.077 (1.498) 4.579
Deposito's, leningen en ontleningen 4.976 (1.499) 3.477 4.941 (1.196) 3.745
Terugkoopovereenkomsten 63 (36) 27 31 (59) (28)
Financiƫle lease-verrichtingen 981 (86) 895 928 (79) 849
Schuldbewijzen 231 231 177 177
Uitgegeven schuldbewijzen en achtergestelde schulden (114) (114) (164) (164)
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in het eigen vermogen
93 - 93 138 - 138
Schuldbewijzen 93 93 138 138
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening (effecten
in de handelsportefeuille uitgesloten)
8 (30) (22) 9 (29) (20)
Kasstroomafdekkingsinstrumenten 175 (174) 1 183 (260) (77)
Afdekkingsinstrumenten voor portefeuilles, afgedekt
tegen renterisico
490 (374) 116 427 (282) 145
Leaseverplichtingen (10) (10) (13) (13)
Totaal rentebaten / lasten 7.017 (2.323) 4.694 6.834 (2.082) 4.752
84
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Rentebaten op leningen die onderhevig zijn aan individuele waar-
deverminderingen bedroegen EUR 31 miljoen op 31 december
2021 vergeleken met EUR 38 miljoen op 31 december 2020.
BNP Paribas Fortis heeft ingeschreven op de TLTRO III (Targeted
Longer-Term Refinancing Operations) programma, zoals gedefini-
eerd door de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank in
maart 2020 en in december 2020 (zie toelichting 4.g). BNP Paribas
Fortis verwacht de kredietverleningsprestatiedrempels te bereiken
waardoor het kan genieten van een gunstige interestvoet (gemid-
deld tarief van de depositofaciliteit min 50 basispunten voor de
eerste twee jaar, en het gemiddelde tarief van de depositofaci-
liteit voor het volgende jaar). Deze variabele interestvoet wordt
beschouwd als een markttarief aangezien het van toepassing is
op alle financiƫle instellingen die aan de kredietverleningscriteria
opgesteld door de Europese Centrale Bank voldoen. De effectieve
interestvoet van deze financiƫle verplichtingen is bepaald voor
elke referentieperiode, en de twee componenten (referentieren-
tevoet en marge) zijn aanpasbaar. De effectieve interestvoet was
negatief en bedroeg -1% in 2020 en 2021.
2.b Commissiebaten en -lasten
In miljoenen euro’s
Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Baten Lasten Netto Baten Lasten Netto
Klantenverrichtingen 107 (83) 24 97 (73) 24
Activiteiten met betrekking tot effecten en derivaten 930 (227) 703 845 (160) 685
Financierings- en garantieverbintenissen 160 (18) 142 155 (13) 142
Vermogensbeheer en overige diensten 750 (45) 705 648 (75) 573
Overige 252 (431) (179) 253 (403) (150)
Totaal commissiebaten en -lasten 2.199 (804) 1.395 1.998 (724) 1.274
Waarvan commissiebaten en -lasten gelinkt
aan trust- en gelijkaardige activiteiten waarbij
BNP Paribas Fortis activa aanhoudt of belegt
in opdracht van klanten, trusts, pensioen- en
voorzieningsfondsen of andere instellingen
472 (2) 470 392 (4) 388
Waarvan commissiebaten en -lasten gelinkt aan
financiƫle instrumenten die niet gewaardeerd zijn
aan reƫle waarde met waardeveranderingen in de
resultatenrekening
390 (144) 246 394 (157) 237
85
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
2.c Nettowinsten op financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
Nettowinsten op financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening bevatten alle
verlies- en winstitems met betrekking tot financiƫle instrumenten
die deel uitmaken van de handelsportefeuille, eigenvermogensin-
strumenten niet behorend tot de handelsportefeuille waarvoor
BNP Paribas Fortis niet gekozen heeft voor een waardering tegen
reƫle waarde via het eigen vermogen, financiƫle instrumenten die
de Bank aangewezen heeft als tegen reƫle waarde met waardever-
anderingen in de resultatenrekening, evenals schuldinstrumenten
waarvan de kasstromen niet louter de terugbetaling van hoofdsom
en interesten op de hoofdsom vormen of waarvoor het bedrijfsmodel
niet het verzamelen van kasstromen en evenmin het verzamelen
van kasstromen en het verkopen van de activa vormt.
Deze inkomsten bevatten de dividenden op deze instrumenten en
sluiten interestinkomsten en –uitgaven op financiĆ«le instrumenten
tegen reƫle waarde met waardeveranderingen in de resultaten-
rekening en instrumenten waarvan de kasstromen niet louter
de terugbetaling van hoofdsom en interesten op de hoofdsom
vormen of waarvoor het bedrijfsmodel niet het verzamelen van
kasstromen en evenmin het verzamelen van kasstromen en het
verkopen van de activa vormt, uit. Deze worden getoond in de
ā€˜Nettorentebaten’ (toelichting 2.a).
In miljoenen euro’s Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Financiƫle instrumenten van de handelsportefeuille 162 173
Interest-en kredietinstrumenten 3 (13)
Aandeleninstrumenten 136 48
Wisselkoersinstrumenten (19) 103
Leningen en terugkoopovereenkomsten 42 35
Andere financiƫle instrumenten - -
Financiƫle instrumenten aangewezen tegen reƫle waarde met waardeveranderingen in
de resultatenrekening
(103) (4)
Overige financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met waardeveranderingen in de
resultatenrekening
143 4
Schuldbewijzen 15 (1)
Effecten met een aandelenkarakter 128 5
Impact van afdekkingsboekhouding (6) 8
Reƫlewaarde afdekkingsinstrumenten 338 (380)
Items onder reƫle-waardeafdekking (344) 388
Nettowinsten op financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening van de handelsportefeuille
196 181
Winsten en verliezen op financiƫle instrumenten aangewezen
tegen reƫle waarde met waardeverminderingen in de resulta-
tenrekening hebben voornamelijk betrekking op instrumenten
waarvan de waardeveranderingen gecompenseerd kunnen worden
door waardeveranderingen van economische afdekkingderivaten
in de handelsportefeuille.
Nettowinsten op de portefeuille aangehouden voor handels-
doeleinden bevatten in 2021 en 2020 een niet-materieel bedrag
overeenstemmend met de inefficiƫntie van de kasstroomafdekkingen.
Mogelijke bronnen van inefficiƫntie kunnen liggen aan verschil-
len tussen de afdekkingsinstrumenten en het afgedekte item,
met name veroorzaakt door de niet-overeenstemming van de
kenmerken van de afgedekte posten en de afdekkingsinstrumen-
ten, zoals de frequentie en het tijdstip van de renteherziening,
de regelmaat van de betalingen en de actualisatiefactoren, of
wanneer de derivaten ter afdekking een niet-nul reƫle waarde
hebben op de aanvangsdatum van de afdekkingsrelatie.
Kredietwaarderingsaanpassingen (CVA) toegepast op afdekkings-
derivaten zijn ook een bron van inefficiƫntie.
Gecumuleerde wijzigingen in reƫle waarde met betrekking tot
beƫindigende kasstroomafdekkingsrelaties, voorheen erkend in
het eigen vermogen en in 2021 opgenomen in de verlies- en
winstrekening zijn niet materieel, ongeacht of het afgedekte
bestanddeel opgehouden heeft te bestaan of niet.
86
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
2.d Nettowinsten op financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in het eigen vermogen
In miljoenen euro’s Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Nettowinsten op schuldbewijzen met waardeveranderingen in het eigen vermogen 16 7
Nettowinsten op schuldbewijzen
(1)
16 7
Nettowinsten op effecten met een aandelenkarakter met waardeveranderingen in het
eigen vermogen
21 5
Dividendopbrengsten op effecten met een aandelenkarakter 21 5
Nettowinsten op financiƫle instrumenten met waardeveranderingen in het eigen
vermogen
37 11
(1) Rentebaten op schuldbewijzen zijn opgenomen in ā€˜Nettorentebaten’ (toelichting 2.a), en verliezen door bijzondere waardevermindering met betrekking tot
mogelijke wanbetaling van de emittent worden verantwoord in ā€˜Risicokost’ (toelichting 2.g).
De latente resultaten op schuldbewijzen, die voorheen werden
geboekt in de rubriek ā€˜Wijzigingen in activa en verplichtingen
opgenomen in het eigen vermogen die kunnen geherclassificeerd
worden naar de resultatenrekening’ en die nu in resultaat voor
belastingen werden geboekt, vertegenwoordigen een nettowinst
van EUR 5 miljoen in het boekjaar 2021 tegenover EUR 2 miljoen
in het boekjaar 2020.
2.e Nettobaten uit overige activiteiten
In miljoenen euro’s
Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Baten Lasten Netto Baten Lasten Netto
Nettobaten uit vastgoedbeleggingen 86 (15) 71 86 (37) 49
Nettobaten uit activa aangehouden onder operationele lease 12.326 (10.461) 1.865 10.695 (9.099) 1.596
Overige baten en lasten 996 (924) 72 758 (723) 35
Nettototaal baten uit overige activiteiten 13.408 (11.400) 2.008 11.539 (9.859) 1.680
2.f Overige algemene bedrijfskosten
In miljoenen euro’s Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Externe diensten en overige algemene bedrijfskosten (1.400) (1.343)
Belastingen en bijdragen
(1)
(414) (408)
Totaal overige algemene bedrijfskosten (1.814) (1.751)
(1)
De bijdragen aan de Europese resolutiefondsen, waarin ook de uitzonderlijke bijdragen begrepen zijn, bedragen EUR (89) miljoen in 2021 (EUR (68) miljoen
in 2020).
87
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
2.g Risicokost
Het algemene model dat BNP Paribas Fortis gebruikt voor het
vaststellen van bijzondere waardeverminderingen en dat beschre-
ven wordt in de toelichting 1.f.4 bestaat uit twee stappen :
ī‚„ De beoordeling of er zich sinds de eerste opname een signi-
ficante toename van het kredietrisico heeft voorgedaan, en
ī‚„
De berekening van de voorziening voor kredietverliezen hetzij
als de binnen de twaalf maanden te verwachten kredietver-
liezen hetzij als de tijdens volledige looptijd te verwachten
kredietverliezen.
Bij beide stappen wordt rekening gehouden met toekomstge-
richte informatie.
Significante toename van het
kredietrisico
De beoordeling of er zich een significante toename van het kre-
dietrisico heeft voorgedaan, gebeurt op basis van het individuele
instrument en maakt gebruik van indicatoren en drempelwaarden
die variƫren naargelang de aard van de positie en het soort van
tegenpartij.
Kredieten toegekend aan grote niet-
financiƫle ondernemingen, financiƫle
instellingen, overheden en obligaties
De Bank gebruikt de interne tegenpartij rating om de significante
toename van het kredietrisico te beoordelen.
Een afname van de kredietkwaliteit wordt beschouwd als sig-
nificant, en de kredietopening wordt daarom gerapporteerd als
Stadium 2, als het verschil tussen de tegenpartijrating bij eerste
opname en die op datum van rapportering gelijk is aan of groter
dan 3 punten (bijvoorbeeld, een verlaging van 4- naar 5-).
De vereenvoudigde methode toegestaan door IFRS 9 bij een laag
kredietrisico (en waarbij obligaties met een rating van investe-
ringswaardig op datum van rapportering opgenomen worden in
Stadium 1 en obligaties waarvan de rating op rapporteringsdatum
niet-investeringswaardig is terecht komen in Stadium 2) wordt
enkel gebruikt voor schuldinstrumenten waarvoor op datum van
verwerving geen interne ratings beschikbaar zijn.
Kredieten toegekend aan KMO’s en
retailklanten
Voor posities op KMO’s maakt de Bank eveneens gebruik van
de interne tegenpartijrating als indicator voor het vaststellen
van een significante toename van het kredietrisico. Wegens een
hogere volatiliteit in het gehanteerde ratingsysteem wordt de
afname van het kredietrisico als significant bestempeld en wordt
de kredietopening daarom in Stadium 2 ondergebracht als het
verschil tussen de tegenpartijrating bij eerste opname en die
op datum van rapportering gelijk is aan of groter dan 6 punten.
Voor posities op retailklanten kunnen twee alternatieve indi-
catoren voor een toename van het kredietrisico in overweging
genomen worden :
ī‚„
Kans op wanbetaling (PD) : de evolutie van de kans dat er
zich in de volgende 12 maanden een wanbetaling voordoet
wordt beschouwd als een redelijke benadering van de evolutie
van de kans dat er zich tijdens de looptijd een wanbetaling
voordoet. De afname van de kredietkwaliteit wordt beoordeeld
als significant, en de kredietopening wordt daarom gerap-
porteerd in Stadium 2, als de verhouding tussen de kans op
wanbetaling voor de komende 12 maanden en de kans op
wanbetaling bij aanvang van het krediet hoger is dan vier.
ī‚„
Het bestaan van een achterstallige betaling tijdens de laatste
12 maanden : in de gespecialiseerde activiteit van het consu-
mentenkrediet wordt het bestaan van een betalingsprobleem
dat zich tijdens de laatste 12 maanden heeft voorgedaan,
beschouwd als een significante toename van het kredietrisico,
zelfs als de achterstallen sindsdien geregulariseerd zijn. De
kredietopening wordt daarom toegewezen aan Stadium 2.
Daarnaast, voor alle portefeuilles
(behalve voor de in consumentenkrediet
gespecialiseerde activiteiten) :
ī‚„
Er wordt aangenomen dat de kredietopening zich in Stadium
1 bevindt als de interne rating op rapporteringsdatum gelijk
is aan of lager dan 4- (of de kans dat er zich in de volgende
12 maanden een wanbetaling voordoet is lager dan of gelijk
aan 0,25%). Veranderingen in de kans op wanbetaling die
betrekking hebben op een vermindering van de rating in deze
zone zijn immers minder materieel en worden daarom ook
niet gezien als ā€˜significant’.
88
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
ī‚„ Als de interne rating op rapporteringsdatum slechter is dan of
gelijk aan 9+ (of de kans dat er zich in de volgende 12 maanden
een wanbetaling voordoet is hoger dan 10%), dan wordt, reke-
ning houdend met de praktijk van de Bank bij het verlenen
van kredieten, de verslechtering bestempeld als significant en
wordt het krediet opgenomen in Stadium 2 (zolang het niet
onderhevig is aan een bijzondere waardevermindering).
Toekomstgerichte informatie
De Bank houdt rekening met toekomstgerichte informatie zowel bij
het beoordelen van de significante toename van het kredietrisico
als bij het meten van de verwachte kredietverliezen (Expected
Credit Loss of ECL).
De beoordeling van de significante toename van het kredietrisico
wordt, naast de regels gebaseerd op een vergelijking van de
risicoparameters bij eerste opname en op rapporteringsdatum,
aangevuld met toekomstgerichte informatie (zoals macro-econo-
mische sectorale of geografische parameters) die het kredietrisico
van bepaalde posities kunnen doen stijgen. Deze factoren kunnen
ervoor zorgen dat de criteria voor een transfer naar Stadium 2
worden verscherpt, wat kan resulteren in een stijging van het
bedrag van de verwachte kredietverliezen voor posities die bij-
zonder gevoelig zijn voor deze toekomstgerichte parameters. Voor
leningen die sinds de opname geen significante verslechtering van
de kredietkwaliteit hebben gekend, kan dit mechanisme dus leiden
tot de classificatie van de faciliteiten in stage 2 in afwachting van
een toekomstige verlaging van hun individuele rating tot boven de
verslechteringsdrempel, in verband met de macro-economische
vooruitzichten van hun sector.
Voor het bepalen van het bedrag van de verwachte kredietver-
liezen heeft de Bank er voor gekozen om voor elke geografische
zone drie macro-economische scenario’s te hanteren die een
breed spectrum van potentieel toekomstige economische con-
dities afdekken :
ī‚„
Een basisscenario dat overeenstemt met het scenario dat
gehanteerd wordt voor het budgetproces,
ī‚„
Een negatief scenario overeenkomstig het scenario dat
de Groep BNP Paribas toepast voor de driemaandelijkse
stress tests,
ī‚„ Een positief scenario dat de mogelijkheid biedt om rekening
te houden met situaties waarin de economie beter presteert
dan verwacht.
De relatie tussen de macro-economische scenario’s en de bepaling
van het bedrag van de verwachte kredietverliezen steunt voor-
namelijk op de modellering van de kansen op wanbetaling en de
vervorming van migratiematrices gebaseerd op de interne rating
(of risicoparameter). De kansen op wanbetaling die op basis van
deze macro-economische scenario’s worden vastgesteld worden
gebruikt om de verwachte kredietverliezen te meten voor elk van
deze situaties.
De weging toe te kennen aan de verwachte kredietverliezen voor
elk scenario wordt als volgt bepaald :
ī‚„ 50% voor het basisscenario,
ī‚„
De weging van de twee alternatieve scenario’s wordt berekend
op basis van de positie in de kredietcyclus. Onder de gevolgde
benadering wordt aan het ongunstige scenario een groter
gewicht toegekend bij economische groei dan in periodes van
lagere groei, dit in afwachting van een mogelijke economische
achteruitgang.
Daarnaast wordt, indien nodig, bij het bepalen van het bedrag van
de verwachte kredietverliezen rekening gehouden met scenario’s
waarbij activa verkocht worden.
Macro-economische scenario’s
De drie macro-economische scenario’s zijn gedefinieerd met een
drie-jaar horizon. Ze komen overeen met :
ī‚„
Een basisscenario dat de meest waarschijnlijke economische
evolutie voor de periode van de prognose beschrijft. Dit
scenario wordt elk kwartaal bijgewerkt en wordt ontwikkeld
door de dienst Economic Research van de BNP Paribas Groep
in samenwerking met diverse experten binnen de Groep,
waaronder die van BNP Paribas Fortis. Er worden projecties
ontworpen voor elke kernmarkt van de Bank door middel van
de belangrijkste macro-economische variabelen (het BNP en
zijn onderdelen, werkloosheidsgraad, consumentenprijzen,
rentevoeten, wisselkoersen, olie- en vastgoedprijzen, …) die
bepalend zijn voor de modellering van de risicoparameters
gebruikt bij de stress tests.
Sinds 31 December 2020 worden, naast de geografische
uitsplitsing, de toekomstgerichte parameters ook per sector
opgesplitst om de heterogeniteit van de economische evoluties
in combinatie met de lockdownmaatregelen en de gedeelte-
lijke onderbreking van de activiteit beter weer te geven.
89
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
ī‚„
Een negatief scenario dat weergeeft wat de impact is als
de risico’s die wegen op het basisscenario zich voordoen,
en waaruit een minder gunstige economische ontwikkeling
blijkt. Het startpunt is een schok op het BNP. De schok vari-
eert in omvang, maar wordt gelijktijdig toegepast over de
diverse economieƫn heen als de crisis beschouwd wordt als
een globale crisis. In het algemeen stemmen de gebruikte
hypotheses grotendeels overeen met deze voorgesteld door
de toezichthouders. De impact van de schok op de andere
variabelen (werkloosheidsgraad, inflatie, rentevoeten) wordt
bepaald op basis van aangetoonde econometrische verbanden
en deskundig oordeel.
ī‚„ Een positief scenario dat weergeeft wat de impact is als de
risico’s met een positief effect op de economie zich voordoen,
en waaruit een gunstigere economische ontwikkeling resul-
teert. Om een objectieve schatting van de voorzieningen te
bekomen wordt het positieve scenario zo ontworpen dat de
waarschijnlijkheid dat een schok van het BNP zich voordoet
(gemiddeld, over ƩƩn cyclus) gelijk is aan de waarschijnlijkheid
van een overstemmende schok in het negatieve scenario. De
omvang van toegepaste schokken stemt doorgaans overeen
met 80% tot 95% van de omvang van negatieve schokken.
Andere variabelen (werkloosheid, inflatie, rentevoeten) worden
op dezelfde wijze bepaald als voor het negatieve scenario.
Sinds 30 Juni 2021 werden de gunstige risico’s in grote mate
gereduceerd. De meeste positieve gebeurtenissen voordien
opgenomen in het positief scenario maken nu deel uit van het
basisscenario. Bovendien beperken de productiefactoren een
meer dan verwachte heropleving van het centrale scenario.
Verwerking van de specifieke kenmerken van de
gezondheidscrisis in het basisscenario :
Na een historische val in de eerste helft van 2020 in lijn met
de strikte maatregelen die overheden (waaronder lockdowns in
bepaalde Europese landen) invoerden wegens de stijging van
het aantal COVID19-gevallen, is de economische activiteit sterk
opgeveerd in 2021, door (i) een mechanische inhaalbeweging, (ii)
steunmatregelen van overheden en centrale bank en (iii) de uitrol
van vaccinatiecampagnes.
De omvang van het herstel varieerde met name tussen de econo-
mieƫn, afhankelijk van de verbetering van de gezondheidssituatie
en de omvang van de begrotingsmaatregelen. Na een duidelijke
verbetering in 2021 zal het groeitempo naar verwachting vanaf
2022 normaliseren. Verwacht wordt dat de activiteit tussen
het vierde kwartaal van 2021 en de eerste helft van 2022 in de
meeste volwassen economieƫn zal terugkeren naar het niveau
van voor de crisis.
Onderstaande grafiek toont een vergelijking tussen de BBP-
voorspellingen gehanteerd in het basisscenario ter berekening
van de verwachtte kredietverliezen op 31 December 2019,
31 December 2020 en 31 December 2021.
85
90
95
100
105
110
Dec 18 Dec 19 Dec 20 Dec 21 Dec 22 Dec 23
Dec 24
BBP index
Euro zone BBP: Indexbasis 100 op vierde kwartaal van 2019
Centraal scenario op 31 december 2020
Centraal scenario op 31 december 2019
Centraal scenario op 31 december 2021
90
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
ī‚„ Bbp-groei, centraal scenario per 31 december 2021 (jaarge-
middelde van de kwartaalprognoses)
2021 2022 2023 2024
Eurogebied 5,1% 3,8% 1,9% 1,5%
Frankrijk 6,7% 3,5% 1,6% 1,4%
Italiƫ 6,2% 3,0% 1,0% 0,7%
BelgĆÆe 6,0% 3,0% 1,4% 1,3%
Verenigde Staten 5,4% 3,2% 2,5% 2,2%
ī‚„
Rendement op 10-jaars staatsobligaties, centraal scenario
per 31 december 2021 (jaargemiddelde)
2021 2022 2023 2024
Duitsland -0,33% -0,08% 0,03% 0,05%
Frankrijk -0,04% 0,26% 0,33% 0,35%
Italiƫ 0,73% 1,03% 1,13% 1,18%
BelgĆÆe -0,05% 0,23% 0,33% 0,35%
Verenigde Staten 1,45% 1,85% 2,05% 2,10%
Negatief scenario
Het ongunstige scenario veronderstelt dat bepaalde risico’s voor
de economie zich concretiseren, wat resulteert in een veel minder
gunstig economisch beloop dan in het basisscenario.
Ondanks de verbetering van de gezondheidssituatie in de afge-
lopen kwartalen, zou de opkomst van mogelijk meer virulente
vormen van het coronavirus een grotere impact op de activiteit
kunnen hebben dan verwacht in het centrale scenario.Bovendien
kunnen verstoringen van de voorziening en verminderde onder-
steunende begrotingsmaatregelen negatieve effecten hebben in
bepaalde sectoren en economieƫn.
De volgende risico’s lijken versterkt in de context van de
gezondheidscrisis :
ī‚„ Mogelijke negatieve effecten op de vraag : de pandemie zou
blijvende gevolgen kunnen hebben (sommige permanent
getroffen sectoren, verslechterde overheidsfinanciƫn, sterke
stijging van de particuliere schuld in sommige economieƫn)
en kortetermijnontwikkelingen (werkloosheid, faillissemen-
ten, enz.) zouden minder gunstig kunnen zijn dan verwacht,
aangezien overheden een einde maken aan maatregelen die
bedoeld zijn om huishoudens en bedrijven tijdens de crisis te
helpen. Dergelijke ontwikkelingen kunnen op de vraag wegen.
ī‚„
Druk op de winstgevendheid van financiƫle instellingen :
sommige kredietnemers kunnen moeilijkheden ondervin
-
den bij het terugbetalen van hun schuld bij de intrekking
van steunmaatregelen van de overheid. Bovendien kunnen
mogelijke financiƫle turbulenties en nog steeds extreem lage
rentetarieven wegen op de winstgevendheid van banken en
de beschikbaarheid van krediet.
ī‚„
Nieuwe marktcorrecties : marktcorrecties zouden van invloed
kunnen zijn op sommige financiƫle en vastgoedmarkten,
gezien de soms zeer gunstige ontwikkelingen in de waarde van
activa in de nasleep van de gezondheidscrisis, met name als
gevolg van het ondersteunende monetaire en fiscale beleid.
91
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
ī‚„ Spanningen gerelateerd tot de publieke uitgaven : gezien de
omvang van de krimp van de activiteit en de hoeveelheid
begrotingssteun die door regeringen wordt verleend om
deze grote schok op de bedrijvigheid te compenseren, zijn
de schuldquotes in sommige landen aanzienlijk gestegen
en vaak ongekende niveaus bereikt. Hoewel het huidige
extreem soepele monetaire beleid dit risico nu beperkt, kan
een sterke verslechtering van de overheidsfinanciƫn leiden
tot toekomstige spanningen op de financiƫle markten en
bezuinigingsmaatregelen in bepaalde landen. Dergelijke
ontwikkelingen kunnen leiden tot een domino-negatief effect
op de bedrijvigheid. Hoewel het eurogebied om structurele
redenen meer aan dit risico lijkt te zijn blootgesteld dan
andere gebieden, heeft de ECB de afgelopen jaren laten
zien dat zij over instrumenten beschikt om de omvang van
dergelijke potentiƫle schokken te beperken.
ī‚„
Verdere moeilijkheden in China : als gevolg van de gezondheids-
crisis kunnen bijkomende moeilijkheden niet worden uitgesloten,
noch in termen van activiteit, noch op andere fronten (bv. over-
heidsfinanciƫn, moeilijkheden op de vastgoedmarkten, politieke
spanningen). Gezien het gewicht van de Chinese economie
kunnen deze problemen van invloed zijn op de wereldwijde
financiƫle markten, de wereldhandel en de grondstoffenprijzen.
ī‚„
Opkomende markten in problemen : sommige opkomende
markten staan om verschillende redenen onder druk (bv.
binnenlandse economische onevenwichtigheden en politieke
spanningen, verslechterende internationale betrekkingen)
en de gezondheidscrisis kan deze kwetsbaarheid hebben
vergroot (vertraagde vaccinatiecampagnes in vergelijking
met volwassen economieƫn). Argentiniƫ, Braziliƫ, Hong Kong
en Turkije behoren tot de grote opkomende markten die de
moeite waard zijn om in de gaten te houden.
Andere risico’s die niet onmiddellijk gekoppeld zijn aan de gezond-
heidscrisis, zijn ook opgenomen in het negatieve scenario :
ī‚„
Handelsrisico’s : meningsverschillen tussen de Verenigde Staten
en China geopolitieke kwesties, bescherming van intellectuele
eigendom, technologieoverdracht of industriebeleid zullen
waarschijnlijk blijven bestaan. Na de gezondheidscrisis zullen
de Verenigde Staten en andere volwassen economieƫn waar-
schijnlijk ook proberen minder afhankelijk te worden van China
op sommige gebieden die als strategisch worden beschouwd.
De spanningen in verband met handel en globalisering zullen
daarom waarschijnlijk blijven bestaan of zelfs verergeren.
ī‚„
Geopolitieke risico’s : De spanningen in het Midden-Oosten
en Oost-Aziƫ kunnen met name op de wereldeconomie wegen
door schokken in de grondstoffenprijzen, de financiƫle markten
en het ondernemersvertrouwen.
Er wordt verondersteld dat deze latente risico’s tot uiting zullen
komen vanaf het eerste kwartaal van 2022.
Van de onderzochte landen liggen de bbp-niveaus in het ongun-
stige scenario tussen 5,8% en 12,2% lager dan in het basisscenario
aan het einde van de schokperiode (drie jaar), op 31 december
2021 (hetzelfde als op 31 december 2020). Met name deze
afwijking bereikt gemiddeld 7,1% in de eurozone en 5,8% in de
Verenigde Staten.
Weging van het scenario en de sensitiviteit van de
risico-kost
Op 31 december 2021 bedraagt de weging van het ongunstige
scenario 25% (25% voor het gunstige scenario), tegenover 14%
op 31 december 2020 (36% voor het gunstige scenario), wat een
evenwichtige positie aan de kredietcyclus per december 2021
weerspiegelt.
De gevoeligheid van het bedrag van de verwachte kredietverliezen
voor alle financiƫle activa tegen geamortiseerde kostprijs of tegen
reƫle waarde via eigen vermogen en krediettoezeggingen wordt
beoordeeld door de geschatte verwachte verliezen als gevolg van
de weging van de bovenstaande scenario’s te vergelijken met
het geschatte verwachte verlies als gevolg van elk van de twee
alternatieve scenario’s gewogen op 100% (en het basisscenario
gewogen op 0%) :
ī‚„
een stijging van de ECL met 20%, of 126,4 miljoen EUR, waarbij
het ongunstige scenario wordt weggenomen op 100% (stijging
van 15% t.o.v. 31 december 2020) ;
ī‚„
een daling van de ECL met (12)%, of EUR (74,8) miljoen weging
van het gunstige scenario op 100% (daling van (8)% t.o.v.
31 december 2020).
Aanpassing aan de beoordeling van de verwachte
kredietverliezen om rekening te houden met de
specifieke aard van de gezondheidscrisis :
Macro-economische scenario’s geleverd aan de modellen
De meting van de invloed van de macro-economische scenario’s
op de verwachte kredietverliezen is aangepast om de eigenhe-
den van de huidige gezondheidscrisis weer te geven. Gegeven
de uitzonderlijke aard van de schok en de daaraan verbonden
tijdelijke lockdownmaatregelen en de steun die de overheden en
centrale banken hebben ingevoerd, zijn de macro-economische
parameters voor elk land of geografisch gebied die opgenomen
waren in de reeds bestaande modellen (geijkt op basis van de
voorbije crisissen) aangepast om de informatie over de middel-
langetermijnimpact op de economische omgeving te onttrekken
en zo de overmatige kortetermijnvolatiliteit te minimaliseren.
92
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
In 2020 heeft het middellangetermijnperspectief voor het basiss-
cenario het inkomensverlies voor de eurozone verminderd met
een bedrag dat veel lager is dan dat van de steunmaatregelen
van overheden en de Europese Centrale Bank. Omgekeerd heeft
het geleid tot een matiging van de gunstige effecten van de
economische oplevingen die in 2021 zijn waargenomen.
Post-model aanpassingen :
Voorzichtige aanpassingen werden ook in rekening genomen
wanneer de gehanteerde modellen gebaseerd waren op
indicatoren met ongewone waarden in het kader van de gezond-
heidscrisis en de steunprogramma’s, zoals de stijging in deposito’s
en de afname van wanbetaling voor retailklanten en ondernemers.
In Belgiƫ bedraagt de blootstelling aan Transport (luchtvaart,
cruises), Retail (niet-voeding), Commercieel Vastgoed, detailhan-
dels en Hotels, Toerisme & Vrije Tijd respectievelijk 2%, 1%, 1% en
1% van de totale blootstelling (totaal leningen en verplichtingen
buiten de balans). Deze blootstellingen worden door de Bank
beschouwd als het meest blootgesteld aan de COVID-19-crisis.
Risicokost van de periode
In miljoenen euro’s Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Nettotoename bijzondere waardeverminderingen (353) (674)
Recuperaties op voorheen afgeschreven leningen en vorderingen 23 30
Verliezen op oninbare leningen (29) (32)
Totale risicokost van de periode (359) (676)
Risicokost van de periode per boekhoudkundige categorie en activacategorie
In miljoenen euro’s Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken (6) (4)
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met waardeveranderingen in de
resultatenrekening
7 3
Financiƫle activa tegen reƫle waarde met waardeveranderingen in het eigen vermogen (6) (3)
Financiƫle activa tegen geamortiseerde kostprijs (346) (648)
waarvan leningen en vorderingen (343) (646)
waarvan schuldbewijzen (3) (2)
Overige activa 6 (8)
Financierings-en garantieverbintenissen en overige (14) (16)
Totale risicokost van de periode (359) (676)
Risicokost op leningen en verbintenissen zonder bijzondere waardevermindering (79) (194)
waarvan Stadium 1 22 (86)
waarvan Stadium 2 (101) (108)
Risicokost op leningen en verbintenissen met bijzondere waardevermindering - Stadium 3 (280) (482)
93
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Voorzieningen voor bijzondere waardeverminderingen : kredietrisico
Wijziging in de provisies voor bijzondere waardeverminderingen gedurende de periode per boekhoudkundige categorie en activacategorie
In miljoenen euro’s
31 december
2020
Nettotoename
bijzondere
waarde-
verminderingen
Aanwending
bijzondere
waarde-
verminderingen
Omrekenings-
verschillen
en overige
31 december
2021
Bijzondere waardeverminderingen op
activa
Vorderingen op centrale banken 10 7 - (5) 12
Financiƫle instrumenten tegen reƫle
waarde met waardeveranderingen in de
resultatenrekening
19 (3) - (6) 10
Financiƫle activa tegen reƫle waarde
met waardeveranderingen in het eigen
vermogen
24 7 - 1 32
Financiƫle activa tegen geamortiseerde
kostprijs
3.124 342 (245) (173) 3.048
waarvan leningen en vorderingen 3.121 339 (245) (171) 3.044
waarvan schuldbewijzen 3 3 - (2) 4
Overige activa 19 (9) (1) - 10
Totaal bijzondere waardeverminderingen
op financiƫle activa
3.196 344 (246) (183) 3.112
waarvan Stadium 1 315 (15) - (32) 268
waarvan Stadium 2 449 85 - (51) 483
waarvan Stadium 3 2.432 274 (246) (100) 2.361
Voorzieningen geboekt als verplichting
Voorzieningen voor verbintenissen 217 15 - (2) 230
Overige voorzieningen 19 (6) - 16 29
Totaal voorzieningen geboekt als
verplichtingen
236 9 - 14 259
waarvan Stadium 1 55 (10) - (1) 44
waarvan Stadium 2 51 15 - - 66
waarvan Stadium 3 130 4 - 15 149
Totaal bijzondere waardeverminderingen 3.432 353 (246) (169) 3.371
94
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Wijziging in de bijzondere waardeverminderingen en voorzieningen gedurende de vorige periode per boekhoudkundige categorie en
activacategorie
In miljoenen euro’s 1 januari 2020
Nettotoename
bijzondere
waarde-
verminderingen
Aanwending
bijzondere
waarde-
verminderingen
Omrekenings-
verschillen
en overige
31 december
2020
Bijzondere waardeverminderingen op
activa
Vorderingen op centrale banken 8 4 - (2) 10
Financiƫle instrumenten tegen reƫle
waarde met waardeveranderingen in de
resultatenrekening
29 (9) - (1) 19
Financiƫle activa tegen reƫle waarde
met waardeveranderingen in het eigen
vermogen
35 4 (11) (4) 24
Financiƫle activa tegen geamortiseerde
kostprijs
2.965 657 (289) (209) 3.124
waarvan leningen en vorderingen 2.963 655 (289) (208) 3.121
waarvan schuldbewijzen 2 2 - (1) 3
Overige activa 11 7 - - 19
Totaal bijzondere waardeverminderingen
op financiƫle activa
3.048 663 (300) (216) 3.196
waarvan Stadium 1 263 70 - (18) 315
waarvan Stadium 2 402 93 (1) (45) 449
waarvan Stadium 3 2.383 500 (299) (153) 2.432
Voorzieningen geboekt als verplichtingen
Voorzieningen voor verbintenissen 221 12 - (16) 217
Overige voorzieningen 29 (1) (9) - 19
Totaal voorzieningen geboekt als
verplichtingen
250 11 (9) (16) 236
waarvan Stadium 1 49 12 - (6) 55
waarvan Stadium 2 42 16 - (7) 51
waarvan Stadium 3 159 (17) (9) (3) 130
Totaal bijzondere waardeverminderingen
en voorzieningen
3.298 674 (309) (232) 3.432
95
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Wijzigingen in de waardeverminderingen van financiƫle activa tegen
geamortiseerde kostprijs gedurende de periode
In miljoenen euro’s
Waarde-
vermindering
op activa met
verwachte
kredietverliezen
over 12 maanden
(Stadium 1)
Waarde-
vermindering
op activa met
verwachte
kredietverliezen
over de resterende
looptijd
(Stadium 2)
Waarde-
vermindering
op dubieuze
activa
(Stadium 3) Totaal
Op 31 december 2020 301 430 2.392 3.123
Nettotoename bijzondere waardeverminderingen (22) 79 285 342
Financiƫle activa aangekocht of verstrekt tijdens de periode 114 116 - 230
Financiƫle activa afgeboekt tijdens de periode
(1)
(54) (77) (357) (488)
Transfer naar Stadium 2 (27) 229 (57) 145
Transfer naar Stadium 3 (3) (50) 279 226
Transfer naar Stadium 1 20 (134) (9) (123)
Overige nettotoenames zonder transfer van stadium
(2)
(72) (5) 429 352
Aanwending bijzondere waardeverminderingen - - (245) (245)
Omrekeningsverschillen en overige items (26) (54) (92) (172)
Op 31 december 2021 253 455 2.340 3.048
(1)
Inclusief desinvesteringen
(2)
Inclusief afschrijvingen
Wijzigingen in de waardeverminderingen van financiƫle activa tegen
geamortiseerde kostprijs gedurende de vorige periode
In miljoenen euro’s
Waarde-
vermindering
op activa met
verwachte
kredietverliezen
over 12 maanden
(Stadium 1)
Waarde-
vermindering
op activa met
verwachte
kredietverliezen
over de resterende
looptijd
(Stadium 2)
Waarde-
vermindering
op dubieuze
activa
(Stadium 3) Totaal
Op 1 januari 2020 252 382 2.330 2.964
Nettotoename bijzondere waardeverminderingen 63 92 502 657
Financiƫle activa aangekocht of verstrekt tijdens de periode 104 142 - 246
Financiƫle activa afgeboekt tijdens de periode
(1)
(51) (94) (186) (331)
Transfer naar Stadium 2 (24) 208 (13) 171
Transfer naar Stadium 3 (3) (87) 372 282
Transfer naar Stadium 1 14 (115) (6) (107)
Overige nettotoenames zonder transfer van stadium
(2)
23 38 335 396
Aanwending bijzondere waardeverminderingen - (1) (288) (289)
Omrekeningsverschillen en overige items (14) (43) (152) (209)
Op 31 december 2020 301 430 2.392 3.123
(1)
Inclusief desinvesteringen
(2)
Inclusief afschrijvingen
96
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
2.h Nettowinsten/verliezen op overige vaste activa
In miljoenen euro’s Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Netto winst op investeringen in geconsolideerde ondernemingen 1 (130)
Netto winst op materiƫle en immateriƫle activa 13 16
Nettowinsten/verliezen op overige vaste activa 14 (114)
De negatieve nettowinst op vaste activa in december 2020 is voor-
namelijk het gevolg van een waardevermindering van EUR (130)
miljoen op onze participatie in bpost bank, die werd veroorzaakt
door de ondertekening van een niet-bindende intentieverklaring
met betrekking tot de resterende 50% van de aandelen van bpost
bank die Bpost op 31 december 2020 nog in handen had.
2.i Vennootschapsbelasting
Afstemming van de effectieve winstbelastingen met de theoretische
winstbelasting tegen de standaardbelastingsvoet in Belgiƫ
Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
In miljoenen
euro's
Belastings-
voet
In miljoenen
euro's
Belastings-
voet
Vennootschapsbelastingen op de winst aan de standaard belastingsvoet
(1)
(873) 25,00% (640) 25,00%
Effect van het verschil in belastingsvoet van toepassing op buitenlandse
entiteiten
5 (0,1%) (3) 0,1%
Fiscaal effect van belastingtariefwijzigingen 16 (0,5%) 8 (0,3%)
Effect van verlaagd tarief op dividenden en verkopen 15 (0,4%) 10 (0,4%)
Fiscaal effect van de activering van de overgedragen fiscale verliezen en
tijdelijke verschillen
22 (0,6%) 8 (0,3%)
Fiscaal effect van het gebruik van niet-geactiveerde overdraagbare fiscale
verliezen
4 (0,1%) 9 (0,4%)
Overige effecten 59 (1,7%) 19 (0,7%)
Vennootschapsbelastingen (752) 21,54% (589) 23,01%
waarvan
Actuele belastingslast voor het jaar tot 31 december (526) (408)
Uitgestelde belastingslast voor het jaar tot 31 december (toelichting 4.i) (226) (181)
(1) Aangepast voor het aandeel in het resultaat in geassocieerde deelnemingen en bijzondere waardevermindering van goodwill
97
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
3 SEGMENTINFORMATIE
3.a Operationele segmenten
Bankactiviteiten in Belgiƫ
BNP Paribas Fortis biedt in Belgiƫ een breed pakket financiƫle
diensten aan, bestemd voor particulieren, zelfstandigen, pro-
fessionele klanten en kmo’s. De Bank levert ook oplossingen op
maat aan vermogende personen, ondernemingen en publieke en
financiƫle instellingen. Daarvoor kan zij een beroep doen op de
expertise en het internationale netwerk van haar moederbedrijf,
BNP Paribas.
In Retail & Private Banking (RPB) is BNP Paribas Fortis sterk
aanwezig : het bedient 3,4 miljoen particulieren, professionele
klanten, kmo’s en private banking-klanten. Het is sterk aanwezig
in de lokale markt, via een uitgebreid netwerk van 386 kantoren
en ook met andere distributiekanalen als geldautomaten en
online banking-faciliteiten (waaronder mobiel bankieren). Voor
zijn retailbankieren opereert BNP Paribas Fortis onder vier elkaar
aanvullende merken : het hoofdmerk BNP Paribas Fortis, plus
Fintro, bpost bank en Hello bank !, een 100% digitale mobiele
bankdienst. In de verzekeringssector werkt BNP Paribas Fortis
nauw samen met AG Insurance, de Belgische marktleider.
Corporate Banking (CB) bedient een breed gamma aan klanten,
met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, Belgische
en Europese bedrijven, overheidsinstellingen, financiƫle instellin-
gen, lokale besturen en institutionele beleggers. CB is met zijn zeer
omvangrijk klantenbestand van grote en middelgrote bedrijven,
marktleider in die twee categorieƫn en is ook een sterke uitdager
in de overheidssector.
CB beschikt over een groot aantal zowel klassieke als gespecia-
liseerde oplossingen en diensten op maat. Het kan daarvoor een
beroep doen op het internationaal netwerk van de BNP Paribas
Groep in 68 landen. Daardoor kan CB perfect inspelen op de
precieze behoeften van zijn klanten op het vlak van financiering,
transaction banking, investeringsbankieren en verzekeringen.
Bankactiviteiten in Luxemburg
BGL BNP Paribas behoort tot de leidende banken op de
Luxemburgse financiƫle markt. Het heeft een belangrijke bij
-
drage geleverd tot de ontwikkeling van het land als belangrijk
internationaal financieel centrum en het is diep geworteld in
het economische, culturele, sportieve en maatschappelijke leven
in Luxemburg.
Als partner met een jarenlang engagement voor de nationale
economie, biedt BGL BNP Paribas een ruim productenpakket aan,
zowel voor particulieren als voor professionele en institutionele
klanten. De bank is marktleider voor bedrijven en nummer twee
voor residerende particulieren in het Groothertogdom Luxemburg.
Zij is ook marktleider in bankverzekeringen, met een gecombi-
neerd aanbod van verzekerings- en bankdiensten.
Bankactiviteiten in Turkije
In Turkije opereert BNP Paribas Fortis via Türk Ekonomi Bankası
(TEB) waarin het een participatie van 48,7% heeft. Het aanbod
van Retail Banking bestaat uit debet- en kredietkaarten, con-
sumentenkredieten en beleggings- en verzekeringsproducten
verkocht via zijn kantorennetwerk en via internet- en telefoon-
bankieren. Corporate banking-diensten omvatten internationale
handelsfinanciering, vermogensbeheer en cashmanagement, kre-
dietdiensten, afdekking van valuta-, rente- en grondstoffenrisico’s,
alsook factoring en leasing. De Bank biedt via haar departementen
van commercieel bankieren en kmo-bankieren een waaier van
bankdiensten voor kleine en middelgrote ondernemingen aan.
Andere thuismarkten
Het operationele segment ā€˜Andere thuismarkten’ omvat hoofdza-
kelijk BNP Paribas Leasing Solutions en Arval.
Arval is een 100%-dochtermaatschappij van BNP Paribas Fortis.
Het is gespecialiseerd in operationele leasing van bedrijfsvoer-
tuigen. Arval biedt zijn klanten - professionals, kmo’s en grote
internationale groepen - specifieke leasingoplossingen om de
mobiliteit van hun medewerkers te optimaliseren en de risico’s
verbonden aan hun wagenpark uit te besteden. Arval verstrekt
deskundig advies en kwaliteitsservice - de basis van zijn merk-
belofte - in 30 landen.
BNP Paribas Leasing Solutions is een Europese leider in leasing
voor grote bedrijven en kmo’s. Het is gespecialiseerd in verhuur-
en financieringsoplossingen, gaande van leasing van professionele
uitrusting tot uitbesteding van het wagenparken.
98
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Overige
Dit segment omvat hoofdzakelijk BNP Paribas Asset Management,
AG Insurance, BNP Paribas Bank Polska, Cardif Lux Vie, Personal
Finance en de buitenlandse bijkantoren van BNP Paribas Fortis.
3.b Informatie per operationeel segment
Opbrengsten en kosten per operationeel segment
In miljoenen euro’s
Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Bankactiviteiten
in Belgiƫ
Bankactiviteiten
in Luxemburg
Bankactiviteiten
in Turkije
Andere
thuismarkten
Overige
Totaal
Bankactiviteiten
in Belgiƫ
Bankactiviteiten
in Luxemburg
Bankactiviteiten
in Turkije
Andere
thuismarkten
Overige
Totaal
Opbrengsten 4.204 681 633 2.690 204 8.412 3.983 730 736 2.245 199 7.893
Algemene bedrijfskosten (2.505) (380) (364) (1.250) (78) (4.577) (2.538) (377) (404) (1.144) (79) (4.542)
Risicokost (120) (2) (66) (113) (58) (359) (261) (16) (174) (188) (37) (676)
Bedrijfsresultaat 1.579 299 203 1.327 68 3.476 1.184 337 158 913 83 2.675
Niet operationele
elementen
20 - 1 - 316 337 (95) 1 1 (2) 303 208
Resultaat voor
belastingen
1.599 299 204 1.327 384 3.813 1.089 338 159 911 386 2.883
Activa en verplichtingen per operationeel segment
In miljoenen euro’s
31 december 2021 31 december 2020
Bankactiviteiten
in Belgiƫ
Bankactiviteiten
in Luxemburg
Bankactiviteiten
in Turkije
Andere
thuismarkten
Overige
Totaal
Bankactiviteiten
in Belgiƫ
Bankactiviteiten
in Luxemburg
Bankactiviteiten
in Turkije
Andere
thuismarkten
Overige
Totaal
Activa 226.250 32.735 13.731 57.525 11.407 341.648 226.308 28.029 16.246 53.280 11.272 335.135
waarvan
deelnemingen
in geassocieerde
ondernemingen en
joint ventures
841 97 3 80 2.788 3.809 832 93 4 67 2.751 3.747
Verplichtingen 209.725 26.695 12.865 52.753 8.413 310.451 210.786 21.980 15.117 49.091 8.323 305.297
99
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
3.c Land-per-landrapportering
De land-per-landrapportering is opgesteld om te voldoen aan de
vereisten van artikel 89 van de Richtlijn inzake kapitaalvereisten
(CAD IV) uitgevaardigd door de Europese Unie. De informatie is
voorgesteld op dezelfde basis als de Geconsolideerde Jaarrekening
van BNP Paribas Fortis voor de periode die eindigt op 31 december
2021 en die opgemaakt is volgens de internationale grondsla-
gen voor financiƫle verslaggeving (IFRS) die aanvaard werden
door de Europese Unie. De landinformatie wordt bepaald door
het land van oprichting of vestiging van de bijkantoren en
dochterondernemingen.
In miljoenen euro’s,
Boekjaar 2021
(*)
Opbrengsten
Resultaat
voor
belastingen
Actuele
belastingen
Uitgestelde
belastingen
Vennoot-
schaps-
belasting
VTEs (**)
op 31
december
2021 Aard van activiteiten
Belgiƫ 4.418 1.669 (154) (208) (362) 11.751
waarvan : BNP Paribas
Fortis NV/SA (Inclusief Bass
& EsmƩe Master Issuer NV)
3.982 1.444 (97) (215) (312) 10.532 Kredietinstellingen
Turkije 677 259 (36) (23) (59) 9.148
waarvan : Türk Ekonomi
Bankası AS
531 145 (19) (16) (35) 8.501 Kredietinstellingen
Luxemburg 753 360 (66) 12 (53) 2.083
waarvan : BGL BNP Paribas 672 292 (70) 8 (62) 1.997 Kredietinstellingen
Frankrijk 710 221 (48) (14) (61) 3.421
waarvan : BNP Paribas
Lease Group BPLG
160 54 (19) 5 (14) 1.424 Leasing
Duitsland 211 97 (28) - (28) 736
Polen 52 20 (12) 8 (4) 527
Verenigd Koninkrijk 398 231 (44) 6 (38) 1.233
Spanje 254 158 (4) (18) (22) 921
Nederland 112 62 (13) (2) (16) 413
Italiƫ 475 249 (88) 11 (77) 1.123
Overige 352 165 (33) 2 (32) 1.955
Totaal 8.412 3.491 (526) (226) (752) 33.311
(*)
De financiƫle data komen overeen met de bijdrage tot het geconsolideerd resultaat van volledig geconsolideerde entiteiten onder exclusieve controle.
(**)
Voltijdse equivalenten (VTE) op 31 december 2021 van volledig geconsolideerde entiteiten onder exclusieve controle.
100
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
101
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
4 TOELICHTING OP DE BALANS OP
31 DECEMBER 2021
4.a Financiƫle activa, financiƫle verplichtingen en derivaten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
Financiƫle activa en financiƫle verplichtingen tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
Financiƫle activa en financiƫle verplichtingen tegen reƫle waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de resultatenreke-
ning omvatten voor handelsdoeleinden bestemde transacties
– derivaten inbegrepen -, van bepaalde verplichtingen die door
de Bank op het tijdstip van uitgifte worden aangewezen als tegen
reƫle waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de
resultatenrekening en niet voor handelsdoeleinden bestemde
instrumenten waarvan de kenmerken de boekhoudkundige ver-
werking tegen geamortiseerde kostprijs of reƫle waarde via het
eigen vermogen verhinderen.
31 december 2021 31 december 2020
In miljoenen euro’s
Portefeuille aangehouden voor handels-
doeleinden
Portefeuille aangewezen tegen reƫle
waarde met waarde- veranderingen in
de resultaten- rekening
Andere financiƫle instrumenten tegen
reƫle waarde met waardeveranderingen
in de resultatenrekening
Totaal
Portefeuille aangehouden voor handels-
doeleinden
Portefeuille aangewezen tegen reƫle
waarde met waarde- veranderingen in
de resultaten- rekening
Andere financiƫle instrumenten tegen
reƫle waarde met waardeveranderingen
in de resultatenrekening
Totaal
Effectenportefeuille 372 - 945 1.317 433 - 1.131 1.564
Leningen en terugkoopovereenkomsten 4.213 2 67 4.282 3.952 2 101 4.055
FINANCIELE ACTIVA TEGEN REELE WAARDE
MET WAARDEVERANDERINGEN IN DE
RESULTATENREKENING
4.585 2 1.012 5.599 4.385 2 1.232 5.619
Effectenportefeuille 159 - - 159 132 - - 132
Deposito's en terugkoopovereenkomsten 12.900 160 - 13.060 12.369 171 - 12.540
Uitgegeven schuldbewijzen (toelichting 4.h) - 3.028 - 3.028 - 3.135 - 3.135
Achtergestelde schulden - 931 - 931 - 835 - 835
Niet achtergestelde schulden - 2.097 - 2.097 - 2.300 - 2.300
FINANCIELE VERPLICHTINGEN TEGEN REELE
WAARDE MET WAARDEVERANDERINGEN IN
DE RESULTATENREKENING
13.059 3.188 16.247 12.501 3.306 15.807
Details van deze activa en verplichtingen kunnen worden teruggevonden in toelichting 4.d.
102
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Financiƫle verplichtingen aangewezen
als tegen reƫle waarde met verwerking
van de waardeveranderingen in de
resultatenrekening
Financiƫle verplichtingen aangewezen als tegen reƫle waarde met
verwerking van de waardeveranderingen in de resultatenrekening
bestaan voornamelijk uit uitgegeven schuldpapier dat gecreƫerd
en gestructureerd wordt ten behoeve van klanten, en waar de
risicoblootstelling samen met de afdekkingsstrategie beheerd
wordt. Dit uitgegeven schuldpapier bevat belangrijke ingebouwde
derivaten waarvan de waardeveranderingen gecompenseerd
kunnen worden door waardeveranderingen van economische
afdekkingsderivaten.
De aflossingswaarde van de uitgegeven schuld tegen reƫle
waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de
resultatenrekening op 31 december 2021 was EUR 3.153 miljoen
(EUR 3.362 miljoen op 31 december 2020).
Andere financiƫle activa gewaardeerd
tegen reƫle waarde met verwerking
van de waardeveranderingen in de
resultatenrekening
Andere financiƫle activa tegen reƫle waarde met verwerking van
de waardeveranderingen in de resultatenrekening zijn financiƫle
activa die niet voor handelsdoeleinden bestemd zijn :
ī‚„
Schuldbewijzen die niet aan de door IFRS 9 omschreven
voorwaarden voldoen om als financiĆ«le instrumenten ā€˜tegen
reĆ«le waarde via het eigen vermogen’ of ā€˜tegen geamortiseerde
kostprijs’ geboekt te worden :
ī‚ƒ
hun business model dient niet om ā€˜contractuele kasstromen
te innen’, noch ā€˜contractuele kasstromen te innen en de
instrumenten te verkopen’ ; en/of
ī‚ƒ
hun kasstromen bestaan niet uitsluitend uit aflossingen van
de hoofdsom en de rente op het openstaand hoofdbedrag ;
ī‚„
Eigenvermogensinstrumenten die door de Bank niet aange-
duid werden om ā€˜tegen reĆ«le waarde via het eigen vermogen’
opgenomen te worden.
Afgeleide financiƫle instrumenten
De meerderheid van voor handelsdoeleinden bestemde derivaten
hebben betrekking op voor handelsdoeleinden geĆÆnitieerde trans-
acties. Ze kunnen voortvloeien uit ā€˜market-making’- of arbitrage
activiteiten. BNP Paribas Fortis handelt actief in derivaten.
Deze transacties omvatten handel in ā€˜gewone’ instrumenten
zoals renteswaps en gestructureerde transacties met complexe
risicoprofielen aangepast aan de behoeften van de klanten. De
nettopositie is in alle gevallen onderworpen aan limieten.
Sommige afgeleide instrumenten worden ook gebruikt voor
het afdekken van financiƫle activa of financiƫle verplichtingen
waarvoor de Bank geen afdekkingsrelatie heeft vastgelegd, of die
niet in aanmerking komen om als afdekking geboekt te worden
volgens IFRS.
In miljoenen euro’s
31 december 2021 31 december 2020
Positieve
marktwaarde
Negatieve
marktwaarde
Positieve
marktwaarde
Negatieve
marktwaarde
Rentederivaten 5.736 4.595 10.306 8.842
Wisselkoersderivaten 1.522 1.468 1.276 1.316
Kredietderivaten - 2 - 3
Aandelenderivaten 777 60 631 19
Overige derivaten - - - -
Afgeleide financiƫle instrumenten 8.035 6.125 12.213 10.180
103
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Volgende tabel toont het totale notionele bedrag aan derivaten
aangehouden voor handelsdoeleinden. De notionele bedragen van
de afgeleide instrumenten zijn louter een indicatie van het volume
aan activiteiten van BNP Paribas Fortis op de derivatenmarkten
en geven niet de marktrisico’s weer die verbonden zijn aan deze
instrumenten.
In miljoenen euro’s
31 december 2021 31 december 2020
Beursverhandelde
Over-the-counter,
verrekend door de
centrale clearing
huizen
Over-the-counter
Totaal
Beursverhandelde
Over-the-counter,
verrekend door de
centrale clearing
huizen
Over-the-counter
Totaal
Rentederivaten 84.115 27.387 333.860 445.362 56.697 35.009 648.320 740.026
Wisselkoersderivaten 49 9 121.333 121.391 125 - 101.798 101.923
Kredietderivaten - - 17 17 - - 21 21
Aandelenderivaten 1.223 - 1.404 2.627 101 - 1.878 1.979
Overige derivaten - - - - - - - -
Afgeleide financiƫle instrumenten 85.387 27.396 456.614 569.397 56.923 35.009 752.017 843.949
4.b Financiƫle afdekkingsderivaten
In de volgende tabel worden de notionele bedragen en de reƫle
waarden van financiƫle derivaten ter reƫle waardeafdekking
weergegeven.
In miljoenen euro’s
31 december 2021 31 december 2020
Notioneel
bedrag
Positieve
reƫle
waarde
Negatieve
reƫle
waarde
Notioneel
bedrag
Positieve
reƫle
waarde
Negatieve
reƫle
waarde
Reƫle waarde-afdekking 129.750 1.779 3.094 131.145 2.895 5.105
Rentederivaten 129.343 1.772 3.088 130.322 2.843 5.078
Wisselkoersderivaten 407 7 6 823 52 27
Financiƫle derivaten aangehouden ter afdekking
van de toekomstige kasstromen van niet-afgeleide
financiƫle instrumenten
15.909 188 121 14.789 277 152
Rentederivaten 3.831 35 15 5.725 72 60
Wisselkoersderivaten 12.078 153 106 9.064 205 92
Overige derivaten - - - - - -
Afdekkingen van netto-investeringen in vreemde
valuta
200 15 - 200 6 -
Wisselkoersderivaten 200 15 - 200 6 -
Financiƫle afdekkingsderivaten* 145.859 1.982 3.215 146.134 3.178 5.257
* ā€˜Derivaten gebruikt voor afdekkingsdoeleinden’ moeten voor de vergelijkende periode van 31 december 2020 worden aangepast door de activa en passiva
met respectievelijk EUR (799) miljoen te verminderen. In december 2020 werd er geen saldering van de reƫle waarde van het vaste en het vlottende been op
portefeuille-afdekkingsderivaten met de tegenpartij LCH toegepast (dit in tegenstelling tot 31 december 2021). Het effect van de retroactieve toepassing van
deze saldering in de ā€˜Derivaten gebruikt voor afdekkingsdoeleinden’ voor de vergelijkende periode leidt ook tot de aanpassing van de rubrieken ā€˜Totaal activa’,
ā€˜Totaal passiva’ en ā€˜Totaal passiva en eigen vermogen’ met een bedrag van EUR (799) miljoen.
-
104
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
De strategie voor het beheer van het interestrisico en wissel-
koersrisico wordt beschreven in hoofdstuk ā€˜Risicobeheer en
kapitaalvereisten’ van het jaarverslag.
De volgende tabel geeft het detail weer van de geĆÆdentifi-
ceerde reƫlewaardeafdekkingsrelaties en van portefeuilles van
financiƫle instrumenten waarvan de afdekking nog geldt op
31 december 2021 :
31 december 2021
In miljoenen euro’s
Afdekkingsinstrumenten Afgedekte instrumenten
Notionele bedragen
Positieve reƫle waarde
Negatieve reƫle waarde
Waardewijzigingen van de afdekkingsinstrumenten
gebruikt voor de berekening van de ineffectiviteit van
de afdekking tijdens de periode
Netto boekwaarde - actief
Geaccumuleerd bedrag van de herwaardering van de
afgedekte instrumenten - actief
Netto boekwaarde - passief
Geaccumuleerd bedrag van de herwaardering van de
afgedekte instrumenten - passief
Afdekking van herkende instrumenten 11.711 269 1.940 (1.648) 9.492 1.529 2.395 56
Afgeleide instrumenten ter afdekking van het
renterisico verbonden aan :
11.304 263 1.934 (1.649) 9.453 1.532 2.023 58
Leningen en vorderingen 876 15 273 (244) 856 244 - -
Schuldbewijzen 8.449 178 1.660 (1.463) 8.597 1.288 - -
Deposito’s 33 1 - - - - 34 -
Uitgegeven schulden 1.946 69 1 58 - - 1.989 58
Afgeleide instrumenten ter afdekking van het
wisselkoersrisico verbonden aan :
407 6 6 1 39 (3) 372 (2)
Leningen en vorderingen - - - - - - - -
Schuldbewijzen 39 3 1 3 39 (3) - -
Deposito’s 22 - - - - - 23 -
Uitgegeven schulden 346 3 5 (2) - - 349 (2)
Rente-afdekking van portefeuilles 118.039 1.510 1.154 149 29.385 309 57.943 458
Afgeleide instrumenten ter afdekking van het
renterisico verbonden aan :
118.039 1.510 1.154 149 29.385 309 57.943 458
Leningen en vorderingen 47.581 385 806 (309) 29.385 309 - -
Deposito’s 70.458 1.125 348 458 - - 57.943 458
Afgeleide instrumenten ter afdekking van het
valutarisico verbonden aan :
- - - - - - - -
Leningen en vorderingen - - - - - - - -
Deposito’s - - - - - - - -
TOTALE REELE WAARDE-AFDEKKING 129.750 1.779 3.094 (1.499) 38.877 1.838 60.338 514
105
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
De volgende tabel geeft het detail weer van de geĆÆdentifi-
ceerde reƫlewaardeafdekkingsrelaties en van portefeuilles van
financiƫle instrumenten waarvan de afdekking nog geldt op
31 december 2020 :
31 december 2020
In miljoenen euro’s
Afdekkingsinstrumenten Afgedekte instrumenten
Notionele bedragen
Positieve reƫle waarde
Negatieve reƫle waarde
Waardewijzigingen van de afdekkingsinstrumenten
gebruikt voor de berekening van de ineffectiviteit van
de afdekking tijdens de periode
Netto boekwaarde - actief
Geaccumuleerd bedrag van de herwaardering van de
afgedekte instrumenten - actief
Netto boekwaarde - passief
Geaccumuleerd bedrag van de herwaardering van de
afgedekte instrumenten - passief
Afdekking van herkende instrumenten 14.985 368 2.478 (2.113) 11.087 2.046 4.100 115
Afgeleide instrumenten ter afdekking van het
renterisico verbonden aan :
14.162 315 2.451 (2.121) 10.738 2.048 3.671 108
Leningen en vorderingen 937 14 280 (252) 917 252 - -
Schuldbewijzen 9.610 171 2.160 (1.978) 9.821 1.796 - -
Deposito’s 40 2 - 1 - - 41 1
Uitgegeven schulden 3.575 128 11 108 - - 3.630 107
Afgeleide instrumenten ter afdekking van het
wisselkoersrisico verbonden aan :
823 53 27 8 349 (2) 429 7
Leningen en vorderingen 259 46 - 1 202 (2) - -
Schuldbewijzen 139 2 10 - 147 - - -
Deposito’s 20 - - 1 - - 21 1
Uitgegeven schulden 405 5 17 6 - - 408 6
Rente-afdekking van portefeuilles 116.160 2.527 2.627 (217) 32.776 1.648 55.309 1.431
Afgeleide instrumenten ter afdekking van het
renterisico verbonden aan :
116.160 2.527 2.627 (217) 32.776 1.648 55.309 1.431
Leningen en vorderingen 49.566 399 2.134 (1.647) 32.776 1.648 - -
Schuldbewijzen - - - - - - - -
Deposito’s 66.594 2.128 493 1.430 - - 55.309 1.431
Afgeleide instrumenten ter afdekking van het
valutarisico verbonden aan :
- - - - - - - -
Leningen en vorderingen - - - - - - - -
Deposito’s - - - - - - - -
TOTALE REELE WAARDE-AFDEKKING 131.145 2.895 5.105 (2.330) 43.863 3.694 59.409 1.546
106
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Een actief, een verplichting of een geheel van activa en verplich-
tingen kunnen afgedekt worden over verschillende periodes met
verschillende financiƫle derivaten. Daarnaast worden sommige
afdekkingen gerealiseerd door een combinatie van twee deriva-
ten (bijvoorbeeld om de variabele intrestindex van het eerste
instrument te wisselen van Euribor naar Eonia). In dat geval
worden de notionele bedragen opgeteld en is het totaal groter
dan het afgedekte bedrag. De eerste situatie doet zich meer in
het bijzonder voor bij portefeuilles die afgedekt worden voor
het renterisico, terwijl de tweede situatie zich voordoet bij de
afdekking van uitgegeven schuldbewijzen.
Wat de onderbroken reƫle waardeafdekkingen betreft waarbij het
derivatencontract werd beƫindigd, bedraagt het gecumuleerde
bedrag van de reƫlewaardeaanpassing van de afgedekte items
dat moet afgeschreven worden over de resterende looptijd van de
afgedekte items op 31 december 2021 EUR 1.503 miljoen voor de
activa en EUR 14 miljoen voor de verplichtingen. Op 31 december
2020 waren deze bedragen EUR 1.064 miljoen voor de activa en
EUR 18 miljoen voor de verplichtingen.
De verandering op het actief is hoofdzakelijk toe te schrijven aan
een wijziging van de afdekkingsstrategie die geleid heeft tot de
vervanging van de afdekkingsinstrumenten van de portefeuilles
van leningen en vorderingen teneinde de frequentie van de her-
ziening van de variabele referentierente van de swaps te wijzigen
waarbij het notioneel bedrag van zowel de beƫindigde swaps als
van de nieuwe indekkingsswaps identiek zijn. De vervaldagen
van de overeenstemmende gedekte bestanddelen lopen tot 2040.
Het notionele bedrag van kasstroomafdekkingsderivaten bedraagt
EUR 15.909 miljoen op 31 december 2021. Wijzigingen in activa
en verplichtingen die onmiddellijk in het eigen vermogen worden
erkend bedragen EUR 20 miljoen. Op 31 december 2020 bedroeg
het notionele bedrag van de kasstroomafdekkingsderivaten
EUR 14.789 miljoen en de wijzigingen in activa en verplichtingen
die onmiddellijk in het eigen vermogen worden erkend bedroegen
EUR 9 miljoen.
De uitsplitsing van de notionele bedragen van afdekkingsinstru-
menten volgens looptijd is als volgt :
31 december 2021
In miljoenen euro’s
Vervaldatum
Minder dan 1 jaar Tussen 1 tot 5 jaar Meer dan 5 jaar
Financiƫle derivaten aangehouden ter reƫle waarde-
afdekking van niet-afgeleide financiƫle instrumenten
20.797 52.801 56.152
Rentederivaten 20.581 52.610 56.152
Wisselkoersderivaten 216 191 -
Financiƫle derivaten aangehouden ter
kasstroomafdekking
12.212 3.197 500
Rentederivaten 1.627 1.704 500
Wisselkoersderivaten 10.585 1.493 -
Overige derivaten - - -
Afdekkingen van netto-investeringen in vreemde
valuta
100 100 -
Wisselkoersderivaten 100 100 -
31 december 2020
In miljoenen euro’s
Vervaldatum
Minder dan 1 jaar Tussen 1 tot 5 jaar Meer dan 5 jaar
Financiƫle derivaten aangehouden ter reƫle waarde-
afdekking van niet-afgeleide financiƫle instrumenten
32.442 49.008 49.695
Rentederivaten 31.992 48.703 49.627
Wisselkoersderivaten 450 305 68
Financiƫle derivaten aangehouden ter
kasstroomafdekking
9.105 4.912 772
Rentederivaten 2.265 2.688 772
Wisselkoersderivaten 6.840 2.224 -
Overige derivaten - - -
Afdekkingen van netto-investeringen in vreemde
valuta
- 200 -
Wisselkoersderivaten - 200 -
107
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
4.c Financiƫle activa tegen reƫle waarde met waardeveranderingen in het
eigen vermogen
In miljoenen euro’s
31 december 2021 31 december 2020
Reƫle
waarde
waarvan waarde-
veranderingen
opgenomen in het
eigen vermogen
Reƫle
waarde
waarvan waarde-
veranderingen
opgenomen in het
eigen vermogen
Schuldbewijzen 7.547 25 9.460 47
Overheden 2.791 21 4.208 52
Andere overheidsinstellingen 2.408 22 2.750 21
Kredietinstellingen 1.641 4 1.716 10
Andere 707 (22) 786 (36)
Effecten met een aandelenkarakter 314 256 313 256
Totaal financiƫle activa tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in het eigen vermogen
7.861 281 9.773 303
De optie om aandeleninstrumenten te erkennen tegen reƫle
waarde met waardeveranderingen via het eigen vermogen werd
weerhouden, meer bepaald voor aandelen die omwille van stra-
tegische partnerships worden aangehouden en voor aandelen
die de Bank moet aanhouden om bepaalde activiteiten uit te
kunnen voeren.
In de loop van 2021, heeft de Bank geen dergelijke investeringen
verkocht en werden er geen niet-gerealiseerde opbrengsten of
kosten naar ingehouden winsten overgeboekt.
4.d Bepaling van de reƫle waarde van financiƫle instrumenten
Waarderingsproces
BNP Paribas Fortis houdt vast aan het fundamenteel principe
dat het een unieke geĆÆntegreerde productieketting moet hebben
voor het produceren en het controleren van de waarderingen van
financiƫle instrumenten die gebruikt worden voor het dagelijks
risicobeheer en de financiƫle rapportering. Al deze processen zijn
gebaseerd op een gemeenschappelijke economische waardering
die een essentieel onderdeel is van bedrijfsbeslissingen en van
de risicobeheerstrategieƫn.
De economische waarde is samengesteld uit een marktgemiddelde
en bijkomende waardeaanpassingen.
Het marktgemiddelde wordt afgeleid van externe gegevens of
waarderingstechnieken die het gebruik van observeerbare en
op de markt gebaseerde gegevens maximaliseren. Het markt-
gemiddelde is een theoretische additieve waarde waarbij geen
rekening wordt gehouden met i) de richting van de transactie of
de impact op de bestaande risico’s in de portefeuille, ii) de aard
van de tegenpartijen, en iii) de aversie van een marktspeler voor
bepaalde risico’s eigen aan het instrument, de markt waarin het
wordt verhandeld, of de risicobeheerstrategie.
De waardeaanpassingen houden rekening met onzekerheden
van de waardering en met markt- en kredietrisicopremies om
de kosten te weerspiegelen die zouden kunnen ontstaan bij een
uitstap in de voornaamste markt. De reƫle waarde is meestal
gelijk aan de economische waarde, onderworpen aan beperkte
aanpassingen zoals eigen kredietrisico-aanpassingen, die specifiek
vereist worden door de IFRS-standaarden.
De waarderingsmethodes zijn niet significant gewijzigd als gevolg
van COVID-19.
De belangrijkste waardeaanpassingen worden in de sectie hier-
onder beschreven.
108
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Waardeaanpassingen
Waardeaanpassingen toegepast door BNP Paribas Fortis voor het
bepalen van de reƫle waarde zijn de volgende :
ā€˜Bied/laat’-aanpassingen : de ā€˜bied/laat’-grenzen weerspiegelen de
bijkomende uitstapkost van de prijszetter en op een symmetrische
manier de door dealers beoogde vergoeding voor het dragen van
het risico om de positie aan te houden of te beƫindigen door de
prijs van een andere dealer te aanvaarden. BNP Paribas Fortis
veronderstelt dat de beste schatting van een uitstapprijs de bied-
of laatprijs is, tenzij er een bewijs bestaat dat een ander punt in de
ā€˜bied/laat’-vork een representatievere uitstapprijs zou opleveren.
Aanpassingen omwille van onzekerheden met betrekking tot de
input : er bestaat een onzekerheid over de uitstapprijs wanneer de
prijsobservatie of gegevensinput, vereist door de waarderingstech-
nieken, moeilijk of onregelmatig is. Er zijn verschillende manieren
om de graad van onzekerheid in de uitstapprijs te bepalen, zoals
het meten van de spreiding van de beschikbare prijsaanduidingen
of het schatten van de mogelijke grenzen van de input bij een
waarderingstechniek.
Aanpassingen omwille van onzekerheden met betrekking tot het
model : deze zijn verbonden aan situaties waar er een waarde-
ringsonzekerheid is omwille van de gebruikte waarderingstechniek
ook al zijn er observeerbare inputs beschikbaar. Deze situatie
ontstaat wanneer de risico’s eigen aan de instrumenten verschil-
lend zijn van deze beschikbaar in de observeerbare gegevens,
waardoor de waarderingstechniek veronderstellingen omvat die
niet gemakkelijk onderbouwd kunnen worden.
Kredietwaardeaanpassingen (CVA) : de kredietwaardeaanpassing
wordt toegepast op waarderingen en marktnoteringen waarin de
kredietwaardigheid van de tegenpartij niet weerspiegeld wordt.
Het heeft als doel rekening te houden met de mogelijkheid dat
de tegenpartij in gebreke kan blijven en dat BNP Paribas Fortis
niet de volledige reƫle waarde van de transacties zal ontvangen.
Bij het bepalen van de kost van het uitstappen of het overdragen
van tegenpartijrisico, wordt de relevante markt beschouwd als
een ā€˜inter-dealer’-markt. De bepaling van de CVA blijft echter een
beoordeling omwille van i) de mogelijke afwezigheid of het gebrek
aan prijsvorming op de ā€˜inter-dealer’-markt, ii) de invloed van de
regelgeving inzake tegenpartijrisico op het prijsvormingsgedrag
van de marktspelers en iii) de afwezigheid van een dominant
bedrijfsmodel voor het beheer van het tegenpartijrisico.
Het CVA-model is gebaseerd op dezelfde blootstelling als deze
die gebruikt worden voor regelgevende doeleinden. Het model
probeert om de kost van een optimale risicobeheerstrategie in te
schatten op basis van i) de impliciete stimulansen en beperkingen
die eigen zijn aan de geldende regelgevingen en hun evolutie, ii) de
marktinschatting van de kans op wanbetaling en iii) de standaard-
parameters die gebruikt worden voor regelgevende doeleinden.
Expliciete financieringskost (FVA - Funding Valuation
Adjustment) : Waar waarderingstechnieken gebruikt worden
om de marktwaarde te berekenen, dragen hypothesen rond de
financiering van de toekomstige kasstromen bij tot de schatting
van het marktgemiddelde, vooral door het gebruik van aangepaste
actualisatievoeten. Deze hypothesen weerspiegelen de inschat
-
ting van de Bank wat een marktparticipant zou weerhouden
als effectieve financieringsvoorwaarden van het instrument. Ze
houden in het bijzonder rekening met het bestaan van en de
contractvoorwaarden van waarborgen. Voor niet- of onvoldoende
gewaarborgde derivaten bevatten ze een specifieke aanpassing
tegenover de interbankenrentevoet.
Waardeaanpassingen voor eigen kredietrisico op schulden (OCA –
Own-credit valuation adjustments) en op derivaten (DVA – Debit
valuation adjustment) : OCA en DVA-aanpassingen weerspiegelen
de impact van de kredietwaardigheid van BNP Paribas Fortis,
respectievelijk met betrekking tot de waarde van schuldbewijzen
aangewezen tegen reƫle waarde met waardeveranderingen in
de resultatenrekening en derivaten. Beide aanpassingen zijn
gebaseerd op de verwachte toekomstige verplichtingsprofielen
van dergelijke instrumenten. De eigen kredietwaardigheid wordt
afgeleid van de marktobservatie van uitgegeven relevante schuld-
bewijzen. De DVA aanpassing wordt bepaald na rekening te houden
met de Funding Valuation Adjustment (FVA).
Gevolg daarvan is dat de boekwaarde van de uitgegeven schuldbe-
wijzen aangewezen tegen reƫle waarde met waardeveranderingen
in de resultatenrekening is gestegen met EUR 24 miljoen, per
31 december 2021, in vergelijking met een stijging van
EUR 27 miljoen per 31 december 2020, dus een wijziging van
EUR (3) miljoen direct opgenomen in het eigen vermogen dat niet
geherclassificeerd zal worden naar verlies en winst.
109
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Klassen van instrumenten en
classi ficatie binnen de reƫle
waarde hiƫrarchie voor activa en
verplichtingen gewaardeerd tegen
reƫle waarde
Zoals uitgelegd in de samenvatting van de belangrijkste grond-
slagen voor financiƫle verslaggeving (zie toelichting 1.f.9), worden
financiƫle instrumenten gewaardeerd tegen reƫle waarde opge-
deeld in een reƫlewaardehiƫrarchie die bestaat uit 3 niveaus.
De uitsplitsing van activa en verplichtingen in risicoklassen
is bedoeld om dieper inzicht te geven over de aard van de
instrumenten :
 Geëffectiseerde posities worden verder uitgesplitst naar het
type waarborg ;
ī‚„
Voor derivaten worden de reƫle waarden opgesplitst per domi-
nante risicofactor, met name rentevoet, wisselkoers, krediet
en aandelen. Derivaten gebruikt voor afdekkingsdoeleinden
zijn hoofdzakelijk rentederivaten.
In miljoenen euro’s
31 december 2021
Handelsportefeuille
Instrumenten tegen
reƫle waarde met
waardeveranderingen
in de resultatenrekening
niet aangehouden voor
handelsdoeleinden
Financiƫle activa tegen
reƫle waarde met
waardeveranderingen in het
eigen vermogen
Niveau
1
Niveau
2
Niveau
3 Totaal
Niveau
1
Niveau
2
Niveau
3 Totaal
Niveau
1
Niveau
2
Niveau
3 Totaal
Effectenportefeuille 320 46 5 371 195 164 587 946 6.826 838 197 7.861
Staatsobligaties 113 - - 113 - - - - 2.658 87 - 2.745
Schuldbewijzen gedekt door
activa
- - - - - 120 - 120 - 528 - 528
Andere obligaties 165 46 5 216 - 41 97 138 4.051 223 - 4.274
Aandelen en andere effecten met
aandelenkarakter
42 - - 42 195 3 490 688 117 - 197 314
Leningen en
terugkoopovereenkomsten
- 3.961 253 4.214 - 11 57 68 - - - -
Leningen - - - - - 11 57 68 - - - -
Terugkoopovereenkomsten - 3.961 253 4.214 - - - - - - - -
Financiƫle activa tegen
reƫle waarde met
waardeveranderingen
320 4.007 258 4.585 195 175 644 1.014 6.826 838 197 7.861
Effectenportefeuille 159 - - 159 - - - -
Staatsobligaties 159 - - 159 - - - -
Andere obligaties - - - - - - - -
Aandelen en andere effecten met
aandelenkarakter
- - - - - - - -
Deposito's en
terugkoopovereenkomsten
- 12.799 101 12.900 - 160 - 160
Deposito's - 14 - 14 - 160 - 160
Terugkoopovereenkomsten - 12.785 101 12.886 - - - -
Uitgegeven schuldbewijzen
(toelichting 4.h)
- - - - - 2.030 998 3.028
Achtergestelde schulden
(toelichting 4.h)
- - - - - 931 - 931
Niet achtergestelde schulden
(toelichting 4.h)
- - - - - 1.099 998 2.097
Financiƫle verplichtingen
tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen
159 12.799 101 13.059 - 2.190 998 3.188
-
110
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
In miljoenen euro’s
31 december 2020
Handelsportefeuille
Instrumenten tegen
reƫle waarde met
waardeveranderingen
in de resultatenrekening
niet aangehouden voor
handelsdoeleinden
Financiƫle activa tegen
reƫle waarde met
waardeveranderingen in het
eigen vermogen
Niveau
1
Niveau
2
Niveau
3 Totaal
Niveau
1
Niveau
2
Niveau
3 Totaal
Niveau
1
Niveau
2
Niveau
3 Totaal
Effectenportefeuille 382 49 3 434 327 292 511 1.130 8.512 1.013 248 9.773
Staatsobligaties 116 - - 116 - - - - 3.975 207 - 4.182
Schuldbewijzen gedekt door
activa
- - - - - 182 - 182 - 603 - 603
Andere obligaties 160 49 3 212 - 108 97 205 4.423 203 50 4.676
Aandelen en andere effecten met
aandelenkarakter
106 - - 106 327 2 414 743 114 - 198 312
Leningen en
terugkoopovereenkomsten
- 3.886 65 3.951 - 20 84 104 - - - -
Leningen - - - - - 20 84 104 - - - -
Terugkoopovereenkomsten - 3.886 65 3.951 - - - - - - - -
Financiƫle activa tegen
reƫle waarde met
waardeveranderingen
382 3.935 68 4.385 327 312 595 1.234 8.512 1.013 248 9.773
Effectenportefeuille 121 11 - 132 - - - -
Staatsobligaties 121 - - 121 - - - -
Andere obligaties - 11 - 11 - - - -
Aandelen en andere effecten met
aandelenkarakter
- - - - - - - -
Deposito's en
terugkoopovereenkomsten
- 12.369 - 12.369 - 171 - 171
Deposito's - 19 - 19 - 171 - 171
Terugkoopovereenkomsten - 12.350 - 12.350 - - - -
Uitgegeven schuldbewijzen
(toelichting 4.h)
- - - - - 1.918 1.217 3.135
Achtergestelde schulden
(toelichting 4.h)
- - - - - 835 - 835
Niet achtergestelde schulden
(toelichting 4.h)
- - - - - 1.083 1.217 2.300
Financiƫle verplichtingen
tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen
121 12.380 - 12.501 - 2.089 1.217 3.306
111
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
In miljoenen euro’s
31 december 2021
Positieve marktwaarde Negatieve marktwaarde
Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Rentederivaten - 5.693 43 5.736 - 4.535 60 4.595
Wisselkoersderivaten - 1.517 5 1.522 - 1.458 10 1.468
Kredietderivaten - - - - - 2 - 2
Aandelenderivaten - 777 - 777 - 60 - 60
Overige derivaten - - - - - - - -
Afgeleide financiƫle instrumenten
(exclusief afdekkingsderivaten)
- 7.987 48 8.035 - 6.055 70 6.125
Afgeleide financiƫle instrumenten,
afdekkingsderivaten
- 1.982 1.982 - 3.215 - 3.215
In miljoenen euro’s
31 december 2020
Positieve marktwaarde Negatieve marktwaarde
Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Rentederivaten - 10.199 107 10.306 - 8.772 70 8.842
Wisselkoersderivaten - 1.270 6 1.276 - 1.313 3 1.316
Kredietderivaten - - - - - 3 - 3
Aandelenderivaten - 631 - 631 - 19 - 19
Overige derivaten - - - - - - - -
Afgeleide financiƫle instrumenten
(exclusief afdekkingsderivaten)
- 12.100 113 12.213 - 10.107 73 10.180
Afgeleide financiƫle instrumenten,
afdekkingsderivaten
- 3.178 3.178 - 5.257 - 5.257
Transfers tussen niveaus kunnen voorkomen wanneer een instru-
ment voldoet aan de gedefinieerde criteria die in het algemeen
afhankelijk zijn van de markt en het product. De belangrijkste
factoren die van invloed zijn op transfers zijn wijzigingen van
de observatiecapaciteit, het tijdsverloop en gebeurtenissen
tijdens de levensduur van de transactie. De timing voor de
erkenning van een transfer werd vastgelegd op het begin van de
rapporteringsperiode.
Tijdens 2021 waren er geen significante overdrachten tussen
Niveau 1 en Niveau 2.
Beschrijving van de instrumenten
op elk niveau
De volgende sectie geeft een beschrijving van de instrumenten
op elk niveau van de hiƫrarchie. Het beschrijft met name de
instrumenten geclassificeerd als Niveau 3 en de geassocieerde
waarderingsmethoden.
Voor de belangrijkste instrumenten in de handelsportefeuille en
voor derivaten geclassificeerd als Niveau 3 wordt aanvullende
kwantitatieve informatie voorzien over de gebruikte input om de
reƫle waarde te bepalen.
Niveau 1
Dit niveau omvat alle derivaten en effecten die beursgenoteerd
zijn of continu genoteerd worden op andere actieve markten.
Niveau 1 omvat met name aandelen en liquide effecten, onge-
dekte verkopen van deze instrumenten, derivatieve instrumenten
verhandeld op georganiseerde markten (futures, opties,…) en
aandelen in fondsen ICBE’s waarvan de netto boekwaarde op een
dagelijkse basis berekend wordt, evenals schulden vertegenwoor-
digd door aandelen van geconsolideerde fondsen aangehouden
door derde partijen.
112
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Niveau 2
De stock van effecten in Niveau 2 wordt samengesteld uit effecten
die minder liquide zijn dan deze die tot Niveau 1 behoren. Het
gaat voornamelijk om staatsobligaties, obligaties uitgegeven door
bedrijven, effecten gedekt door hypotheken, aandelen in fondsen
en kortlopende effecten zoals depositocertificaten. Ze worden
geclassificeerd in Niveau 2 in het bijzonder wanneer externe
prijzen voor hetzelfde effect op een regelmatige basis geobser-
veerd kunnen worden bij een redelijk aantal markthandelaren
actief in het effect, hoewel deze prijzen daarom niet een direct
verhandelbare prijs vertegenwoordigen. Dit omvat onder andere,
consensusprijsvormingsdiensten met een redelijk aantal deelne-
mers die actieve marktspelers zijn alsook indicatieve prijzen van
actieve makelaars en/of dealers. Andere bronnen zoals de primaire
uitgiftemarkt, waardering van onderpand en het afstemmen van
het onderpand met de tegenpartij kunnen, indien relevant, ook
gebruikt worden.
Terugkoopovereenkomsten worden hoofdzakelijk als Niveau 2
geclassificeerd. De classificatie is voornamelijk gebaseerd op de
observeerbaarheid en liquiditeit van de repo-markt afhankelijk
van het onderpand en de looptijd van de terugkooptransactie.
Uitgegeven obligaties gewaardeerd tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening zijn onder het-
zelfde niveau geclassificeerd als deze waaronder het ingebouwde
derivaat individueel genomen zou vallen. De uitgifte opslag is een
observeerbare input.
De derivaten in Niveau 2 bestaan voornamelijk uit de volgende
instrumenten :
ī‚„
Vanilla-instrumenten zoals renteswaps, caps, floors en
swaptions, credit default swaps, aandelen/wisselkoers/
goederentermijncontracten en opties.
ī‚„
Gestructureerde derivaten zoals exotische wisselkoers opties,
ā€˜mono- and multi-underlying equity/funds derivativen’, ā€˜single
curve exotic rentederivaten’ en derivaten op gestructureerde
rentevoeten.
De hiervoor genoemde derivaten worden geclassificeerd in Niveau
2 wanneer ƩƩn van de volgende elementen aangetoond en gedo-
cumenteerd worden :
 De reële waarde wordt hoofdzakelijk afgeleid van prijzen en
noteringen van andere instrumenten geclassificeerd in Niveau
1 en Niveau 2, door middel van standaard marktinterpolatie
of ā€˜stripping’-technieken waarvan de resultaten op een regel-
matige wijze bevestigd worden door reƫle transacties
ī‚„
De reƫle waarde wordt afgeleid van standaardtechnieken
zoals replicatie of verdisconteerde kasstromen die gekali-
breerd worden op basis van observeerbare prijzen, die een
beperkt modelrisico hebben en die de effectieve saldering
van de risico’s van het instrument mogelijk maken door het
verhandelen van instrumenten geclassificeerd in Niveau 1
en Niveau 2
 De reële waarde wordt afgeleid van meer verfijnde- of eigen
waarderingstechnieken maar wordt direct bewezen door
regelmatige ā€˜back-testing’ waarbij gebruik wordt gemaakt
van externe marktgegevens.
Het bepalen of een ā€˜over-the-counter (OTC)’-derivaat in aan-
merking komt voor classificatie in Niveau 2 vereist een oordeel.
Er wordt aandacht besteed aan de oorsprong, transparantie en
betrouwbaarheid van de gebruikte externe gegevens, en aan
de mate van onzekerheid geassocieerd met het gebruik van
modellen. Hieruit volgt dat de classificatiecriteria van Niveau 2
meervoudige analyse-aslijnen bevatten binnen een ā€˜observeer-
bare zone’ waarvan de grenzen bepaald zijn door i) een vooraf
bepaalde lijst van productcategorieƫn en ii) het onderliggende
en looptijdsegmenten. Deze criteria worden op een regelmatige
basis herzien en bijgewerkt samen met de toegepaste waarde-
aanpassingen zodat de classificatie per niveau consistent blijft
met het waardeaanpassingsbeleid.
Niveau 3
Niveau 3 effecten van de handelsportefeuille omvatten vooral
niet-genoteerde aandelen en rechten van deelneming van fondsen
die gewaardeerd worden tegen reƫle waarde met waardeveran-
deringen in de resultatenrekening of die geclassificeerd worden
met waardeveranderingen in het eigen vermogen.
Niet-genoteerde private equity aandelen worden systematisch
geclassificeerd in Niveau 3, met uitzondering van ICBE’s met
een dagelijkse netto inventariswaarde die in Niveau 1 van de
reƫlewaardehiƫrarchie worden geclassificeerd.
Aandelen en andere niet genoteerde effecten met variabele
opbrengst in Niveau 3 worden gewaardeerd volgens ƩƩn van de
volgende methodes : een portie van de geherwaardeerde netto
boekwaarde, multipels van vergelijkbare ondernemingen, de
toekomstige kasstromenmethode of de multi-criteria benadering.
Terugkoopovereenkomsten : vooral langetermijn- of gestructu-
reerde terugkoopovereenkomsten op bedrijfsobligaties en ABS’s :
De waardering van deze transacties vereist specifieke metho-
dologieƫn gezien de op maatgemaakte aard van de transacties
en het gebrek aan activiteit en prijsvorming in de langetermijn
ā€˜repo’-markt. De curves gebruikt voor de waardering worden geva-
lideerd aan de hand van beschikbare gegevens zoals relevante
113
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
ijkpunten van de obligatieportefeuille, recente transactiegegevens
van langlopende terugkoopovereenkomsten en gegevens van prijs-
aanvragen. Waardeaanpassingen toegepast op deze posities zijn in
verhouding met de onzekerheidsgraad die eigen is aan de keuzes
van de modellering en de hoeveelheid van beschikbare gegevens.
Schuldbewijzen aangewezen tegen reƫle waarde met waar-
deveranderingen in de resultatenrekening, worden ingedeeld
in hetzelfde niveau dat van toepassing zou zijn op het
individuele ingebouwde derivaat. De uitgifte opslag is een waar-
neembare parameter.
Derivaten
Vanilla derivaten worden geclassificeerd als Niveau 3 wanneer
de positie zich buiten de observeerbare zone bevindt voor de
rentecurves of volatiliteitsoppervlakken, of gelinkt is aan minder
liquide markten zoals tranches van oude kredietwaardigheidin-
dex series of interestvoeten van groeimarkten. De belangrijkste
instrumenten zijn :
ī‚„
Rentederivaten : deze posities bestaan voornamelijk uit swaps
in minder liquide munten. De classificatie is voornamelijk
gedreven door de lagere liquiditeit voor bepaalde looptijden
terwijl observatiemogelijkheden op basis van consensus
beschikbaar kunnen zijn. De waardering van deze instrumen-
ten gebeurt via standaardtechnieken, nl. op basis van externe
marktinformatie en via extrapolatie ;
ī‚„ Kredietderivaten (CDS) : deze posities bestaan voornamelijk
uit CDS’en met een looptijd die langer is dan de maximaal
observeerbare activiteit in de markt. In mindere mate hebben
we ook CDS’en op illiquide of noodlijdende namen en CDS’en
op kredietindexen. De classificatie in Niveau 3 is gedreven door
een gebrek aan liquiditeit terwijl observatiemogelijkheden
kunnen beschikbaar zijn, met name door consensus. Niveau
3 blootstellingen omvatten ook CDS posities en ā€˜Total Return
Swaps’ op geĆ«ffectiseerde posities. Deze worden gewaardeerd
op basis van dezelfde model technieken als de onderliggende
obligaties, rekening houdend met de financieringsbasis en een
specifieke risicopremie ;
ī‚„
Derivaten op aandelen : deze posities bestaan voornamelijk uit
langetermijn ā€˜forwards’, volatiliteitsinstrumenten of posities
waar er een beperkte markt voor optionele producten is.
Het updaten van de ā€˜forward’ curves en volatiliteitsopper-
vlakken die buiten de observeerbare looptijd vallen gebeurt
via extrapolatietechnieken. Echter, wanneer er geen markt
beschikbaar is voor een waardering op basis van een model,
zal de volatiliteit of de forward rente bepaald worden op
basis van een proxy of via analyse van historische waardering.
Evenzo worden lange termijn transacties op aandelenkorven in
Niveau 3 geclassificeerd, wegens het ontbreken van de waar-
neembaarheid van correlaties tussen aandelen op lange termijn.
Deze vanilla derivaten ondergaan een additionele waardeaanpas-
sing om de onzekerheid gelinkt aan hun liquiditeit correct weer
te geven op basis van de aard van het onderliggende actief en de
classificatie van de liquiditeit.
Gestructureerde derivaten die geklasseerd werden in Niveau 3
omvatten voornamelijk hybride producten (wisselkoers, interesten
en aandelen hybriden), kredietcorrelatie producten, producten die
gevoelig zijn aan voorafbetalingen, optionele derivaten op een
korf van aandelen en sommige optionele renteinstrumenten. De
belangrijkste blootstellingen worden hieronder beschreven, met
inzicht in de betreffende waarderingstechnieken en de bronnen
van onzekerheid :
ī‚„
Gestructureerde interestderivaten worden in Niveau
3 geclassificeerd wanneer deze afgesloten werden in
munten met een beperkte observeerbaarheid of wanneer
deze een quanto eigenschap hebben waarbij de afbetaling
bepaald wordt op basis van een vastgelegde termijn wis-
selkoers (met uitzondering van de voornaamste munten).
Gestructureerde langetermijnderivaten werden ook geklas-
seerd onder Niveau 3 ;
ī‚„
Hybride rente/wisselkoers producten omvatten vooral
een specifieke productfamilie gekend als Power Reverse
Dual Currency (PRDC). De waardering van PRDC’s vereist
gesofisticeerde modellen van het gezamenlijk gedrag van
wisselkoersen en interestvoeten, en is met name gevoelig
voor niet waarneembare wisselkoers/interestvoet correlaties.
De waarderingen van de PRDC’s worden ondersteund door
recente handels- en consensusgegevens ;
ī‚„
Effectiserings swaps bestaan voornamelijk uit renteswaps,
ā€˜cross currency’ of ā€˜basis swaps’ waarvan het notioneel bedrag
is gekoppeld aan het vooruitbetalingsgedrag van een onderlig-
gende portfolio. De schattingen voor het terugbetalingsprofiel
van effectiseringsderivaten is gebaseerd op statistische
methoden die externe historische data gebruiken ;
ī‚„
Termijnopties op volatiliteit zijn derivaten waarvan de terug-
betaling is gelinkt aan de toekomstige schommelingen van
een interestindex, zoals ā€˜volatility swaps’. Deze producten
omvatten een belangrijk modelrisico vermits het moeilijk is
om de toekomstige volatiliteit af te leiden uit op de markt
verhandelde instrumenten. Het kader voor de aanpassing van
de waardering werd gekalibreerd om rekening te houden met
de inherente onzekerheid van dit product en met de spreiding
van de onzekerheid van de bestaande externe consensusdata ;
114
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
ī‚„
Inflatie-gelinkte derivaten die geclassificeerd werden in
Niveau 3 bevatten voornamelijk derivaten op inflatie-indexen
die niet gelinkt zijn aan een liquide geĆÆndexeerde obligatie
markt, derivaten op inflatie indexen die een cap of een floor
bevatten of andere derivaten met een optionaliteitsclausule op
inflatie-indexen of jaarlijkse inflatie. De waarderingsmethoden
voor derivaten op inflatie zijn voornamelijk standaard markt-
modellen. Uitzonderlijk worden proxy-methoden gebruikt
voor een beperkt aantal posities. Hoewel de waarderingen
bevestigd worden door maandelijkse consensusdata, worden
deze producten geclassificeerd in Niveau 3 door hun lage
liquiditeit en de onzekerheid i.v.m. de kalibratie met de markt ;
ī‚„
De waardering van de CDO’s met tranches op maat (bespoke
CDO’s) vereisen een correlatie van wanbetalingsgebeurtenis-
sen. Deze informatie wordt afgeleid van gegevens afkomstig
van de actieve markten in index tranches met behulp van een
intern projectiemodel dat gebruik maakt van interne extrapo-
latie en interpolatietechnieken. De multi-regio CDO’s vereisen
een bijkomende correlatie hypothese. Ten slotte bevat het
bespoke CDO model ook interne hypotheses en parameters
verbonden met de dynamiek van de inningsgraad. De ont-
wikkeling van modellen voor de CDO’s wordt gekalibreerd
met markt-observeerbare index tranchegegevens en worden
ook regelmatig vergeleken met de marktconsensusdata
van gestandaardiseerde korven. De onzekerheid ligt bij de
projectietechnieken, de evaluatie van de correlatie tussen de
regio’s, de modelering van de incasseringen en van de eraan
verbonden parameters ;
ī‚„
De N to default korven vormen een ander type van kredietcor-
relatieproduct, gemodeleerd door middel van een standaard
koppeltechniek. De belangrijkste benodigde parameters zijn
de paarsgewijze correlatie tussen de inhoud van de korf die
geobserveerd kan worden via consensus- en de transactie-
gegevens. De lineaire korven worden evenwel beschouwd als
waarneembaar ;
ī‚„
Gecorreleerde aandelen en hybride aandelen producten
zijn instrumenten waarvan de terugbetaling afhangt van het
gezamenlijk gedrag van een aandelenkorf/index leidend tot
een waardering die gevoelig is aan de correlatie tussen de
bestanddelen van de aandelenkorf. De hybride versie van
deze instrumenten betreft korven die een mix van aandelen en
andere niet-aandelen instrumenten zoals grondstoffenindexen
of wisselkoersen bevatten. Het merendeel van de correlaties
tussen de instrumenten is niet actief, enkel in sommige
onderdelen van de correlatiematrix aandeel-index wordt
regelmatig gehandeld en is waarneembaar. Als gevolg hiervan
hangt de classificering in Niveau 3 af van de samenstelling
van de korf, van zijn looptijd en van het hybride karakter
van het product. De correlatie-input wordt afgeleid van
interne modellen die historische schattingen en andere ver-
beteringsfactoren combineren en die bevestigd worden door
referentie met recente verrichtingen of met externe gegevens.
De correlatiematrix wordt hoofdzakelijk aangeleverd door
consensusdiensten, en wanneer een correlatie tussen twee
onderliggende instrumenten niet beschikbaar is, kan deze
verkregen worden door gebruik te maken van extrapolatie-
technieken of technieken gebaseerd op benaderende waarden.
Deze gestructureerde derivaten ondergaan specifieke additionele
waardeaanpassingen om de onzekerheden gelinkt aan de liquidi-
teit, de gebruikte parameters en het risico omtrent het gebruikte
model correct te dekken.
Waarderingsaanpassingen (CVA, DVA en FVA)
De waardeaanpassingen voor kredietrisico voor tegenpartij (CVA),
eigen kredietrisico voor derivaten (DVA) en voor de expliciete
financieringskost (FVA) worden als niet observeerbare compo-
nenten van de waardering beschouwd en daarom in Niveau 3
geplaatst. Dit heeft in het algemeen geen invloed op de classifi-
catie van de individuele transacties in de reƫlewaardehiƫrarchie.
Een specifiek proces laat evenwel toe om individuele transacties
te identificeren waarvoor de marginale bijdrage van deze waarde-
aanpassingen en de eraan gerelateerde onzekerheden significant
is. In het bijzonder betreft dit sommige ā€˜vanilla’ renteswaps met
onvoldoende onderpand en een zeer lange looptijd.
De tabel hieronder geeft de waarden weer van de belangrijkste
niet-observeerbare parameters voor de producten die in Niveau
3 geclassificeerd werden. Deze waarden zijn van toepassing op
verschillende types van onderliggende instrumenten en zijn enkel
betekenisvol met betrekking tot de waarderingstechnieken die
gebruikt werden door BNP Paribas Fortis. De gewogen gemid-
delden, wanneer relevant en beschikbaar, worden berekend op
basis van de reƫle waarde, nominale bedragen of sensitiviteiten.
De belangrijkste niet-waarneembare parameters die worden
gebruikt voor de waardering van schuld uitgegeven in Niveau 3
zijn equivalent aan deze van hun economisch afdekkingsderivaat.
Informatie met betrekking tot deze derivaten, weergegeven in de
volgende tabel, is ook van toepassing op deze schulden.
115
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Risico-
klassen
Balans-
waardering
(In miljoenen
euro’s)
Belangrijkste producttypes die
de Niveau 3 stock samenstellen
in de risicoklasse
Waarderings-
methode voor
de betreffende
producttypes
Belangrijkste niet-
waarneembare
elementen voor
de betreffende
producttypes
Omvang
van de
belangrijkste
niet-waar-
neembare
elementen
over de
Niveau 3
populatie
Gewogen gemiddelde
Activa
Verplichting
Rente-
derivaten
43 60
Floors en caps op inflatie of op
de cumulatieve inflatie (zoals
redemption floors), voornamelijk op
de Europese en Belgische inflatie
Inflatieprijsmodel
Volatiliteit van de
cumulatieve inflatie
0,7% to 8,8%
(a)
Volatiliteit van de
jaar-op-jaar inflatie
0,3% to 2,7%
Forward -volatiliteitsproducten
zoals volatiliteitsswaps,
voornamelijk in euro
Rentevoeten
optieprijsmodel
Forward volatiliteit
van de rentevoeten
0,4% to 0,7%
(a)
(a)
Geen weging aangezien er geen expliciete gevoeligheid wordt toegekend aan deze elementen
Wijzigingen voor financiƫle instrumenten van Niveau 3
Voor financiƫle instrumenten van Niveau 3 vonden tussen 31 december 2020 en 31 december 2021 de volgende mutaties plaats :
In miljoenen euro’s
Financiƫle activa Financiƫle verplichtingen
Voor handels- doeleinden aangehouden
financiƫle instrumenten tegen reƫle
waarde met waarde- veranderingen in
de resultaten- rekening
Financiƫle instrumenten tegen reƫle
waarde met waardeveranderingen in
de resultaten- rekening
Financiƫle activa tegen reƫle waarde
via eigen vermogen
TOTAAL
Voor handels- doeleinden aangehouden
financiƫle instrumenten tegen reƫle
waarde met waarde- veranderingen in
de resultaten- rekening
Financiƫle instrumenten tegen reƫle
waarde met waardeve- randeringen in
de resultaten- rekening
TOTAAL
Op 31 december 2020 181 595 248 1.024 73 1.217 1.290
Aankoop - 127 - 127 - - -
Emissies - - - - - 86 86
Verkoop - (165) - (165) - - -
Uitkeringen
(1)
158 (6) (57) 95 76 (269) (193)
Transfers naar Niveau 3 - - - - 62 - 62
Transfers van Niveau 3 - - - - (10) (25) (35)
Winsten of (verliezen) opgenomen in het resultaat van
vervallen of onderbroken verrichtingen tijdens de periode
- 96 - 96 - (11) (11)
Winsten of (verliezen) opgenomen in het resultaat voor
de uitstaande instrumenten aan het einde van de periode
(33) - - (33) (30) - (30)
Wijzigingen in de reƫle waarde van activa en
verplichtingen, opgenomen in het eigen vermogen
- - - - - - -
- Wisselkoerswijzigingen - (3) (6) (9) - - -
- Wijzigingen in activa en verplichtingen geboekt in eigen
vermogen
- - 12 12 - - -
Op 31 december 2021 306 644 197 1.147 171 998 1.169
(1)
Voor de activa, inclusief aflossingen van de hoofdsom, rentebetalingen en geld in- en uitstroom in verband met derivaten. Voor de verplichtingen, inclusief
aflossing van de hoofdsom, rentebetalingen en geld in- en uitstroom in verband met derivaten waarvan de reƫle waarde negatief is
116
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Een transfer van derivaten aan reƫle waarde uit Niveau 3 is voorna-
melijk het gevolg van een aanpassing van het waarneembare deel
van bepaalde rentecurves, en van marktparameters gerelateerd
aan terugkoopovereenkomsten en kredietverrichtingen evenals het
effect van derivaten die door het dalen van hun resterende looptijd
volledig of vooral gevoelig worden voor waarneembare inputs.
Transfers van derivaten naar Niveau 3 zijn het gevolg van regel-
matige aanpassingen van de looptijden die als observeerbaar
beschouwd worden.
Transfers worden weergegevens alsof ze plaatsgevonden hebben
bij het begin van de rapporteringsperiode.
Financiƫle instrumenten in Niveau 3 kunnen afgedekt worden met
instrumenten in Niveau 1 of Niveau 2. De winsten en verliezen
op die instrumenten werden niet weergegeven in deze tabel. Als
gevolg hiervan zijn de winsten en verliezen in deze tabel niet
representatief voor de totale winsten en verliezen die het gevolg
zijn van het beheer van het netto risico op al deze financiƫle
instrumenten.
Gevoeligheid van de reƫle waarde voor redelijkerwijs waarschijnlijke
veranderingen in veronderstellingen van Niveau 3
De volgende tabel bevat een samenvatting van de financiƫle activa
en passiva in Niveau 3 waarvoor een alternatieve waarde voor ƩƩn
of meerdere van de niet-waarneembare inputs zou leiden tot een
significante verandering van de reƫle waarde van het instrument.
De bedragen illustreren de mate van onzekerheid die verbonden
is aan het schatten van Niveau 3 parameters of bij de selectie van
waarderingstechnieken. Deze bedragen reflecteren onzekerheden
in de waardering die voorkomen op de datum van de waardebe-
paling. Hoewel deze onzekerheden voornamelijk gerelateerd zijn
aan de sensitiviteit van de portfolio voor bepaalde parameters
op datum van waardebepaling, vormen ze geen voorspellingen
of indicaties van toekomstige bewegingen van de reƫle waarde.
Noch reflecteren ze het effect van een markt die onder druk staat
op de waarde van de portfolio.
Bij het schatten van de sensitiviteiten van de financiƫle instru-
menten heeft BNP Paribas Fortis gebruik gemaakt van plausibele
inputs of werden veronderstellingen op basis van de ā€˜valuation
adjustment policy’ toegepast.
Omwille van de eenvoud werd de sensitiviteit voor cash instru-
menten die niet gerelateerd zijn aan geƫffectiseerde instrumenten
vastgelegd op een uniforme verschuiving van de prijs van 1%.
Meer specifieke verschuivingen werden gekalibreerd voor elke
klasse van geƫffectiseerde producten in Niveau 3 op basis van
het mogelijke bereik van de onwaarneembare inputs.
Voor derivaten is de sensitiviteit gebaseerd op de ā€˜credit value
adjustment’ (CVA), de expliciete ā€˜funding value adjustment’ (FVA)
en de aanpassingen gerelateerd aan de onzekerheid van de
parameters en het model in Niveau 3.
De onzekerheid gerelateerd aan de CVA en de FVA werd gekali-
breerd op basis van de ā€˜prudent valuation adjustments’ beschreven
in de technische standaard voor ā€˜Prudent Valuation’ gepubliceerd
door de European Banking Authority. Voor de andere waardeaan-
passingen werden twee scenario’s in aanmerking genomen : een
positief scenario waarbij een deel of alle waardeaanpassingen niet
in rekening werden genomen door tegenpartijen in de markt en
een negatief scenario waarbij tegenpartijen in de markt het twee-
voud zouden vragen van de waardeaanpassingen die BNP Paribas
Fortis bepaald om een transactie af te sluiten.
In miljoenen euro’s
31 december 2021 31 december 2020
Mogelijke
impact op de
resultatenrekening
Mogelijke impact
op het eigen
vermogen
Mogelijke
impact op de
resultatenrekening
Mogelijke impact
op het eigen
vermogen
Vastrentende effecten +/-1 +/-0 +/-1 +/-1
Aandelen en andere effecten met
aandelenkarakter
+/-5 +/-2 +/-4 +/-2
Leningen en terugkoopovereenkomsten +/-3 +/-2
Financiƫle derivaten +/-11 +/-12
Rentevoet en valutaderivaten +/-11 +/-12
Kredietderivaten +/-0 +/-0
Aandelenderivaten +/-0 +/-0
Overige derivaten +/-0 +/-0
Gevoeligheid van financiƫle instrumenten Niveau 3
+/-20 +/-2 +/-19 +/-3
117
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Uitgestelde marge op financiƫle instrumenten gewaardeerd door gebruik van
intern ontwikkelde technieken en gedeeltelijk gebaseerd op in actieve markten
onwaarneembare gegevens
De uitgestelde marge op financiĆ«le instrumenten (ā€˜Dag ƩƩn winst’
of ā€˜Day one profit’) betreft alleen de financiĆ«le instrumenten die
in aanmerking komen voor Niveau 3 en in mindere mate sommige
financiƫle instrumenten in aanmerking komend voor Niveau 2
waarbij vergeleken met de initiƫle marge aanpassingen van de
waardering voor parameter en model onzekerheden belangrijk zijn.
De ā€˜Dag ƩƩn winst’ wordt berekend na het aanleggen van de
reserves voor onzekerheden zoals voorheen beschreven en wordt
teruggenomen via de resultatenrekening over de periode waarvoor
de parameters verwacht worden niet waarneembaar te zijn.
De uitgestelde marge die niet werd geboekt in de resultatenreke-
ning maar deel uitmaakt van de prijs van de derivaten verkocht
aan klanten en die gemeten werd op basis van interne modellen
gebaseerd op onwaarneembare parameters (ā€˜Dag ƩƩn wins’t/’Day
one profit’) bedraagt minder dan EUR 1 miljoen.
4.e Financiƫle activa tegen geamortiseerde kostprijs
Detail van leningen en vorderingen naar herkomst
In miljoenen euro’s
31 december 2021 31 december 2020
Bruto
boek-
waarde
Waarde-
verminderingen
(toelichting 2.g)
Netto
boek-
waarde
Bruto
boek-
waarde
Waarde-
verminderingen
(toelichting 2.g)
Netto
boek-
waarde
Leningen en voorschotten aan
kredietinstellingen
7.458 (64) 7.394 8.590 (59) 8.531
Zichtrekeningen 3.417 (1) 3.416 2.802 (1) 2.801
Leningen
(1)
3.070 (63) 3.007 4.406 (58) 4.348
Terugkoopovereenkomsten 971 - 971 1.382 - 1.382
Leningen en voorschotten aan klanten 197.082 (2.980) 194.102 191.804 (3.062) 188.742
Zichtrekeningen 4.094 (500) 3.594 3.535 (469) 3.066
Leningen aan klanten 172.538 (1.985) 170.553 169.182 (2.104) 167.078
Financiƫle leaseverrichtingen 20.450 (495) 19.955 19.087 (489) 18.598
Terugkoopovereenkomsten - - - - - -
Totaal leningen en voorschotten tegen
geamortiseerde kostprijs
204.540 (3.044) 201.496 200.394 (3.121) 197.273
(1)
Leningen en vorderingen aan kredietinstellingen bevatten termijndeposito’s aan centrale banken en bedragen EUR 62 miljoen op 31 december 2021 (EUR 276
miljoen op 31 december 2020)
118
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Detail van schuldbewijzen per type emittent
In miljoenen euro’s
31 december 2021 31 december 2020
Bruto
boek-
waarde
Waarde-
verminderingen
(toelichting 2.g)
Boek-
waarde
Bruto
boek-
waarde
Waarde-
verminderingen
(toelichting 2.g)
Boek-
waarde
Overheden 8.210 (4) 8.206 8.903 (3) 8.900
Andere overheidsinstellingen 1.919 - 1.919 2.660 - 2.660
Kredietinstellingen 1.149 - 1.149 1.356 - 1.356
Andere 438 - 438 467 - 467
Totaal schuldbewijzen tegen geamortiseerde
kostprijs
11.716 (4) 11.712 13.386 (3) 13.383
Detail van financiƫle activa aan geamortiseerde kostprijs per stadium
In miljoenen euro’s
31 december 2021 31 december 2020
Bruto
boek-
waarde
Waarde-
verminderingen
(toelichting 2.g)
Boek-
waarde
Bruto
boek-
waarde
Waarde-
verminderingen
(toelichting 2.g)
Boek-
waarde
Leningen en voorschotten aan
kredietinstellingen
7.458 (64) 7.394 8.590 (59) 8.531
Stadium 1 7.293 (1) 7.292 8.431 - 8.431
Stadium 2 100 (1) 99 98 (1) 97
Stadium 3 65 (62) 3 61 (58) 3
Leningen en voorschotten aan klanten 197.082 (2.980) 194.102 191.804 (3.062) 188.742
Stadium 1 168.002 (248) 167.754 164.631 (298) 164.333
Stadium 2 24.780 (454) 24.326 22.123 (429) 21.694
Stadium 3 4.300 (2.278) 2.022 5.050 (2.335) 2.715
Schuldbewijzen 11.716 (4) 11.712 13.386 (3) 13.383
Stadium 1 11.712 (4) 11.708 13.386 (3) 13.383
Stadium 2 4 - 4 - - -
Stadium 3 - - - - - -
Totaal financiƫle activa aan geamortiseerde
kostprijs
216.256 (3.048) 213.208 213.780 (3.124) 210.656
119
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Vorderingen onderworpen aan wettelijke en niet-wettelijke moratoria
In miljoenen
euro’s
31 december 2021
Bruto boek-waarde
Geaccumuleerde waardeverminderingen,
geaccumuleerde negatieve veranderingen in de
reƫle waarde door kredietrisico
Bruto lopende boekwaarden – instromen naar probleemkredieten
Gezonde kredieten Probleemkredieten Gezonde kredieten Probleemkredieten
Waarvan : blootstellingen met respijt maatregelen
Waarvan : instrumenten met een significante verhoging in het kredietrisico sinds
de eerste opname maar niet onderhevig aan waardeverminderingen (Stadium 2)
Waarvan : blootstellingen met respijt maatregelen
Waarvan : onwaarschijnlijke betaling niet achterstallig of <= 90 dagen
achterstallig is.
Waarvan : blootstellingen met respijt maatregelen
Waarvan : instrumenten met een significante verhoging in het kredietrisico sinds
de eerste opname maar niet onderhevig aan waardeverminderingen (Stadium 2)
Waarvan : blootstellingen met respijt maatregelen
Waarvan : onwaarschijnlijke betaling niet achterstallig of <= 90 dagen
achterstallig is.
Leningen en
voorschotten
onderworpen aan
moratoria
10.835 10.390 308 1.728 445 280 201 (159) (58) (13) (42) (101) (47) (43) 54
Waarvan
Gezinnen
3.375 3.325 10 565 49 6 19 (13) (9) (1) (7) (4) (1) (1) 8
Waarvan
gewaarborgd
door
residentieel
onroerend goed
3.242 3.204 35 535 38 5 18 (8) (6) - (5) (2) - (1) 7
Waarvan
niet-financiƫle
bedrijven
7.105 6.716 293 1.075 389 268 179 (143) (47) (13) (32) (96) (46) (41) 46
Waarvan kleine
en middelgrote
bedrijven
3.586 3.413 201 619 173 85 59 (92) (31) (10) (22) (61) (20) (14) 29
Waarvan
gewaarborgd
door
commercieel
onroerend goed
3.663 3.496 100 519 167 133 142 (43) (11) (2) (7) (32) (22) (25) 16
Als reactie op de gezondheidscrisis zijn meerdere moratoria toegekend aan klanten. Deze moratoria bestaan meestal uit een beta-
lingsuitstel van enkele maanden. De meeste moratoria waren verlopen op 31 december 2021.
120
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Uitsplitsing van de blootstellingen op wettelijke en niet-wettelijke moratoria(*) volgens de
resterende looptijd van de moratoria.
In miljoenen
euro’s
31 december 2021
Aantal
debiteuren
Bruto boekwaarde
Waarvan :
wettelijke
moratoria
Waarvan :
vervallen
Resterende looptijd van de moratoria
<= 3
maanden
>3
maanden
<=6
maanden
> 6
maanden
<= 9
maanden
> 9
maanden
<= 12
maanden > 1 jaar
Leningen en
voorschotten
waarvoor
moratoria werden
aangeboden
133.923 10.848
Leningen en
voorschotten
onderhevig
aan moratoria
(toegekend)
133.748 10.835 697 10.815 18 1 1 - -
Waarvan :
gezinnen
3.375 108 3.375 - - - - -
Waarvan :
gewaarborgd
door
residentieel
onroerend goed
3.215 17 3.215 - - - - -
Waarvan :
niet-financiƫle
bedrijven
7.105 590 7.085 18 1 1 - -
Waarvan :
kleine en
middelgrote
ondernemingen
3.587 545 3.581 5 1 - - -
Waarvan :
gewaarborgd
door
commercieel
onroerend goed
3.664 63 3.664 - - - - -
(*) Moratoria gekwalificeerd als ā€˜Covid-19 Algemene moratoriummaatregel’ in overeenstemming met de criteria bepaald door de EBA-richtlijnen gepubliceerd
op 2 april 2020, en gewijzigd op 2 december 2020
121
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Leningen en voorschotten onderworpen aan staatsgarantieschema’s.
In miljoenen euro’s
31 december 2021
Bruto boekwaarde
Maximumbedrag
van de
garantie dat in
overweging kan
genomen worden
Bruto
boekwaarde
waarvan : met
uitstel
Ontvangen
staatswaarborgen
Instromen naar
niet-presterende
blootstellingen
Nieuwe uitgegeven leningen en voorschotten onderworpen
aan staatsgarantieschema’s.
177 8 139 6
waarvan : Gezinnen 6 -
waarvan : Gewaarborgd door residentieel onroerend goed 1 -
waarvan : Niet-financiƫle bedrijven 169 8 133 6
waarvan : Kleine en Middelgrote Ondernemingen 115 5
waarvan : Gewaarborgd door commercieel onroerend goed 44 1
Op 31 december 2021, bedroeg het bedrag van leningen onder-
worpen aan staatsgarantieschema’s verleend door BNP Paribas
Fortis EUR 0,2 miljard, voornamelijk in Belgiƫ en Luxemburg.
In Belgiƫ werden de meeste moratoria toegekend in het kader van
de Febelfin-charters. In overeenstemming met de EBA-richtlijnen
worden moratoria, toegekend in het kader van een algemeen
plan, niet automatisch geclassificeerd als blootstellingen met
forbearance-maatregelen, met uitzondering van moratoria met
een totaal uitstel van betaling van meer dan 9 maanden.
Financiƫle leaseverrichtingen per looptijd
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Bruto-investering 21.749 20.340
Te ontvangen binnen het jaar 6.869 6.393
Te ontvangen na 1 jaar, maar binnen de 5 jaar 13.561 12.685
Te ontvangen na 5 jaar 1.319 1.262
Niet verworven interestinkomsten (1.299) (1.253)
Netto-investering voor bijzondere
waardeverminderingen
20.450 19.087
Te ontvangen binnen het jaar 6.330 5.881
Te ontvangen na 1 jaar, maar binnen de 5 jaar 12.903 12.048
Te ontvangen na 5 jaar 1.217 1.158
Bijzondere waardeverminderingen (495) (489)
Netto-investering na bijzondere
waardeverminderingen
19.955 18.598
122
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
4.f Dubieuze kredieten (Stadium 3)
In de volgende tabellen worden de netto-boekwaarden van de
dubieuze kredieten weergegeven en de ontvangen garanties ter
dekking van deze kredieten.
De bedragen van verkregen zakelijke zekerheden en waarborgen
mogen niet groter zijn dan de waarde van de gewaarborgde activa.
In miljoenen euro’s
31 december 2021
Uitstaande saldi Stadium 3
Verkregen
onderpand
Bruto
boekwaarde
Bijzondere
waarde-
verminderingen
Netto
Leningen aan en vorderingen op kredietinstellingen
(toelichting 4.e)
65 (62) 3 -
Leningen aan en vorderingen op klanten (toelichting 4.e) 4.300 (2.278) 2.022 1.548
Schuldbewijzen tegen geamortiseerde kostprijs (toelichting 4.e) - - - -
Totaal leningen tegen geamortiseerde kostprijs (Stadium 3) 4.365 (2.340) 2.025 1.548
Verstrekte kredietverbintenissen 159 (30) 129 46
Verstrekte garantieverbintenissen 250 (90) 160 89
Totaal buiten balans dubieuze verbintenissen (Stadium 3) 409 (120) 289 135
In miljoenen euro’s
31 december 2020
Uitstaande saldi Stadium 3
Verkregen
onderpand
Bruto
boekwaarde
Bijzondere
waarde-
verminderingen
Netto
Leningen aan en vorderingen op kredietinstellingen
(toelichting 4.e)
61 (58) 3 6
Leningen aan en vorderingen op klanten (toelichting 4.e) 5.050 (2.335) 2.715 1.687
Schuldbewijzen tegen geamortiseerde kostprijs (toelichting 4.e) - - - -
Totaal leningen tegen geamortiseerde kostprijs (Stadium 3) 5.111 (2.393) 2.718 1.693
Verstrekte kredietverbintenissen 252 (19) 233 76
Verstrekte garantieverbintenissen 271 (92) 179 37
Totaal buiten balans dubieuze verbintenissen (Stadium 3) 523 (111) 412 113
Volgende tabel toont de gegevens over de wijzingen van de bruto omlopen in Stadium 3 :
Brutowaarde Dubieuze kredieten (Stadium 3)
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Beginsaldo 5.111 4.792
Transfer naar Stadium 3 1.313 1.785
Transfer naar Stadium 1 of Stadium 2 (598) (404)
Opname van verliezen (269) (305)
Overige wijzigingen (1.192) (757)
Eindsaldo 4.365 5.111
123
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
4.g Schulden tegen geamortiseerde kostprijs aan kredietinstellingen en klanten
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Deposito's van kredietinstellingen 56.610 50.820
Zichtrekeningen 1.478 1.308
Interbancaire leningen
(1)
51.100 48.790
Terugkoopovereenkomsten 4.032 722
Deposito's van klanten 199.037 193.770
Zichtrekeningen 97.120 91.296
Spaardeposito's 84.934 83.693
Termijnrekeningen en kasbons 16.983 18.781
Terugkoopovereenkomsten - -
(1)
Interbancaire leningen van kredietinstellingen omvatten termijnleningen van centrale banken, waaronder EUR 27,8 miljard aan TLTRO III op 31 december
2021 (EUR 25,2 miljard op 31 december 2020).
4.h Schuldbewijzen en achtergestelde schulden
Deze toelichting behandelt alle schuldbewijzen en achtergestelde verplichtingen aan geamortiseerde kostprijs evenals deze aangewezen
aan reƫle waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.
Schuldbewijzen aan geamortiseerde kostprijs
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Verhandelbare schuldbewijzen en andere schuldbewijzen 9.342 8.792
Obligatieleningen 3.536 3.023
Totaal schuldbewijzen tegen geamortiseerde kostprijs 12.878 11.815
Schuldbewijzen en achtergestelde schulden aangewezen tegen reƫle waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Schuldbewijzen 2.097 2.300
Achtergestelde schulden 931 835
Totaal schuldbewijzen en achtergestelde schulden tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
3.028 3.135
124
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Achtergestelde schulden aan geamortiseerde kostprijs
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Terugbetaalbare achtergestelde schulden 2.296 2.711
Eeuwigdurende achtergestelde schulden - 29
Totaal achtergestelde schulden aan geamortiseerde kostprijs 2.296 2.740
De achtergestelde schulden aangewezen tegen reƫle waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening bestaan
voornamelijk uit ā€˜Convertible and Subordinated Hybrid Equity
Linked Securities’ (CASHES) uitgegeven door BNP Paribas Fortis
(voorheen Fortis Bank) in december 2007.
De CASHES zijn achtergestelde schuldbewijzen maar kunnen
omgeruild worden voor Ageas-aandelen (voorheen Fortis SA/
NV-aandelen) op initiatief van de houder tegen een prijs van
EUR 239,40. Indien de prijs vanaf 19 december 2014 gedurende
20 achtereenvolgende handelsdagen gelijk is of hoger dan
EUR 359,10 zullen de CASHES automatisch omgewisseld worden
in Ageas-aandelen. De hoofdsom zal nooit in contanten omgezet
worden. De rechten van de CASHES-houders zijn beperkt tot de
Ageas-aandelen aangehouden door en in waarborg gegeven bij
BNP Paribas Fortis.
Ageas en BNP Paribas Fortis hebben een ā€˜Relative Performance
Note’-contract (RPN) afgesloten, waarvan de waarde contractueel
schommelt om de impact op BNP Paribas Fortis van het relatieve
verschil tussen de waardeschommelingen van de CASHES en de
waardeschommelingen van de Ageas-aandelen te compenseren.
Op 7 mei 2015 hadden BNP Paribas en Ageas een nieuwe over-
eenkomst die BNP Paribas toeliet de nog uitstaande CASHES in
te kopen op voorwaarde dat deze werden geconverteerd in Ageas
aandelen, wat leidde tot een evenredige afwikkeling van het RPN-
contract. Deze overeenkomst liep af op 31 december 2016.
Op 24 juli 2015 kreeg BNP Paribas de voorafgaande toestemming
van de Europese Centrale Bank om over te gaan tot de aankoop
van CASHES binnen een limiet van EUR 200 miljoen (nominaal
bedrag). In 2016 werd deze overeenkomst gebruikt voor de con-
versie van EUR 164 miljoen in Ageas-aandelen.
Op 8 juli 2016 kreeg BNP Paribas een nieuwe toestemming van
de Europese Centrale Bank om over te gaan tot de aankoop van
CASHES met een limiet van EUR 200 miljoen (nominaal bedrag).
Deze overeenkomst verving de vorige overeenkomst.
Op 11 augustus 2017 aanvaardde de Europese Centrale Bank het
verzoek van BNP Paribas om het akkoord voor de aankoop van
CASHES te annuleren.
Op 31 december 2021 komt de achtergestelde lening in aanmer-
king voor het Tier 1 kapitaal voor een bedrag van EUR 205 miljoen
(rekening houdend met de overgangsperiode die in 2022
zal eindigen).
4.i Actuele en uitgestelde belastingen
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Actuele belastingen 94 87
Uitgestelde belastingen 1.248 1.477
Actuele en uitgestelde belastingsvorderingen 1.342 1.564
Actuele belastingen 138 178
Uitgestelde belastingen 630 593
Actuele en uitgestelde belastingsverplichtingen 768 771
125
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Wijzigingen in de uitgestelde belastingen naar herkomst tijdens de periode
In miljoenen euro’s
31 december 2020
Wijzigingen geboekt via
de resultatenrekening
Wijzigingen geboekt
via het eigen vermogen
die kunnen worden
geherclassificeerd als
nettoresultaat
Wijzigingen geboekt via
het eigen vermogen die
niet kunnen worden
geherclassificeerd als
nettoresultaat
Wijzigingen aan de
consolidatiekring, in
omrekeningsverschillen
en overige
31 december 2021
Financiƫle instrumenten (23) (72) (3) (3) 14 (87)
Voorzieningen voor sociale verplichtingen 98 2 8 (7) 101
Niet-gerealiseerde reserve voor financiƫle lease (186) 14 7 (165)
Voorzieningen voor kredietrisico 525 3 (18) 510
Overdraagbare fiscale verliezen 837 (210) (2) 625
Overige elementen (367) 37 (36) (366)
Total uitgestelde belastingen 884 (226) (3) 5 (42) 618
Uitgestelde belastingsvorderingen 1.477 1.248
Uitgestelde belastingsverplichtingen 593 630
Om het bedrag van de overdraagbare fiscale verliezen opgeno-
men als activa te bepalen voert BNP Paribas Fortis elk jaar een
specifieke analyse van elke relevante entiteit door op basis van
het toe te passen fiscale regime – namelijk, rekening houdend
met verliezen die beperkt in de tijd overdraagbaar zijn – en een
realistische projectie van hun toekomstige opbrengsten en kosten
in lijn met hun businessplan.
Uitgestelde belastingsvorderingen op overdraagbare fiscale ver-
liezen hebben voornamelijk betrekking op BNP Paribas Fortis NV
voor EUR 452 miljoen met een verwachte recuperatieperiode van
4 jaar (deze verliezen zijn ongelimiteerd in de tijd overdraagbaar).
De niet-verantwoorde uitgestelde belastingsvorderingen bedroe-
gen EUR 165 miljoen op 31 december 2021 vergeleken met
EUR 166 miljoen op 31 december 2020.
4.j Overlopende rekeningen en overige activa/verplichtingen
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Gestorte garantiedeposito's en betaalde bankwaarborgen 2.478 3.361
Incassorekeningen 53 54
Te innen opbrengsten en over te dragen kosten 971 887
Overige vorderingen en diverse activa 5.686 6.058
Totaal overlopende rekeningen en overige activa 9.188 10.360
Verkregen garantiedeposito's 840 1.017
Incassorekeningen 438 425
Toe te rekenen kosten en over te dragen opbrengsten 1.880 1.744
Leaseverplichtingen 287 353
Overige schulden en diverse verplichtingen 4.567 4.668
Totaal overlopende rekeningen en overige verplichtingen 8.012 8.207
126
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
4.k Deelnemingen in ondernemingen waarop de vermogensmutatiemethode
wordt toegepast
De volgende tabel geeft de gecumuleerde financiƫle informatie weer van geassocieerde deelnemingen en joint ventures :
In miljoenen euro’s
Boekjaar 2021
31 december
2021 Boekjaar 2020
31 december
2020
Aandeel in het netto resultaat
Aandeel in wijzigingen in activa
en verplichtingen opgenomen in
het eigen vermogen
Aandeel in het netto resultaat
en in wijzigingen in activa en
verplichtingen opgenomen in het
eigen vermogen
Deelnemingen in ondernemingen
waarop de vermogensmutatie
wordt toegepast
Aandeel in het netto resultaat
Aandeel in wijzigingen in activa
en verplichtingen opgenomen in
het eigen vermogen
Aandeel in het netto resultaat
en in wijzigingen in activa en
verplichtingen opgenomen in het
eigen vermogen
Deelnemingen in ondernemingen
waarop de vermogensmutatie
wordt toegepast
Joint ventures 15 30 45 115 24 (49) (25) 69
Geassocieerde deelnemingen
(1)
307 (34) 273 3.694 298 (65) 233 3.678
Totaal ondernemingen waarop
de vermogensmutatie wordt
toegepast
322 (4) 318 3.809 322 (114) 208 3.747
(1)
met inbegrip van gecontroleerde entiteiten waarop een vereenvoudigde consolidatiemethode (vermogensmutatie) wordt toegepast wegens niet-materialiteit
De garantie- en financieringsverplichtingen die door BNP Paribas
Fortis worden verstrekt aan joint ventures en geassocieerde deel-
nemingen worden vermeld in toelichting 7.g ā€˜Verbonden partijen’.
De boekwaarde van de investering van BNP Paribas Fortis in de
voornaamste geassocieerde deelnemingen en joint ventures wordt
weergegeven in de volgende tabel :
In miljoenen euro’s
Land van
registratie
Activiteit
31 december 2021 31 december 2020
Deelnemings%
Deelnemingen
in ondernemin-
gen waarop de
vermogens-
mutatieme-
thode wordt
toegepast Deelnemings%
Deelnemingen
in ondernemin-
gen waarop de
vermogens-
mutatieme-
thode wordt
toegepast
Joint ventures
bpost bank Belgiƫ Retail banking 50% 111 50% 114
Geassocieerde deelnemingen
AG Insurance Belgiƫ Verzekeringen 25% 1.851 25% 1.832
BNP Paribas Asset Management Frankrijk Vermogensbeheer 30,9% 903 30,9% 933
BNPP Bank Polska SA Polen Retail banking 24,1% 597 24,1% 631
127
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Bpost bank
In miljoenen euro’s Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Totaal nettoresultaat 3 37
Wijzigingen in de reƫle waarde van activa en verplichtingen opgenomen in het eigen vermogen (10) (32)
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Totale activa 12.219 12.109
Totale verplichtingen 11.737 11.620
Netto activa van geassocieerde deelnemingen 482 489
AG Insurance
In miljoenen euro’s Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Totaal nettoresultaat 586 515
Wijzigingen in de reƫle waarde van activa en verplichtingen opgenomen in het eigen vermogen 59 (189)
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Totale activa 82.056 82.350
Totale verplichtingen 75.028 75.419
Netto activa van geassocieerde deelnemingen 7.028 6.931
BNP Paribas Asset Management
In miljoenen euro’s Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Totaal nettoresultaat 135 241
Wijzigingen in de reƫle waarde van activa en verplichtingen opgenomen in het eigen vermogen (28) 46
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Totale activa 3.175 2.424
Totale verplichtingen 2.112 1.265
Netto activa van geassocieerde deelnemingen 1.063 1.159
BNPP Bank Polska SA
In miljoenen euro’s Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Totaal nettoresultaat 43 145
Wijzigingen in de reƫle waarde van activa en verplichtingen opgenomen in het eigen vermogen (190) 34
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Totale activa 27.472 25.359
Totale verplichtingen 25.072 22.808
Netto activa van geassocieerde deelnemingen 2.400 2.551
128
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Beoordeling bijzondere waardeverminderingen in geassocieerde deelnemingen
Volgens de IFRS regels is het vereist om op het eind van elke
verslagperiode na te gaan of er een objectieve aanwijzing bestaat
dat een investering in een geassocieerde deelneming onderhevig
is aan een bijzondere waardevermindering of niet. Als uit de
toetsing blijkt dat de realiseerbare waarde van de investering (die
de hoogste is van de reƫle waarde en de gebruikswaarde) lager is
dan de boekwaarde, dan wordt de boekwaarde verminderd tot de
realiseerbare waarde, door een waardevermindering te boeken.
De DCF aanpak (discounted cash flows) wordt gebruikt om de
gebruikswaarde te bepalen.
De DCF-methode is gebaseerd op een aantal veronderstellingen
betreffende toekomstige opbrengsten, kosten en risicokost (kas-
stromen) gebaseerd op middellange termijn businessplannen
over een periode van vijf jaar. Projecties van kasstromen over een
periode langer dan vijf jaar zijn gebaseerd op een groeipercentage
over een eeuwigdurende horizon en worden bijgestuurd wanneer
de kortetermijnomgeving niet overeenstemt met de normale
omstandigheden van de economische cyclus.
De sleutel parameters die gevoelig zijn voor de gemaakte
veronderstellingen zijn de kapitaalkost, de kost-inkomensratio,
de risicokost en het groeipercentage over een eeuwigdurende
tijdshorizon.
De kapitaalkost wordt bepaald aan de hand van een risicovrije
rentevoet, een waargenomen marktrisicopremie gewogen per
risicofactor gebaseerd op vergelijkbaren specifiek voor elke
investering. De waarden van deze parameters worden uit externe
informatie bronnen gehaald.
Het vereist eigen vermogen voor elke investering wordt bepaald
op basis van de ā€˜Common Equity Tier 1’ reglementaire vereisten
voor de wettelijke entiteit waartoe de investering behoort, met
een minimum van 7%.
Het groeipercentage over een eeuwigdurende tijdshorizon is
vastgelegd op 2% voor ontwikkelde economieƫn in Europa.
Op 31 december 2021 werden testen voor een bijzondere waar-
devermindering uitgevoerd op de investeringen van BNP Paribas
Fortis in bpost bank, in BNP Paribas Asset Management, in BNP
Paribas Bank Polska en in AG Insurance. Geen van deze testen
toonde de noodzaak aan om een bijzondere waardevermindering
te boeken op de investeringen.
De volgende tabel toont de gevoeligheid van de geschatte waarde
van de investeringen voor een wijziging van 10 basispunten in
de kapitaalkost, een wijziging van 1% in de kost/inkomensratio in
eindwaarde, een wijziging van 5% in de risicokost in eindwaarde
en een wijziging van 50 basispunten in het groeipercentage over
een eeuwigdurende horizon.
In miljoenen euro’s
31 December 2021
BNP Paribas Asset
Management BNP Paribas Bank Polska SA AG Insurance
Kapitaalkost
Negatieve wijziging (+10 basispunten) (18) (14) (29)
Positieve wijziging (-10 basispunten) 18 15 30
Cost/income ratio
Negatieve wijziging (+1%) (24) (24) (41)
Positieve wijziging (-1%) 24 24 41
Risicokost
Negatieve wijziging (+5%) - (10) -
Positieve wijziging (-5%) - 10 -
Langetermijn groeivoet
Negatieve wijziging (-50 basispunten) (58) (31) (105)
Positieve wijziging (+50 basispunten) 66 35 122
129
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
4.l Materiƫle en immateriƫle vaste activa en vastgoedbeleggingen
31 december 2021 31 december 2020
In miljoenen euro’s
Bruto
boek-
waarde
Som van
afschrijvingen
en bijzondere
waarde-
verminderingen
Netto
boek-
waarde
Bruto
boek-
waarde
Som van
afschrijvingen
en bijzondere
waarde-
verminderingen
Netto
boek-
waarde
Vastgoedbeleggingen 291 (136) 155 421 (201) 220
Terreinen en gebouwen 3.043 (1.702) 1.341 2.928 (1.762) 1.166
Installaties, machines en uitrustingen 708 (528) 180 849 (648) 201
Vaste activa verhuurd als leasinggever onder
operationele leasing
33.588 (9.317) 24.271 30.056 (8.182) 21.874
Overige vaste activa 378 (181) 197 666 (213) 453
Materiƫle vaste activa 37.717 (11.728) 25.989 34.499 (10.805) 23.694
waarvan gebruiksrechten 793 (523) 270 825 (494) 331
Aangekochte software 230 (185) 45 368 (305) 63
Software, ontwikkeld door de onderneming 926 (607) 319 692 (406) 286
Overige immateriƫle vaste activa 53 (27) 26 69 (50) 19
Immateriƫle vaste activa 1.209 (819) 390 1.129 (761) 368
Vastgoedbeleggingen
De terreinen en gebouwen verhuurd door de Bank als leasinggever onder operationele leasing worden onder de rubriek
ā€˜Vastgoedbeleggingen’ gegroepeerd.
De geschatte reƫle waarde van vastgoedbeleggingen geboekt aan geamortiseerde kostprijs op 31 december 2021 bedroeg EUR 268 miljoen,
te vergelijken met EUR 311 miljoen in het boekjaar 2020.
Operationele leasing
Operationele leasing en transacties in vastgoedbeleggingen zijn in bepaalde gevallen onderworpen aan overeenkomsten die voorzien
in de volgende minimale toekomstige betalingen :
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Minimum te ontvangen toekomstige betalingen uit niet-opzegbare lease contracten 7.762 7.369
Te ontvangen binnen het jaar 3.369 3.170
Te ontvangen na 1 jaar maar binnen de 5 jaar 4.341 4.139
Te ontvangen na 5 jaar 52 60
Minimum te ontvangen toekomstige betalingen uit niet-opzegbare lease contracten omvatten de betalingen die de huurder dient te
maken tijdens de leaseperiode.
130
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Immateriƫle vaste activa
De overige immateriƫle vaste activa bestaan uit erfpachtrechten, goodwill en handelsmerken verworven door BNP Paribas Fortis.
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen
De som van afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen
op materiƫle en immateriƫle vaste activa voor het boekjaar
eindigend op 31 december 2021 bedroeg EUR (361) miljoen,
tegenover EUR (381) miljoen voor het boekjaar eindigend op
31 december 2020.
Deze bedragen bevatten een netto terugname van provisies voor
bijzondere waardeverminderingen geboekt in de resultatenreke-
ning van EUR 3 miljoen op 31 december 2021 tegenover een netto
toename van EUR 1 miljoen op 31 december 2020.
4.m Goodwill
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Boekwaarde aan het begin van de periode 722 730
Verwervingen 31 6
Desinvesteringen - -
Bijzondere waardeverminderingen, opgenomen tijdens de periode - -
Omrekeningsverschillen 13 (13)
Overige wijzigingen 1 (1)
Boekwaarde aan het einde van de periode 767 722
Bruto boekwaarde 919 888
Som van de bijzondere waardeverminderingen aan het einde van de periode (152) (166)
De goodwill per homogene groep van businesses is als volgt :
In miljoenen euro’s
Boekwaarde
Waardeverminderingen
gedurende de periode
Verwervingen van
de periode
31 december
2021
31 december
2020
Boekjaar
2021
Boekjaar
2020
Boekjaar
2021
Boekjaar
2020
BNP Paribas Fortis in Belgiƫ 59 28 - - 31 -
Alpha CrƩdit 22 22 - - - -
Axepta 31 - - - 31 -
Factoring 6 6 - - - -
BNP Paribas Fortis in Luxemburg 186 185 - - - 1
BNP Paribas Leasing Solutions 148 147 - - - 1
Wealth Management Luxemburg 38 38 - - - -
BNP Paribas Fortis in andere landen 522 509 - - - 5
Arval 522 509 - - - 5
Totaal goodwill 767 722 - - 31 6
131
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
De activiteiten van BNP Paribas Fortis zijn opgesplitst in homogene
groepen van businesses, die de rapporteringsentiteiten of groepen
van rapporteringsentiteiten van BNP Paribas Fortis vertegenwoor-
digen. De splitsing is consistent met de organisatorische structuur
en beheersmethodes van BNP Paribas Fortis en weerspiegelt de
onafhankelijkheid van de rapporteringsentiteiten in termen van
resultaat- en beheersaanpak. Dit wordt op regelmatige basis
herzien met als doel rekening te houden met gebeurtenissen
die de samenstelling van de homogene groepen van businesses
kunnen beĆÆnvloeden zoals verwervingen, desinvesteringen en
belangrijke reorganisaties.
De homogene groepen van businesses aan dewelke goodwill is
toegewezen omvatten :
ī‚„
Alpha CrƩdit is de consumentenkredietenspecialist. Zij
verleent een omvattende reeks consumentenkredieten in
verkooppunten (winkels en garages) en rechtstreeks aan
klanten. Zij verspreidt haar producten eveneens via het
retailnetwerk van de Bank, via bpost bank en via makelaars.
Ze is de marktleider in Belgiƫ en Luxemburg ;
ī‚„
Factoring is een homogene groep van businesses die al de
factoring dochtermaatschappijen van de Bank omvat. Ze is
vooral actief in Belgiƫ, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en
Nederland. Ze is marktleider in Belgiƫ ;
ī‚„ BNP Paribas Leasing Solutions werkt met een partnerschap
via meerdere kanalen (rechtstreekse verkopen, verkopen via
tussenpersonen, partnerschappen en banknetwerken) om
corporate- en kleine zakenklanten een waaier aan leasing en
huuroplossingen aan te bieden, gaande van financiering van
uitrusting tot uitbesteding van het wagenpark,
ī‚„
Wealth Management Luxemburg : BGL BNP Paribas verwierf of
3 september 2018 ABN Amro Wealth Management Luxembourg
en integreerde deze vervolgens in zijn Wealth Management
afdeling. De integratie liet BGL toe om zijn leiderschap in de
Wealth Management markt in Luxemburg te versterken, en
meer specifiek in het segment van de Europese ondernemers ;
ī‚„
Arval is een specialist in lange termijn auto-leasing en mobi-
liteit. Arval biedt ondernemingen (zowel multinationale als
kleine ondernemingen), werknemers en individuele klanten
oplossingen op maat om hun mobiliteit te optimaliseren.
Testen van bijzondere waardevermindering
Volgens de IFRS regels moet er minstens op jaarbasis of wanneer
er een gebeurtenis plaatsvindt die dit op gang brengt, een test van
bijzondere waardevermindering op goodwill gebeuren waarbij de
boekwaarde van de entiteit vergeleken wordt met de realiseerbare
waarde. De realiseerbare waarde is gelijk aan de hoogste van
de reƫle waarde van de entiteit en de gebruikswaarde. De DCF
approach (ā€˜discounted cash flows’) wordt aangewend om de
gebruikswaarde te bepalen. Wanneer de realiseerbare waarde
lager is dan de boekwaarde, dan wordt een bijzondere waarde-
vermindering erkend voor het verschil.
De DCF-methode is gebaseerd op een aantal veronderstellingen
betreffende toekomstige opbrengsten, kosten en risicokost (kas-
stromen) gebaseerd op middellange termijn businessplannen
over een periode van 5 jaar. Projecties van kasstromen over een
periode langer dan 5 jaar zijn gebaseerd op een groeipercentage
over een eeuwigdurende horizon en worden bijgestuurd wanneer
de kortetermijnomgeving niet overeenstemt met de normale
omstandigheden van de economische cyclus.
De belangrijkste parameters die gevoelig zijn voor de gemaakte
veronderstellingen zijn de kapitaalkost, de kost-inkomensratio,
de risicokost en het groeipercentage over een eeuwigdurende
tijdshorizon.
De kapitaalkost wordt bepaald aan de hand van een risicovrije
rentevoet, een waargenomen marktrisicopremie gewogen per risi-
cofactor gebaseerd op vergelijkbaren specifiek voor elke homogene
groep van businesses. De waarde van deze parameters wordt uit
externe informatie bronnen gehaald.
De toewijzing van het eigen vermogen wordt voor elke homogene
groep van businesses bepaald op basis van de ā€˜Common Equity
Tier 1’-kapitaalsvereisten voor de wettelijke entiteit waartoe de
homogene groep van businesses behoort, met een minimum van 7%.
Het gebruikte groeipercentage over een eeuwigdurende tijdsho-
rizon is 2% voor ontwikkelde economieƫn in Europa.
Eind 2021 werd een test van bijzondere waardevermindering
uitgevoerd voor elk van de volgende vier homogene groepen van
businesses : Alpha CrƩdit, BNP Paribas Leasing Solutions, Wealth
Management Luxembourg en Arval. Geen van deze testen toonde
de noodzaak aan om een bijzondere waardevermindering te boeken.
De erkende goodwill op Factoring wordt als niet-materieel
beschouwd en bijgevolg niet onderworpen aan een test van
bijzondere waardevermindering.
De goodwill die op Axepta BNPP Benelux werd genomen na de
transactie afgesloten in november 2021, zal vanaf 2022 worden
onderworpen aan een test.
132
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Gevoeligheden
De onderstaande tabel toont de gevoeligheid van de belangrijkste
waarderingen van goodwill voor een wijziging van 10 basispunten
in de kapitaalkost, een wijziging van 1% in de kost/inkomensratio
in eindwaarde, een wijziging van 5% in de risicokost in eindwaarde
en een wijziging van 50 basispunten in het groeipercentage over
een eeuwigdurende tijdshorizon. Geen enkele van de ongunstige
variaties in de tabel zou leiden tot een waardevermindering
van goodwill.
In miljoenen euro’s
31 december 2021
Alpha Credit
BNP Paribas
Leasing Solutions Arval
Wealth
Management
Luxembourg
Kapitaalkost
Negatieve wijziging (+10 basispunten) (14) (78) (187) (8)
Positieve wijziging (-10 basispunten) 14 80 192 8
Kost-inkomens-ratio
Negatieve wijziging (+1%) (15) (92) (192) (13)
Positieve wijziging (-1%) 15 92 192 13
Risicokost
Negatieve wijziging (+5%) (14) (42) (39) -
Positieve wijziging (-5%) 14 42 39 -
Langetermijn groeiratio
Negatieve wijziging (-50 basispunten) (37) (211) (574) (28)
Positieve wijziging (+50 basispunten) 42 245 663 32
4.n Voorzieningen voor risico’s en kosten
In miljoenen euro’s
31 december 2020
Netto dotatie aan
voorzieningen
Gebruikte
voorzieningen
Wijzigingen in
waarde opgenomen
in het eigen
vermogen
Wijzigingen in
wisselkoersen en
overige wijzigingen
31 december 2021
Voorzieningen voor personeelsvoordelen 3.633 180 (237) (51) (25) 3.500
waarvan voordelen na uitdiensttreding (toelichting 6.b) 3.213 126 (142) (45) (19) 3.133
waarvan gezondheidszorgregelingen na uitdiensttreding
(toelichting 6.b)
97 2 (2) (6) - 91
waarvan voorzieningen voor andere
langetermijnvergoedingen (toelichting 6.c)
74 21 (19) - (2) 74
waarvan voorzieningen voor vrijwillig vertrek,
vervroegde pensioneringsplannen en aanpassing
personeelsbezettingplan (toelichting 6.d)
236 25 (69) - (3) 189
waarvan voorzieningen voor aandelen gebaseerde
beloningen
13 6 (5) - (1) 13
Voorzieningen voor woningspaarrekeningen en plannen - - - - - -
Voorzieningen voor buitenbalansverbintenissen 247 - - - 25 272
Voorzieningen voor geschillen 88 (16) (11) - (3) 58
Andere voorzieningen voor risico's en kosten 314 134 (69) - - 379
Totaal voorzieningen voor risico's en kosten 4.282 298 (317) (51) (3) 4.209
133
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
4.o Saldering van financiƫle activa en financiƫle verplichtingen
De onderstaande tabel geeft de bedragen weer van de financiƫle
activa en verplichtingen voor en na salderen. Deze informatie,
vereist door IFRS 7, heeft als doel de vergelijkbaarheid mogelijk
te maken met de toegepaste boekhoudkundige verwerking in
overeenstemming met de algemeen aanvaarde grondslagen voor
financiƫle verslaggeving in de Verenigde Staten (US GAAP) die op
het vlak van salderen minder restrictief zijn dan IAS 32.
ā€˜Gesaldeerde bedragen’ op de balans worden bepaald op basis
van IAS 32. Dit betekent dat een financieel actief en een financiƫle
verplichting gesaldeerd worden waarbij het nettobedrag enkel
en alleen wordt getoond op de balans als BNP Paribas Fortis een
wettelijk afdwingbaar recht heeft om de erkende bedragen te sal-
deren en de intentie heeft om tot een afwikkeling op nettobasis te
komen of tegelijkertijd het actief te realiseren en de verplichting af
te wikkelen. Gesaldeerde bedragen vloeien hoofdzakelijk voort uit
terugkoopovereenkomsten en afgeleide instrumenten verhandeld
met clearing houses.
De impact van ā€˜Master Netting Agreements’ en gelijkaardige
overeenkomsten heeft betrekking op de openstaande bedragen
onder een afdwingbare overeenkomst die niet voldoet aan de
salderingscriteria bepaald door IAS 32. Dit komt voor bij trans-
acties waar salderen enkel mogelijk is in geval van wanbetaling,
insolvabiliteit of faillissement van ƩƩn van de partijen.
ā€˜FinanciĆ«le instrumenten gegeven of ontvangen als onderpand’
omvatten garantiedeposito’s en effecten erkend tegen reĆ«le
waarde. Deze garanties kunnen enkel worden uitgeoefend in
geval van wanbetaling, insolvabiliteit of faillissement van ƩƩn
van de partijen.
Inzake ā€˜Master Netting Agreements’ worden de garantiedepo-
sito’s ontvangen of gegeven ter compensatie van de positieve of
negatieve reƫle waarden van financiƫle instrumenten geboekt
onder overlopende rekeningen en overige activa of verplichtingen
op de balans.
134
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
31 december 2021
In miljoenen euro’s
Brutobedragen van
financiƫle activa
Gesaldeerde
brutobedragen
op de balans
Nettobedragen van
financiƫle activa
gerapporteerd
op de balans
Impact van Master
Netting Agreements
(MNA) en gelijkaardige
overeenkomsten
Financiƫle instrumenten
ontvangen als onderpand
Netto-bedragen
Activa
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
17.391 (1.775) 15.616 (7.662) (2.392) 5.562
Effectenportefeuille 1.317 - 1.317 - - 1.317
Leningen en terugkoopovereenkomsten 6.057 (1.775) 4.282 (1.933) (2.074) 275
Instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
10.017 - 10.017 (5.729) (318) 3.970
Leningen aan en vorderingen op klanten en
kredietinstellingen
213.208 - 213.208 (438) (470) 212.300
waarvan terugkoopovereenkomsten 971 - 971 (438) (470) 63
Overlopende rekeningen en overige activa 9.188 - 9.188 - (1.392) 7.796
waarvan betaalde waarborgsommen 2.477 - 2.477 - (1.392) 1.085
Overige activa niet onderworpen aan saldering 103.636 - 103.636 - - 103.636
TOTAAL ACTIVA 343.423 (1.775) 341.648 (8.100) (4.254) 329.294
31 december 2021
In miljoenen euro’s
Brutobedragen van
financiƫle verplichtingen
Gesaldeerde
brutobedragen
op de balans
Nettobedragen van
financiƫle activa
gerapporteerd
op de balans
Impact van Master
Netting Agreements
(MNA) en gelijkaardige
overeenkomsten
Financiƫle instrumenten
ontvangen als onderpand
Netto-bedragen
Verplichtingen
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
27.362 (1.775) 25.587 (7.541) (11.793) 6.253
Effectenportefeuille 159 159 159
Deposito's en terugkoopovereenkomsten 14.835 (1.775) 13.060 (1.812) (10.495) 753
Schuldbewijzen 3.028 3.028 - - 3.028
Financiƫle derivaten (inbegrepen derivaten gebruikt
voor afdekkingsdoeleinden)
9.340 - 9.340 (5.729) (1.298) 2.313
Schulden aan klanten en kredietinstellingen 270.821 - 270.821 (559) (3.240) 267.022
waarvan terugkoopovereenkomsten 4.032 - 4.032 (559) (3.240) 233
Overlopende rekeningen en overige verplichtingen 8.012 8.012 - (213) 7.799
waarvan ontvangen waarborgsommen 840 840 - (213) 627
Overige activa niet onderworpen aan saldering 6.031 6.031 - - 6.031
TOTAAL VERPLICHTINGEN 312.226 (1.775) 310.451 (8.100) (15.246) 287.105
135
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
31 dƩcembre 2020
In miljoenen euro’s
Brutobedragen van
financiƫle activa
Gesaldeerde
brutobedragen
op de balans
Nettobedragen van
financiƫle activa
gerapporteerd
op de balans
Impact van Master
Netting Agreements
(MNA) en gelijkaardige
overeenkomsten
Financiƫle instrumenten
ontvangen als onderpand
Netto-bedragen
Activa
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
22.521 (1.511) 21.010 (9.921) (2.377) 8.712
Effectenportefeuille 1.564 1.564 1.564
Leningen en terugkoopovereenkomsten 5.566 (1.511) 4.055 (1.151) (2.087) 817
Financiƫle derivaten (inbegrepen derivaten gebruikt
voor afdekkingsdoeleinden)*
15.391 - 15.391 (8.770) (290) 6.331
Leningen aan en vorderingen op klanten en
kredietinstellingen
210.656 - 210.656 (392) (711) 209.553
waarvan terugkoopovereenkomsten 1.382 - 1.382 (392) (711) 279
Overlopende rekeningen en overige activa 10.360 10.360 - (3.152) 7.208
waarvan betaalde waarborgsommen 3.361 3.361 - (3.152) 209
Overige activa niet onderworpen aan saldering 93.109 93.109 - - 93.109
TOTAAL ACTIVA 336.646 (1.511) 335.135 (10.313) (6.240) 318.582
31 dƩcembre 2020
In miljoenen euro’s
Brutobedragen van
financiƫle verplichtingen
Gesaldeerde
brutobedragen
op de balans
Nettobedragen van
financiƫle activa
gerapporteerd
op de balans
Impact van Master
Netting Agreements
(MNA) en gelijkaardige
overeenkomsten
Financiƫle instrumenten
ontvangen als onderpand
Netto-bedragen
Verplichtingen
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
32.755 (1.511) 31.244 (10.229) (13.336) 7.679
Effectenportefeuille 132 132 132
Deposito's en terugkoopovereenkomsten 14.051 (1.511) 12.540 (1.459) (10.337) 744
Schuldbewijzen 3.135 3.135 - - 3.135
Financiƫle derivaten (inbegrepen derivaten gebruikt
voor afdekkingsdoeleinden)*
15.437 - 15.437 (8.770) (2.999) 3.668
Schulden aan klanten en kredietinstellingen 259.145 - 259.145 (84) (595) 258.466
waarvan terugkoopovereenkomsten 722 - 722 (84) (595) 43
Overlopende rekeningen en overige verplichtingen 8.207 8.207 - (589) 7.618
waarvan ontvangen waarborgsommen 1.017 1.017 - (589) 428
Overige verplichtingen niet onderworpen aan saldering 6.701 6.701 - - 6.701
TOTAAL VERPLICHTINGEN 306.808 (1.511) 305.297 (10.313) (14.520) 280.464
* ā€˜ā€˜Derivaten gebruikt voor afdekkingsdoeleinden’ moeten voor de vergelijkende periode van 31 december 2020 worden aangepast door de activa en passiva
met respectievelijk EUR (799) miljoen te verminderen. In december 2020 werd er geen saldering van de reƫle waarde van het vaste en het vlottende been op
portefeuille-afdekkingsderivaten met de tegenpartij LCH toegepast (dit in tegenstelling tot 31 december 2021). Het effect van de retroactieve toepassing van
deze saldering in de ā€˜Derivaten gebruikt voor afdekkingsdoeleinden’ voor de vergelijkende periode leidt ook tot de aanpassing van de rubrieken ā€˜Totaal activa’,
ā€˜Totaal passiva’ en ā€˜Totaal passiva en eigen vermogen’ met een bedrag van EUR (799) miljoen.
136
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
4.p Overdrachten van financiƫle activa
BNP Paribas Fortis gaat transacties aan waarbij financiƫle activa
gerapporteerd op de balans worden overgedragen. Bijgevolg
komen deze overgedragen activa in aanmerking voor een volledige
verwijdering van de balans of blijven deze overgedragen activa op
de balans gerapporteerd voor zoverre er een voortdurende betrok-
kenheid van BNP Paribas Fortis is. Meer informatie is opgenomen
in toelichting 1. ā€˜Samenvatting van de belangrijkste grondslagen
voor financiĆ«le verslaggeving toegepast door BNP Paris Fortis’.
Financiƫle activa die BNP Paribas Fortis heeft overgedragen
maar niet verwijderd van de balans, bestaan in de eerste plaats
uit effecten die tijdelijk worden verkocht in terugkoopovereen-
komsten of effectenleentransacties evenals uit geƫffectiseerde
activa. Schulden gelinkt aan verkochte effecten in terugkoopo-
vereenkomsten worden gerapporteerd onder de hoofding
ā€˜terugkoopovereenkomsten ā€˜. Schulden gelinkt aan effectiseringen
bestaan uit effectiseringen gekocht door derden.
Effectenleningen, terugkoopovereenkomsten en andere transacties
31 december 2021 31 december 2020
In miljoenen euro’s
Boekwaarde van
het overgedragen
actief
Boekwaarde van
de verbonden
verplichtingen
Boekwaarde van
het overgedragen
actief
Boekwaarde van
de verbonden
verplichtingen
Effectenuitleentransacties
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
- - 38 -
Financiƫle activa tegen geamortiseerde kostprijs 3.316 - 3.043 -
Financiƫle activa tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in het eigen vermogen
97 - 310 -
Terugkoopovereenkomsten
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
71 71 64 64
Financiƫle activa tegen geamortiseerde kostprijs 6.280 6.280 6.666 6.666
Financiƫle activa tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in het eigen vermogen
1.622 1.622 1.175 1.175
Totaal 11.386 7.973 11.296 7.905
137
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Effectiseringstransacties gedeeltelijk geherfinancierd door externe investeerders,
waarbij het regresrecht is beperkt tot de overgedragen activa
31 december 2021
In miljoenen euro’s
Boekwaarde
van het
overgedragen
actief
Boekwaarde
van de
verbonden
verplichtingen
Reƫle waarde
van de
overgedragen
activa
Reƫle waarde
van de
verbonden
verplichtingen Nettopositie
Effectisering
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
- - - - -
Financiƫle activa tegen geamortiseerde kostprijs 31.862 1.655 32.864 1.639 31.225
Financiƫle activa tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in het eigen vermogen
- - - - -
Totaal 31.862 1.655 32.864 1.639 31.225
31 december 2020
In miljoenen euro’s
Boekwaarde
van het
overgedragen
actief
Boekwaarde
van de
verbonden
verplichtingen
Reƫle waarde
van de
overgedragen
activa
Reƫle waarde
van de
verbonden
verplichtingen Nettopositie
Effectisering
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
- - - - -
Financiƫle activa tegen geamortiseerde
kostprijs*
27.500 1.275 29.112 1.237 27.875
Financiƫle activa tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in het eigen vermogen
- - - - -
Totaal 27.500 1.275 29.112 1.237 27.875
*’FinanciĆ«le activa tegen geamortiseerde kostprijs’ moeten voor de vergelijkende periode van 31 december 2020 worden aangepast door de ā€˜boekwaarde van
overgedragen activa’, de ā€˜reĆ«le waarde van overgedragen activa’ en de ā€˜reĆ«le waarde van geassocieerde verplichtingen’ met respectievelijk EUR 3.841 miljoen
EUR 3.973 miljoen en EUR 23 miljoen te verhogen.
Er zijn geen significante overdrachten die leiden tot gedeeltelijke of volledige verwijdering van de balans van de financiƫle activa,
waarin BNP Paribas Fortis een voortdurende betrokkenheid heeft.
138
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
5 VERSTREKTE EN ONTVANGEN VERBINTENISSEN
5.a Verstrekte en ontvangen kredietverbintenissen
Contractuele waarde van verstrekte en ontvangen kredietverbintenissen door BNP Paribas Fortis :
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Verstrekte kredietverbintenissen :
- aan kredietinstellingen 193 196
- aan klanten 51.727 55.026
Toegestane kredietverbintenissen 40.275 43.206
Overige verbintenissen tegenover klanten 11.452 11.820
Totaal verstrekte kredietverbintenissen 51.920 55.222
waarvan Stadium 1 45.947 50.267
waarvan Stadium 2 5.814 4.703
waarvan Stadium 3 159 252
Verkregen kredietverbintenissen :
- van kredietinstellingen 3.053 7.269
- van klanten 209 211
Totaal verkregen kredietverbintenissen 3.262 7.480
5.b Door ondertekening verstrekte garantieverbintenissen
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Verstrekte garantieverbintenissen :
- aan kredietinstellingen 2.665 2.751
- aan klanten 15.795 15.451
Onroerende garanties - -
Administratieve en fiscale borgtochten en overige 12.648 12.215
Overige garanties 3.147 3.236
Totaal verstrekte garantieverbintenissen 18.460 18.202
waarvan Stadium 1 15.912 16.316
waarvan Stadium 2 2.298 1.615
waarvan Stadium 3 250 271
5.c Effectenverbintenissen
Als gevolg van de boeking van effectenverrichtingen op afwikkelingsdatum, zijn de verbintenissen in verband met te leveren of te
ontvangen effecten als volgt :
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Te leveren effecten 209 137
Te ontvangen effecten 181 133
139
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
5.d Overige garantieverbintenissen
Financiƫle instrumenten gegeven als onderpand
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Financiƫle instrumenten (verhandelbare effecten en privƩ-vorderingen) gedeponeerd
bij centrale banken en op elk moment in aanmerkingkomend als onderpand voor
herfinancieringstransacties (na surplus percentage)
30.107 32.840
Gebruikt als onderpand bij centrale banken 28.138 26.006
Beschikbaar voor herfinancieringstransacties 1.969 6.834
Effecten verkocht onder terugkoopovereenkomsten 18.874 15.229
Overige financiƫle activa gebruikt als onderpand voor transacties met banken en
financiƫle klanten
22.038 23.676
De marktwaarde van de door BNP Paribas Fortis als onderpand
gegeven financiƫle instrumenten of getransfereerd via een
terugkoopovereenkomst waarbij het de begunstigde is toegestaan
deze te verkopen of te hergebruiken als onderpand bedraagt
EUR 18.886 miljoen per 31 december 2021 (EUR 15.370 miljoen
per 31 december 2020).
Financiƫle instrumenten ontvangen als onderpand
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Financiƫle instrumenten ontvangen als onderpand (exclusief terugkoopovereenkomsten) 9.416 9.109
waarvan instrumenten waarvoor BNP Paribas Fortis bevoegd is ze te verkopen en te
hergebruiken als onderpand
962 819
Effecten die zijn ontvangen als gevolg van een terugkoopovereenkomst 6.872 6.856
De reƫle waarde van financiƫle instrumenten die BNP Paribas
Fortis ontvangen heeft als onderpand of via terugkoopovereen-
komsten werden door BNP Paribas Fortis effectief verkocht of
hergebruikt als onderpand ten belope van EUR 5.664 miljoen per
31 december 2021 (EUR 5.443 miljoen per 31 december 2020).
Financiƫle instrumenten gegeven of ontvangen als onderpand
worden hoofdzakelijk gewaardeerd tegen reƫle waarde.
140
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
141
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
6 VERLONING EN PERSONEELSVOORDELEN
6.a Personeelskosten en personeelsvoordelen
In miljoenen euro’s Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Vaste en variabele vergoeding, bonussen en winstdeelname (1.806) (1.804)
Kosten van personeelsvoordelen (583) (593)
Loonbelastingen (13) (13)
Totaal vergoedingen en personeelskosten (2.402) (2.410)
6.b Voordelen na uitdiensttreding
De norm IAS 19 maakt een onderscheid tussen twee categorieƫn
van regelingen, die elk verschillend behandeld worden, afhankelijk
van het risico dat door de onderneming wordt gelopen. Wanneer
de verbintenis van de onderneming erin bestaat een vastgesteld
bedrag (bijvoorbeeld uitgedrukt als een percentage van het jaar-
loon van de begunstigde) te betalen aan een externe organisatie,
die instaat voor de betaling van de prestaties in functie van de
beschikbare middelen voor elke deelnemer aan de regeling, dan
wordt ze gezien als een regeling van het type vaste bijdragen.
Omgekeerd, wanneer de verbintenis van de onderneming erin
bestaat om de financiƫle activa te beheren die gefinancierd
worden uit de opvraging van premies bij de werknemers en om
zelf de kosten te dragen van de prestaties - of er het definitieve
bedrag van te waarborgen afhankelijk van toekomstige gebeurte-
nissen - dan wordt ze gezien als een regeling van het type vaste
prestaties. Hetzelfde geldt wanneer de onderneming het beheer
van de opvraging van de premies en van de uitbetaling van de
prestaties toevertrouwt aan een externe organisatie, maar zelf het
risico blijft dragen dat voortvloeit uit het beheer van de activa en/
of uit de toekomstige evolutie van de prestaties.
Pensioenregelingen van het type vaste bijdragen van
BNP Paribas Fortis entiteiten
BNP Paribas Fortis heeft sinds menige jaren een beleid gevoerd,
waarbij regelingen van het type vaste prestaties werden omge-
vormd naar regelingen van het type vaste bijdragen.
Omdat regelingen van het type vaste prestaties in de meeste
landen gesloten werden krijgen nieuwe werknemers voordelen in
de vorm van regelingen van het type vaste bijdragen aangeboden.
De bedragen die werden betaald aan regelingen na uitdiensttre-
ding van het type vaste bijdragen lopen op tot EUR 91 miljoen
voor boekjaar 2021, in vergelijking met EUR 93 miljoen voor
boekjaar 2020.
De uitsplitsing volgens de belangrijkste bijdragebetalers is als volgt
Bijdrage
In miljoenen euro’s Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Belgiƫ 2 2
Frankrijk 38 37
Eurozone (behalve Belgiƫ en Frankrijk) 22 21
Verenigd Koninkrijk 4 4
Turkije 24 27
Overige 1 2
TOTAAL 91 93
142
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Pensioenregelingen van het type vaste prestaties van BNP Paribas
Fortis entiteiten
In Belgiƫ financiert BNP Paribas Fortis een pensioenregeling voor
haar bedienden en middenkaders, die in dienst zijn getreden vóór
de harmonisering van de pensioenregelingen van de Bank op
1 januari 2002, op basis van het eindloon en het aantal dienstja-
ren. De actuariƫle verbintenissen die betrekking hebben op deze
regeling zijn voorgefinancierd ten belope van 93% eind 2021 (tegen
97% eind 2020) bij de verzekeringsmaatschappij AG Insurance,
waarin BNP Paribas Fortis een deelneming bezit van 25%.
De hogere kaderleden genieten van een aanvullende pensioen-
regeling, die voorziet in een kapitaal op basis van het aantal
dienstjaren en het eindloon. Die regeling is voorgefinancierd ten
belope van 100% (tegen 101% eind 2020) bij de verzekerings-
maatschappijen AXA Belgium en AG Insurance. Sinds 1 januari
2015 kunnen de nieuwe hogere kaderleden niet meer genieten
van die regeling. Een nieuw plan van het type vaste bijdragen
wordt hen aangeboden alsook aan de hogere kaderleden reeds
in dienst op die datum en die gekozen hebben om aan te sluiten
bij dat nieuwe plan.
Daarnaast legt de wetgeving de werkgever een waarborg van
minimaal rendement op, op activa die zijn opgespaard in het
kader van regelingen van het type vaste bijdragen. Door deze
verplichting worden deze plannen boekhoudkundig gelijkgesteld
met plannen van het type vaste prestaties.
Eind 2015 voerde een nieuwe wet nieuwe berekeningsregels in
voor het minimaal rendement.
Bijgevolg berekent BNP Paribas Fortis haar verplichtingen
voor pensioenregelingen van het type vaste bijdragen vanaf
2016 volgens de ā€˜Projected Unit Credit’ methode. Maar omdat
BNP Paribas Fortis ervan uitgaat dat geen enkele van de pensioen-
regelingen van het type vaste bijdragen de zogenaamde ā€˜back-end
loaded’ karakteristieken vertoont, zoals gedefinieerd in IAS19,
rekent BNP Paribas Fortis het voordeel toe aan de dienstperiode
volgens de voordeelformule van het plan. Er wordt van uitgegaan
dat toekomstige dienstjaren geen significant hoger voordeel
opleveren dan de vroegere jaren.
Fondsbeleggingen en afzonderlijke restitutierechten, onder
verzekeringspolissen waarvoor de verzekeraar een deel of het
geheel van de voordelen die krachtens het plan betaalbaar
zijn, waarborgt, worden gewaardeerd als de actuele waarde
van de corresponderende verbintenis ten laste van de verze-
keringsmaatschappijen (art. 113 IAS19R) sinds eind 2017 met
uitzondering van de pensioenplannen die gedekt worden door een
gecantonneerd fonds. In dit laatste geval is de reƫle waarde van
de fondsbeleggingen/afzonderlijke restitutierechten gelijk aan de
marktwaarde van de gekantonneerde investeringen, beschikbaar
voor de dekking van de verbintenis.
In Turkije vervangt het pensioenregime het nationaal pensioensys-
teem (deze verplichtingen worden geƫvalueerd op basis van de
transfermodaliteiten naar de Turkse overheid, dit is een transfer
die op termijn dient te geschieden) en stelt extra waarborgen in
bovenop het wettelijk minimum. Eind 2021 werden de verplich-
tingen in het kader van dit pensioenregime gedekt door financiƫle
activa die worden beheerd in een externe ā€˜foundation’ ; de waarde
van deze financiƫle activa overtreffen ruimschoots de genomen
verplichtingen, maar dit overschot wordt niet opgenomen als
een actief van BNP Paribas Fortis omdat het niet recupereerbaar
is. De dekkingsgraad is 178% op 31 december 2021 (223% op
31 december 2020).
143
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Verbintenissen in het kader van regelingen van het type vaste prestaties
Activa en verplichtingen opgenomen op de balans
In miljoenen
euro’s, op 31
december 2021
waarvan contante waarde van
verplichtingen, volledig
of gedeeltelijk gefinancierd
door activa
waarvan contante waarde
van verplichtingen, niet
gefinancierd door activa
Contante waarde van
de verplichtingen
Marktwaarde van
fondsbeleggingen
Marktwaarde van afzonderlijke
restitutierechten
(1)
Niet-verantwoorde activa
door restricties
Netto verplichting
waarvan activa opgenomen
in de balans voor pensioen-
plannen op basis van vaste
toezeggingen
waarvan netto activa van
pensioenregelingen op basis
van vaste toezeggingen
waarvan marktwaarde van
restitutierechten
waarvan verplichtingen
opgenomen in de balans voor
vaste prestatieplannen
Belgiƫ 3.095 - 3.095 (66) (2.930) - 99 (2.930) - (2.930) 3.029
Verenigd
Koninkrijk
221 - 221 (288) - - (67) (67) (67) - -
Turkije 134 32 166 (238) - 104 32 - - - 32
Overige 187 46 233 (162) (1) - 70 (2) (1) (1) 72
TOTAAL 3.637 78 3.715 (754) (2.931) 104 134 (2.999) (68) (2.931) 3.133
In miljoenen
euro’s, op 31
december 2020
waarvan contante waarde van
verplichtingen, volledig
of gedeeltelijk gefinancierd
door activa
waarvan contante waarde
van verplichtingen, niet
gefinancierd door activa
Contante waarde van
de verplichtingen
Marktwaarde van
fondsbeleggingen
Marktwaarde van afzonderlijke
restitutierechten
(1)
Niet-verantwoorde activa
door restricties
Netto verplichting
waarvan activa opgenomen
in de balans voor pensioen-
plannen op basis van vaste
toezeggingen
waarvan netto activa van
pensioenregelingen op basis
van vaste toezeggingen
waarvan marktwaarde van
restitutierechten
waarvan verplichtingen
opgenomen in de balans voor
vaste prestatieplannen
Belgiƫ 3.123 24 3.147 (48) (3.048) - 51 (3.048) - (3.048) 3.099
Verenigd
Koninkrijk
229 - 229 (258) - - (29) (29) (29) - -
Turkije 148 32 180 (331) - 182 31 - - - 31
Overige 201 50 251 (168) (1) - 82 (1) - (1) 83
TOTAAL 3.701 106 3.807 (805) (3.049) 182 135 (3.078) (29) (3.049) 3.213
(1)
Restitutierechten zijn hoofdzakelijk afgezonderde financiƫle activa op de balans van verzekeringsfilialen en verbonden ondernemingen van BNP Paribas
Fortis – met name AG Insurance voor wat betreft het plan van het type vaste toezeggingen van BNP Paribas Fortis – ter dekking van hun [AGI] engagementen
ten opzichte van andere Groepsentiteiten [hier wordt allicht BNP Paribas Fortis bedoeld] dewelke aan hen [AGI] werden toevertrouwd om de voordelen na
uitdiensttreding van bepaalde werknemerscategorieƫn [van BNPPF] in te dekken
144
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Verandering in de contante waarde van de verplichtingen
In miljoenen euro’s Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Contante waarde van verplichtingen aan het begin van de periode 3.807 3.784
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 126 131
Interestkosten 18 28
Kosten voor verleden diensttijd - (17)
Effect van planinperkingen of -afwikkelingen 1 -
Actuariƫle (winsten)/verliezen bij wijziging van demografische veronderstellingen (3) 1
Actuariƫle (winsten)/verliezen bij wijziging van financiƫle veronderstellingen (73) 175
Actuariƫle (winsten)/verliezen door 'experience losses' van de verplichting 148 (2)
Werknemersbijdragen 10 10
Betaalde uitkeringen aan gerechtigden door de werkgever (32) (29)
Betaalde uitkeringen aan gerechtigden van fondsbeleggingen/restitutierechten (219) (220)
Effect van veranderingen in wisselkoersen (84) (64)
Effect van veranderingen in de consolidatiekring 20 10
Overige (4) -
Contante waarde van verplichtingen aan het einde van de periode 3.715 3.807
Verandering in de marktwaarde van de fondsbeleggingen en restitutierechten
Fondsbeleggingen Restitutierechten
In miljoenen euro’s Boekjaar 2021 Boekjaar 2020 Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Marktwaarde van de activa aan het begin
van de periode
805 852 3.049 3.002
Rendement op fondsbeleggingen 34 37 2 13
Effect van planinperkingen of -afwikkelingen - - - -
Actuariƫle winsten(verliezen) van de periode 41 38 (29) 113
Werknemersbijdragen - - 10 9
Werkgeversbijdragen 17 20 98 110
Uitkeringen (20) (21) (199) (199)
Effect van verandering in wisselkoersen (134) (123) - -
Effect van veranderingen in consolidatiekring 11 2 - 1
Overige - - - -
Marktwaarde van de activa aan het einde
van de periode
754 805 2.931 3.049
145
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Componenten van de kost van pensioenregelingen van het type vaste toezeggingen
In miljoenen euro’s Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Administratiekosten 1 1
Toegerekende pensioenkosten 127 114
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 126 131
Pensioenkosten van verstreken diensttijd - (17)
Impact van planinperkingen of -afwikkelingen 1 -
Netto financiƫle kosten 3 3
Interestkosten 18 28
Verwacht rendement op fondsbeleggingen (35) (38)
Verwacht rendement op restitutierechten (2) (13)
Rendement op beperking activa 22 26
Totaal uitgaven opgenomen in 'Personeelskosten van personeelsvoordelen' 131 118
Andere elementen die rechtstreeks in het eigen vermogen worden geboekt
In miljoenen euro’s Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Andere elementen opgenomen in het eigen vermogen (24) 2
Actuariƫle (verliezen)/winsten op fondsbeleggingen of restitutierechten 12 151
Actuariƫle (verliezen)/winsten van de demografische veronderstellingen op de contante waarde
van de verplichtingen
3 (1)
Actuariƫle (verliezen)/winsten van de financiƫle veronderstellingen op de contante waarde van
de verplichtingen
73 (175)
Actuariƫle (verliezen)/winsten door 'experience losses' op de contante waarde van de verplichtingen (148) 2
Variatie door de niet-verantwoorde activa door restricties 36 25
Belangrijkste actuariƫle veronderstellingen gebruikt om de verplichtingen te berekenen
Voor de Eurozone en het Verenigd Koninkrijk, verdisconteert
BNP Paribas Fortis haar verplichtingen op basis van het rendement
van hoogwaardige bedrijfsobligaties met een vervaldag die over-
eenstemt met de duurtijd van de gewaardeerde verplichtingen.
De gebruikte intervallen van disconteringsvoeten zijn :
In %
31 december 2021 31 december 2020
Disconteringsvoet
Stijgingspercentage
van toekomstig
loon
(1)
Disconteringsvoet
Stijgingspercentage
van toekomstig
loon
(1)
Eurozone 0,00% - 1,10% 1,90% - 3,60% 0,00% - 0,80% 1,70% - 3,20%
Verenigd Koninkrijk 1,90% 3,50% 1,30% 3,20%
Turkije 20,00% 17,00% 14,50% 11,03%
(1)
inclusief inflatie
146
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Voor de eurozone euro zijn de geobserveerde gewogen gemiddelde
disconteringvoeten de volgende : 0,45% op 31 december 2021
tegen 0,07% op 31 december 2020.
De impact van veranderingen in de disconteringsvoet van 100
basispunten op de contante waarde van de verplichtingen met
betrekking tot vergoedingen na uitdiensttreding is als volgt :
Wijzigingen in de contante waarde van de
verplichtingen
In miljoenen euro’s
31 december 2021 31 december 2020
Disconteringsvoet
-100bp
Disconteringsvoet
+100bp
Disconteringsvoet
-100bp
Disconteringsvoet
+100bp
Eurozone 366 (298) 347 (300)
Verenigd Koninkrijk 49 (38) 51 (39)
Turkije 15 (12) 16 (13)
Werkelijk rendement van de fondsbeleggingen en de restitutierechten over de periode
In %
(1)
31 december 2021 31 december 2020
Waardebereik
(geeft het bestaan van verschillende
plannen in hetzelfde land weer)
Waardebereik
(geeft het bestaan van verschillende
plannen in hetzelfde land weer)
Belgiƫ (5,65%) - 9,00% (1,14%) - 4,84%
Verenigd Koninkrijk 6,60% - 7,50% 8,60% - 9,30%
Turkije 20,60% 12,87%
(1)
Reeks waarden, die het bestaan van verscheidene regelingen binnen ƩƩn enkel land weerspiegelen
Uitsplitsing van de fondsbeleggingen
In %
31 december 2021 31 december 2020
Aandelen
Overheids-
obligaties
Bedrijfs-
obligaties
Vastgoed
Deposito-
rekeningen
Overige
Aandelen
Overheids-
obligaties
Bedrijfs-
obligaties
Vastgoed
Deposito-
rekeningen
Overige
Belgiƫ 7% 55% 15% 1% 0% 22% 6% 53% 18% 1% 0% 22%
Verenigd Koninkrijk 9% 75% 12% 0% 2% 2% 8% 76% 13% 0% 1% 2%
Turkije 0% 0% 0% 3% 94% 3% 0% 0% 0% 4% 94% 2%
Overige 7% 31% 16% 2% 2% 42% 6% 26% 21% 2% 1% 44%
BNP Paribas Fortis 7% 52% 14% 1% 6% 20% 6% 49% 16% 1% 8% 20%
BNP Paribas Fortis heeft een beleid geĆÆmplementeerd op
vlak van het beheer van de activa die staan tegenover de
pensioenregelingen van het type vaste prestaties, met als
belangrijkste doelstellingen de beleggingsrisco’s te omkaderen
en te controleren.
Dit beleid beschrijft de beleggingsprincipes en in het bijzonder
de definitie van de dekkingswaarden, gebaseerd op financiƫle
doelstellingen en financieel risicobeheer, om de wijze te bepalen
waarop de dekkingswaarden moeten beheerd worden door middel
van mandaten inzake uitbesteding van het financieel beheer.
De beleggingsstrategie berust op een aansluitingstudie tussen
actief en passief (of ALM-studie) die om de drie jaar moet her-
maakt worden voor plannen waarvan de waarde van de activa
EUR 100 miljoen overschrijdt.
147
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Gezondsheidszorgregelingen na uitdiensttreding
In Belgiƫ heeft BNP Paribas Fortis een gezondheidszorgregeling
voor zijn gepensioneerde werknemers. Deze regeling is gesloten
voor de nieuwkomers.
De contante waarde van de verbintenissen die voortvloeien
uit gezondheidszorgregelingen na uitdiensttreding bedroeg
EUR 91 miljoen op 31 december 2021, tegenover EUR 97 miljoen
op 31 december 2020, wat een vermindering betekent met
EUR 6 miljoen in de loop van 2021.
De lasten met betrekking tot de gezondheidszorgregelingen
na uitdiensttreding bedragen EUR 2 miljoen in 2021 tegenover
EUR 2 miljoen in 2020.
De andere elementen die betrekking hebben op de gezondheids-
zorgregelingen na uitdiensttreding en die rechtstreeks in het eigen
vermogen worden geboekt bedragen EUR (6) miljoen in 2021
tegenover EUR 3 miljoen in 2020.
6.c Andere langetermijnvergoedingen
BNP Paribas Fortis biedt aan haar werknemers verscheidene
langetermijnvoordelen aan, voornamelijk gratificaties wegens
langdurig dienstverband, de mogelijkheid om vakantieda-
gen op te sparen en bepaalde beschermingen in geval van
arbeidsongeschiktheid.
De overeenkomstige netto provisie bedraagt EUR 74 miljoen op
31 december 2021, (EUR 74 miljoen op 31 december 2020).
Daarnaast worden er als onderdeel van het beleid van BNP Paribas
Fortis inzake variabele bezoldiging jaarlijks regelingen voor uitge-
stelde bezoldigingen opgesteld voor bepaalde hoog presterende
medewerkers of krachtens speciale reglementaire bepalingen.
Deze regelingen voorzien in stortingen uitgesteld in de tijd die
afhankelijk zijn van de resultaten behaald door bepaalde afde-
lingen, kernactiviteiten en BNP Paribas Fortis.
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Netto voorzieningen voor andere voordelen op lange termijn 74 74
Activa opgenomen voor andere voordelen op lange termijn - -
Verplichtingen opgenomen in de balans voor andere voordelen op lange termijn 74 74
6.d Ontslagvergoedingen
BNP Paribas Fortis heeft een aantal vervroegde-vertrekregelingen
ingevoerd gebaseerd op de bereidwilligheid van werknemers die
aan bepaalde toegangscriteria voldoen. De kosten gekoppeld aan
de vrijwillige vertrekregelingen maken het voorwerp uit van pro-
visies voor actieve werknemers van zodra er voor het betreffende
plan een bilateraal akkoord is of een ontwerp ervan. Verder boekt
BNP Paribas Fortis de lasten verbonden aan de vertrekregelingen
in het kader van een herstructurering vanaf het ogenblik dat de
Bank een geformaliseerd en gedetailleerd plan heeft opgesteld,
waarvan de aankondiging gedaan werd aan de betrokken partijen.
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Provisies voor vrijwillig vertrek en vervroegde pensioneringsplannen
189 236
148
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
7 BIJKOMENDE INFORMATIE
7.a Voorwaardelijke verplichtingen : juridische geschillen en arbitrage
BNP Paribas Fortis (en haar geconsolideerde dochterondernemin-
gen) is als verweerster betrokken bij een aantal geschillen, claims
en rechtszaken in Belgiƫ en in een aantal buitenlandse jurisdicties.
Deze zijn een gevolg van haar normale bankbedrijf en houden
inter alia verband met haar activiteiten als kredietverstrekker,
werkgever, investeerder en belastingbetaler.
BNP Paribas Fortis neemt hiervoor voorzieningen op wanneer het
management, na overleg met haar juridisch adviseurs, het waar-
schijnlijk acht dat BNP Paribas Fortis een vergoeding zal dienen
te betalen en deze vergoeding redelijkerwijs geschat kan worden.
Hoewel het vaak onmogelijk is de uiteindelijke uitkomst van
alle lopende of dreigende juridische en door toezichthouders
ingestelde procedures te voorspellen of te bepalen, is het manage-
ment, na beraadslaging op basis van ingewonnen advies, van
mening dat bepaalde andere claims en juridische procedures
tegen BNP Paribas Fortis (en haar geconsolideerde dochteron-
dernemingen) waarmee het management van BNP Paribas Fortis
bekend is (en waarvoor, in overeenstemming met wat hierboven
uiteengezet werd, geen voorziening is gevormd) ongegrond zijn,
dat hiertegen met succes verweer kan worden gevoerd of dat
de uitkomst hiervan naar verwachting niet zal resulteren in
een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van
BNP Paribas Fortis.
Evenals vele andere ondernemingen die actief zijn op het gebied
van bankdiensten, beleggen, beleggingsfondsen en effectenhandel,
heeft BNP Paribas Fortis (en haar geconsolideerde dochteron-
dernemingen) van toezichthouders, overheidsinstanties of
zelfregulerende instanties verzoeken om informatie gekregen,
of zal zij deze verzoeken mogelijks krijgen. BNP Paribas Fortis
antwoordt op dergelijke verzoeken en werkt samen met de betref-
fende toezichthouders en andere instanties om hun verzoeken te
beantwoorden.
Na de overname en fusie van ABN AMRO Bank (Luxembourg) S.A.
in het tweede semester van 2018, heeft de dochteronderneming
van BNP Paribas Fortis, BGL BNP Paribas S.A., de bewaringsacti-
viteiten van ABN AMRO Bank (Luxembourg) S.A. geĆÆntegreerd. In
de context van die activiteiten, heeft een fonds, voor dewelke ABN
AMRO (Luxembourg) S.A. optrad als bewaarnemer tussen 19 april
2012 en 31 maart 2015, een dagvaarding aan BGL BNP Paribas
betekend. Op dit ogenblik werd geen provisie genomen voor deze
zaak maar BGL BNP Paribas heeft wel besloten om haar belangen
te verdedigen door beroep te doen op de vrijwaringsgarantie die
werd overeengekomen bij de overname. Bovendien heeft BGL BNP
Paribas besloten om de betrokken activiteiten stop te zetten en
heeft zij bewaringscontracten en gelieerde bankrelaties beƫindigd.
Per 31 december 2021 zijn er twee gerechtelijke procedures opge-
start tegen BGL BNP Paribas ingevolge die maatregelen.
7.b Bedrijfscombinaties en andere veranderingen in de consolidatiekring
Gerealiseerde activiteiten in 2021
Axepta BNPP Benelux SA/NV
Axepta BNP Paribas Benelux NV/SA, een volle dochtermaatschappij
van BNP Paribas Fortis, en Worldline hebben een overeenkomst
ondertekend waarbij Axepta BNP Paribas Benelux een deel van
de Belgische instore activiteiten van Ingenico en Luxemburgse
activiteiten van Worldline heeft overgenomen. De overeenkomst
heeft meer bepaald betrekking op Worldline/Ingenico’s activiteiten
i.v.m. de verwerking van kaartbetalingen (merchant acquiring) en
op betaalterminals in Belgiƫ en Luxemburg
In een snel veranderende sector van betalingsdiensten, beant-
woordt de overname van deze activiteiten aan de doelstelling van
Axepta BNP Paribas Benelux om haar aanwezigheid in merchant
acquiring in BelgiĆ« en Luxemburg – twee van haar thuismarkten
– te vergroten en om de sector te vernieuwen door innovatieve,
performante en competitieve diensten aan te bieden aan publieke
en private bedrijven, handelaars en zelfstandige beroepen.
Deze transactie vond plaats in Q4 2021 na goedkeuring door de
Europese Commissie en de Nationale Bank van Belgiƫ en gene-
reerde een goodwill van EUR 31 miljoen op de balans.
149
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Transacties zonder impact op de
jaarrekeningen van 2021
Bpost bank SA/NV
Bpost bank is een retailbank die bancaire producten (dagelijks
bankieren, sparen & beleggen, lenen) en verzekeringsproducten
(van AG Insurance) verkoopt aan haar voornamelijk Belgisch
klantenbestand van bijna 1 miljoen klanten. Bpost bank is een
50/50 joint-venture tussen BNP Paribas Fortis en Bpost.
Op 3 januari 2022 kocht BNP Paribas Fortis het resterende belang
van 50% in bpost bank, wat haar de exclusieve controle gaf en
leidde tot een volledige consolidatie van deze entiteit vanaf 2022.
Deze transactie zal BNP Paribas Fortis in staat stellen om de Retail
Banking activiteit in Belgiƫ te optimaliseren. De impact op de
geconsolideerde balans en resultatenrekening voor Q1 2022 wordt
vermeld in de Toelichting 7.l Gebeurtenissen na de verslagperiode.
Transacties gerealiseerd in 2020
Greenval Insurance DAC
Greenval Insurance DAC is een in Ierland geregistreerde
wagenparkverzekeringsmaatschappij die zich toelegt op
klanten van Arval.
Na goedkeuring van de Ierse regelgevende autoriteiten, werd
Greenval Insurance DAC in december 2020 door BNP Paribas
Ireland verkocht aan Arval Service Lease.
De transactie genereerde een negatieve impact op het eigen ver-
mogen van EUR (16) miljoen en een impact van EUR 314 miljoen
op de totale balans (EUR 235 miljoen in activa ā€œFinanciĆ«le investe-
ringen van verzekeringsactiviteitenā€ en EUR 125 miljoen in passiva
ā€œTechnische reserves en overige verzekeringsverplichtingen ā€).
Arval Fuhrparkmanagement GmbH
Arval Fuhrparkmanagement GmbH, voorheen ā€œUniCredit Leasing
Fuhrparkmanagementā€, was de dochteronderneming voor wagen-
parkleasing en -beheer van UniCredit Bank Austria met een vloot
van 6.000 voertuigen.
Arval Austria heeft in juli de overeenkomst getekend met
UniCredit om 100% van de aandelen van UniCredit Leasing
Fuhrparkmanagement GmbH te kopen, waardoor Arval Austria
zijn positie op de markt verder kan versterken.
De transactie genereerde een goodwill van EUR 5,2 miljoen in
Arval Austria. De impact op de balans bedraagt EUR 112 miljoen.
Allfunds UK Ltd
BNPP Asset Management Holding, geconsolideerd via vermo-
gensmutatiemethode, verwierf 6,3% van de nieuwe entiteit
Allfunds UK Ltd, een Europese marktleider op het gebied van
fondsdistributieplatformen.
De transactie had een impact op de totale balans van
EUR 54,9 miljoen.
Wijzigingen aan de consolidatiekring
Axepta BNPP Benelux
Axepta BNPP Benelux biedt kaartbetaling oplossingen aan
(verwerking van krediet- en debetkaart betaaltransacties) aan
handelaars in Belgiƫ.
In januari 2019 heeft BNP Paribas Fortis BNP Paribas Fortis
Merchant Payment Services NV / SA opgericht (omgedoopt tot
ā€œAxepta BNPP Beneluxā€). Sinds Q3 2020 Axepta BNPP Benelux
wordt volledig geconsolideerd.
De volledige consolidatie heeft geen materiƫle resultaatimpact in
2020. De impactbalans bedraagt EUR 12 miljoen.
150
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
7.c Minderheidsbelangen
In miljoenen euro’s
Kapitaal en
reserves
Wijzigingen in activa
en verplichtingen
opgenomen in het
eigen vermogen die
niet kunnen worden
geherclassificeerd
als nettoresultaat
Wijzigingen in activa
en verplichtingen
opgenomen in het
eigen vermogen
die kunnen worden
geherclassificeerd
als nettoresultaat
Minder-
heidsbe-
langen
Kapitaal en reserves per 1 januari 2020 5.712 65 (607) 5.170
Overige wijzigingen (28) - - (28)
Dividenden (84) - - (84)
Wijzigingen in activa en verplichtingen opgenomen in het
eigen vermogen
- (20) (137) (157)
Nettoresultaat van het boekjaar 2020 424 - - 424
Kapitaal en reserves per 31 december 2020 6.024 45 (744) 5.325
Overige wijzigingen 23 23
Dividenden (291) (291)
Wijzigingen in activa en verplichtingen opgenomen in het
eigen vermogen
7 (227) (220)
Nettoresultaat van het boekjaar 2021 468 468
Kapitaal en reserves per 31 december 2021 6.224 52 (971) 5.305
Belangrijkste minderheidsbelangen
De inschatting van de significante aard van de minderheids-
belangen is gebaseerd op de analyse van het gewicht van de
dochterondernemingen in de balans (vóór eliminatie van de
onderlinge verrichtingen) en het resultaat van BNP Paribas Fortis.
31 december 2021 Boekjaar 2021
In miljoenen euro’s
Balanstotaal voor
intragroeps-
eliminatie
Nettobaten van het bankbedrijf
Netto-
resultaat
Nettoresultaat inclusief waarde-
schommelingen van activa en
verplichtingen opgenomen in
het eigen vermogen
Deelneming (%)
Nettoresultaat toekomend aan
minderheidsbelangen
Nettoresultaat inclusief waarde-
schommelingen van activa en
verplichtingen opgenomen
in het eigen vermogen – deel
minderheidsbelangen
Dividenden uitbetaald aan
minderheidsaandeelhouders
Bijdrage van de entiteiten die behoren tot
de BGL BNP Paribas Groep
62.032 1.606 559 513 50% 369 346 284
Andere minderheidsbelangen 99 (99) 7
Totaal 468 247 291
151
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
31 december 2020 Boekjaar 2020
In miljoenen euro’s
Balanstotaal voor
intragroeps-
eliminatie
Nettobaten van het bankbedrijf
Netto-
resultaat
Nettoresultaat inclusief waarde-
schommelingen van activa en
verplichtingen opgenomen in het
eigen vermogen
Deelneming (%)
Nettoresultaat toekomend aan
minderheidsbelangen
Nettoresultaat inclusief waarde-
schommelingen van activa en
verplichtingen opgenomen
in het eigen vermogen – deel
minderheidsbelangen
Dividenden uitbetaald aan
minderheidsaandeelhouders
Bijdrage van de entiteiten die behoren tot
de BGL BNP Paribas Groep
56.516 1.588 544 505 50% 349 303 79
Andere minderheidsbelangen 75 (36) 5
Totaal 424 267 84
Interne herstructureringen die leidden tot een wijziging in de
minderheidsbelangen in het eigen vermogen van dochterondernemingen
Er vonden geen significante interne herstructureringen plaats in 2021 en 2020.
Verplichtingen tot terugkoop van minderheidsbelangen
In verband met de acquisitie van bepaalde entitei-
ten heeft BNP Paribas Fortis putopties toegekend aan
minderheidsaandeelhouders.
De totale waarde van deze verplichtingen, geboekt als een ver-
mindering van het eigen vermogen, bedraagt EUR 103 miljoen
per 31 december 2021, vergeleken met een bedrag van
EUR 189 miljoen per 31 december 2020.
7.d Significante beperkingen in dochterondernemingen, geassocieerde
ondernemingen en joints ventures
Significante beperkingen met betrekking tot de mogelijkheid om liquide middelen
naar BNP Paribas Fortis te transfereren
De mogelijkheid van entiteiten om dividenden uit te betalen of
leningen en voorschotten terug te betalen hangt onder meer af
van lokale regelgeving inzake kapitalisatie, statutaire reserves
en financiƫle. In 2021 was geen enkele entiteit van BNP Paribas
Fortis onderworpen aan significante beperkingen, andere dan
regelgevende vereisten.
Significante beperkingen met betrekking tot de mogelijkheid van BNP Paribas
Fortis om activa te gebruiken uit geconsolideerde gestructureerde entiteiten
Toegang tot de activa van geconsolideerde gestructureerde enti-
teiten waarin externe investeerders (andere dan entiteiten van de
BNP Paribas Groep) hebben geĆÆnvesteerd, is beperkt voor zover
de activa van deze entiteiten voorbehouden zijn aan de houders
van rechten van deelneming of effecten. Op 31 december 2021
en 2020 waren de betrokken activa.
152
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Significante beperkingen met betrekking tot de mogelijkheid van
BNP Paribas Fortis om activa te gebruiken die als onderpand of via een
terugkoopovereenkomst gebruikt worden
De financiƫle instrumenten die door BNP Paribas Fortis als onder-
pand werden gegeven of in een terugkoopovereenkomst gebruikt
worden staan vermeld in toelichting 4.p en 5.d.
Significante beperkingen met betrekking tot liquiditeitsreserves
Significante beperkingen met betrekking tot liquiditeitsreserves
komen overeen met de deposito’s die verplicht worden aange-
houden bij de centrale banken, deze worden weergegeven in
het hoofdstuk ā€˜Risicobeheer en solvabiliteit - Liquiditeits- en
herfinancieringsrisico’.
7.e Gestructureerde entiteiten
BNP Paribas Fortis gaat ervan uit dat ze sponsor is van een
gestructureerde entiteit van zodra ze betrokken is geweest bij
de oprichting.
BNP Paribas Fortis is voornamelijk betrokken in verrichtingen met
gesponsorde gestructureerde entiteiten via de activiteiten van
effectisering van financiƫle activa ofwel als initiator of sponsor,
activiteiten van fondsenbeheer en van gespecialiseerde financie-
ringen van activa.
Daarnaast is BNP Paribas Fortis eveneens betrokken bij gestruc-
tureerde entiteiten die ze niet gesponsord heeft, namelijk onder
de vorm van beleggingen in fondsen of effectiseringsvehikels.
De zeggenschapscriteria voor gestructureerde entiteiten staan
vermeld in toelichting 1.c.2 ā€˜Consolidatiemethodes’.
Geconsolideerde gestructureerde entiteiten
De voornaamste categorie van geconsolideerde gestructureerde
entiteiten is :
Effectisering voor eigen rekening : de effectiseringsposities voor
eigen rekening afgesloten en aangehouden door BNP Paribas Fortis.
Niet-geconsolideerde gestructureerde entiteiten
BNP Paribas Fortis is betrokken bij niet-geconsolideerde gestructureerde entiteiten in het kader van haar activiteiten, om aan de
behoeften van haar klanten te voldoen.
Informatie betreffende belangen in gesponsorde gestructureerde entiteiten
De belangrijkste niet-geconsolideerde gesponsorde gestructu-
reerde entiteiten zijn :
Effectisering : BNP Paribas Fortis structureert effectiseringsvehi-
kels om aan haar klanten financieringsmogelijkheden van hun
activa aan te bieden, hetzij rechtstreeks, hetzij via geconsolideerde
ABCP conduits. Elk vehikel financiert de aankoop van activa van
de klanten (schuldvorderingen, obligaties, …) door voorname-
lijk obligaties uit te geven die gekoppeld zijn aan die activa en
waarvan de terugbetaling afhangt van de opbrengst van de activa.
Fondsen : BNP Paribas Fortis structureert en beheert fondsen
om beleggingsopportuniteiten aan te bieden aan haar klanten.
Specifieke of openbare fondsen worden voorgesteld aan instituti-
onele of individuele klanten en worden verspreid en commercieel
opgevolgd door BNP Paribas Fortis. De entiteiten van BNP Paribas
Fortis die zulke fondsen beheren kunnen beheers- en prestatie-
commissies ontvangen. Daarnaast kan BNP Paribas Fortis zelf
delen van het fonds aanhouden.
153
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Financiering van activa : BNP Paribas Fortis financiert gestruc-
tureerde entiteiten die activa verwerven (schepen, export
finance ; …) om te worden verhuurd. De huur die de gestructu-
reerde entiteit ontvangt dient als terugbetaling van de financiering
die gewaarborgd is door het actief aangehouden door de gestruc
-
tureerde entiteit.
Overige : BNP Paribas Fortis kan eveneens, voor rekening van
haar cliƫnteel, entiteiten structureren om te beleggen in activa
of schulden te herstructureren.
Een belang in een niet-geconsolideerde gestructureerde entiteit
is al dan niet een contractuele overeenkomst die BNP Paribas
Fortis blootstelt aan variabele opbrengsten verbonden aan het
rendement van de entiteit.
De activa en verplichtingen van BNP Paribas Fortis die verband
houden met belangen in gesponsorde gestructureerde entiteiten
worden hierna vermeld :
Belangen op de balans van BNP Paribas Fortis
In miljoenen euro’s
31 december 2021
Effectisering Fondsen
Financiering
van activa Overige Totaal
ACTIVA
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
- - - - -
Financiƫle afdekkingsderivaten - - - - -
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in het eigen vermogen
- - - - -
Financiƫle activa tegen geamortiseerde kostprijs - - - 9 9
Overige activa - 93 - - 93
TOTAAL ACTIVA - 93 - 9 102
VERPLICHTINGEN
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
14 - - - 14
Financiƫle afdekkingsderivaten - - - - -
Financiƫle verplichtingen tegen geamortiseerde
kostprijs
631 3 - 22 656
Overige verplichtingen 5 - - - 5
TOTAAL VERPLICHTINGEN 650 3 - 22 675
Gefinancierde risico's - 93 - 9 102
Niet-gefinancierde risico's - - - 39 39
Kredietverbintenissen - - - 39 39
Garantieverbintenissen en derivaten - - - - -
MAXIMALE BLOOTSTELLING AAN VERLIEZEN - 93 - 48 141
GROOTTE VAN DE GESTRUCTUREERDE ENTITEITEN
(1)
267 152 462 881
154
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Belangen op de balans van BNP Paribas Fortis
In miljoenen euro’s
31 december 2020
Effectisering Fondsen
Financiering
van activa Overige Totaal
ACTIVA
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
- - - - -
Financiƫle afdekkingsderivaten 5 - - - 5
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in het eigen vermogen
- - - - -
Financiƫle activa tegen geamortiseerde kostprijs - - 124 9 133
Overige activa - 50 - - 50
TOTAAL ACTIVA 5 50 124 9 188
VERPLICHTINGEN
Financiƫle instrumenten tegen reƫle waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening
- - - 19 19
Financiƫle afdekkingsderivaten - - - - -
Financiƫle verplichtingen tegen geamortiseerde
kostprijs
267 10 - 525 802
Overige verplichtingen - - - - -
TOTAAL VERPLICHTINGEN 267 10 - 544 821
Gefinancierde risico's 5 50 124 9 188
Niet-gefinancierde risico's - - 109 55 164
Kredietverbintenissen - - - 55 55
Garantieverbintenissen en derivaten - - 109 - 109
MAXIMALE BLOOTSTELLING AAN VERLIEZEN 5 50 233 64 352
GROOTTE VAN DE GESTRUCTUREERDE ENTITEITEN
(1)
272 79 235 465 1.051
(1)
De grootte van de gesponsorde gestructureerde entiteiten is gelijk aan de totale activa van de gestructureerde entiteit voor effectiseringsvehikels, de
intrinsieke waarde voor de fondsen (met uitzondering van het beheer van mandaten) en de totale activa van de gestructureerde entiteit of het bedrag van de
BNP Paribas Fortis verbintenis voor activa financiering en andere structuren
De maximale blootstelling aan de verliezen van de door
BNP Paribas Fortis gesponsorde gestructureerde entiteiten stemt
overeen met het nominale bedrag van het thesaurieverlies. Het
bevat de boekwaarde van het actief, exclusief de waardeschomme-
lingen in de boekwaarde van financiƫle activa tegen reƫle waarde
waarvan de waardeveranderingen opgenomen worden in het
eigen vermogen, evenals het nominale bedrag van de verstrekte
kredietverbintenissen en waarborgen en het notioneel bedrag van
de verkochte CDS’en (credit default swaps).
Informatie betreffende belangen in niet-
gesponsorde gestructureerde entiteiten
De voornaamste belangen aangehouden door BNP Paribas Fortis
waarbij de Bank enkel belegger is in niet-gesponsorde gestruc-
tureerde entiteiten worden hierna beschreven :
ī‚„
participaties in fondsen die niet beheerd worden door
BNP Paribas Fortis : in het kader van haar handelsactiviteit
belegt BNP Paribas Fortis in gestructureerde entiteiten
zonder enige betrokkenheid in het beheer of de structurering
(beleggingen in gemeenschappelijke beleggingsfondsen,
beleggingsfondsen in effecten of alternatieve fondsen),
voornamelijk als economische dekking van gestructureerde
producten verkocht aan cliƫnten. BNP Paribas Fortis neemt
eveneens minderheidsbelangen om ondernemingen te bege-
leiden in het kader van haar kapitaalinvesteringsactivteit. In
december 2021 de Bank heeft geen investeringen gedaan en
in december 2020 waren ze zeer beperkt.
ī‚„
beleggingen in effectiseringsvehikels : de beleggingen in effec-
tiseringsvehikels bedroegen EUR 0,6 miljard op 31 december
2021 (EUR 0,8 miljard op 31 december 2020). Bovendien heeft
BNP Paribas Fortis ook posities op SPV’s dewelke gesponsord
werden door BNP Paribas Groep maar niet door BNP Paribas
Fortis, deze beleggingen waren immaterieel op 31 december
2021 en op 31 december 2020).
155
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
7.f Bezoldigingen en voordelen aan de bedrijfsleiders van BNPī€žParibas Fortis
1
Met uitzondering van de Voorzitter die het recht krijgt op het gebruik van een bedrijfswagen en een mobiele telefoon.
Aan het bezoldigingsbeleid voor de Raad van Bestuur en het
DirectiecomitƩ werden in de loop van 2021 geen belangrijke
aanpassingen gedaan.
Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur
Bezoldigingsbeleid voor de leden van de Raad van Bestuur
De leden van de Raad van Bestuur ontvangen een bezoldiging
van de Raad van Bestuur gebaseerd op onderstaande principes,
zoals goedgekeurd door de Gewone Algemene Vergadering van
Aandeelhouders van 22 april 2021. Tijdens deze vergadering werd
het principe om de vergoeding van de Raad van Bestuur te behou-
den op in totaal maximum EUR 1,1 miljoen per jaar bevestigd.
Sinds 1 januari 2018 worden de mandaten aangehouden door
personeelsleden van de Groep BNP Paribas in filialen van de
Groep BNP Paribas (in Frankrijk of in het buitenland), zonder
vergoeding uitgeoefend.
Dit heeft geen gevolgen voor de niet-uitvoerende onafhankelijke
bestuurders van BNP Paribas Fortis NV. De niet-uitvoerende
bestuurders, in dienst bij BNP Paribas SA, krijgen geen vergoeding
voor het mandaat dat zij bij BNP Paribas Fortis NV aanhouden.
De uitvoerende bestuurders van BNP Paribas Fortis NV hebben
evenmin recht op een vergoeding voor de mandaten die zij binnen
de BNP Paribas Groep aanhouden, behalve natuurlijk voor wat
hun uitvoerend mandaat bij BNP Paribas Fortis NV zelf betreft.
Voor de mandaten uitgeoefend bij BGL BNP Paribas SA bestaat
eveneens een uitzondering.
Jaarlijks vast salaris Voorzitter Raad van Bestuur EUR 50.000 (bruto)
Jaarlijks vast salaris Leden Raad van Bestuur EUR 25.000 (bruto)
Zitpenning Voorzitter vergaderingen Raad van Bestuur EUR 4.000 (bruto)
Zitpenning Leden Raad van Bestuur EUR 2.000 (bruto)
Zitpenning Voorzitter ComitƩs van de Raad van Bestuur EUR 4.400 (bruto)
Zitpenning Leden ComitƩs van de Raad van Bestuur EUR 2.200 (bruto)
De niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur ontvangen
geen variabele betaling, pensioenplan of verzekeringen, noch
enig ander voordeel
1
.
156
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Bezoldiging van het jaar
Onderstaande tabel laat de brutobezoldiging van de Raad zien
die in 2021 werd betaald aan de leden van de Raad van Bestuur.
In euro’s
Vaste
bezoldiging Zitpenningen* Totaal 2021
Herman DAEMS Voorzitter 50.000 124.600 174.600
Michael ANSEEUW Uitvoerend bestuurder 25.000 26.000 51.000
Didier BEAUVOIS Uitvoerend bestuurder 25.000 26.000 51.000
Dirk BOOGMANS Niet-uitvoerend, onafhankelijk bestuurder 25.000 105.200 130.200
Antoinette d'ASPREMONT LYNDEN Niet-uitvoerend, onafhankelijk bestuurder 25.000 100.800 125.800
Daniel de CLERCK Uitvoerend bestuurder 25.000 24.000 49.000
Sophie DUTORDOIR Niet-uitvoerend, onafhankelijk bestuurder 25.000 107.600 132.600
Maxime JADOT Uitvoerend bestuurder 25.000 26.000 51.000
Piet VAN AKEN Uitvoerend bestuurder 25.000 24.000 49.000
Titia VAN WAEYENBERGE Niet-uitvoerend, onafhankelijk bestuurder 25.000 76.600 101.600
StƩphane VERMEIRE Uitvoerend bestuurder 25.000 26.000 51.000
300.000 666.800 966.800
(*)
Deze kolom omvat het bedrag inclusief zitpenningen voor alle sub-comitƩs van de Raad van Bestuur
Bezoldiging van de leden van het DirectiecomitƩ
Bezoldigingsbeleid voor de leden van het DirectiecomitƩ
De leden van het DirectiecomitƩ zijn zelfstandig en ontvangen een
bezoldiging van de Raad van Bestuur op basis van dezelfde princi-
pes als niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur. Daarnaast
worden zij vergoed voor hun functies in het DirectiecomitƩ via de
volgende componenten : (i) een vaste maandelijkse bezoldiging,
(ii) een variabele jaarlijkse bezoldiging op basis van het behalen
van duidelijke prestatiecriteria en risicobeheer gekoppeld aan
collectieve en individuele prestatiecriteria (zoals hierna vermeld),
(iii) een bedrijfsverzekeringsplan (pensioenplan, hospitalisatie-
verzekering, levensverzekering en invaliditeitsuitkeringen), (iv)
voordelen in natura (het gebruik van een bedrijfswagen, gsm,
tablet en internet) en (5) de mogelijkheid om betalingen in
incentive-aandelen op lange termijn te krijgen. De voorwaarden
zoals opgelegd door de Europese richtlijn betreffende Capital
Requirements IV (ā€˜CRD IV’) en de Belgische bankenwet maken dat
hun bezoldiging onderworpen is aan strikte voorwaarden.
De bezoldigingsstructuur en de niveaus van het bezoldigings-
beleid worden vastgelegd door de Raad van Bestuur op advies
van het RemuneratiecomitƩ, met verwijzing naar de gepaste
gebruikelijke vergoedingspraktijken van het DirectiecomitƩ en
de benchmarking op de markt, en met de ondersteuning van
gespecialiseerde consultancykantoren. Het beleid met betrekking
tot de bezoldigingen volgde hetzelfde proces en dezelfde prin-
cipes als vorig jaar. Hieraan worden in de komende jaren geen
veranderingen verwacht.
Prestatiecriteria die worden gebruikt om variabele bezoldiging te bepalen
Het volledige proces hieronder wordt geauditeerd door het
departement Inspection GƩnƩrale, de interne auditeur van
BNP Paribas Fortis NV.
Individuele prestaties
Een zelfbeoordeling wordt voorbereid door elk lid van het
DirectiecomitƩ. Die beoordeling wordt nadien voorgelegd aan de
Chief Executive Officer, die in nauw overleg met de Voorzitter van
de Raad van Bestuur beslist over de score. Een globale beoordeling
gebeurt tevens door de Risk & Compliance departementen.
De individuele prestaties beogen het behalen van zowel persoon-
lijke als management doelstellingen, zoals bepaald door de Raad
van Bestuur.
157
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Teamprestaties gebaseerd op Bancaire Key
Performance Indicators (KPI’s)
De collectieve prestaties zijn gebaseerd op Key Performance
Indicators (KPI’s) gecreĆ«erd om aan te tonen dat het DirectiecomitĆ©
optreedt als ƩƩn Team. Elk jaar stelt BNP Paribas Fortis een
strategisch plan op, waaruit indicatoren worden afgeleid die
het DirectiecomitƩ in staat stellen de collectieve prestaties van
BNP Paribas Fortis te meten en evalueren. De prestatiecriteria die
voor elke business worden gemeten zijn : financiƫle resultaten,
kostenbeheer, risicobeheer/compliance, ontwikkeling op lange
termijn en maatschappelijk verantwoord ondernemen, people
management. Op jaarbasis ontvangt het DirectiecomitƩ een score
voor haar globale collectieve prestaties.
De evaluatieperiode tijdens dewelke de prestaties worden gemeten
loopt van januari tot december van elk jaar. De methodes die
worden gebruikt om de prestaties te evalueren ten opzichte van de
doelstellingen zijn zowel kwalitatief (klantentevredenheid, degelijk
risicobeheer, resultaten van de globale werknemersenquĆŖte, Team
Motivation Barometer, people management, enz.) als kwantitatief
(netto-bedrijfsresultaat, bruto-inkomen, evolutie van de cost of
Risk toename van marktaandeel, enz.).
Toekomstige prestaties toegepast op het uitgesteld
deel van de variabele bezoldiging
Het variabel deel van de bezoldiging is onderworpen aan uit-
stellingsprincipes, waarbij het uitgesteld deel afhankelijk is van
zowel de toekomstige prestaties van BNP Paribas Fortis als van
een degelijk risicobeheer.
Bezoldiging van het jaar
Onderstaande tabel laat de bruto bezoldiging zien die werd
uitbetaald of betaalbaar is aan de leden van het DirectiecomitƩ
voor het jaar 2021, met inbegrip van voordelen in natura en
bestuurdersvergoedingen.
In euro’s
2021 2020
Chief Executive
Officer
Andere leden van
het DirectiecomitƩ
Chief Executive
Officer
Andere leden van
het DirectiecomitƩ
Bezoldiging
Vast 998.513 2.169.500 993.513 2.097.000
Contant deel van variabel 261.800 532.880 140.480 471.616
Uitgesteld deel van variabel 252.700 365.120 157.520 233.184
Meerjarige variabele vergoeding
(1)
140.000 335.700 53.200 152.880
Bestuurdersvergoeding
(2)
111.016 328.516 113.016 333.516
Voordelen van alle aard
(3)
3.565 23.978 3.816 26.496
Pensioen, levensverzekering en wezenpensioen
(4)
298.184 276.787 292.350 268.015
Totaal 2.065.778 4.032.481 1.753.895 3.582.707
(1) Teneinde volledig in overeenstemming te zijn met de EU Richtlijn CRD IV die van toepassing is op kredietinstellingen, is de aangeduide meerjarige variabele
vergoeding het bedrag dat gerelateerd is aan de prestaties van het boekjaar en niet het bedrag toegewezen tijdens het boekjaar waarover gerapporteerd
wordt. Vanaf 2016, teneinde volledig compliant te zijn met de richtlijnen van de Europese Banken Autoriteiten (ā€˜EBA’) van 21 december 2016, wordt de
meerjarige variabele vergoeding openbaar gemaakt rekening houdende met de reƫle waarde op het moment dat de vergoeding werd toegekend
(2) Ten einde volledig in overeenstemming te zijn met artikel 3 :6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, werden de zitpenningen, ontvangen
in de controlled perimeter toegevoegd
(3) De leden van het DirectiecomitƩ hebben elk een bedrijfswagen en een mobiele telefoon
(4) Voor pensioenplannen met vaste bijdragen en voor pensioenplannen met vaste toezegging : som van bijdragen van BNP Paribas Fortis
Informatie over de meerjarige variabele vergoeding
Contingent Sustainable and International Scheme (ā€˜CSIS’)
2016, 2017, 2018, 2019, 2020 en 2021
ā€˜CSIS’ werd ontworpen om Material Risk Takers, aangeduid als
sleutelfiguur binnen de BNP Paribas Groep, te belonen voor hun
prestaties, in lijn met de Europese regelgeving, voor zover dat
deze prestaties overeenkomen met de lange termijn belangen
van BNP Paribas Groep. Het CSIS heeft als doel het op ƩƩn lijn
brengen van de beloning en het voorzichtig risicobeheer. Zoals
opgelegd door CRD IV, voorziet het CSIS plan dat de toekenning
volledig geannuleerd kan worden zodat de kredietkwaliteit van
de BNP Paribas Groep gegarandeerd blijft.
Bijgevolg zullen de betalingen, zoals voorzien onder CSIS, gean-
nuleerd worden als de CET1-ratio van de BNP Paribas Groep, op
enig moment tijdens de looptijd van het plan, daalt onder 7%
of indien BNP Paribas Groep het onderwerp uitmaakt van een
procedure tot ontbinding.
158
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Bijkomend, en teneinde de groeiambitie van de BNP Paribas
Groep te weerspiegelen rekening houdende met de ecologische,
economische en sociale verantwoordelijkheden, heeft de BNP
Paribas Groep beslist dat :
ī‚„ de toekenning van :
ī‚ƒ
85% van de CSIS afhankelijk word gemaakt van de ope-
rationele resultaten van de Groep BNP Paribas (ā€˜Group
Performance Indicator – GPI’) ;
ī‚ƒ
15% van de CSIS afhankelijk wordt gemaakt van de
resultaten van Corporate Social Responsability ā€˜CSR’ doel-
stellingen, waarbij de BNP Paribas Groep het essentieel
acht dat op alle niveaus aanzienlijk gewerkt wordt aan de
promotie van de sociale, economische en milieubewuste
verantwoordelijkheid ; en
ī‚„
alle betalingen in het plan te onderwerpen aan de voorwaarde
dat de inkomsten voor belastingen van BNP Paribas Groep
positief zijn.
De toekenning van CSIS gebeurt onder de vorm van een cash
bedrag uitgedrukt in de lokale munteenheid (ā€˜de nominale waarde
van het instrument’) met recht op een interest (ā€˜interestwaarde’).
Voor het plan 2016 startte de toekenningsperiode op 1 januari
2017 en eindigt op 1 januari 2022. De retentieperiode bedraagt 6
maanden tussen 1 januari 2022 en 30 juni 2022. De begunstigde
heeft het recht om op de betalingsdatum een interestwaarde te
ontvangen, berekend op de periode van 1 januari 2022 tot 30 juni
2022. De jaarlijkse interestvoet bedraagt 2,19%.
Voor het plan 2017 startte de toekenningsperiode op 1 januari
2018 en eindigt op 1 januari 2023. De retentieperiode bedraagt 6
maanden tussen 1 januari 2023 en 30 juni 2023. De begunstigde
heeft het recht om op de betalingsdatum een interestwaarde te
ontvangen, berekend op de periode van 1 januari 2023 tot 30 juni
2023. De jaarlijkse interestvoet bedraagt 1,25%.
Voor het plan 2018 startte de toekenningsperiode op 1 januari
2019 en eindigt op 1 januari 2024. De retentieperiode bedraagt 6
maanden tussen 1 januari 2024 en 30 juni 2024. De begunstigde
heeft het recht om op de betalingsdatum een interestwaarde te
ontvangen, berekend op de periode van 1 januari 2024 tot 30 juni
2024. De jaarlijkse interestvoet bedraagt 2,09% ;
Voor het plan 2019 startte de toekenningsperiode op 1 januari
2020 en eindigt op 1 januari 2025. De retentieperiode bedraagt 6
maanden tussen 1 januari 2025 en 30 juni 2025. De begunstigde
heeft het recht om op de betalingsdatum een interestwaarde te
ontvangen, berekend op de periode van 1 januari 2025 tot 30 juni
2025. De jaarlijkse interestvoet bedraagt 1,1% ;
Voor het plan 2020 startte de toekenningsperiode op 1 januari
2021 en eindigt op 1 januari 2026. De retentieperiode bedraagt 6
maanden tussen 1 januari 2026 en 30 juni 2026. De begunstigde
heeft het recht om op de betalingsdatum een interestwaarde te
ontvangen, berekend op de periode van 1 januari 2026 tot 30 juni
2026. De jaarlijkse interestvoet bedraagt 0,8% ;
Voor het plan 2021 start de toekenningsperiode op 1 januari
2022 en eindigt op 1 januari 2027. De retentieperiode bedraagt 6
maanden tussen 1 januari 2027 en 30 juni 2027. De begunstigde
heeft het recht om op de betalingsdatum een interestwaarde te
ontvangen, berekend op de periode van 1 januari 2027 tot 30 juni
2027. De jaarlijkse interestvoet bedraagt 1,28%.
Growth Technology Sustainability scheme (GTS)
The Growth, Technology, Sustainability (Ā« GTS Ā») scheme is
bedoeld om geselecteerde sleutelfiguren van de groep te enga-
geren in het strategisch plan 2025 van BNP Paribas. Dit plan
wordt uitzonderlijk toegekend in 2022 en is bedoeld om de
begunstigden te behouden en te motiveren door hun belangen
af te stemmen op de doelstellingen van de groep in termen van
gemiddelde jaarlijkse operationele prestaties tijdens de duur van
het strategisch plan GTS 2025.
De Award zal worden uitbetaald op 30 juni 2026, afhankelijk van
de naleving van persoonlijke voorwaarden en van de volgende
prestatievoorwaarden :
ī‚„ De betaling zal gekoppeld zijn aan de gemiddelde jaarlijkse
evolutie van de Gross operating income (GOI), exclusief SRF
(bijdrage aan het Single Resolution Fund) van de BNP Paribas
Groep over de looptijd van het strategisch plan, d.w.z. tussen
2021 en 2025, met toepassing van een grid van 0% tot 100%
van het toegekende bedrag.
ī‚„
De Award zal niet worden uitbetaald, en alle rechten erop
zullen vervallen, indien Pre-Tax Income van BNP Paribas
Groep voor het boekjaar 2025 negatief is.
Informatie over verbrekingsvergoeding
Tijdens het jaar 2021 werden er geen verbrekingsvergoedingen
betaald aan de leden van het DirectiecomitƩ.
Relaties met managers op sleutelposities
Op 31 december 2021, bedroeg het totaal aan openstaande lenin-
gen en garanties, toegekend aan leden van de Raad van Bestuur
en hun naaste familieleden, EUR 4,2 miljoen. Deze leningen en
garanties vertegenwoordigen normale transacties, uitgevoerd aan
normale markt -en/of klantenvoorwaarden.
159
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
7.g Andere verbonden partijen
Overige verbonden partijen van BNP Paribas Fortis omvatten :
ī‚„
BNP Paribas en alle dochtermaatschappijen die controle
uitoefenen over BNP Paribas Fortis ;
ī‚„
geconsolideerde vennootschappen van BNP Paribas Fortis
(inclusief entiteiten die geconsolideerd worden op basis van
de vermogensmutatiemethode) ;
ī‚„
en entiteiten die pensioenplannen beheren die aangeboden
worden aan de werknemers van BNP Paribas Fortis.
Alle verrichtingen tussen BNP Paribas Fortis en de verbonden
partijen worden marktconform uitgevoerd.
Relaties tussen geconsolideerde vennootschappen
Een lijst van geconsolideerde vennootschappen wordt verstrekt
in toelichting 7.j ā€˜Consolidatiekring’. Verrichtingen en uitstaande
saldi tussen volledig geconsolideerde entiteiten van BNP Paribas
Fortis worden geƫlimineerd.
De volgende tabellen tonen de uitgevoerde transacties met de
volgens vermogensmutatiemethode geconsolideerde entiteiten
en entiteiten van de BNP Paribas Groep.
Uitstaande saldi van verrichtingen met verbonden partijen
In miljoenen euro’s
31 december 2021 31 december 2020
Entiteiten van
BNP Paribas
Groep Joint ventures
Geassocieerde
deelnemingen
(1)
Entiteiten van
BNP Paribas
Groep Joint ventures
Geassocieerde
deelnemingen
(1)
ACTIVA
Zichtrekeningen 2.366 - 44 1.593 - 33
Leningen 3.544 112 190 4.714 93 230
Effecten 100 - 97 72 - 97
Overige activa 210 - 121 303 - 111
Totaal activa 6.220 112 452 6.682 93 471
VERPLICHTINGEN
Zichtrekeningen 605 122 368 511 99 461
Andere deposito's 24.854 20 1.039 21.622 30 1.408
Schuldbewijzen 308 - 18 501 - 25
Totaal verplichtingen 25.767 142 1.425 22.634 129 1.894
KREDIETS- EN
GARANTIEVERBINTENISSEN
Verstrekte kredietverbintenissen 22 23 70 523 43 63
Verstrekte
garantieverbintenissen
5.877 1.468 87 5.920 2.106 82
Totaal krediets- en
garantieverbintenissen 5.899 1.491 157 6.443 2.149 145
(
1
) Inclusief gecontroleerde maar niet materiƫle ondernemingen die worden geconsolideerd via de vermogensmutatiemethode
BNP Paribas Fortis voert ook handelsverrichtingen zoals derivaten (swaps, opties en forwards,…) en financiĆ«le instrumenten (aandelen,
obligaties,…) uit met verbonden partijen.
160
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Elementen uit de resultatenrekening met verbonden partijen
In miljoenen euro’s
Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
Entiteiten van
BNP Paribas
Groep Joint ventures
Geassocieerde
deelnemingen
(1)
Entiteiten van
BNP Paribas
Groep Joint ventures
Geassocieerde
deelnemingen
(1)
Rentebaten 315 7 5 321 6 6
Rentelasten (612) (3) (3) (657) (4) (6)
Commissiebaten 140 3 604 117 3 552
Commissielasten (101) - (14) (93) - (11)
Verleende diensten
(2)
74 - 37 78 - 37
Verkregen diensten
(2)
(184) - (67) (24) - (62)
Lease-opbrengsten 41 - 11 42 - 12
Totaal (330) 7 573 (396) 5 528
(1) Inclusief gecontroleerde maar niet materiƫle ondernemingen die worden geconsolideerd via de vermogensmutatiemethode.
(2) De vergelijkbare cijfers van vorig jaar zijn aangepast en bevatten nu elementen uit de resultatenrekening gelinkt aan ondersteunende diensten.
De entiteiten van BNP Paribas Fortis beheren bepaalde voordelen na
uitdiensttreding die aangeboden worden aan de werknemers
BNP Paribas Fortis financiert een aantal pensioensregelingen die
beheerd worden door AG Insurance, waarin BNP Paribas Fortis
een deelneming bezit van 25%.
161
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
7.h Financiƫle instrumenten per looptijd
De onderstaande tabel geeft een uitsplitsing van de balans per
contractuele looptijd voor contracten met een enkele vervaldag,
en volgens kasstromen voor activa met verschillende aflossings-
data. De bron van de gegevens in deze tabel is identiek aan die
voor het opstellen van de normatieve liquiditeitsrapporten (zoals
de ā€˜Liquidity Coverage Ratio’ of de ā€˜Net Stable Funding Ratio’).
Financiƫle verplichtingen worden voornamelijk geclassificeerd
onder de rubriek ā€˜op zicht’ gezien het belang van zichtdeposito’s
en spaardeposito’s, terwijl financiĆ«le activa meestal worden
vermeld onder de rubriek ā€˜meer dan een jaar’ als gevolg van de
lange looptijden van termijn- en hypothecaire leningen.
De looptijden van de ā€˜handelsportefeuille’ transacties die
gerapporteerd worden onder financiƫle activa en verplichtingen
gewaardeerd tegen reƫle waarde met verwerking van waarde-
veranderingen in de resultatenrekening worden beschouwd als
ā€˜onbepaald’ voor zover deze instrumenten bestemd zijn om te
worden verkocht of afgelost vóór hun contractuele vervaldata.
De looptijden van afdekkingsderivaten en de herwaarderingsre-
serve voor portefeuilles, afgedekt tegen renterisico worden ook
als ā€˜onbepaald’ beschouwd.
In miljoenen euro’s
op 31 december 2021
Onbepaald
ā€˜Overnight’
en
onmiddellijk
opvraagbaar
Kleiner dan
1 maand
(excl.
ā€˜overnight’)
1 tot 3
maanden
3 maanden
tot 1 jaar
1 tot 5 jaar
Meer dan
5 jaar
Totaal
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale
banken
- 61.263 - - - - - 61.263
Financiƫle instrumenten tegen reƫle
waarde met waardeveranderingen in de
resultatenrekening
7.610 1 3.162 425 1.807 618 11 13.634
Financiƫle afdekkingsderivaten 1.982 - - - - - - 1.982
Herwaarderingsreserve voor portefeuilles,
afgedekt tegen renterisico
1.812 - - - - - - 1.812
Financiƫle activa tegen reƫle waarde
met waardeveranderingen in het eigen
vermogen
310 - 192 341 668 2.815 3.535 7.861
Financiƫle activa tegen geamortiseerde
kostprijs
- 7.126 8.082 13.450 27.741 80.755 73.702 210.856
Financiƫle activa per looptijd 11.714 68.390 11.436 14.216 30.216 84.188 77.248 297.408
Deposito's van centrale banken - 426 - - - - - 426
Financiƫle instrumenten tegen reƫle
waarde met waardeveranderingen in de
resultatenrekening
4.526 - 11.824 489 2.451 1.458 1.625 22.373
Financiƫle afdekkingsderivaten 3.215 - - - - - - 3.215
Herwaarderingsreserve voor portefeuilles,
afgedekt tegen renterisico
472 - - - - - - 472
Financiƫle verplichtingen tegen
geamortiseerde kostprijs
- 183.894 9.992 14.866 11.107 39.093 2.302 261.254
Financiƫle verplichtingen per looptijd* 8.213 184.320 21.816 15.355 13.558 40.551 3.927 287.740
*De tabel bevat geen informatie met betrekking tot Arval, waarvoor de externe financiering EUR 9,6 miljard bedraagt, waarvan het grootste deel binnen 1 tot 5
jaar op vervaldag komt, en de resterende financiering binnen minder dan 1 jaar.
162
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
In miljoenen euro’s
op 31 december 2020
Onbepaald
ā€˜Overnight’
en
onmiddellijk
opvraagbaar
Kleiner dan
1 maand
(excl.
ā€˜overnight’)
1 tot 3
maanden
3 maanden
tot 1 jaar
1 tot 5 jaar
Meer dan
5 jaar
Totaal
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale
banken
- 50.074 - - - - - 50.074
Financiƫle instrumenten tegen reƫle
waarde met waardeveranderingen in de
resultatenrekening
12.266 - 2.519 369 1.956 702 20 17.832
Financiƫle afdekkingsderivaten** 3.178 - - - - - - 3.178
Herwaarderingsreserve voor portefeuilles,
afgedekt tegen renterisico
2.712 - - - - - - 2.712
Financiƫle activa tegen reƫle waarde
met waardeveranderingen in het eigen
vermogen
313 - 82 178 1.282 4.128 3.790 9.773
Financiƫle activa tegen geamortiseerde
kostprijs
- 4.996 13.267 12.327 27.909 80.429 71.728 210.656
Financiƫle activa per looptijd 18.469 55.070 15.868 12.874 31.147 85.259 75.538 294.225
Deposito's van centrale banken - 71 - - - - - 71
Financiƫle instrumenten tegen reƫle
waarde met waardeveranderingen in de
resultatenrekening
8.802 - 12.139 520 1.265 2.261 1.000 25.987
Financiƫle afdekkingsderivaten** 5.257 - - - - - - 5.257
Herwaarderingsreserve voor portefeuilles,
afgedekt tegen renterisico
1.449 - - - - - - 1.449
Financiƫle verplichtingen tegen
geamortiseerde kostprijs
- 175.669 12.138 13.024 14.479 40.617 3.218 259.145
Financiƫle verplichtingen per looptijd 15.508 175.740 24.277 13.544 15.744 42.878 4.218 291.909
** ā€˜Derivaten gebruikt voor afdekkingsdoeleinden’ moeten voor de vergelijkende periode van 31 december 2020 worden aangepast door de activa en passiva
met respectievelijk EUR (799) miljoen te verminderen. In december 2020 werd er geen saldering van de reƫle waarde van het vaste en het vlottende been op
portefeuille-afdekkingsderivaten met de tegenpartij LCH toegepast (dit in tegenstelling tot 31 december 2021). Het effect van de retroactieve toepassing van
deze saldering in de ā€œDerivaten gebruikt voor afdekkingsdoeleindenā€ voor de vergelijkende periode leidt ook tot de aanpassing van de rubrieken ā€˜Totaal activa’,
ā€˜Totaal passiva’ en ā€˜Totaal passiva en eigen vermogen’ met een bedrag van EUR (799) miljoen.
7.i Reƫle waarde van financiƫle instrumenten tegen geamortiseerde kostprijs
De informatie verstrekt in deze toelichting dient met de grootste voorzichtigheid te worden geĆÆnterpreteerd om volgende redenen :
 deze reële waarden zijn een schatting van de waarde van de
relevante instrumenten op 31 december 2021. Zij kunnen van
dag tot dag schommelen als gevolg van wijzigingen in diverse
parameters, zoals rentevoeten en de kredietwaardigheid van
de tegenpartij. Meer bepaald kunnen zij in belangrijke mate
verschillen van de werkelijk ontvangen of betaalde bedragen
op de vervaldag van het instrument. In de meeste gevallen
is het niet de bedoeling de reƫle waarde onmiddellijk te
realiseren en in de praktijk is dit mogelijk ook niet het geval.
Als gevolg daarvan vertegenwoordigt de reƫle waarde niet
de werkelijke waarde van het instrument voor BNP Paribas
Fortis in het perspectief van de continuĆÆteit van de activiteit ;
ī‚„
de meeste van deze reƫle waarden zijn niet zinvol en worden
daarom niet in aanmerking genomen bij het beheer van de
commerciƫle bancaire activiteiten waarbij deze instrumenten
gebruikt worden ;
ī‚„
de schatting van de reƫle waarde voor financiƫle instrumenten
gewaardeerd tegen historische kostprijs vereist veelal het
gebruik van modelleringstechnieken, hypotheses en veron-
derstellingen die van bank tot bank kunnen verschillen. Dit
betekent dat vergelijkingen van reƫle waarden van finan-
ciƫle instrumenten gewaardeerd aan historische kostprijs
gepubliceerd door verschillende banken niet betekenisvol
kunnen zijn ;
163
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
 de reële waarden die in de tabel hieronder worden getoond
bevatten niet de reƫle waarden van financiƫle leaseovereen-
komsten, niet-financiƫle instrumenten zoals materiƫle vaste
activa, goodwill en overige immateriƫle activa zoals de waarde
toegekend aan portefeuilles met onmiddellijk opvraagbare
deposito’s of klantenrelaties. Bijgevolg dienen deze reĆ«le
waarden niet beschouwd te worden als de actuele bijdrage
van de betrokken instrumenten tot de globale waardering
van BNP Paribas Fortis.
31 december 2021
In miljoenen euro’s
Geschatte reƫle waarde
BoekwaardeNiveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Total
FINANCIELE ACTIVA
Leningen aan en vorderingen op kredietinstellingen en
klanten
(1)
- 14.961 169.931 184.892 181.541
Schuldbewijzen tegen geamortiseerde kostprijs (toelichting
4.e)
10.733 866 175 11.774 11.712
FINANCIƋLE VERPLICHTINGEN
Deposito's van kredietinstellingen en klanten - 255.854 - 255.854 255.647
Schuldbewijzen (toelichting 4.h) - 12.746 - 12.746 12.878
Achtergestelde schulden (toelichting 4.h) - 2.298 - 2.298 2.296
31 december 2020
In miljoenen euro’s
Geschatte reƫle waarde
BoekwaardeNiveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Total
FINANCIELE ACTIVA
Leningen aan en vorderingen op kredietinstellingen en
klanten
(1)
- 14.357 169.360 183.717 178.675
Schuldbewijzen tegen geamortiseerde kostprijs (toelichting
4.e)
11.640 1.864 146 13.650 13.383
FINANCIƋLE VERPLICHTINGEN
Deposito's van kredietinstellingen en klanten - 244.845 - 244.845 244.590
Schuldbewijzen (toelichting 4.h) - 11.394 - 11.394 11.815
Achtergestelde schulden (toelichting 4.h) - 2.740 - 2.740 2.740
(1) Financiƫle leasing uitgesloten
BNP Paribas Fortis zorgt ervoor dat met de gebruikte waar-
deringstechnieken en veronderstellingen de reƫle waarde van
financiƫle activa en verplichtingen gewaardeerd tegen geamor-
tiseerde kostprijs op een consistente manier wordt gemeten
binnen de Bank. Reƫle waarde is gebaseerd op in een actieve
markt genoteerde prijzen voor zover deze beschikbaar zijn. In
alle andere gevallen wordt de reƫle waarde bepaald op basis
van waarderingstechnieken zoals het verdisconteren van toe-
komstige geschatte kasstromen voor leningen, verplichtingen
en schuldbewijzen tegen geamortiseerde kostprijs of op basis
van specifieke waarderingsmodellen voor overige financiƫle
instrumenten zoals beschreven in toelichting 1 ’Samenvatting
van de belangrijkste grondslagen voor financiƫle verslaggeving
toegepast door BNP Paribas Fortis’. De beschrijving van de niveaus
in de reƫle-waardehiƫrarchie is ook opgenomen in de grondsla-
gen voor financiƫle verslaggeving (toelichting 1.f.9). Ingeval van
leningen, verplichtingen en schuldbewijzen tegen geamortiseerde
kostprijs met een initiƫle looptijd van minder dan ƩƩn jaar (met
inbegrip van onmiddellijk opeisbare deposito’s) of voor de meeste
gereglementeerde spaarproducten, komt de reƫle waarde overeen
met de boekwaarde. Deze instrumenten worden geclassificeerd in
Niveau 2 met uitzondering van leningen aan klanten die in Niveau
3 geclassificeerd zijn.
164
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Nieuw in de consolidatiekring (E)
E1 Overschrijding drempels
E2 Toevoeging
E3 Aankoop, verwerving van controle of
verwerving van invloed van betekenis
Uit de consolidatiekring (S)
S1 Stopzetting van de activiteit (waaronder
ontbinding, liquidatie)
S2 Verwijdering, verlies van controle of
verlies van invloed van betekenis
S3 Entiteiten uit de consolidatiekring omdat < drempels
S4 Fusie, algemene overdracht van activa en passiva
Wijziging in stem- of eigendomsrechten (V)
V1 Bijkomende acquisitie
V2 Gedeeltelijke verkoop
V3 Verwatering
V4 Stijging in %
Diversen
D1 Wijziging in consolidatiemethode
niet gerelateerd aan schommelingen
in de stem- of eigendomsrechten
Prudentiƫle consolidatiekring
1 Entiteiten onder gemeenschappelijke controle die proportioneel
geconsolideerd worden om prudentiƫle redenen.
2 Entiteiten geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode
in het prudentieel toepassingsgebied
VC Volledige consolidatie
VM Vermogensmutatiemethode
FV Geassocieerde deelneming gewaardeerd aan reƫle waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening
7.j Consolidatiekring
31 december 2021 31 december 2020
Benaming Land Methode
Stem-
rechten
(%)
Eigen-
doms-
belang
(%)
Ref. Methode
Stem-
rechten
(%)
Eigen-
doms-
belang
(%)
Ref.
Consoliderende onderneming
BNP Paribas Fortis Belgiƫ
Belgiƫ
AG Insurance Belgiƫ VM 25,0% 25,0% VM 25,0% 25,0%
Alpha CrƩdit SA Belgiƫ VC 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Belgium NV SA Belgiƫ VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Axepta BNPP Benelux Belgiƫ VC 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9% E1
Bancontact Payconiq Company Belgiƫ VM 22,5% 22,5% VM 22,5% 22,5%
Banking Funding Company SA Belgiƫ VM 33,5% 33,5% VM 33,5% 33,5%
Batopin Belgiƫ VM 25,0% 25,0% E1
Belgian Mobile ID Belgiƫ VM 12,2% 12,2% V3 VM 15,0% 15,0%
BNP Paribas 3 Step IT (Belgium Branch) Belgiƫ VC 100,0% 12,8% VC 100,0% 12,8%
BNP Paribas Fortis Factor NV SA Belgiƫ VC 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
BNP Paribas Fortis Private Equity Belgium NV Belgiƫ VC 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
BNP Paribas Fortis Private Equity Expansion Belgiƫ VC 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
BNP Paribas Fortis Private Equity Management
Belgiƫ VC 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
BNP Paribas Lease Group Belgium Belgiƫ VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
BNPP Fortis Film Finance Belgiƫ VC 99,9% 99,9% V4 VC 99,0% 99,0%
bpost bank Belgiƫ VM 1 50,0% 50,0% VM 1 50,0% 50,0%
CNH Industrial Capital Europe Belgium Branch
Belgiƫ VC 100,0% 12,5% VC 100,0% 12,5%
Credissimo Belgiƫ VC 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Credissimo Hainaut SA Belgiƫ VC 99,7% 99,7% VC 99,7% 99,7%
CrƩdit pour Habitations Sociales Belgiƫ VC 81,7% 81,7% VC 81,7% 81,7%
Eos Aremas Belgium S.A./N.V. Belgiƫ VM 49,9% 49,9% VM 49,9% 49,9%
Es-Finance Belgiƫ VC 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Fortis Lease Belgium Belgiƫ VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
FScholen Belgiƫ VM 1 50,0% 50,0% VM 1 50,0% 50,0%
Immobilière Sauvenière S.A. België VC 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Private Equity Investeringen (a) BE/FR/LU FV FV
Isabel SA NV Belgiƫ VM 25,3% 25,3% VM 25,3% 25,3%
Locadif Belgiƫ VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Microstart Belgiƫ VC 42,3% 76,8% V3 VC 70,3% 76,8%
Sowo Invest SA NV Belgiƫ VC 87,5% 87,5% VC 87,5% 87,5%
165
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Nieuw in de consolidatiekring (E)
E1 Overschrijding drempels
E2 Toevoeging
E3 Aankoop, verwerving van controle of
verwerving van invloed van betekenis
Uit de consolidatiekring (S)
S1 Stopzetting van de activiteit (waaronder
ontbinding, liquidatie)
S2 Verwijdering, verlies van controle of
verlies van invloed van betekenis
S3 Entiteiten uit de consolidatiekring omdat < drempels
S4 Fusie, algemene overdracht van activa en passiva
Wijziging in stem- of eigendomsrechten (V)
V1 Bijkomende acquisitie
V2 Gedeeltelijke verkoop
V3 Verwatering
V4 Stijging in %
Diversen
D1 Wijziging in consolidatiemethode
niet gerelateerd aan schommelingen
in de stem- of eigendomsrechten
Prudentiƫle consolidatiekring
1 Entiteiten onder gemeenschappelijke controle die proportioneel
geconsolideerd worden om prudentiƫle redenen.
2 Entiteiten geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode
in het prudentieel toepassingsgebied
VC Volledige consolidatie
VM Vermogensmutatiemethode
FV Geassocieerde deelneming gewaardeerd aan reƫle waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening
31 december 2021 31 december 2020
Benaming Land Methode
Stem-
rechten
(%)
Eigen-
doms-
belang
(%)
Ref. Methode
Stem-
rechten
(%)
Eigen-
doms-
belang
(%)
Ref.
Belgiƫ - Special Purpose Entities
Bass Master Issuer NV Belgiƫ VC VC
EsmƩe Master Issuer Belgiƫ VC VC
FL Zeebrugge Belgiƫ VC VC
Belgiƫ - Gestructureerde entiteiten
Epimede Belgiƫ VM VM
Luxemburg
Arval Luxembourg SA Luxemburg VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
BGL BNP Paribas Luxemburg VC 50,0% 50,0% VC 50,0% 50,0%
BNP Paribas Fortis Funding S.A. Luxemburg VC 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
BNP Paribas Lease Group Luxembourg S.A. Luxemburg VC 100,0% 50,0% VC 100,0% 50,0%
BNP Paribas Leasing Solutions Luxemburg VC 50,0% 25,0% VC 50,0% 25,0%
Cardif Lux Vie Luxemburg VM 33,3% 16,7% VM 33,3% 16,7%
Cofhylux S.A. Luxemburg VC 100,0% 50,0% VC 100,0% 50,0%
Luxhub SA Luxemburg VM 28,0% 14,0% VM 28,0% 14,0%
Visalux Luxemburg VM 25,3% 12,6% V3 VM 25,3% 12,7%
Rest van de wereld
Aprolis Finance Frankrijk VC 51,0% 12,8% VC 51,0% 12,8%
Artegy Frankrijk VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
Artel Frankrijk VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval AB Zweden VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval AS Denemarken VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval AS Norway Noorwegen VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Austria GmbH Oostenrijk VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Benelux BV Nederland VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Brasil LTDA Braziliƫ VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval BV Nederland VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval CZ SRO
Tsjechische
Republiek
VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
166
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Nieuw in de consolidatiekring (E)
E1 Overschrijding drempels
E2 Toevoeging
E3 Aankoop, verwerving van controle of
verwerving van invloed van betekenis
Uit de consolidatiekring (S)
S1 Stopzetting van de activiteit (waaronder
ontbinding, liquidatie)
S2 Verwijdering, verlies van controle of
verlies van invloed van betekenis
S3 Entiteiten uit de consolidatiekring omdat < drempels
S4 Fusie, algemene overdracht van activa en passiva
Wijziging in stem- of eigendomsrechten (V)
V1 Bijkomende acquisitie
V2 Gedeeltelijke verkoop
V3 Verwatering
V4 Stijging in %
Diversen
D1 Wijziging in consolidatiemethode
niet gerelateerd aan schommelingen
in de stem- of eigendomsrechten
Prudentiƫle consolidatiekring
1 Entiteiten onder gemeenschappelijke controle die proportioneel
geconsolideerd worden om prudentiƫle redenen.
2 Entiteiten geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode
in het prudentieel toepassingsgebied
VC Volledige consolidatie
VM Vermogensmutatiemethode
FV Geassocieerde deelneming gewaardeerd aan reƫle waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening
31 december 2021 31 december 2020
Benaming Land Methode
Stem-
rechten
(%)
Eigen-
doms-
belang
(%)
Ref. Methode
Stem-
rechten
(%)
Eigen-
doms-
belang
(%)
Ref.
Arval Deutschland GmbH Duitsland VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Fleet Services Frankrijk VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Fuhrparkmanagement GmbH Oostenrijk S4 VC 100,0% 99,9% E3
Arval Hellas Car Rental SA Griekenland VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval India Private Ltd Indiƫ S3 VC 100,0% 99,9%
Arval LLC Rusland VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Magyarorszag KFT Hongarije VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Maroc SA Marokko VC 2 66,7% 66,7% VC 66,7% 66,7%
Arval Oy Finland VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Relsa SPA Chili VM 50,0% 50,0% VM 1 50,0% 50,0%
Arval Schweiz AG Zwitserland VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Service Lease Frankrijk VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Service Lease Aluger Operational
Automoveis SA
Portugal VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Service Lease Italia SPA Italiƫ VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Service Lease Polska SP ZOO Polen VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Service Lease Romania SRL Roemeniƫ VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Service Lease SA Spanje VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Slovakia SRO Slowakije VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval Trading Frankrijk VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval UK Group Ltd
Verenigd Koninkrijk
VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval UK Leasing Services Ltd
Verenigd Koninkrijk
VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Arval UK Ltd
Verenigd Koninkrijk
VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Bantas Nakit AS Turkije VM 1 33,3% 16,7% VM 1 33,3% 16,7%
BGL BNP Paribas S.A. (Germany Branch) Duitsland VC 100,0% 50,0% VC 100,0% 50,0%
BNL Leasing SPA Italiƫ VM 26,2% 6,5% VM 26,2% 6,5%
BNP Paribas 3 STEP IT Frankrijk VC 51,0% 12,8% VC 51,0% 12,8%
BNP Paribas 3 Step IT (Germany Branch) Duitsland VC 100,0% 12,8% VC 100,0% 12,8%
BNP Paribas 3 Step IT (Italy Branch) Italiƫ VC 100,0% 12,8% VC 100,0% 12,8%
BNP Paribas 3 Step IT (Netherlands Branch) Nederland VC 100,0% 12,8% VC 100,0% 12,8%
BNP Paribas3 Step It (United kingdom Branch)
Verenigd Koninkrijk
VC 100,0% 12,8% VC 100,0% 12,8%
BNP Paribas Commercial Finance Limited
Verenigd Koninkrijk
VC 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
BNP Paribas Factor AS Denemarken VC 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
BNP Paribas Factor Gmbh Duitsland VC 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
BNP Paribas Finansal Kiralama A.S. Turkije VC 100,0% 26,1% VC 100,0% 26,1%
BNP Paribas Fortis (Spain branch) Spanje VC 100,0% 100,0% VC 100,0% 100,0%
BNP Paribas Fortis (U.S.A branch) Verenigde Staten VC 100,0% 100,0% VC 100,0% 100,0%
BNP Paribas Fortis Yatirimlar Holding AS Turkije VC 100,0% 100,0% VC 100,0% 100,0%
BNP Paribas Lease Group Frankrijk VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
167
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Nieuw in de consolidatiekring (E)
E1 Overschrijding drempels
E2 Toevoeging
E3 Aankoop, verwerving van controle of
verwerving van invloed van betekenis
Uit de consolidatiekring (S)
S1 Stopzetting van de activiteit (waaronder
ontbinding, liquidatie)
S2 Verwijdering, verlies van controle of
verlies van invloed van betekenis
S3 Entiteiten uit de consolidatiekring omdat < drempels
S4 Fusie, algemene overdracht van activa en passiva
Wijziging in stem- of eigendomsrechten (V)
V1 Bijkomende acquisitie
V2 Gedeeltelijke verkoop
V3 Verwatering
V4 Stijging in %
Diversen
D1 Wijziging in consolidatiemethode
niet gerelateerd aan schommelingen
in de stem- of eigendomsrechten
Prudentiƫle consolidatiekring
1 Entiteiten onder gemeenschappelijke controle die proportioneel
geconsolideerd worden om prudentiƫle redenen.
2 Entiteiten geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode
in het prudentieel toepassingsgebied
VC Volledige consolidatie
VM Vermogensmutatiemethode
FV Geassocieerde deelneming gewaardeerd aan reƫle waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening
31 december 2021 31 december 2020
Benaming Land Methode
Stem-
rechten
(%)
Eigen-
doms-
belang
(%)
Ref. Methode
Stem-
rechten
(%)
Eigen-
doms-
belang
(%)
Ref.
BNP Paribas Leasing Solutions IFN S.A. Roemeniƫ VC 99,9% 24,9% VC 99,9% 24,9%
BNP Paribas Lease Group Leasing Solutions S.P.A.
Italiƫ VM 26,2% 6,5% VM 26,2% 6,5%
BNP Paribas Lease Group Milan Branch Italiƫ VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
BNP Paribas Lease Group PLC
Verenigd Koninkrijk
VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
BNP Paribas Lease Group Rentals Limited
Verenigd Koninkrijk
S1 VC 100,0% 25,0%
BNP Paribas Lease Group (Germany Branch) Duitsland VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
BNP Paribas Lease Group Sa (Portugal Branch)
Portugal VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
BNP Paribas Lease Group Sa ( Spain Branch) Spanje VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
BNP Paribas Lease Group Sp. Z.O.O Polen VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
BNP Paribas Leasing Solutions Ltd.
Verenigd
Koninkrijk
VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
BNP Paribas Leasing Solutions N.V. Nederland VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
BNP Paribas Leasing Solutions Suisse SA Zwitserland VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
BNPP Asset Management Holding Frankrijk VM 33,3% 30,9% VM 33,3% 30,9%
BNPP Bank Polska SA Polen VM 24,1% 24,1% VM 24,1% 24,1%
BNPP Factor AB Zweden S1 VC 100,0% 99,9%
BNPP Factor NV Nederland S1 VC 100,0% 99,9%
BNPP Factoring Support Nederland VC 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
BNPP Fleet Holdings Ltd
Verenigd Koninkrijk
VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
BNPP Lease Group GmbH & Co KG Oostenrijk S4 VC 100,0% 25,0%
BNPP Leasing Solution AS Noorwegen VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
BNPP Leasing Solutions AB Zweden VC 100,0% 25,0% E1
BNPP Leasing Solutions GmbH
(Ex - All In One Vermietung GmbH)
Oostenrijk VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
BNPP Rental Solutions Ltd
Verenigd Koninkrijk
VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
BNPP Rental Solutions SPA Italiƫ VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
Claas Financial Services Frankrijk VC 51,0% 12,8% VC 51,0% 12,8%
Claas Financial Services (Germany Branch) Duitsland VC 100,0% 12,8% VC 100,0% 12,8%
Claas Financial Services (Italy Branch) Italiƫ VC 100,0% 12,8% VC 100,0% 12,8%
Claas Financial Services Ltd
Verenigd Koninkrijk
VC 51,0% 12,8% VC 51,0% 12,8%
Claas Financial Services (Poland Branch). Polen VC 100,0% 12,8% VC 100,0% 12,8%
Claas Financial Services (Spain Branch) Spanje VC 100,0% 12,8% VC 100,0% 12,8%
Cent ASL Frankrijk VC 2 100,0% 99,9% E2
CNH Industrial Capital Europe Gmbh Oostenrijk VC 100,0% 12,5% VC 100,0% 12,5%
CNH Industrial Capital Europe Frankrijk VC 50,1% 12,5% VC 50,1% 12,5%
CNH Industrial Capital Europe BV Nederland VC 100,0% 12,5% VC 100,0% 12,5%
CNH Industrial Capital Europe (Italy Branch) Italiƫ VC 100,0% 12,5% VC 100,0% 12,5%
CNH Industrial Capital Europe Ltd
Verenigd Koninkrijk
VC 100,0% 12,5% VC 100,0% 12,5%
CNH Industrial Capital Europe (Poland Branch)
Polen VC 100,0% 12,5% VC 100,0% 12,5%
168
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
Nieuw in de consolidatiekring (E)
E1 Overschrijding drempels
E2 Toevoeging
E3 Aankoop, verwerving van controle of
verwerving van invloed van betekenis
Uit de consolidatiekring (S)
S1 Stopzetting van de activiteit (waaronder
ontbinding, liquidatie)
S2 Verwijdering, verlies van controle of
verlies van invloed van betekenis
S3 Entiteiten uit de consolidatiekring omdat < drempels
S4 Fusie, algemene overdracht van activa en passiva
Wijziging in stem- of eigendomsrechten (V)
V1 Bijkomende acquisitie
V2 Gedeeltelijke verkoop
V3 Verwatering
V4 Stijging in %
Diversen
D1 Wijziging in consolidatiemethode
niet gerelateerd aan schommelingen
in de stem- of eigendomsrechten
Prudentiƫle consolidatiekring
1 Entiteiten onder gemeenschappelijke controle die proportioneel
geconsolideerd worden om prudentiƫle redenen.
2 Entiteiten geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode
in het prudentieel toepassingsgebied
VC Volledige consolidatie
VM Vermogensmutatiemethode
FV Geassocieerde deelneming gewaardeerd aan reƫle waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening
31 december 2021 31 december 2020
Benaming Land Methode
Stem-
rechten
(%)
Eigen-
doms-
belang
(%)
Ref. Methode
Stem-
rechten
(%)
Eigen-
doms-
belang
(%)
Ref.
CNH Industrial Capital Europe (Germany Branch)
Duitsland VC 100,0% 12,5% VC 100,0% 12,5%
CNH Industrial Capital Europe (Spain Branch) Spanje VC 100,0% 12,5% VC 100,0% 12,5%
Cofiparc Frankrijk VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Fortis Lease Frankrijk VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
Fortis Lease Deutschland Gmbh Duitsland VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
Fortis Lease Iberia SA Spanje VC 100,0% 41,0% VC 100,0% 41,0%
Fortis Lease Portugal Portugal VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
Fortis Lease Uk Ltd
Verenigd Koninkrijk
VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
Fortis Vastgoedlease B.V. Nederland VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
Greenval Insurance DAC Ierland VC 2 100,0% 99,9% VC 2 100,0% 99,9% E2
Heffiq Heftruck Verhuur BV Nederland VC 50,1% 12,5% VC 50,1% 12,5%
JCB Finance Frankrijk VC 100,0% 12,5% VC 100,0% 12,5%
JCB Finance Holdings Ltd
Verenigd Koninkrijk
VC 50,1% 12,5% VC 50,1% 12,5%
JCB Finance (Italy Branch) Italiƫ VC 100,0% 12,5% VC 100,0% 12,5%
JCB Finance (Germany Branch) Duitsland VC 100,0% 12,5% VC 100,0% 12,5%
Louveo Frankrijk VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
Manitou Finance Ltd.
Verenigd Koninkrijk
VC 51,0% 12,8% VC 51,0% 12,8%
MGF Frankrijk VC 51,0% 12,8% VC 51,0% 12,8%
MGF (Germany Branch) Duitsland VC 100,0% 12,8% VC 100,0% 12,8% E2
MGF (Italy Branch) Italiƫ VC 100,0% 12,8% VC 100,0% 12,8% E2
Public Location Longue DurƩe Frankrijk VC 2 100,0% 99,9% VC 100,0% 99,9%
RD Leasing IFN SA Roemeniƫ S4 VC 100,0% 25,0%
Same Deutz Fahr Finance Frankrijk VC 100,0% 25,0% VC 100,0% 25,0%
TEB Arval Arac Filo Kiralama A.S. Turkije VC 2 100,0% 74,9% VC 100,0% 74,9%
TEB ARF Teknoloji Anonim Sirketi Turkije VC 100,0% 48,7% E2
TEB Faktoring A.S. Turkije VC 100,0% 48,7% VC 100,0% 48,7%
TEB Holding A.S. Turkije VC 50,0% 49,9% VC 50,0% 49,9%
TEB Sh A Serviƫ VC 100,0% 49,9% VC 100,0% 49,9%
TEB Yatirim Menkul Degerler A.S. Turkije VC 100,0% 48,7% VC 100,0% 48,7%
Turk Ekonomi Bankasi A.S. Turkije VC 76,2% 48,7% VC 76,2% 48,7%
Rest van de wereld - Special Purpose Entities
Folea Grundstucksverwaltungs und
Vermietungs Gmbh & Co
Duitsland VC VC
Pixel 2021 Frankrijk VC E2
(a) Op 31 december 2021, 11 Private Equity investeringen versus 12 entiteiten op 31 december 2020
169
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
7.k Vergoedingen betaald aan de statutaire bedrijfsrevisoren
Vanaf boekjaar 2018 worden alle auditwerkzaamheden nu door PWC als enige revisor van de Bank uitgevoerd.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de honoraria die aan de revisoren (PwC, Deloitte, Mazars en anderen) van alle geconso-
lideerde entiteiten zijn betaald.
Exclusief belastingen,
in duizenden euro’s
Boekjaar 2021 Boekjaar 2020
PWC Andere Totaal PWC Andere Totaal
Bedrag
%
Bedrag
%
Bedrag
%
Bedrag
%
Bedrag
%
Bedrag
%
Audit
Statutaire audits 1.869 75% 5.650 93% 7.519 88% 1.650 90% 5.389 82% 7.039 84%
- BNP Paribas Fortis 1.296 52% - 0% 1.296 15% 1.166 64% - 0% 1.166 14%
- Geconsolideerde
dochterondernemingen
573 23% 5.650 93% 6.223 73% 484 26% 5.389 82% 5.873 70%
Andere diensten dan statutaire audits 628 25% 401 7% 1.029 12% 189 10% 1.148 18% 1.337 16%
- BNP Paribas Fortis 310 12% 14 0% 324 4% 153 8% 312 5% 465 6%
- Geconsolideerde
dochterondernemingen
318 13% 387 7% 705 8% 36 2% 836 13% 872 10%
TOTAAL 2.497 100% 6.051 100% 8.548 100% 1.839 100% 6.537 100% 8.376 100%
De honoraria betaald aan de verschillende netwerken van de
Commissarissen anders dan die welke de geconsolideerde en
niet-geconsolideerde jaarrekening van BNP Paribas Fortis (Deloitte
en Mazars) certificeren, zoals weergegeven in bovenstaande tabel,
bedragen 6.051.000 EUR voor het jaar 2021.
In 2021 wordt de verhoging van de honoraria van PwC voor de
audit van de financiƫle staten met EUR 219.000 verklaard door :
ī‚„
een uitzonderlijke verhoging van de honoraria voor audits
voor de rekeningen van BNPP Fortis als gevolg van extra
controlewerkzaamheden in verband met de impact van de
COVID-19-situatie op de jaarrekening van 2020 ;
ī‚„ in 2021 een wettelijke verplichting om ervoor te zorgen dat
het jaarverslag in overeenstemming is met het Europees
elektronisch standaardformaat (ESEF) ;
ī‚„
een verhoging van de honoraria voor audits voor de geconso-
lideerde entiteiten na de toekenning van een nieuw mandaat
aan de entiteit Greenval Insurance DAC in Ierland in 2021.
De verhoging met EUR 261.000 van de honoraria van Mazars en
Deloitte in verband met de certificatie van de jaarrekeningen van
de geconsolideerde entiteiten houdt voornamelijk verband met de
heronderhandeling van de globale honoraria van Arval in verband
met de controle van de geconsolideerde rekeningen in 2021.
In 2021 wordt de verhoging met EUR 439.000 van de niet-con-
trolediensten van PwC verklaard door :
ī‚„
een missie om BNP Paribas Fortis bij te staan in het TIBER
BE-project (Threat Intelligence based Ethical Red teaming) dat
door de Nationale Bank is opgelegd om weerstand te bieden
tegen cyberaanvallen ;
ī‚„ een due diligence opdracht binnen Axepta ;
ī‚„
een juridische en wettelijke compliance in verband met de
Solvency II-certificering voor Greenval Insurance DAC ;
ī‚„ een expertisebijdrage met betrekking tot de securitisatie van
assets binnen BNPP Lease Group ;
ī‚„
een cover monitoring bij de emissie van door hypotheken
gedekte waardepapieren door Turk Ekonomi Bankasi AS
In 2021 wordt de daling van EUR 747.000 van andere diensten
dan de certificatie van de financiƫle staten van de andere
Commissarissen (Deloitte en Mazars) verklaard door :
ī‚„
een specifieke missie ā€œCompliance en Anti-witwaspraktijkenā€
van Deloitte in 2020 binnen BNP Paribas Fortis ;
ī‚„ een belangrijke controle in 2020 van de geconsolideerde en
gecombineerde financiƫle staten die Mazars heeft verstrekt
bij Arval Service Lease voor de uitvoering van een EMTN-
programma (Euro Medium Term Note) ;
ī‚„ een specifieke risicobepalingsopdracht door Mazars in 2020
voor BNPP Factor AS.
Deze daling wordt beperkt gecompenseerd door een aantal
eenmalige missies die Deloitte heeft uitgevoerd bij Turk Ekonomi
Bankasi AS, Arval UK Group ltd en BGL BNPP.
170
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 2021
7.l Gebeurtenissen na de verslagperiode
Bpost bank
Op 3 januari 2022 kocht BNP Paribas Fortis het resterende belang
van 50% in bpost bank, waardoor deze entiteit exclusief wordt
gecontroleerd en volledig geconsolideerd vanaf 2022.
Deze operatie zal de Bank in staat stellen om de Retail Banking
activiteit in Belgiƫ te optimaliseren.
De geschatte impact op de balans van de Bank op de overname-
datum bedraagt ongeveer EUR 12 miljard, waarvan EUR 8 miljard
aan leningen en voorschotten aan klanten tegen geamortiseerde
kostprijs.
Deze operatie genereert een geschatte positieve impact van
EUR 0,2 miljard na belastingen, op te nemen in de winst- en
verliesrekening van 2022.
Geopolitiek risico
Sinds de afsluiting van 31 december 2021 was de wereld getuige
van een plotse en scherpe verslechtering in de geopolitieke
relaties met betrekking tot OekraĆÆne, gevolgd door een invasie
in OekraĆÆne door Rusland en economische sancties opgelegd
door overheden van over de hele wereld. De totale impact op de
financiƫle markten en op het ondernemingsklimaat is significant
negatief en de lange termijn gevolgen op de globale economie,
en meer in het bijzonder op de Europese en Belgische economie
zijn nog onzeker. BNP Paribas Fortis volgt de situatie nauwlettend
op en past de sancties tegen Rusland opgelegd door overheden
wereldwijd toe.
Het totaal aan leningen en verstrekte kredietverbintenissen aan
Russische of OekraĆÆense tegenpartijen zijn erg beperkt en verte-
genwoordigen een niet-significant deel in de totale activiteit van
BNP Paribas Fortis (minder dan 0,05% van de totale activa). Arval,
een dochteronderneming van BNP Paribas Fortis, heeft activiteiten
in Rusland die slechts 0,9% van het totale leasewagenpark van
de Arval Groep vertegenwoordigen, en die minder dan 0,05%
uitmaken van de geconsolideerde activa van BNP Paribas Fortis.
BNP Paribas Fortis evalueert de gevolgen van deze uitdijende
crisis op zijn klanten.
Aangezien het gaat om gebeurtenissen na balansdatum die geen
aanpassing vereisen, heeft dit geen gevolgen voor de jaarrekening
op 31/12/2021.
RISICOBEHEER EN RISICOBEHEER EN
KAPITAALVEREISTENKAPITAALVEREISTEN
172
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
INLEIDING
De informatie, die in dit hoofdstuk wordt gepresenteerd, weerspiegelt de risico’s waaraan BNP Paribas
Fortis is blootgesteld. Er wordt een overzicht gegeven van de risicobeheerorganisatie van BNP Paribas
Fortis, evenals een kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de risicopositie van BNP Paribas Fortis
aan het eind van 2021.
De risicomaatstaven van BNP Paribas Fortis worden gepresenteerd volgens de grondslagen van Basel
III onder de prudentiĆ«le consolidatiekring. Deze risico’s, berekend met behulp van methoden die zijn
goedgekeurd door de Belgische toezichthouder, i.e. de Nationale Bank van Belgiƫ (NBB) en door de Europese
toezichthouder, i.e. de Europese Centrale Bank (ECB), worden voor zover mogelijk gemeten en beheerd
volgens de methodologie die bij BNP Paribas wordt toegepast door Risk. Een meer gedetailleerd beeld van
het BNP Paribas Risk Fortis’ Management en de risico’s waaraan het is blootgesteld volgens de Pillar 3
vereisten wordt gegeven in de ā€˜Pillar 3 disclosure’.
Nadere informatie over de wijze waarop BNP Paribas Groep de risico’s die voortvloeien uit de bankactiviteiten
beheert en meet, zijn te vinden in het registratiedocument en in het financiƫle jaarverslag 2021 van
BNP Paribas.
173
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
1 RISICOBEHEERORGANISATIE
1.a Missie en organisatie
Risicobeheer is binnen het bankbedrijf een cruciale activiteit. Bij
BNP Paribas Groep en BNP Paribas Fortis zijn de operationele
methoden en procedures binnen de hele organisatie gericht op een
effectieve aanpak hiervan. Het toezicht op het totale proces berust
hoofdzakelijk bij de Risk afdeling die verantwoordelijk is voor
het meten en beheren van de risico’s op BNP Paribas Groep and
BNP Paribas Fortis niveau. Risk is onafhankelijk van de divisies,
Business Lines en regio’s en rapporteert rechtstreeks aan het
Uitvoerend Bestuur op Groep en BNP Paribas Fortis niveau.
De richtlijnen voor de missie en organisatie van de Risicoafdeling
van BNP Paribas Fortis zijn in overeenstemming :
ī‚„ met de missie van BNP Paribas Risk :
ī‚ƒ
het management van BNP Paribas Fortis adviseren over
risicotolerantie en -beleid ;
ī‚ƒ
een bijdrage leveren als ā€˜tweede paar ogen’, zodat door
BNP Paribas Fortis genomen risico’s passen binnen haar
beleid en verenigbaar zijn met haar doelstellingen ten
aanzien van winstgevendheid en solvabiliteit ;
ī‚ƒ
aan het management van BNP Paribas Fortis, het manage-
ment van de kernsegmenten (core businesses) en het
speciale comitƩ van de Raad van Bestuur verslag uitbrengen
en waarschuwen over de status van de risico’s waaraan de
Bank blootstaat ;
ī‚ƒ
het waarborgen van de naleving van de bankregels op
het gebied van risico, in overleg met andere betrokken
groepsfuncties.
ī‚„ en haar organisatorische uitgangspunten :
ī‚ƒ
ƩƩn geĆÆntegreerde Risk -entiteit (ā€˜Single Integrated Risk
entity’), verantwoordelijk voor risico-aspecten binnen alle
bedrijfsonderdelen ;
ī‚ƒ onafhankelijk van het management van de business lines ;
ī‚ƒ georganiseerd volgens lokale en wereldwijde rapportage-
lijnen (matrixprincipe).
De RISK afdeling van BNP Paribas Fortis is sinds november
2009 geĆÆntegreerd binnen de Risk functie van BNP Paribas. De
Chief Risk Officer (CRO) van BNP Paribas Fortis is lid van het
DirectiecomitƩ en heeft ook een rapporteringslijn naar het hoofd
van Risk Domestic Markets van BNP Paribas. De CRO heeft geen
hiƫrarchische band met de bedrijfs- of landshoofden. Het doel
van deze positionering is :
ī‚„ het verzekeren van objectieve risicocontrole ;
ī‚„
ervoor zorgen dat tijdig, objectieve en volledige informatie
wordt verstrekt in het geval van een verhoogd risico ;
ī‚„ het handhaven van ƩƩn set van hoogwaardige normen voor
risicobeheer binnen de Bank ;
ī‚„
ervoor zorgen dat risk professionals methoden en procedures
van de hoogste kwaliteit blijven ontwikkelen in lijn met de
ā€˜best practice’ van de internationale concurrentie.
De CRO geeft leiding aan de verschillende Risk functies :
ī‚„
Risk Enterprise Risk Architecture is verantwoordelijk voor de
prudentiƫle zaken, risk analytics & modelling, risk strategic ana-
lysis, reporting & provisioning, risk ALM - treasury & liquidity ;
ī‚„
Risk CIB is verantwoordelijk voor het verstrekken van volledige
transparantie en dynamische analyses over de markt- en
tegenpartijrisico’s voor alle businesses van BNP Paribas
Fortis, alsook over de kredietrisico’s op kredietinstellingen,
overheden en op ondernemingen behorende bij BNP Paribas
Fortis CIB ;
ī‚„
Risk Belgian Retail Banking is verantwoordelijk voor het beheer
van kredietrisico’s die voortkomen uit alle business lines
binnen het domein van BNP Paribas Fortis (Retail & Private
Banking Belgium, Corporate Banking excl. CIB) ;
ī‚„
Risk Function COO is verantwoordelijk voor de permanente
operationele controle (verzekeren de tweedelijnscontrole
van de Risk function en van de bedrijfscontinuĆÆteit), het Risk
Operating Office (coƶrdinatie van ondersteunende functies die
niet tot de kernactiviteiten behoren), communicatie en het
RISK Strategy Team dat de leiding heeft over het vormgeven
van de projecten in verandering in de RISK Function en van
de link met Agile Impulse ;
ī‚„ Tribe Risk & Credits is een nieuwe entiteit die vanaf juli 2020
is opgericht in de algehele Agile Impulse-context. Het is
verantwoordelijk voor producten, processen, IT-middelen en
gegevens met betrekking tot krediet- en risicobeheer ;
ī‚„ Risk IRC (Independent Review & Control) is verantwoordelijk
voor het onafhankelijk bekijken van krediet-, markt-, tegen-
partij- en verzekeringsrisico alsook operationeel risico ;
ī‚„
Risk ORM (Operational Risk Management) : coƶrdineert het
beleid in het toezicht op de operationele permanente controle
en coƶrdineert de verdere implementatie van de interne
controle doorheen de organisatie in overeenstemming met
de NBB circulaire betreffende interne controle en met de BNP
Paribas Groep procedures ;
ī‚„
Risk DPO (Data Protection Officer) is verantwoordelijk voor
het beheer van de conformiteit met de regelgevende vereisten
in het kader van de bescherming van de persoonlijke data.
174
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
Buiten Belgiƫ, en naast de bestaande nationale en internatio-
nale rapportagelijnen, rapporteren de CRO’s van de bedrijven
die onderdeel blijven van BNP Paribas Fortis aan de CRO van
BNP Paribas Fortis om te waarborgen dat interne en externe regels
afdoende worden nageleefd.
Het basisprincipe voor het totale risicobeheer van de Bank (dat alle
soorten risico betreft, met inbegrip van krediet-, markt-, tegen-
partij-, liquiditeitsrisico, operationeel risico, etc.) is de dubbele
bescherming zoals beschreven in het door het DirectiecomitƩ en
het Audit, Risk & Compliance Committee goedgekeurde risicobeleid
van BNP Paribas Fortis.
De primaire verantwoordelijkheid voor risico’s berust bij de
businesses (de eerste verdedigingslinie), die verantwoordelijk
zijn voor het goedkeuren, bewaken en beheren van de risico’s die
voortvloeien uit hun activiteiten.
Als ā€˜tweede paar ogen’ helpt de RISK functie waarborgen dat de
risico’s die de Bank aangaat in overeenstemming en verenigbaar
zijn met haar beleid. Ze vormt als zodanig de tweede verdediging-
slinie, in lijn met de hierboven beschreven missie. Hierdoor draagt
zij sterk bij aan een gezamenlijke besluitvorming met de business
en versterkt ze de nadruk op risicobewaking en -beheersing.
1.b De risicocomitĆ©s van BNPī€žParibas Fortis
ī‚„
Risk Committee (RC) : in overeenstemming met artikel 27 van
de Belgische Bankwet is BNP Paribas Fortis verplicht een
afzonderlijk riskcomitƩ op te richten om de raad van bestuur
bij te staan bij risico gerelateerde kwesties. Vóór de Belgische
Bankwet van kracht werd, was het riskcomitƩ een onderdeel
van het ARCC. Het riskcomitƩ zal de raad van bestuur op
diens verzoek bijstaan (en aanbevelingen formuleren) bij alle
risico gerelateerde kwesties. Daarnaast worden verscheidene
speciale bevoegdheden van het riskcomitƩ uiteengezet in
artikel 29 van de Belgische Bankwet en hierna opgesomd : (i)
risicotolerantie, (ii) prijsbepaling en (iii) remuneratiebeleid.
ī‚„
Central Credit Committee : het hoogste kredietcomitƩ van
BNP Paribas Fortis, dat optreedt binnen de bevoegdheden
die zijn gedelegeerd aan haar leden (CEO en hoofden van
de business lines samen met de CRO en andere senior risi-
cofunctionarissen) ; ziet er op toe dat kredietbeslissingen op
het niveau van de klant worden genomen binnen de grenzen
van het gewenste kredietrisicoprofiel, het geformuleerde
kredietbeleid en de wettelijke kredietrestricties die gelden
voor de Bank.
ī‚„
Capital Markets Risk Committee : bepaalt en formuleert de
risicostrategie, het risicobeleid, de methodes en de drempels
voor de kapitaalmarktactiviteiten, met inbegrip van beleg-
gingsportefeuilles, op activiteits- en transactieniveau en ziet
toe op de naleving hiervan.
ī‚„
Risk Policy Committee : bepaalt het risicoprofiel op porte-
feuilleniveau, keurt procedures goed, evalueert risicoposities,
conform de marktomstandigheden, de bedrijfsstrategie
en de verwachte winstgevendheid en het implementeert
risicobeslissingen.
ī‚„ Bank Asset en Liability Committee : is verantwoordelijk voor
het beheer van de liquiditeitspositie en het rente- en valu-
tarisico van de Bank.
ī‚„
Internal Control Committee (ICC) : verantwoordelijk voor
het beheer van het operationele permanent controlekader,
operationele risico’s en het non-compliancerisico. Het ICC
geeft entiteiten en controlefuncties de mogelijkheid derge-
lijke risico’s te signaleren en te debatteren over de meest
significante operationele risico’s, non-compliancerisico en
zwakheden in het permanent controlekader.
ī‚„
Provision Committee : neemt de definitieve beslissingen
over de geconsolideerde voorzieningen en bijzondere
waardeverminderingen.
ī‚„ Exceptional Transactions Committee : beoordelen uitzonder-
lijke transacties en keuren deze goed.
ī‚„
New Activity Committee : beoordelen nieuwe activiteiten en
producten, inclusief ingrijpende veranderingen in bestaande
activiteiten, en keuren deze goed.
175
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
2 RISICOMETING EN –CATEGORIEƋN
2.a Risicometing
Risicometing is een cruciale stap in het risicobeheerproces.
Voor het beoordelen en meten van risico’s gebruikt BNP Paribas
Fortis verschillende kwalitatieve en/of kwantitatieve methodes.
Deze variƫren van regelmatige rapportages over onderwerpen
zoals risicoconcentratie en kwalitatieve en kwantitatieve porte-
feuilleoverzichten tot meer complexe kwantitatieve risicomodellen
voor het bepalen van interne risicoparameters zoals de ā€˜probabi-
lity of default’ (kans dat debiteuren in gebreke blijven), ā€˜loss given
default’ (verlies bij wanbetaling), ā€˜exposure at default’ (uitstaand
kredietrisico bij wanbetaling), ā€˜expected loss’ (verwacht verlies
voor kredietrisico) en ā€˜Value at Risk’ (voor marktrisico).
Om de effectiviteit en consistentie te garanderen, wordt bij de
ontwikkeling, de toetsing en de validatie van deze modellen
uitgegaan van voor de gehele Bank geldende standaarden.
De waargenomen risicoparameters, de stresstesten en de ver-
wachtingen op basis van modellen worden vervolgens vergeleken
met een raamwerk van limieten en risicorichtlijnen.
Uiteindelijk worden al deze risicometingen en stresstesten samen-
gebracht in Risk Dashboards, die een algemeen overzicht geven voor
het topmanagement. Deze algemene overzichten dienen om welover-
wogen beslissingen te onderbouwen en worden continu verbeterd.
2.b Risicoclassificatie
De hieronder beschreven risicocategorieƫn ontwikkelen zich in lijn met de methodologische ontwikkelingen bij BNP Paribas en de
vereisten van de toezichthouders.
Krediet- en tegenpartijrisico
Het kredietrisico is het risico van een verlies op financiƫle activa
(bestaand of potentieel, uit hoofde van verstrekte verbintenissen)
als gevolg van een verandering in de kredietwaardigheid van de
debiteuren van de Bank, die er uiteindelijk toe kan leiden dat
debiteuren in gebreke blijven. De kans dat een debiteur in gebreke
blijft en het verwachte realiseerbare bedrag voor de lening of
vordering indien de debiteur in gebreke blijft, zijn belangrijke
elementen van de beoordeling van de kredietkwaliteit.
Het kredietrisico wordt gemeten op portefeuilleniveau, waarbij
rekening wordt gehouden met de correlatie tussen de waarde
van de leningen en vorderingen waaruit de portefeuille bestaat.
Het tegenpartijrisico is het kredietrisico dat in de betalingstrans-
acties tussen tegenpartijen zit vervat. Deze transacties bevatten
doorgaans bilaterale contracten zoals ā€˜over-the-counter’-deriva-
tencontracten (OTC’s) die ervoor zorgen dat de Bank potentieel
wordt blootgesteld aan het risico op wanbetaling van de betrokken
tegenpartij. De grootte van het bedrag van dat risico kan variƫren
in de tijd overeenkomstig de veranderende marktparameters die
een impact hebben op de vervangingswaarde van de betrokken
transacties of portefeuille.
Marktrisico
Het marktrisico is het risico op waardeverlies (of het interest inko-
mensverlies bij renterisico’s in gevallen waar de Bank optreedt als
intermediair) ten gevolge van nadelige veranderingen in markt-
prijzen of marktparameters, al dan niet genoteerd in de markt.
In de markt genoteerde parameters omvatten, maar zijn niet beperkt
tot, wisselkoersen, prijzen van effecten en grondstoffen (ofwel geno-
teerd ofwel verkregen door verwijzing naar een gelijksoortig actief),
prijzen van derivaten en andere parameters die er rechtstreeks van
kunnen afgeleid worden zoals rentevoeten, ā€˜credit spreads’, volatiliteit
en impliciete correlaties of andere soortgelijke parameters.
Niet-genoteerde parameters zijn parameters gebaseerd op
veronderstellingen zoals parameters gebruikt in modellen of
gebaseerd op statistische of economische analyses, niet verifi-
eerbaar in de markt.
Liquiditeit is een belangrijk onderdeel van marktrisico. In tijden
van schaarse of geen liquiditeit, kunnen instrumenten of goederen
niet verhandelbaar zijn of verhandelbaar maar niet aan hun
geschatte waarde. Dit zou kunnen voortvloeien uit bijvoorbeeld
lage transactievolumes, wettelijke beperkingen of een groot
onevenwicht tussen vraag naar en aanbod van bepaalde activa.
Het marktrisico gerelateerd aan bankactiviteiten omvat het
risico op verlies op participaties aan de ene kant en rente- en
wisselkoersrisico’s voortvloeiend uit bemiddelingen van de Bank
aan de andere kant.
176
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
Operationeel risico
Het operationele risico is het risico op verlies door inadequate of
falende interne processen, of door externe gebeurtenissen hetzij
opzettelijk, accidenteel of door de natuur. Het beheer van het
operationele risico is gebaseerd op de analyse van de ketting
ā€˜oorzaak – gebeurtenis – gevolg’.
Interne processen die aanleiding geven tot een operationeel risico
kunnen te maken hebben met werknemers en/of IT-systemen.
Enkele voorbeelden van externe gebeurtenissen zijn overstro-
mingen, brand, aardbevingen en terreuraanslagen. Krediet- of
marktgebeurtenissen zoals wanbetaling of waardeschommelingen
vallen niet binnen het domein van operationele risico’s.
Het operationele risico omvat fraude, personeelsrisico’s,
juridische risico’s, non-compliancerisico’s, fiscale risico’s,
informatiesysteemrisico’s, gedragsrisico’s (risico’s gerelateerd
aan het aanbieden van een ongepaste financiĆ«le dienst), risico’s
gelinkt aan mislukkingen in operationele processen met inbegrip
van zowel lening procedures of model risico’s als eender welke
potentiƫle financiƫle gevolgen voortvloeiend uit het beheer
reputatierisico.
Compliance- en reputatierisico
Het compliancerisico is het risico van juridische, administratieve of
disciplinaire sancties, alsook de belangrijke financiƫle verliezen die
een Bank kan lijden ten gevolge van de niet-naleving van wetten,
reglementen, gedragscodes en praktijknormen van toepassing
op bank- en financiƫle activiteiten, inclusief niet-naleving van
instructies gegeven door een uitvoerend orgaan, met name in de
toepassing van de richtlijnen uitgevaardigd door een toezicht-
houdend orgaan.
Het compliancerisico is per definitie een onderdeel van het ope-
rationele risico. Doordat het compliancerisico meer gevolgen kan
hebben dan alleen een financieel verlies en zelfs de reputatie van
de instelling kan schaden, behandelt de Bank het compliancerisico
afzonderlijk.
Het reputatierisico is het risico van aantasting van het vertrouwen
dat in een onderneming wordt gesteld door klanten, tegenpartijen,
leveranciers, medewerkers, aandeelhouders, toezichthouders
en andere belanghebbenden waarvan het vertrouwen voor
de onderneming essentieel is om de dagelijkse activiteiten te
kunnen uitoefenen.
Het reputatierisico wordt voornamelijk bepaald door alle andere
risico’s waaraan de Bank is blootgesteld.
ALM-risico (asset - liability
management)
Het ALM-risico is het risico dat zich een verlies voordoet als gevolg
van een ongelijkheid in de rentevoeten, de looptijden of de aard
van activa en verplichtingen. Het ALM-risico heeft betrekking
op niet-handelsportefeuilles en omvat voornamelijk het globale
renterisico.
Liquiditeits- en herfinancieringsrisico
Het liquiditeits- en herfinancieringsrisico is het risico dat de Bank
haar verplichtingen op een bepaalde plaats en in een specifieke
valuta niet kan nakomen tegen een aanvaardbare prijs.
Milieurisico
Milieurisico’s, en meer in het bijzonder deze die in verband staan
met klimaatsveranderingen, zijn een financieel risico voor de Bank.
Ze kunnen zowel een rechtstreekse impact hebben op haar eigen
werking als een onrechtstreekse impact via haar financierings- en
investeringsactiviteiten. Er zijn twee belangrijke categorieƫn van
risico’s verbonden aan klimaatsveranderingen : (i) overgangsrisi-
co’s, voortvloeiend uit gedragsveranderingen van economische en
financiƫle spelers als antwoord op de energie-regelgevingen of op
technologische veranderingen ; (ii) fysieke risico’s, voortvloeiend
uit de directe gevolgen van klimaatsveranderingen op mensen
en eigendommen door extreme weersomstandigheden of lange
termijn risico’s zoals het stijgend waterpeil of stijgende tempe-
raturen. Bovendien kan er een aansprakelijkheidsrisico ontstaan
uit deze twee risico categorieƫn. Meer bepaald door de schade die
rechtspersonen zouden moeten betalen indien ze verantwoordelijk
worden gesteld voor de opwarming van de aarde.
177
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
3 KAPITAALVEREISTEN
Raamwerk
Als kredietinstelling is BNP Paribas Fortis onderworpen aan het
toezicht van regelgevende autoriteiten.
De Belgische Wet van 25 april 2014 over de stand van en het
toezicht op de kredietinstellingen aligneert zich met het Europees
regelgevingskader. De richtlijnen m.b.t. de kapitaalvereisten
(ā€˜Capital Requirements Directive’, CRD IV) is het wettelijk kader
voor het toezicht op kredietinstellingen in alle lidstaten van de
Europese Unie en vormt de basis voor het ā€˜Single Supervisory
Mechanism’ (SSM) dat is samengesteld uit de Europese Centrale
Bank (ECB) en de nationale bevoegde instanties, zoals de Nationale
Bank van Belgiƫ (NBB). De regelgeving m.b.t. de kapitaalvereisten
(ā€˜Capital Requirements Regulation’, CRR) is gepubliceerd onder
referentienummer 575/2013 op 26 juni 2013 in de ā€˜Official Journal
of the European Union’ en is van kracht sinds 27 juni 2013, terwijl
de entiteiten onder haar toezicht maar pas het voorwerp van
toezicht zijn geworden op 1 januari 2014. De CRD en CRR zijn door
het Europees Parlement en de Raad gewijzigd op 20 mei 2019,
waarbij een meerderheid van de bepalingen van toepassing is
vanaf 28 juni 2021.
Op geconsolideerd en statutair niveau wordt het toezicht op
BNP Paribas Fortis uitgeoefend door de Europese Centrale Bank
(ECB) en door de Nationale Bank van Belgiƫ (NBB). Daarnaast
kunnen ook de dochtermaatschappijen van BNP Paribas Fortis
onderworpen zijn aan de regelgeving van de diverse toezichthou-
dende instellingen in de landen waar zij actief zijn.
Banken moeten van de toezichthouders beschikken over een
minimum wettelijk vereist eigen vermogen onder de 1ste Pijler
van het Basel III raamwerk.
Sinds 1 januari 2014 berekent BNP Paribas Fortis het kapitaal en
de risicogewogen activa op basis van het CRR/CRD IV-raamwerk.
De NBB (voorheen de CBFA, de voormalige Belgische toezicht-
houder) heeft BNP Paribas Fortis toestemming verleend voor de
toepassing van de geavanceerde methode voor het berekenen
van de naar risico gewogen activa onder de Basel regelgevingen :
de Geavanceerde Interne Ratingbenadering voor kredietrisico en
marktrisico en de Geavanceerde Meetmethoden voor operatio-
nele risico’s.
Bepaalde dochterondernemingen van BNP Paribas Fortis hebben
deze toestemming niet gekregen en gebruiken daarom de gestan-
daardiseerde benadering voor de berekening van hun activa die
naar risico gewogen worden.
178
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
Samenstelling van het wettelijk vereist vermogen
Het kapitaal voor regelgevingsdoeleinden wordt op geconsolideerd
niveau berekend op basis van IFRS- rapporteringsregels, waarbij
rekening wordt gehouden met de door de regelgever opgelegde
prudentiƫle filters en verminderingen, zoals beschreven in de
CRR/CRD IV omgezet in de Belgische Bankwet gepubliceerd
in april 2014.
De onderstaande tabel toont de samenstelling van het wettelijk
eigen vermogen van BNP Paribas Fortis :
In miljoenen euro’s
31 december 2021
Basel III
waarvan gefaseerde
aanpassingen *
Tier 1-kernkapitaal (CET1) : Instrumenten en reserves
Kapitaalinstrumenten en de overeenstemmende agioreserves 11.905 -
Reserves 12.327 -
Gecumuleerde niet-gerealiseerde resultaten (OCI) en andere reserves (1.417) -
Fonds voor algemene bankrisico’s - -
Minderheidsbelangen (bedragen aanvaard in geconsolideerde CET1) 1.387 -
Onafhankelijk geverifieerde tussentijdse winsten min voorzienbare lasten of dividenden - -
TIER 1-KERNKAPITAAL (CET1) VOOR PRUDENTIELE AANPASSINGEN 24.203 -
Tier 1-kernkapitaal (CET1) : prudentiƫle aanpassingen (2.499) -
TIER 1-KERNKAPITAAL1 (CET1) 21.704 -
Aanvullend Tier 1-kapitaal (AT1) : instrumenten 956 205
Aanvullend Tier 1-kapitaal 1 (AT1) : prudentiƫle aanpassingen - -
AANVULLEND TIER 1-KAPITAAL (AT1) 956 205
TIER 1-KAPITAAL (T1 = CET1 + AT1) 22.660 205
Tier 2-kapitaal (T2) : instrumenten en voorzieningen 1.314 30
Tier 2-kapitaal (T2) : prudentiƫle aanpassingen (240) -
TIER 2-KAPITAAL (T2) 1.074 30
TOTAAL KAPITAAL (TC = T1 + T2) 23.734 235
(*)
Zoals voorgeschreven door verordening (EU) N° 575/2013
179
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
In de tabel hieronder worden de kernvermogen-indicatoren (gefaseerd) weergegeven :
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Common Equity Tier 1 Kapitaal (CET1) 21.704 21.504
Tier 1 Kapitaal 22.660 22.461
Totaal Kapitaal 23.734 25.060
Naar risico gewogen verbintenissen
Kredietrisico 95.451 110.904
Effectisering 1.248 1.259
Tegenpartijrisico 1.689 2.274
Aandelenrisico 12.800 7.993
Marktrisico 1.168 1.443
Operationeel risico 8.528 11.633
TOTAAL NAAR RISICO GEWOGEN VERBINTENISSEN 120.884 135.506
CET 1 ratio 18,0% 15,9%
Tier 1 ratio 18,7% 16,6%
Totaal kapitaal ratio 19,6% 18,5%
In de tabel hieronder wordt de leverage ratio (gefaseerd) weergegeven.
Op 31 december 2020 bedroeg de leverage ratio 7,4% rekening houdend met de tijdelijke vrijstelling van deposito’s aangehouden bij
de centrale banken van het Eurosysteem. De ratio zou 6,4% bedragen als de vrijstelling niet was toegepast.
Deze vrijstelling werd niet meer toegepast op 31 december 2021.
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Balans blootstellingen (Excl. terugkoopovereenkomsten & derivaten) 320.395 266.791
Terugkoopovereenkomsten en derivaten 11.658 15.596
Terugkoopovereenkomsten en effecten(uit)leentransacties 10.417 11.015
Vervangingskost derivaten 2.367 5.004
Potentieel toekomstig risico derivaten 1.791 3.174
Marge-storting in contanten (2.917) (3.597)
Buiten balans blootstellingen
(aangepast voor conversie naar krediet equivalent. art.429 CRR)
26.580 25.371
TOTAAL BLOOTSTELLINGEN 358.633 307.758
Prudentiƫle aanpassingen (2.499) (3.035)
Tier 1 kapitaal 22.660 22.461
Leverage ratio 6,36% 7,37%
180
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
4 KREDIET- EN TEGENPARTIJKREDIETRISICO
4.a Kredietrisico
Blootstelling aan kredietrisico
De onderstaande tabel toont alle financiƫle activa van BNP Paribas Fortis, met inbegrip van vastrentende effecten, die zijn blootgesteld
aan kredietrisico. Het kredietrisico houdt geen rekening met onderpanden en andere zekerheden die BNP Paribas Fortis heeft verkregen
in het kader van haar kredietverleningsactiviteiten of de aankoop van kredietbescherming.
Uitstaand kredietrisico(*) uitgesplitst volgens Basel-activacategorie
In miljoenen euro’s
31 december 2021 31 december 2020
IRBA
Standaard-
benadering Totaal IRBA
Standaard-
benadering Totaal
Centrale overheden en centrale banken 72.477 6.752 79.229 64.878 7.796 72.674
Ondernemingen 124.630 16.400 141.030 112.753 24.073 136.826
Instellingen (**) 13.589 5.414 19.003 15.798 7.278 23.076
Retail 92.840 30.188 123.028 89.019 31.687 120.706
Effectiseringsposities 4.492 841 5.333 4.498 888 5.386
Andere activa die geen krediet-
verplichting vertegenwoordigen (***)
548 4.035 4.583 469 18.708 19.177
TOTALE BLOOTSTELLING 308.576 63.630 372.206 287.415 90.430 377.845
(*) Blootstelling aan kredietrisico is exclusief uitgestelde belastingen gewogen aan 250% en bijdragen betaald aan het wanbetalingsfonds van centrale
clearingtegenpartijen
(**) De activacategorie Instellingen omvat kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, met inbegrip van instellingen en ondernemingen die worden erkend
in andere landen. Hieronder vallen ook bepaalde posities op regionale en lokale autoriteiten, overheidsinstellingen en multilaterale ontwikkelingsbanken die
niet worden behandeld als centrale overheidsinstellingen
(***) Onder ā€˜andere activa die geen kredietverplichting vertegenwoordigen’ vallen materiĆ«le activa en overlopende en overige activa
De bovenstaande tabel heeft betrekking op de volledige pruden-
tiƫle consolidatiekring op basis van de activacategorieƫn die zijn
vastgesteld volgens artikel VI.2 van het reglement van de CBFA
van 17 oktober 2006 ten aanzien van vermogensvereisten voor
kredietinstellingen en beleggingsondernemingen.
Diversificatie van de blootstelling aan kredietrisico
Met concentratie van kredietrisico wordt bedoeld dat er sprake
is van een uitstaand bedrag bij een tegenpartij of een totaal aan
uitstaande bedragen bij positief gecorreleerde tegenpartijen
(bijvoorbeeld doordat deze over het algemeen onder gelijkaar-
dige omstandigheden in gebreke blijven) die een aanzienlijk
verlies kunnen opleveren bij een faillissement of het in gebreke
blijven van die tegenpartij of tegenpartijen. Het vermijden van
concentraties is daarom een fundamenteel onderdeel van de
kredietrisicostrategie van BNP Paribas Fortis die erop is gericht
in omvang gespreide, liquide en gediversifieerde portefeuilles
aan te houden.
Om potentiƫle verbanden tussen uitstaande bedragen op dezelfde
tegenpartij te kunnen onderkennen, past BNP Paribas Fortis het
concept van ā€˜Total Group Authorization’ toe. Dit houdt in dat
groepen van verbonden tegenpartijen voor het kredietrisicobeheer
worden beschouwd als eenzelfde business groep.
Om de diversiteit aan kredietrisico’s te beheren, is het kredietri-
sicobeleid van BNP Paribas Fortis erop gericht het kredietrisico te
spreiden over meerdere sectoren en landen. In de onderstaande
figuur wordt de sectorconcentratie binnen de portefeuille met
leningen aan klanten van BNP Paribas Fortis per 31 december
2021 weergegeven.
181
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
Uitsplitsing van het kredietrisico(*) per Basel III-activacategorie en per bedrijfstak op
31 december 2021
In miljoenen euro’s
31 december 2021 31 december 2020
Blootstelling % Blootstelling %
Landbouw, voeding en tabak 13.284 4% 13.920 4%
Financiƫle diensten 77.914 21% 75.060 20%
Chemie (zonder geneesmiddelen) 2.920 1% 2.842 1%
Bouw 10.574 3% 11.165 3%
Kleinhandelaars 5.202 1% 7.170 2%
Uitrusting zonder IT 5.108 1% 6.944 2%
Vastgoed 28.193 8% 26.261 7%
Metaal & mijnbouw 6.520 2% 5.381 1%
Groothandel & handel 11.761 3% 12.067 3%
Zakelijke diensten 38.294 10% 38.703 10%
Transport & logistiek 9.610 3% 9.290 3%
Nutsvoorzieningen (elektriciteit, gas, water,
enz.)
10.980 3% 10.622 3%
Retail 91.018 25% 98.688 27%
Overheids- & Openbare Diensten 20.512 6% 23.106 6%
Overige 34.984 10% 31.241 8%
TOTAAL 366.874 100% 372.460 100%
(*) Kredietrisico is exclusief uitgestelde belastingen gewogen aan 250%, bijdragen betaald aan het wanbetalingsfonds van centrale clearingtegenpartijen en
effectiseringsposities
182
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
Geografische verdeling van het kredietrisico(*) per 31 december 2021 per vestigingsland
van de tegenpartij
Het concentratierisico voor landen bestaat uit de som van alle risicoposities op kredietnemers in het betreffende land. In de volgende
tabel wordt de geografische concentratie binnen de portefeuille met leningen aan klanten per 31 december 2021 weergegeven.
In miljoenen euro’s
31 december 2021
Basel III
Centrale overheden
en centrale banken
Onder-
nemingen Instellingen Retail Totaal %
Europa 74.332 126.029 16.460 120.834 337.655 92%
Belgiƫ 55.241 66.928 8.548 90.557 221.274 60%
Nederland 226 5.226 1.215 2.326 8.993 2%
Luxemburg 14.528 11.382 428 9.794 36.132 10%
Frankrijk 961 9.666 4.328 5.163 20.118 5%
Overige Europese landen 3.376 32.827 1.941 12.994 51.138 14%
Noord-Amerika 152 3.542 548 94 4.336 1%
Aziƫ & Pacific 106 988 329 76 1.499 0%
Rest van de wereld 4.639 10.471 1.667 6.607 23.384 6%
TOTAAL 79.229 141.030 19.004 127.611 366.874 100%
In miljoenen euro’s
31 december 2020
Basel III
Centrale overheden
en centrale banken
Onder-
nemingen Instellingen Retail Totaal %
Europa 66.978 120.653 20.011 130.867 338.509 91%
Belgiƫ 50.280 63.366 8.439 87.595 209.680 56%
Nederland 355 7.035 1.216 2.628 11.234 3%
Luxemburg 10.597 11.708 375 9.169 31.849 9%
Frankrijk 1.396 6.362 7.436 9.223 24.417 7%
Overige Europese landen 4.350 32.182 2.545 22.252 61.329 16%
Noord-Amerika 154 3.366 536 93 4.149 1%
Aziƫ & Pacific 148 883 365 84 1.480 0%
Rest van de wereld 5.394 11.924 2.165 8.839 28.322 8%
TOTAAL 72.674 136.826 23.077 139.883 372.460 100%
(*) Kredietrisico is exclusief uitgestelde belastingen gewogen aan 250%, bijdragen betaald aan het wanbetalingsfonds van centrale clearingtegenpartijen en
effectiseringsposities
183
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
Algemeen kredietbeleid
De kredietactiviteiten van BNP Paribas Fortis vallen onder het
ā€˜Global Credit Policy’ dat van toepassing is voor alle onderdelen
van BNP Paribas Groep. Dit beleid is goedgekeurd door het Risk
Committee van de Groep BNP Paribas, dat wordt voorgezeten
door de Chief Executive Officer, en is bekrachtigd door het
DirectiecomitƩ van BNP Paribas Fortis, voorgezeten door haar
Chief Executive Officer. Dit beleid steunt op kernprincipes met
betrekking tot de naleving van de ethische standaarden van de
BNP Paribas Groep, het Compliance beleid, duidelijk omschreven
verantwoordelijkheden (Business en Risk), de aanwezigheid en
implementatie van procedures en de vereiste van een grondige
analyse van risico’s. Het beleid wordt geĆÆmplementeerd in de
vorm van specifieke regels die zijn afgestemd op type activiteit
of tegenpartij. Het raamwerk voor het beheer van kredietrisi-
co’s binnen de Bank wordt verder uitgewerkt in een specifieke,
transversale benadering die nader ingaat op de belangrijkste
grondregels voor de routering van kredieten, regels met betrekking
tot het delegeren van bevoegdheden en de rol van het Central
Credit Committee, het hoogste kredietcomitƩ binnen de Bank. Ook
wordt hiermee de grondregel dat de Risk functie onafhankelijk is
van de Business herhaald en versterkt.
De kredietactiviteiten van BNP Paribas Fortis zijn tevens onder-
worpen aan sectoriƫle regels. De Bank levert veel inspanningen
om projecten te financieren die goed scoren in de milieuzorg.
BNP Paribas Fortis past momenteel 9 sectoriĆ«le beleidsnota’s toe
die de regels bepalen voor het financieren van en het investeren
in sectoren die geconfronteerd worden met grote sociale en
milieugebonden uitdagingen.
In deze context is de toewijding en strategie van de Bank volledig
in lijn met die van de Groep BNP Paribas. Meer informatie hierover
kan gevonden worden in deel 7 van het ā€˜Universal Registration
Document’ van BNP Paribas.
Intern ratingsysteem
De Bank beschikt over een uitgebreid intern ratingsysteem voor
het vaststellen van de naar risico gewogen activa die worden
gebruikt voor het berekenen van de solvabiliteitsratio’s. Er wordt
een periodiek beoordelings- en controleproces toegepast om te
waarborgen dat het systeem effectief is en op de juiste wijze
is geĆÆmplementeerd. Voor zakelijke kredieten gaat het systeem
uit van drie parameters : de kans dat de tegenpartij in gebreke
zal blijven uitgedrukt in de vorm van een rating (Probability of
Default), het verlies bij wanbetaling (Loss Given Default), dat
afhankelijk is van de structuur van de transactie, en de krediet-
conversiefactor (CCF), die is gebaseerd op een schatting van
het gedeelte van de niet op de balans opgenomen positie die
blootstaat aan risico.
Elk van de parameters voor het kredietrisico wordt jaarlijks
getoetst door middel van backtesting en gebenchmarkt om te
controleren hoe het systeem bij elk van de bedrijfsonderdelen
van de Bank functioneert. Bij de backtests worden voor elke
parameter de geschatte en de gerealiseerde uitkomsten met
elkaar vergeleken.
Er kunnen twintig verschillende ratings worden toegekend aan
een tegenpartij. Zeventien hiervan worden gebruikt voor klanten
die niet in gebreke zijn, waarbij de kredietbeoordeling kan variƫren
van ā€˜uitstekend’ tot ā€˜zeer zorgwekkend’, en drie hiervan hebben
betrekking op klanten die worden geclassificeerd als in gebreke
zijnde, volgens de definitie van de bankenregelgever.
184
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
Uitsplitsing van de IRBA blootstelling volgens interne rating – Centrale overheden en Centrale
banken, Instellingen en Ondernemingen.
31 december 2020 31 december 2021
in mio
0
20 000
40 000
60 000
80 000
100 000
120 000
0,00 < 0,15
1 - 3
0,15 < 0,25
3 - 4
0,25 < 0,50
4 - 6
0,50 < 0,75
6 - 7
0,75 < 2,50
7 - 11
2,50 < 10
11 - 15
10 < 100
15 - 17
100,00
18 - 20
Gemiddelde PD
op jaarbasis
Interne rating
Uitsplitsing van de IRBA blootstelling volgens interne rating – retail activiteiten
31 december 2020 31 december 2021
in mio
0
5000
10 000
15 000
20 000
25 000
30 000
0,00 < 0,15
1 - 3
0,15 < 0,25
3 - 4
0,25 < 0,50
4 - 6
0,50 < 0,75
6 - 7
0,75 < 2,50
7 - 11
2,50 < 10
11 - 15
10 < 100
15 - 17
100,00
18 - 20
Gemiddelde PD
op jaarbasis
Interne rating
4.b Tegenpartijkredietrisico
Het tegenpartijrisico is de vertaling van het kredietrisico dat in de
financiƫle transacties, investeringen en/of afwikkelingen tussen
tegenpartijen vervat zit. Het betreft bilaterale contracten – i.e.
over-the-counter (OTC) – en contracten vereffend via een centrale
tegenpartij (clearinghuizen). Het risico verandert over de looptijd
van de contracten door marktparameters die de potentiƫle toe-
komstige waarde van de transacties beĆÆnvloeden.
Tegenpartijrisico is het risico dat de tegenpartij niet kan voldoen
aan zijn verplichtingen om de huidige marktwaarde van een
transactie of portefeuille te betalen aan de Bank waarvoor de
Bank de begunstigde is. Het tegenpartijrisico is gelinkt aan de
vervangingskost van een derivaat of portefeuille wanneer de
tegenpartij haar betalingsverplichtingen niet kan nakomen.
Het kan dus aanzien worden als een marktrisico in geval van
wanbetaling of een voorwaardelijk risico.
185
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
5 MARKTRISICO
Marktrisico is het risico dat zich een waardeverlies voordoet ten
gevolge nadelige bewegingen in marktprijzen of –parameters, al
dan niet rechtstreeks waarneembaar.
Waarneembare marktparameters zijn - maar niet enkel beperkt
tot - wisselkoersen, prijzen van waardepapieren en grondstoffen
(beursgenoteerd of verbonden aan een referentie-index), prijzen
van afgeleide producten en andere parameters die er van afgeleid
zijn zoals rentevoeten, kredietmarges (credit spread), volatiliteiten
en correlatierisico’s of gelijkaardige parameters.
Niet waarneembare factoren zijn gebaseerd op veronderstellingen
zoals parameters vervat in modellen of gebaseerd op statistische
of economische analyses die niet te verifiƫren zijn in de markt.
In de obligatieportefeuilles worden de kredietinstrumenten
gewaardeerd op basis van de rentevoeten en de kredietmarges,
die aanzien worden als marktparameters net zoals rentevoeten en
wisselkoersen. Het risico op een emittent van schuldpapier is ook
een onderdeel van het marktrisico, en noemt men emittentrisico.
Liquiditeit is een belangrijk onderdeel van het marktrisico. In
periodes van weinig of geen liquiditeit, kunnen instrumenten
of waardepapieren niet verhandeld worden of niet verhandeld
worden aan hun geschatte waarde. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren
als er zeer weinig handel is, legale beperkingen zijn of er een groot
onevenwicht is tussen vraag en aanbod voor bepaalde activa.
Het marktrisico voor de bankactiviteiten bestaat uit het verlies
op participaties, alsook rentevoet -en wisselkoersrisico’s voort-
komend uit bemiddelingsactiviteiten van de bank.
Marktrisico is opgesplitst in twee delen :
ī‚„
Marktrisico met betrekking tot handelsactiviteiten en
bestaande uit verhandelde instrumenten en afgeleide
producten ;
ī‚„
Markrisico met betrekking tot bankactiviteiten waaronder
rente- en wisselkoersrisico’s voortvloeiend uit de intermedi-
atie activiteiten van de bank.
5.a Kapitaalvereisten voor marktrisico’s
Kapitaalvereisten voor marktrisico
In miljoenen euro’s
Risicogewogen activa Kapitaalvereisten
31 december
2021
31 december
2020 Variatie
31 december
2021
31 december
2020 Variatie
Intern model 879 1.074 (195) 71 86 (15)
VAR 134 373 (239) 11 30 (19)
Stressed VAR 600 568 32 48 45 3
Incremental Risk Charge (IRC) 145 133 12 12 11 1
Comprehensive Risk Measure (CRM) - - - - - -
Standaardbenadering 289 369 (80) 23 30 (7)
Effectiseringsposities uit het
handelsboek
- - - - - -
MARKTRISICO 1.168 1.443 (275) 94 116 (22)
De marktrisicoberekening volgens de standaardbenadering dekt
het marktrisico van de onderdelen van de Bank die niet vallen
onder de interne model benadering. De standaardbenadering
wordt gebruikt voor de berekening van het wisselkoersrisico van
de bankactiviteiten (Zie hoofdstuk 5.c Marktrisico uit hoofde van
bankactiviteiten).
186
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
5.b Marktrisico verbonden aan handelsactiviteiten
Het marktrisico is het gevolg van handelsactiviteiten uitgevoerd
binnen Corporate and Institutional Banking en omvat verschil-
lende risicofactoren, zoals :
ī‚„ Het renterisico : het risico dat de waarde van een financieel
instrument verandert als gevolg van veranderingen in de
marktrente ;
ī‚„
Het valutarisico : het risico van een verandering in de waarde
van een instrument door veranderingen in de koersen van
vreemde valuta’s ;
ī‚„
Het aandelenrisico : komt voort uit veranderingen in de markt-
prijzen en de volatiliteit van aandelen en veranderingen in
marktprijzen van aandelenindexen ;
ī‚„
Het grondstoffenrisico : komt voort uit fluctuaties in de markt-
prijzen en de volatiliteit van grondstoffen en veranderingen
in de prijzen van grondstoffenindexen ;
ī‚„
Het ā€˜credit spread’-risico : komt voort uit veranderingen in
de kredietwaardigheid van een emittent en komt onder meer
tot uiting in een wijziging van de kosten bij het kopen van
bescherming ten aanzien van die emittent ;
ī‚„
Optionele producten : omvatten impliciete volatiliteits- en
correlatierisico’s, waarvan de parameters kunnen worden
afgeleid van waarneembare prijzen van opties die worden
verhandeld op een actieve markt.
De handelsactiviteiten van BNP Paribas Fortis en haar doch-
termaatschappijen vloeien voort uit economische relaties met
klanten of indirect uit ā€˜market making’ activiteiten.
Binnen Risk zijn drie afdelingen verantwoordelijk voor de opvol-
ging van het marktrisico :
ī‚„
Risk Global Markets (Risk GM) volgt de marktrisico’s van
Global Markets op ;
ī‚„ Risk Enterprise Risk Architecture (Risk ERA - ALMT) volgt de
activiteiten van ALM Treasury op ;
ī‚„ Risk International Retail Banking (Risk IRB) volgt de marktri-
sico’s in International Retail Banking op.
Deze missie bestaat uit het definiƫren, meten en analyseren van
risicofactoren en risicogevoeligheden, maar ook het meten en
controleren van de Value-at-Risk (VaR) als algemene indicator van
potentiƫle verliezen. Risk garandeert dat de activiteiten voldoen
aan het limietenkader goedgekeurd door de verschillende comitƩs.
Het valideert nieuwe activiteiten en grote transacties, herziet en
valideert de positiewaarderingsmodellen en voert een maandelijks
nazicht uit van de marktparameters in samenwerking met het
departement ā€˜Valuation & Risk Control’.
5.c Marktrisico uit hoofde van bankactiviteiten
Het marktrisico uit hoofde van bankactiviteiten omvat enerzijds
het risico van verlies op aandelenbelangen en anderzijds de
rente- en valutarisico’s uit hoofde van de bancaire bemiddelings-
activiteiten en investeringen.
5.c.1 Aandelenrisico
Aandelenbelangen die door de Bank worden aangehouden buiten
het tradingboek zijn effecten die een achtergestelde restvordering
verschaffen op de activa of inkomsten van de emittent of een
vergelijkbare economische grondslag hebben.
5.c.2 Valutarisico
Het valutarisico heeft betrekking op alle transacties, ongeacht of
ze deel uitmaken van het handelsboek of niet.
Met uitzondering van de valutapositie van BNP Paribas Fortis
Belgiƫ, die wordt berekend volgens het interne model van
BNP Paribas Fortis dat is goedgekeurd door de toezichthouder,
wordt de blootstelling aan valutarisico bepaald volgens de gestan-
daardiseerde methode, waarbij gebruik wordt gemaakt van de
mogelijkheid die de bankentoezichthouder biedt om hierbij alleen
het operationele valutarisico in aanmerking te nemen.
187
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
5.c.3 Renterisico
5.c.3.1 Organisatie van het renterisicobeheer
De Raad van Bestuur geeft de verantwoordelijkheid voor het beheer
van de renterisico’s in de bankactiviteiten aan de Chief Executive
Officer ; de Chief Executive Officer delegeert het beheer ervan
aan het Bank Asset and Liability Management Committee (ALCo).
De permanente leden van het Bank ALCo zijn de Chief Executive
Officer(voorzitter), de leden van het DirectiecomitƩ verantwoor-
delijk voor de kernactiviteiten, de Chief Risk Officer, de Chief
Financial Officer (plaatsvervangend voorzitter), het hoofd van ALM
Treasury, het hoofd van BNP Paribas Group ALM Treasury Domestic
Markets en het hoofd van ALM Treasury Steering ; andere ALCo
leden vertegenwoordigen ALM Treasury, Risk of Finance. Het Bank
ALCo – dat maandelijks samen komt - is verantwoordelijk voor
het bepalen van het renterisicoprofiel van de bankactiviteiten, het
definiƫren en opvolgen van indicatoren voor renterisicometing en
de toekenning van limieten.
ALM Treasury is bevoegd voor de implementatie van de beslissin-
gen inzake het beheer van de renterisico’s in de bankactiviteiten.
De Risk functie neemt deel aan het ALCo en bewaakt de imple-
mentatie door ALM Treasury, van de belangrijke beslissingen die
genomen werden door dit comitƩ. Het voert ook een tweede-
lijnscontrole uit door validatie van modellen en risico-indicatoren,
het opvolgen van de risico-indicatoren en het toezicht op de
naleving van de toegekende limieten.
Het banking book bevat alle rentedragende activa en passiva van
alle business lines van BNP Paribas Fortis (inclusief de beleggings-
en afdekkingsverrichtingen van ALM Treasury) met uitzondering
van de (toegestane) tradingactiviteiten.
Transacties die worden geĆÆnitieerd door de diverse business lines
van BNP Paribas Fortis worden systematisch overgedragen naar
ALM-Treasury via interne contracten of via financieringen en
ontleningen.
De strategie van de Bank voor het beheer van het renterisico is
voornamelijk gebaseerd op een zorgvuldige opvolging van de
gevoeligheid van de rente-inkomsten van de Bank voor verande-
ringen in de rentestand, rekening houdende met alle renterisico’s
(renteherzieningsrisico, basis risico en optionele risico’s) ; de
doelstelling is te zorgen voor de stabiliteit en regelmatigheid
van de totale netto rentemarge. Op deze manier kan BNP Paribas
Fortis bepalen hoe deze risico’s optimaal kunnen afgedekt worden.
Het renterisico wordt beperkt/afgedekt door het gebruik van een
waaier aan verschillende instrumenten ; de belangrijkste zijn
de derivaten, voornamelijk renteswaps en -opties. Renteswaps
worden gebruikt voor het aanpassen van het lineair risicoprofiel,
dat hoofdzakelijk wordt gegenereerd door de langlopende activa en
passiva aan vaste rente. Opties worden gebruikt voor de verlaging
van het niet-lineaire risico, dat voornamelijk wordt veroorzaakt door
in klantencontracten besloten opties, zoals opties tot vervroegde
aflossing in hypotheekleningen, limieten op deposito’s.
5.c.3.2 Beheer en afdekken van renterisico
De afdekkingsstrategieĆ«n voor de renterisico’s in de bankactivi-
teiten worden bepaald en geĆÆmplementeerd per munt.
De risicoafdekkingen gebeuren onder de vorm van swaps en opties
die geboekt worden als reƫle waarde of als kasstroomafdekkingen.
Ze kunnen ook voorkomen als HQLA (High Quality Liquid Asset)
effecten die geboekt worden als ā€˜Hold to Collect and Sell’.
188
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
6 SOEVEREIN SCHULDENRISICO
Soeverein schuldenrisico is het risico dat een overheid in gebreke
komt voor zijn schuld, in geval van een tijdelijke of verlengde
onderbreking van rentebetaling (intrest en/of kapitaal). De Bank
wordt dus blootgesteld aan krediet-, tegenpartij- of marktrisico
al naargelang de boekhoudcategorie van het financieel actief
uitgegeven door een overheid.
Blootstelling aan een overheidsschuld bestaat voornamelijk
uit obligaties.
De Bank beschikt over staatsobligaties die deel uitmaken van
het liquiditeitsmanagement proces. Dit proces is onder meer
gebaseerd op het houden van obligaties als onderpand voor de
herfinanciering bij centrale banken ; een aanzienlijk deel van deze
ā€˜liquiditeitsbuffer’ bestaat uit obligaties met een hoge rating die
zijn uitgegeven door overheden, supranationale entiteiten en
speciale agentschappen, met een laag risiconiveau. Een deel van
deze portefeuille bevat rentevoetkenmerken die bijdragen aan de
afdekkingsstrategieƫn van het renterisico in het bankboek.
De portefeuille van soevereine effecten van BNP Paribas Fortis
wordt in onderstaande tabel getoond. De cijfers in deze tabel
worden nu gerapporteerd onder de prudentiƫle consolidatiekring,
terwijl ze in de toelichtingen van voorgaande jaren onder de
boekhoudkundige consolidatiekring werden gerapporteerd.
Bankboek
In miljoenen euro’s 31 december 2021 31 december 2020
Eurozone
Belgiƫ 7.674 8.840
Italiƫ 831 934
Spanje 706 776
Luxemburg 281 219
Nederland 223 340
Frankrijk 143 385
Finland 66 67
Duitsland 36 -
Oostenrijk 26 184
Portugal - 56
Totaal eurozone 9.986 11.801
Andere landen in Europese Economische Ruimte (EER) .
Tsjechiƫ 48 51
Overige 1 12
Totaal andere EER 49 63
Andere landen
Turkije 1.771 2.326
Overige 35 26
Totaal andere landen 1.806 2.352
TOTAAL 11.841 14.216
189
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
7 OPERATIONEEL RISICO
Raamwerk voor risicobeheer
Toezichtskader
In lijn met het raamwerk van BNP Paribas Groep heeft BNP Paribas
Fortis ƩƩn allesomvattend raamwerk voor het beheren van het
operationele risico voor de hele Bank ingevoerd dat voldoet aan de
Basel III-criteria die zijn vastgelegd in de ā€˜Advanced Measurement
Approach’ (AMA). Dit raamwerk draagt bij tot een beter risicobe-
heer doordat hiermee het bewustzijn ten aanzien van operationele
risico’s wordt versterkt. Het waarborgt een effectieve meting en
opvolging van het operationele risicoprofiel.
Belangrijke partijen en organisatie
Er is een effectieve risicobeheerstructuur ontwikkeld op basis van
een model met drie verdedigingslinies, waarbij de businesses de
hoofdverantwoordelijkheid dragen voor het beheren en beper-
ken van operationele risico’s. Binnen BNP Paribas Fortis zijn de
belangrijkste controlefuncties die de tweede verdedigingslinie
vormen Compliance, Legal en Risk. Zij hebben tot taak erop toe
te zien dat het raamwerk voor het beheren van het operationele
risicobeheer goed is verankerd, dat de operationele risico’s die
worden vastgesteld, beoordeeld, gemeten en beheerd een juiste
afspiegeling geven van het risicoprofiel en dat wordt voldaan
aan de eigenvermogensvereisten. De Algemene Inspectie (interne
audit) vertegenwoordigt de derde verdedigingslinie en ziet toe op
de juiste implementatie van de risicostructuren en het risicobeleid.
De belangrijkste bestuursorganen op het gebied van ope-
rationeel risico en interne controle zijn de Internal Control
Committees (ICC’s).
Het Internal Control Committee (ICC) beoogt :
ī‚„ het verstrekken van een duidelijk en alomvattend geconso-
lideerd beeld aan het management met betrekking tot de
situatie van de entiteit in termen van operationeel risico en
risico van niet-naleving ;
ī‚„
waarschuwingen geven en indien nodig escaleren over zwak-
heden in het raamwerk naar het uitvoerend management ;
ī‚„
de betrokkenheid van het uitvoerend management bij deze
onderwerpen concretiseren - onder meer door het vormen
van een forum voor analyse en besluitvorming.
Het ICC brengt de belangrijkste belanghebbenden uit de drie
verdedigingslinies samen, ze bespreken en worden het eens over
de belangrijkste onderwerpen met betrekking tot de operationele
risico’s, inclusief operationele en organisatorische aspecten.
190
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
8 COMPLIANCE- EN REPUTATIERISICO
Compliance missie
De algemene missie van Compliance bestaat uit het verschaffen
van een redelijke mate van zekerheid ten aanzien van de naleving
van wet- en regelgeving bij de uitvoering van de diverse activitei-
ten van BNP Paribas Fortis en de bescherming van de reputatie
van de Bank door middel van bindende adviezen, toezicht en
onafhankelijke controles.
Compliance heeft, als tweede verdedigingslinie, de taak toezicht
uit te uitoefenen op een effectieve beheersing van het compli-
ancerisico. Dit behelst het formuleren van beleid, het geven van
advies, controle op de uitvoering, garanderen dat de Bank conform
de voorschriften en regelgeving werkt en het versterken van het
bewustzijn onder medewerkers met betrekking tot de volgende
belangrijke compliance-aspecten :
ī‚„
financiƫle veiligheid : customer due diligence, antiwitwas
-
praktijken, strijd tegen financiering van terrorisme, financiƫle
sancties/embargo’s en meldingen aan financiĆ«le onderzoeksin-
stanties, fiscale deontologie, anti-omkoop en anti-corruptie ;
ī‚„
bescherming van de belangen van de klanten : overeenstem-
ming van de organisatie van de Bank en haar processen met
de wettelijke verplichtingen van klantenbescherming inzake
investeren, lenen, verzekeringen en dagelijkse diensten
van de bank ;
ī‚„
integriteit van medewerkers : hieronder vallen gedrags-
codes, geschenkenbeleid, belangenconflicten, beleid voor
privƩtransacties ;
ī‚„
marktintegriteit : marktmisbruik, bankenwet,
belangenconflicten.
Compliance stelt het beleid vast en geeft bindende adviezen op
deze terreinen. Adviezen van compliance kunnen worden geƫsca-
leerd naar een hoger niveau, totdat een consensus wordt bereikt,
om te komen tot een adequate oplossing voor het probleem.
Organisatie van Compliance
De Compliance functie is georganiseerd als een onafhankelijke,
geĆÆntegreerde en gedecentraliseerde functie.
Compliance heeft rechtstreeks en onafhankelijk toegang tot het
Risk Committee, het AuditcomitƩ van de Raad van Bestuur en
het Remediation Monitoring Committee en is daar permanent
uitgenodigd. De Chief Compliance Officer is lid van het Uitvoerend
ComitƩ van de Bank.
Fundamentele principes
Bij het beheren van compliance risico’s wordt uitgegaan van de
volgende fundamentele principes :
ī‚„
individuele verantwoordelijkheid : iedereen is verantwoordelijk
voor compliance en niet alleen de afdeling Compliance ;
ī‚„
exhaustieve en allesomvattende benadering : de verant-
woordelijkheid van Compliance strekt zich uit tot alle
bankactiviteiten. Uit hoofde hiervan heeft Compliance onbe-
perkt toegang tot alle noodzakelijke informatie ;
ī‚„
onafhankelijkheid : de medewerkers van Compliance voeren
hun missie uit binnen een context die de onafhankelijkheid
van hun denken en handelen waarborgt ;
ī‚„
prioriteit van het groepsbeleid boven lokaal beleid, voor zover
dit is toegestaan op grond van de lokale wetgeving.
191
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
9 LIQUIDITEITSRISICO
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Bank niet in staat zal
zijn om te voldoen aan bestaande of toekomstige voorzienbare
of niet-voorzienbare liquiditeits- of dekkingsvereisten over alle
looptijden, zowel voor de korte als voor de lange termijn.
Dit risico kan voortvloeien uit een vermindering van bepaalde
bronnen van financiering, trekking van kredietlijnen, vermindering
van de liquiditeitswaarde van sommige activa of verhoging van
dekkingsmarges in cash of in effecten. Dit risico kan gerelateerd
zijn aan de reputatie van de Bank of aan systemische factoren in
de financiƫle markten zelf.
Het liquiditeitsrisico wordt beheerd door middel van een globaal
liquiditeitsbeleid dat is goedgekeurd door de Raad van Bestuur van
BNP Paribas Fortis. Dit beleid is gebaseerd op risicobeheersings-
principes die zowel onder normale omstandigheden als tijdens
een liquiditeitscrisis van toepassing zijn. De liquiditeitspositie
van BNP Paribas Fortis wordt beoordeeld op basis van interne
standaarden en door toezichthouders voorgeschreven ratio’s.
Beleidsdoelstellingen voor het beheer van het liquiditeitsrisico
De doelstellingen van het beleid voor het beheer van het liqui-
diteitsrisico van BNP Paribas Fortis zijn het verkrijgen van een
evenwichtige financieringsmix ter ondersteuning van de ontwik-
kelingsstrategie van BNP Paribas Fortis en het waarborgen dat
ook onder crisisomstandigheden BNP Paribas Fortis in staat zal
zijn om al haar verplichtingen na te komen.
Het raamwerk voor liquiditeitsbeleid is gesteund op :
ī‚„ beheers-indicatoren :
ī‚ƒ
volume-indicatoren om na te gaan of de commerciƫle
activiteiten voldoen aan hun liquiditeitsdoelstellingen
die zijn bepaald in functie van de financieringscapaciteit
van de Bank ;
ī‚ƒ prijsindicatoren, gebaseerd op de interne prijszetting van
liquiditeit ;
ī‚„ indicatoren die een inschatting mogelijk maken van de liqui-
diteitspositie van de Bank onder normale omstandigheden, de
liquiditeitspositie in geval van crisis situaties, de efficiƫntie van
ondernomen acties en het voldoen aan reglementaire ratio’s ;
ī‚„
de implementatie van liquiditeits-strategieƫn gebaseerd op
de diversificatie van financieringsbronnen met vervalda-
gen in functie van liquiditeitsbehoeften en de opbouw van
liquiditeitsreserves.
Het liquiditeitsbeleid definieert de beheers-principes die van
toepassing zijn in de BNP Paribas Fortis ondernemingen en onder-
liggende commerciƫle activiteiten, en dit ongeacht de looptijd
van de transacties.
192
RISICOBEHEER EN KAPITAALVEREISTEN
Beleidsvoering
Net als voor de andere risico’s, is de Chief Executive Officer door
de Raad van Bestuur gemandateerd om het liquiditeitsrisico van
de Bank te beheren. De Chief Executive Officer delegeert deze
verantwoordelijkheid aan het Asset & Liability Committee.
Het Risk-Committee rapporteert elk kwartaal aan de Raad
van Bestuur over het liquiditeitsbeleid en de liquiditeitspositie
van de Bank.
Het Asset & Liability Committee is verantwoordelijk voor :
 het definiëren van het liquiditeitsprofiel van de Bank ;
ī‚„
het toezicht houden op de naleving van reglementaire
liquiditeitsratio’s ;
ī‚„
het bepalen van beheers-indicatoren, het toezien op de
naleving ervan en het kalibreren van de kwantitatieve drem-
pelwaarden voor de commerciƫle activiteiten ;
ī‚„
het bepalen van liquiditeits-indicatoren, waar nodig het
aanduiden van drempelwaarden, en het toezien op de nale-
ving ervan ;
ī‚„
het bepalen van strategieƫn voor het management van liqui-
diteitsrisico en het toezicht houden op de implementatie van
deze strategieƫn binnen de commerciƫle activiteiten, zowel
onder normale als onder crisis omstandigheden.
Meer in het bijzonder wordt het Asset & Liability Committee
geĆÆnformeerd inzake financieringsprogramma’s, programma’s
voor het opbouwen van liquiditeitsreserves, simulaties van cri-
sisomstandigheden (stress testen), en alle gebeurtenissen die
zich voordoen onder crisisomstandigheden. Het Liquidity Crisis
Committee, een onderdeel van het Asset & Liability Committee
heeft eveneens als taak om de aanpak van een liquiditeitscrisis
te definiƫren (noodplan).
Het Asset & Liability Committee vergadert elke maand.
ALM Treasury is voor de hele Bank verantwoordelijk voor de ope
-
rationele implementatie van de beslissingen inzake liquiditeit van
het Asset & Liability Committee. De Asset & Liability Committees
in entiteiten van de Bank zijn op hun beurt verantwoordelijk voor
de lokale implementatie van de strategie inzake liquiditeitsma-
nagement die werd bepaald door het centrale Asset & Liability
Committee.
ALM Treasury is eveneens verantwoordelijk voor het liquidi-
teitsbeheer verbonden aan de vervaldagstructuur van de ganse
bank. Het is meer bepaald verantwoordelijk voor financiering en
korte-termijn uitgifte (deposito-certificaten, commercial paper,
enz.), voor senior en achtergestelde schuld-uitgifte (Medium Term
Notes, obligaties, middellange en lange termijn deposito’s, covered
bonds, etc.), (zelf aangehouden) krediet-effectiseringsprogramma’s
en programma’s voor (zelf aangehouden) gedekte obligaties,. Een
bijkomende taak van ALM Treasury is het aanleveren van interne
financiering van de commerciƫle activiteiten van de Bank, operati-
onele entiteiten, en het beleggen van eventuele kas-overschotten.
Het departement is ook verantwoordelijk voor het opbouwen en
het beheren van de liquiditeitsreserves. Deze omvatten onder
meer activa die snel en eenvoudig kunnen verkocht worden onder
crisisomstandigheden.
De Risk functie is lid van het Asset & Liability Committee (ALCo)
en van de lokale ALCo’s. Het bewaakt de implementatie van de
beslissingen van deze comitƩs door ALM Treasury. Het voert
een tweedelijnscontrole uit door validatie van modellen en
risico-indicatoren (met inbegrip van liquiditeits stresstesten),
het toezicht op risico-indicatoren en het toezicht op de naleving
van toegekende limieten.
De Finance functie is verantwoordelijk voor de productie van zowel
de gestandaardiseerde reglementaire liquiditeitsratio’s als van de
interne beheers-indicatoren. Finance waakt over de consistentie
van de door het ALM Committee van de Bank gedefinieerde interne
beheers-indicatoren. De Finance functie is lid van het Asset en
Liability Comittee (ALCo) en van de lokale ALCo’s.
VERSLAG VAN DE ERKENDE VERSLAG VAN DE ERKENDE
COMMISSARISCOMMISSARIS
194
VERSLAG VAN DE ERKENDE COMMISSARIS
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van
aandeelhouders van BNP Paribas Fortis NV over de geconsolideerde
jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2021
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van BNP Paribas Fortis NV (de
ā€œVennootschapā€) en haar filialen (samen ā€œde Groepā€), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat
ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening en de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen.
Het vormt ƩƩn geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 23 april
2020, overeenkomstig het voorstel van de raad van bestuur uitgebracht op aanbeveling van het auditco-
mitƩ en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene
vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2022.
Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap uitgevoerd
gedurende 23 opeenvolgende boekjaren.
Verslag over de geconsolideerde jaarrekening
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de
resultatenrekening op 31 december 2021 omvat, alsook het overzicht van het nettoresultaat en wijzigingen
van activa en verplichtingen opgenomen in het eigen vermogen, de balans op 31 december 2021, het kas-
stroomoverzicht op 31 december 2021, het overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen tussen 1 januari
2020 en 31 december 2021, en de toelichting met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiƫle
verslaggeving en andere toelichtingen. Deze geconsolideerde jaarrekening vertoont een geconsolideerd balan-
stotaal van EUR 341.648 ā€˜000.000’ en een geconsolideerde winst van het boekjaar van EUR 3.061 ā€˜000.000’.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de
geconsolideerde financiƫle toestand van de Groep per 31 december 2021, alsook van zijn geconsolideerde
resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in
overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de
Europese Unie en met de in Belgiƫ van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Basis voor het oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA’s) zoals van toe-
passing in Belgiƫ. Wij hebben bovendien de door de IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden
toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal
niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie
ā€œVerantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekeningā€ van ons
verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde
jaarrekening in Belgiƫ nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle
vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor
ons oordeel.
195
VERSLAG VAN DE ERKENDE COMMISSARIS
Kernpunten van de controle
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest
significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze
aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening
als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over
deze aangelegenheden.
Bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen
Beschrijving van het kernpunt van de controle :
De geconsolideerde jaarrekening van BNP Paribas Fortis NV bevat op het einde van het boekjaar 2021
leningen en vorderingen voor een bedrag van EUR 201.496 ā€˜000.000’. IFRS 9 legt het concept op van
voorzieningen voor verwachte verliezen en vereist dat kredietrisico’s in drie fasen worden ingedeeld.
Bijzondere waardeverminderingen worden geboekt op alle leningen en vorderingen om rekening te houden
met verwachte gebeurtenissen met een impact op de geschatte toekomstige kasstromen van die leningen
en vorderingen.
Voor dubieuze kredieten maken het vaststellen van een bijzondere waardevermindering en het bepalen
van de realiseerbare waarde deel uit van een inschattingsproces dat, onder meer, de beoordeling van het
bestaan van een verminderde kredietkwaliteit omvat, van de financiƫle toestand van de tegenpartij, van
de verwachte toekomstige kasstromen en van de waarde van het ontvangen onderpand.
Het bepalen van de voorzieningen houdt een beoordeling in bij het bepalen van assumpties, van de
methodologie, van de modelleringstechnieken en van de parameters.
Wegens de aanzienlijke hoeveelheid aan leningen en vorderingen opgenomen in de balans, de risicokost
opgenomen in de resultatenrekening (EUR 359 ā€˜000.000’), de significante invloed van de assumpties op de
boekwaarde van deze leningen en vorderingen en de gestegen onzekerheid als gevolg van de COVID-19
pandemie, wordt de audit van het hierboven beschreven proces als een Kernpunt van de controle beschouwd.
Wij verwijzen naar toelichtingen 4.e en 2.g bij de geconsolideerde jaarrekening. Bovendien heeft de raad
van bestuur het proces voor het beheer van kredietrisico’s en de beoordeling van bijzondere waardever-
minderingen in meer detail beschreven in het jaarverslag bij de geconsolideerde jaarrekening, en in de
sectie ā€˜kredietrisico’ van het hoofdstuk ā€˜Risicobeheer en kapitaalvereisten’.
Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle :
Op basis van onze risicobeoordeling hebben wij de bijzondere waardeverminderingen onderzocht en de
toegepaste methodologie en de assumpties van het management die beschreven werden in de vorige
paragraaf kritisch beoordeeld :
ī‚„
Wij hebben het bestuursproces met betrekking tot de bepaling van de fase van het kredietrisico (zoals
bepaald door IFRS 9) en van de kredietverlaging beoordeeld, inclusief het continu her-beoordelen van
de geschiktheid van de hypotheses die gebruikt worden in de modellen voor het bepalen van de krediet-
verliezen. Wij hebben geen significante tekortkoming geĆÆdentificeerd die de algehele doeltreffendheid
van de desbetreffende controleomgeving beĆÆnvloeden ;
ī‚„
Wij hebben het ontwerp, de implementatie en de doeltreffendheid getest van de belangrijkste controles
met betrekking tot de modellen en manuele processen die van toepassing zijn voor de identificatie van
gebeurtenissen die leiden tot een waardevermindering of tot een verminderde kredietkwaliteit, voor de
waardering van het onderpand, voor de schattingen van het bedrag van de terugvordering bij wanbe-
taling, en voor het bepalen van de waardevermindering. Wij hebben geen significante tekortkomingen
geĆÆdentificeerd op het vlak van gepastheid en operationele doeltreffendheid ;
196
VERSLAG VAN DE ERKENDE COMMISSARIS
ī‚„
Wij hebben samen met onze experts en op basis van onze risicobeoordeling de onderliggende modellen
beoordeeld, inclusief het goedkeurings- en validatieproces voor de modellen. Wij hebben de gebruikte
methodologieƫn kritisch beoordeeld door gebruik te maken van onze sectorkennis en -ervaring, met
de nadruk op mogelijke veranderingen sinds de toepassing van IFRS 9 en hebben vastgesteld dat deze
in overeenstemming zijn met onze verwachtingen ;
ī‚„
Wij hebben de geschiktheid van de waardeverminderingen op leningen op individuele basis beoordeeld :
wij hebben geverifieerd dat de Vennootschap een periodieke controle van de onder toezicht staande
tegenpartijen heeft uitgevoerd en we hebben, op basis van steekproeven, de door het management
gebruikte veronderstellingen en gegevens beoordeeld om de waardeverminderingen te ramen ;
ī‚„ Tot slot hebben wij de volledigheid en juistheid van de toelichtingen beoordeeld, en onderzocht of de
toelichtingen in overeenstemming zijn met de vereisten die zijn opgenomen in de IFRS zoals goedgekeurd
door de Europese Unie.
Waardering van de goodwill, van de goodwill op deelnemingen in ondernemingen
waarop de vermogensmutatiemethode wordt toegepast, en van de opties toege-
kend aan minderheidsaandeelhouders van geconsolideerde vennootschappen.
Beschrijving van het kernpunt van de controle :
De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap per 31 december 2021 vermeldt in de rubriek
ā€˜Goodwill’ een bedrag van EUR 767 ā€˜000.000’ en in de rubriek ā€˜deelnemingen in ondernemingen waarop
de vermogensmutatiemethode wordt toegepast’ een bedrag van EUR 3.809 ā€˜000.000’. Bovendien bevat
rubriek ā€˜Minderheidsbelangen’ van de geconsolideerde financiĆ«le staten de reĆ«le waarde van opties
toegekend aan minderheidsaandeelhouders van geconsolideerde vennootschappen voor een bedrag van
EUR 103 ā€˜000.000’. Deze immateriĆ«le en financiĆ«le activa, evenals de goodwill in ondernemingen waarop
de vermogensmutatiemethode wordt toegepast, zijn ontstaan als gevolg van overnames van bepaalde
dochterondernemingen (directe en indirecte) van BNP Paribas Fortis NV tijdens de vorige boekjaren. De
IFRS standaarden schrijven voor dat goodwill onderworpen wordt aan een jaarlijkse beoordeling teneinde
een eventuele minderwaarde te identificeren, en dat de toegekende opties gewaardeerd worden tegen hun
intrinsieke waarde van het financiƫle instrument.
Wij hebben deze immateriƫle en financiƫle activa, evenals de goodwill in ondernemingen waarop de
vermogensmutatiemethode wordt toegepast, beschouwd als een Kernpunt van de controle, in het licht
van de materialiteit van deze rubriek, en aangezien de jaarlijkse beoordeling een inschatting door de
directie inhoudt, dit zowel met betrekking tot de keuze van de toegepaste waarderingsmethoden als
met betrekking tot de gehanteerde hypotheses - meer bepaald de assumpties met betrekking tot het
vermogen om toekomstige kasstromen te genereren en de gehanteerde discontovoet, rekening houdend
met aangepaste risicofactoren. Het belang van deze inschattingen voor de geconsolideerde jaarrekening
is verder toegenomen door de onzekerheid als gevolg van de COVID-19 pandemie.
Wij verwijzen naar de geconsolideerde jaarrekening, toelichting 4.m ā€˜Goodwill’, toelichting 4.k
ā€˜Deelnemingen in ondernemingen waarop de vermogensmutatiemethode wordt toegepast’ en toelichting
7.c ā€˜Minderheidsbelangen’.
197
VERSLAG VAN DE ERKENDE COMMISSARIS
Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle :
Wij hebben onze werkzaamheden gericht op (i) het waarderingsmodel dat door de Vennootschap wordt
gebruikt voor de beoordeling van de onderliggende onderneming, (ii) de geschiktheid van de discontovoet
en de perpetuele groeivoet gebruikt in het model en (iii) de voorspellingen van de toekomstige kasstromen :
ī‚„ Met onze waarderingsdeskundigen hebben wij de geschiktheid van de waarderingsmethodes die door
het management worden gehanteerd beoordeeld en de onderliggende hypothesen die aan de basis
liggen voor het gebruik van deze modellen met deze laatste besproken. Wij stellen vast dat de gebruikte
modellen geschikt zijn, rekening houdend met de omstandigheden ;
ī‚„
Wij hebben het bestuursproces met betrekking tot de toekomstige kasstromen die voor de waarderingen
zijn gebruikt beoordeeld ; met name de totstandkoming en goedkeuring van het financiƫle plan evenals
de jaarlijkse vergelijking, uitgevoerd door het management, van de actuele prestaties met voorgaande
inschattingen. Wij hebben vastgesteld dat het management hun proces voor het bepalen van de
toekomstige kasstromen heeft gevolgd, en dat dit onderworpen is aan een tijdig en aangepast toezicht
en kritische toetsing. Wij hebben de impact van de (reglementaire en economische) ontwikkelingen die
mogelijk een aanzienlijke invloed kunnen hebben op de toekomstige kasstromen van de entiteiten waarop
goodwill erkend werd met het management besproken, en hebben vastgesteld dat het management
met deze ontwikkelingen heeft rekening gehouden bij de voorspelling van de toekomstige kasstromen ;
ī‚„
Op basis van onze risicobeoordeling, hebben wij samen met onze waarderingsdeskundigen de hypotheses van
het management bij het voorspellen van de perpetuele groeivoet en de discontovoet kritisch beoordeeld. Wij
hebben eveneens de gepastheid van de sensitiviteit berekeningen door het management kritisch beoordeeld.
Wij stelden vast dat de hypotheses consistent waren en in overeenstemming met onze verwachtingen ;
ī‚„
Tot slot hebben wij de volledigheid en juistheid van de toelichtingen beoordeeld, en of de toelichtingen in
overeenstemming zijn met de vereisten opgenomen in de IFRS zoals goedgekeurd door de Europese Unie.
Onzekerheid met betrekking tot de inschatting van financiƫle instrumenten geboekt
aan reƫle waarde
Beschrijving van het kernpunt van de controle :
De huidige marktomstandigheden en het lage renteklimaat beïnvloeden de reële waarde van financiële
instrumenten. Bovendien heeft de COVID-19 pandemie de onzekerheid op de markten evenals hun volatiliteit
doen toenemen. De voor bepaalde financiƫle instrumenten gebruikte waarderingsmethoden en -modellen
zijn inherent subjectief en maken gebruik van verscheidene hypotheses. Daarenboven kunnen een belangrijk
aantal factoren de bepaling van de reële waarde beïnvloeden en kunnen ze variëren, zowel per type
instrument als voor instrumenten van hetzelfde type. Het gebruik van andere waarderingsmethoden en
hypotheses zou kunnen leiden tot significant verschillende reƫle waarden. Bovendien worden marktprijs
aanpassingen aan de reƫle waarde (reserves) geboekt op alle posities gewaardeerd aan reƫle waarde
waarvan de waardeveranderingen in de resultatenrekening of in het eigen vermogen worden geboekt.
De IFRS standaarden vereisen het gebruik van de reƫle waarde voor de bepaling van de boekwaarde van
verschillende financiƫle activa en passiva en vereisen bovendien dat voor activa die niet aan reƫle waarde
in de balans geboekt worden, de reƫle waarde in de toelichting moet worden opgenomen.
Aangezien het gebruik van andere hypotheses zou kunnen leiden tot andere reƫle waarden dan deze die
weerhouden werden bij de opstelling van de jaarrekening, en rekening houdend met het belang van de
reƫle waarde voor de bepaling van de boekwaarden van bepaalde rubrieken van de balans en het resultaat,
beschouwen wij dit als een Kernpunt van de controle.
Wij verwijzen naar toelichting 4.d ā€˜Bepaling van de reĆ«le waarde van financiĆ«le instrumenten’ en
1 ā€˜Samenvatting van de belangrijkste grondslagen voor financiĆ«le verslaggeving toegepast door
BNP Paribas Fortis’.
198
VERSLAG VAN DE ERKENDE COMMISSARIS
Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle :
Wij hebben een begrip verkregen van de interne controleomgeving met betrekking tot de waardering van
financiƫle instrumenten, met inbegrip van de controles uitgevoerd op de prijzen, het validatieproces van
de modellen en de waarde aanpassingen. Op cyclische basis hebben wij de ontwerp en de doeltreffendheid
van die controles getest, die wij als essentieel voor onze audit beschouwen :
Met onze waarderingsexperten hebben wij de gepastheid van de methodologie die gebruikt wordt voor
de validatie van de modellen kritisch beoordeeld en hebben wij een herberekening uitgevoerd van reƫle
waarden op basis van steekproeven. Dit behelst tevens een evaluatie, op basis van onze ervaring en de
huidige marktpraktijken, van de marktgegevens, de basisgegevens en van de belangrijkste hypotheses die
gebruikt worden in de modellen ter bepaling van de reƫle waarde ;
Tot slot hebben wij de volledigheid en juistheid van de toelichtingen beoordeeld, en of de toelichtingen in
overeenstemming zijn met de vereisten opgenomen in de IFRS zoals goedgekeurd door de Europese Unie.
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur voor het opstellen van
de geconsolideerde jaarrekening
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een
getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals
goedgekeurd door de Europese Unie en met de in Belgiƫ van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire
voorschriften, alsook voor de interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen
van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van
fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de raad van bestuur verantwoordelijk voor het
inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuĆÆteit te handhaven, het toelichten, indien
van toepassing, van aangelegenheden die met continuĆÆteit verband houden en het gebruiken van de
continuĆÆteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur het voornemen heeft om de Groep te liquideren
of om de bedrijfsactiviteiten te beƫindigen, of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de
geconsolideerde jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsoli-
deerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van
fouten, en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate
van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig
de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen
kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd
indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen
genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beĆÆnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van
toepassing is op de controle van de jaarrekening in Belgiƫ. Een wettelijke controle biedt evenwel geen
zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiƫntie of de
doeltreffendheid waarmee de raad van bestuur de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen
of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door de raad van bestuur gehanteerde continuĆÆteits-
veronderstelling worden hieronder beschreven.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming
toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de
volgende werkzaamheden uit :
199
VERSLAG VAN DE ERKENDE COMMISSARIS
ī‚„
Het identificeren en inschatten van de risico’s dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking
van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van
controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die
voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van
materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij
het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte,
het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken
of het omzeilen van de interne beheersing ;
ī‚„
Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel
controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet
zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep ;
 Het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en
het evalueren van de redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schattingen en van de
daarop betrekking hebbende toelichtingen ;
ī‚„
Het concluderen of de door de raad van bestuur gehanteerde continuĆÆteitsveronderstelling aanvaardbaar
is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van
materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel
kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om zijn continuĆÆteit te handhaven. Indien
wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de
aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in
de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te
passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van
ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden
dat de Groep zijn continuĆÆteit niet langer kan handhaven ;
ī‚„ Het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening,
en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen
weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld ;
 Het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële infor-
matie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de Groep gericht op het tot uitdrukking brengen
van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing
van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk
voor ons oordeel.
Wij communiceren met het auditcomitƩ onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle
en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne
beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomitƩ tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften
over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken
die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beĆÆnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee
verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die met het auditcomitƩ zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest
significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die
derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag,
tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
200
VERSLAG VAN DE ERKENDE COMMISSARIS
Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de
geconsolideerde jaarrekeningen de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde
jaarrekening.
Verantwoordelijkheden van de commissaris
In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in Belgiƫ van
toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA’s), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle
van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekeningen de andere
informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening te verifiƫren, alsook verslag
over deze aangelegenheden uit te brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde
jaarrekening en andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de
geconsolideerde jaarrekening
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening,
zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde
boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3 :32 van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor
het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag
over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de
geconsolideerde jaarrekening, zijnde :
ī‚„ Het Bericht van de Raad van Bestuur ;
ī‚„ Het hoofdstuk over Risicobeheer en Kapitaalvereisten ; en
ī‚„ Het hoofdstuk ā€˜Overige informatie’ ;
een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend
is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel
belang te melden.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
ī‚„ Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn
met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in
de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep ;
ī‚„ De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de
geconsolideerde jaarrekening bedoeld in artikel 3 :65 van het Wetboek van vennootschappen en ver-
enigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
201
VERSLAG VAN DE ERKENDE COMMISSARIS
Europees uniform elektronisch formaat (ESEF)
Wij hebben ook, overeenkomstig de ontwerpnorm inzake de controle van de overeenstemming van de
financiĆ«le overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna ā€œESEFā€), de controle uitge-
voerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd
door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna : ā€œGedelegeerde
Verordeningā€).
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF vereisten,
van de geconsolideerde financiƫle overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat
(hierna ā€œgeconsolideerde financiĆ«le overzichtenā€) opgenomen in het jaarlijks financieel verslag.
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te
concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiƫle overzichten
in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde
Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat van en de
markering van informatie in de officiƫle versie van de digitale geconsolideerde financiƫle overzichten opge-
nomen in het jaarlijks financieel verslag van de Groep per 31 december 2021 in alle van materieel belang
zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Andere vermeldingen
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomitƩ bedoeld in artikel 11
van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Diegem, 28 maart 2022
De commissaris
PwC Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door
Jeroen Bockaert
Bedrijfsrevisor
202
VERSLAG VAN DE ERKENDE COMMISSARIS
BNP PARIBAS FORTIS BNP PARIBAS FORTIS
JAARVERSLAG 2021 JAARVERSLAG 2021
(NIET-GECONSOLIDEERD)(NIET-GECONSOLIDEERD)
204
BNP PARIBAS FORTIS JAARVERSLAG 2021 (NIET-GECONSOLIDEERD)
VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR
In overeenstemming met het Belgische vennootschaps- en verenigingswetboek (artikel 3 :32) en om herhalingen te vermijden heeft
BNP Paribas Fortis het niet-geconsolideerde en het geconsolideerde verslag van de Raad van Bestuur gecombineerd. Het geconsolideerde
verslag van de Raad van Bestuur is te vinden in het begin van dit jaarverslag.
Toelichting bij de evolutie van de balans
De totale balans per 31 december 2021 bedroeg EUR 252,8
miljard, een stijging van EUR 5,8 miljard of 2% in vergelijking
met 31 december 2021. Per 31 december 2021 bedroeg het ren-
dement op de activa 1%. BNP Paribas Fortis bezit 2 buitenlandse
bijkantoren, in New York en Madrid gevestigd.
Activa
Kas, tegoeden bij centrale banken, postcheque- en girodiensten
verhoogden met EUR 6,1 miljard en bedroegen EUR 44,1 miljard.
Deze toename houdt voornamelijk verband met het overschot aan
liquide middelen dat voortvloeit uit de thesaurie-activiteiten en
bij de centrale bank is geplaatst.
De vorderingen op kredietinstellingen bedroegen 12,0 miljard
EUR en stegen met EUR 0,7 miljard in vergelijking met de situatie
eind 2020. De evolutie was voornamelijk toe te schrijven aan
transacties met de entiteiten van de BNP Paribas Groep.
De vorderingen op cliƫnten bedroegen EUR 129,3 miljard op
31 december 2021, een stijging met EUR 4,2 miljard in vergelijking
met 31 december 2020.
In Belgiƫ steeg het bedrag aan termijnleningen met EUR 1,9
miljard, gespreid over verschillende soorten leningen, zoals
investeringsleningen aan bedrijven en financieringen aan doch-
terondernemingen. In een nog steeds lage renteomgeving stegen
de hypotheken verder met EUR 1,7 miljard.
De termijnleningen in de buitenlandse vestigingen van
BNP Paribas Fortis bleven stabiel op EUR 0,3 miljard en hebben
enkel betrekking op de activiteit in de vestiging van BNP Paribas
Fortis in New York.
De obligaties en andere vastrentende effecten bedroegen EUR 45,0
miljard per 31 december 2021, een daling met EUR (1,9) miljard
vergeleken met EUR 46,9 miljard per 31 december 2020.
Het bedrag van EUR 45,0 miljard bestaat voornamelijk uit
obligaties uitgegeven door overheidsinstanties (10,0 miljard
EUR, een daling met EUR (1,5) miljard in vergelijking met 2020,
voornamelijk na terugbetalingen), door ā€˜Special Purpose Vehicles’
(EUR 31,3 miljard, hetzelfde bedrag als vorig jaar). jaar) en door
andere emittenten (EUR 3,7 miljard, een daling met EUR (0,4)
miljard) in vergelijking met de situatie eind 2020.
De financiƫle vaste activa bedroegen EUR 9,3 miljard op
31 december 2021, in lijn met de situatie op het einde van 2020.
De immateriƫle en materiƫle vaste activa bedroegen per
31 december 2021 EUR 1,1 miljard, in lijn met de situa
-
tie eind 2020.
De overlopende rekeningen bedroegen EUR 10,5 miljard op
31 december 2021, en daling met EUR (3,1) miljard in vergelijking
met EUR 13,6 miljard op 31 december 2020, voornamelijk als
gevolg van de evolutie van de rentederivaten. De reƫle waarde
van die instrumenten werd beĆÆnvloed door de stijging van de
rentecurve, die op een symmetrische manier een impact had op
zowel de reƫle waarde van de verhandelbare afgeleide financiƫle
instrumenten aan de actiefzijde als aan de passiefzijde.
205
BNP PARIBAS FORTIS JAARVERSLAG 2021 (NIET-GECONSOLIDEERD)
Passiva
De schulden bij kredietinstellingen bedroegen op 31 december
2021 in totaal EUR 52,5 miljard, een stijging met 5,1 miljard EUR in
vergelijking met 31 december 2020. Een deel van de evolutie (stij-
ging van EUR 2,6 miljard) was toe te schrijven aan de verhoogde
deelname aan de TLTRO III (ā€˜Targeted Longer-Term Refinancing
Operations’) ) van de ECB. Er is ook een stijging van de repo’s
en een daling van de interbancaire leningen, voornamelijk met
entiteiten van de BNP Paribas Groep en centrale banken.
De schulden bij cliƫnten bedroegen EUR 154,7 miljard per
31 december 2021, een stijging met EUR 4,7 miljard of 3% verge-
leken met EUR 150,0 miljard per 31 december 2020.
In Belgiƫ stegen de spaarrekeningen en zichtrekeningen met
respectievelijk 3,3 miljard EUR en 3,2 miljard EUR. De termijnde-
posito’s daalden met EUR (2,1) miljard.
De in schuldbewijzen belichaamde schulden bedroegen EUR 10,5
miljard op 31 december 2021, wat een afname met EUR (1,0)
miljard betekent, hoofdzakelijk door het op vervaldag komen van
sommige uitgegeven schuld (die niet werd hernieuwd) in Belgiƫ.
De overige passiva bedroegen EUR 5,5 miljard, een stijging met
EUR 2,6 miljard in vergelijking met 31 december 2020, als gevolg
van het bedrag aan uit te keren dividenden.
De overlopende rekeningen bedroegen EUR 6,8 miljard, een daling
met EUR (3,3) miljard in vergelijking met 31 december 2020, als
gevolg van de evolutie van de rentederivaten. De reƫle waarde
van die instrumenten werd beĆÆnvloed door de stijging van de
interestcurve, die op symmetrische wijze zowel de reƫle waarde
van de handelsderivaten op de actief- en passiefzijde beĆÆnvloedde.
De achtergestelde schulden bedroegen EUR 3,6 miljard op
31 december 2021, een daling met EUR (0,4) miljard in vergelijking
met de situatie op het einde van 2020.
Het eigen vermogen bedroeg per 31 december 2021 EUR 18,1
miljard, een daling met van EUR (1,1) miljard in vergelijking met
31 december 2020. De evolutie werd vooral beĆÆnvloed door de
opname van de winst van het jaar 2021 (EUR 2,0 miljard), meer
dan gecompenseerd door de uitkering van een tussentijds en een
gewoon dividend van EUR (3,1) miljard.
Toelichting bij de evolutie van de resultatenrekening
BNP Paribas Fortis realiseerde een netto resultaat over
het boekjaar van EUR 2.002 miljoen, vergelijken met
EUR 1.251 miljoen in 2020.
De rentemarge (rubrieken I en II) bedroeg EUR 2.665 miljoen in
2021, een daling met EUR (42) miljoen in vergelijking met 2020,
voornamelijk in Belgiƫ.
In Belgiƫ daalden de netto rentebaten lichtjes in het aanhou-
dend lage renteklimaat. Er was een positieve ontwikkeling van
de rentelasten op de thesaurieactiviteiten. Daarentegen waren
de rente-inkomsten op leningen aan cliƫnten (vooral termijn-
leningen en hypothecaire leningen) lager als gevolg van lagere
interest marges.
De opbrengsten uit niet-vastrentende effecten (rubriek III) bedroe-
gen EUR 795 miljoen in 2021, een stijging met EUR 431 miljoen
in vergelijking met 2020, voornamelijk als gevolg van hogere
dividenden ontvangen van ondernemingen waarmee een deel-
nemingsverhouding bestaat.
De commissies (rubrieken IV en V) bedroegen EUR 1.539 miljoen in
2021, een stijging met EUR 153 miljoen in vergelijking met 2020.
In Belgiƫ was er een belangrijke stijging van de vergoedingen voor
advies en activabeheer.
De winst uit financiƫle transacties (rubriek VI) bedroeg
EUR 117 miljoen, een daling van EUR (2) miljoen in vergelijking
met vorig jaar.
De algemene administratieve kosten (rubriek VII) komen op
EUR (2.135) miljoen, een daling van EUR 26 miljoen in vergelij-
king met 2020.
De bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen daalden met
EUR 44 miljoen, voornamelijk in BelgiĆ« als gevolg van lagere VTE’s.
De overige administratieve kosten stegen met EUR (18) miljoen
in vergelijking met vorig jaar. De evolutie was voornamelijk te
wijten aan hogere kosten voor tijdelijk personeel, honoraria en
overige kosten die gedeeltelijk niet gecompenseerd worden door
de daling van de IT kosten.
De afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtings-
kosten, op immateriƫle en materiƫle vaste activa (rubriek
VIII) bedroegen EUR (73) miljoen in vergelijking met EUR (91)
miljoen in 2020.
206
BNP PARIBAS FORTIS JAARVERSLAG 2021 (NIET-GECONSOLIDEERD)
De waardeverminderingen op de vorderingen en op de beleg-
gingsportefeuille (rubrieken IX en X) bedroegen EUR (145) miljoen,
in vergelijking met EUR (185) miljoen in 2020, een daling van
EUR 40 miljoen die grotendeels te wijten is aan de terugname van
waardeverminderingen op de beleggingsportefeuille.
De voorzieningen voor risico’s en kosten (rubrieken XI en XII)
vertoonden een netto toename van EUR (35) miljoen in 2021 tegen
een netto toename van EUR (1) miljoen in 2020.
De overige bedrijfsopbrengsten (rubriek XIV) bedroegen
EUR 154 miljoen in 2021, een stijging met EUR 19 miljoen in
vergelijking met vorig jaar.
De overige bedrijfskosten (rubriek XV) bedroegen EUR (379)
miljoen in 2021, een daling met EUR 8 miljoen in vergelij
-
king met 2020.
De uitzonderlijke opbrengsten (rubriek XVII) bedroegen
EUR 200 miljoen in 2021, een stijging van EUR 170 miljoen in
vergelijking met 2020. De evolutie werd voornamelijk veroorzaakt
door een terugname van waardeverminderingen op een specifiek
financieel vast actief in het afgelopen jaar.
De uitzonderlijke kosten (rubriek XVIII) bedroegen EUR (140)
miljoen in 2021, een daling met EUR (32) miljoen in vergelijking
met 2020 te wijten aan een stijging van de waardeverminderingen
op financiƫle vaste activa.
De belastingen op het resultaat (rubriek XX) bedroegen EUR
(85) miljoen in 2021, een daling met EUR 9 miljoen in vergelij-
king met 2020.
207
BNP PARIBAS FORTIS JAARVERSLAG 2021 (NIET-GECONSOLIDEERD)
VOORSTEL TOT BESTEMMING VAN HET RESULTAAT
VAN HET BOEKJAAR
Te bestemmen winst van het boekjaar EUR 2.001,8 miljoen
Overgedragen winst van het vorig boekjaar EUR 5.613,0 miljoen
Te bestemmen winst EUR 7.614,8 miljoen
Over te dragen winst EUR 4.534,0 miljoen
Dividend EUR 3.063,4 miljoen
Andere rechthebbenden * EUR 17,5 miljoen
* Dit bedrag betreft de winstpremie van 2,35% berekend op de individuele jaarlijkse verloning van de werknemers van BNP Paribas Fortis NV en een niet-
recurrent vast bruto bedrag van EUR 275 in overeenstemming met de Wet van 22 mei 2001 (Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal van
de vennootschappen en tot instelling van een winstpremie voor de werknemers). De niet-recurrente verhoging beloont onze medewerkers voor de realisatie
van de resultaten van 2021.
Conform de hierboven beschreven bestemming van het resultaat
van het boekjaar 2021 zal de Raad van Bestuur van BNP Paribas
Fortis NV aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders
een bruto gewoon dividend van EUR 4,58 per aandeel, hetzij
EUR 2.588,6 miljoen in totaal, voorstellen. De Buitengewone
Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 7 oktober 2021
heeft de uitkering goedgekeurd van een tussentijds bruto dividend
van EUR 0,84 per aandeel, hetzij EUR 474,8 miljoen in totaal.
208
BNP PARIBAS FORTIS JAARVERSLAG 2021 (NIET-GECONSOLIDEERD)
INFORMATIE OVER TRANSACTIES MET VERBONDEN
PARTIJEN
Procedure van de Raad van Bestuur
Achtergrond
Artikel 7 :97 van het Wetboek van vennootschappen en vereni-
gingen voorziet een specifieke procedure voor beursgenoteerde
vennootschappen in het kader van transacties tussen verbon-
den partijen. Ook al is deze bepaling niet van toepassing op
BNP Paribas Fortis, toch heeft de Raad van Bestuur, op advies
van het GNC en in lijn met de interne governance principes, op
15 december 2011 een ā€˜Procedure van de Raad van Bestuur voor
transacties tussen verbonden partijen’ (ā€˜ā€˜Procedureā€) goedgekeurd
die geĆÆnspireerd is op, maar niet identiek is aan artikel 7 :97 van
het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (het oude
artikel 524 van het Wetboek van Vennootschappen).
In de loop van 2021 vereiste geen enkele transactie de toepassing
van deze ā€˜Procedure’.
BNP PARIBAS FORTIS BNP PARIBAS FORTIS
JAARREKENING 2021 JAARREKENING 2021
(NIET-GECONSOLIDEERD)(NIET-GECONSOLIDEERD)
210
BNP PARIBAS FORTIS JAARREKENING 2021 (NIET-GECONSOLIDEERD)
N° BE 0403.199.702 VOL-inst 2.1
BALANS NA WINSTVERDELING
In duizenden euro’s Codes Boekjaar Vorig boekjaar
ACTIVA
I. Kas, tegoeden bij centrale banken, postcheque- en girodiensten 10100 44.103.571 37.986.738
II.
Bij de centrale bank herfinancierbaar overheidspapier
10200 - -
III. Vorderingen op kredietinstellingen 10300 12.025.353 11.324.238
A. Onmiddellijk opvraagbaar 10310 2.267.932 3.289.830
B. Overige vorderingen (op termijn of met opzegging) 10320 9.757.421 8.034.408
IV. Vorderingen op cliƫnten 10400 129.352.410 125.073.252
V. Obligaties en andere vastrentende effecten 10500 44.987.681 46.916.188
A. Van publiekrechtelijke emittenten 10510 10.001.348 11.541.479
B. Van andere emittenten 10520 34.986.333 35.374.709
VI. Aandelen en andere niet-vastrentende effecten 10600 55.601 69.425
VII. Financiƫle vaste activa 10700 9.323.932 9.361.357
A. Deelnemingen in verbonden ondernemingen 10710 5.715.528 5.774.038
B.
Deelnemingen in ondernemingen waarmee een
deelnemingsverhouding bestaat
10720 2.576.254 2.535.568
C. Andere aandelen die tot de financiƫle vaste activa behoren 10730 376.506 414.356
D.
Achtergestelde vorderingen op verbonden ondernemingen en
ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat
10740 655.644 637.395
VIII. Oprichtingskosten en immateriƫle vaste activa 10800 28.618 75.696
IX. Materiƫle vaste activa 10900 1.053.744 1.032.700
X. Eigen aandelen 11000 - -
XI. Overige activa 11100 1.363.842 1.600.252
XII. Overlopende rekeningen 11200 10.527.406 13.599.518
TOTAAL VAN DE ACTIVA 19900 252.822.158 247.039.364
211
BNP PARIBAS FORTIS JAARREKENING 2021 (NIET-GECONSOLIDEERD)
N° BE 0403.199.702 VOL-inst 2.2
In duizenden euro’s Codes Boekjaar Vorig boekjaar
PASSIVA
VREEMD VERMOGEN 201/208 234.745.228 227.883.474
I. Schulden bij kredietinstellingen 20100 52.463.048 47.376.574
A. Onmiddellijk opvraagbaar 20110 959.416 880.084
B. Mobiliseringsschulden wegens herdiscontering van handelspapier 20120 - -
C. Overige schulden op termijn of met opzegging 20130 51.503.632 46.496.490
II. Schulden bij cliƫnten 20200 154.696.063 150.011.896
A. Spaargelden / spaardeposito's 20210 70.007.559 66.675.801
B. Andere schulden 20220 84.688.504 83.336.095
1. Onmiddellijk opvraagbaar 20221 76.792.884 73.609.072
2. Op termijn of met opzegging 20222 7.895.620 9.727.023
3. Wegens herdiscontering van handelspapier 20223 - -
III. In schuldbewijzen belichaamde schulden 20300 10.489.246 11.468.470
A. Obligaties en andere vastrentende effecten in omloop 20310 7.269.930 7.718.149
B. Overige schuldbewijzen 20320 3.219.316 3.750.321
IV. Overige schulden 20400 5.507.422 3.721.443
V. Overlopende rekeningen 20500 6.841.939 10.118.991
VI. Voorzieningen en uitgestelde belastingen 20600 298.079 297.471
A. Voorzieningen voor risico's en kosten 20610 298.079 297.471
1. Pensioen- en soortgelijke verplichtingen 20611 -
2. Belastingen 20612 494 14.514
3. Overige risico's en kosten 20613 297.585 282.957
B. Uitgestelde belastingen 20620 - -
VII. Fonds voor algemene bankrisico's 20700 871.681 871.681
VIII. Achtergestelde schulden 20800 3.577.750 4.016.948
EIGEN VERMOGEN 209/213 18.076.930 19.155.890
IX. Kapitaal 20900 10.964.768 10.964.768
A. Geplaatst kapitaal 20910 10.964.768 10.964.768
B. Niet-opgevraagd kapitaal (-) 20920 - -
X. Uitgiftepremies 21000 940.582 940.582
XI. Herwaarderingsmeerwaarden 21100 - -
XII. Reserves 21200 1.637.546 1.637.546
A. Wettelijke reserve 21210 1.096.477 1.096.477
B. Onbeschikbare reserves 21220 36.988 36.988
1. Voor eigen aandelen 21221 - -
2. Andere 21222 36.988 36.988
C. Belastingvrije reserves 21230 150.790 150.790
D. Beschikbare reserves 21240 353.291 353.291
XIII. Overgedragen winst (verlies) (+)/(-) 21300 4.534.034 5.612.994
TOTAAL VAN DE PASSIVA 29900 252.822.158 247.039.364
212
BNP PARIBAS FORTIS JAARREKENING 2021 (NIET-GECONSOLIDEERD)
N° BE 0403.199.702 VOL-inst 3
RESULTATENREKENING (in staffelvorm)
In duizenden euro’s Codes Boekjaar Vorig boekjaar
I. Rente-opbrengsten en soortgelijke opbrengsten 40100 3.362.054 3.368.316
A. Waaronder : uit vastrentende effecten 40110 421.881 428.950
II. Rentekosten en soortgelijke kosten 40200 696.823 661.577
III. Opbrengsten uit niet-vastrentende effecten 40300 794.697 363.805
A. Aandelen en andere niet-vastrentende effecten 40310 6.568 43.420
B. Deelnemingen in verbonden ondernemingen 40320 546.120 120.096
C.
Deelnemingen in ondernemingen waarmee een
deelnemingsverhouding bestaat
40330 222.747 197.796
D. Andere aandelen die tot de financiƫle vaste activa behoren 40340 19.262 2.493
IV. Ontvangen provisies 40400 1.539.234 1.386.260
A. Makelaars- en commissielonen 40410 535.878 460.273
B.
Vergoeding voor diensten van beheer, adviesverlening en
bewaring
40420 360.382 285.291
C. Overige ontvangen provisies 40430 642.974 640.696
V. Betaalde provisies 40500 476.392 476.779
VI. Winst (Verlies) uit financiƫle transacties (+)/(-) 40600 117.191 118.777
A.
Uit het wissel- en handelsbedrijf in effecten en andere
financiƫle instrumenten
40610 138.113 106.904
B. Uit de realisatie van beleggingseffecten 40620 (20.922) 11.873
VII. Algemene administratieve kosten 40700 2.135.008 2.161.196
A. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen 40710 1.126.611 1.170.738
B. Overige administratieve kosten 40720 1.008.397 990.458
VIII.
Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten,
op immateriƫle en materiƫle vaste activa
40800 72.488 90.983
IX.
Waardeverminderingen op vorderingen en voorzieningen voor
de posten buiten de balanstelling ā€˜ā€™I. Eventuele passiva’’ en ā€˜ā€™II.
Verplichtingen met een potentieel kredietrisico’’ : toevoegingen
(terugnemingen)
(+)/(-) 40900 185.721 166.955
X.
Waardeverminderingen op de beleggingsportefeuille
in obligaties, aandelen en andere vastrentende of niet-
vastrentende effecten : toevoegingen (terugnemingen)
(+)/(-) 41000 (40.789) 18.120
XI.
Voorzieningen voor andere risico’s en kosten dan bedoeld in
de posten buiten de balanstelling ā€˜ā€™I. Eventuele passiva’’ en ā€˜ā€™II.
Verplichtingen met een potentieel kredietrisico’’ : bestedingen
(terugnemingen)
(+)/(-) 41100 (30.530) (35.146)
XII.
Voorzieningen voor andere risico’s en kosten dan bedoeld in de
posten buiten de balanstelling ā€˜ā€™I. Eventuele passiva’’ en
ā€˜ā€™II. Verplichtingen met een potentieel kredietrisico’’
41200 65.522 35.947
XIII.
Onttrekking (Toevoeging) aan het fonds voor algemene
bankrisico's
(+)/(-) 41300 - -
XIV. Overige bedrijfsopbrengsten 41400 153.639 134.289
XV. Overige bedrijfskosten 41500 379.072 371.478
XVI. Winst (Verlies) uit de gewone bedrijfsuitoefening vóór belasting (+)/(-) 41600 2.027.108 1.423.558
213
BNP PARIBAS FORTIS JAARREKENING 2021 (NIET-GECONSOLIDEERD)
N° BE 0403.199.702 VOL-inst 3
In duizenden euro’s
Codes Boekjaar Vorig boekjaar
XVII. Uitzonderlijke opbrengsten 41700 199.924 29.618
A.
Terugneming van afschrijvingen en van
waardeverminderingen op immateriƫle en materiƫle vaste
activa
41710 1.167 990
B.
Terugneming van waardeverminderingen op financiƫle
vaste activa
41720 43.985 7.370
C.
Terugneming van voorzieningen voor uitzonderlijke risico's
en kosten
41730 - -
D. Meerwaarden bij de realisatie van vaste activa 41740 154.758 19.756
E. Andere uitzonderlijke opbrengsten 41750 14 1.502
XVIII. Uitzonderlijke kosten 41800 139.520 107.745
A.
Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op
oprichtingskosten, op
41810 - -
B. immateriƫle en materiƫle vaste activa 41820 132.607 103.149
C. Waardeverminderingen op financiƫle vaste activa (+/-) 41830 - -
D.
Voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten :
toevoegingen (bestedingen)
41840 5.354 3.849
E. Minderwaarden bij de realisatie van vaste activa 41850 1.559 747
XIX. Winst (Verlies) van het boekjaar vóór belasting (+/-) 41910 2.087.512 1.345.431
XIXbis.
A. Overboeking naar de uitgestelde belastingen 41921 - -
B. Onttrekking aan de uitgestelde belastingen 41922 - -
XX. Belastingen op het resultaat (+/-) 42000 85.663 93.948
A. Belastingen 42010 118.529 98.400
B.
Regularisering van belastingen en terugneming van
voorzieningen voor belastingen
42020 32.866 4.452
XXI. Winst (Verlies) van het boekjaar (+/-) 42100 2.001.849 1.251.483
XXII. Overboeking naar (Onttrekking aan) de belastingvrije reserves (+/-) 42200 - -
XXIII. Te bestemmen winst (Te verwerken verlies) van het boekjaar (+/-) 42300 2.001.849 1.251.483
214
BNP PARIBAS FORTIS JAARREKENING 2021 (NIET-GECONSOLIDEERD)
N° BE 0403.199.702 VOL-inst 5.18
XVIII. STAAT VAN HET KAPITAAL EN DE AANDEELHOUDERSSTRUCTUUR
In duizenden euro’s Codes Boekjaar Vorig boekjaar
A. STAAT VAN HET KAPITAAL
1. Maatschappelijk kapitaal
a. Geplaatst kapitaal
Geplaatst kapitaal per einde van het vorige boekjaar 20910P xxxxxxxxxxxxxx 10.964.768
Geplaatst kapitaal per einde van het boekjaar (20910) 10.964.768
Codes Bedragen Aantal aandelen
Wijzigingen tijdens het boekjaar
b. Samenstelling van het kapitaal
Soorten aandelen
Gewone 10.964.768 565.194.208
Aandelen op naam 51801 xxxxxxxxxxxxxx 565.021.791
Aandelen aan toonder en/of gedematerialiseerde aandelen 51802 xxxxxxxxxxxxxx 172.417
Codes
Niet-opgevraagd
bedrag
Opgevraagd, niet-
gestort bedrag
2. Niet-gestort kapitaal
a. Niet-opgevraagd kapitaal (20920) - xxxxxxxxxxxxxx
b. Opgevraagd, niet-gestort kapitaal 51803 xxxxxxxxxxxxxx -
c. Aandeelhouders die nog moeten volstorten
Codes Boekjaar
3. Eigen aandelen
a. Gehouden door de instelling zelf
* Kapitaalbedrag 51804 -
* Aantal aandelen 51805 -
b. Gehouden door haar dochters
* Kapitaalbedrag 51806 -
* Aantal aandelen 51807 -
4. Verplichtingen tot uitgifte van aandelen
a. Als gevolg van de uitoefening van CONVERSIERECHTEN
* Bedrag van de lopende converteerbare leningen 51808 -
* Bedrag van het te plaatsen kapitaal 51809 -
* Maximum aantal uit te geven aandelen 51810 -
b. Als gevolg van de uitoefening van INSCHRIJVINGSRECHTEN
* Aantal inschrijvingsrechten in omloop 51811 -
* Bedrag van het te plaatsen kapitaal 51812 -
* Maximum aantal uit te geven aandelen 51813 -
5. Toegestaan, niet-geplaatst kapitaal 51814 10.964.768
6. Aandelen buiten kapitaal
a. Verdeling
* Aantal aandelen 51815 -
* Daaraan verbonden stemrecht 51816 -
b. Uitsplitsing volgens de aandeelhouders
* Aantal aandelen gehouden door de vennootschap zelf 51817 -
* Aantal aandelen gehouden door haar dochters 51818 -
B.
Aandeelhoudersstructuur van de instelling op de datum van de jaarafsluiting, zoals die blijkt uit de kennisgevingen die de
instelling heeft ontvangen
- ingevolge artikel 7 :225 en artikel 7 :83 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen ;
- ingevolge artikel 14, vierde lid, van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen
of ingevolge artikel 5 van het koninklijk besluit van 21 augustus 2008 houdende nadere regels betreffende bepaalde multilaterale
handelsfaciliteiten.
Na verificatie heeft BNP Paribas Fortis geen notificaties ontvangen.
OVERIGE INFORMATIEOVERIGE INFORMATIE
216
OVERIGE INFORMATIE
Hoogste en laagste maandelijkse koersen van het BNP Paribas Fortis aandeel op
de wekelijkse veilingen in 2021
De hoogste en laagste maandelijkse koersen van het BNP Paribas Fortis aandeel op de wekelijkse veilingen op Euronext Brussel
(Euronext Expert Market) in 2021 waren als volgt (in EUR) :
Maand Laagste Hoogste
Januari 22,2 22,2
Februari 26,8 27,0
Maart 29,0 31,6
April 26,6 26,6
Mei 26,6 26,6
Juni 22,4 23,2
Juli 23,0 24,0
Augustus 23,2 23,4
September NA NA
Oktober 30,2 30,2
November 23,6 27,0
December 27,0 30,0
Externe functies, uitgeoefend door bestuurders en effectieve leiders op
31 december 2021, waarvan de openbaarmaking wettelijk verplicht is
Conform het Reglement van de Nationale Bank van Belgiƫ van
6 december 2011 met betrekking tot de uitoefening van externe
functies door leiders van gereglementeerde ondernemingen
(het ā€˜Reglement’), heeft de Raad van Bestuur van BNP Paribas
Fortis haar ā€˜Interne regels betreffende de uitoefening van externe
functies door effectieve leiders van BNP Paribas Fortis’ (ā€˜Interne
Regels’) goedgekeurd.
Het Reglement en de Interne Regels bepalen onder meer dat
bepaalde externe functies, die door de effectieve leiders en
bestuurders van BNP Paribas Fortis worden uitgeoefend, in het
jaarverslag moeten worden vermeld.
De effectieve leiders van BNP Paribas Fortis zijn opgenomen in een
lijst die wordt voorgelegd aan de Nationale Bank van Belgiƫ en die
in overeenstemming met de geldende regels geactualiseerd wordt.
Deze lijst bevat de leden van het DirectiecomitƩ van BNP Paribas
Fortis en de leiders van haar buitenlandse bijkantoren.
Op grond van het Reglement en de Interne Regels zijn de externe
functies die het voorwerp van een openbaarmaking uitmaken,
de uitvoerende dan wel niet-uitvoerende bestuursmandaten,
evenals de functies die een deelname aan het bestuur en het
beleid impliceren, uitgeoefend door een bestuurder of effectieve
leider van BNP Paribas Fortis in handelsvennootschappen of in
vennootschappen met een handelsvorm, in een onderneming met
een andere Belgische dan wel buitenlandse rechtsvorm of in een
Belgische of buitenlandse openbare instelling met industriƫle,
commerciƫle of financiƫle werkzaamheden die niet tot de BNP
Paribas groep behoren.
217
OVERIGE INFORMATIE
Voornaam, Naam
(Functie)
Vennootschap Bedrijfsactiviteit (Functie) Notering
Herman DAEMS
(Voorzitter van de Raad van Bestuur)
Domo Investment Group NV Holdingvennootschap -
(Voorzitter van de Raad van Bestuur)
Unibreda NV Holdingvennootschap -
(Voorzitter van de Raad van Bestuur – onafhankelijk bestuurder)
Max JADOT
(Voorzitter van het DirectiecomitƩ)
Baltisse NV Investeringsvennootschap -
(Niet-uitvoerend bestuurder)
Dominique AUBERNON
(Niet-uitvoerend bestuurster)
Sicovam Holding SA Holdingvennootschap -
(Niet-uitvoerend bestuurster)
Dirk BOOGMANS
(Onafhankelijk bestuurder)
Smile Invest NV Investeringsvennootschap -
(Lid van het InvesteringscomitƩ)
Smile Invest Management Company NV Investeringsvennootschap -
(Niet-uitvoerend bestuurder)
VinƧotte International NV Inspectie-, controle- & certificatiediensten -
(Niet-uitvoerend bestuurder, voorzitter van het AuditcomitƩ en lid van
het RemuneratiecomitƩ)
VinƧotte Controlatum NV Inspectie-, controle- & certificatiediensten -
(Niet-uitvoerend bestuurder)
VinƧotte Academy Nv Inspectie-, controle- & certificatiediensten -
(Niet-uitvoerend bestuurder)
VinƧotte NV Inspectie-, controle- & certificatiediensten -
(Niet-uitvoerend bestuurder)
Newton Biocapital I NV Investeringsfonds -
(Niet-uitvoerend bestuurder en voorzitter van het AuditcomitƩ)
Newton Biocapital II NV Investeringsfonds -
(Niet-uitvoerend bestuurder en voorzitter van het AuditcomitƩ)
Antoinette d’ASPREMONT LYNDEN
(Onafhankelijk bestuurster)
Groep Brussel Lambert NV Holdingvennootschap Euronext Brussel
(Niet-uitvoerend bestuurster en voorzitster van het AuditcomitƩ)
Stefaan DECRAENE
(Niet-uitvoerend Bestuurder)
Ardo Foods NV Holdingvennootschap -
(Niet-uitvoerend bestuurder)
218
OVERIGE INFORMATIE
Voornaam, Naam
(Functie)
Vennootschap Bedrijfsactiviteit (Functie) Notering
Sophie DUTORDOIR
(Onafhankelijk bestuurster)
Nationale Maatschappij der Belgische
Spoorwegen NV
Spoorwegen -
(Afgevaardigd bestuurster - Uitvoerend bestuurster)
Eurogare NV Spoorwegen -
(Niet-uitvoerend bestuurster)
HR Rail NV Spoorwegen -
(Niet-uitvoerend bestuurster)
Thi Factory NV Spoorwegen -
(Voorzitster van de Raad van Bestuur)
Thalys International CVBA Spoorwegen -
(Voorzitster van de Raad van Bestuur)
Aveve NV Landbouw & tuinbouw -
(Niet-uitvoerend bestuurster)
Titia VAN WAEYENBERGE
(Onafhankelijk bestuurster)
De Eik NV Investeringsvennootschap -
(Voorzitster Raad van Bestuur, niet-uitvoerend bestuurster, lid van het
Benoemings- en remuneratiecomitƩ)
Paratodos NV Agribusiness -
(Chief Executive Officer - uitvoerend bestuurster)
Indufin Capital partners Sicar Investeringsvennootschap -
(Niet-uitvoerend bestuurster)
Tattersal Leasing SA Leasingvennootschap -
(Niet-uitvoerend bestuurster)
Indufin Investment fund NV Investeringsfonds -
(Voorzitster van de Raad van Bestuuur)
StƩphane VERMEIRE
(Uitvoerend bestuurder)
Procomin NV Transmissie en aandrijving -
(Voorzitter van de Raad van Bestuur)
Aciers Crustin NV Metaal en staal -
(Voorzitter van de Raad van Bestuur)
Vermeire Aandrijvingen NV Transmissie en aandrijving -
(Voorzitter van de Raad van Bestuur)
Vermeire Transmissions NV Machines en uitrustingen -
(Voorzitter van de Raad van Bestuur)
De bank
voor een wereld
in verandering
BNP PARIBAS FORTIS NV
MAATSCHAPPELIJKE ZETEL
Warandeberg 3
1000 Brussel (Belgiƫ)
Rechtspersonenregister van Brussel
Ondernemingsnummer: 0403.199.702
www.bnpparibasfortis.com
BNP PARIBAS FORTIS NV
|
JAARVERSLAG 2021