
Inclusio Jaarverslag 2021 p.107
● Wijzigingen aan IAS 1 – Classificatie van
verplichtingen als kortlopen of langlopend
(toepasbaar op van toepassing voor de
jaarperioden die aanvangen vanaf 1 januari
2023, maar nog niet goedgekeurd op Europees
niveau: De aanpassingen voorzien een
algemenere benadering van de classificatie van
verplichtingen volgens IAS 1, op basis van de
contractuele bepalingen die van toepassing zijn
op balansdatum.
● Wijzigingen aan IAS 1 – Voorstelling van de
financiële staten en de praktijkbeschrijving
in IFRS 2: Te verstrekken informatie over de
boekhoudmethodes (van toepassing voor de
jaarperioden die aanvangen op 1 januari 2023,
maar nog niet goedgekeurd op Europees niveau)
● Wijzigingen aan IAS 8 – Boekhoudkundige
methodes, schattingswijzigingen en fouten:
Definitie van boekhoudkundige ramingen (van
toepassing voor de jaarperioden die aanvangen
vanaf 1 januari 2023, maar nog niet goedgekeurd
op Europees niveau)
● Aanpassing van IAS 37 – Verlieslatende contracten
– Kosten tot uitvoering van een contract (van
toepassing voor de jaarperioden die aanvangen
vanaf 1/01/2022, maar nog niet goedgekeurd
door de EU): De aanpassingen verduidelijken
welke kosten tot uitvoering van een contract
een onderneming moet beschouwen in de
beoordeling of een contract verlieslatend is.
De Groep verwacht niet dat de initiële toepassing
van de hierboven vermelde aanpassingen
een significante impact kan hebben op haar
jaarrekening.
Toelichting 2.2 Samenvatting van de
toegepaste grondslagen voor financiële
verslaggeving
Consolidatieprincipes
Dochterondernemingen
De geconsolideerde jaarrekening omvat de
financiële staten van de Onderneming en van
haar dochterondernemingen en investeringen in
deelnemingen waarop de equity-methode wordt
toegepast. Dochterondernemingen zijn entiteiten
waarover de Onderneming zeggenschap uitoefent.
De Onderneming oefent zeggenschap over een
deelneming uit als hij is blootgesteld aan, of rechten
heeft op veranderlijke opbrengsten uit hoofde van
zijn betrokkenheid bij de deelneming en over de
mogelijkheid beschikt deze opbrengsten via zijn
macht over de deelneming te beïnvloeden.
Wanneer de Onderneming meer dan de helft van
de stemrechten in de dochteronderneming bezit,
wordt die dochter geacht door de Onderneming te
worden gecontroleerd.
De financiële staten van de dochterondernemingen
worden integraal in de consolidatie opgenomen
vanaf de datum waarop de Onderneming de
zeggenschap verkrijgt tot de einddatum van de
zeggenschap.
De financiële staten van de dochterondernemingen
worden opgesteld volgens dezelfde grondslagen
voor financiële verslaggeving als deze toegepast
door de Onderneming en ze worden uniform
toegepast binnen de Groep.
Alle intragroepstransacties en alle niet-gerealiseerde
winsten en verliezen op transacties tussen
dochterondernemingen van de Groep worden
volledig geëlimineerd.
Joint ventures en geassocieerde deelnemingen
Een joint venture is een samenwerkingsverband
waarbij de partijen die gezamenlijke zeggenschap
over de onderneming uitoefenen, rechten
hebben op de netto-activa van de onderneming.
Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel
overeengekomen delen van de zeggenschap over
een onderneming, die alleen bestaat indien voor
beslissingen over de betrokken activiteiten de
unanieme instemming vereist is van de partijen
die de zeggenschap delen. Een geassocieerde
deelneming is een entiteit waarin de Groep een
invloed van betekenis heeft en die noch een
dochtervennootschap, noch een belang in een joint
venture is. Invloed van betekenis is de macht om
deel te nemen aan de financiële en operationele
beleidsbeslissingen van een uitgevende entiteit,
zonder zeggenschap of gezamenlijke zeggenschap
uit te oefenen over dat beleid.
De resultaten en activa en passiva zijn in deze
financiële staten opgenomen volgens de
vermogensmutatiemethode, behalve wanneer de
investering is geclassificeerd als aangehouden voor
verkoop, in welk geval zij is verwerkt overeenkomstig
IFRS 5 - Vaste activa aangehouden voor verkoop en
beëindigde bedrijfsactiviteiten.
Volgens de vermogensmutatiemethode wordt
een deelneming aanvankelijk tegen kostprijs in de
balans opgenomen en vervolgens aangepast om het
aandeel van de Groep in het resultaat en de andere
elementen van het globaal resultaat op te nemen.
Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen
van een vennootschap groter is dan het belang van
de Groep in die vennootschap (met inbegrip van alle
deelnemingen op lange termijn die in wezen deel
uitmaken van de netto-investering van de Groep
in de vennootschap), zal de Groep haar aandeel
in de latere verliezen niet langer boeken. Verdere
verliezen worden enkel opgenomen voor zover de
Groep wettelijke of feitelijke verplichtingen heeft
aangegaan of betalingen voor rekening van de
onderneming heeft verricht.
Bij de verwerving van de participatie in een
geassocieerde deelneming of joint venture wordt
het surplus van de kostprijs van de deelneming
ten opzichte van het aandeel van de Groep in de
netto reële waarde van de identificeerbare activa en
verplichtingen van de vennootschap opgenomen als
goodwill, die wordt opgenomen in de boekwaarde
van de deelneming. De vereisten van IAS 36 worden
toegepast om te bepalen of het noodzakelijk is
een waardeverminderingsverlies te boeken met
betrekking tot de deelneming van de Groep in een
geassocieerde deelneming of een joint venture.
Indien nodig wordt de volledige boekwaarde van
de deelneming (met inbegrip van de goodwill)
onderworpen aan een waardeverminderingstest
overeenkomstig IAS 36 als één enkel actief,
door de realiseerbare waarde (hoogste waarde
van de bedrijfswaarde of de reële waarde, min
verkoopkosten) te vergelijken met de boekwaarde.
Een participatie in een geassocieerde deelneming
of een joint venture wordt verwerkt volgens de
vermogensmutatiemethode vanaf de datum waarop
de Groep invloed van betekenis op of gezamenlijke
zeggenschap over de vennootschap uitoefent, tot de
datum waarop voornoemde zeggenschap ophoudt
te bestaan.
Overname van bedrijven
Wanneer de Groep de zeggenschap verwerft over
een geïntegreerde groep van activiteiten en activa
die beantwoorden aan de definitie van een bedrijf in
overeenstemming met IFRS 3 – Bedrijfscombinaties,
worden de identificeerbare activa, verplichtingen en
voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen
partij opgenomen tegen reële waarde op de
overnamedatum. Bovendien worden uitgestelde
belastingen geboekt op de ontstane tijdelijke
verschillen en opgenomen in de verworven
nettoactiva. Goodwill is het positieve verschil tussen
de overnameprijs (exclusief aan de overname
gerelateerde kosten), vermeerderd met eventuele
minderheidsbelangen, en de reële waarde van de
verworven nettoactiva. Indien dit verschil negatief is
(‘negatieve goodwill’), wordt het onmiddellijk in de
resultatenrekening opgenomen na bevestiging van
de waarden.
Indien de overname van een onderneming
bestaande uit één of meer vastgoedbeleggingen
en een groep activa (en/of verplichtingen) niet
beantwoordt aan de definitie van een bedrijf
volgens IFRS 3, wordt de overname verwerkt als
een overname van individueel identificeerbare
activa en verplichtingen (met inbegrip van
vastgoedbeleggingen). De kostprijs van de
overname wordt toegerekend aan de afzonderlijke
identificeerbare activa en verplichtingen op basis
van hun relatieve reële waarde op de datum
van overname. Bijgevolg geeft een dergelijke
verwerving geen aanleiding tot de opname
van goodwill. Overeenkomstig IAS 40 worden
vastgoedbeleggingen na de eerste opname
gewaardeerd tegen reële waarde.
De exit taks is de taks op de meerwaarde die
voortvloeit uit de erkenning van een Belgische
vennootschap als GVV (of GVBF) of uit de fusie
van een niet-GVV-vennootschap met een
GVV. Wanneer de onderneming, die niet de
status van een GVV heeft maar wel voor deze
regeling in aanmerking komt, voor het eerst in de
consolidatiekring van de Groep wordt opgenomen,
wordt een voorziening voor exit taks aangelegd.
Elke latere aanpassing van deze verplichting wordt
in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Wanneer de goedkeuring of fusie plaatsvindt,
wordt de voorziening omgezet in een schuld, en
elk verschil wordt eveneens opgenomen in de
resultatenrekening.
Vastgoedbeleggingen
De voor verhuur beschikbare vastgoedbeleggingen
zijn investeringen in onroerend goed (gebouwen
of terreinen) die worden aangehouden om
huuropbrengsten, een waardestijging of beide te
realiseren.
De voor verhuur beschikbare vastgoedbeleggingen
worden initieel opgenomen tegen kostprijs, inclusief
transactiekosten en niet-aftrekbare btw. Wanneer
het onroerend goed is verworven door fusie, worden
de verschuldigde belastingen op de potentiële
winst van het opgenomen actief, opgenomen in de
kostprijs van het beschouwde actief.
Na de initiële opname worden de voor verhuur
beschikbare vastgoedbeleggingen gewaardeerd
tegen hun reële waarde. Deze reële waarde
(‘fair value’) is het bedrag waarvoor het gebouw
verhandeld zou kunnen worden tussen goed
geïnformeerde, instemmende partijen die handelen
in normale concurrentieomstandigheden.
De mutatierechten bij een aankoop, evenals elke
variatie in de reële waarde van de gebouwen in de
loop van het boekjaar, worden rechtstreeks erkend
in de resultatenrekening onder de rubriek ‘Variaties
in de reële waarde van vastgoedbeleggingen’,
waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen
positieve en negatieve variaties. De correctie op de
mutatierechten verbonden aan de verdere evolutie
van de reële waarde of aan de realisatie van een
gebouw wordt onrechtstreeks vastgelegd bij de
bestemming van de reserves onder de rubriek
‘Reserves – Reserve voor het saldo van de variaties