Het jaar 2025 begon voor ons, net als voor veel andere bedrijven, met grote onzekerheden. De dreiging van een handelsoorlog met de Verenigde Staten en hoge importtarieven zorgden ervoor dat onze markten een pas op de plaats maakten en investeringen werden uitgesteld. Deze terughoudendheid in de markt hield tot en met de zomer aan. Na de zomer leken de markten meer aan de onzekerheden gewend en kwamen ze weer in beweging.
We hebben een zeer goed jaar achter de rug. Weliswaar daalde de omzet ten opzichte van 2024, maar we behaalden het hoogste resultaat ooit. Daar zijn we trots op. We bereikten dit mooie resultaat door goed op de kosten te letten en te focussen op onze toegevoegde waarde. Ook zijn we verheugd met de prestaties van Eqraft®. Over de hele breedte is de performance van Hydratec Industries gestegen.
De compleet veranderde verhouding tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie is niet de enige geopolitieke ontwikkeling waarmee ons bedrijf te maken heeft. Nog steeds woeden oorlogen aan Europa’s buitengrenzen of zijn er andere spanningen die de internationale handel belemmeren. Al deze onzekerheden leidden in onze markten onvermijdelijk tot terughoudendheid bij investeringen. De kwaliteit van de omzet nam echter opnieuw toe. Dat blijkt duidelijk uit de gestegen marges. Mede door de kostenreducties van de afgelopen jaren hebben we een stevig fundament onder onze organisatie gelegd. Elk van onze bedrijven heeft een sterke positie in zijn eigen niche. Onze decentrale structuur maakt ons wendbaar en stelt ons in staat snel in te spelen op de marktvraag. We zitten dicht bij onze klanten en begrijpen hun behoefte. Daarnaast hebben we onze interne organisatie op diverse terreinen versterkt, zowel in de technische know-how als in het management.
Elk van onze drie deelmarkten kende in 2025 een zeer verschillende dynamiek. In de Mobility-markt was het opnieuw een moeilijk jaar. De vraag naar auto’s bleef tegen vallen, waardoor de onrust aanhield. Dit had grote impact op onze klanten, die op grote schaal afscheid moesten nemen van medewerkers. Dit leidde ook tot een hogere prijsdruk. Het gevolg van deze ontwikkelingen was dat onze omzet in Mobility afnam.
Het beeld in de Health-markt was diametraal anders: het werd een bijzonder goed jaar met een sterk gestegen omzet. Wij hebben in deze markt een solide basis gevonden met de productie van samenstellingen en onderdelen met een hoge toegevoegde waarde en complexiteit. Onze jarenlange inspanningen en investeringen leveren nu duidelijk rendement op.
In de Food-markt was sprake van een lagere omzet door het beëindigen van activiteiten met lage toegevoegde waarde. In deze markt zijn we vooral via Industrial Systems actief. Daar was terughoudendheid in investeringen te merken. Hierdoor is ons orderboek licht gedaald ten opzichte van vorig jaar.
Om onze sterke concurrentiepositie te behouden, moeten we in onze markten blijven vooroplopen. Wij zijn ervan overtuigd dat onze innovatiekracht werkt als een versneller van verdere en duurzame groei. Klanten kiezen voor ons vanwege onze innovatieve producten die verspilling tegengaan. Een mooi voorbeeld van zo’n product is het inline scansysteem van Rollepaal voor multilayerbuizen, dat zeer goed door de markt is ontvangen. We blijven dan ook intensief samenwerken met kenniscentra, universiteiten en leveranciers.
Onze dienstverlening stemmen we steeds verder af op de behoeften van onze klanten. Met onze focus op servitization bouwen we aan langetermijnrelaties. Wij staan 24/7 klaar en helpen downtime te voorkomen. Daarom zijn Rollepaal en Lan Handling Technologies in de Verenigde Staten verhuisd naar het centraal gelegen Atlanta waar ze een servicehub delen.
Onze medewerkers zijn de stuwende kracht achter Hydratec. Hun expertise en inzetbaarheid zijn van onschatbare waarde. Anders dan veel bedrijven in de technische sector ondervinden wij relatief weinig problemen met de krapte op de arbeidsmarkt. In 2025 konden we veel vacatures invullen, niettemin liep de werkdruk op sommige momenten hoog op. Ook slagen we er goed in medewerkers te behouden.
Diversiteit en inclusie zijn voor Hydratec van groot belang. In de Female Board Index behaalden we zelfs een eerste plaats. We zijn trots op het hoge aantal vrouwen in het directie- en managementteam. Het aandeel vrouwen in de praktische uitvoering willen we nog verder vergroten. Een betere verdeling tussen man en vrouw, en diversiteit komt de besluitvorming en de werksfeer ten goede.
Begin 2026 hebben we ons belang in Eqraft® uitgebreid tot 80%, wat betekent dat we over 2026 de cijfers consolideren van Eqraft®. Meer in het algemeen zien we 2026 vol vertrouwen tegemoet. Zeker met onze extra inzet op verkoop en servitization zijn wij ervan overtuigd de juiste weg voor de toekomst te zijn ingeslagen.
Wij danken alle collega's voor hun grote inzet, flexibiliteit, passie en toewijding. Daarnaast zijn wij onze klanten, partners, commissarissen en aandeelhouders erkentelijk voor het vertrouwen en de steun bij de verdere ontwikkeling van Hydratec Industries.
Bart Aangenendt en Everien Slijkhuis
Co-CEO’s
Hydratec Industries
Technologiebedrijf Hydratec Industries N.V. levert industriële systemen en hightech componenten om duurzaam in de groeiende behoefte aan voedsel, gezondheid en mobiliteit te voorzien. Hydratec Industries staat sinds 1997 genoteerd aan Euronext Amsterdam en heeft wereldwijd 1.310 medewerkers. Alle bedrijven hebben een hoofdvestiging in Nederland, maar ook productievestigingen in het buitenland, waaronder België, Brazilië, India, Polen en de VS. Ongeveer 50% van onze medewerkers woont en werkt in Nederland.
|
Bedragen in duizenden euro’s, tenzij anders vermeld |
2025 |
2024 |
2023 |
2022 |
2021 |
|
Winst- en verliesrekening |
|||||
|
Netto-omzet |
263.130 |
270.204 |
282.748 |
283.261 |
257.297 |
|
Bedrijfsresultaat |
30.413 |
25.254 |
22.026 |
21.787 |
22.027 |
|
Nettoresultaat |
24.107 |
18.238 |
15.797 |
15.820 |
15.133 |
|
Nettoresultaat voor aandeelhouders |
24.104 |
18.218 |
15.693 |
15.927 |
15.118 |
|
Kasstroom |
|||||
|
Kasstroom uit operationele activiteiten |
33.548 |
37.532 |
4.735 |
43.459 |
33.664 |
|
Kasstroom uit investeringsactiviteiten |
-4.228 |
-19.968 |
-11.285 |
-8.681 |
-6.661 |
|
Kasstroom uit financieringsactiviteiten |
-12.925 |
-19.123 |
-7.408 |
-14.577 |
-26.568 |
|
Nettokasstroom |
16.395 |
-1.559 |
-13.958 |
20.201 |
435 |
|
Balans |
|||||
|
Eigen vermogen toe te rekenen aan aandeelhouders Hydratec |
117.255 |
104.579 |
93.817 |
85.990 |
76.082 |
|
Eigen vermogen |
117.255 |
104.785 |
94.030 |
86.089 |
76.261 |
|
Bedragen in duizenden euro’s, tenzij anders vermeld |
2025 |
2024 |
2023 |
2022 |
2021 |
|
Kengetallen |
|||||
|
Bedrijfsresultaat in % van de omzet (EBIT %) |
11,6% |
9,3% |
7,8% |
7,7% |
8,6% |
|
Rentabiliteit geïnvesteerd vermogen 1 |
21,6% |
15,9% |
14,2% |
19,1% |
15,1% |
|
Rentabiliteit eigen vermogen 2 |
21,7% |
18,4% |
17,5% |
19,7% |
21,7% |
|
Solvabiliteit 3 |
52,8% |
48,4% |
42,6% |
35,8% |
35,7% |
|
Gegevens per gewoon aandeel (in euro’s) |
|||||
|
Bedrijfsresultaat 4 |
23,4 |
19,5 |
17,0 |
16,8 |
17,1 |
|
Eigen vermogen toe te rekenen aan aandeelhouders Hydratec |
90,3 |
80,6 |
72,4 |
66,5 |
58,9 |
|
Winst per aandeel voortgezette activiteiten |
18,6 |
14,1 |
12,2 |
12,2 |
11,7 |
|
Winst per aandeel inclusief beëindigde activiteiten exclusief derden |
18,6 |
14,0 |
12,1 |
12,3 |
11,7 |
|
Winst per aandeel inclusief beëindigde activiteiten |
18,6 |
14,1 |
12,2 |
12,2 |
11,7 |
|
Interimdividend per aandeel |
0,0 |
6,0 |
0,0 |
0,0 |
2,1 |
|
Slotdividend (voorstel) per aandeel |
8,0 |
6,0 |
0,0 |
6,0 |
4,7 |
|
Koers ultimo |
171,0 |
160,0 |
90,0 |
73,0 |
74,5 |
|
Laagste koers |
160,0 |
92,5 |
73,0 |
68,0 |
54,0 |
|
Hoogste koers |
189,0 |
162,0 |
94,0 |
94,0 |
79,0 |
|
Overige gegevens |
|||||
|
Gemiddeld aantal medewerkers |
964 |
989 |
1.027 |
1.032 |
1.151 |
|
Netto-omzet per medewerker |
273,0 |
273,2 |
275,3 |
274,5 |
223,5 |
|
Loonkosten per medewerker (exclusief inhuur en NOW regeling) |
68,4 |
68,2 |
66,7 |
57,8 |
52,5 |
In het segment Industrial Systems zijn Original Equipment Manufacturers (OEM’s) actief, die onder eigen merknaam complete systemen op de markt brengen. Het gaat om duurzame productiesystemen die inspelen op de groeiende wereldvraag naar voedsel en schoon drinkwater. De oplossingen van onze bedrijven zijn innovatief, geïntegreerd en gaan verspilling tegen in de productieprocessen van klanten. De belangrijkste deelmarkten voor Industrial Systems zijn de wereldwijde pluimvee-, convenience food- en diervoedingsector en waterleidingen markt. Middels onze deelneming in Eqraft® zijn we ook actief in de uien- en aardappelen sector.
Met Industrial Systems bieden we een breed productenpakket en realiseren we een goede spreiding over verschillende landen en klanten. Tegelijkertijd ligt de focus op slimme specialisatie en standaardisatie om kosteneffectief te blijven en risico’s te verkleinen. Als leverancier van systemen gaan wij verder dan het bouwen van machines. Wij verdiepen ons ook in de operaties van klanten en leveren de benodigde services. In hechte samenwerking met klanten, leveranciers en universiteiten ontwikkelen en introduceren we nieuwe producten en diensten, die ook bij bestaande klanten meer functies vervullen en grotere meerwaarde realiseren.
Royal Pas Reform
Integrated Hatchery Solutions
Royal Pas Reform is wereldwijd de enige single-sourceleverancier van slimme, geïntegreerde en duurzame oplossingen voor broederijen. Het bedrijf is een van de grootste producenten van kuikenbroedmachines ter wereld en is actief in meer dan 100 landen.
Sinds de oprichting loopt Royal Pas Reform voorop in het ontwikkelen van slimme, geïntegreerde en duurzame broederijoplossingen. Het bedrijf levert:
industriële broedmachines voor de productie van uniforme, robuuste eendagskuikens;
broederij-automatiseringssystemen voor het efficiënt verwerken van broedeieren en eendagskuikens;
klimaatbeheersingsapparatuur voor een duurzame en hygiënische lucht- en waterbehandeling;
broederij managementsoftware voor monitoring, analyse en optimalisatie van het broedproces;
service en support voor een efficiënte en betrouwbare werking van geïntegreerde broederijsystemen.
De Pas Reform Academy vormt het hart van het bedrijf. In nauwe samenwerking met klanten en universiteiten verricht de Academy onderzoek naar de invloed van het broedproces op de embryonale ontwikkeling van het kuiken. Deze specialistische kennis gebruikt Royal Pas Reform voor de ontwikkeling van nieuwe, innovatieve producten en diensten voor de broederij-industrie en voor het trainen en begeleiden van broedmeesters. Zo heeft Royal Pas Reform in de loop der jaren tientallen innovatieve oplossingen ontwikkeld voor broederijen.
De verkoop- en serviceactiviteiten van Royal Pas Reform verlopen via drie vestigingen: Royal Pas Reform in Nederland, Pas Reform do Brasil in Brazilië en Pas Reform North America in de Verenigde Staten. Daarnaast beschikt Royal Pas Reform over eigen verkoopkantoren in Afrika, Azië, Europa, Midden-Oosten en Zuid-Amerika, en een uitgebreid netwerk van agenten in meer dan 40 landen.
Lan
Handling Technologies
Lan Handling Technologies is al meer dan 50 jaar gespecialiseerd in de ontwikkeling en productie van (gesteriliseerde) product-handlingsystemen en end-of-line automatisering voor de wereldwijde voedingsmiddelen- , verpakkings- en pharmaindustrie. Dit doet Lan zowel voor multinationals als (snelgroeiende) startups en neemt daarbij het hele proces van concept tot ingebruikname voor zijn rekening. Ontwerp, constructie, assemblage en installatie gebeuren in eigen beheer.
Door slimme toepassing van modularisatie in het productportfolio biedt Lan een uitgebreid palet aan klantspecifieke oplossingen op basis van de laatste technologie. Wereldwijd zijn inmiddels meer dan 500 hoogwaardige systemen geplaatst. Vanuit de vestigingen in Tilburg, Halfweg en Atlanta (USA) levert Lan automatiseringsoplossingen voor een breed scala aan verpakkingen; van gesteriliseerde voeding in pouch, blik en pot tot maaltijdsalades en agrifood in zakken, netten, dozen en kratten.
Hogere efficiency, toenemende productdiversiteit, aandacht voor traceability, energieverbruik en ‘zero waste’ hebben impact op de duurzame productieomgeving. In intensieve samenwerking met universiteiten, vooraanstaande multinationals en innovatieve bedrijven in de voedingsindustrie spelen wij in op deze trends en werken wij aan thema's als Industry 4.0, Digital Twins, Big Data en het gebruik van AI. Zo levert Lan Handling Technologies een belangrijke bijdrage aan de groeiende behoefte aan veilige voedselproducten.
Rollepaal
Pipe Extrusion Technologies
Rollepaal is een toonaangevende fabrikant van extrusie-apparatuur voor PVC, PVC-O, multilayer- en PO-buizen. Deze hightech systemen staan bekend om hun hoogwaardige kwaliteit, met de focus op duurzaamheid, service en support. Het is de missie van Rollepaal om actief bij te dragen aan het succes van klanten door duurzame, kostenbesparende oplossingen te ontwikkelen.
Bij de fabricage van kunststofbuizen vormen de grondstoffen veruit de grootste kostencomponent. Daarom is het belangrijk om met behoud van de vereiste specificaties voor de buis het materiaalgebruik maximaal te verminderen. Rollepaal biedt verschillende oplossingen om de kwaliteit van de buis tijdens de productie te beheersen. Een recent voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van een inline scansysteem voor de laagdiktemeeting van multilayer buizen. Met de machines van Rollepaal kunnen de klanten onnodig gewicht minimaliseren en controle houden over de wanddikte, waardoor de kosten van hun producten worden verlaagd en het milieu wordt gespaard. De PVC-O-buizen van Rollepaal hebben de laagste CO2-voetafdruk van alle drukleidingen.
De klanten van Rollepaal bevinden zich over de hele wereld. Rollepaal exporteert haar producten naar meer dan 100 landen. Via vestigingen in Nederland (Dedemsvaart), de Verenigde Staten (Atlanta) en India (Ahmedabad) en via agenten wereldwijd, heeft Rollepaal in veel landen advies en service direct beschikbaar.
Eqraft®
Agri Handling Solutions
Eqraft® ontwerpt, bouwt en onderhoudt slimme agrarische fabrieken. Het bedrijf werd in 1984 opgericht als ERC Machinery in Emmeloord en ontwikkelde zich sindsdien van leverancier van mechanische oplossingen tot een integrale hightechpartner voor de agro-industrie. Met haar machines, software en expertise levert Eqraft® wereldwijd totaaloplossingen voor het sorteren, verwerken en verpakken van uien en aardappelen. Zo draagt het bedrijf bij aan rendabele en betrouwbare agrarische bedrijfsvoering.
Met decennialange ervaring in de uien- en aardappelindustrie ontwikkelt Eqraft® steeds nieuwe oplossingen voor complete verwerkingslijnen, gericht op een efficiënter, schoner en betrouwbaarder fabrieksproces. Een van deze innovaties is de Eqrader™: een slimme, optische sorteermachine die uien met hoge snelheid classificeert op kwaliteit, gewicht, vorm en kleur, dankzij zowel interne als externe controles. De Eqrader™ sluit naadloos aan op de overige machines in de verwerkingslijn. De door AI ondersteunde technologie wordt inmiddels ook doorontwikkeld voor aardappelen.
Vanuit het hoofdkantoor en de productielocatie in Emmeloord, ontwerpt, bouwt en levert Eqraft® machines en complete verwerkingslijnen aan klanten binnen en buiten Europa. Het salesteam in Goes werkt hiervoor samen met agenten wereldwijd. De service wordt verzorgd door een internationaal netwerk van servicemonteurs en door Eqraft®- servicehubs in Nederland en de Verenigde Staten.
Met meerdere vestigingen, een groeiend team en tal van nieuwe internationale projecten kijkt Eqraft® vooruit. Het bedrijf investeert in wat nodig is om klaar te zijn voor de toekomst. Een van de voorbeelden is het in eigen huis ontwikkelde logistieke systeem voor automatische kisthandling. Met deze technologie is het mogelijk om op grote schaal volledig geautomatiseerde ‘Agro Factories of the Future’ te realiseren.
De bedrijven in het segment Hightech Components richten zich op het vervaardigen van complexe delen of samenstellingen van kunststoffen. Kunststof is een relatief jonge grondstof, waarnaar de vraag onverminderd stijgt: door de unieke eigenschappen spelen deze materialen, bijvoorbeeld als metaalvervanger, een cruciale rol in een duurzamere en grondstofefficiënte toekomst. In het Components-segment ontwikkelen en produceren we vooral constructieve kunststofonderdelen voor OEMs. Met name in de Health-markt zijn de kwaliteits- en hygiënevoorschriften zeer streng. Zo vindt assemblage van bijvoorbeeld point-of-care-diagnostics in cleanroom-omstandigheden plaats.
Het Hightech Components segment beschikt over hoogstaande productietechnologieën, zoals het spuitgieten van thermoplast- en thermoset-producten. Een belangrijke andere technologie is de volledig geautomatiseerde assemblage van onderdelen tot functionele modules met behulp van robot- en vision-technologie. Omdat Hightech Components opereert in concurrerende markten, hebben kostenreductie en duurzaamheid hoge prioriteit. Dit betekent dat we ons richten op gewichtsverlaging van onderdelen, reductie van materiaalgebruik en hergebruik en recycling van grondstoffen. Ook de beperking van energieverbruik en transportkosten wordt belangrijker. Dit helpt klanten bij het behalen van hun duurzaamheidsdoelen.
Timmerije
Hightech Plastic Components
In ruim 90 jaar is Timmerije in de Benelux uitgegroeid tot specialist in spuitgietproducten uit technische polymeren. Als ontwerper en producent van hoogwaardige producten voor OEM’s van bekende Europese topmerken, maakt het bedrijf serieproducties voor just-in-time-toelevering van food & agro, mobiliteit en diverse andere industrieën.
De hoogwaardige kunststofproducten en samenstellingen van onderdelen vinden hun weg in uiteenlopende toepassingen. Van klimaatsystemen tot vrachtwagens. En van fietsonderdelen tot koffiezetapparaten. Het bedrijf beheerst het complete proces en beschikt over een eigen engineeringsafdeling, gereedschapsmakerij en assemblage-afdeling.
Projectmanagement, matrijzenbouw, onderhoud & reparatie en het samenstellen van componenten vindt plaats onder één dak. Nauw op elkaar afgestemde ontwerp-, productie- en logistieke processen staan garant voor een korte time-to-market en bieden continuïteit. Bovendien heeft Timmerije de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in de productie van spuitgietproducten. We beschikken over meer dan 50 moderne spuitgietmachines van 25 tot 1.400 ton sluitkracht. Met dit moderne machinepark, ons team van specialisten en ons adequate kwaliteitssysteem staat Timmerije voor toekomstgerichte innovatie, betrouwbare processen en servicegerichtheid.
Helvoet
High Precision Components
Helvoet is al meer dan 80 jaar wereldwijd leverancier van precisiecomponenten uit technische polymeren. Het bedrijf is gespecialiseerd in de ontwikkeling en serieproductie van complexe assemblages voor specialistische markten.
Samen met de klant ontwikkelt Helvoet producten uit kunststof (thermoplast en thermoset), siliconen gietrubber of een combinatie daarvan. Vervolgens assembleert het bedrijf die tot een halffabricaat of complete functionele module. Deze combinatie van kennisintensieve en kostenefficiënte ontwikkeling geeft Helvoet een unieke positie in de wereld van precisiedelen.
De toenemende vraag naar intelligente sampling methoden met zogenaamde ‘smart consumables’ maakt dat Helvoet ideaal gepositioneerd is voor uiteenlopende Health Tech toepassingen, zoals medische cartridges, point-of-care instrumenten en diagnose-apparaten. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe technologie voor beoordelingen van harttesten. De innovatieve kunststofprocestechnologie van Helvoet schept nieuwe mogelijkheden voor onder andere de analyse van DNA via PCR-technieken.
Helvoet’s technologie wordt eveneens toegepast in brandstof-, rem- en aandrijfsystemen, brandstofcellen, doseersystemen voor dranken en sensortechnologie voor autonoom rijden. De seriegroottes variëren van middelgroot tot zeer groot.
Het continu verbeteren van de product- en proceskwaliteit en ‘zero defects manufacturing’ is standaard instrumentarium van Helvoet. De productielocaties van Helvoet beschikken over alle kwaliteitssystemen en certificaten die nodig zijn voor hun specifieke markten. Om aan dit hoge kwaliteitsniveau te blijven voldoen investeert Helvoet voortdurend in zijn mensen, processen en machines.
Hydratec wil wereldwijd op een duurzame manier bijdragen aan de vraag naar voeding, gezondheid en mobiliteit. Deze vraag blijft groeien, als gevolg van de wereldwijde bevolkingsgroei en stijgende welvaart. Door de diversificatie in zowel Industrial Systems als Hightech Components is Hydratec wendbaar en beter bestand tegen marktschommelingen.
Binnen Hydratec zijn zelfstandige, wendbare bedrijven actief waar slimme producten en functies worden ontwikkeld die bijdragen aan het succes van de klant. In nauwe samenwerking met klanten gaan onze medewerkers voortdurend op zoek naar verbeteringen in producten en in productieprocessen. We verbeteren niet alleen de primaire functies, maar ook logistiek, onderhoud en ontwerp. We geven advies en besteden daarbij bijzondere aandacht aan verbetering van duurzaamheid en het voorkomen van verspilling in het bijzonder. Diversiteit in alle lagen van de organisatie vergroot de variëteit in oplossingsrichtingen en daarmee de kwaliteit en snelheid van innovatie.
Innovatie is voor Hydratec van groot belang om een toonaangevende positie in de Food, Health en Mobility-markten te verwerven en te behouden. Innovatie stelt ons in staat om waarde toe te voegen aan de processen van onze klanten en onszelf daarmee te onderscheiden. Het merendeel van onze innovaties is gericht op het tegengaan van verspilling in processen en producten, ook omdat we weten dat we daar de grootste milieu impact hebben. Gebruik van digitalisering speelt daarin een toenemend belangrijke rol.
In ons streven naar vernieuwing en verbetering zijn onze klanten de grootste bron van inspiratie: als wij hun processen diepgaand doorgronden en begrijpen – soms beter dan de klant zelf – kunnen we mogelijkheden signaleren om deze effectief en wezenlijk te verbeteren. Waar mogelijk zoeken we nadrukkelijk naar samenwerking. Vanzelfsprekend met onze klanten zelf, maar ook met leveranciers en kennisinstituten als universiteiten en hogescholen. Gezamenlijk beschikken we over meer kennis en vernieuwingskracht.
We streven naar leidende posities in de verschillende nichemarkten en spelen snel in op veranderingen. Het is onze strategie om met al onze activiteiten consistent en over een langere periode een groei van omzet en resultaat te realiseren op ten minste een marktconform niveau. Zo maken we het mogelijk om hoge toegevoegde waarde te realiseren voor de eindgebruiker.
Onze vergaande dienstverlening leidt tot grote klantenbinding. Door slimme toepassing van nieuwe technologieën maken we voor onze klanten het verschil en breiden we het productenpakket uit bij bestaande afnemers. Daarnaast steken we veel energie in verschillende Operational Excellence-programma’s om verspilling bij ons en in de productieprocessen van onze klanten te voorkomen. Het voorkomen van verspilling kan op verschillende manieren. Een ervan is het verminderen van energie die nodig is om producten te fabriceren. Verder reduceren we materiaal- en grondstoffengebruik.
De systemen van Industrial Systems worden projectmatig en wereldwijd afgezet, waardoor de resultaten kunnen fluctueren. De afhankelijkheid van macro-economische factoren is hierdoor groot, maar dit zorgt ook voor spreiding van risico's. De activiteiten binnen Hightech Components hebben een procesmatiger karakter, waardoor de schommelingen over het algemeen minder groot zijn dan bij Industrial Systems.
De directies van de bedrijven zijn binnen afgesproken kaders verantwoordelijk voor hun eigen operationele activiteiten en concentreren zich op hun eigen specifieke markten. Die zelfstandigheid maakt de organisatie wendbaar en innovatief. Ook in 2025 heeft deze organisatievorm zijn waarde bewezen. Alle bedrijfsactiviteiten konden zich snel en naar eigen inzicht aanpassen aan de omstandigheden, zoals variërende rentes, inflatie, invoerheffingen, ontwikkelingen in de supply chain en de arbeidsmarkt. Bovendien is onze structuur kostenefficiënt: er is in beperkte mate sprake van centrale stafafdelingen, wat de overheadkosten beperkt.
De directie van Hydratec voert regulier overleg met het management van de bedrijven, waarin alle bedrijfsaspecten en de periodieke ontwikkelingen van resultaten worden besproken. Het overleg is gebaseerd op een vast kader van reguliere rapportages, inclusief analyses van de belangrijkste prestatie-indicatoren. Daarnaast is er veelvuldig informeel overleg. Dit alles vindt plaats op basis van ambitieuze maar realistische doelstellingen, afgeleid van scenario’s die voor alle betrokkenen een leidraad vormen. Jaarlijks evalueren we per segment de strategische posities en opties en voeren we een SWOT-analyse uit. Hieruit volgen beslissingen over langetermijninvesteringen en prioriteiten in de product- marktontwikkelingen. Een richtlijn daarbij is de doorontwikkeling van de organisatie naast een adequaat rendement voor onze aandeelhouders.
Om actief in te spelen op relevante marktveranderingen en kansen, is het essentieel dat elk bedrijf beschikt over goed en gemotiveerd management en medewerkers. We besteden extra aandacht aan het vinden en binden van goede medewerkers. Dit doen we onder andere door structureel stage- en afstudeerplaatsen aan te bieden. Bovendien bevorderen we continu de ontwikkeling van de medewerkers, onder meer met opleidingen.
Binnen Hydratec streven we naar voldoende winstgevendheid. Hiermee creëren we ruimte voor investeringen in mensen, innovaties en groei en hebben we ruimte om tegenslagen op te vangen. Tenzij er zich bijzondere economische omstandigheden voordoen of aanpassingen nodig zijn in de organisatie, hanteren we voor elk segment een doelstelling voor het bedrijfsresultaat over langere termijn. Voor Industrial Systems is dat ten minste 12% en voor Hightech Components is dat ten minste 8%. Samenhangend met de beoogde groei van Hydratec en een gewenste solvabiliteit van minimaal 30%.
Het is onze ambitie om met de huidige activiteiten zowel kwalitatief als kwantitatief door te groeien. Aanjagers hiervan zijn de toename van de wereldbevolking, de welvaart en het innovatieve vermogen van Hydratec. Daarnaast willen we de activiteiten uitbreiden en verbreden door overnames en samenwerkingen. Op basis van de huidige activiteiten volgen we een zogenoemde ‘buy and build’-acquisitiestrategie. Als activiteiten onvoldoende lange termijn potentieel hebben voor Hydratec en als zij zich structureel beter kunnen ontwikkelen binnen andere organisaties, stoten we ze af.
Hydratec heeft een ESG-beleid waarin de meest materiële impacts op mens, milieu en maatschappij voor zowel eigen operaties als de keten zijn opgenomen. Door in gesprek te gaan met belanghebbenden is Hydratec in staat om meerdere perspectieven vast te leggen, een breder inzicht te krijgen in waardecreatie en ervoor te zorgen dat de bedrijfsstrategie en besluitvorming aansluiten bij de behoeften, verwachtingen en zorgen van belanghebbenden om een positieve en blijvende impact te hebben. De belanghebbenden met de grootste impact en/of invloed zijn: (i) aandeelhouders; (ii) klanten; en (iii) werknemers. Daarnaast is Hydratec bewust van verschillende groepen belanghebbenden die in meer of mindere mate invloed hebben op Hydratec ofwel door Hydratec beïnvloed worden. Voorbeelden hiervan zijn leveranciers, overheden en lokale gemeenschappen. Hydratec is zich bewust van mogelijke risico’s binnen de waardeketen. Wij voelen ons mede-verantwoordelijk voor deze risico’s, omdat wij er – direct of indirect – aan kunnen bijdragen. Om deze risico’s in verschillende waardeketens aan te pakken, neemt Hydratec maatregelen die ook tier 1-leveranciers omvatten. Zo is er bijvoorbeeld een Supplier Code of Conduct opgesteld.
Wij hebben aandachtsgebieden op het gebied van duurzaamheid: milieu, sociaal en governance - elk met onderliggende prioriteiten. Om de doelen te behalen, hebben we een ESG-beleid opgesteld dat gericht is op broeikasgasemissies, circulariteit, diversiteit, gelijkheid en inclusie en zakelijke integriteit. Dit beleid is erop gericht om huidige en potentiële impacts en risico’s te voorkomen, mitigeren en waar nodig te herstellen.
Wij geloven dat waardecreatie op de lange termijn alleen kan worden bereikt door een bedrijfscultuur te handhaven die transparantie en vertrouwen omarmt. Transparantie over voortgang ten aanzien van de ESG- activiteiten om negatieve impacts te mitigeren en positieve impacts te vergroten, zal de komende jaren in het jaarverslag gegeven worden.
Met onze strategie willen we waarde toevoegen aan de samenleving, zowel in Nederland als internationaal. Om duidelijk te maken hoe we dat doen is ons businessmodel schematisch in beeld gebracht.
Dat begint met het doel om met industriële systemen en hightech componenten duurzaam te voorzien in de behoefte aan voeding, gezondheid en mobiliteit voor de groeiende wereldbevolking.
Hier wordt samen aan gewerkt: wendbaar, dicht op de markt en met veel kennis van de nichemarkten.
Met gedreven medewerkers en technische innovaties voegen we duurzaam waarde toe aan de processen bij klanten door verspilling tegen te gaan.
Klanten waarderen onze inzet en daardoor groeit ons marktaandeel en de winstgevendheid.
Dit leidt tot gezonde financiële resultaten waardoor we kunnen investeren in opleiding en ontwikkeling van mensen, in innovaties en in acquisities.
In ons businessmodel hebben we daarnaast te maken met (externe) factoren zoals risico’s en governance.
Hydratec levert industriële oplossingen die helpen om op efficiënte wijze steeds meer mensen en dieren van voedsel en water te voorzien.
Door het produceren van onderdelen voor medische toepassingen, draagt Hydratec bij aan de verbetering van ieders gezondheid.
Hydratec produceert kunststof onderdelen voor bijvoorbeeld auto’s, vrachtauto’s en tweewielers. Deze verminderen het gewicht. Dat verlaagt brandstofverbruik en uitstoot.
Risicomanagement is een essentieel onderdeel van de ondernemingsstrategie van Hydratec. Het doel is het identificeren en mitigeren van risico’s die een grote negatieve impact kunnen hebben op het realiseren van de strategische en financiële doelstellingen en daarmee de waarde van de onderneming. Risico's worden geïdentificeerd door middel van periodieke (fraude) risicoanalyses. Hydratec heeft een ondernemende cultuur waarin eigen verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en eigenaarschap van medewerkers centraal staat. We zoeken steeds naar een balans tussen deze ondernemersgeest en het aangaan van risico's. Een adequaat risicobeheersingssysteem is daarbij van groot belang. De eindverantwoordelijkheid van het risicomanagement berust bij de directie. Wanneer risico’s zichtbaar worden, kunnen maatregelen worden getroffen deze risico’s te beheersen. Deze maatregelen zijn onder meer ondervangen in een Internal Control Framework waarbij het COSO model als referentiekader is gehanteerd, een Tax Control Framework en een IT Control Framework. De maatregelen in deze frameworks worden periodiek geëvalueerd op groepsniveau. Bij tekortkomingen in de effectiviteit van deze maatregelen worden actieplannen opgesteld door management. Tekortkomingen worden geïdentificeerd wanneer een beheersingsmaatregel niet of gedeeltelijk niet heeft gewerkt gedurende een kwartaal. De opvolging van de actieplannen worden per kwartaal gemonitord door de groep.
Middels voorgaande wordt door Hydratec inzicht verkregen in de effectiviteit van de interne risicobeheersings- en controlesystemen wat als input dient voor het in control statement over het beheersen van de operationele, compliance en verslaggevingsrisico’s. Directie, management, audit commissie en raad van commissarissen waarborgen een cultuur waarin iedereen de vrijheid voelt om verantwoord om te gaan met risico’s.
Strategische en operationele beslissingen zijn gericht op het creëren van duurzame waarde. Dit voorkomt dat beslissingen worden genomen die positief zijn voor de korte termijn maar waarde vernietigen op de langere termijn. Het voordeel van deze oriëntatie is dat risicomanagement goed geïntegreerd en onlosmakelijk verbonden is met de bedrijfsvoering. Tijdens de jaarlijkse strategische evaluatie met de raad van commissarissen wordt beoordeeld of het risicobeoordelingssysteem voldoende functioneert of dat het systeem aanpassingen behoeft.
De belangrijkste risico’s zijn geïdentificeerd en geclusterd in vier categorieën: strategie, operatie, financieel en compliance.
Per risico(gebied) hebben wij een inschatting gemaakt van de mogelijke impact op de organisatie en de waarschijnlijkheid dat dit risico zich voordoet. Tot de impact behoren financiële en niet-financiële factoren. Het is de taak van de directie om de bedrijfskansen af te wegen tegen de verwachtingen en belangen van aandeelhouders, medewerkers, financiers, toezichthouders en andere stakeholders.
Vervolgens hebben wij per cluster aangegeven wat onze risicobereidheid is. Er wordt nadrukkelijk gezocht naar een balans tussen acceptabel risico enerzijds en het gevoerde ondernemerschap in het kader van een langetermijnwaardecreatie anderzijds.
Ten slotte hebben we per bruto-risico aangegeven wat onze maatregelen betreffen om op het acceptabele netto-risico uit te komen. Deze maatregelen zijn verder verbeterd om de risico's tot een acceptabel niveau te mitigeren.
Om tot een schematisch overzicht te komen van onze netto-risico’s, is in onderstaande grafiek per risico(gebied) een inschatting gemaakt van de impact en kans van deze risico’s. De risico's hebben zowel financiële als niet-financiële impact. Voor gebruikte financiële instrumenten wordt verwezen naar hoofdstuk 1.41 van de jaarrekening.
Hydratec zoekt nadrukkelijk naar een balans tussen een acceptabel risico enerzijds en ondernemerschap en lange termijn waardecreatie anderzijds. De risicobereidheid houdt verband met de kans en impact. Onze bereidheid per risicocategorie is:
|
Categorie |
Beschrijving categorie |
Risicobereidheid |
|
Strategisch |
Risico’s die van invloed zijn op de langetermijnpositionering en prestatie van Hydratec |
Gemiddeld – Hydratec is bereid risico’s te nemen die ons in staat stelt om op een verantwoorde manier de belangen van onze stakeholders en onze langetermijndoelen na te streven. Deze dienen onze groeiambitie te ondersteunen, rekening houdend met onze financiële positie |
|
Operationeel |
Risico’s met invloed op interne processen, mensen, systemen en/of externe zaken die strategische doelen beïnvloeden |
Gemiddeld - Hydratec heeft een gemiddelde risicobereidheid met betrekking tot operationele risico’s om strategische doelen na te kunnen streven die niet ten koste gaan van operationele efficiëntie |
|
Financieel |
Risico’s met invloed op de financiële prestatie van Hydratec |
Laag – Hydratec heeft een lage bereidheid op het gebied van financiële risico’s. Hydratec streeft naar een financiële positie die langetermijndoelen ondersteunt en onze stakeholders beloont |
|
Compliance |
Risico van non-compliance met wet- en regelgeving, interne processen en procedures in brede zin |
Laag - Hydratec en haar medewerkers streven ernaar ten alle tijden te voldoen aan wet- en regelgeving |
Om de door Hydratec te lopen risico’s aan te laten sluiten bij de risicobereidheid zijn per risico de onderstaande maatregelen genomen. De risico’s zijn gegroepeerd in de vier eerdere genoemde categorieën.
|
Risico |
Naam |
Omschrijving |
Mitigerende maatregelen |
|
|
1 |
Markt & geopolitiek |
Economische en geopolitieke ontwikkelingen hebben invloed op de executie van de strategie, financiële positie en resultaten |
• |
Spreiden van activiteiten over meerdere bedrijven, producten en landen |
|
• |
Flexibele kostenstructuur |
|||
|
• |
Sterke financiële balans bewaren |
|||
|
• |
Interne efficiency- en kostenbesparingsprogramma's |
|||
|
• |
Productontwikkeling zodat vervangingsinvesteringen van klanten attractiever worden |
|||
|
• |
Werkkapitaal management |
|||
|
2 |
Technologie & innovatie |
Ontoereikende technologieontwikkeling en innovatie |
• |
Continu aandacht en middelen voor vernieuwing en executie van de R&D-roadmap |
|
• |
Focus op voedsel, gezondheid en mobiliteit |
|||
|
3 |
M&A-agenda |
Niet-succesvol integreren en/of opereren van geacquireerde ondernemingen |
• |
Gedegen multidisciplinair vooronderzoek |
|
• |
Acquisitie guidelines |
|||
|
• |
Procedures en richtlijnen voor de uitvoering van het due diligence proces |
|||
|
• |
Inschakelen externe deskundige |
|||
|
• |
Snelle integratie en harmonisatie in de rapportage- en beheersingssystemen en van bedrijfsprocessen |
|||
|
Risico |
Naam |
Omschrijving |
Mitigerende maatregel |
|
|
4 |
Projectmanagement |
Risico dat projecten niet conform specificatie, afspraken en geplande marges worden opgeleverd |
• |
Investering in gekwalificeerd personeel |
|
• |
Training en opleiding van personeel |
|||
|
• |
Richtlijnen en procedures ten aanzien van projectbeheersing en projectadministratie |
|||
|
5 |
IT & Security |
Risico op schending van beschikbaarheid, vertrouwelijkheid en integriteit van data (inclusief IP) |
• |
IT-control framework |
|
• |
Kennisuitwisseling tussen de verschillende IT-managers |
|||
|
• |
Strikte procedures bij uitval of storting van systemen |
|||
|
• |
Continue aandacht voor cybersecurity en awareness bij medewerkers |
|||
|
6 |
Personeel |
Schaarste aan goed gekwalificeerd personeel, het niet kunnen behouden van gekwalificeerd personeel |
• |
Talentmanagementprogramma en personeelsmanagement |
|
• |
Training en opleiding van personeel |
|||
|
• |
Goede reputatie inzetten om talent te werven |
|||
|
• |
Samenwerkingsprogramma’s met opleidingsinstituten |
|||
|
7 |
Productaansprakelijkheid |
Fouten in het productieproces of technologie die kunnen leiden tot kwaliteitsverlies en discontinuïteit |
• |
Strikte kwaliteitsnormen en certificering |
|
• |
Risico inventarisaties en evaluaties |
|||
|
• |
(Brand)verzekering |
|||
|
• |
Standaardisatie van producten en processen |
|||
|
Risico |
Naam |
Omschrijving |
Mitigerende maatregel |
|
|
8 |
Valuta & inflatie |
Volatiliteit van valuta’s en stijgende inflatie waardoor winstmarges onder druk komen te staan |
• |
Afdekken van valutarisico’s met termijncontracten |
|
• |
Prijsontwikkelingen worden zoveel mogelijk verrekend in de verkoopprijs |
|||
|
• |
Marge analyses |
|||
|
9 |
Supply chain |
Beperkingen in de supply chain resulterend in beperkte beschikbaarheid van materialen en volatiliteit van materiaalprijzen |
• |
Prijsontwikkelingen worden zoveel mogelijk verrekend in de verkoopprijs |
|
• |
Strategische inkoop bij meerdere leveranciers |
|||
|
• |
Marge analyses |
|||
|
• |
Interne efficiency- en kostenbesparingsprogramma’s |
|||
|
10 |
Verslaggeving |
Risico dat de verslaggeving materiële fouten bevatten en niet voldoet aan (nieuwe) wet- en regelgeving |
• |
Interne procedures en richtlijnen voor de interne en externe financiële verslaggeving |
|
• |
Training en opleiding |
|||
|
• |
Gebruikmaken van externe adviseurs |
|||
|
Risico |
Naam |
Omschrijving |
Mitigerende maatregel |
|
|
11 |
Legal |
Schade (inclusief reputatie) door overtreding van wet- en regelgeving onder andere op het gebied van export en sanctieregelgeving, oneerlijke concurrentie, fraude, corruptie en omkoping |
• |
Interne richtlijnen ten aanzien van compliance |
|
• |
UBO- en achtergrondcheck |
|||
|
• |
Getekende overeenkomst met agenten |
|||
|
• |
Controle op begunstigde van vergoeding aan agenten |
|||
|
• |
Periodieke frauderisico workshops |
|||
|
• |
Gedragscode geldend voor al het personeel |
|||
|
• |
Interne richtlijnen inzake het voldoen aan milieuwetgeving |
|||
|
12 |
Fraude |
Ondanks de interne risicobeheersings- en controlesystemen kunnen materiële onjuistheden, fraude of onrechtmatige handelingen plaatsvinden |
• |
Fraude Framework |
|
• |
Internal control framework |
|||
|
• |
Periodieke frauderisico en ethiek workshops |
|||
|
13 |
Fiscaliteit |
Schade (inclusief reputatie) door overtreding van fiscale wet- en regelgeving |
• |
Monitoring op compliance en ontwikkelingen van fiscale wet- en regelgeving |
|
• |
Gebruikmaken van externe fiscale adviseurs |
|||
|
• |
Tax Control Framework |
|||
Binnen Industrial Systems is de Food-markt de belangrijkste eindmarkt. Deelmarkten zijn de wereldwijde pluimvee-, convenience food- en diervoedingsector en de aanleg van waterleidingsystemen. Met elf vestigingen in Nederland, Verenigde Staten, India en Brazilië hebben we in 2025 in 101 landen (2024: 100) voor € 157,8 miljoen (2024: € 155,9 miljoen) aan omzet gegenereerd. 97% van de omzet hebben we buiten Nederland gerealiseerd (2024: 95%).
In de deelmarkten van Industrial Systems realiseren we een goede spreiding van producten over verschillende landen en klanten. Klanten waren wereldwijd ook in 2025 terughoudend met investeringen. Dichtbij de buitengrenzen van Europa zijn oorlogen, gewapende conflicten en internationale spanningen. Maar ook handelsbeperkende maatregelen als invoertarieven leidden tot onzekerheid in de markt. We zagen dat besluitvormingsprocessen hierdoor meer tijd in beslag namen, hoewel de strategische behoefte om te investeren in automatisering en materiaalbesparende oplossingen niet afnam. Al met al zagen we dat de lagere omzet in Azië en Zuid-Amerika werd gecompenseerd door hogere omzet in Afrika. Europa en Noord-Amerika bleven nagenoeg stabiel.
De stand van het orderboek is einde jaar licht gedaald ten opzichte van eind vorig jaar.
In de pluimveemarkt van Royal Pas Reform nam de omzet van broedsystemen voor kuikens in 2025 duidelijk af, toch heeft Royal Pas Reform in 2025 door strikte kostenbeheersing een goed resultaat geboekt. Met name in de Verenigde Staten nam de omzet en orderintake fors af, na een hoge omzet in 2024. In Azië en Afrika nam de omzet fors toe. Om de groei in de vaccinatiemarkt te stimuleren, heeft Pas Reform in 2025 het resterende belang van 45,5% in het Braziliaanse ION overgenomen. De pluimveemarkt is een zeer projectmatige markt waar de omzet en dus ook de resultaten per jaar sterk kunnen variëren. Onder het nieuwe leiderschap van Diana Roijmans wordt ingezet op omzetgroei door nieuwe producten en services.
In de diervoeder- en convenience-sector van Lan Handling Technologies nam de omzet duidelijk toe. De spreiding over verschillende klanten is verbeterd. Ook in 2025 werden aansprekende klanten aan het portfolio toegevoegd. Na een aarzelende start van het jaar nam ondanks uitdagende marktomstandigheden de orderintake eind van het jaar weer toe. Gedurende het jaar is veel energie gestoken in de voorbereiding van de invoering van een nieuw ERP systeem waardoor de interne organisatie sneller, betere beslissingen zal kunnen nemen. Begin 2025 heeft Ruben Jakobs de leiding over Lan Handling Technologies op zich genomen en wordt er ingezet op de door-ontwikkeling van nieuwe deelmarkten en services.
De omzet van pijpextrusiesystemen van Rollepaal nam in 2025 voor het derde jaar op rij duidelijk toe. PVCO begint in steeds meer markten geaccepteerd te worden waardoor het aantal orders steeg zowel in de USA als in India. Veel aandacht ging bij Rollepaal uit naar innovatie door slimme toepassing van onder andere Vision Technologie in het product portfolio. Rollepaal heeft op de 3 jaarlijkse K-show in Dusseldorp een inline Scan systeem voor Multilayer-buizen geïntroduceerd. Deze introductie is zeer goed ontvangen en toont het innovatieve karakter van het bedrijf.
Door onze deelneming in Eqraft® zijn we ook actief in de uien en aardappelsector. Door de grote projecten die in de USA zijn verkocht nam de omzet van sorteersystemen van Eqraft® in 2025 fors toe. De organisatie is goed in staat gebleken op te schalen met de stijgende omzet. Veel aandacht ging bij Eqraft® uit naar slimme toepassingen van standaardisatie in het product portfolio, de sourcing en de projectuitvoering. Hierdoor kan Eqraft® een uitgebreid palet aan klant specifieke oplossingen bieden op basis van de laatste vision-technologie gebaseerd op AI.
De belangrijkste markten voor Hightech Components zijn Mobility en Health. De componenten zijn in 2025 naar 34 landen geëxporteerd (2024: 32), met als resultaat een omzet van € 107,1 miljoen. Dat is licht lager dan in 2024 (€ 115,0 miljoen).
In de Mobility markt was er in 2025 onrust door tegenvallende verkopen en daar kwam de de onrust in verband met invoertarieven en exportbeperkingen nog bij. De opmars van elektrisch- of zelfs autonoom rijden lijkt te vertragen. Dit leidt tot verhevigende concurrentie in dit marktsegment. De Mobility-markt bevindt zich in een bijzondere dynamiek en lijkt zich nog steeds niet te normaliseren. Zo ontstond er grote onrust in de markt, onder meer door massaontslagen bij onze klanten. Door deze uitdagende marksituatie daalde het omzetniveau binnen Mobility belangrijk in vergelijking met 2024.
De omzet in de Health-markt steeg belangrijk in 2025 en verschoof naar de meer complexe samenstellingen met meer toegevoegde waarde. Met name de reguliere productie voor grote aantallen nieuwe toepassingen voor gerenommeerde klanten nam in 2025 aanzienlijk toe. Deze ontwikkeling leidt ook tot andere engineeringopdrachten van gerenommeerde klanten in de medische sector. De toenemende vraag naar intelligente sampling-methoden met zogeheten ‘smart consumables’ maakt dat Helvoet ideaal gepositioneerd is voor uiteenlopende HealthTech-toepassingen, zoals medische cartridges, point-of-care-instrumenten en diagnose-apparaten. De snelheid van verdere groei wordt hier sterk bepaald door de snelheid waarmee nieuwe oplossingen hun weg naar de markt vinden.
Onder andere door de Mobilty markt nam de omzet bij Helvoet in 2025 belangrijk af. Ook is in Nederland in het afgelopen jaar de productie in Hellevoetsluis gestopt en waren er geen last time buy-bestellingen meer. Daarnaast heeft de koersontwikkeling van de Indiase roepie een negatieve impact gehad op de geconsolideerde omzet in euro’s. Zoals begroot hebben de verschillende verhuizingen ook in 2025 eenmalige kosten met zich meegebracht zodat we in 2026 volledig van de efficiency en kostenvoordelen van de sluiting kunnen profiteren.
Bij Timmerije nam de productenomzet in 2025 duidelijk toe. Na een daling in 2024 steeg de omzet weer mede door het herstel bij bestaande grote klanten. Bovendien hebben nieuwe producten bij bestaande klanten aan de omzet bijgedragen. Verder zijn er ook enkele nieuwe klanten toegevoegd waar de omzet potentie nog niet volledig van is bereikt. De aanhoudende terughoudendheid in de bestedingen van bedrijven en consumenten werd in de loop van het jaar minder. De organisatie is op enkele terreinen verder versterkt om de toekomstige groei aan te kunnen.
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
|
Winst-en-verliesrekening |
||
|
Netto-omzet |
263.130 |
270.204 |
|
Bedrijfsresultaat |
30.413 |
25.254 |
|
Nettoresultaat |
24.107 |
18.238 |
|
Kasstroom |
||
|
Uit operationele activiteiten |
33.548 |
37.532 |
|
Uit investeringsactiviteiten |
-4.228 |
-19.968 |
|
Uit financieringsactiviteiten |
-12.925 |
-19.123 |
|
Nettokasstroom |
16.395 |
-1.559 |
|
Balans |
||
|
Eigen vermogen toe te rekenen aan aandeelhouders |
117.255 |
104.579 |
|
Eigen vermogen |
117.255 |
104.785 |
|
Balanstotaal |
222.163 |
216.418 |
|
Kengetallen |
||
|
Bedrijfsresultaat in % van de omzet |
11,6% |
9,3% |
|
Rentabiliteit geïnvesteerd vermogen1 |
21,6% |
15,9% |
|
Rentabiliteit eigen vermogen2 |
21,7% |
18,4% |
|
Solvabiliteit3 |
52,8% |
48,4% |
|
Aantal uitstaande aandelen |
1.299.848 |
1.298.307 |
|
Winst per aandeel (in euro’s) |
18,55 |
14,04 |
|
Aantal eigen medewerkers4 |
957 |
972 |
In 2025 bedroeg de omzet € 263,1 miljoen, een daling van € 7,1 miljoen ten opzichte van 2024 (€ 270,2 miljoen). Het Industrial Systems segment kende een fractionele toename in de omzet en het Hightech Components segment kende een duidelijke omzetafname ten opzichte van het voorgaande jaar. De marge (56,8%) liet in 2025 een verbetering zien ten opzichte van 2024 (55,0%).
De operationele kosten (totale bedrijfslasten minus verbruik, materiaal en hulpstoffen) bedroegen in 2025 € 119,1 miljoen Dit is € 4,3 miljoen lager dan in 2024. In dit bedrag zijn eenmalige uitgaven van € 1,6 miljoen opgenomen, samenhangend met projectkosten voor de sluiting van de locatie Helvoet in Hellevoetsluis. In de operationele kosten van 2024 van € 123,4 miljoen zijn € 3,5 miljoen eenmalige kosten begrepen. De eenmalige kosten in 2024 hadden betrekking op projectkosten ter voorbereiding op de sluiting van de locatie Helvoet in Hellevoetsluis (€ 2,1 miljoen), kosten voor de voorgestelde delisting (€ 1,2 miljoen) en acquisitiekosten (€ 0,2 miljoen).
De genormaliseerde operationele kosten voor 2025 van € 117,5 miljoen zijn per saldo € 2,5 miljoen lager dan in 2024. De daling in kosten werd binnen Hightech Components gerealiseerd. Industrial Systems had met een fractionele kostenstijging te maken.
Het bedrijfsresultaat bedraagt € 30,4 miljoen over 2025, dit is € 5,2 miljoen hoger dan vorig jaar. Het genormaliseerde resultaat over 2025 bedraagt € 32,0 miljoen en is € 3,3 miljoen hoger dan het genormaliseerde resultaat in 2024. De belastingdruk over 2025 was 24,9% en in lijn met 2024 (24,8%) . Het nettoresultaat bedroeg in 2025 € 24,1 miljoen, een stijging van € 5,9 miljoen ten opzichte van voorgaand jaar (€ 18,2 miljoen). In het nettoresultaat over 2025 is tevens het aandeel in het netto-resultaat van Proqraft Holding B.V. opgenomen van € 1,8 miljoen.
De operationele kasstroom bedroeg in 2025 € 33,5 miljoen (2024: € 37,5 miljoen), een afname van € 2,8 miljoen ten opzichte van 2024. Deze daling deed zich voor ondanks een hogere EBIT en is voornamelijk toe te schrijven aan mutaties in het werkkapitaal en mutaties in de voorzieningen.
De investeringskasstroom is met € 15,7 miljoen gedaald ten opzichte van 2024. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de aankoop van een 60% belang in de deelneming Proqraft Holding B.V., wat resulteerde in een hoge kasuitstroom in 2024.
Daarnaast heeft de uitbetaling van dividend, aflossing op langlopende leningen en leaseverplichtingen geleid tot een financieringskasstroom van € 12,9 miljoen. Per saldo bedroeg de netto kasstroom € 16,4 miljoen positief ten opzichte van € 1,6 miljoen negatief in 2024.
Het balanstotaal is gestegen naar € 222,2 miljoen in 2025 (2024: € 216,4 miljoen). Deze toename wordt voornamelijk verklaard door een forse stijging van de bankpositie. Daarnaast is er een afname in de materiële vaste activa en de contractactiva.
De toename van het balanstotaal wordt aan de passivazijde veroorzaakt door een stijging van het eigen vermogen en de voorzieningen. Daartegenover is per saldo sprake van een afname van zowel de langlopende als de kortlopende schulden. Van de per 31 december 2025 beschikbare kredietfaciliteit met een totale omvang van € 39,5 miljoen (31 december 2024: € 41,0 miljoen) heeft Hydratec per balansdatum geen opnamen gedaan (31 december 2024: € 0,0 miljoen). De kredietfaciliteit dient mede ter dekking van de afgegeven bankgaranties.
De solvabiliteit per ultimo 2025 bedroeg 52,8% versus 48,4% in 2024 en is daarmee duidelijk verbeterd. De Debt/Ebitda bedraagt per jaareinde 0,31 waarmee ruimschoots wordt voldaan aan het bankconvenant.
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
|
Omzet |
157.801 |
155.261 |
|
Bruto-marge |
83.646 |
82.084 |
|
Afschrijvingen |
3.431 |
3.391 |
|
Investeringen |
1.681 |
2.633 |
|
Bedrijfsresultaat |
25.254 |
24.612 |
|
Bedrijfsresultaat (%) |
16,0% |
15,9% |
|
EBITDA (bedrijfsresultaat + afschrijvingen) |
28.685 |
28.003 |
|
Gemiddeld aantal FTE's (eigen medewerkers) |
365 |
358 |
In 2025 lag de omzet van Industrial Systems 1,6% hoger dan in 2024. Binnen dit segment steeg de omzet van Rollepaal en Lan door een goed gevuld orderboek aan het begin van het jaar en goede orderinstroom gedurende 2025. Daarentegen daalde de omzet van Royal Pas Reform ten opzichte van 2024. Ook in 2025 bleef de omzet binnen dit segment volatiel.
De procentuele marge bleef met 53,0% op hetzelfde niveau.
De kosten waren in 2025 1,6% hoger dan in 2024 door CAO-aanpassingen en een lichte stijging van het aantal fte’s alsmede inflatie. Doordat de kostenstijging is gecompenseerd door de hogere omzet is het bedrijfsresultaat over 2025 van € 25,3 miljoen gering toegenomen ten opzichte van voorgaand jaar (2024: € 24,6 miljoen), dat is 16,0% (2024: 15,9%) van de omzet en ligt hiermee boven onze doelstelling.
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
|
Omzet |
107.084 |
115.586 |
|
Bruto-marge |
65.850 |
66.597 |
|
Afschrijvingen |
6.332 |
6.833 |
|
Investeringen |
3.175 |
4.197 |
|
Bedrijfsresultaat |
7.960 |
4.030 |
|
Bedrijfsresultaat (%) |
7,4% |
3,5% |
|
EBITDA (bedrijfsresultaat + afschrijvingen) |
14.292 |
10.863 |
|
Gemiddeld aantal FTE's (eigen medewerkers) |
593 |
624 |
De omzet van Hightech Components is in vergelijking met 2024 € 8,5 miljoen lager. Deze afname wordt veroorzaakt door een dalende omzet in de mobility en food sector. De procentuele brutomarge steeg ten opzichte van vorig jaar, waardoor ondanks de lagere omzet de absolute brutomarge in lijn bleef met 2024.
De operationele kosten bedroegen in 2025 € 57,9 miljoen, een daling van € 4,7 miljoen ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze afname is enerzijds toe te schrijven aan strak kostenmanagement, consolidatie van de productievestigingen in Nederland en anderzijds aan de lagere eenmalige kosten in 2025 (€ 1,6 miljoen) ten opzichte van 2024 (€ 2,1 miljoen).
De genormaliseerde operationele kosten 2025, gecorrigeerd voor eenmalige uitgaven van € 1,6 miljoen in verband met projectkosten voor de sluiting van de locatie Helvoet in Hellevoetsluis, zijn met € 4,2 miljoen gedaald ten opzichte van de genormaliseerde operationele kosten 2024. Deze daling is voornamelijk het gevolg van lagere personeelskosten (€ 2,6 miljoen), lagere afschrijvingskosten (€ 0,5 miljoen), lagere verkoopkosten (€ 0,6 miljoen) en lagere huisvestingskosten (€ 0,5 miljoen). Het genormaliseerde bedrijfsresultaat van € 9,6 miljoen laat ondanks de uitdagende marktomstandigheden een forse verbetering zien in vergelijking tot het genormaliseerd bedrijfsresultaat van € 6,1 miljoen in 2024.
De winst per aandeel bedroeg in 2025 € 18,55 (2024: € 14,04). Aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders wordt voorgesteld het dividend over het boekjaar 2025 vast te stellen op € 8,- per aandeel. Deze dividenduitkering past in het beleid om ten minste 40% van het resultaat na belastingen exclusief eenmalige baten uit te keren. Het netto resultaat na dividend over 2025 komt ten gunste van de overige reserves.
Hydratec is 2026 met een goed gevuld orderboek begonnen. De marktpositie van de bedrijven in hun eigen niche is onveranderd sterk. In 2026 is het aandelenbelang in Proqraft Holding B.V. verder uitgebreid tot 80%. Als gevolg hiervan zal Eqraft® vanaf 2026 volledig worden geconsolideerd.
Wij verwachten in 2026 geen wijzigingen in ons personeels-, investerings- en financieringsbeleid. Door macro-economische ontwikkelingen zoals volatiele valutakoersen, handelsbeperkingen, onzekerheden in de supply chain en inflatie is het echter niet mogelijk concrete uitspraken te doen over 2026.
De aandelen van Hydratec zijn genoteerd aan Euronext Amsterdam (ISIN NL 000 939 1242). Het totaal aantal geplaatste gewone aandelen bedroeg per 31 december 2025 1.299.848 aandelen.
De volgende, in het kader van de Wet Financieel Toezicht gemelde belangen groter dan 3%, zijn bekend per 31 december 2025:
|
Aandeelhouder |
Belang |
Datum melding |
|
Ten Cate Investeringsmaatschappij B.V. |
69,9% |
21 maart 2017 |
|
B.F. Aangenendt |
5,5% |
28 juni 2016 |
|
P. Chr. Van Leeuwen Beheer B.V. |
4,5% |
27 juni 2022 |
|
M. Spriensma |
3,2% |
2 december 2014 |
|
Bedragen in euro’s, tenzij anders vermeld |
2025 |
2024 |
|
Aantal uitstaande aandelen |
1.299.848 |
1.298.307 |
|
Gewogen gemiddeld aantal aandelen |
1.299.078 |
1.297.760 |
|
Bedrijfsresultaat |
23,41 |
19,46 |
|
Winst |
18,55 |
14,04 |
|
Eigen vermogen toe te rekenen aan aandeelhouders Hydratec |
90,26 |
80,58 |
|
Beschikbare kasstroom1 |
22,57 |
13,53 |
|
Dividend |
8,00 |
12,00 |
|
Koers ultimo |
171,0 |
160,0 |
|
Laagste koers |
160,0 |
92,5 |
|
Hoogste koers |
189,0 |
162,0 |
Jaar van aantreden: 2024
Einde huidige termijn: 2028
Dennis Raithel trad in 2024 toe tot de raad van commissarissen van Hydratec en werd benoemd tot voorzitter. Daarnaast is hij voorzitter van de Audit Commissie (als lid van de Raad van Toezicht) van de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland, niet-uitvoerend bestuurder van het SIDN Fonds en bestuurder van enkele stichtingen van de familie Ten Cate. Eerder heeft hij een uitgebreide carrière in het bankwezen opgebouwd, onder meer als directievoorzitter, en bekleedde hij diverse bestuurlijke en toezichthoudende functies bij verschillende bedrijven en instellingen.
Jaar van aantreden: 2017
Einde huidige termijn: 2029
Maja Sanders is als lid van de raad van commissarissen tevens voorzitter van de audit commissie. Naast haar rollen bij Hydratec bekleedt ze toezichthoudende rollen als voorzitter raad van commissarissen bij Hoens Broadcast Facilities B.V. en Meilink B.V.
Jaar van aantreden: 2024
Einde huidige termijn: 2028
Judith ten Cate is in 2024 toegetreden tot de raad van commissarissen van Hydratec. Naast haar rol bij Hydratec is ze directeur bij Ten Cate Investeringsmaatschappij B.V.
Alle leden van de raad van commissarissen en directie hebben de Nederlandse nationaliteit.
Van links naar rechts:
de heer D.J. Raithel, mevrouw M.E.P. Sanders en mevrouw J. ten Cate.
Jaar van aantreden: 2012
Einde huidige termijn: 2028
Bart Aangenendt is in 2012 statutair benoemd tot directeur van Hydratec en tot algemeen directeur in 2015. Hij is voormalig directeur van Royal Pas Reform, een dochteronderneming van Hydratec.
Jaar van aantreden: 2018
Einde huidige termijn: 2026
Everien Slijkhuis is in 2018 statutair benoemd tot CFO en in 2025 tot Co-CEO van Hydratec. Daarvoor vervulde zij diverse financiële en IT eindverantwoordelijke functies, waarvan een groot deel in internationale productiebedrijven en de maakindustrie. Naast haar rol bij Hydratec bekleedt ze toezichthoudende functies bij Kendrion N.V. en het Deventer Ziekenhuis.
De directie van Hydratec Industries N.V. bestaat uit:
mevrouw E.H. Slijkhuis en de heer B.F. Aangenendt.
Hydratec Industries N.V. is een structuurvennootschap en heeft enkel gewone aandelen uitgegeven. Er zijn geen bijzondere zeggenschapsrechten verbonden aan aandelen. Ook kent Hydratec Industries geen bijzondere beschermingsmaatregelen tegen ongewenste overnames. Minimaal één keer per jaar wordt een Algemene Vergadering van Aandeelhouders gehouden, waarbij alle besluiten worden genomen op basis van het principe ‘één aandeel, één stem’.
Aandeelhouders hebben – alleen of met een gezamenlijk belang van ten minste 3% van het geplaatste aandelenkapitaal – het recht de directie of de raad van commissarissen te verzoeken bepaalde onderwerpen op de agenda te plaatsen. Belangrijke bestuursbesluiten die een verandering van de identiteit of het karakter van de onderneming met zich kunnen meebrengen, moeten worden goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. De statuten van de vennootschap staan vermeld op de website van Hydratec Industries en daar worden ook de belangrijkste taken en bevoegdheden van de Algemene Aandeelhoudersvergadering, alsmede van de raad van commissarissen en directie vermeld.
In de statuten zijn ook de voorschriften betreffende benoeming en ontslag van bestuurders en commissarissen en wijzigingen van de statuten opgenomen. In het artikel Aandeelhoudersinformatie zijn aandeelhouders met een belang groter dan 3% opgenomen waarvoor een meldingsplicht bestaat overeenkomstig de Wet op het financieel toezicht.
Conform de statutaire bepalingen is de directie slechts bevoegd tot inkoop en uitgifte van aandelen indien de Algemene vergadering van Aandeelhouders haar aanwijst als het tot inkoop of uitgifte bevoegde orgaan. Deze aanwijzing heeft plaatsgevonden in de Algemene vergadering van Aandeelhouders van 24 april 2025.
De directie is aangewezen als bevoegd orgaan om gewone aandelen in het kapitaal van Hydratec Industries N.V. uit te geven en rechten te verlenen tot het nemen van aandelen in het kapitaal van Hydratec Industries N.V. De bevoegdheid van de directie is beperkt tot de uitgifte van gewone aandelen tot een maximum van 10% van het geplaatste aandelenkapitaal op het moment van de uitgifte. De duur van de gevraagde machtiging geldt voor een periode van 18 maanden, beginnend op 25 april 2025.
Een besluit van de Algemene vergadering van Aandeelhouders tot uitgifte van aandelen, tot aanwijzing van een ander, tot uitgifte bevoegd orgaan of de intrekking van een besluit tot aanwijzing, kan slechts worden genomen op gezamenlijk voorstel van de raad van commissarissen en de directie. De Algemene vergadering van Aandeelhouders heeft geen bevoegdheden verleend tot inkoop van eigen aandelen.
De raad van commissarissen en de directie onderschrijven de principes van corporate governance en Hydratec Industries volgt de bepalingen zoals vastgelegd in de Nederlandse Corporate Governance Code. Kernbegrippen als transparantie en het afleggen van verantwoording aan de aandeelhouders over ons beleid zijn belangrijke uitgangspunten. Van tegenstrijdige belangen of transacties was tijdens het boekjaar geen sprake. Verder zijn er de volgende afwijkingen van de code:
Gelet op de omvang van de vennootschap ontbreekt een interne auditfunctie
(§ 1.3).
Mevrouw J. ten Cate (lid raad van commissarissen) voldoet niet aan de onafhankelijkheidscriteria zoals gedefinieerd in de code, omdat zij als aandeelhouder van Ten Cate Investeringsmaatschappij B.V. een aandelenpakket houdt van meer dan 10% (§2.1).
Hydratec Industries is van mening dat ervaring en kennis van de onderneming van zijn commissarissen een belangrijke basis zijn voor hun functioneren en bepalend dienen te zijn voor de zittingsduur. Er geldt geen maximale zittingsduur voor commissarissen. Telkens na een zittingsduur kan een commissaris, na een zorgvuldige overweging, dan ook worden herbenoemd voor een nieuwe periode (§ 2.2.2.i).
Webcasting van presentaties aan beleggers en analisten wordt niet aangeboden omdat Hydratec Industries een Veilingfonds is (§ 4.2.3).
De raad van commissarissen van Hydratec past een remuneratiebeleid toe voor de directie van de onderneming dat gebaseerd is op de volgende uitgangspunten:
Remuneratie van de directie moet het mogelijk maken goede bestuurders aan te trekken en te behouden.
Het remuneratiebeleid moet in overeenstemming zijn met het corporate governance-beleid van de onderneming.
De remuneratie mag geen incentives bevatten die gericht zijn op eigenbelang en die strijdig zijn met de belangen van de onderneming.
De remuneratie moet in het teken staan van de strategische en financiële doelstellingen en prestatiegericht zijn, waarbij een goed evenwicht aanwezig dient te zijn tussen korte- en langetermijnresultaten en doelstellingen.
Het remuneratiebeleid voor de directie van Hydratec is vastgesteld door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders gehouden op 25 mei 2022. De feitelijke remuneratie van de directie wordt vastgesteld door de raad van commissarissen. De bezoldiging van de directie is deels afhankelijk van het bedrijfsresultaat, middels een prestatiebeloning en een beloning betaalbaar op termijn die als volgt is samengesteld:
besluit tot toekenning van de prestatiebeloning geschiedt in februari bij de bespreking van de jaarcijfers;
De prestatiebeloning (exclusief de verhoging die van toepassing is bij deelname aan het participatieplan) is gemaximeerd op 50% van de vaste beloning en wordt als volgt vastgesteld:
50% van de prestatiebeloning is afhankelijk van persoonlijke doelstellingen. De raad van commissarissen maakt afspraken met de directie over de persoonlijke doelstellingen. De doelstellingen zijn gericht op de lange termijnontwikkeling van de onderneming, verhogen van kwaliteit van opdrachten en toegevoegde waarde en het creëren van bewustwording binnen de segmenten. Toekenning van deze beloning staat ter discretie van de raad van commissarissen;
50% van de prestatiebeloning is afhankelijk van het geconsolideerde bedrijfsresultaat (EBIT). De volgende ranges zijn hierbij van toepassing:
Bij een EBIT <5% vindt er geen bonusuitkering plaats;
Bij een EBIT groter dan 7% wordt de maximale prestatiebonus uitbetaald;
Bij een EBIT tussen 5% en 7% wordt deze naar rato van bovenstaande bepaald.
Na toekenning heeft de directie de keuze om de helft van de prestatiebeloning om te zetten in aandelen Hydratec als onderdeel van het aandelenparticipatieprogramma. Indien de directie hiertoe besluit, wordt de prestatiebeloning met 25% verhoogd als incentive om de directie voor langere termijn aan de onderneming te binden. De aandelen worden bij omzetting uitgegeven tegen de gemiddelde koers van januari en februari en mogen voor een periode van drie jaar niet verkocht worden.
De beloning op termijn betreft een Stock Appreciation Right (hierna SAR) waarbij de directie wordt beloond over de waardestijging van Hydratec over een periode van minimaal 5 jaar. Hierbij is de instapwaarde bepaald op 5x EBIT 2021. In de jaren 2022, 2023, 2024, 2025 en 2026 zal jaarlijks maximaal 0,5% van de waarde van de onderneming worden toegekend. De waarde van de onderneming wordt hierbij bepaald op basis van 5x de gemiddelde EBIT over de laatste 3 boekjaren. De omvang van de jaarlijkse toekenning is gebaseerd op prestatiecriteria ter beoordeling van de raad van commissarissen van Hydratec.
Over 2025 is 0,5% toegekend. De SAR kan slechts eenmaal worden uitgeoefend binnen een periode van een maand nadat de geconsolideerde jaarcijfers van Hydratec door de accountant zijn goedgekeurd, en niet eerder dan na het jaar 2026. Ook als meer dan 50% van de aandelen van Hydratec wordt overgedragen aan een derde wordt de SAR uitgeoefend. De exit-waarde is dan de hoogste van 5x de gemiddelde EBIT over de laatste 3 boekjaren en de waarde op basis van de verkoopprijs. De kans dat dit zich voordoet is kleiner dan 50% en derhalve niet gewaardeerd conform IFRS 2. Wanneer tijdens de looptijd van de SAR significante overnames of verkopen worden gedaan zal redelijke herijking hiervoor plaatsvinden op de SAR.
Indien het dienstverband tussen Hydratec en een directielid eindigt voor uitoefening van de regeling, vervalt de SAR. Tenzij het dienstverband is geëindigd door overlijden of op grond van artikel 7:669 lid 3 onder a en b. In dit geval heeft directielid recht op 33,3% van het bedrag. Eventuele ontslagvergoedingen voldoen aan de eisen van de Nederlandse Corporate Governance Code en bedragen daarom niet meer dan eenmaal het jaarsalaris. Er is een pensioenregeling voor de directie, waarbij boven een drempelbedrag een eigen bijdrage wordt verlangd. De raad van commissarissen toetst de daadwerkelijke beloning van de directie op regelmatige basis aan het beloningsbeleid en past deze indien nodig aan.
De doelstelling van het totale remuneratiepakket is dat de totale beloning in verhouding staat tot het niveau en de complexiteit van gevraagde verantwoordelijkheden. Daarnaast dient deze voldoende concurrerend te zijn. Het remuneratiepakket dient het resultaat te zijn van de taken en verantwoordelijkheden die de statutaire directie als geheel en individueel heeft ten aanzien van de onderneming. Het interne loongebouw wordt daarbij als referentie gebruikt en de uitkomst daarvan wordt vergeleken met de externe markt.
De raad van commissarissen heeft hiervoor de beloning vergeleken met die van Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen met een vergelijkbare omvang en complexiteit. Gezien de verschillen tussen ondernemingen is de remuneratie autonoom door de raad van commissarissen bepaald.
In 2025 is de jaarlijkse vaste beloning van de directie vastgesteld, gebaseerd op bovengenoemde uitgangspunten. De vaste beloningen worden periodiek geïndexeerd voor inflatie. Er zijn geen leningen verstrekt of ontslagvergoedingen uitgekeerd in 2025. Ook is er gedurende het jaar geen eerder toegekende prestatiebeloning teruggevorderd. Tijdens de Algemene vergadering van Aandeelhouders van 24 april 2025 is met meerderheid van stemmen ingestemd met het remuneratieverslag 2024.
Dit remuneratieverslag 2025 zal ter adviserende stemming aan de Algemene vergadering van Aandeelhouders van 2026 worden voorgelegd. Hiermee wordt verantwoording afgelegd over de uitvoering van het remuneratiebeleid in het verslagjaar 2025. De raad van commissarissen zal rekening houden met deze uitgebrachte adviserende stem en zal hierover in het remuneratieverslag van 2026 een mededeling doen. De totale beloning van de directie is op de volgende pagina weergegeven. De Raad van Commissarissen heeft vastgesteld dat de directie in 2025 positieve resultaten heeft gerealiseerd, mede in het licht van de uitdagende marktomstandigheden. De directie heeft voorts aangegeven te willen deelnemen aan het aandelenparticipatieplan. Bij het vaststellen van het variabele inkomen over 2025 heeft de raad van commissarissen onder meer rekening gehouden met de mate waarin de begroting 2025 is gerealiseerd. Hoewel zich bij enkele werkmaatschappijen schommelingen hebben voorgedaan, is op groepsniveau een groei in resultaat gerealiseerd. Daarnaast heeft de Raad van Commissarissen de voortgang beoordeeld ten aanzien van de specifieke strategische en operationele doelstellingen per werkmaatschappij, waaronder leiderschap en managementontwikkeling, kostenbeheersing en procesoptimalisatie, verbetering en verbreding van het product- en marktportfolio, alsmede de versterking van commerciële slagkracht en operationele prestaties in verschillende regio’s. Economische en strategische uitdagingen zijn op adequate wijze gemitigeerd, met als resultaat dat de marges in 2025 zijn verstevigd en een basis is gelegd voor duurzame waardecreatie in de komende jaren. Ook de inzet van de directie op kennisdeling binnen de groep, actieve aandacht voor het ESG-beleid en het onderzoeken van M&A-kansen is in de beoordeling betrokken.
De statutaire directie ontvangt arbeidsvoorwaarden die passend zijn bij functie en verantwoordelijkheden. In het algemeen liggen de overige arbeidsvoorwaarden van de statutaire directie in dezelfde bandbreedte als die voor de overige medewerkers, zoals bijvoorbeeld de bedrijfsautoregeling. Bij het bepalen van de beloning is het gehele beloningsbeleid besproken en in overweging genomen.
De verhouding tussen de gemiddelde beloning voor de directie op voltijdsbasis ten opzichte van de werknemers van Hydratec is 15,0 (2024: 8,5). De verhouding van beloning van de directie ten opzichte van de medewerkers is toegenomen door een hogere beloning betaalbaar op termijn. De heer Aangenendt bezat op balansdatum 72.784 aandelen en mevrouw Slijkhuis bezat op balansdatum 1.260 aandelen. Dit aantal is inclusief de aandelen die voor een periode van drie jaar niet verkocht mogen worden.
|
Vaste basis |
Pensioen |
Prestatie |
Beloning betaalbaar |
Overige |
Totaal |
Variabel als % |
||||||||||||||
|
beloning |
bijdrage |
beloning |
op termijn |
beloning* |
beloning |
totale beloning |
||||||||||||||
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
||||||
|
B. Aangenendt |
376 |
364 |
40 |
38 |
217 |
204 |
395 |
41 |
3 |
3 |
1.031 |
650 |
59,36% |
37,69% |
||||||
|
E. Slijkhuis |
376 |
274 |
34 |
32 |
217 |
154 |
395 |
41 |
4 |
4 |
1.026 |
505 |
59,65% |
38,61% |
||||||
|
Totaal |
752 |
638 |
74 |
70 |
434 |
358 |
790 |
82 |
7 |
7 |
2.057 |
1.155 |
||||||||
Hieronder is de beloning van directie in de laatste vijf jaar in verhouding tot de omzet, het bedrijfsresultaat, het aantal fte en de gemiddelde beloning van alle werknemers binnen de groep opgenomen.
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
2023 |
2022 |
2021 |
|
Beloning directie |
|||||
|
B. Aangenendt |
1.031 |
650 |
676 |
781 |
524 |
|
E. Slijkhuis |
1.026 |
505 |
548 |
650 |
362 |
|
Bedrijfsgegevens |
|||||
|
Omzet |
263.130 |
270.204 |
282.748 |
283.261 |
257.297 |
|
Bedrijfsresultaat |
30.413 |
25.254 |
22.026 |
21.787 |
22.027 |
|
Fte per jaareinde |
1.310 |
1.342 |
1.315 |
1.315 |
1.374 |
|
Gemiddelde beloning |
|||||
|
Werknemers |
68 |
68 |
67 |
58 |
52 |
|
Verhouding gemiddelde beloning directie en medewerkers |
15,0 |
8,5 |
9,2 |
12,4 |
8,4 |
De bezoldiging van de raad van commissarissen wordt vastgesteld door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. De remuneratie is niet afhankelijk van het door de vennootschap behaalde resultaat. Aan de commissarissen worden geen beloningen in de vorm van aandelen of opties toegekend. In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 24 april 2025 is de bezoldiging vastgesteld op € 40 duizend per jaar per lid van de raad van commissarissen. Daarnaast ontvangt de voorzitter van de raad van commissarissen een aanvullende vergoeding van € 15 duizend per jaar. Voor de voorzitter van de Auditcommissie geldt een extra vergoeding van € 5 duizend per jaar. Hieronder is een overzicht opgenomen van de bezoldiging van de raad van commissarissen over de afgelopen vijf boekjaren:
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
2023 |
2022 |
2021 |
|
D. Raithel |
47 |
4 |
|||
|
J. ten Cate |
37 |
4 |
|||
|
M.E.P. Sanders |
40 |
30 |
30 |
30 |
25 |
|
P. Veenema |
9 |
30 |
30 |
30 |
15 |
|
E. ten Cate |
8 |
30 |
30 |
25 |
|
|
J.E. Vaandrager |
10 |
||||
|
Totaal |
133 |
76 |
90 |
90 |
74 |
In lijn met de best practice bepaling 1.4.3. van de Code, verklaart de directie naar haar beste weten dat:
het bestuursverslag voldoende mate van inzicht geeft in de werking van de interne risico management- en controlesystemen, zie hoofdstuk risicobeheer;
de hiervoor genoemde systemen een redelijke mate van zekerheid geven dat de financiële verslaggeving geen onjuistheden van materieel belang bevat, zie hoofdstuk risicobeheer;
deze systemen een beperkte mate van zekerheid geven dat de duurzaamheidsverslaggeving geen onjuistheden van materieel belang zie paragraaf risicobeheersing en interne controle voor duurzaamheidsverslaglegging in het duurzaamheidsverslag;
in het licht van en zoals uiteengezet in het hoofdstuk risicobeheersing (waarbij de onderneming streeft naar het beheersen van de materiële, operationele en compliance risico's op de wijze en in de omvang zoals beschreven in dit bestuursverslag) dat met passende zekerheid onze interne risicobeheersings- en controlesystemen op 31 december 2025 voldoende werkten, wat betekent dat de interne risicobeheersings- en controlesystemen voldoende hebben gewerkt om de geïdentificeerde risico’s te mitigeren gegeven de risicobereidheid en complexiteit van de onderneming en bij inachtneming van de inherente beperkingen;
het gerechtvaardigd is dat de financiële verslaggeving is opgesteld op basis van continuïteit, zie paragraaf 1.1.3; en
het bestuursverslag materiële risico’s en onzekerheden bevat die relevant zijn voor de continuïteitsveronderstelling voor een periode van 12 maanden na opstelling van het bestuursverslag, zie paragraaf 1.1.3.
Ondanks de interne risicobeheersings- en controlesystemen kunnen materiële onjuistheden, fraude of onrechtmatige handelingen plaatsvinden. De systemen bieden dan ook geen absolute zekerheid dat doelstellingen worden behaald, maar zijn ontwikkeld zodat de financiële verslaggeving geen onjuistheden van materieel belang bevat.
Daarnaast verklaart de directie in lijn met artikel 5:25c van de Wet financieel toezicht en voor zover bij hen bekend dat:
de jaarrekening naar haar mening een getrouw beeld geeft van de activa, de passiva, de financiële positie en de winst of het verlies van de onderneming en de gezamenlijk in de consolidatie opgenomen ondernemingen;
het bestuursverslag een getrouw beeld geeft over de toestand op balansdatum, de gang van zaken gedurende het boekjaar van de onderneming en van de met haar verbonden ondernemingen, waarvan de gegevens in de jaarrekening zijn opgenomen. In het bestuursverslag zijn de wezenlijke risico’s beschreven waarmee de onderneming wordt geconfronteerd; en
de duurzaamheidsinformatie in ons verslag is opgesteld in de geest van de CSRD en de toepasselijke ESRS.
Amersfoort, 25 februari 2026
Directie
B.F. Aangenendt, Co-CEO
E.H. Slijkhuis, Co-CEO & CFO
2025 is voor Hydratec positief verlopen. Ondanks aanhoudende terughoudendheid en aanzienlijke onzekerheden in de markten, als gevolg van diverse maatschappelijke ontwikkelingen waaronder de dreiging van een handelsoorlog, hoge importtarieven en toegenomen geopolitieke spanningen, heeft Hydratec opnieuw een record nettowinst gerealiseerd. De omzet binnen het segment Industrial Systems liet een fractionele stijging zien, terwijl de omzet in het segment Hightech Components duidelijk daalde. Dit heeft voor een geringe omzetdaling gezorgd voor de gehele groep. Ondanks dat de omzet een daling laat zien, nam de kwaliteit van de omzet wederom toe en de marges stegen waardoor de resultaten zijn verbeterd. Het geconsolideerde bedrijfsresultaat in 2025 was € 30,4 miljoen. Daarnaast heeft het aandeel in de deelneming Eqraft® een positieve bijdrage geleverd aan de nettowinst.
Industrial Systems liet in 2025 stabiele resultaten zien. De omzet steeg fractioneel tot € 157,8 miljoen, daarbij nam het bedrijfsresultaat toe tot € 25,3 miljoen. Hightech Components realiseerde in 2025 een omzet van € 107,1 miljoen en behaalde een positief bedrijfsresultaat van € 8,0 miljoen. Dit betekent een verbetering ten opzichte van 2024. Het genormaliseerde bedrijfsresultaat kwam uit op € 9,6 miljoen, wat (ondanks uitdagende marktomstandigheden) een forse verbetering is ten opzichte van het genormaliseerde bedrijfsresultaat van € 6,1 miljoen in 2024.
Hierbij bieden wij u aan het door de directie opgestelde jaarverslag 2025 van Hydratec Industries N.V., waarin de jaarrekening is opgenomen. Deze jaarrekening is gecontroleerd door EY Accountants en op 11 februari 2026 besproken met de directie in aanwezigheid van de accountant. De goedkeurende controleverklaring is hier opgenomen.
Wij zijn van mening dat het jaarverslag voldoet aan de eisen van transparantie en een adequate basis vormt voor de verantwoording van het door de raad van commissarissen gehouden toezicht. Wij stellen u voor de jaarrekening vast te stellen en decharge te verlenen aan de directie voor het gevoerde beleid en aan de raad van commissarissen voor het daarop gehouden toezicht.
In 2025 hebben zich wijzigingen voorgedaan in de samenstelling van de raad van commissarissen. De heer Veenema is afgetreden en mevrouw Sanders is herbenoemd voor een periode van vier jaar. De personalia van de leden van de raad van commissarissen zijn vermeld in het hoofdstuk personalia. De profielschets voor de raad van commissarissen is gepubliceerd op de website van de vennootschap.
De raad van commissarissen beschikt over een diverse achtergrond en brede ervaring. Eén commissaris heeft uitgebreide ervaring als ondernemer en als toezichthouder bij meerdere bedrijven. De tweede commissaris heeft een lange staat van dienst in het bankwezen, onder andere als directievoorzitter, en heeft bestuurlijke en toezichthoudende rollen vervuld bij diverse bedrijven en instellingen. De derde commissaris is directeur van een investeringsmaatschappij.
De Raad is van mening dat deze variëteit van ervaringen en achtergronden een goede diversiteit oplevert. De huidige samenstelling is een goede balans tussen de vereiste vaardigheden, relevante kennis en ervaring waardoor de Raad kritisch kan opereren. De samenstelling van de Raad voldoet aan de wettelijke eisen en strategische doelstelling van Hydratec op het gebied van genderdiversiteit. Mevrouw J. ten Cate voldoet niet aan de onafhankelijkheidsvereisten zoals is beschreven in de Corporate Governance code. De Raad als geheel voldoet wel aan de vereisten voor onafhankelijkheid. Dit stelt ons in staat om de aan ons opgelegde wettelijke taak tot het houden van toezicht op en het met Raad terzijde staan van de directie, goed uit te kunnen oefenen.
De raad van commissarissen ontvangt maandelijks een financiële rapportage over de operationele gang van zaken binnen de onderneming, voorzien van een toelichting door de directie. Daarnaast ontvangt de raad van commissarissen elk kwartaal een uitgebreide update over de ontwikkelingen van de afgelopen drie maanden en de voortgang ten opzichte van de jaarbegroting, de strategische doelstellingen en de lange termijn waardecreatie. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en actiepunten geformuleerd, die in de daaropvolgende vergadering worden besproken. Ter ondersteuning van de strategische koersbepaling organiseert Hydratec jaarlijks een strategiedag voor alle werkmaatschappijen, waarin per segment met de directies de strategie voor de komende jaren wordt geëvalueerd en waar nodig aangescherpt.
In 2025 heeft de raad van commissarissen conform een vast vergaderschema zesmaal met de directie vergaderd. Voorafgaand aan deze vergaderingen vond besloten vooroverleg plaats binnen de raad van commissarissen, zonder aanwezigheid van de directie. Één van de leden van de raad van commissarissen was afwezig bij de RvC-vergadering van 20 februari 2025, bij de overige vergaderingen waren alle leden aanwezig. De voorzitter van de raad van commissarissen onderhield daarnaast maandelijks bilateraal overleg met de directie.
Duurzaamheid vormt een integraal onderdeel van onze toezichtstaken. In lijn met de toenemende eisen op het gebied van duurzaamheidsverslaggeving wordt de raad periodiek geïnformeerd over de voortgang en ambities op dit vlak. Hierbij wordt specifiek aandacht besteed aan de implementatie van het ESG-beleid, de strategie en rapportage.
In de loop van het jaar heeft de raad van commissarissen het risicoprofiel, het risicobeheersingssysteem, de strategie en de duurzaamheidsverslaggeving kritisch geëvalueerd. Daarnaast zijn de genomen maatregelen en activiteiten ter mitigatie van deze risico’s beoordeeld. Tot slot is de effectiviteit van de opzet en werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen uitgebreid geëvalueerd. De raad van commissarissen steunt de conclusie van de directie dat de effectiviteit van de interne beheersing- en controlesystemen passend is.
Voorafgaand aan de algemene vergadering van aandeelhouders op 24 april 2025 heeft de Raad, buiten aanwezigheid van de directie, het eigen functioneren, het functioneren van (de leden van) de directie en de beloning van de directie besproken. Bij de evaluatie van het eigen functioneren kwamen diverse onderwerpen aan de orde, onder meer de tijd en aandacht van alle commissarissen, de wijze van uitvoering van de toezichthoudende functie, de rolverdeling, de te behandelen onderwerpen en de samenstelling van de raad van commissarissen in termen van onafhankelijkheid, deskundigheid, expertise, competenties en ervaringen. Naar aanleiding van de evaluatie concludeert de raad van commissarissen dat het separaat vergaderen van de auditcommissie tot het gewenste resultaat heeft geleid. Indien gewenst vergadert de Raad voor aanvang van de vergadering waarbij de directie niet aanwezig is. De evaluatie van de directie heeft plaatsgevonden in een gesprek tussen de raad van commissarissen en de directie.
De auditcommissie bestaat uit mevrouw Sanders en mevrouw ten Cate. Hiervan is één commissielid deskundig op het gebied van financiële verslaggeving en de controle van de jaarrekening. De commissie houdt toezicht op de jaarcijfers, de wettelijke controle daarvan, de duurzaamheidsverslaggeving, de administratieve organisatie en de effectieve werking hiervan en het verslaggevingsproces. De commissie is betrokken geweest bij het implementeren van de Verklaring Omtrent Risicobeheersing en heeft door middel van meerdere vergaderingen toezicht gehouden en de directie uitgedaagd ten aanzien van de Verklaring Omtrent Risicobeheersing. De commissie kan zich vinden in de conclusie van de directie. Daarnaast worden onderwerpen als fraude, cybersecurity, claims, en de uitkomsten van interne en externe controle- en risicobeheersingssystemen bewaakt. Ook ziet de commissie toe op de onafhankelijkheid van de accountant en het selectieproces daarvan.
Om een goed beeld te krijgen van de marktontwikkelingen en de prestaties van de bedrijven en segmenten, voert de commissie periodiek gesprekken met leidinggevenden en andere medewerkers.
Hydratec kent een ondernemende cultuur waarin eigen verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en eigenaarschap van medewerkers centraal staan. Het is binnen de organisatie een breed gedragen overtuiging dat dit zorgt voor een optimaal risicobeheer.
Hydratec kent, mede gelet op haar omvang en werkwijze, geen interne auditdienst of functie. Gezien de structuur van Hydratec worden er kansen gezien om de aanwezige kennis en ervaring binnen de organisatie breder in te zetten om de effectiviteit en werkzaamheid van ingeregelde beheersingsprocessen en de arbeidsmobiliteit binnen de groep te verbeteren. Periodiek worden audits en reviews op de interne beheersing en het risicobeheer uitgevoerd bij de segmenten door de groep controllers in verband met het ontbreken van een interne auditdienst of functie.
Hierin worden risico’s zoals die zijn geïdentificeerd in het risicobeheer geadresseerd. Uitkomsten worden gerapporteerd aan de raad van commissarissen en de auditcommissie. De raad van commissarissen, auditcommissie en directie beoordelen jaarlijks of er adequate maatregelen zijn getroffen.
De commissie heeft in 2025 viermaal volgens een vast rooster vergaderd, waarbij steeds alle leden aanwezig waren. In de vergadering van 24 april 2025 is EY Accountants B.V. aangesteld voor de controle van de jaarrekening van 2025. Met de externe accountant heeft de raad van commissarissen in 2025 tweemaal overleg gevoerd, waarvan eenmaal (deels) zonder directie. De werkzaamheden van de externe accountant zijn beoordeeld en het auditplan werd geaccordeerd.
In de directie van Hydratec Industries N.V. heeft gedurende 2025 geen wijziging plaatsgevonden. De heer B.F. Aangenendt was Co-CEO, mevrouw E.H. Slijkhuis was Co-CEO en CFO.
De raad van commissarissen bedankt de directie en alle Hydratec teams voor hun inzet, loyaliteit en toewijding die hebben bijgedragen aan het behaalde resultaat.
Amersfoort, 25 februari 2026
Raad van commissarissen
D.J. Raithel (voorzitter)
M.E.P. Sanders
J. ten Cate
In tegenstelling tot 2024, waarin op vrijwillige basis een CSRD-duurzaamheidsverslag is opgesteld en voorzien van een limited assurance-rapport van de accountant, is in 2025 gekozen voor een vereenvoudigd duurzaamheidsverslag, opgesteld ‘in de geest van’ de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de toepasselijke European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Het omvat de toelichtingen van de materiële onderwerpen die voortvloeien uit de dubbele materialiteitsbeoordeling ("hierna: DMA").
De duurzaamheidsrapportage is opgesteld op geconsolideerde basis. De reikwijdte van de consolidatie van niet-financiële gegevens is gelijk aan de consolidatie van de jaarrekening. De verslagperiode is eveneens gelijk aan de jaarrekening en heeft betrekking op de activiteiten van Hydratec van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025.
De rapportagescope over impacts, risico's en kansen die voor Hydratec van materieel belang zijn, bestrijkt de gehele waardeketen, zoals beschreven in de dubbele materialiteitsanalyse (zie p. 66). Dit is met name van toepassing voor de onderwerpen klimaat (E1) en circulariteit (E5).
De kortetermijn-horizon betreft de termijn 0 tot 1 jaar vanaf het lopende boekjaar, de middellangetermijn-horizon ligt tussen 1 en 5 jaar vanaf het boekjaar en de langetermijn-horizon betreft alles langer dan 5 jaar in de toekomst.
Voor de berekening van de upstream Scope 3‑emissies wordt de op uitgaven gebaseerde methode gehanteerd, gecombineerd met een methode die is gebaseerd op (branche)gemiddelde emissies voor activiteitsgegevens. Voor de berekening van de downstream scope 3 emissies is een methode gebruikt gebaseerd op (branche)gemiddelde emissies voor activiteitsgegevens. Door het gebruik van een op uitgaven gebaseerde methode kunnen de resultaten minder nauwkeurig zijn dan bij een methode gebaseerd op daadwerkelijke emissies. Door de combinatie van beide methoden kunnen de volledige Scope 3‑emissies worden ingeschat en daarnaast geeft het gebruik van (branche)gemiddelde emissies een zekere mate van nauwkeurigheid.
Het opstellen van de duurzaamheidsrapportage vereist schattingen en aannames. Deze zijn gebaseerd op ervaring en verschillende andere factoren die onder de gegeven omstandigheden redelijk worden geacht. Er zijn aannames nodig om de op uitgaven gebaseerde analyse van upstream scope 3-emissies te bepalen, wat een zekere mate van meetonzekerheid met zich meebrengt. De aannames hebben betrekking op het omrekenen van uitgaven en materiaalstromen naar CO₂, waarbij we de aanname hebben gedaan dat de euro-uitgaven aan materialen een vervanging kunnen zijn voor volume en daarmee de uitgestoten CO₂ nauwkeurig kunnen berekenen. Het vergelijken van duurzaamheidsinformatie tussen bedrijven en over tijd is lastig, omdat er vaak geen historische gegevens volgens ESRS beschikbaar zijn en bedrijven verschillende meetmethodes gebruiken.
Over boekjaar 2025 rapporteert Hydratec in de geest van de Europese Sustainability Reporting Standards (ESRS) volgens de EU Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). De inhoud en structuur van het jaarverslag 2025 is herzien om de leesbaarheid van het duurzaamheidsverslag te verhogen.
Er is ons na de verslagdatum geen informatie ter kennis gekomen die een materiële impact heeft op de duurzaamheidsrapportage en niet is verwerkt.
Er zijn geen fouten vastgesteld in de rapportage van 2024. Indien zich toch onvoorziene fouten aandienen, zullen deze waar nodig worden aangepast en zorgvuldig worden verwerkt.
Hydratec is zich bewust van mogelijke risico’s binnen de waardeketen. Hydratec voelt zich verantwoordelijk voor deze risico’s, omdat wij er – direct of indirect – aan kunnen bijdragen. In het tweede en derde kwartaal van 2025 is er een due diligence-project uitgevoerd op basis van de OESO-richtlijnen. Binnen dit project zijn mensenrechten, arbeidsrechten en milieuthema’s beoordeeld op basis van deskresearch en interne interviews.
Om geïdentificeerde risico’s in verschillende waardeketens te mitigeren, neemt Hydratec maatregelen die tier 1-leveranciers omvatten. De volgende mitigerende maatregelen worden ingezet:
Supplier Code of Conduct:
Er wordt een leveranciersgedragscode gehanteerd die gebruikt kan worden door alle entiteiten. Deze code stelt consistente verwachtingen richting ketenpartners en maakt het mogelijk ondertekende overeenkomsten te volgen.
Intern auditsysteem:
Er wordt gebruikgemaakt van een gestructureerde lijst met auditcriteria voor directe leveranciers, gericht op de geïdentificeerde risico’s. Alle entiteiten kunnen deze gebruiken voor audits, inclusief jaarlijkse evaluaties, continue monitoring en opvolging van verbeterplannen waar nodig. Audits kunnen worden uitgevoerd door Hydratec-entiteiten of externe beoordelaars.
Risicomanagement is een essentieel onderdeel van de ondernemingsstrategie van Hydratec. Het doel is het identificeren en mitigeren van risico’s die een grote negatieve impact kunnen hebben op het realiseren van de strategische en financiële doelstellingen en daarmee de waarde van de onderneming. Dit proces focust zich op zowel niet-duurzaamheid als duurzaamheidsonderwerpen en heeft betrekking op de gehele organisatie. Dit proces is erop gericht dat risico’s worden geïdentificeerd op basis van onder andere impact op de organisatie en kans dat dit zich voordoet. Op basis hiervan zullen er uiteenlopende maatregelen worden opgesteld om risico’s te mitigeren. De onderwerpen die vanuit de dubbele materialiteitsanalyse als materieel zijn bevonden, zijn in de volgende hoofdstukken uitgewerkt.
De uitvoering van de DMA is gestart in 2023 met behulp van de begeleiding en interpretatie van de CSRD (ESRS 1 en ESRS 2). Deze analyse is uitgevoerd in samenwerking met een onafhankelijk, extern duurzaamheidsbureau. In 2024 is de analyse verder verrijkt met nieuwe inzichten en richtlijnen vanuit de EFRAG. De DMA werd uitgevoerd in drie stappen en heeft betrekking op de gehele waardeketen. De basis van de DMA bestond uit deskresearch waarbij interne en externe documentatie is beoordeeld. De interne analyse is uitgevoerd door strategische documenten van Hydratec te analyseren en de inhoud te koppelen aan de 10 onderwerpen en verschillende onderliggende sub-onderwerpen en sub-sub-onderwerpen van de CSRD. De externe analyse had betrekking op een selectie van belangrijke concurrenten en klanten. Publiekelijk beschikbare documentatie van deze concurrenten en klanten zijn geanalyseerd om een prioritering in ESG-onderwerpen te krijgen. De interne en externe analyse heeft geresulteerd in de relevante onderwerpen, waar de focus op ligt binnen Hydratec en de sector, geselecteerd uit de volledige lijst van mogelijke onderwerpen binnen de ESRS. Deze lijst van onderwerpen is gebruikt als input voor het bepalen van de materiële onderwerpen. De vastgestelde materiële onderwerpen binnen onze waardeketen zijn hieronder opgenomen:
Als tweede stap is een dialoog uitgevoerd met representanten van de meest belangrijke belanghebbenden; een klant, aandeelhouder en medewerkers. Daarnaast zijn verschillende belanghebbenden indirect meegenomen door de gesprekken met vertegenwoordigende medewerkers. Deze belanghebbenden worden het meest waarschijnlijk beïnvloed door onze activiteiten en hebben de meeste invloed op het nakomen van onze verplichtingen. Om de belangen van deze groepen te borgen, werden vertegenwoordigende medewerkers geselecteerd op basis van het onderwerp, materie, kennis en hun vermogen om op te treden als een vertegenwoordiger met een bredere kijk op (externe) belanghebbenden. Gebruikmakend van het inzicht uit de interne analyse, externe analyse, en de interviews, is een finale shortlist van ESG-onderwerpen opgesteld.
Als laatste stap zijn workshops georganiseerd met interne experts om de mogelijke impacts, risico’s en kansen te bepalen van onze ESG-thema’s en hoe deze invloed kunnen hebben op de prestaties van de bedrijven binnen de groep. De beoordeling van de materialiteit volgde op de logica voorgeschreven door de CSRD. Voor impact materialiteit, was de beoordeling gebaseerd op "ernst", waarbij wordt gekeken naar schaal, reikwijdte en herstelbaarheid; en "waarschijnlijkheid", die voortkomt uit de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de VN-beginselen inzake mensenrechten. Voor het wegen van de financiële effecten zijn twee factoren toegepast: omvang en waarschijnlijkheid. De (potentiële) impacts zijn ook beoordeeld op basis van waarschijnlijkheid. Het proces achter de beoordeling bestond uit meerdere validatiestappen, waarbij interne experts zijn betrokken die inzicht hebben in verbanden tussen risico’s en kansen, de waarschijnlijkheid, grootte en karakter van mogelijke financiële impacts, kansen en risico’s en mandaat hebben om impacts te prioriteren. Indien een impact zowel positief als negatief beschreven kan worden, is deze als negatieve impact beschreven en beoordeeld.
Tenslotte zijn de beoordeelde impacts, risico’s en kansen, op basis van de omschrijving, geplot aan de bijbehorende en/of gerelateerde vereisten van de verschillende ESRS-standaarden.
Door te focussen op de materiële onderwerpen kunnen middelen en inspanningen effectief worden ingezet om de grootste impact te realiseren en te voldoen aan de verwachtingen van belanghebbenden. De relevantie van alle onderwerpen wordt periodiek geëvalueerd en de rapportage wordt aangepast wanneer nieuwe informatie of veranderende omstandigheden dit vereisen. Dit gebeurt via een jaarlijkse evaluatie van de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) en de voortgang op de ESG-strategie.
In 2025 heeft Hydratec een herijking van de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) uitgevoerd. Deze herijking weerspiegelt de verdere verbeterslagen die zijn doorgevoerd in de aanpak, waarbij impacts, risico’s en kansen (IRO’s) afzonderlijk zijn beoordeeld in plaats van gegroepeerd per (sub)onderwerp binnen de CSRD. Deze benadering maakt het mogelijk om per (sub)onderwerp uitsluitend de meest significante en materiële aspecten te identificeren en te rapporteren.
De originele DMA is zorgvuldig gereviewed en deze informatie is opgesplitst op basis van afzonderlijke IRO’s. Dit resulteerde in een vernieuwd kader voor materialiteit, dat vervolgens werd gevalideerd op relevantie en accuraatheid in samenwerking met interne experts. Hierbij werd niet alleen gekeken naar de consistentie met de oorspronkelijke analyse, maar ook naar nieuwe inzichten en veranderende prioriteiten binnen de bedrijfsvoering en sector. Uit de herziening is geconcludeerd dat afvalmanagement niet langer als materieel onderwerp wordt aangemerkt.
De herijking in 2025 vormt de nieuwe basis van de dubbele materialiteit binnen Hydratec en staat daarmee centraal in de huidige rapportage en strategie. De DMA is onderhevig aan herzieningen in de toekomst als gevolg van milieu- en sociale ontwikkelingen, due diligence (inclusief voortdurende robuuste betrokkenheid van de betrokken belanghebbenden) en verworven inzichten en ervaringen. In deze context is het belangrijk te noemen dat dit duurzaamheidsverslag niet iedere impact, risico en kans of additionele entiteitspecifieke rapportage bevat die een individuele stakeholder(groep) belangrijk kan achten in diens eigen specifieke inschatting.
Het is van belang om de materiële impacts, risico’s en kansen te identificeren en de onderlinge relatie met de cstrategie en het businessmodel te begrijpen. Deze analyse maakt het mogelijk effectief in te spelen op relevante factoren die invloed hebben op de bedrijfsvoering en ondersteunt het maken van strategische keuzes die bijdragen aan langetermijnwaardecreatie en duurzaamheid. Het biedt een solide basis voor weloverwogen besluitvorming en versterkt de positie in de markt. De tabel op de volgende pagina biedt een duidelijk overzicht van onze materiële onderwerpen, inclusief hun definities, reikwijdte, tijdshorizon en impact, risico's en kansen (hierna: IRO). Elk onderwerp wordt beschreven met de toepassingsgebieden met betrekking tot het CSRD-onderwerp, de reikwijdte, de relevante tijdshorizon vanaf wanneer de IRO relevant wordt, de bijbehorende IRO en de categorie van materialiteit. Verdere toelichtingen worden gegeven in de desbetreffende hoofdstukken en paragrafen. Het achterliggende besluitvormingsproces, interne controleprocedures evenals de mate waarin en hoe het proces voor het identificeren, beoordelen en beheren van impacts en risico's is geïntegreerd in het algehele risicomanagementproces. In lijn met het voorgaande jaar heeft de focus primair gelegen op risico’s, en zijn in onderstaand overzicht geen kansen als materieel beschouwd. De reikwijdte is per IRO gedefinieerd en verder toegelicht in de volgende hoofdstukken.
Naar aanleiding van de herijking zijn de IRO’s afzonderlijk van elkaar beoordeeld. Dit leidde tot aanscherpingen in de impacts, risico’s en kansen onder de thema’s: klimaatverandering, circulaire economie en eigen personeel.
|
Strategische pijler |
CSRD-Onderwerp |
Reikwijdte |
Tijdshorizon |
Materiële IRO’s |
Fin. Mat. |
Imp. Mat. |
|
|
Milieu |
|
E1 -Klimaatverandering |
Upstream; Eigen operaties; Downstream |
Korte termijn |
Impact (Negatief - Actueel): De CO2-uitstoot die vrijkomt door de eigen operaties en de waardeketen dragen bij aan (de versnelling) van klimaatverandering. De bronnen van CO2-uitstoot zijn voor eigen operaties energie en brandstof gebruik en daarnaast in de keten onder andere transport, winning van grondstoffen, productie van materialen en producten en gebruik van verkochte producten. |
x |
x |
|
Korte termijn |
Risico’s: Investeringen in productielocaties, machines, materieel en het wagenpark om fossiele brandstoffen uit te faseren. Daarnaast kunnen er hogere inkoopkosten ontstaan doordat CO2-beprijzing en/of stijgende energiekosten worden doorberekend in prijzen (klimaattransitierisico). |
||||||
|
|
E5 - Circulaire economie |
Upstream; Eigen operaties; Downstream |
Middellange termijn |
Impact (Negatief - Actueel): De winning/onttrekking van primaire grondstoffen, zoals aardolie, staal en andere metalen, gebruikt in productie van producten en de bouw van installaties door Hydratec en in de gebruiksfase van deze installaties kan leiden tot uitputting van grondstoffen. |
x |
x |
|
|
Korte termijn |
Risico’s: Schaarste aan grondstoffen kan leiden tot hogere inkoopkosten, vooral voor virgin materialen. |
||||||
|
|
E5 - Circulaire economie |
Eigen operaties; Downstream |
Middellange termijn |
Impact (Negatief - Actueel): Het onverantwoord verwerken van afvalstromen zorgt voor blijvende vraag naar nieuwe grondstoffen, waardoor de uitputting hiervan wordt versneld. |
x |
x |
|
|
Korte termijn |
Risico’s: Hogere kosten gerelateerd aan afvalverwerking. |
||||||
|
Sociaal |
|
S1 - Eigen personeel |
Eigen operaties |
Middellange termijn |
Risico’s: Ondermaatse inspanningen op het gebied van DE&I hebben een negatieve invloed op de employer brand waardoor het moeilijker kan zijn werknemers aan te trekken en te binden. Dit zorgt voor hogere personeels- en recruitmentkosten. |
x |
|
|
Beleid |
|
G1 -Zakelijk gedrag |
Eigen operaties |
Korte termijn |
Risico’s: Kosten verbonden aan eventuele aangespannen rechtszaken en opgelegde boetes rondom corruptie en omkoping. Indien er sprake is van incidenten, zullen er ook extra trainingen en maatregelen moeten worden uitgerold. Afhankelijk van de media-aandacht kan dit ook leiden tot significante reputatieschade |
x |
|
De in 2024 opgestelde ESG-strategie is in 2025, op basis van de uitkomsten van de DMA en strategische sessies met alle ondernemingen, herijkt. Op basis van deze herijking zijn er een aantal wijzigingen doorgevoerd binnen het onderwerp circulariteit, namelijk:
Afval: De doelstellingen voor zowel Industrial Systems als Hightech Components zijn komen te vervallen. Dit omdat het onderwerp afvalmanagement niet meer materieel is.
Inflows: De doelstellingen voor materiaal inflows zijn aangepast voor Industrial Systems en Hightech Components:
Industrial Systems: De doelstelling ‘Vergroten van het aandeel gerecycled product in aangekochte materialen en duurzame bedrijfsmodellen.’ is komen te vervallen. Uit gesprekken met de ondernemingen blijkt dat informatie over het aandeel gerecycled materiaal momenteel beperkt of niet beschikbaar is bij leveranciers. Hierdoor ontbreekt de noodzakelijke stuurinformatie om deze doelstelling effectief te monitoren en te realiseren. De ondernemingen blijven zich de komende jaren inzetten om deze informatie alsnog te verkrijgen. Op basis daarvan zal worden bezien of en hoe een nieuwe, passende doelstelling kan worden geformuleerd.
Hightech Components: De doelstelling ‘15% gerecycled materiaal voor geselecteerde aangekochte materialen’ is in overleg met de ondernemingen aangescherpt. De reikwijdte van de doelstelling is daarbij uitgebreid van ‘geselecteerde’ ingekochte materialen naar ‘alle’ aangekochte materialen.
Outflows: De doelstellingen voor materiaal outflows zijn aangepast voor Industrial Systems en Hightech Components:
Industrial Systems: De doelstelling ‘Het aantal circulaire principe per installatie verhogen.’ is herzien. Uit gesprekken met de ondernemingen is besproken dat de doelstelling zich moet richten op het implementeren van vijf verschillende circulaire principes in plaats van het verhogen van het aantal circulaire principes. De aangepaste doelstelling luidt: ‘Alle installaties zijn ontworpen op basis van de volgende circulaire principes: levensduur, repareerbaarheid, refurbishment, recycling en losmaakbaarheid.’
Hightech Components: De doelstelling ‘50% recycleerbaarheid van verkochte produchten’ is herzien. De reikwijdte van de doelstelling is daarbij uitgebreid van ‘geselecteerde’ materialen naar ‘alle’
De materiële onderwerpen die uit de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) naar voren zijn gekomen, hebben zowel op korte termijn als op de langere termijn (financiële) impact op de organisatie en haar waardeketen. De ESG-strategie biedt het kader waarbinnen concrete doelstellingen worden vastgesteld en bijbehorende acties worden geformuleerd. Tevens vormt deze strategie een belangrijke basis voor besluitvorming binnen de organisatie.
Het businessmodel van Hydratec blijft ongewijzigd. De focus ligt op het mitigeren van de negatieve impact binnen de bestaande bedrijfsactiviteiten. De uitkomsten van de DMA hebben geleid tot drie strategische aandachtsgebieden op het gebied van duurzaamheid: milieu, sociaal en governance, elk met onderliggende prioriteiten. Deze aandachtsgebieden hangen onderling samen en adresseren gezamenlijk de belangrijkste impacts en risico’s van de materiële duurzaamheidsthema’s. Deze samenhang is weergegeven in onderstaand figuur.
Hydratec heeft een ESG-beleid vastgesteld dat in 2024 is goedgekeurd en in 2025 zowel intern als via de website is gecommuniceerd. Dit beleid is gebaseerd op de uitkomsten van de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) en de herijkte ESG-strategie. Het omvat de meest materiële impacts op mens, milieu en maatschappij, zowel binnen de eigen bedrijfsactiviteiten als binnen de waardeketen. Het ESG-beleid is gericht op het voorkomen, mitigeren en (waar noodzakelijk) herstellen van huidige en potentiële impacts en risico’s, met specifieke aandacht voor broeikasgasemissies, circulariteit, diversiteit, gelijkheid en inclusie, en zakelijke integriteit. Het beleid is van toepassing op Hydratec en haar onderliggende ondernemingen, inclusief alle bijbehorende bedrijfsactiviteiten. De focus binnen de waardeketen verschilt per onderwerp en is gericht op die onderdelen waar de impact het grootst is en waar Hydratec invloed kan uitoefenen. De voortgang op de ESG-strategie en de bijbehorende activiteiten wordt in de komende jaren nader toegelicht in het duurzaamheidsverslag. De directie van Hydratec en de directies van de onderliggende ondernemingen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de implementatie en uitvoering van het beleid.
Per duurzaamheidsonderwerp zijn doelstellingen geformuleerd met een tijdshorizon tot 2030. Waar relevant zijn referentiejaren vastgesteld en expliciet benoemd. De doelstellingen ondersteunen het ESG-beleid en zijn gericht op het beheersen en monitoren van de materiële impacts, risico’s en kansen. Deze doelstellingen bieden inzicht in de effectiviteit van het beleid en de bijbehorende acties en maken het mogelijk om de voortgang systematisch te volgen. De monitoring van de doelstellingen vindt op jaarlijkse basis plaats. Aangezien de doelstellingen in 2024 zijn vastgesteld, is er op dit moment nog beperkte informatie beschikbaar over de voortgang en zijn er derhalve nog geen wijzigingen doorgevoerd.
De gerapporteerde maatstaven zijn gebaseerd op de vereisten uit de CSRD. De benamingen, definities en bijbehorende methodologieën van deze maatstaven zijn overeenkomstig overgenomen. Indien aanvullende toelichting op definities of methodologie noodzakelijk wordt geacht, is deze opgenomen bij de betreffende maatstaven.
Waardecreatie op de lange termijn is alleen mogelijk binnen een bedrijfscultuur die transparantie en vertrouwen centraal stelt. Door actief de dialoog aan te gaan met belanghebbenden verkrijgt Hydratec inzicht in uiteenlopende perspectieven, wat bijdraagt aan een breder begrip van waardecreatie. Dit stelt de organisatie in staat om de bedrijfsstrategie en besluitvorming af te stemmen op de behoeften, verwachtingen en zorgen van belanghebbenden, met als doel een positieve en duurzame impact te realiseren. Daarnaast ondersteunt de dialoog met belanghebbenden Hydratec bij het zorgvuldig afwegen van verschillende belangen. De onderwerpen die in deze gesprekken aan bod komen betreffen onder meer milieu-, sociale en governance-gerelateerde thema’s, zonder daartoe beperkt te zijn.
Hydratec identificeert haar belangrijkste belanghebbenden als partijen die direct of indirect betrokken zijn bij onze activiteiten, die een direct belang hebben bij of die een impact kunnen hebben op ons zakelijk succes op de lange termijn. De belanghebbenden met de grootste impact en/of invloed zijn: (i) aandeelhouders; (ii) klanten; en (iii) werknemers. Daarnaast is Hydratec bewust van verschillende groepen belanghebbenden die in meer of mindere mate invloed hebben op Hydratec ofwel door Hydratec beïnvloed worden. Voorbeelden hiervan zijn leveranciers, overheden en lokale gemeenschappen.
Hydratec is dagelijks in gesprek met haar belanghebbenden om meer te weten te komen over hun belangen en opvattingen. Interactie vindt plaats met elke categorie van belanghebbenden. De frequentie, het niveau en de wijze van engagement worden afgestemd op het doel van de dialoog en de relatie met de stakeholder. Hydratec kan besluiten de dialoog met belanghebbenden wel, niet of onder bepaalde voorwaarden aan te gaan.
De resultaten van de betrokkenheid van belanghebbenden worden, voor zover van toepassing: (i) gecommuniceerd aan en besproken door directie en de raad van commissarissen; (ii) worden gebruikt om mogelijke effecten, risico's en kansen te identificeren die van invloed kunnen zijn op het vermogen van Hydratec om op de lange termijn waarde te creëren en hier tijdig op te reageren; (iii) gebruikt om de materialiteit van ESG-onderwerpen voor de strategie en rapportage over duurzaam ondernemerschap van Hydratec te bepalen en (iv) gebruikt om due diligence op het gebied van duurzaamheid uit te voeren en te verbeteren.
De operaties en de waardeketen veroorzaken CO₂-uitstoot door energie- en brandstofgebruik, transport, grondstoffenwinning, productie en het gebruik van producten. Dit draagt bij aan klimaatverandering. Daarbij worden uitsluitend klimaattransitierisico’s en geen materiële kansen geidentificeerd. Deze risico’s omvatten noodzakelijke investeringen om fossiele brandstoffen uit te faseren, hogere kosten door CO₂-beprijzing en stijgende energieprijzen, en mogelijke klantverliezen wanneer klimaatprestaties achterblijven. Ook kunnen extra kosten ontstaan door aanpassingen aan installaties om te voldoen aan wet- en regelgeving. Binnen het businessmodel van Hydratec wordt rekening gehouden met deze risico’s, maar een uitgebreide analyse is nog niet uitgevoerd.
Hydratec heeft doelstellingen die zich richten op de reductie van broeikasgasemissies. Deze doelstellingen zijn onderdeel van de duurzaamheidsstrategie en het beleid. Deze zijn de reductie van scope 1 en 2 emissies met 50% en een inspanning om scope 3 emissies te reduceren in 2030 ten opzichte van basisjaar 2023. Deze doelstellingen zijn niet volledig in lijn met de Overeenkomst van Parijs die moet leiden tot het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 °C. De doelstellingen zijn gezet voor 2030 en hebben als basisjaar 2023. Tijdens het proces is de kwaliteit en accuraatheid van de informatie zoveel mogelijk proberen te waarborgen binnen het proces. Bij significante aanpassingen in de berekeningen in de aankomende jaren wordt hierover transparant gerapporteerd.
In het afgelopen jaar is een beleid opgesteld om de materiële impact, risico's en kansen met betrekking tot de beperking van klimaatverandering te mitigeren. Dit beleid richt zich op het identificeren, beoordelen, beheren en het bieden van herstel van klimaatgerelateerde vraagstukken. De onderwerpen die onder dit beleid vallen, betreffen klimaatmitigatie en energie-efficiëntie. Ten aanzien van klimaatmitigatie richt het beleid zich op het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen en het minimaliseren van de CO₂-voetafdruk. Op het gebied van energie-efficiëntie is het beleid gericht op het stimuleren van initiatieven binnen de entiteiten die bijdragen aan energiereductie en een efficiënter energiegebruik. Dit betreft zowel de eigen activiteiten (Scope 1 en 2) als producten en de bredere waardeketen (Scope 3).
In 2025 zijn acties geformuleerd rondom het beperken van klimaatverandering. Het doel van deze acties is het behalen van klimaatgerelateerde doelstellingen en negatieve impacts te voorkomen, mitigeren en waar mogelijk te herstellen. Bij het formuleren van deze acties zijn potentiële reducties in broeikasgasemissie en de significante financiële middelen die met het implementeren van deze acties samenhangen, geïdentificeerd. Deze middelen worden onderverdeeld in operationele uitgaven en kapitaaluitgaven. Hieronder is een beschrijving van de belangrijkste acties te vinden:
Hydratec werkt in 2026 verder aan het terugdringen van haar scope 1‑ en 2‑emissies door panden verder te verduurzamen, bijvoorbeeld via isolatie- en besparingsmaatregelen. Daarnaast gaat Hydratec inzetten op het verhogen van het aandeel groene stroom.
Binnen Hightech Components zullen de entiteiten starten met het opvragen van specifieke emissiefactoren van de grondstoffen bij leveranciers. Op basis hiervan zullen er bewuste keuzes gemaakt worden om de emissies in scope 3 terug te dringen. Dit kan onder andere door het maken van afspraken met leveranciers of te kiezen voor alternatieve grondstoffen met lagere emissies.
Binnen Industrial Systems zullen de entiteiten het werkelijk energieverbruik van machines in kaart brengen en daar acties op ondernemen om scope 3 emissies te verminderen. Daarnaast zal er aandacht worden besteed aan het reduceren van het aantal transporten naar buitenlandse klanten, door bijvoorbeeld efficiënter te transporteren of doormiddel van alternatieve vervoermiddelen met lagere emissies.
|
DR: |
Paragraaf: |
Informatie: |
2025 |
2024 |
|
E1-5 |
37a |
Totale energieverbruik uit fossiele bronnen (MWh): |
22.778 |
29.757 |
|
E1-5 |
37b |
Totale energieverbruik uit nucleaire bronnen: |
- |
- |
|
E1-5 |
37c |
Totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen (MWh): |
7.845 |
4.521 |
|
Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen (MWh): |
||||
|
Verbruik van ingekochte elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen (MWh): |
7.066 |
2.576 |
||
|
Verbruik van zelfopgewekte hernieuwbare energie uit andere bronnen dan brandstof (MWH): |
779 |
1.945 |
|
Retrospectief |
Doelstelling |
|||||||
|
DR: |
Paragraaf: |
Informatie: |
2025 |
2024 |
Verschil |
Verschil (%) |
2030 |
Jaarlijks doel (%)/basisjaar |
|
E1-6 |
48a |
Bruto scope 1-emissies in ton CO₂-eq: |
1.102 |
1.300 |
-198 |
-15% |
650 |
7% |
|
E1-6 |
49a |
Bruto locatiegebaseerde scope 2-emissies in ton CO₂-eq: |
10.238 |
11.233 |
-995 |
-9% |
Geen doelstelling |
|
|
E1-6 |
49b |
Bruto marktgebaseerde scope 2-emissies in ton CO₂-eq: |
8.386 |
11.444 |
-3.058 |
-27% |
5.722 |
7% |
|
E1-6 |
51 |
De bruto scope 3-emissies in ton CO₂-eq: |
306.104 |
257.546 |
48.558 |
19% |
<381.835 |
< 0% |
|
De bruto scope 3-emissies voor ingekochte goederen en diensten in ton CO₂-eq: |
39.947 |
36.204 |
3.743 |
10% |
Geen doelstelling |
|||
|
De bruto scope 3-emissies voor kapitaalgoederen in ton CO₂-eq: |
1.615 |
1.942 |
-327 |
-17% |
||||
|
De bruto scope 3-emissies voor brandstof en energie gerelateerde activiteiten (niet in Scope 1 en 2) in ton CO₂-eq: |
1.729 |
2.415 |
-686 |
-28% |
||||
|
De bruto scope 3-emissies voor opwaarts transport en distributie in ton CO₂-eq: |
2.936 |
1.538 |
1.398 |
91% |
||||
|
De bruto scope 3-emissies voor afval gegenereerd in operaties in ton CO₂-eq: |
25 |
40 |
-15 |
-38% |
||||
|
De bruto scope 3-emissies voor zakenreizen in ton CO₂-eq: |
1.172 |
1.555 |
-383 |
-25% |
||||
|
De bruto scope 3-emissies voor woon-werkverkeer in ton CO₂-eq: |
401 |
396 |
5 |
1% |
||||
|
De bruto scope 3-emissies voor neerwaarts transport en distributie in ton CO₂-eq: |
477 |
726 |
-249 |
-34% |
||||
|
De bruto scope 3-emissies gebruik van verkochte producten in ton CO₂-eq: |
257.657 |
212.563 |
45.094 |
21% |
||||
|
De bruto scope 3-emissies voor verwerking van verkochte producten in ton CO₂-eq: |
140 |
124 |
16 |
13% |
||||
|
De bruto scope 3-emissies voor neerwaarts verhuurde activa in ton CO₂-eq: |
2 |
1 |
1 |
100% |
||||
|
De bruto scope 3-emissies voor opwaarts verhuurde activa in ton CO₂-eq: |
0 |
41 |
-41 |
-100% |
||||
|
E1-6 |
44, 52a |
Totale broeikasgasemissies die zijn afgeleid van de onderliggende Scope 2 broeikasgasemissies die worden gemeten met behulp van de locatiegebaseerde methode: |
317.444 |
270.079 |
47.365 |
18% |
||
|
E1-6 |
44, 52b |
Totale broeikasgasemissies die zijn afgeleid van de onderliggende Scope 2 broeikasgasemissies die worden gemeten met behulp van de marktgebaseerde methode: |
315.592 |
270.290 |
45.302 |
17% |
||
|
E1-6 |
53 |
De broeikasgasemissieintensiteit (totale broeikasgasemissies in tonnen CO₂-eq per EUR 1.000 netto-omzet met behulp van locatiegebaseerde methode): |
1,2 |
1,0 |
0,2 |
23% |
||
|
E1-6 |
53 |
De broeikasgasemissieintensiteit (totale broeikasgasemissies in tonnen CO₂-eq per EUR 1.000 netto-omzet met behulp van marktgebaseerd methode): |
1,2 |
1,0 |
0,2 |
22% |
||
|
E1-6 |
53 |
Netto-omzet (in EUR 1.000) zoals opgenomen in de winst- & verliesrekening |
263.130 |
270.204 |
-7.074 |
-3% |
||
Locatie-gebaseerd:
Locatie-gebaseerd definieert de gemiddelde energieopwekkingsmix (groen/grijs) voor een bepaalde locatie, inclusief lokale, sub-nationale of nationale grenzen. Voor het berekenen van de locatie-gebaseerde emissies worden emissiefactoren gehanteerd voor de gemiddelde gridmix (TTW) van de relevante locaties voor Scope 2. De ketenemissies (WTT) worden verantwoord in categorie 3 van Scope 3.
Markt-gebaseerd:
Markt-gebaseerd definieert de energiemix (groen/grijs) die door het bedrijf wordt ingekocht. Hydratec onderscheidt twee verschillende soorten stroom binnen de organisatie, namelijk; groen en grijs. Voor de berekening van de markt-gebaseerde emissies wordt de gemiddelde grijze stroom (TTW) en groene stroom (TTW) emissiefactoren voor de relevante locaties gehanteerd. De ketenemissies (WTT) worden verantwoord in categorie 3 van Scope 3.
Totale Scope 1, 2 en 3 emissies:
De Scope 1, 2 en 3 emissies van Hydratec geven een overzicht van de CO2-equivalenten die worden uitgestoten binnen de bedrijfsactiviteiten en de waardeketen in het rapportagejaar. De CO2-voetafdruk is berekend op basis van de Europese Sustainability Reporting Standards (ESRS), waarbij de ESRS verwijzingen maakt naar het Greenhouse Gas (GHG) Protocol. De methodologieën die gebruikt zijn komen voort vanuit deze standaard. Verder is er tijdens de berekening gebruikt gemaakt van data van zowel interne- als externe bronnen en emissiefactoren vanuit verschillende (academische) bronnen.
De bruto scope 1- en 2-emissies zijn gedaald ten opzichte van het voorgaande jaar, terwijl de bruto scope 3-emissies een toename laten zien. Dergelijke waargenomen toenames ten opzichte van het voorgaande jaar leiden echter niet automatisch tot gewijzigde conclusies of aanpassingen in de activiteiten. Zij hangen vooral samen met de beschikbaarheid van meer en kwalitatief betere data, wat heeft geleid tot een nauwkeuriger en beter onderbouwd inzicht in de emissies. De onderstaande tabel geeft inzicht in de voortgang ten opzichte van de doelstellingen zoals vastgelegd in het ESG-strategiehoofdstuk. Voor scope 1 en 2 heeft Hydratec de doelstelling geformuleerd om de emissies met 50% te reduceren ten opzichte van het basisjaar 2023. Inmiddels is een reductie van 40,5% gerealiseerd, waarmee substantiële voortgang is geboekt richting het 2030-doel. Deze ontwikkeling onderstreept de effectiviteit van de ingezette maatregelen binnen de eigen operaties, zoals de verduurzaming van panden en het gebruik van groene energie.
Voor scope 3 richt Hydratec zich op het realiseren van een structurele vermindering van de emissies in de waardeketen. Ten opzichte van het basisjaar 2023 is een reductie van 19,8% gerealiseerd. Deze ontwikkeling weerspiegelt de eerste resultaten van initiatieven met leveranciers en logistieke partners, waaronder verbeterd inzicht in emissies bij leveranciers en optimalisatie van transportstromen. Waar in de vergelijking met het voorgaande jaar een toename zichtbaar is van 18,9%, is in de vergelijking met het basisjaar dus sprake van een duidelijke afname. Jaar-op-jaar verschillen binnen scope 3 kunnen daarbij mede worden beïnvloed door verdere verbeteringen in de kwaliteit en beschikbaarheid van data.
|
Voortgang doelstellingen |
2025 |
2024 |
|
50% reductie van Scope 1- en Scope 2-emissies (basisjaar 2023) |
-40,5% |
-20,1% |
|
Streven naar vermindering van Scope 3-emissies |
18,9% |
-33,0% |
In de context van grondstof –en materiaalgebruik kan de winning van primaire grondstoffen zoals aardolie en staal leiden tot uitputting van grondstoffen en dus grondstoffenschaarste. Grondstoffenschaarste kan ervoor zorgen dat Hydratec te maken krijgt met hogere inkoopkosten. Het onverantwoord verwerken van afvalstromen kan zorgen voor blijvende vraag naar nieuwe grondstoffen, waardoor de uitputting hiervan wordt versneld. Daarnaast kunnen er hogere kosten ontstaan voor het verwerken van afval waardoor Hydratec financieel geraakt wordt. Op basis hiervan is materiaalgebruik en circulaire economie materieel bevonden. De onderwerpen materiaalinstromen, materiaaluitstromen en afval zijn als gevolg hiervan in dit hoofdstuk opgenomen. Tijdens de DMA is de gehele waardeketen zowel opwaarts als neerwaarts, op hoog-over niveau meegenomen. De meeste focus rondom dit onderwerp ligt op de eigen organisatie. Tijdens de beoordeling zijn er geen specifieke methoden gebruikt. Er is tijdens de beoordeling rekening gehouden met verschillende belanghebbenden die op verschillende wijze zijn geraadpleegd (zie Belangen en standpunten van belanghebbenden).
Hydratec heeft doelstellingen voor 2030 die zich richten op materiaalinstromen en -uitstromen die niet zijn afgestemd op wet- en regelgeving. Bij de doelstellingen rondom materiaalinstromen en -uitstromen wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende segmenten van Hydratec; Industrial Systems en Hightech Components. Voor Industrial Systems is er het streven om vijf circulaire principes mee te nemen in het design van de nieuwe systemen, namelijk: levensduur, repareerbaarheid, refurbishment, recycling en losmaakbaarheid. Voor Hightech Components is het doel om 15% gerecyclede materiaal voor materialen in te kopen. Daarnaast moet 50% van verkochte productgroepen recyclebaar zijn. Voor beide segmenten ligt de focus voor materiaalinstromen bij inspanningen rondom de inkoop van producten en materialen. Daarnaast zal er in het design van de installaties en producten rekening gehouden worden met circulaire principes, waaronder recyclebaarheid.
In het afgelopen jaar heeft Hydratec een beleid aangenomen om de materiële impact en risico's met betrekking tot materiaalgebruik en circulaire economie te beheersen. Het beleid richt zich op circulariteitstukken, zoals het identificeren, beoordelen, beheren en herstellen hiervan binnen de waardeketen, geografische locaties en de eigen organisatie.
Hydratec zet zich in om de materiële impact van de in- en uitstroom van hulpbronnen te identificeren en aan te pakken. Mogelijkheden voor innovatie en kostenbesparingen worden erkend in relatie met de principes van de circulaire economie. De gevolgen worden beheerd door strategieën en innovaties voor de circulaire economie te implementeren. Een belangrijk onderdeel van dit beleid is de transitie van het gebruik van virgin materialen naar het gebruik van gerecycleerde materialen. Hierbij ligt de focus op het inkopen van hernieuwbare en gerecycleerde materialen. Daarnaast richt Hydratec zich op de afvalhiërarchie, waarbij voorbereiding voor hergebruik, recycling, andere vormen van terugwinning centraal staan.
Hydratec zet zich in voor de verduurzaming van producten en productielijnen. Daarbij ligt de focus op eco-design, waarbij bij het ontwerp expliciet wordt gestuurd op het reduceren van het gebruik van (virgin) materialen. Het uitgangspunt is het minimaliseren van de milieu-impact gedurende de volledige levenscyclus van de producten.
Eind 2025 zijn acties geformuleerd rondom materiaalgebruik en de circulaire economie. Het doel van deze acties is om onze beleidsdoelstellingen te behalen. Bij het formuleren van deze acties zijn zowel de potentiële impact en de significante financiële middelen die met het implementeren van deze acties samenhangen, geïdentificeerd. Deze middelen worden onderverdeeld in operationele uitgaven en kapitaaluitgaven.
Binnen Hightech Components ligt de focus op het verhogen van het aandeel gerecycled kunststof in de gebruikte materialen. Daartoe worden verschillende maatregelen verkend, waaronder het voeren van gesprekken met leveranciers en klanten over de mogelijkheden om het gebruik van kunststof recyclaat verder te vergroten.
Industrial Systems vervult een centrale rol op het gebied van circulariteit, aangezien binnen deze activiteiten al in de ontwerpfase rekening kan worden gehouden met circulaire uitgangspunten. In de komende jaren staan bij het ontwerp van nieuwe producten en installaties onder meer het gebruik van gerecyclede materialen, duurzaamheid en bestendigheid, repareerbaarheid, de mogelijkheid tot refurbishment, recyclebaarheid en demontage centraal.
Ter ondersteuning hiervan wordt onderzoek gedaan naar de recyclebaarheid van producten en naar verdere standaardisatie binnen het productportfolio. Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre herbruikbare verpakkingen kunnen worden toegepast en, waar mogelijk, ingezet. Ook binnen de aftersalesactiviteiten wordt meer nadruk gelegd op refurbishment. Dit gebeurt onder andere door aanpassingen in machineprojecten en door verdere professionalisering van de serviceorganisatie, met als doel reserveonderdelen beter beschikbaar te maken en de levensduur van machines te verlengen.
De maatstaven die gerapporteerd worden, zijn hoofdzakelijk gerelateerd aan de impact van circulariteit en minder aan bijbehorende (financiële) risico’s. Onderstaande maatstaven geven inzicht in de relatie tussen impact en Hydratec. Om inzicht te verkrijgen en te sturen op het (financiële) risico rondom circulariteit wordt als financiële maatstaaf het bedrijfsresultaat in percentage van de omzet gebruikt, ondanks dat deze ook wordt beïnvloed door andere factoren. Wanneer de inkoopkosten oplopen en dit een risico vormt voor de operatie zal dit invloed kunnen hebben op het bedrijfsresultaat.
Voor de berekeningen van de materiaalinstromen en -uitstromen is er gebruik gemaakt van directe metingen voor gewichten en intern beschikbare informatie over gewichten van installaties en gebruikte materialen. Wanneer dit niet beschikbaar was, is er gebruik gemaakt van extrapolatie of inschattingen. Dit is gedaan op basis van kennis en expertise binnen de verschillende entiteiten en de groep.
Om te kunnen bepalen over welke materialen er gerapporteerd moet worden, is er gekeken naar de materialiteit van materialen voor Hydratec. Bij de bepaling hiervan zijn alle producten (met inbegrip van verpakkingen), materialen, water en materiële activa bekeken in de eigen organisatie en in de opwaartse- en neerwaartse- waardeketen. Hierbij is er een besluit genomen om te focussen op de grootste materiaalstromen voor Industrial Systems en inkoop van grondstoffen voor Hightech Components. Dit besluit komt voort uit de grote variatie in materiaalstromen. Voor Industrial Systems hebben de grootste materiaalstromen betrekking op (roestvrij)staal, aluminium en elektronische componenten waarin koper is verwerkt. Voor Hightech Components bestaan de materiaalstromen voornamelijk uit granulaat.
|
DR: |
Paragraaf: |
Informatie: |
2025 |
2024 |
|
E5-4 |
31a |
Het algehele totaalgewicht van producten en technische en biologische materialen gebruikt tijdens de rapportageperiode (kg): |
11.253.230 |
10.994.995 |
|
E5-4 |
31b |
Het percentage van biologische materialen dat duurzaam wordt ingekocht: |
0,04% |
0,11% |
|
E5-4 |
31c |
Het gewicht in absolute waarde van secundaire hergebruikte of gerecyclede onderdelen voor de vervaardiging van de producten en diensten: |
2.297.257 |
1.224.864 |
|
Het percentage van secundaire hergebruikte of gerecyclede onderdelen voor de vervaardiging van de producten en diensten: |
20,41% |
11,14% |
Hydratec focust op verschillende circulaire principes om bij te dragen aan de circulaire economie. De focus ligt onder meer op de reductie van materiaal- en grondstoffengebruik, zowel binnen de eigen operaties als in toepassingen bij klanten. Daarnaast is gewichtsreductie een steeds belangrijker wordende ontwerpeis vanuit de markt en onze strategie, waardoor materiaal en vaak ook energieverbruik van de toepassing sterk afnemen. Naast reductie wordt ingezet op het verlengen van de levensduur van producten. Dit gebeurt door het verhogen van de productkwaliteit, zodat systemen en componenten langer meegaan dan alternatieve oplossingen. Op dit moment zijn geen specifieke kwantitatieve inzichten beschikbaar met betrekking tot de levensduur van producten in vergelijking met branchegemiddelden. Evenmin wordt de repareerbaarheid van producten structureel gemeten.
De doelstelling is om een toenemend aandeel geselecteerde producten en materialen uit het productieproces te laten voortkomen dat is ontworpen volgens circulaire principes. De belangrijkste producten en materialen worden ontwikkeld met inachtneming van circulariteit, waarbij de nadruk ligt op duurzaamheid, efficiënt materiaalgebruik en hergebruik. Dit resulteert in een productieproces dat de circulaire economie ondersteunt.
|
DR: |
Paragraaf: |
Informatie: |
2025 |
2024 |
|
E5-5 |
36c |
Het percentage recycleerbare inhoud van producten en hun verpakkingen: |
25,58% |
15,70% |
De eerdere tabellen in dit hoofdstuk bevatten geconsolideerde gegevens voor Hydratec als geheel. In deze alinea wordt specifiek ingegaan op de voortgang ten opzichte van de circulariteitsdoelstellingen per segment (Industrial Systems en Hightech Components) zoals uiteengezet in het ESG-strategiehoofdstuk.
In 2025 is voortgang geboekt op het gebied circulariteit binnen beide segmenten. Binnen Industrial Systems zijn nieuwe installaties zoveel als mogelijk ontworpen op basis van de vijf circulaire principes (levensduur, repareerbaarheid, refurbishment, recycling en losmaakbaarheid). Hiermee is circulariteit verankerd in de ontwerpfase van nieuwe systemen. Tegelijkertijd wordt onderkend dat bestaande installaties niet in alle gevallen volledig aan de circulaire principes voldoen, aangezien zij zijn ontworpen en gerealiseerd in een periode waarin circulariteit nog geen integraal uitgangspunt vormde. Hydratec past de circulaire principes daarom stapsgewijs toe, waarbij circulariteit wordt meegenomen bij aanpassingen en vervangings- of vernieuwingsprojecten van bestaande machines en installaties. Op deze manier wordt het bestaande portfolio geleidelijk verduurzaamd, rekeninghoudend met de technische en economische haalbaarheid.
Binnen Hightech Components is eveneens vooruitgang gerealiseerd. In 2025 bestond 17,5% van de ingekochte materialen uit gerecycled materiaal, waarmee het segment boven de huidige doelstelling voor 2030 ligt. Daarnaast is voor 33,9% van alle verkochte producten de recyclebaarheid vastgesteld, wat een belangrijke eerste stap vormt richting het structureel inzichtelijk maken en vergroten van circulariteit aan de productuitstroomzijde.
|
Voortgang doelstellingen |
2025 |
2024 |
|
Industrial systems: Alle installaties zijn ontworpen op basis van de volgende circulaire principes: levensduur, repareerbaarheid, refurbishment, recycling en losmaakbaarheid. |
Gerealiseerd voor nieuwe installaties |
Gerealiseerd voor nieuwe installaties |
|
Hightech components: 15% gerecycled materiaal voor alle aangekochte materialen |
17,5% |
7,8% |
|
Hightech components: 50% recyclebaarheid van alle verkochte producten |
33,9% |
7,3% |
Deze EU‑taxonomie‑toelichting is opgesteld in overeenstemming met Verordening (EU) 2020/852, zoals aangevuld door Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2021/2139, (EU) 2021/2178 en (EU) 2023/2486. Deze regelgeving is toegepast om in aanmerking komende activiteiten te identificeren en te beoordelen op afstemming met de EU‑taxonomie, inclusief de toetsing aan de DNSH‑criteria en sociale minimumwaarborgen.
De EU-taxonomie biedt gestandaardiseerde criteria om een gemeenschappelijk begrip te waarborgen van economische activiteiten die een substantiële bijdrage leveren aan de klimaat- en milieudoelstellingen. Volgens de eisen van de EU-taxonomie moeten bedrijven die momenteel vallen onder Richtlijn 2014/95/EU inzake de openbaarmaking van niet-financiële informatie, die in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd via het Besluit openbaarmaking niet-financiële informatie ('Besluit bekendmaking niet-financiële informatie'), inzicht geven in het deel van hun economische activiteiten dat in aanmerking komt voor de taxonomie (taxonomy eligible) en die zijn afgestemd op de taxonomie (taxonomy aligned) in termen van Omzet, Investeringen (CAPEX) en Operationele Uitgaven (OPEX) inclusief bepaalde kwalitatieve informatie. De EU-taxonomie bestaat uit zes milieu-categorieën: mitigatie van klimaatverandering, klimaatadaptatie, bescherming van water en maritieme bronnen, transitie naar een circulaire economie, preventie en bestrijding van vervuiling en bescherming van biodiversiteit en ecosystemen.
In het jaarverslag is het aandeel economische activiteiten gerapporteerd dat in aanmerking komt en is afgestemd op de EU-taxonomie voor alle milieudoelstellingen. Hydratec beschouwt een economische activiteit als in aanmerking komend als deze overeenkomt met de activiteiten die zijn opgenomen in the Delegated Acts van de EU-taxonomie. Een in aanmerking komende activiteit wordt pas als afgestemd beschouwd wanneer deze activiteit 1) substantieel bijdraagt aan ten minste één van de zes milieudoelstellingen zoals gedefinieerd in technische bijlagen van de EU-taxonomie, 2) geen significante schade toebrengt, of afbreuk doet aan, een of meer van de overige vijf milieudoelstellingen (Do No Significant Harm (DNSH)) en 3) voldoet aan sociale minimumwaarden. Om economische activiteiten in overeenstemming te brengen met de EU-taxonomie, moeten ze volledig voldoen aan deze criteria. Indien deze criteria niet volledig worden nageleefd of onderbouwd, worden de geïdentificeerde in aanmerking komende activiteiten niet in overeenstemming met de EU-taxonomie beschouwd. Voor verslagjaar 2025 wordt gebruikgemaakt van de proportionaliteitsmogelijkheden zoals geïntroduceerd in de op 4 juli 2025 aangenomen gedelegeerde verordening tot wijziging van Delegated Regulation (EU) 2021/2178, zoals nader toegelicht in de Q&A van de Europese Commissie inzake vereenvoudigingen van de EU‑taxonomie. Hydratec past voor verslagjaar 2025 de vereenvoudigingen toe zoals opgenomen in Commission Delegated Regulation (EU) 2026/73.
De sociale minimumwaarborgen zoals opgenomen in de EU-taxonomie omvatten criteria met betrekking tot mensenrechten en verantwoord ondernemen, met een bijzondere focus op anti-omkoping en anti-corruptie, eerlijke concurrentie en belastingen. Hydratec erkent de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de VN-richtlijnen voor bedrijven en mensenrechten. Deze principes zijn verankerd in verschillende beleidsdocumenten, zoals onze ESG-beleid en de Code. Hoewel Hydratec beleidsmaatregelen heeft opgesteld ter ondersteuning van eerlijke arbeidsnormen en mensenrechten, zijn nog niet alle maatregelen volledig geïmplementeerd om volledig in lijn te zijn met deze sociale minimumwaarborgen.
Het beleid van Hydratec op het gebied van mensenrechten is erop gericht om het risico van directe of indirecte negatieve impact op de gemeenschap zoveel mogelijk te mitigeren. Schending van mensenrechten heeft niet alleen een impact op de persoonlijke levenssfeer van een individu, maar heeft ook gevolgen voor de reputatie van Hydratec voor klanten, leveranciers of (nieuwe) medewerkers. Er is bewustzijn dat bepaalde activiteiten risico’s met zich mee kunnen brengen, en er worden proactieve maatregelen genomen om negatieve gevolgen te voorkomen of aan te pakken. Hiervoor zijn processen en mechanismen ingebouwd waarmee de naleving van deze normen wordt gecontroleerd, zoals periodieke audits en contact met stakeholders.
Hydratec hanteert een zerotolerancebeleid ten aanzien van omkoping en corruptie. Onze toewijding aan corruptiebestrijding is vastgelegd in het ESG-beleid en de Code, waaraan zowel werknemers als management zich committeren en moeten houden.
De bedrijfswaarden van Hydratec, zoals vastgelegd in Code, vormen ook de basis voor het belastingbeleid. Het beleid is afgestemd op de strategie en de principes van verantwoord ondernemen. Hiermee wordt gestreefd naar een transparante en verantwoorde belastingaanpak die aansluit bij de langetermijnwaardecreatie.
Hydratec ondersteunt vrije marktmechanismen en de onderliggende wettelijke en statutaire grondslag. Daarom is er kennis van wetgeving die handelsbeperkingen, schadelijke economische activiteiten en oneerlijke, misleidende en onethische handelspraktijken verbiedt. De Code biedt richtlijnen en principes voor eerlijke concurrentie.
Hydratec erkent dat de EU-taxonomie een dynamische regelgeving is die continu wordt ontwikkeld en waarbij activiteiten en criteria regelmatig worden geactualiseerd. Hydratec wil daarom benadrukken dat de percentages voor in aanmerking komende en afgestemde economische activiteiten niet moeten worden beschouwd als een volledige weergave van onze duurzaamheidsinspanningen, maar in de context van het EU-taxonomie-raamwerk. Ondanks vooruitgang in het uitvoeren van een meer gedetailleerde analyse, blijft de beschikbaarheid van gegevens een uitdaging bij het openbaar maken van informatie over in aanmerking komende en afgestemde economische activiteiten. In het verslagjaar zijn de activiteiten opnieuw beoordeeld in het kader van de EU-taxonomie, wat heeft geleid tot een toename van de eligibility voor duurzame economische activiteiten. Deze herziening is gebaseerd op nieuwe inzichten die voortkomen uit verdere analyses volgens de EU-taxonomie. De kernactiviteiten van onze onderneming zijn ongewijzigd gebleven. De vergelijkende cijfers zijn hierop aangepast.
De EU-taxonomie-definitie van de in aanmerking komende omzet-KPI betreft de netto-omzet die wordt gegenereerd uit producten of diensten die verband houden met in aanmerking komende economische activiteiten, gedeeld door de totale netto-omzet. De netto-omzet die wordt gebruikt voor de berekening van de omzet-KPI in 2025 is € 263,1 miljoen. Dit bedrag komt overeen met de groepsomzet zoals opgenomen in paragraaf 1.23 van de geconsolideerde jaarrekening. Verdere toelichtingen en de gehanteerde grondslagen zijn eveneens te vinden in dezelfde toelichtingsparagraaf. De beoordeling van de in aanmerking komende omzet is uitgevoerd door de omzetstromen te toetsen aan de relevante economische activiteiten zoals opgenomen in de Gedelegeerde handelingen van de EU-taxonomie, en door na te gaan in hoeverre interne informatie beschikbaar is om te beoordelen of wordt voldaan aan de technische screeningcriteria, de DNSH-criteria en de sociale minimumwaarborgen.
Deze economische activiteit wordt gedefinieerd als de productie van elektrische en elektronische apparatuur voor industrieel, professioneel en consumenten gebruik. De projectgerelateerde omzet van de Industrial Systems bedrijven en de engineeringomzet van Helvoet voldoen aan deze definitie en komen daarmee in aanmerking voor de EU-taxonomie.
De Industrial Systems bedrijven bieden, als projectorganisaties in specialistische machinebouw, ook reserveonderdelen aan als onderdeel van hun service voor de geleverde machines. Deze reserveonderdelen worden verkocht aan bestaande klanten om de levensduur van eerder verkochte machines te verlengen, waardoor deze economische activiteit in aanmerking komt voor de EU-taxonomie.
De omzetstromen die in aanmerking komen voor de EU-taxonomie vallen onder de milieudoelstelling 'de transitie naar een circulaire economie'. Deze totale omzetstroom had in 2025 een omvang van € 149,5 miljoen, wat 57% van de totale omzet van Hydratec vertegenwoordigt. Diverse interne beheersingsmaatregelen zijn geïmplementeerd om dubbeltelling te voorkomen. In lijn met vorig jaar zijn de verkoop van elektrische machines en de verkoop van reserveonderdelen geïdentificeerd als bedrijfsactiviteiten binnen de EU-taxonomie. Bij beide economische activiteiten is nog onvoldoende overlap tussen interne informatie (over gerecyclede / duurzame materialen, het voldoen aan relevante duurzaamheidslabels en het gebruik na het einde van de levensduur) en de bewijslasten die de EU-Taxonomie vereist om te concluderen dat de in aanmerking komende omzetstromen ook daadwerkelijk in overeenstemming zijn met de EU-Taxonomie.
De investeringen die worden gebruikt voor de berekening van de CapEx-KPI kunnen worden herleid uit het verloopoverzicht van de materiele vaste activa (1.30) en gehuurde activa (1.31). Een drempel van € 0,1 miljoen is gehanteerd om te bepalen welke investeringen binnen de scope van deze beoordeling vallen. Hierdoor is 88% van onze CAPEX-portefeuille geëvalueerd. Er is voor gezorgd dat investeringen niet dubbel worden geteld en dat elke KPI slechts één keer wordt toegewezen. Verdere details over de toevoegingen aan deze vaste activa en de bijbehorende grondslagen zijn te vinden in toelichting 1.30 en 1.31 van de jaarrekening.
Deze economische activiteit wordt gedefinieerd als bouw- en civiele techniek werkzaamheden of de voorbereiding daarvan bij bestaande gebouwen. Omdat de investeringen in (productie)locaties voortgezet worden, heeft een groot deel van de in aanmerking komende investeringen betrekking op de renovatie van bestaande gebouwen. Bij zowel Rollepaal als Timmerije betreft dit investeringen gericht op de verduurzaming van het pand.
De definitie van deze economische activiteit betreft de aankoop, financiering, verhuur, leasing en exploitatie van voertuigen die vallen onder de reikwijdte van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad. Toevoegingen aan de gehuurde activa betreffen nieuwe leasecontracten voor personenauto’s om te faciliteren in het woon- werkverkeer van medewerkers. Deze economische activiteit voldoet aan betreffende definitie en komt daarmee in aanmerking voor de EU-taxonomie.
De investeringen die in aanmerking komen voor de EU-taxonomie vallen onder de milieudoelstelling ‘klimaatmitigatie'. Op basis van onze beoordeling is 24% van de CAPEX als in aanmerking komend aangemerkt, terwijl 0% is afgestemd op de doelstellingen van de EU-taxonomie. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het ontbreken van de interne informatie die de EU-taxonomie vereist om deze beoordeling te kunnen uitvoeren.
In verslagjaar 2024 bedroegen de relevante operationele uitgaven 6% van de omzet. Aangezien de kernactiviteiten sindsdien niet wezenlijk zijn gewijzigd en op basis van een analyse van de operationele uitgaven voor 2025, kan worden geconcludeerd dat de OpEx ook in 2025 onder de 10%-drempel zal blijven. Om die reden wordt geen verdere taxonomie‑beoordeling en ‑rapportage uitgevoerd met betrekking tot de operationele uitgaven, anders dan de vereiste toelichting.
|
2025 |
Criteria voor substantiele bijdrage |
Faciliterende activiteiten |
Overgangs- |
Niet-beoordeelde activiteiten (niet-materieel) |
Omvang Taxonomy-aligned activiteiten in voorgaand jaar |
Verhouding Taxonomy-aligned activiteiten in voorgaand jaar |
|||||||||
|
Economische activiteiten |
Totaal |
Verhouding economische activiteiten die in aanmerking komen voor de EU-taxonomie |
Omvang economische activiteiten die in aanmerking komen en zijn afgestemd op de EU-taxonomie (Taxonomy aligned) |
Verhouding economische activiteiten die in aanmerking komen en zijn afgestemd op de EU-taxonomie (Taxonomy aligned) |
Klimaatmitigatie |
Klimaatadaptatie |
Water |
Verontreiniging |
Circulaire economie |
Biodiversiteit |
|||||
|
€ |
% |
€ |
% |
% |
% |
% |
% |
% |
% |
% |
% |
% |
€ |
% |
|
|
Omzet |
263,1M |
57% |
- |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
- |
0% |
|
CapEx |
4,5M |
21% |
- |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
12% |
- |
0% |
|
OpEx |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
|
2025 |
Criteria voor substantiele bijdrage |
||||||||||||
|
Economische activiteiten |
Code |
Verhouding economische activiteiten die in aanmerking komen voor de EU-taxonomie |
Omvang economische activiteiten die in aanmerking komen en zijn afgestemd op de EU-taxonomie (Taxonomy aligned) |
Verhouding economische activiteiten die in aanmerking komen en zijn afgestemd op de EU-taxonomie (Taxonomy aligned) |
Klimaatmitigatie |
Klimaatadaptatie |
Water |
Verontreiniging |
Circulaire economie |
Biodiversiteit |
Faciliterende activiteiten |
Overgangs- |
Verhouding Taxonomy-aligned activiteiten in voorgaand jaar |
|
% |
€ |
% |
% |
% |
% |
% |
% |
% |
(E- indien van toepassing) |
(T- indien van toepassing) |
% |
||
|
Verkoop van elektrische machines |
CE 1.2 |
49% |
- |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
||
|
Verkoop reserveonderdelen |
CE 5.2 |
8% |
- |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
||
|
Omvang economische activiteiten die in aanmerking komen en zijn afgestemd op de EU-taxonomie (Taxonomy aligned) |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
|||||||
|
Totaal omzet |
57% |
- |
0% |
0% |
|||||||||
|
Renovatie van bestaande gebouwen |
CCM 7.2 / CCA 7.2 / CE 3.2 |
8% |
- |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
||
|
Vervoer per personenauto's |
CCM 6.5 |
13% |
- |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
||
|
Omvang economische activiteiten die in aanmerking komen en zijn afgestemd op de EU-taxonomie (Taxonomy aligned) |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
||||||
|
Totaal CapEx |
21% |
- |
0% |
0% |
|||||||||
In de context van eigen medewerkers kan het niet acteren op diversiteit, gelijkheid en inclusiviteit (DE&I) financiële gevolgen krijgen door verhoogde personeels- en wervingskosten en het mislopen van beschikbaar personeel en talent. Dit heeft direct gevolg voor Hydratec omdat het personeel invloed heeft op onze strategie en businessmodel. Belangen en opvattingen van personeel worden meegenomen in onze strategie door gesprekken met (representanten van) medewerkers.
In 2025 zijn onze medewerkers in verschillende contractvormen (FTE), onderverdeeld in vaste medewerkers, tijdelijke medewerkers en medewerkers met niet-gegarandeerde uren. Daarnaast zijn buiten het eigen personeelsbestand ook medewerkers die niet in loondienst zijn. Dit omvat zelfstandigen (ZZP) en mensen die worden ingehuurd bij derde partijen. Deze verschillende groepen kunnen materieel beïnvloed worden door de eigen bedrijfsactiviteiten en zijn daarom opgenomen binnen de scope van het eigen personeelsbestand.
Mensenrechten worden gezien als de basis voor verantwoordelijke bedrijfsvoering door Hydratec. Daarom is besloten om hierover te rapporteren ondanks dat dit onderwerp als niet-materieel uit de DMA is gekomen. Door het naleven van onze ESG-beleid en gedragscode (vanaf nu Code) zet Hydratec zich in tegen moderne slavernij, mensenhandel en gedwongen arbeid, waaronder kinderarbeid. Dit beleid is niet alleen gericht op de bescherming van onze eigen medewerkers. Activiteiten met een verhoogd risico op dwangarbeid of kinderarbeid worden geïdentificeerd, waarbij tevens wordt aangegeven in welke typen activiteiten en op welke locaties deze risico’s zich kunnen voordoen. Vanwege de hogere standaarden binnen de EU ligt bijzondere aandacht bij landen buiten de EU waar dergelijke risico’s aanwezig kunnen zijn. Op dit moment zijn geen signalen of aanwijzingen van daadwerkelijke negatieve effecten bekend.
Hydratec heeft doelstellingen die zich richten op diversiteit, inclusiviteit en gelijkheid. Het streven is om in 2030 minimaal 25% man en 25% vrouw binnen het personeelsbestand te hebben. Hiermee wordt een evenwichtige verdeling nagestreefd die aansluit bij de kenmerken van de sector.
Bij het vaststellen van deze doelstellingen zijn vertegenwoordigers van de verschillende medewerkersgroepen betrokken. De prestaties ten opzichte van de gestelde doelen worden gemonitord door relevante data te verzamelen en te evalueren in hoeverre de gewenste resultaten worden behaald. Op basis van deze gegevens worden verbeterpunten geïdentificeerd en het beleid waar nodig bijgesteld.
In het afgelopen jaar is een ESG-beleid ingevoerd om het materiële gevolg met betrekking op diversiteit, gelijkheid, en inclusie van het personeel te beheersen. Dit beleid richt zich op het identificeren, beoordelen, beheren en herstellen van gevolgen rondom dit risico. Voor Hydratec hebben ondermaatse inspanningen op het gebied van DE&I een negatieve invloed op onze reputatie, waardoor het moeilijker kan zijn werknemers aan te trekken en te binden. Dit zorgt voor hogere personeels- en wervingskosten.
Onze Code waar het mensenrechtenbeleid is beschreven, is gebaseerd op internationaal erkende richtlijnen zoals de VN-richtlijnen voor bedrijven en mensenrechten, de ILO-verklaring over fundamentele arbeidsrechten en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. De focus ligt op drie kerngebieden: respect voor mensenrechten en arbeidsrechten, actieve betrokkenheid van werknemers en specifieke maatregelen tegen mensenhandel, dwangarbeid en kinderarbeid. Ten eerste wordt het respect voor de mensenrechten van het personeel gewaarborgd, inclusief arbeidsrechten zoals vrijheid van vereniging en het recht op collectieve onderhandelingen. Ten tweede worden medewerkers actief betrokken bij beleid en besluitvormingsprocessen die hen raken, onder andere via regelmatige communicatie en medezeggenschap, ondersteund door een decentrale organisatiestructuur.
Met vestigingen in Brazilië en India geldt een extra verantwoordelijkheid om waardig werk en economische groei te waarborgen. Door het naleven van de Code keert Hydratec zich tegen moderne slavernij, mensenhandel en gedwongen (kinder)arbeid. Daarnaast is het beleid gericht op het elimineren van discriminatie, het bevorderen van gelijke kansen en het stimuleren van diversiteit en inclusie. Dit beleid bestrijkt verschillende gronden voor discriminatie, waaronder ras en etnische afkomst, huidskleur, geslacht, seksuele geaardheid, geslachtsidentiteit, handicap, leeftijd, religie, politieke overtuiging, nationale afkomst of sociale afkomst. Hydratec streeft naar een diverse en inclusieve samenstelling van het personeelsbestand, die een weerspiegeling is van de samenleving. Het wervingsbeleid maakt geen onderscheid tussen leeftijd, geslacht en etniciteit. Ook streeft Hydratec naar gelijke beloning voor vrouwen en mannen die hetzelfde werk verrichten. Beleidsrichtlijnen zijn vastgesteld met betrekking tot inclusie en positieve acties voor kwetsbare groepen binnen het personeelsbestand. Zo zijn er werkgroepen opgericht die nadenken over en richting geven aan het werven, behouden en optimaal inzetten van (vrouwelijke) collega’s. Facilitaire voorzieningen worden waar nodig verbeterd om een inclusieve werkomgeving te creëren.
Bij het identificeren van potentiële en daadwerkelijke impacts op onze eigen medewerkers zijn gesprekken gevoerd met diverse (leidinggevende) medewerkers binnen de werkmaatschappijen. Deze medewerkers traden op als vertegenwoordigers van de bredere medewerkersgroep. De uitkomsten van deze dialoog zijn meegenomen bij het vaststellen en actualiseren van beleid, doelstellingen en bijbehorende actieplannen.
Hydratec beschikt over algemeen beleid en bijbehorende processen voor het bieden van herstel, of het bijdragen daaraan, indien een materiële negatieve impact op medewerkers wordt veroorzaakt of daaraan wordt bijgedragen. Specifieke meldkanalen en procedures zijn vastgelegd in de klokkenluidersregeling en stellen medewerkers in staat om zorgen, behoeften of klachten rechtstreeks kenbaar te maken. De beschikbaarheid en werking van deze kanalen worden ondersteund door gestructureerde processen, waarbij meldingen worden opgevolgd, gemonitord en geëvalueerd om de effectiviteit te waarborgen.
De klokkenluidersregeling, die onder meer voorziet in de mogelijkheid om meldingen te doen bij een externe vertrouwenspersoon, is in 2024 geïmplementeerd en in 2025 geactualiseerd. Deze regeling is binnen de groep gecommuniceerd en publiek toegankelijk gemaakt via de website. De afzonderlijke groepsmaatschappijen zijn verantwoordelijk voor de lokale implementatie van het beleid. Het beleid bevat tevens expliciete maatregelen ter bescherming tegen benadeling of vergelding van personen die gebruikmaken van deze meldkanalen.
In 2025 zijn acties geformuleerd rondom het eigen personeel. Het doel van deze acties is om onze beleidsdoelstellingen te behalen en negatieve materiële risico’s te voorkomen, mitigeren en waar mogelijk te herstellen. Daarnaast zullen deze acties als doel hebben om positieve materiële impacts te behalen. Acties binnen deze actieplannen zijn Hydratec-breed en zullen zich in ieder geval focussen op het verbeteren van diversiteit, gelijkheid en inclusiviteit.
Hydratec streeft ernaar een aantrekkelijke en inclusieve werkgever te zijn. In dat kader wordt geïnvesteerd in het verbeteren van faciliteiten en het aanpassen van werkplekvoorzieningen, waarbij periodiek wordt geëvalueerd in hoeverre deze aansluiten bij de behoeften van medewerkers. Daarnaast worden trainingen op het gebied van sociale veiligheid aangeboden, met als doel het bevorderen van een open en veilige aanspreekcultuur waarin medewerkers zich vrij voelen om zich uit te spreken. Ook wordt ingezet op het laagdrempelig beschikbaar stellen van onafhankelijke deskundigheid.
Binnen het wervings- en selectieproces wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan diversiteit, met specifieke focus op het aantrekken van vrouwelijke kandidaten. Zo wordt de doelstelling gehanteerd dat voor iedere vacature ten minste één vrouwelijke kandidaat wordt opgenomen op de shortlist. Externe communicatie en employer branding worden hierop afgestemd en bij wervingsevenementen wordt gestreefd naar een divers samengesteld recruitmentteam. Daarnaast wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een traineeshipprogramma dat specifiek is gericht op het vergroten van de instroom van vrouwelijk talent.
De maatstaven die gerapporteerd dienen te worden vanuit de ESRS zijn hoofdzakelijk gerelateerd aan de impact van diversiteit, gelijkheid en inclusie (DEI) en minder aan bijbehorende (financiële) risico’s. Onderstaande maatstaven geven inzicht in de relatie tussen risico en Hydratec. Om inzicht te verkrijgen in het bepaalde (financiële) risico rondom DEI wordt de financiële maatstaaf het bedrijfsresultaat in percentage van de omzet gebruikt. Wanneer de wervingskosten oplopen en dit een risico vormt voor de operatie zal dit invloed hebben op het bedrijfsresultaat, ondanks dat deze ook wordt beïnvloed door andere factoren.
Onderstaande informatie geeft inzicht in kenmerken van werknemers van Hydratec.
|
DR: |
Paragraaf: |
Informatie: |
2025 |
2024 |
|
S1-6 |
50a |
Het totaal aantal werknemers: |
1.021 |
1.027 |
|
Totaal aantal werknemers (m): |
804 |
814 |
||
|
Totaal aantal werknemers (v): |
217 |
213 |
||
|
Totaal aantal werknemers (divers): |
- |
- |
||
|
Totaal aantal werknemers – Nederland: |
566 |
569 |
||
|
Totaal aantal werknemers – Verenigde Staten: |
21 |
24 |
||
|
Totaal aantal werknemers – India: |
247 |
241 |
||
|
Totaal aantal werknemers – Polen: |
107 |
106 |
||
|
Totaal aantal werknemers – België: |
76 |
84 |
||
|
Totaal aantal werknemers – Engeland: |
2 |
1 |
||
|
Totaal aantal werknemers – Duitsland: |
2 |
2 |
||
|
S1-6 |
50b |
Totaal aantal voltijdse equivalenten (FTE’s): |
956 |
989 |
|
Totaal aantal voltijdse equivalenten (FTE’s) – Vaste werknemers (m): |
700 |
730 |
||
|
Totaal aantal voltijdse equivalenten (FTE’s) – Vaste werknemers (v): |
165 |
167 |
||
|
Totaal aantal voltijdse equivalenten (FTE’s) – Vaste werknemers (divers): |
- |
- |
||
|
Totaal aantal voltijdse equivalenten (FTE’s) – Tijdelijke werknemers (m): |
68 |
59 |
||
|
Totaal aantal voltijdse equivalenten (FTE’s) – Tijdelijke werknemers (v): |
23 |
29 |
||
|
Totaal aantal voltijdse equivalenten (FTE’s) – Tijdelijke werknemers (divers): |
- |
- |
||
|
Totaal aantal voltijdse equivalenten (FTE’s) – Oproepkrachten (m): |
- |
4 |
||
|
Totaal aantal voltijdse equivalenten (FTE’s) – Oproepkrachten (v): |
- |
- |
||
|
Totaal aantal voltijdse equivalenten (FTE’s) – Oproepkrachten (divers): |
- |
- |
||
|
S1-6 |
50c |
Totaal aantal personeelsleden dat de onderneming heeft verlaten: |
126 |
229 |
|
Percentage personeelsverloop: |
14% |
22% |
Onderstaande informatie geeft inzicht in de genderdistributie van het hoger managementniveau en daarnaast een verdeling in leeftijd van alle werknemers op basis van drie leeftijdscategorieën.
|
DR: |
Paragraaf: |
Informatie: |
2025 |
2024 |
|
S1-9 |
66a |
Aantal werknemers op niveau van hoger management (m): |
16 |
18 |
|
Aantal werknemers op niveau van hoger management (v): |
12 |
8 |
||
|
Aantal werknemers op niveau van hoger management (divers): |
- |
- |
||
|
Percentage werknemers op niveau van hoger management (m): |
57% |
69% |
||
|
Percentage werknemers op niveau van hoger management (v): |
43% |
31% |
||
|
Percentage werknemers op niveau van hoger management (divers): |
0% |
0% |
Onderstaande informatie geeft inzicht in beloningsverschillen tussen vrouwelijke en mannelijke werknemers.
|
DR: |
Paragraaf: |
Informatie: |
2025 |
2024 |
|
S1-16 |
97a |
Het beloningsverschil tussen mannen en vrouwen, omschreven als het verschil tussen gemiddelde beloning van vrouwelijke werknemers en mannelijke werknemers, uitgedrukt als een percentage van het gemiddelde beloningsniveau van mannelijke werknemers: |
21% |
17% |
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de prestaties tot nu toe en illustreert de voortgang ten opzichte van de eerder vastgestelde doelen binnen dit onderwerp. In 2025 bestaat 21,3% van het totale personeelsbestand uit vrouwen en 68,7% uit mannen. De cijfers laten zien dat Hydratec op hogere organisatieniveaus een hoger aandeel vrouwelijke medewerkers realiseert. Op het niveau van hoger management bedraagt het aandeel vrouwen 43%, waarmee op dit niveau de doelstelling is behaald. Dit bevestigt dat de ingezette beleidsmaatregelen, wervings- en doorstroominitiatieven en de aandacht voor inclusie effect hebben. Tegelijkertijd wordt onderkend dat het vergroten van genderdiversiteit binnen uitvoerende en technische functies een meerjarige en structurele inspanning vergt. Hydratec blijft zich daarom richten op gerichte acties, waaronder aangepaste wervingsstrategieën, employer branding, traineeships en het verder versterken van een inclusieve werkomgeving, om de instroom en doorstroom van vrouwelijk talent te bevorderen.
|
Voortgang doelstellingen |
2025 |
2024 |
|
Minimaal 25% mannelijke en vrouwelijke werknemers |
21,3% (v) |
20,7% (v) |
In de context van verantwoordelijk zakelijk gedrag kan onzorgvuldig of niet-conform handelen leiden tot aanzienlijke financiële lasten door rechtszaken en opgelegde boetes. Daarnaast kan het noodzakelijk worden om aanvullende trainingen en interne maatregelen uit te rollen, wat extra kosten en organisatorische druk veroorzaakt. Bij negatieve media-aandacht bestaat bovendien het risico op ernstige reputatieschade, met impact op vertrouwen van klanten, partners en investeerders.
Hydratec heeft een doelstelling omtrent zakelijk gedrag, namelijk het zorgen voor nul bevestigde gevallen van corruptie en omkoping.
Hydratec opereert en handelt wereldwijd waarbij medewerkers te maken krijgt met verschillen in wet- en regelgeving, belangen maar ook manieren van handelen en werken. Hydratec is zich bewust van de verplichting om te handelen in legitimiteit. Corruptie en omkoping zijn geïdentificeerd als een materiële financiële risico voor Hydratec. Dit kan onder andere door opgelegde boetes en reputatieschade zijn wanneer er incidenten omtrent corruptie en omkoping plaatsvinden. Daarom is het van belang om ervoor te zorgen dat dit risico hierop geminimaliseerd wordt, hierbij speelt de bedrijfscultuur een belangrijke rol. De bedrijfscultuur wordt gevormd door duidelijke kernwaarden, die naar alle medewerkers worden gecommuniceerd. Deze waarden zijn vastgelegd in het ESG-beleid en gedragscode (de Code), waaraan zowel werknemers als management zich committeren en moeten houden. De Code behandelt de belangrijkste regels waaraan gehouden dient te worden om corruptie en omkoping te voorkomen.
Het leiderschap van Hydratec speelt een cruciale rol in het bevorderen van deze waarden. Zowel de raad van commissarissen als de directie onderschrijven de principes van corporate governance en de bepalingen van de Nederlandse Corporate Governance Code. De betrokkenheid van medewerkers wordt bevorderd door regelmatig overleg met de ondernemingsraden in elke werkmaatschappij. De directie van de groep neemt hier eenmaal per jaar aan deel. Daarnaast wordt continu de bedrijfscultuur geëvalueerd via enquêtes en feedback, waarbij de resultaten met de ondernemingsraad en medewerkers worden gedeeld. Verbeteracties, zoals het verbeteren van de interne communicatie, worden op basis van deze feedback geïmplementeerd.
Ten aanzien van het voorkomen en adresseren van onwettig gedrag hanteert Hydratec duidelijke mechanismen voor het intern en extern melden en onderzoeken van vermoedens en zorgen. Deze mechanismen zijn vastgelegd in de klokkenluidersregeling en de Code, waarin is beschreven welke situaties gemeld kunnen worden en via welke procedures en kanalen meldingen kunnen plaatsvinden. Afhankelijk van de aard van de melding zijn specifieke meldroutes en onderzoeksprocedures ingericht.
Hydratec biedt klokkenluiders bescherming conform de geldende wet- en regelgeving en waarborgt dat meldingen zonder angst voor benadeling of represailles kunnen worden gedaan. Daarnaast wordt gezorgd dat interne en externe stakeholders geïnformeerd zijn over de klokkenluidersregeling door hierover open te communiceren en de regeling openbaar beschikbaar te stellen. Verder is er geen specifieke training maar krijgen alle medewerkers die meldingen kunnen ontvangen hier instructies over. De procedure voor het onderzoeken van incidenten is gericht op onafhankelijkheid en objectiviteit. Op basis van de aard van het incident wordt er beoordeeld hoe het incident verder onderzocht wordt. Ook wordt er regelmatig training gegeven over zakelijk gedrag, inclusief ethiek, naleving en risicobeheer aan functies, die zijn geïdentificeerd, met een hoog risico op corruptie. Verder is een beleid opgesteld tegen corruptie en omkoping, in lijn met het VN-Verdrag tegen corruptie en worden waar nodig verdere maatregelen genomen om het risico te beperken. Dit ziet voornamelijk toe op het verkoopproces waarbij gebruik wordt gemaakt van agenten.
Hydratec voldoet aan de wetgeving omtrent de bescherming van klokkenluiders en zorgt voor de nodige opleiding en informatie voor medewerkers over het melden van zorgen en de bescherming van klokkenluiders.
In 2025 zijn acties geformuleerd rondom verantwoord zakelijk gedrag. Het doel van deze acties is de verantwoord zakelijk gedrag doelstelling te behalen en negatieve impacts te voorkomen, mitigeren en waar mogelijk te herstellen. Bij het formuleren van deze acties zijn potentiële impact en de significante financiële middelen die met het implementeren van deze acties samenhangen, geïdentificeerd. Deze middelen worden onderverdeeld in operationele uitgaven en kapitaaluitgaven.
Bij Hydratec staat het voorkomen, signaleren en onderzoeken van corruptie en omkoping centraal. Hiermee wordt het vertrouwen van de stakeholders versterkt door transparantie te bieden over interne procedures en beheersmaatregelen. Eventuele incidenten worden tijdig, onafhankelijk en objectief onderzocht door een interne of externe commissie. De uitkomsten van deze onderzoeken worden gerapporteerd aan de daarvoor aangewezen organen, waarbij opvolging en terugkoppeling plaatsvinden conform het geldende beleid en de klokkenluidersregeling.
Ter ondersteuning van naleving en bewustwording worden opleidingsprogramma’s en onboardingstrajecten verzorgd, met specifieke aandacht voor functies met een verhoogd risicoprofiel. Alle medewerkers onderschrijven de gedragscode. Daarnaast worden bestuur en management jaarlijks geïnformeerd over het beleid en eventuele actualisaties, zodat zij hun verantwoordelijkheid voor naleving en handhaving adequaat kunnen invullen. Deze aanpak bevordert een cultuur van integriteit en draagt bij aan het beperken van integriteitsrisico’s.
Het beleid en de gedragscode worden actief en toegankelijk gecommuniceerd, onder meer via de website. Hierdoor zijn alle betrokkenen duidelijk geïnformeerd over de geldende normen en verwachtingen, en wordt formele bevestiging van naleving gestimuleerd.
Onderstaande informatie geeft inzicht over incidenten van corruptie of omkoping die zich gedurende de verslagperiode hebben voorgedaan. Daarnaast zijn er geen specifieke acties, naast de acties die in bovenstaande hoofdstuk benoemd zijn, ondernomen om schending van procedures en normen voor de bestrijding van corruptie en omkoping aan te pakken.
|
DR: |
Paragraaf: |
Informatie: |
2025 |
2024 |
|
G1-4 |
24a |
Aantal veroordelingen voor overtreding van anticorruptie- en antiomkopingswetten: |
- |
- |
|
Bedrag aan boetes voor overtreding van anticorruptie- en antiomkopingswetten: |
- |
- |
||
|
G1-4 |
25a |
Aantal bevestigde incidenten van corruptie of omkoping: |
- |
- |
Met betrekking tot de voortgang van het ESG-doel op het gebied van integriteit en anticorruptie kan worden vastgesteld dat er zowel in de huidige verslagperiode als in het voorgaande jaar geen meldingen zijn bevestigd van corruptie of omkoping. Het uitblijven van incidenten duidt erop dat het bestaande beleid en de vastgestelde procedures effectief functioneren. Daarmee ligt de organisatie op koers om dit ESG-doel te behouden en te borgen, waarbij blijvende aandacht wordt besteed aan naleving en bewustwording binnen de organisatie.
|
x € 1.000 |
Toelichting |
2025 |
2024 |
||
|
Netto-omzet |
1.23 |
|
|
||
|
Verbruik materiaal en hulpstoffen |
- |
- |
|||
|
Lonen, salarissen en inleenkrachten |
1.25.1 |
- |
- |
||
|
Sociale lasten en pensioenen |
1.25.2 |
- |
- |
||
|
Afschrijving op vaste activa |
1.29 / 1.30 / 1.31 |
- |
- |
||
|
Bijzondere waardeverminderingen |
1.29 / 1.30 / 1.31 |
|
- |
||
|
Overige bedrijfskosten |
1.27 |
- |
- |
||
|
Totaal bedrijfslasten |
- |
- |
|||
|
Bedrijfsresultaat |
|
|
|||
|
Financiële baten |
|
|
|||
|
Financiële lasten |
- |
- |
|||
|
Resultaat voor belastingen |
|
|
|||
|
Belastingen |
1.28 |
- |
- |
||
|
Aandeel in resultaat deelneming |
|
|
|||
|
Nettoresultaat voortgezette activiteiten |
|
|
|||
|
Nettoresultaat beëindigde activiteiten |
|
|
|||
|
Nettoresultaat |
|
|
|||
|
Nettoresultaat toe te rekenen aan: |
|||||
|
Aandeelhouders |
|
|
|||
|
Derden |
|
|
|||
|
Gewogen gemiddeld aantal aandelen toerekenbaar aan aandeelhouders |
|
|
|||
|
Winst per aandeel toe te rekenen aan aandeelhouders: |
|||||
|
Winst per gewoon aandeel (in euro’s) |
|
|
|||
|
Verwaterde winst per gewoon aandeel (in euro’s) |
|
|
|||
|
Winst per aandeel voortgezette activiteiten: |
|||||
|
Winst per gewoon aandeel (in euro’s) |
|
|
|||
|
Verwaterde winst per gewoon aandeel (in euro’s) |
|
|
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
||
|
Nettoresultaat |
|
|
||
|
Elementen die mogelijk in de toekomst in de winst- en verliesrekening worden verantwoord |
||||
|
Kasstroom hedges – aanpassing in reële waarde (incl. belastingen) |
- |
- |
||
|
Buitenlandse activiteiten – valuta omrekeningsverschillen |
- |
|
||
|
- |
|
|||
|
Elementen die niet in de toekomst in de winst- en verliesrekening worden verantwoord |
||||
|
Actuarieel resultaat |
- |
- |
||
|
- |
- |
|||
|
Totaal van niet-gerealiseerde resultaten |
- |
|
||
|
Totaalresultaat na belastingen |
|
|
||
|
Totaalresultaat toe te rekenen aan: |
||||
|
Aandeelhouders |
|
|
||
|
Derden |
|
|
|
x € 1.000 |
Toelichting |
2025 |
2024 |
||
|
ACTIVA |
|||||
|
Immateriële vaste activa |
1.29 |
|
|
||
|
Materiële vaste activa |
1.30 |
|
|
||
|
Gehuurde activa |
1.31 |
|
|
||
|
Uitgestelde belastingvorderingen |
1.32.1 |
|
|
||
|
Deelnemingen |
1.32.2 |
|
|
||
|
Financiële vaste activa |
|
|
|||
|
Totaal vaste activa |
|
|
|||
|
Contractactiva |
1.23.6 |
|
|
||
|
Voorraden |
1.33 |
|
|
||
|
Handelsdebiteuren |
1.34 |
|
|
||
|
Vennootschapsbelasting |
|
|
|||
|
Overige belastingen en premies sociale verzekeringen |
1.35 |
|
|
||
|
Overige vorderingen |
|
|
|||
|
Overlopende activa |
|
|
|||
|
Kas en kasequivalenten |
1.36 |
|
|
||
|
Totaal vlottende activa |
|
|
|||
|
Totaal activa |
|
|
|
x € 1.000 |
Toelichting |
2025 |
2024 |
||
|
PASSIVA |
|||||
|
Eigen vermogen toe te rekenen aan aandeelhouders Hydratec |
1.38 |
|
|
||
|
Aandeel derden |
|
|
|||
|
Totaal vermogen |
1.38 |
|
|
||
|
Personeel gerelateerde voorzieningen |
1.40 |
|
|
||
|
Overige voorzieningen |
1.40 |
|
|
||
|
Uitgestelde belastingverplichtingen |
1.40.5 |
|
|
||
|
Leningen en huurverplichtingen |
1.41.1 |
|
|
||
|
Overige financiële instrumenten |
1.41.2 |
|
|
||
|
Totaal voorzieningen en langlopende schulden |
|
|
|||
|
Contractverplichtingen |
1.23.6 |
|
|
||
|
Handelscrediteuren |
|
|
|||
|
Vennootschapsbelasting |
|
|
|||
|
Overige belastingen en premies sociale verzekeringen |
1.42 |
|
|
||
|
Leningen en huurverplichtingen |
1.41.1 |
|
|
||
|
Rekening courant Bank |
1.43 |
|
|
||
|
Voorzieningen |
1.40 |
|
|
||
|
Overige schulden en overlopende passiva |
1.44 |
|
|
||
|
Totaal kortlopende schulden |
|
|
|||
|
Totaal passiva |
|
|
|
Geplaatst kapitaal |
Agio |
Translatiereserve |
Hedge-reserve |
Overige wettelijke reserve |
Overige reserves |
Onverdeeld resultaat |
Toe te rekenen aan aandeelhouders Hydratec |
Toe te rekenen aan derden |
Eigen vermogen |
||
|
x € 1.000 |
Toelichting |
1.38.1 |
1.38.2 |
1.38.3 |
1.38.4 |
1.38.5 |
1.38.6 |
1.38.7 |
|||
|
Boekwaarde per 1 januari 2024 |
|
|
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Aandeelhouder gerelateerde mutaties: |
|||||||||||
|
• Interimdividend 2024 |
- |
- |
- |
||||||||
|
• Aandelen uitgifte Participatieplan |
1.25 |
|
|
|
|
|
|||||
|
Overige mutaties: |
|||||||||||
|
Resultaatbestemming 2023 |
|
- |
|
|
|||||||
|
Niet-gerealiseerde resultaten |
|||||||||||
|
Hedgereserve |
- |
- |
- |
||||||||
|
Reserve omrekeningsverschillen |
|
|
- |
|
|||||||
|
Pensioen |
- |
- |
- |
||||||||
|
Gerealiseerde resultaten |
|||||||||||
|
Netto resultaat 2024 |
- |
|
|
|
|
|
|||||
|
Toename (afname) in het eigen vermogen |
|
|
|
- |
- |
|
|
|
- |
|
|
|
Boekwaarde per 31 december 2024 |
|
|
- |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
Geplaatst kapitaal |
Agio |
Translatiereserve |
Hedge-reserve |
Overige wettelijke reserve |
Overige reserves |
Onverdeeld resultaat |
Toe te rekenen aan aandeelhouders Hydratec |
Toe te rekenen aan derden |
Eigen vermogen |
||
|
x € 1.000 |
Toelichting |
1.38.1 |
1.38.2 |
1.38.3 |
1.38.4 |
1.38.5 |
1.38.6 |
1.38.7 |
|||
|
Aandeelhouder gerelateerde mutaties: |
|||||||||||
|
• Dividenduitbetaling 2024 |
- |
- |
- |
||||||||
|
• Aandelen uitgifte Participatieplan |
1.25 |
|
|
|
|
|
|||||
|
Overige mutaties: |
|||||||||||
|
Resultaatbestemming 2024 |
|
- |
|
|
|||||||
|
Aankoop aandelen derden |
- |
- |
- |
- |
|||||||
|
Niet-gerealiseerde resultaten |
|||||||||||
|
Hedgereserve |
- |
- |
- |
||||||||
|
Reserve omrekeningsverschillen |
- |
- |
- |
||||||||
|
Pensioen |
- |
- |
- |
||||||||
|
Gerealiseerde resultaten |
|||||||||||
|
Netto resultaat 2025 |
|
- |
|
|
|
|
|||||
|
Toename (afname) in het eigen vermogen |
|
|
- |
- |
|
|
|
|
- |
|
|
|
Boekwaarde per 31 december 2025 |
|
|
- |
- |
|
|
|
|
|
|
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
||
|
Resultaat voor belastingen |
|
|
||
|
Aanpassing voor: |
||||
|
• Afschrijvingen |
|
|
||
|
• Bijzondere waardeveranderingen |
|
|
||
|
• Winst uit verkoop |
|
|
||
|
Financiële baten en lasten |
|
|
||
|
Mutatie voorzieningen |
|
- |
||
|
Veranderingen in werkkapitaal: |
||||
|
• Voorraden |
|
|
||
|
• Kortlopende vorderingen |
|
|
||
|
• Kortlopende schulden (exclusief VPB schuld en leaseverplichtingen) |
- |
- |
||
|
Totaal veranderingen in werkkapitaal |
|
|
||
|
Betaalde financiële lasten |
- |
- |
||
|
Betaalde winstbelasting |
- |
- |
||
|
Kasstroom uit operationele activiteiten |
|
|
||
|
Investeringen in immateriële vaste activa |
- |
- |
||
|
Investeringen in materiële vaste activa |
- |
- |
||
|
Investeringen in financiële vaste activa |
|
- |
||
|
Desinvestering in immateriële vaste activa |
|
|
||
|
Desinvestering materiële vaste activa |
|
|
||
|
Aankoop deelnemingen |
|
- |
||
|
Kasstroom uit investeringsactiviteiten |
- |
- |
||
|
Betaald dividend aan aandeelhouders Hydratec |
- |
- |
||
|
Aflossing langlopende schulden |
- |
- |
||
|
Aflossing lease verplichtingen |
- |
- |
||
|
Opname langlopende leningen |
|
|
||
|
Aflossing/opname rekening courant bank |
|
- |
||
|
Aankoop aandelen derden |
- |
|
||
|
Kasstroom uit financieringsactiviteiten |
- |
- |
||
|
Netto kasstroom |
|
- |
||
|
Omrekeningsverschillen op geldmiddelen |
- |
- |
||
|
Mutatie kas en kasequivalenten |
|
- |
||
|
Kas en kasequivalenten per 1 januari |
|
|
||
|
Kas en kasequivalenten per 31 december |
|
|
Hydratec Industries N.V. (in het vervolg omschreven als Hydratec) is statutair gevestigd en kantoorhoudend te Amersfoort en ingeschreven bij het Handelsregister Kamer van Koophandel onder nummer 23073095. De geconsolideerde jaarrekening van de onderneming voor het jaar geëindigd op 31 december 2025 bestaat uit de jaarrekening van de onderneming en al haar dochterondernemingen (samen ‘de Groep’ genoemd). Per 31 december 2025 maken de volgende dochterondernemingen onderdeel uit van de Groep:
|
Naam |
Vestigingsplaats |
|
Timmerije B.V. |
Neede |
|
Lias Industries B.V. |
Amersfoort |
|
Pas Reform B.V. |
Zeddam |
|
Pas Reform Participações LTDA |
São Paulo, Brazilië |
|
Pas Reform do Brasil LTDA |
São Paulo, Brazilië |
|
Windmolen Holding LTDA |
São Paulo, Brazilië |
|
ION |
São Paulo, Brazilië |
|
Pas Reform North America LLC |
Jacksonville, VS |
|
Lias Vastgoed B.V. |
Zeddam |
|
Lan Handling Technologies B.V. |
Tilburg |
|
Lan Vastgoed B.V. |
Tilburg |
|
ABAR Automation B.V. |
Halfweg |
|
LAN Handling Solutions B.V. |
Tilburg |
|
LAN Robotics B.V. |
Tilburg |
|
LAN Services International B.V. |
Tilburg |
|
Lan Handling North America LLC |
Jacksonville, VS |
|
Polmer Sp. z o.o. |
Wroclaw, Polen |
|
Helvoet Rubber & Plastic Technologies B.V. |
Tilburg |
|
Helvoet Rubber & Plastic Technologies N.V. |
Lommel, België |
|
High Technology Plastics (India) Pvt. Ltd. |
Pune, India |
|
Helvoet Polska Sp. z.o.o. |
Kaniów, Polen |
|
Rollepaal Pipe Extrusion Technology B.V. |
Dedemsvaart |
|
Rollepaal Inc. |
Baltimore, VS |
|
Rollepaal Engineering India Pvt. Ltd. |
Ahmedabad, India |
|
Hydratec Holdco B.V. |
Amersfoort |
|
Hydratec Sub B.V. |
Amersfoort |
De Groep houdt, tenzij anders vermeld, 100% van de aandelen van de genoemde vennootschappen. Alle dochterondernemingen hebben dezelfde rapportagedatum als Hydratec en hun boekjaar eindigt ook op 31 december.
Helvoet Deutschland GmbH en Helvoet Rubber & Plastic Technologies GMBH & CO KG betreffen door de insolventieaanvraag 100% deelnemingen zonder overheersende zeggenschap, derhalve is ultimo boekjaar sprake van eigen vermogensinstrumenten. Lias Industries B.V. heeft een belang van 60% in Proqraft Holding B.V. (handelsnaam: Eqraft®) waarbij wel invloed van betekenis bestaat maar geen overheersende zeggenschap.
Op 2 januari 2026 heeft Lias Industries B.V. haar aandeel in Proqraft Holding B.V. vergroot naar 80% en daarmee overheersende zeggenschap gekregen over Proqraft Holding B.V. Voor verdere toelichting zie hoofdstuk gebeurtenissen na balansdatum.
In het boekjaar heeft Pas Reform B.V. het resterende aandelenbelang van 45,5% in ION verworven. Als gevolg hiervan bezit de groep per balansdatum 100% van de aandelen in ION en wordt ION volledig geconsolideerd zonder aandeel derden.
Voor een overzicht van de activiteiten van de Groep wordt verwezen naar het hoofdstuk Profiel waarin het profiel van Hydratec is weergegeven.
De jaarcijfers zijn door de directie opgesteld en na goedkeuring van de raad van commissarissen vrijgegeven voor publicatie op 25 februari 2026. De jaarstukken 2025 zijn besproken in de vergadering van de raad van commissarissen van 25 februari 2026 en zullen ter vaststelling worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van 17 april 2026.
De basis voor het opstellen van de jaarrekening is de historische kostprijs, tenzij hierna anders is toegelicht. De jaarrekening wordt gepresenteerd in de valuta euro (€). Bedragen worden gemeld in duizenden euro’s, tenzij anders aangegeven. De euro is de functionele- en presentatievaluta van Hydratec. De jaarrekening is opgemaakt in overeenstemming met de IFRS-EU standaarden. Deze vereisen van het management dat zij beoordelingen, inschattingen en aannames maakt die de toepassing van richtlijnen en de gerapporteerde bedragen voor activa, passiva, inkomsten en uitgaven beïnvloeden. De gemaakte inschattingen en daarmee samenhangende aannames zijn gebaseerd op historische ervaringen en diverse andere factoren die onder de gegeven omstandigheden als redelijk worden beschouwd. De gemaakte inschattingen en aannames hebben gediend als basis voor de beoordeling van de waarde van de verantwoorde activa en passiva waarvoor vanuit andere bronnen de omvang op dit moment nog niet blijkt. Werkelijke uitkomsten kunnen echter afwijken van gemaakte inschattingen. Schattingen en onderliggende aannames worden voortdurend beoordeeld. Wijzigingen in schattingen en aannames worden verwerkt in de periode waarin de schattingen worden herzien als de herziening uitsluitend op de desbetreffende periode betrekking heeft, of in de periode van herziening en toekomstige perioden als de herziening zowel de huidige als toekomstige perioden beïnvloedt. De grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn consistent toegepast door de ondernemingen van de Groep voor de in deze geconsolideerde jaarrekening gepresenteerde perioden.
Door gedegen liquiditeitsprognoses en omzetverwachtingen zien wij geen risico ten aanzien van de liquiditeit, het voldoen aan de afspraken in de kredietovereenkomst en continuïteit voor de komende 12 maanden.
De geconsolideerde jaarrekening van de Groep is opgesteld op basis van het continuïteitsbeginsel, in overeenstemming met IFRS Accounting Standards, zoals aanvaard door de Europese Unie (IFRS-EU), en met Titel 9 Boek 2 BW. Indien nodig zijn vergelijkende cijfers aangepast voor vergelijkingsdoeleinden.
Hydratec heeft in het boekjaar, indien van toepassing, nieuwe en gewijzigde voor de onderneming relevante IFRS-standaarden en IFRIC-interpretaties toegepast. De nieuwe standaarden en aanpassingen op bestaande standaarden in 2025 hebben geen materieel effect op het vermogen en resultaat van de Groep en de toelichting in de jaarrekening.
Ultimo 2025 zijn diverse nieuwe en aangepaste standaarden en interpretaties gepubliceerd, maar nog niet effectief op het moment van publicatie van deze jaarrekening. Hydratec zal deze nieuwe en aangepaste standaarden en interpretaties toepassen, voor zover van toepassing, zodra deze effectief worden. Alle gepubliceerde nieuwe en aangepaste IFRS-standaarden en IFRIC-interpretaties welke nog niet van toepassing zijn voor verslaggevingsperiodes welke aanvangen op 1 januari 2025 zijn niet vervroegd toegepast. Dit betreft de volgende standaarden of amendementen daarop:
In mei 2024 heeft de IASB ‘Amendments to IFRS 9 and IFRS 7, Amendments to the Classification and Measurement of Financial Instruments’ gepubliceerd. De wijzigingen in IFRS 9, die van kracht worden voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2026, behandelen twee urgentere kwesties: het afwikkelen van financiële verplichtingen met behulp van een elektronisch betalingssysteem en het beoordelen van de contractuele kasstroomkenmerken van financiële activa, inclusief die met ‘environmental’, ‘social’ en ‘governance’ (ESG)-gerelateerde kenmerken.
Er zijn ook wijzigingen doorgevoerd voor ‘non-recourse’ activa en contractueel verbonden instrumenten (‘contractually linked instruments’). Daarnaast worden wijzigingen in de toelichting voorgesteld voor eigen-vermogensinstrumenten tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in het eigen vermogen via de overige onderdelen van het totaalresultaat (‘OCI’) en financiële instrumenten met contractuele voorwaarden die verwijzen naar een voorwaardelijke gebeurtenis, inclusief die gerelateerd zijn aan ESG.
Op 18 december 2025 heeft de IASB amendementen gepubliceerd op IFRS 9 en IFRS 7. Deze wijzigingen worden van kracht voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2026. Deze amendementen hebben betrekking op contracts referencing to nature-dependent electricity. In deze amendementen wordt geadresseerd hoe het 'own-use' vereiste toegepast moeten worden, hedge accounting in geval deze contracten worden gebruikt als hedging instrumenten en additionele toelichting vereisten rondom nature-dependent electricity contract.
Hydratec Industries N.V. maakt geen gebruik van nature-dependent electricity contracts, daarom zullen deze standaarden niet van toepassing worden.
Vanaf 1 januari 2027 moet de nieuwe standaard IFRS 18 worden toegepast en zal de huidige standaard IAS 1 vervangen. Met de invoering van IFRS 18 wordt een model voorgeschreven om de manier waarop informatie wordt gecommuniceerd in de jaarrekening te verbeteren, met een focus op de informatie in de winst-en-verliesrekening.
IFRS 18 beschrijft welke posten in de winst-en-verliesrekening kunnen worden opgenomen, maar in tegenstelling tot IAS 1.82 is deze opsomming niet meer omschreven als ‘minimum line items’. In aanvulling hierop geeft IFRS 18 voorschriften om te bepalen wanneer aanvullende posten toegevoegd dienen te worden in de winst-en-verliesrekening en wanneer dit niet nodig wordt geacht.
De nieuwe voorschriften onder IFRS 18 vereisen entiteiten om al hun baten en lasten binnen de winst-en-verliesrekening te classificeren in één van de volgende categorieën: 'operating', 'investing', 'financing', 'income taxes' of 'discontinued' operations. De eerste drie categorieën zijn nieuw, en de laatste twee categorieën bestonden al als onderdeel van de huidige vereisten onder IAS 1. Naast het feit dat de baten en lasten onder IFRS 18 geclassificeerd dienen te worden in één van de bovenstaande categorieën, dienen entiteiten ook subtotalen toe te voegen in de winst-en-verliesrekening voor 'operating profit or loss', 'profit or loss before financing and income taxes' en ‘profit or loss’. Het doel van deze nieuwe indeling en subtotalen is het verbeteren van de vergelijkbaarheid tussen ondernemingen.
IFRS 18 introduceert daarnaast een nieuw concept, namelijk management performance measures (MPM's). MPM's dienen opgenomen te worden in een apart onderdeel van de toelichting. MPM's zijn subtotalen van kosten en opbrengsten die gebruikt worden in de publiek communicatie buiten de jaarrekening, aanvullend zijn op de totalen en subtotalen zoals gespecificeerd door IFRS en de visie van het management op een aspect van de financiële prestaties communiceren.
Met de invoering van IFRS 18 worden ook enkele aanpassingen doorgevoerd in IAS 7 ten aanzien van het kasstroomoverzicht. De
voornaamste aanpassingen betreffen:
- het hanteren van een consistent startpunt indien de kasstroom uit operationele activiteiten volgens de indirecte methode wordt bepaald; en
- het elimineren van keuzemogelijkheden inzake de classificatie van betaalde en ontvangen interest en dividenden.
De analyse op de impact van de nieuwe IFRS 18 standaard zal in 2026 gemaakt worden.
In mei 2024 heeft de IASB IFRS 19 ‘Subsidiaries without Public Accountability: Disclosures’ uitgegeven. IFRS 19 staat de in aanmerking komende entiteiten toe om te kiezen voor verminderde toelichtingsvereisten met betrekking tot op aandelen gebaseerde betalingen (IFRS 19.31-34). De toepassing wordt van kracht voor verslagperioden die beginnen op of na 1 januari 2027.
Bij het opstellen van de jaarrekening en de waardering van bepaalde posten in de jaarrekening maakt Hydratec gebruik van aannames, veronderstellingen en schattingen. Deze zijn in belangrijke mate gebaseerd op kennis van de diverse bedrijfssegmenten, ervaringen uit het verleden en op een zo betrouwbaar mogelijke schatting door het management van Hydratec van de specifieke omstandigheden die – naar de mening van het management – gegeven de situatie van toepassing zijn. Bij deze inschatting is rekening gehouden met de (macro) economische en geopolitieke effecten (inclusief verduurzaming). De nadere uiteenzetting van het duurzaamheidsverslag met de daarin beschreven strategie, doelen en maatstaven leidt niet tot een wijziging in de aannames, veronderstellingen en schattingen tenzij anders is toegelicht bij de betreffende jaarrekeningpost. Veelal betreffen de gehanteerde veronderstellingen, aannames en schattingen in de jaarrekening verwachtingen over toekomstige ontwikkelingen vanuit de langetermijnplannen. De werkelijke ontwikkelingen kunnen afwijken van de gehanteerde veronderstellingen en aannames, waardoor de werkelijke uitkomst in belangrijke mate kan afwijken van de huidige waardering van een aantal posten in de jaarrekening. De gehanteerde veronderstellingen, aannames en schattingen kunnen daarom significante invloed hebben op vermogen en resultaat. Gehanteerde veronderstellingen, aannames en schattingen worden periodiek getoetst, mede als onderdeel en zo nodig aangepast. In de jaarrekening van Hydratec zijn met name de volgende posten aan veronderstellingen, aannames en schattingen onderhevig:
de identificatie en waardering van immateriële vaste activa bij overnames en aankoop deelnemingen en impairment-tests;
de waardering bij overnames en aankoop deelnemingen van materiële vaste activa en de levensduurbepaling;
de waardering van voorraden in verschillende stadia;
de waardering van fiscaal verrekenbare verliezen;
de bepaling van voorzieningen;
financiële instrumenten;
identificatie en bepaling van segmenten;
de omzetverantwoording en waardering bij contractactiva/verplichtingen.
Schattingen en onzekerheden ten aanzien van bovenstaande posten zijn beschreven bij de toelichting van de individuele jaarrekeningposten. Behalve de al in de toelichting op de jaarrekening uiteengezette elementen zijn er geen andere kritische waarderingsinschattingen die nadere toelichting vereisen.
Dochterondernemingen zijn die ondernemingen waarin Hydratec direct dan wel indirect overheersende zeggenschap heeft. Deze deelnemingen worden aangemerkt als dochterondernemingen. Overheersende zeggenschap houdt in dat Hydratec is blootgesteld aan, of rechten heeft op, veranderlijke opbrengsten uit hoofde van haar betrokkenheid bij de deelneming en over de mogelijkheid beschikt deze opbrengsten via haar macht over de deelneming te beïnvloeden. De jaarrekeningen van deze dochterondernemingen zijn in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen vanaf de datum dat overheersende zeggenschap wordt verworven tot het moment dat Hydratec overheersende zeggenschap verliest.
De winsten, verliezen en elke component van de niet-gerealiseerde resultaten worden toegerekend aan de aandeelhouders van Hydratec en aan het minderheidsbelang derden, zelfs als dit ertoe leidt dat het aandeel derden een negatief saldo vertonen.
Een verandering van het aandeel derden, zonder verlies van overheersende zeggenschap, wordt verwerkt als een aandelentransactie. Als Hydratec niet langer overheersende zeggenschap heeft over een dochteronderneming dan neemt zij niet langer de betreffende activa, verplichtingen minderheidsbelang derden en andere onderdelen van het eigen vermogen op, terwijl de daaruit voortvloeiende winst of verlies wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening.
Balansposities tussen ondernemingen in de Groep, transacties tussen deze ondernemingen en niet-gerealiseerde winsten op dergelijke transacties worden geëlimineerd bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening.
Hydratec kwalificeert een deelneming als een investering in een entiteit waarin zij significante invloed uitoefent, maar geen overheersende zeggenschap heeft.
Investeringen in deelnemingen worden bij initiele opname gewaardeerd tegen kostprijs. Rechtstreeks toerekenbare acquisitiekosten worden geactiveerd als deel van de overnameprijs. Vervolgwaardering vindt plaats volgens de vermogensmutatiemethode.
Transacties in vreemde valuta worden in euro’s omgerekend tegen de gemiddelde maandkoers van de maand waarin de transactie plaatsvindt. In vreemde valuta luidende monetaire activa en verplichtingen op de balansdatum worden in euro’s omgerekend tegen de op de balansdatum geldende koers. Valutaomrekenings-verschillen worden in de winst- en verliesrekening verantwoord.
De activa en verplichtingen van buitenlandse activiteiten worden in euro’s omgerekend tegen de koersen die gelden op de balansdatum. De opbrengsten en kosten van buitenlandse activiteiten worden in euro’s omgerekend tegen koersen die de wisselkoersen benaderen die golden op de datum van de transactie. Valutaomrekenverschillen worden rechtstreeks via het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten verantwoord en als afzonderlijk vermogensbestanddeel in het eigen vermogen verwerkt.
|
Valutakoersen |
||||||
|
Valuta |
€ 1 is omgerekend tegen |
2025 |
2024 |
|||
|
USD |
Slotkoers |
1,17 |
1,04 |
|||
|
Gemiddelde |
1,13 |
1,08 |
||||
|
INR |
Slotkoers |
105,36 |
89,08 |
|||
|
Gemiddelde |
98,43 |
90,45 |
||||
|
BRL |
Slotkoers |
6,44 |
6,43 |
|||
|
Gemiddelde |
6,28 |
5,83 |
||||
|
PLN |
Slotkoers |
4,22 |
4,27 |
|||
|
Gemiddelde |
4,24 |
4,31 |
Niet-afgeleide financiële instrumenten omvatten handels- en overige vorderingen, liquide middelen, leningen, handelsschulden, overige te betalen posten en de categorie overig in de financiële vaste activa. De Groep classificeert deze niet-afgeleide financiële instrumenten onder de categorie leningen en vorderingen. Niet-afgeleide financiële instrumenten worden bij de eerste opname (op transactiedatum) verwerkt tegen reële waarde, waarbij de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Na de eerste opname worden niet-afgeleide financiële instrumenten gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs met gebruikmaking van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. Deze waardeverminderingsverliezen worden verwerkt in de winst- en verliesrekening.
Diverse Hydratec-bedrijven hebben renteswaps (IRS, Interest Rate Swaps) afgesloten ter verlaging van het rentefluctuatierisico op de bedrijfsfinancieringen. Deze financieringen zijn verstrekt met een variabele rente en zijn door de renteswap vastgezet. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van afgeleide financiële instrumenten zoals bijvoorbeeld valutatermijncontracten (Forwards) en valutaswaps (FX Swaps) om het valutarisico af te dekken op projecten die worden betaald in buitenlandse valuta. Al deze afgeleide financiële instrumenten zijn gekwalificeerd als ‘cash flow hedge’ en worden initieel opgenomen tegen de reële waarde op contractdatum en op volgende rapporteringsdata opgenomen tegen de dan geldende reële waarde.
Voor het effectieve deel worden mutaties rechtstreeks ten gunste of ten laste van het eigen vermogen verwerkt op een aparte eigenvermogenscomponent: de hedgereserve. Een eventueel niet-effectief deel wordt verwerkt in de winst- en verliesrekening. Hydratec wijst alleen het spotelement van termijncontracten aan als hedge instrument.
Financiële activa of passiva worden als kortlopend aangemerkt als deze naar verwachting gerealiseerd, verkocht, verbruikt of afgewikkeld worden in de normale bedrijfscyclus, deze voornamelijk aangehouden worden voor handelsdoeleinden, naar verwachting de resterende looptijd minder dan 12 maanden bedraagt of er geen onvoorwaardelijk recht bestaat om de afwikkeling van de aansprakelijkheid met ten minste twaalf maanden uit te stellen na de verslaggevingsperiode.
Alle overige activa en passiva worden gepresenteerd als langlopend.
Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden geclassificeerd als langlopende vorderingen en verplichtingen.
De reële waarde is de prijs die zou worden ontvangen bij verkoop van een actief of zou worden betaald bij overdracht van een verplichting in een ordelijke transactie tussen marktpartijen. Zie overige financiële instrumenten voor toelichting over de bepaling van de reële waarde voor de derivaten die gebruikt worden voor hedge accounting. De reële waardering van alle andere financiële instrumenten wordt bepaald met algemeen aanvaarde waarderingsmodellen (level 2 of 3 waardering). Alleen wanneer deze significant afwijkt van de boekwaarde zijn de reële waardes toegelicht.
Overgenomen entiteiten worden geconsolideerd vanaf de datum waarop de overheersende zeggenschap over is gegaan. De initiële waardering van de overgenomen activa, passiva en voorwaardelijke verplichtingen is de reële waarde. Deze waardering is gebaseerd op een beoordeling van de feiten en omstandigheden op overnamedatum. Alle kosten die samenhangen met de acquisitie worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord.
De aanpassing van de minderheidsbelangen uit hoofde van transacties waarbij geen sprake is van verlies van zeggenschap zijn gebaseerd op een evenredig bedrag van de netto-activa in de dochteronderneming.
Goodwill is het verschil tussen de verkrijgingsprijs die wordt betaald op het moment van de aankoop van een onderneming en de reële waarde van de identificeerbare netto-activa van de geacquireerde onderneming. Goodwill op acquisities van groepsmaatschappijen wordt verantwoord onder immateriële vaste activa. Na initiële verantwoording wordt goodwill gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van eventuele geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen. Ten behoeve van het onderkennen van bijzondere waardeverminderingen wordt de goodwill toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheden waarvan wordt verwacht dat ze voordeel hebben van de acquisitie waarbij de goodwill tot stand is gekomen.
De waarde van goodwill wordt op elk rapportagemoment getest op bijzondere waardeverminderingen en wanneer omstandigheden wijzigen die erop wijzen dat de waarde niet meer de reële waarde vertegenwoordigt. Hierbij wordt de boekwaarde van de kasstroom genererende eenheid, inclusief toegerekende goodwill, getoetst aan de realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde van een kasstroom genererende eenheid wordt vastgesteld als de hoogste van de bedrijfswaarde en de reële waarde minus verkoopkosten. Voor de berekeningen van de bedrijfswaarde wordt gebruikgemaakt van kasstroomprojecties, gebaseerd op de door de bedrijfssegmenten aan de directie en raad van commissarissen gepresenteerde budgetten en Lange Termijn Plannen (LTP’s). De geschatte kasstromen na belasting worden contant gemaakt tegen een disconteringsvoet na belasting, die de tijdswaarde van geld en de aan de activa gerelateerde risico’s reflecteert. De verwachte toekomstige kasstromen met betrekking tot deze activa zijn derhalve niet gecorrigeerd voor deze risico’s. Een bijzondere waardevermindering, het verschil tussen de boekwaarde en realiseerbare waarde, wordt verwerkt in de winst- en verliesrekening als onderdeel van de afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Bijzondere waardeverminderingen op goodwill worden niet teruggeboekt.
Bij een overname is sprake van winst uit voordelige koop (‘badwill’) als de verkrijgingsprijs lager is dan het nettobedrag van de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva. Winst uit voordelige koop wordt direct ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.
Software wordt gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. Er wordt afgeschreven vanaf de datum dat software beschikbaar komt voor gebruik. De afschrijvingstermijn voor software is vijf jaar.
Uitgaven in verband met onderzoeksactiviteiten, gemaakt met als doel nieuwe technische kennis te vergaren, worden ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht wanneer zij zich voordoen. Interne ontwikkelingsuitgaven, waarvoor toekomstige economische voordelen betrouwbaar kunnen worden ingeschat, die eenduidig kunnen worden vastgesteld, waarbij het actief dat is gecreëerd identificeerbaar is, het actief bruikbaar of beschikbaar is voor verkoop, kosten betrouwbaar kunnen worden geschat gedurende ontwikkeling en niet zijn gemaakt voor het onderhouden van een bestaand product of het aanpassen aan nieuwe marktomstandigheden, worden geactiveerd. Alle overige ontwikkelingskosten worden op het moment dat de uitgaven zich voordoen ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. De verantwoorde waarde van de geactiveerde ontwikkelingskosten bestaat uit externe en direct toerekenbare (in)directe kosten.
Deze bestaan uit geïdentificeerde reële waarden van klanten(contacten), agenten, merknamen, rechten en patenten bij overname van deelnemingen of gekochte rechten. Deze worden bij eerste opname in de balans gewaardeerd tegen reële waarde zoals deze zijn vastgesteld bij overname of aankoop en afgeschreven conform paragraaf 1.7.5.
Afschrijvingskosten worden lineair ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht op basis van de economische gebruiksduur van een immaterieel actief. Periodiek wordt op individuele basis beoordeeld of de afschrijvingsperiode nog aansluit met de economische levensduur van het actief. De afschrijvingstermijnen zijn:
|
Categorie |
Afschrijving in jaren |
|
Klanten |
11-20 |
|
Agenten |
20 |
|
Merken |
20 |
|
Rechten |
8 |
|
Patenten |
5-6 |
|
Software |
5 |
Materiële vaste activa worden verantwoord tegen verkrijgingsprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen (zie grondslag 1.13). De verantwoorde waarde van in eigen beheer vervaardigde activa bestaat uit kosten van materiaal, kosten van directe manuren en direct toerekenbare kosten. Een actief dat wordt vervaardigd of ontwikkeld voor toekomstig gebruik, wordt geclassificeerd als materiële vaste activa en wordt gewaardeerd tegen kostprijs tot het moment dat constructie of ontwikkeling is afgerond. Kosten van leningen die verband houden met de aanschaf van materiële vaste activa of met activa in uitvoering worden geactiveerd voor zover ze direct toerekenbaar zijn aan de aankoop, productie of constructie van een kwalificerend actief. Wanneer een actief uit meerdere componenten met een uiteenlopende levensduur bestaat, worden de componenten separaat verantwoord. Aanbetalingen op materiële vaste activa worden verantwoord als vaste activa in uitvoering.
Periodieke vervangingsuitgaven die samenhangen met materiële vaste-activacomponenten worden in de waardering van de materiële vaste activacomponent geactiveerd, mits de toekomstige economische voordelen voortvloeiend uit het actief naar de Groep zullen gaan en de kosten van dergelijke periodieke vervangingsuitgaven betrouwbaar kunnen worden bepaald. Alle andere uitgaven worden als last in de winst- en verliesrekening verantwoord wanneer zij worden gemaakt.
Materiële vaste activa wordt niet langer opgenomen op de balans na vervreemding (d.w.z. op de datum waarop de ontvanger zeggenschap verkrijgt) of wanneer er geen toekomstige economische voordelen worden verwacht van het gebruik. Elke winst of verlies die voortvloeit uit het niet langer opnemen van het actief (berekend als het verschil tussen de netto verkoopopbrengst en de boekwaarde van het actief) wordt opgenomen in het overzicht van winst of verlies wanneer het actief niet langer op de balans wordt opgenomen.
Afschrijvingskosten worden lineair ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht tot de restwaarde op basis van de geschatte economische gebruiksduur van de verschillende componenten waaruit een actief bestaat en in lijn met het verwachte patroon aan toekomstige economische voordelen die toevloeien naar de onderneming. Op grond en activa in uitvoering wordt niet afgeschreven. De economische gebruiksduur van materiële vaste activa varieert en is voor de verschillende onderdelen als volgt:
|
Categorie |
Afschrijving in jaren |
|
Gebouwen |
33-40 |
|
Machines en installaties |
5-10 |
|
Computers en kantoormeubelen |
5 |
|
Inrichting en installaties gebouwen |
5-10 |
De Groep verantwoordt gehuurde activa op de ingangsdatum van de lease (de datum waarop het onderliggende activum beschikbaar is voor gebruik). Activa voor gebruik worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met eventuele geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen en gecorrigeerd voor eventuele herwaardering van leaseverplichtingen. De kostprijs van de gehuurde activa omvat het bedrag van de opgenomen leaseverplichtingen, gemaakte initiële directe kosten en leasebetalingen die vóór de ingangsdatum zijn gedaan, verminderd met eventuele ontvangen incentives. De gehuurde activa worden afgeschreven over de leaseperiode of verwachte levensduur indien deze korter is dan de leaseperiode of als een koopoptie wordt uitgeoefend.
Hydratec heeft ervoor gekozen de vrijstelling toe te passen inzake kortlopende huurcontracten en leasing van activa met lage waarde. In plaats van een gebruiksrecht en leaseverplichting op te nemen, worden de betalingen die hiermee verband houden lineair over de leaseperiode als last in de winst- en verliesrekening opgenomen
De aangekochte voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs (op basis van laatste inkoopprijs) of opbrengstwaarde minus verkoopkosten, indien deze lager is. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs in het kader van de normale bedrijfsvoering minus de geschatte kosten van voltooiing. De intern geproduceerde voorraden halffabricaat en gereed product alsmede de voorraad in bewerking worden gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs, bestaande uit de aanschafkosten van gebruikte grond- en hulpstoffen, vermeerderd met de bestede manuren, omgerekend tegen het ultimo boekjaar geldende uurtarief. In het uurtarief zijn indirecte kosten ingecalculeerd. Bij de waardering van de voorraden wordt rekening gehouden met het risico van incourantheid.
Handels- en overige vorderingen worden bij de eerste verwerking in de jaarrekening opgenomen tegen reële waarde en daarna tegen de geamortiseerde kostprijs gebruikmakend van de effectieve-rentemethode onder aftrek van cumulatieve bijzondere waardeverminderingen.
Hydratec past de IFRS 9 simplified approach toe inzake de voorziening op verwachte kredietverliezen op de handelsdebiteuren. Als gevolg hiervan wordt geen rekening gehouden met wijzigingen in kredietrisico. Er wordt een kredietvoorziening opgenomen op basis van een verwacht verlies voor de gehele looptijd van de desbetreffende vordering. De IFRS 9 simplified approach kan niet worden toegepast op de overige vorderingen. Deze voorziening wordt bepaald op basis van historische kredietverliezen gecorrigeerd voor economische ontwikkelingen en toekomstverwachtingen relevant voor de specifieke vorderingen.
De dotatie aan de voorziening op verwachte kredietverliezen wordt verantwoord in winst- en verliesrekening onder de overige bedrijfslasten. Vorderingen hebben een looptijd van 12 maanden of korter en bevatten derhalve geen significante financieringscomponent.
Diverse Hydratec-bedrijven voeren projecten uit in opdracht van derden tot het vervaardigen van klant specifieke producten, op basis van aangegane overeenkomsten. Als de prestatieverplichting wordt uitgevoerd door goederen of diensten aan een klant over te dragen voordat de klant een vergoeding betaalt of voordat de betaling verschuldigd is, wordt het contract gepresenteerd als een contractactief, exclusief bedragen die worden gepresenteerd als een vordering. Voor bepaling van de omvang van de prestatieverplichting zie waarderingsgrondslagen voor netto-omzet. Elk jaar wordt beoordeeld of er indicaties bestaan dat contractactiva een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan. In lijn met de toepassing op handelsdebiteuren in paragraaf 1.11.1 wordt voor de voorziening op verwachte kredietverliezen ook de IFRS 9 simplified approach toegepast.
Activa en passiva worden gerubriceerd als 'aangehouden voor verkoop' indien hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd door middel van een verkooptransactie in plaats van door voortgezet gebruik. Voor verkoop aangehouden activa en passiva worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere reële waarde verminderd met verkoopkosten. Verkoopkosten zijn de incrementele kosten die direct kunnen worden toegeschreven aan de verkoop van een actief, exclusief eventuele financieringskosten en inkomstenbelasting.
De criteria voor classificatie als activa aangehouden voor verkoop geldt wanneer een verkoop zeer waarschijnlijk is, in huidige staat direct beschikbaar is voor verkoop, verkoop naar verwachting binnen een jaar zal zijn afgerond, het onwaarschijnlijk is dat het plan tot verkoop wordt veranderd of wordt ingetrokken en management zich heeft gecommitteerd tot het plan tot verkoop. Op activa aangehouden voor verkoop wordt niet afgeschreven
Een groep activa die wordt afgestoten kwalificeert als een 'niet-voortgezette activiteit' als het (een onderdeel van) een entiteit is die ofwel afgestoten of gerubriceerd als voor verkoop aangehouden, en:
een afzonderlijk belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch gebied vertegenwoordigt;
deel uitmaakt van een gecoördineerd plan om een afzonderlijk belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch gebeid af te stoten; of
een dochteronderneming is, welke uitsluitend overgenomen is met het oog op wederverkoop.
Niet-voortgezette activiteiten worden apart gepresenteerd. Alle overige toelichtingen in de jaarrekening omvatten bedragen voor voortgezette activiteiten, tenzij anders aangegeven.
Kas en kasequivalenten, bestaande uit banksaldi, kasgelden en direct opvraagbare deposito’s, worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Rekening-courantfaciliteiten bij banken worden gepresenteerd onder overige schulden. Voor het kasstroomoverzicht wordt hetzelfde begrip gehanteerd als voor de balans.
Elk jaar wordt beoordeeld of er indicaties bestaan dat vaste activa een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan. Indien een dergelijke indicatie bestaat, dan wordt de realiseerbare waarde van het actief berekend. Een bijzonder waardeverminderingsverlies ontstaat op het moment dat de boekwaarde van een actief of een kasstroom genererende eenheid de realiseerbare waarde overtreft. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.
Het aandelenkapitaal is gekwalificeerd als eigen vermogen. De Groep heeft geen preferente aandelen uitgegeven. Transactiekosten voor uitgifte van aandelen worden ten laste van het eigen vermogen verantwoord. De uitgifte van aandelen “boven pari” verhoogt de agioreserve.
Dividenden worden als een verplichting verantwoord in de periode waarin ze door de aandeelhoudersvergadering wordt vastgesteld.
Voor het overzicht van de mutaties in het eigen vermogen en verdere toelichting van enkele vermogenscomponenten wordt verwezen naar het geconsolideerd mutatieoverzicht eigen vermogen en paragraaf 1.38.
Het gewone resultaat per aandeel (voortgezette- en/of beëindigde bedrijfsactiviteiten) is gebaseerd op het aan de houders van gewone (certificaten van) aandelen toe te rekenen resultaat na belastingen en het gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen dat gedurende 2025 heeft uitgestaan.
Het resultaat per aandeel na verwatering wordt berekend door het resultaat na belastingen te delen door het gemiddelde aantal uitstaande aandelen gedurende het boekjaar inclusief alle voorwaardelijk toegekende aandelen in het kader van aandelengerelateerde beloningen.
In de balans wordt een voorziening verwerkt wanneer sprake is van een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting voor de Groep als gevolg van een gebeurtenis op of voor balansdatum en het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is die op betrouwbare wijze is in te schatten. Indien de tijdswaarde van geld van betekenis is, worden de voorzieningen gewaardeerd tegen de contante waarde van de te verwachten kosten voor het voldoen aan de verplichting. De voorziening wordt contant gemaakt tegen een percentage voor belasting, rekening houdend met de tijdswaarde van geld in de huidige markt en de risico’s specifiek voor de verplichting. De toename van een voorziening ingevolge het verstrijken van tijd wordt verantwoord als financieringslast.
Verplichtingen ten aanzien van bijdragen aan pensioen en daaraan gerelateerde regelingen op basis van toegezegde-bijdrageregelingen (op basis van het beschikbare-premiestelsel) worden als last in de winst- en verliesrekening verwerkt in de periode waarop deze betrekking hebben.
De Groep heeft een aantal pensioenregelingen waarbij premies worden betaald aan een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij. De belangrijkste pensioenregelingen, die zijn ondergebracht bij bedrijfstakpensioenfondsen, betreffen collectieve regelingen waarbij meerdere werkgevers zijn aangesloten. Deze regelingen betreffen in wezen toegezegd-pensioenregelingen. Bij al deze bedrijfstakpensioenfondsen is de bijdrage van Hydratec, in termen van inleg, een zeer gering percentage van de gehele bijdrage. Bedrijfstakpensioenfondsen verstrekken aangesloten bedrijven geen informatie waarmee de pensioenverplichting berekend kan worden en dus kan Hydratec actuariële risico’s niet inschatten. Om deze reden worden deze regelingen behandeld als toegezegde-bijdrageregelingen bij Hydratec en worden de verschuldigde pensioenpremies over het boekjaar verwerkt als pensioenlasten in de jaarrekening. De verwachtte pensioenlast voor het volgende boekjaar bedraagt € 4,0 miljoen.
Voor verplichtingen naast de aan de pensioenuitvoerders te betalen premie wordt een voorziening opgenomen, indien per balansdatum sprake is van een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting aan de pensioenuitvoerder en/of werknemer, het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is, en er een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de omvang van de verplichting. De voorziening voor additionele verplichtingen aan de pensioenuitvoerder en/of werknemer, wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de contante waarde als het effect van de tijdswaarde van geld materieel is (waarbij de disconteringsvoet vóór belastingen de actuele marktrente weergeeft).
Een pensioenvordering uit hoofde van aanwezige overschotten bij de pensioenuitvoerders wordt opgenomen als de groep beschikkingsmacht heeft over het overschot, het waarschijnlijk is dat het tot toekomstige economische voordelen voor de groep leidt en het betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een pensioenoverschot wordt op dezelfde wijze gewaardeerd als een voorziening.
De resulterende baten of lasten worden in de winst- en verliesrekening verwerkt.
De netto verplichting uit hoofde van de toegezegde pensioenregelingen wordt voor iedere regeling afzonderlijk berekend door een schatting te maken van de pensioenaanspraken die werknemers hebben opgebouwd in ruil voor hun diensten in de verslagperiode en voorgaande perioden. De pensioenaanspraken worden verdisconteerd om de contante waarde te bepalen. De pensioenaanspraken en de kosten van de toegezegde pensioenen zijn gebaseerd op de ‘projected unit credit method’, waarbij per balansdatum actuariële berekeningen worden opgesteld. Deze methode houdt rekening met toekomstige salarisstijgingen als gevolg van de carrièrekansen van werknemers en algemene loonontwikkelingen inclusief inflatiecorrectie. De disconteringsvoet is het rendement per balansdatum van hoogwaardige ondernemingsobligaties waarvan de looptijd de termijn van de verplichtingen van Hydratec benadert. Actuariële winsten en verliezen worden via het geconsolideerd overzicht totaalresultaat direct verantwoord als niet-gerealiseerde resultaten die nooit zullen worden gereclassificeerd naar de winst- en verliesrekening. De netto-rentelasten over het netto-saldo van de pensioenverplichtingen en de gerelateerde beleggingen worden als rentelasten als onderdeel van de financiële lasten verwerkt. Wanneer de pensioenaanspraken uit hoofde van een regeling worden gewijzigd, dan wordt het gedeelte van de daaruit voortvloeiende wijziging in pensioenaanspraken met betrekking tot de verstreken diensttijd of de winst of het verlies op die wijziging direct verwerkt in het resultaat. De pensioenlasten, inclusief pensioenlasten over verstreken diensttijd en de gevolgen van afwikkelingen en inperkingen, worden als personeelskosten verwerkt. Per balansdatum zijn er geen pensioenvoorzieningen.
Deze voorziening betreft voornamelijk de per balansdatum opgebouwde rechten voor jubileumgratificaties. De opgebouwde jubileumgratificaties worden opgenomen op basis van actuariële berekeningen, berekend met behulp van een disconteringsvoet vóór belasting die een afspiegeling is van de marktrente. De voorziening voor jubileumgratificaties heeft een overwegend langlopend karakter van meer dan 5 jaar.
Op basis van daadwerkelijke garantiekosten in de afgelopen jaren maakt de onderneming een beste inschatting van de toekomstige garantiekosten voor de producten (veelal machines) die nog in de garantietermijn zitten. Hierbij wordt naast het aantal machines ook rekening gehouden met het soort machine en klant. De garantie voor de meeste installaties is 12 tot 24 maanden. Deze garantie betreft geen separate prestatieverplichtingen onder IFRS 15.
Een voorziening in verband met reorganisatie wordt verantwoord indien per balansdatum aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
een gedetailleerd plan voor de reorganisatie is geformaliseerd, waarin ten minste worden aangegeven:
de betrokken (delen van de) activiteiten;
de belangrijkste locaties;
de locatie, functie en het verwachte aantal werknemers dat voor het beëindigen van zijn werkzaamheden een vergoeding zal ontvangen;
de uitgaven die hiermee zijn gemoeid;
wanneer het plan zal worden uitgevoerd; en
de gerechtvaardigde verwachting is gewekt bij hen voor wie de reorganisatie gevolgen zal hebben, dat de reorganisatie zal worden uitgevoerd door ermee te beginnen of door de hoofdlijnen ervan bekend te maken aan hen voor wie de reorganisatie gevolgen zal hebben.
Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, wordt deze voorziening contant gemaakt.
Voorzieningen worden enkel verantwoord indien er een betrouwbare schatting gemaakt kan worden van het bedrag van de verwachte kosten. Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, worden de voorzieningen contant gemaakt. Deze voorziening is voornamelijk langlopend van aard.
(Winst)belastingen omvatten actuele en uitgestelde belastingen. Belasting wordt opgenomen in winst of verlies behalve voor zover het betrekking heeft op een bedrijfscombinatie of posten die rechtstreeks in het eigen vermogen zijn opgenomen of in het geconsolideerd overzicht totaalresultaat. De acute belasting omvat de verwachte te betalen of te ontvangen belasting op de belastbare inkomsten of verliezen in het huidige boekjaar en elke aanpassing van de te betalen of te ontvangen belasting met betrekking tot voorgaande jaren. De te betalen of te ontvangen belasting is de beste schatting van het verwachte te betalen of ontvangen belasting. Acute belasting omvat ook eventuele bronbelasting op dividenden. Acute belastingvorderingen en -verplichtingen worden alleen gesaldeerd als Hydratec het recht en de intentie heeft om deze gelijktijdig af te wikkelen.
Uitgestelde belastingen worden opgenomen met betrekking tot tijdelijke verschillen tussen de boekwaarden van activa en passiva in de jaarrekening en de fiscale boekwaarden. Belastinglatenties worden niet opgenomen voor:
tijdelijke verschillen bij de eerste opname van activa of passiva in een transactie die geen bedrijfscombinatie betreft en die geen invloed op boekhoudkundige noch belastbare winst of verlies heeft;
tijdelijke verschillen in verband met investeringen in dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en gezamenlijke overeenkomsten voor zover de Groep in staat is om de timing van de terugboeking van het tijdelijke verschil te beheersen en het waarschijnlijk is dat ze in de nabije toekomst niet zullen omkeren; en
belastbare tijdelijke verschillen die ontstaan bij de eerste opname van goodwill.
Uitgestelde belastingverplichtingen worden berekend op basis van belastingtarieven die uiterlijk op de balansdatum (in substance) zijn vastgesteld en van toepassing zullen zijn op het moment dat de gerelateerde uitgestelde belastingverplichtingen wordt voldaan. Uitgestelde belastingvorderingen hebben betrekking op de naar verwachting te realiseren verliescompensatie en tijdelijke verschillen tussen boekwaarde van activa en verplichtingen en de fiscale boekwaarden van deze posten. Uitgestelde belastingvorderingen worden op elke balansdatum gewaardeerd tegen belastingtarieven die uiterlijk op de balansdatum zijn vastgesteld en waarvoor ze naar verwachting worden gerealiseerd en afgewaardeerd voor zover het niet langer waarschijnlijk is dat deze kan worden gerealiseerd. De uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd indien is voldaan aan de voorwaarden voor saldering.
Op de ingangsdatum van de leaseovereenkomst neemt de Groep leaseverplichtingen op die worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de leasebetalingen die over de leaseperiode moeten worden gedaan. Bij de berekening van de contante waarde van leasebetalingen gebruikt de Groep de incrementele rentevoet op de ingangsdatum van de lease als de impliciete rentevoet niet direct kan worden bepaald. Na de ingangsdatum wordt het bedrag van de leaseverplichtingen verhoogd om de aangroei van rente weer te geven en verlaagd voor de betaalde leasebetalingen. Bovendien wordt de boekwaarde van huurverplichtingen en bijbehorende gebruiksrechten geherwaardeerd als er sprake is van significante wijzigingen in het huurcontract, wijziging van de leaseperiode, wijziging leasebetalingen en wijziging in de inschatting van het uitoefenen van een koopoptie.
De leningen worden bij de eerste verwerking in de jaarrekening opgenomen tegen reële waarde (inclusief direct toerekenbare transactiekosten) en daarna tegen geamortiseerde kostprijs waarbij de effectieve rentemethode gebruikt wordt.
Handelsschulden en overige schulden worden bij de eerste verwerking in de jaarrekening opgenomen tegen reële waarde en daarna tegen de geamortiseerde kostprijs. De opgenomen bedragen hebben een looptijd van korter dan één jaar.
In een deel van de contracten met klanten worden afspraken gemaakt ten aanzien van vooruitbetaling voor in de toekomst te leveren goederen. Daarnaast worden er bedragen vooruit gefactureerd die betrekking hebben op toekomstige leveringen en diensten. Contractverplichtingen worden opgenomen als opbrengsten wanneer er onder het contract gepresteerd wordt.
Er zijn twee significante netto-omzetcomponenten te onderscheiden, namelijk omzet uit:
leveren van goederen: betreft een significant deel van de omzet bij Hightech Components bedrijven alsmede één van de Industrial Systems bedrijven.
projecten: betreft een deel van de omzet van Hightech Components bedrijven alsmede de Industrial Systems bedrijven.
Bij een betalingstermijn korter dan 1 jaar houdt Hydratec geen rekening met een financieringselement (‘practical expedient’ IFRS 15.63). Hydratec verwerkt incrementele kosten met betrekking tot het verwerven van een contract direct als kosten in de winst- en verliesrekening als het verwacht dat de afschrijftermijn voor het anders op te nemen actief maximaal een jaar betreft (‘practical expedient’ IFRS 15.94)
Onder omzet inzake het leveren van goederen wordt verstaan de (contractuele) vergoeding die de entiteit verwacht te ontvangen voor de overdracht van goederen aan klanten. De prestatieverplichting vervalt op het moment dat er aan de contractuele verplichting wordt voldaan of wanneer de zeggenschap over de goederen of diensten wordt overgedragen aan de klant tegen een bedrag waarop de Groep verwacht recht te hebben. Naast overdracht van de goederen, zijn er geen andere afzonderlijke prestatieverplichtingen die van invloed kunnen zijn op de omzetverantwoording uit hoofde van de goederenoverdracht. Omzet inzake leveren van goederen wordt verantwoord wanneer de beschikkingsmacht is overgedragen. De verantwoorde omzet wordt niet gecorrigeerd voor verwachte retouren, omdat de te verwachten retouren immaterieel zijn.
Onder de omzet uit projecten wordt verstaan de vergoeding die de entiteit verwacht te ontvangen voor de overdracht van systemen of diensten aan klanten. Voor deze projecten heeft Hydratec geen alternatieve gebruiksmogelijkheid als klant project annuleert, maar wel een afdwingbaar recht op betaling voor reeds verrichte prestaties. In de praktijk worden projecten in uitvoering vrijwel nooit geannuleerd. Indien de resultaten van een project betrouwbaar kunnen worden geschat, worden projectopbrengsten verantwoord op basis van de verhouding tussen werkelijke kosten en de gebudgetteerde kosten. Indien de resultaten van een project niet betrouwbaar kunnen worden geschat, worden opbrengsten slechts verantwoord tot het bedrag van de gemaakte projectkosten voor zover deze met voldoende zekerheid worden gedekt uit de opbrengsten van het project. Als het waarschijnlijk is dat de totale projectkosten hoger uitvallen dan de totale projectopbrengsten, wordt het volledige verwachtte verlies voorzien.
De projecten worden gefinancierd met aanbetalingen van klanten welke geen significante financieringscomponent bevat. De werkzaamheden waarvoor deze aanbetalingen zijn ontvangen worden meestal kort daarna uitgevoerd. Gezien de korte looptijd en gezien er tevens geen sprake is van kwalificerende activa met betrekking tot de projecten, worden aanbetalingen dan ook niet opgerent.
Naast de twee significante netto-omzetcomponenten is er omzet uit service, installatie en overige diensten. Deze worden verantwoord wanneer de prestatie wordt geleverd.
De verplichting van de groep om producten te repareren of te vervangen onder de standaard garantievoorwaarden worden verantwoord als een voorziening.
Dit betreft kosten van grond- en hulpstoffen waaronder begrepen de direct met de inkoop daarvan verband houdende kosten.
Kosten worden tegen historische kostprijs verantwoord in dezelfde periode als de daaraan gerelateerde opbrengsten/prestaties.
Overheidssubsidies worden opgenomen wanneer er een redelijke zekerheid bestaat dat de subsidie zal worden ontvangen en aan alle voorwaarden zal worden voldaan. Overheidssubsidies worden in de winst- en verliesrekening verantwoord in dezelfde periode als de hieraan gerelateerde kosten.
Rentebaten en -lasten worden verwerkt in het boekjaar waarop zij betrekking hebben en zijn bepaald op basis van de effectieve-rentemethode.
Belastingen naar de winst over het resultaat van het boekjaar omvatten de over de verslagperiode verschuldigde, verrekenbare en uitgestelde belasting. Belasting naar de winst wordt in de winst- en verliesrekening verantwoord. De over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare belasting bestaat uit de winstbelasting over het belastbare resultaat, die wordt berekend aan de hand van belastingtarieven die wettelijk zijn vastgesteld, en correcties op belasting over eerdere boekjaren.
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen kasstromen uit operationele activiteiten, investerings- en financieringsactiviteiten. Kasstromen in vreemde valuta worden omgerekend tegen een gemiddelde maandkoers gedurende het verslagjaar. Koersverschillen op geldmiddelen worden afzonderlijk in het kasstroomoverzicht getoond. Ontvangsten en uitgaven voor winstbelasting alsmede renteontvangsten en -betalingen zijn opgenomen onder kasstroom uit operationele activiteiten. Kasstromen als gevolg van de verwerving dan wel afstoting van financiële belangen (dochterondernemingen en deelnemingen) zijn opgenomen onder kasstroom uit investeringsactiviteiten voor zover betaling in geld heeft plaatsgevonden minus meeverkochte geldmiddelen. Uitgekeerde dividenden worden opgenomen onder kasstroom uit financieringsactiviteiten. Transacties waarbij geen instroom of uitstroom van kasmiddelen plaatsvindt, waaronder leasing en het uitgestelde deel van de koopprijs van deelnemingen (‘earn out’), zijn niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. Kasstromen inzake (doorlopende) leningen en aflossing van lease worden gepresenteerd als onderdeel van de kasstroom uit hoofde financieringsactiviteiten. De kasstromen inzake de rente van lease worden gepresenteerd onder de betaalde financiële lasten.
Hydratec is georganiseerd langs de volgende twee activiteiten welke als te rapporteren segment zijn geïdentificeerd:
Industrial Systems: binnen het segment Industrial Systems worden onder eigen merknaam en op projectmatige basis complete industriële systemen vervaardigd.
Hightech Components: binnen het segment Hightech Components worden constructieve kunststof onderdelen ontwikkeld en geproduceerd.
De resultaten van de twee segmenten worden beoordeeld op het niveau van het operationeel resultaat.
Naast de twee segmenten zijn er ook hoofdkantoor activiteiten en eliminaties van intersegment posities en transacties. De hoofdkantoor activiteiten zijn gerelateerd aan ondersteunende activiteiten en hoofdkantoor gerelateerde projecten.
Verkopen tussen segmenten onderling vinden plaats tegen marktprijzen. Er zijn geen asymmetrische doorbelastingen tussen groepsentiteiten onderling.
|
Industrial Systems |
Hightech Components |
Totaal segmenten |
Holdingkosten en eliminaties |
Totaal |
||||||||||
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
||||
|
Levering goederen |
64.110 |
71.420 |
94.728 |
102.091 |
158.838 |
173.511 |
158.838 |
173.511 |
||||||
|
Projecten |
92.775 |
83.742 |
10.641 |
12.852 |
103.416 |
96.594 |
103.416 |
96.594 |
||||||
|
Overige omzet |
876 |
99 |
876 |
99 |
876 |
99 |
||||||||
|
Netto-omzet |
157.761 |
155.261 |
105.369 |
114.943 |
263.130 |
270.204 |
263.130 |
270.204 |
||||||
|
Intersegment-omzet |
40 |
8 |
1.715 |
643 |
1.755 |
651 |
-1.755 |
-651 |
- |
- |
||||
|
Totaal segment omzet |
157.801 |
155.269 |
107.084 |
115.586 |
264.885 |
270.855 |
-1.755 |
-651 |
263.130 |
270.204 |
||||
|
Verbruik materiaal en hulpstoffen |
-74.155 |
-73.185 |
-41.234 |
-48.989 |
-115.389 |
-122.174 |
1.755 |
651 |
-113.634 |
-121.523 |
||||
|
Brutomarge |
83.646 |
82.084 |
65.850 |
66.597 |
149.496 |
148.681 |
149.496 |
148.681 |
||||||
|
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen |
-3.431 |
-3.391 |
-6.332 |
-6.833 |
-9.763 |
-10.224 |
-285 |
-76 |
-10.048 |
-10.300 |
||||
|
Personeels- en overige kosten |
-54.961 |
-54.081 |
-51.558 |
-55.734 |
-106.519 |
-109.815 |
-2.516 |
-3.312 |
-109.035 |
-113.127 |
||||
|
Bedrijfsresultaat |
25.254 |
24.612 |
7.960 |
4.030 |
33.214 |
28.642 |
-2.801 |
-3.388 |
30.413 |
25.254 |
||||
|
Financiële baten en lasten |
-667 |
-555 |
-1.037 |
-1.323 |
-1.704 |
-1.878 |
975 |
882 |
-729 |
-996 |
||||
|
Resultaat voor belastingen |
24.587 |
24.057 |
6.923 |
2.707 |
31.510 |
26.764 |
-1.826 |
-2.506 |
29.684 |
24.258 |
||||
|
Belastingen |
-6.379 |
-5.826 |
-1.480 |
-839 |
-7.859 |
-6.665 |
470 |
645 |
-7.388 |
-6.020 |
||||
|
Aandeel in resultaat deelneming |
1.811 |
1.811 |
1.811 |
- |
||||||||||
|
Nettoresultaat voortgezette activiteiten |
20.020 |
18.231 |
5.443 |
1.868 |
25.463 |
20.099 |
-1.357 |
-1.861 |
24.107 |
18.238 |
||||
|
Segmentactiva |
161.184 |
148.470 |
80.417 |
90.024 |
241.601 |
238.494 |
-19.437 |
-22.076 |
222.164 |
216.418 |
||||
|
Segmentverplichtingen |
88.366 |
92.970 |
37.511 |
47.543 |
125.877 |
140.513 |
-20.969 |
-28.880 |
104.908 |
111.633 |
||||
|
Investeringen in (im)materiële vaste activa |
1.681 |
2.633 |
3.175 |
4.197 |
4.856 |
6.830 |
4.856 |
6.830 |
||||||
|
Nederland |
Niet Nederland |
Totaal |
||||||||||
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
||||||
|
Netto-omzet |
212.125 |
213.145 |
51.005 |
57.059 |
263.130 |
270.204 |
||||||
|
Segmentactiva |
177.566 |
165.230 |
44.598 |
51.188 |
222.164 |
216.418 |
||||||
|
Investeringen in (im)materiële vaste activa |
3.192 |
4.038 |
1.664 |
2.792 |
4.856 |
6.830 |
||||||
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
||||
|
Nederland |
45.055 |
17,1% |
53.469 |
19,8% |
||
|
Rest van Europa |
87.106 |
33,1% |
87.140 |
32,2% |
||
|
Azië |
42.301 |
16,1% |
45.320 |
16,8% |
||
|
Noord-Amerika |
67.157 |
25,5% |
66.465 |
24,6% |
||
|
Zuid-Amerika |
4.744 |
1,8% |
7.858 |
2,9% |
||
|
Afrika |
15.355 |
5,8% |
7.719 |
2,9% |
||
|
Oceanië |
1.412 |
0,5% |
2.233 |
0,8% |
||
|
Totaal |
263.130 |
100% |
270.204 |
100% |
||
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
||||
|
Levering goederen |
160.207 |
60,9% |
173.510 |
64,2% |
||
|
Projecten |
102.047 |
38,8% |
96.595 |
35,7% |
||
|
Overige omzet |
876 |
0,3% |
99 |
0,0% |
||
|
Totaal |
263.130 |
100% |
270.204 |
100% |
||
Overige omzet betreft omzet uit service, installatie en overige diensten.
Er is in 2025 geen afnemer met een omzetaandeel van meer dan 10% (2024: geen afnemer met een omzetaandeel van meer dan 10%).
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
||||
|
Op een tijdstip vervulde prestatieverplichtingen |
160.207 |
60,9% |
173.511 |
64,2% |
||
|
Over een periode vervulde prestatieverplichtingen |
102.923 |
39,1% |
96.693 |
35,8% |
||
|
Totaal |
263.130 |
100% |
270.204 |
100% |
||
Hieronder het overzicht van vorderingen, contractactiva en contractverplichtingen uit hoofde van contracten met klanten.
|
x € 1.000 |
Toelichting |
2025 |
2024 |
|
Debiteuren |
1.34 |
40.820 |
38.934 |
|
Vooruitontvangen bedragen |
1.44 |
15.762 |
15.193 |
|
Contractactiva |
6.692 |
11.396 |
|
|
Contractverplichtingen |
27.017 |
30.916 |
Vooruitontvangen bedragen hebben betrekking op projecten die nog niet zijn gestart maar waarvoor wel een vooruitbetaling is ontvangen. De projecten waarvoor eind vorig jaar een vooruitbetaling is ontvangen, zijn in 2025 gestart en / of uitgeleverd. De vooruitontvangen bedragen zijn gestegen doordat er eind 2025 relatief meer projecten zijn waarvoor vooruit facturatie heeft plaatsgevonden ten opzichte van 2024. De afname van de contractverplichtingen wordt veroorzaakt doordat er in tegenstelling tot 2024 minder projecten zijn die in een vroeg stadium van productie zitten waarvoor vooruit gefactureerd is. De daling van de contractactiva wordt veroorzaakt doordat er in tegenstelling tot 2024 minder lopende projecten zijn met een nog te factureren positie. De overgrote meerderheid van de contractverplichtingen hebben een looptijd korter dan een jaar. De contractverplichtingen welke ultimo 2024 zijn verantwoord, hebben volledig tot omzet geleid in 2025. Contractactiva heeft betrekking op projecten waarop meer kosten zijn gemaakt dan gefactureerd.
Naar verwachting zullen de prestatieverplichtingen op lopende contracten binnen een periode van 1 jaar worden verricht (‘practical expedient’ IFRS 15.121).
In zowel 2025 als 2024 is er geen sprake van beëindigde activiteiten.
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
||
|
Lonen en salarissen |
52.685 |
53.107 |
||
|
Inleenkrachten |
12.002 |
10.411 |
||
|
Kosten van regelingen inzake uitkeringen bij vertrek |
-311 |
823 |
||
|
Totaal |
64.376 |
64.341 |
De kosten van op aandelen gebaseerde beloningen, verwerkt overeenkomstig IFRS 2 bedraagt € 248 duizend (2024: € 181 duizend) en bestaat uit de verhoging van 25% van de variabele bonus bij omzetting naar aandelen die geheel ten laste van het resultaat in het verslagleggingsjaar komt. De totale variabele beloning inclusief het aandelenparticipatieplan bedraagt € 1,3 miljoen (2024: € 906 duizend).
De kosten voor omzetten van variabele beloning in cash naar aandelen wordt verantwoord als lonen en salarissen. Het deel van de beloning inzake het aandelenparticipatieplan dat in eigenvermogensinstrumenten van de rechtspersoon wordt afgewikkeld is toegevoegd aan de overige reserve. De aandelen worden uitgegeven tegen de gemiddelde aandeelprijs van januari en februari en uitgegeven door Hydratec in het volgende boekjaar.
De kosten van regelingen inzake uitkeringen bij vertrek zijn gerelateerd aan de reorganisatie van Hellevoetsluis.
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
||
|
Sociale lasten |
8.484 |
8.324 |
||
|
Pensioenpremies |
5.119 |
5.214 |
||
|
Totaal |
13.603 |
13.538 |
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
||
|
Raad van commissarissen |
||||
|
D. Raithel |
47 |
4 |
||
|
J. ten Cate |
37 |
4 |
||
|
M.E.P. Sanders |
40 |
30 |
||
|
P. Veenema |
9 |
30 |
||
|
E. ten Cate |
8 |
|||
|
Totaal |
133 |
76 |
Key management van Hydratec bestaat uit de directeuren B. F. Aangenendt en E. H. Slijkhuis.
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
|||
|
B.F. Aangenendt |
Basissalaris |
376 |
364 |
||
|
Variabele beloning in geldmiddelen |
112 |
102 |
|||
|
Variabele beloning in aandelen |
105 |
102 |
|||
|
Pensioenkosten |
40 |
38 |
|||
|
Beloning betaalbaar op termijn |
395 |
41 |
|||
|
Overige beloning |
3 |
3 |
|||
|
1.031 |
650 |
||||
|
E.H. Slijkhuis |
Basissalaris |
376 |
274 |
||
|
Variabele beloning in geldmiddelen |
112 |
77 |
|||
|
Variabele beloning in aandelen |
105 |
77 |
|||
|
Pensioenkosten |
34 |
32 |
|||
|
Beloning betaalbaar op termijn |
395 |
41 |
|||
|
Overige beloning |
4 |
4 |
|||
|
1.026 |
505 |
||||
|
Totaal |
2.057 |
1.155 |
Voor verdere toelichting over de beloning betaalbaar op termijn, zie het remuneratie verslag.
De heer Aangenendt bezat op balansdatum 72.784 aandelen (2024: 72.441 aandelen), mevrouw Slijkhuis bezat op balansdatum 1.260 aandelen (2024: 1.001 aandelen).
|
2025 |
2024 |
|||
|
Productie direct |
541 |
547 |
||
|
Productie indirect |
141 |
143 |
||
|
Engineering |
108 |
128 |
||
|
Verkoop |
74 |
67 |
||
|
Management & Finance |
100 |
104 |
||
|
Totaal |
964 |
989 |
||
|
Waarvan in buitenland werkzaam |
412 |
406 |
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
||
|
Huisvesting |
2.703 |
3.273 |
||
|
Verkoop |
5.748 |
6.245 |
||
|
Productie en onderhoud |
8.991 |
8.983 |
||
|
Onderzoek |
1.194 |
2.186 |
||
|
Koersverschillen |
667 |
-194 |
||
|
Algemene kosten |
11.753 |
14.754 |
||
|
Totaal |
31.056 |
35.247 |
Royal Pas Reform en Rollepaal beschikken over een uitgebreid netwerk van agenten. De wijze van samenwerking met agenten wordt contractueel vastgelegd waarin specifieke bepalingen en vereisten zijn opgenomen vanuit onze Gedragscode, zie ook sectie 'Verantwoordelijk zakelijk gedrag - G1' waarin de belangrijkste uitgangspunten uit onze gedragscode zijn opgenomen. Werken met agenten in verschillende landen brengt het risico met zich mee dat de onderneming betrokken raakt bij overtreding van lokale en internationale wet- en regelgeving wat aanzienlijke (financiële) gevolgen kan hebben. Er zijn meerdere interne beheersingsmaatregelen ingesteld (zie ook sectie ‘Risicobeheer’ in het bestuursverslag) om het non-compliance risico in voldoende mate te mitigeren.
In de verkoopkosten zijn € 2,2 miljoen (2024: € 2,2 miljoen) aan kosten agenten opgenomen.
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
|
|
Controle jaarrekening EY |
980 |
943 |
|
|
Assurance rapport CSRD |
300 |
||
|
Totaal kosten |
980 |
1.243 |
|
x € 1.000 |
Toelichting |
2025 |
2024 |
||
|
Acute belasting |
-7.564 |
-6.246 |
|||
|
Aanpassing over voorgaande jaren |
61 |
||||
|
Uitgestelde belasting |
1.32 |
176 |
165 |
||
|
Totaal belasting over resultaat |
-7.388 |
-6.020 |
De belastinglast in de winst-en-verliesrekening betreft de winstbelasting berekend over het commercieel resultaat van zowel de in Nederland als de in het buitenland gevestigde dochtervennootschappen.
|
x € 1.000 |
2025 |
% |
2024 |
% |
|
|
Resultaat voor belastingen |
29.684 |
24.258 |
|||
|
Belastinglast op basis van Nederlands nominaal tarief |
-7.659 |
25,8 |
-6.259 |
25,8 |
|
|
Tariefkortingen |
54 |
-0,2 |
68 |
-0,3 |
|
|
Toepassing lokale nominale tarieven |
-26 |
0,1 |
-51 |
0,2 |
|
|
Niet waarderen actieve latenties |
-55 |
0,2 |
-478 |
2,0 |
|
|
Voordeel uit innovatiebox |
0,0 |
710 |
-2,9 |
||
|
Inkomsten (on)belast |
-24 |
0,1 |
-48 |
0,2 |
|
|
(De)activering verrekenbare verliezen en waarderingsverschillen |
-298 |
1,0 |
0,0 |
||
|
Wijzigingen lokale belastingtarieven |
0,0 |
-23 |
0,1 |
||
|
Niet aftrekbare kosten en correcties oude jaren |
0,0 |
61 |
-0,3 |
||
|
Correctie liquidatie verliezen voorgaande jaren |
619 |
-2,1 |
0,0 |
||
|
Belastinglast volgens winst- en verliesrekening |
-7.388 |
24,9 |
-6.020 |
24,8 |
|
x € 1.000 |
Goodwill |
Klanten |
Agenten |
Merken |
Rechten |
Patenten |
Software |
In uitvoering |
Totaal |
|
Aanschafwaarde |
20.102 |
2.726 |
747 |
908 |
2.161 |
2.462 |
8.072 |
37.178 |
|
|
Cumulatieve afschrijvingen / impairment |
-1.590 |
-461 |
-558 |
-1.254 |
-1.730 |
-5.899 |
-11.492 |
||
|
Boekwaarde 1 januari 2024 |
20.102 |
1.136 |
286 |
350 |
907 |
732 |
2.173 |
25.686 |
|
|
In gebruikname |
- |
||||||||
|
Investeringen |
622 |
102 |
724 |
||||||
|
Afschrijvingen |
-157 |
-37 |
-45 |
-107 |
-147 |
-842 |
-1.335 |
||
|
Verkoop |
-2 |
-2 |
|||||||
|
Bijzondere waardevermindering |
-152 |
-152 |
|||||||
|
Deconsolidatie |
- |
||||||||
|
Effecten van omrekenen vreemde valuta |
-66 |
-66 |
|||||||
|
Aanschafwaarde |
20.102 |
2.726 |
747 |
908 |
1.734 |
2.462 |
8.694 |
102 |
37.475 |
|
Cumulatieve afschrijvingen / impairment |
- |
-1.746 |
-498 |
-603 |
-1.152 |
-1.878 |
-6.744 |
- |
-12.621 |
|
Boekwaarde per 31 december 2024 |
20.102 |
980 |
249 |
305 |
582 |
584 |
1.950 |
102 |
24.854 |
|
In gebruikname |
749 |
-749 |
- |
||||||
|
Investeringen |
586 |
316 |
902 |
||||||
|
Afschrijvingen |
-157 |
-37 |
-45 |
-92 |
-147 |
-980 |
-1.458 |
||
|
Verkoop |
-283 |
-283 |
|||||||
|
Bijzondere waardevermindering |
- |
||||||||
|
Deconsolidatie |
- |
||||||||
|
Effecten van omrekenen vreemde valuta |
-1 |
-4 |
-5 |
||||||
|
Aanschafwaarde |
20.102 |
2.726 |
747 |
908 |
1.734 |
2.462 |
8.673 |
-331 |
37.021 |
|
Cumulatieve afschrijvingen / impairment |
- |
-1.903 |
-535 |
-648 |
-1.245 |
-2.025 |
-6.654 |
- |
-13.010 |
|
Boekwaarde per 31 december 2025 |
20.102 |
823 |
212 |
260 |
489 |
437 |
2.019 |
-331 |
24.011 |
Met betrekking tot de goodwill Lan Handling Technologies, Royal Pas Reform en Rollepaal is per oktober 2025 een impairment test uitgevoerd. Hierbij is de bedrijfswaarde bepaald op basis van toekomstige kasstroomprognoses over vijf jaren. Deze kasstroomprognoses zijn ontleend aan de interne langetermijnplannen welke jaarlijks worden opgesteld en goedgekeurd door de directie. Deze zijn mede gebaseerd op beschikbare relevante marktgegevens betreffende de verwachtingen voor de korte en middellange termijn. De marktgegevens betreffen sectorrapportages van onderzoeksbureaus, brancheorganisaties en financiële instellingen.
De toekomstige kasstromen zijn verdisconteerd tegen de in onderstaande tabel opgenomen disconteringsvoet die is gebaseerd op het specifieke risicoprofiel (risicovrije rente, specifieke landen opslag en bedrijfsspecifieke risico-opslag). Op basis van de gekozen uitgangspunten leidt de uitgevoerde impairment test niet tot een bijzondere waardevermindering van de goodwill ultimo 2025. Op basis van de forse headroom in het model hebben wij vastgesteld dat elke aannemelijke aanpassing in de belangrijkste veronderstellingen, zowel individueel als gecombineerd, niet leidt tot een bijzondere waardevermindering. Hierdoor is er geen gevoeligheidsanalyse toegelicht.
|
Goodwill |
Gemiddelde omzet groeiprognose 1-5 jaar |
Groeivoetprognose na 5 jaar |
Disconteringsvoet (voor belasting) |
||||
|
x € 1.000 |
2025 |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
|
Lan Handling Technologies |
7.095 |
7,6% |
10,6% |
2,0% |
2,0% |
14,9% |
15,1% |
|
Pas Reform |
10.789 |
10,6% |
4,7% |
2,0% |
2,0% |
15,1% |
15,5% |
|
Rollepaal |
2.218 |
9,1% |
6,4% |
2,0% |
2,0% |
14,5% |
14,8% |
|
20.102 |
|||||||
De overige immateriële vaste activa (klanten, agenten en merken) hebben betrekking op:
De activiteiten van Industrial Systems die zijn geïdentificeerd bij de overname in 2011 en 2019.
De rechten hebben betrekking op het gebruikrecht op patenten van derden.
De patenten hebben betrekking op eigen patenten van Rollepaal.
|
x € 1.000 |
Bedrijfsgebouwen en -terreinen |
Machines en installaties |
Andere bedrijfsmiddelen |
In uitvoering |
Totaal |
|
Aanschafwaarde |
67.865 |
76.608 |
23.831 |
3.159 |
171.463 |
|
Cumulatieve afschrijvingen / impairment |
-27.321 |
-60.430 |
-15.939 |
- |
-103.690 |
|
Boekwaarde per 1 januari 2024 |
40.544 |
16.178 |
7.892 |
3.159 |
67.773 |
|
Investeringen |
922 |
1.315 |
401 |
3.468 |
6.106 |
|
In gebruikname |
3.221 |
1.153 |
482 |
-4.607 |
249 |
|
Afschrijvingen |
-1.842 |
-3.521 |
-1.595 |
-6.958 |
|
|
Verkoop |
-2 |
-55 |
-82 |
-139 |
|
|
Activa aangehouden voor verkoop |
- |
||||
|
Effecten van omrekenen vreemde valuta |
188 |
81 |
4 |
18 |
291 |
|
Bijzondere waardevermindering |
-4 |
-9 |
-192 |
-205 |
|
|
Deconsolidatie door verlies zeggenschap |
- |
||||
|
Aanschafwaarde |
71.934 |
78.687 |
24.178 |
2.038 |
176.837 |
|
Cumulatieve afschrijvingen / impairment |
-28.907 |
-63.545 |
-17.268 |
- |
-109.720 |
|
Boekwaarde per 31 december 2024 |
43.027 |
15.142 |
6.910 |
2.038 |
67.117 |
|
Investeringen |
455 |
1.060 |
332 |
2.107 |
3.954 |
|
In gebruikname |
649 |
1.402 |
131 |
-2.443 |
-261 |
|
Afschrijvingen |
-1.998 |
-3.432 |
-1.429 |
-6.859 |
|
|
Verkoop |
-14 |
-115 |
-89 |
-127 |
-345 |
|
Activa aangehouden voor verkoop |
- |
||||
|
Effecten van omrekenen vreemde valuta |
-579 |
-442 |
-33 |
-32 |
-1.086 |
|
Bijzondere waardevermindering |
- |
||||
|
Deconsolidatie door verlies zeggenschap |
- |
||||
|
Aanschafwaarde |
72.229 |
75.838 |
23.165 |
1.543 |
172.775 |
|
Cumulatieve afschrijvingen / impairment |
-30.689 |
-62.221 |
-17.343 |
- |
-110.253 |
|
Boekwaarde per 31 december 2025 |
41.540 |
13.617 |
5.822 |
1.543 |
62.522 |
In 2025 hebben er geen bijzondere waardeverminderingen plaatsgevonden (2024: € 205 duizend). Evenmin zijn in 2025 eerder verwerkte bijzondere waardeverminderingen op materiële vaste activa teruggenomen (2024: nihil).
Bij machines en installaties zijn er activa die nog in gebruik zijn, maar op basis van eerdere inschattingen al volledig zijn afgeschreven.
De materiële vaste activa zijn gedeeltelijk als zekerheid verstrekt voor langlopende financiering van Hightech Components en Industrial Systems. In 1.41.1 is een nadere specificatie van de verstrekte zekerheden opgenomen.
|
x € 1.000 |
Bedrijfsgebouwen en -terreinen |
Machines en installaties |
Andere bedrijfsmiddelen |
Totaal |
|
Boekwaarde per 1 januari 2024 |
4.983 |
217 |
1.714 |
6.914 |
|
Toevoegingen |
267 |
53 |
859 |
1.179 |
|
Afschrijvingen |
-898 |
-84 |
-768 |
-1.750 |
|
Buitengebruikstellingen |
- |
|||
|
Valutaverschillen |
123 |
123 |
||
|
Deconsolidatie |
- |
|||
|
Boekwaarde per 31 december 2024 |
4.475 |
186 |
1.805 |
6.466 |
|
Toevoegingen |
2.068 |
581 |
2.649 |
|
|
Afschrijvingen |
-912 |
-63 |
-756 |
-1.731 |
|
Buitengebruikstellingen |
-1.182 |
-87 |
-1.269 |
|
|
Valutaverschillen |
-261 |
-2 |
-263 |
|
|
Deconsolidatie |
- |
|||
|
Boekwaarde per 31 december 2025 |
4.188 |
36 |
1.628 |
5.852 |
In 2025 heeft er geen bijzondere waardevermindering plaatsgevonden (2024: nihil) en heeft er geen terugneming van bijzondere waardeverminderingen plaatsgevonden (2024: nihil). Voor de leaseverplichtingen zie toelichting 1.41.
De uitgestelde belastingvorderingen zijn als volgt onderverdeeld:
|
x € 1.000 |
Immateriële vaste activa |
Materiële vaste activa |
Leases |
Werkkapitaal |
Voorzieningen |
Derivaten |
Compen-sabele verliezen |
Totaal voor saldering |
Saldering uitgestelde belastingen |
Totaal na saldering |
|
Boekwaarde per 1 januari 2024 |
193 |
2.531 |
127 |
53 |
56 |
-16 |
4.792 |
7.736 |
-2.882 |
4.854 |
|
Mutatie |
30 |
146 |
-13 |
-43 |
42 |
-213 |
-51 |
472 |
421 |
|
|
Deconsolidatie |
- |
- |
||||||||
|
Valutaverschillen |
4 |
1 |
1 |
-2 |
-10 |
-6 |
-6 |
|||
|
Boekwaarde per 31 december 2024 |
223 |
2.681 |
115 |
10 |
99 |
-18 |
4.569 |
7.679 |
-2.410 |
5.269 |
|
Mutatie |
- |
148 |
-1 |
-23 |
225 |
88 |
-478 |
-41 |
-235 |
-276 |
|
Deconsolidatie |
- |
- |
||||||||
|
Valutaverschillen |
-4 |
-9 |
4 |
-9 |
-9 |
|||||
|
Boekwaarde per 31 december 2025 |
223 |
2.829 |
114 |
-17 |
315 |
70 |
4.095 |
7.629 |
-2.645 |
4.984 |
De ultimo 2025 aanwezige uitgestelde belastingvorderingen hebben overwegend een looptijd van langer dan één jaar. De geactiveerde compensabele verliezen zijn vastgesteld op basis van lange termijnplannen waaruit blijkt dat verlieslatende bedrijven winstgevend zullen gaan worden na de afronding van de in gang gezette reorganisaties. De lange termijnplannen houden rekening met het orderboek en groeivooruitzichten in de sectoren waarin deze bedrijven opereren. Een risicoanalyse is uitgevoerd om de kans op realisatie van de verwachte winsten te beoordelen, waarbij marktschommelingen, concurrentie en interne operationele risico's zijn meegenomen. Fiscale verliezen kunnen onbeperkt voorwaarts worden verrekend, tot een maximum van € 1 miljoen plus 50% van de belastbare winst, mits de fiscale winst hoger is dan € 1 miljoen. De verwachte periode voor verliescompensatie is 7-10 jaren. Met deze voorwaarden is in de waardering rekening gehouden. De waardering van geactiveerde compensabele verliezen is echter onderhevig aan mogelijke wijzigingen in winstprognoses en belastingwetgeving. Ultimo 2025 zijn verrekenbare verliezen aanwezig die voor een bedrag van € 4,2 miljoen (2024: € 4,4 miljoen) niet in de balans zijn verantwoord. Deze zijn oneindig verrekenbaar.
|
x € 1.000 |
Deelnemingen |
|
Boekwaarde per 31 december 2024 |
13.307 |
|
Aankoop deelneming |
|
|
Aandeel in resultaat deelneming |
1.811 |
|
Kapitaalstortingen |
|
|
Ontvangen dividend |
|
|
Desinvesteringen |
|
|
Boekwaarde per 31 december 2025 |
15.118 |
Lias Industries B.V. heeft een belang van 60% in Proqraft Holding B.V. Lias Industries B.V. dient bij alle besluiten te worden betrokken waarmee zij invloed van betekenis heeft. Ondanks dit meerderheidsbelang heeft Lias Industries B.V. per 31 december 2025 geen overheersende zeggenschap, aangezien voor strategische en operationele besluiten instemming van de overige aandeelhouders is vereist. De deelneming wordt derhalve verantwoord als een deelneming waarin invloed van betekenis wordt uitgeoefend, het aandeel in de waarde van de deelneming per 31 december 2025 bedraagt € 15,1 miljoen (2024: € 13,3 miljoen).
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de financiële informatie van Proqraft Holding B.V. zoals opgenomen in haar eigen jaarrekening, gecorrigeerd voor reëlewaardeaanpassingen bij de overname en verschillen in grondslagen voor financiële verslaggeving.
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
|
|
Totaal vaste activa |
25.773 |
15.011 |
|
|
Totaal vlottende activa |
33.060 |
36.031 |
|
|
Totaal activa |
58.833 |
51.042 |
|
|
Totaal vermogen |
13.202 |
529 |
|
|
Totaal voorzieningen en langlopende schulden |
13.816 |
11.037 |
|
|
Totaal kortlopende schulden |
31.815 |
39.476 |
|
|
Totaal passiva |
58.833 |
51.042 |
|
x € 1.000 |
2025 |
|
Netto-omzet |
50.713 |
|
Verbruik materiaal en hulpstoffen |
23.776 |
|
Operationele kosten |
22.574 |
|
Bedrijfsresultaat |
4.363 |
|
Interest |
384 |
|
Belastingen |
961 |
|
Nettoresultaat |
3.018 |
Lias Industries B.V. beschikt over een calloptie om 10% van de resterende aandelen in Proqraft Holding B.V. te verwerven. Deze optie is opgenomen onder de financiële vaste activa. De minderheidsaandeelhouders beschikken over putopties om hun aandelen in Proqraft Holding B.V. te verkopen aan Hydratec, welke zijn gepresenteerd als overig financieel instrument (zie toelichting 1.41.2).
De call- en putopties zijn gewaardeerd tegen de reële waarde per 31 december 2025, vastgesteld op basis van de Profitability Weighted Expected Return-methode. Bij deze waardering vormen toekomstige prognoses een belangrijke aanname. Deze waarderingsmethodiek kwalificeert als een niveau 3-reëlewaardemeting (waardebepaling op basis van niet- beursgenoteerde gegevens en aannames).
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
||
|
Grond- en hulpstoffen |
8.095 |
7.900 |
||
|
Halffabricaat en voorraad in bewerking |
4.540 |
4.687 |
||
|
Gereed product |
10.764 |
13.053 |
||
|
Totaal |
23.399 |
25.640 |
In deze waardering opgenomen voorziening incourante voorraad bedroeg per ultimo 2025 € 3,2 miljoen (2024: € 3,7 miljoen). De daling van de voorraden is het gevolg van een actieve reductie van de voorraad niveaus.
De debiteurenpositie, verminderd met de voorziening voor verwacht kredietverlies, is als volgt te analyseren:
|
x € 1.000 |
2025 |
% |
2024 |
% |
|
|
Dagen |
|||||
|
0-30 |
31.296 |
76,7 |
23.482 |
60,3 |
|
|
31-60 |
4.694 |
11,5 |
6.081 |
15,6 |
|
|
61-90 |
1.315 |
3,2 |
3.232 |
8,3 |
|
|
> 90 |
3.515 |
8,6 |
6.139 |
15,8 |
|
|
Totaal |
40.820 |
100,0 |
38.934 |
100,0 |
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
||
|
Bruto debiteurensaldo |
41.560 |
39.705 |
||
|
Waarvan binnen vervaltermijn |
30.284 |
26.361 |
||
|
Waarvan buiten vervaltermijn |
11.276 |
13.344 |
||
|
Voorziening verwacht kredietverlies |
-740 |
-771 |
||
|
Netto debiteurensaldo |
40.820 |
38.934 |
Voor het bepalen van de voorziening verwacht kredietverlies worden periodiek de openstaande saldi geanalyseerd. Er wordt een kredietvoorziening opgenomen op basis van een verwacht verlies voor de gehele looptijd van de desbetreffende vordering. De voorziening verwacht kredietverlies heeft betrekking op het totaal verwachte kredietverlies. In de volgende tabel is het verloopoverzicht van deze voorziening opgenomen. Zie financiële risicofactoren voor meer informatie over kredietrisico.
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
||
|
Beginbalans 1 januari 2025 |
771 |
803 |
||
|
Vrijval/gebruik |
-31 |
-32 |
||
|
Toevoegingen |
||||
|
Acquisitie |
||||
|
Deconsolidatie |
||||
|
Eindbalans 31 december 2025 |
740 |
771 |
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
||
|
Omzetbelasting |
2.928 |
1.631 |
||
|
Loonheffing |
5 |
5 |
||
|
Pensioenen en sociale verzekeringen |
6 |
6 |
||
|
Overige belastingen |
25 |
52 |
||
|
Totaal overige belastingen en premies sociale verzekeringen |
2.964 |
1.694 |
De kas en kasequivalenten van de vennootschap bestaan uit kasgelden, banksaldi en kortlopende deposito’s. € 4,1 miljoen van de kas en kasequivalenten ziet toe op een vooruitbetaalde bankgarantie. Deze was niet vrij besteedbaar op 31 december 2025. De overige kas en kasequivalenten zijn vrij beschikbaar voor de onderneming.
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
||
|
Banksaldi |
23.750 |
8.814 |
||
|
Kasgeld |
8 |
8 |
||
|
Deposito’s |
1.111 |
325 |
||
|
Totaal |
24.869 |
9.147 |
Per balansdatum zijn er geen activa aangehouden voor verkoop.
Voor het overzicht van mutaties in het eigen vermogen wordt verwezen naar het geconsolideerd mutatieoverzicht eigen vermogen.
Per 31 december 2025 staan 1.299.848 aandelen van € 0,45 nominaal uit. Gedurende het jaar zijn 1.541 (2024: 1.095) aandelen uitgegeven ten behoeve van het participatieplan.
Er zijn geen rechten toegekend tot het nemen van aandelen in het kapitaal van de vennootschap. De houders van gewone aandelen hebben recht op uitkering van dividend zoals periodiek door de Algemene Vergadering goed te keuren. Bovendien hebben houders recht op één stem per aandeel op de aandeelhoudersvergadering van het bedrijf. Het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap bedraagt € 2.250 duizend, verdeeld in vijf miljoen (5.000.000) aandelen, elk groot € 0,45.
Hydratec kent een aandelenparticipatieplan. Indien een medewerker na jaareinde kiest om mee te doen aan het plan, wordt 50% van de variabele beloning omgezet in aandelen. De aandelen worden bij omzetting uitgegeven tegen de gemiddelde koers van januari en februari en mogen voor een periode van drie jaar niet verkocht worden. Voor nadere toelichting omtrent verwerking zie toelichtingen 1.25 en 1.38.6.
De agioreserve is te beschouwen als gestort kapitaal. Door de aandelenuitgifte in 2025 is de agioreserve met € 257 duizend toegenomen (2024: € 136 duizend).
De reserve omrekeningsverschillen omvat alle koersverschillen op vreemde valuta die ontstaan door de omrekening van de jaarrekening van buitenlandse activiteiten die een geïntegreerd deel zijn van de activiteiten van de Groep. Deze reserves zijn niet uitkeerbaar.
In de bedrijven zijn derivaten (renteswaps op de financiering) opgenomen. Deze derivaten classificeren als een kasstroomhedge en daarom is in het geconsolideerd eigen vermogen een hedgereserve gevormd. De mutatie in 2025 bedroeg € 62 duizend negatief (2024: € 105 duizend negatief) en is direct in het eigen vermogen verwerkt. Deze reserve is niet uitkeerbaar.
De overige wettelijke reserves hebben betrekking op de wettelijke reserve aangehouden voor geactiveerde zelfontwikkelde immateriële vaste activa van € 2,0 miljoen (2024: € 1,5 miljoen) en op de wettelijke reserve aangehouden voor resultaat uit deelneming zonder overheersende zeggenschap van € 2,8 miljoen (2024: € 0).
De overige reserves betreft ingehouden winsten van voorgaande jaren welke vrij uitkeerbaar zijn.
De mutatie aandelenparticipatieplan betreft verwerking van de verplichtingen onder IFRS 2 aangaande dit aandelenparticipatieplan. Voor verdere toelichting en verwerking verwijzen wij naar toelichting 1.25.
In 2025 heeft Windmolen het minderheidsbelang van 45,5% in ION verkregen. Doordat er geen wijziging plaatsvindt in overheersende zeggenschap van de deelneming is het verschil tussen de aankoopprijs van het minderheidsbelang en de boekwaarde van het minderheidsbelang ten laste gekomen van de overige reserves.
Het onverdeeld resultaat betreft het resultaat boekjaar.
Het nettoresultaat over 2025 komt ten gunste van de overige reserves.
Bij de dochterondernemingen die gedurende het verslagjaar op enig moment geen volledig eigendom zijn of waren, bestaat een aandeel derden.
|
2025 |
2024 |
|||
|
Resultaat toe te rekenen aan aandeelhouders (x € 1.000) |
24.104 |
18.218 |
||
|
Gewogen gemiddeld aantal aandelen (x 1) |
1.299.078 |
1.297.760 |
||
|
Winst per aandeel (x € 1) |
18,55 |
14,04 |
||
|
Verwaterde winst per aandeel (x € 1) |
18,53 |
14,03 |
De verwaterde winst per aandeel is berekend door 1.541 (2024: 1.133) voorwaardelijk toegekende aandelen toe te kennen aan het aantal aandelen.
|
Voorzieningen langlopend |
||||||||||||
|
x € 1.000 |
Personeel gerelateerde voorzieningen |
Reorganisatievoorziening |
Garantieverplichtingen |
SAR |
Overig |
Totaal |
||||||
|
Boekwaarde per 1 januari 2025 |
2.178 |
- |
820 |
2.191 |
13 |
5.202 |
||||||
|
Dotaties gedurende het jaar |
533 |
27 |
729 |
1.806 |
558 |
3.653 |
||||||
|
Onttrekkingen |
-505 |
-374 |
-879 |
|||||||||
|
Transfer kortlopende verplichtingen |
-314 |
-133 |
-447 |
|||||||||
|
Vrijval ten gunste van winst- en verliesrekening |
-58 |
-124 |
-6 |
-188 |
||||||||
|
Valutaverschillen |
-57 |
-19 |
-76 |
|||||||||
|
Deconsolidatie |
- |
|||||||||||
|
Boekwaarde per 31 december 2025 |
1.777 |
27 |
899 |
3.997 |
565 |
7.265 |
||||||
|
Voorzieningen kortlopend |
||||||||||||
|
x € 1.000 |
Personeel gerelateerde voorzieningen |
Reorganisatievoorziening |
Garantieverplichtingen |
Totaal |
||||||||
|
Boekwaarde per 1 januari 2025 |
309 |
2.292 |
931 |
3.532 |
||||||||
|
Mutaties |
-242 |
-1.438 |
-346 |
-2.026 |
||||||||
|
Boekwaarde per 31 december 2025 |
67 |
854 |
585 |
1.506 |
De voorziening voor personeelgerelateerde beloningen betreft voornamelijk de verplichting voor jubileumuitkeringen.
De jublieumvoorziening is bepaald volgens ‘’Projected Unit Credit Method’’. Deze voorziening is berekend op basis van actuariële grondslagen, waarbij rekening is gehouden met verwachte blijfkansen en salarisontwikkelingen en een rentevoet van gemiddeld 1,04% (2024: 0,84%). De looptijd van de voorziening is grotendeels langer dan één jaar.
In 2023 is een reorganisatievoorziening getroffen voor de sluiting van Helvoet Hellevoetsluis. Met de vakbonden is overeenstemming bereikt en het plan is gecommuniceerd. De communicatie heeft publiekelijk plaatsgevonden via de publicatie van een persbericht. Ultimo 2025 is de voorziening volledig kortlopend.
De voorziening voor garantieverplichtingen is gebaseerd op historische garantiekosten van producten die nog in de garantieperiode zitten. Gezien de beperkte looptijd is deze voorziening niet contant gemaakt tegen een rentevoet.
De groepsdirectie en een aantal directieleden van werkmaatschappijen hebben een SAR regeling waarbij ze een beloning ontvangen op basis van de waardestijging van de onderneming over een periode van vier of vijf jaren. Tenzij er sprake is van verkoop van Hydratec aan derden is deze waarde stijging gebaseerd op een percentage van 1%-5% van 5 keer de gemiddelde EBIT over drie of vier boekjaren. De verwachte eindwaarde is gebaseerd op de verwachte EBIT uit de Lange Termijn Plannen van Hydratec en niet op de verwachte waarde bij verkoop aan derden. De SAR voorziening zonder exit is op grond van IAS 19 bepaald volgens ‘’Projected Unit Credit Method’’. De verplichting is contant gemaakt tegen een rentevoet van 4%. De ingeschatte blijfkans varieert van 60% tot 100% gedurende de periode tot eerste uitoefenrecht. Wanneer meer dan 50% van de aandelen van de groepsmaatschappij of groep wordt overgedragen aan een derde wordt de SAR uitgeoefend. De exit-waarde is dan de hoogste van 5x de gemiddelde EBIT over de laatste drie of vier boekjaren en de waarde op basis van de verkoopprijs. De kans hierop is gering en derhalve niet gewaardeerd conform IFRS 2. Indien het dienstverband tussen Hydratec en een directielid eindigt voor uitoefening van de regeling, vervalt de SAR. Tenzij het dienstverband is geëindigd door overlijden of op grond van artikel 7:669 lid 3 onder a en b. In dit geval heeft directielid recht op 33,3% van het bedrag. De SAR kan slechts eenmaal worden uitgeoefend binnen een periode van een maand nadat de geconsolideerde jaarcijfers van Hydratec door de accountant zijn goedgekeurd, en niet eerder dan de termijn van de regeling.
Bij de groepsdirectie wordt jaarlijks maximaal 0,5%, tot een maximum van 2,5% over de 5 jaren, van de waarde toegekend door de raad van commissarissen. De jaarlijkse toekenning aan de groepsdirectie staat ter discretie van de raad van commissarissen. Hydratec schat in dat in komende 3 jaar gemiddeld 80% van dit percentage wordt toegekend. Over 2025 is 100% toegekend.
De overige voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op earn-out regeling. Voor de bepaling van de voorzieningen zijn inschattingen gemaakt. Derhalve kunnen er verschillen zijn tussen de boekwaarde van de voorzieningen op balansdatum en de daadwerkelijke uitstroom van geldmiddelen. De looptijd van de voorzieningen zijn grotendeels langlopend.
De uitgestelde belastingverplichtingen zijn als volgt onderverdeeld:
|
x € 1.000 |
Immateriële vaste activa |
Materiële vaste activa |
Totaal voor saldering |
Saldering uitgestelde belastingen |
Totaal na saldering |
|||||
|
Boekwaarde per 1 januari 2024 |
722 |
3.442 |
4.164 |
-2.882 |
1.282 |
|||||
|
Mutatie |
-77 |
-139 |
-216 |
472 |
256 |
|||||
|
Boekwaarde per 31 december 2024 |
645 |
3.303 |
3.948 |
-2.410 |
1.538 |
|||||
|
Mutatie |
-300 |
44 |
-256 |
-235 |
-491 |
|||||
|
Boekwaarde per 31 december 2025 |
345 |
3.347 |
3.692 |
-2.645 |
1.047 |
Deze verplichting heeft een overwegend langlopend karakter.
De leningen hebben betrekking op:
een hypothecaire lening met een langlopend deel ad € 4,2 miljoen voor de financiering van onroerend goed in Industrial Systems met een looptijd tot 2039 met een rentevoet van 3,45% (vast);
een algemene lening voor Hightech Components met een langlopende deel ad. € 0,7 miljoen. De resterende looptijd van deze lening is 2 jaar en 6 maanden. Het variabele rente deel is gedurende de looptijd van de lening vastgezet door middel van een renteswap waardoor het rentepercentage is gefixeerd op 2,38%; en
een algemene lening voor Hightech Components met een langlopend deel ad. € 0,2 miljoen. De resterende looptijd van deze lening is 1 jaar en 6 maanden. Het variabele rentedeel is gedurende de looptijd van de lening vastgezet door middel van een renteswap waardoor het rentepercentage is gefixeerd op 2,35%.
|
x € 1.000 |
Leningen |
Lease verplichtingen |
Totaal |
|
Boekwaarde per 31 december 2023 |
9.388 |
7.478 |
16.866 |
|
Opgenomen leningen |
1.134 |
1.134 |
|
|
Aflossing leningen |
-1.659 |
-1.879 |
-3.538 |
|
Rente |
317 |
317 |
|
|
Valutaverschillen |
- |
||
|
Boekwaarde per 31 december 2024 |
7.729 |
7.050 |
14.779 |
|
Opgenomen leningen |
2.775 |
2.775 |
|
|
Aflossing leningen |
-1.592 |
-2.479 |
-4.071 |
|
Buitengebruikstelling |
-1.389 |
||
|
Rente |
296 |
296 |
|
|
Valutaverschillen |
- |
||
|
Boekwaarde per 31 december 2025 |
6.138 |
6.253 |
12.391 |
|
Waarvan kortlopend: |
|||
|
Per 31 december 2025 |
950 |
1.644 |
2.594 |
|
Per 31 december 2024 |
1.591 |
1.677 |
3.268 |
|
Waarvan langlopend: |
|||
|
Per 31 december 2025 |
5.188 |
4.609 |
9.797 |
|
Per 31 december 2024 |
6.138 |
5.373 |
11.511 |
Voor de gehuurde activa zie toelichting 1.31.
De ten laste van 2025 verwerkte interestbedragen op leaseverplichtingen bedroegen € 296 duizend (2024: € 319 duizend). De kasstromen van leaseverplichtingen bedroegen € 2,5 miljoen (2024: € 2,0 miljoen).
In relatie tot de kredietfaciliteiten zijn aan de banken zekerheden voor beide segmenten verstrekt die betrekking hebben op:
krediethypotheek op de onroerende zaken te Noordijk, Tilburg, Hellevoetsluis en Lommel;
pandrecht op voorraden;
pandrecht op bedrijfsinventaris; en
pandrecht op vorderingen.
De reële waarde van de langlopende leningen is ongeveer € 0,1 miljoen hoger (2024: € 0,1 miljoen) dan de boekwaarde.
|
x € 1.000 |
Put optie |
Overig |
Totaal |
|
Boekwaarde per 31 december 2023 |
- |
191 |
191 |
|
Acquisitie |
497 |
497 |
|
|
Mutatie reële waarde |
-95 |
-95 |
|
|
Ruiltransactie |
- |
||
|
Boekwaarde per 31 december 2024 |
497 |
96 |
593 |
|
Acquisitie |
- |
||
|
Mutatie reële waarde |
11 |
-96 |
-85 |
|
Transfer kortlopende |
- |
||
|
Ruiltransactie |
- |
||
|
Boekwaarde per 31 december 2025 |
508 |
- |
508 |
De minderheidsaandeelhouders van Proqraft Holding B.V. hebben een optie om hun aandelen geheel of gedeeltelijk te verkopen aan Lias Industries B.V. Deze optie is gewaardeerd tegen de fair value per 31 december 2025 welke is bepaald volgens de ‘Probability Weighted Expected Return’ methode, waarbij toekomstige prognoses een belangrijke aanname zijn voor de waardering. Deze methodiek kwalificeert zich als een niveau 3 reële methode (waardebepaling op basis van niet-beursgenoteerde gegevens en aannames).
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
||
|
Omzetbelasting |
336 |
360 |
||
|
Loonheffing |
1.577 |
1.394 |
||
|
Pensioenen en sociale verzekeringen |
1.884 |
1.640 |
||
|
Totaal overige belastingen en premies sociale verzekeringen |
3.797 |
3.394 |
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
|
|
Boekwaarde per 1 januari |
- |
7.621 |
|
|
Opname/aflossing |
-7.621 |
||
|
Rekening-courant bank |
- |
- |
Op balansdatum is geen gebruik gemaakt van de maximaal beschikbare rekening courant faciliteit (2024: idem). Voor de toelichting van de groepsfaciliteit zie paragraaf 1.46.3.
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
|
|
Rente |
69 |
89 |
|
|
Personeel gerelateerde kosten |
8.441 |
8.059 |
|
|
Vooruitontvangen bedragen |
15.762 |
15.193 |
|
|
Te betalen commissies aan agenten |
2.899 |
3.025 |
|
|
Overlopende passiva en overige schulden |
6.329 |
6.965 |
|
|
Totaal overige verplichtingen en overlopende passiva |
33.500 |
33.331 |
De activiteiten stellen de Groep bloot aan financiële risico’s, zoals kapitaal-, liquiditeit-, markt-, krediet-, valuta-, grondstofprijs- en renterisico.
Het risicomanagement richt zich op het zo veel mogelijk beperken van de negatieve effecten op de financiële prestatie van de Groep. Het risicomanagement wordt uitgevoerd door de directie op basis van door de raad van commissarissen goedgekeurde richtlijnen. De directie identificeert en evalueert financiële risico’s, en dekt deze af in samenwerking met de dochtermaatschappijen van de Groep.
Zoals beschreven in de strategie van Hydratec zijn de volgende doelstellingen omschreven: Er wordt in de bedrijven gestreefd naar een omzetgroei op ten minste markconform niveau, met een bedrijfsresultaat (EBIT) van 8% tot 10% over de omzet. Daarbij dienen de ondernemingen gezond gefinancierd te zijn met een solvabiliteit van ten minste 25%. Deze focus helpt de bedrijven gericht te zijn op continuïteit, hetgeen voor Hydratec een belangrijk instrument is voor bescherming van haar kapitaal. Daarnaast is een heldere dialoog met het management van de bedrijven ten aanzien van de geleverde prestaties van groot belang om zicht te houden op de realisatie van de langetermijndoelstellingen.
Hiervoor wordt een eenduidige rapportage en evaluatiecyclus gehanteerd op basis waarvan de dialoog tussen het management van de bedrijven, de directie en de raad van commissarissen van Hydratec plaatsheeft. De vennootschap kent convenanten in het kader van de kredietovereenkomst.
Hydratec beheerst de voortschrijdende prognoses van de liquiditeitspositie bestaande uit de kas en kasequivalenten voor € 24,9 miljoen (2024: € 9,1 miljoen) en de bancaire rekening courant faciliteiten voor € 0,0 miljoen (2024: € 0,1 miljoen) op basis van verwachte kasstromen. In het algemeen gebeurt dit op lokaal niveau door de werkmaatschappijen, binnen de door de Groep vastgestelde kaders en limieten. Verder omvat het liquiditeitsbeheer van de Groep het bewaken van bankconvenanten om aan de vereisten van de banken te voldoen, en het onderhouden van aflossingsschema’s.
De contractuele uitgaande kasstromen op de lopende financiële instrumenten zijn als volgt:
|
x € 1.000 |
Totaal |
< 1 jaar |
1-5 jaar |
> 5 jaar |
2024 |
||||
|
Schulden aan kredietinstellingen |
6.137 |
950 |
2.300 |
2.887 |
7.731 |
||||
|
Lease verplichtingen |
6.252 |
1.643 |
3.723 |
886 |
7.050 |
||||
|
Overige financiële instrumenten |
17.600 |
17.600 |
17.492 |
||||||
|
Handelscrediteuren |
17.878 |
17.878 |
18.156 |
||||||
|
Overige schulden en overlopende passiva ¹ |
21.535 |
21.535 |
21.722 |
||||||
|
Rente op financiële instrumenten |
1.097 |
178 |
512 |
407 |
1.335 |
De rente op financiële instrumenten is gebaseerd op de rentestanden aan het eind van het huidige boekjaar. De verwachting is dat de daadwerkelijke uitgaande kasstromen naar verwachting niet (veel) eerder zullen plaatsvinden dan in bovenstaande tabel staat weergegeven.
Het management hanteert interne grondslagen voor het beheersen van het kredietrisico waarop doorlopend toezicht wordt gehouden. Op alle vorderingen met derden wordt, indien relevant, een kredietwaardigheidsbeoordeling toegepast, in overweging nemend de financiële positie, ervaringen uit het verleden, macro-economische ontwikkelingen en andere factoren. Er zijn kredietverzekeringen afgesloten die voorzien in een dekking van uitstaande vorderingen, waarbij het maximale kredietbedrag per individuele relatie wordt bepaald. Alleen banken en financiële instellingen met minimaal een onafhankelijk bepaalde rating van ‘A’ of hoger worden geaccepteerd. De totale debiteurenpositie ultimo 2025 bedraagt respectievelijk € 25,7 miljoen voor Industrial Systems (2024: € 20,2 miljoen) en € 15,1 miljoen voor Hightech Components (2024: € 18,7 miljoen). Voor de ouderdomsanalyse van de debiteuren wordt verwezen naar toelichting 1.34.
Hydratec is onderhevig aan de volgende potentiële marktrisico’s:
grondstofprijsrisico: het risico dat fluctuaties in de inkoopprijzen van grondstoffen de winstgevendheid van de bedrijven negatief beïnvloeden;
valutarisico: het risico dat de waarde van een financieel instrument verandert als gevolg van fluctuaties van valutakoersen;
renterisico: het risico dat rentelasten stijgen als gevolg van veranderingen in marktrentes.
Hydratec dekt valuta en renterisico's af door middel van de aan- en verkoop van derivaten. Hydratec tracht de volatiliteit in de winst- en verliesrekening zo veel mogelijk te beperken door het toepassen van hedge accounting.
Bovenstaande risico’s zijn hierna verder beschreven.
De Groep koopt voor de bedrijven binnen Hightech Components grondstoffen in die direct dan wel indirect als ‘commodity’ kunnen worden aangemerkt. Het risico van prijsschommelingen is beperkt door afspraken met klanten waarin grondstofprijsstijgingen deels kunnen worden doorberekend.
De Groep bezit monetaire posten in andere valuta dan de euro. In de consolidatiekring betreft het voornamelijk Helvoet en Rollepaal in India, Helvoet in Polen, Polmer in Polen, Pas Reform North America in USA als ook Pas Reform do Brasil en ION. Lokale activa en passiva worden voornamelijk gewaardeerd tegen lokale valuta. Fluctuaties in valutawisselkoersen tussen begin- en eindbalansdatum zorgen voor waarderingsverschillen bij het herleiden van dergelijke activa en passiva in euro’s tijdens het consolidatieproces. Dergelijke verschillen worden verantwoord in de niet-gerealiseerde translatieresultaten binnen het vermogen van de Groep. Voor nadere informatie wordt verwezen naar 1.38.3
Uitgaande van de monetaire posten van deze dochterondernemingen ultimo 2025 is de impact van een fluctuatie van de lokale valuta:
een fluctuatie van de Indiase roepie versus de euro van 10% heeft een mutatie van € 19 duizend tot gevolg;
een fluctuatie van de Braziliaanse real versus de euro van 10% heeft een mutatie van € 50 duizend tot gevolg;
een fluctuatie van de Poolse zloty versus de euro van 10% heeft een mutatie van € 80 duizend tot gevolg;
een fluctuatie van de Amerikaanse dollar versus de euro van 10% heeft een mutatie van € 198 duizend tot gevolg.
De Groep beschikt over kredietfaciliteiten met een rentepercentage dat afhankelijk is van de European Interbank Offered Rate (Euribor). De met rentevaste swaps gecombineerde faciliteiten zijn ultimo 2025 voor 100% afgedekt. De swaps worden op reële waarde gewaardeerd. De waardemutatie in 2025 was € 62 duizend negatief (2024: € 80 duizend negatief). De schulden aan kredietinstellingen waarover een renterisico gelopen wordt bedragen ultimo 2025 € 0,0 miljoen (2024: € 0,1 miljoen). De Groep beschikt per balansdatum over liquide middelen ter grootte van € 19,7 miljoen (2024: € 8,8 miljoen). Als de rente met één procentpunt stijgt, heeft dit een invloed op het resultaat vóór belasting tot gevolg van ongeveer € 0,1 miljoen positief.
Ultimo 2025 is de Groep voor € 8,2 miljoen verplichtingen aangegaan voor de aanschaf van machines (2024: € 0,3 miljoen).
De Groep heeft bankgaranties verstrekt met een totale waarde van € 4,1 miljoen (2024: € 4,6 miljoen). Deze bankgaranties zijn voornamelijk verstrekt aan klanten voor het succesvol voltooien van machinebouwprojecten.
Er is voor Hydratec een Euribor groepfaciliteit afgesproken bij ABN AMRO Bank met een cash pool faciliteit en onderlinge hoofdelijke aansprakelijkheid bestaande uit een rekening courant faciliteit per 31 december 2025 met een maximum van € 39,5 miljoen welke elk jaar op 1 januari verlaagd wordt met € 1,5 miljoen tot € 36,0 miljoen.
De opslag voor deze 1-maands gemiddeld Euribor faciliteit bedraagt 1,50% per jaar vermeerderd met de dan geldende markttoeslag (was 0,30% op balansdatum). Daarnaast geldt een bereidstellingsprovisie van 0,50%.
De rekeningcourant muteert op dagelijkse basis.
Ten aanzien van de kredietovereenkomst zijn de volgende convenanten afgesproken per 31 december 2025:
de debt/EBITDA verhouding moet kleiner zijn dan 2,5;
EBITDA-floor van € 17,5 miljoen
Per balansdatum voldoet Hydratec aan alle afgesproken convenanten.
Onder de definitie van de kredietverstrekker bevat debt alle rentedragende schulden.
Op balansdatum is geen gebruik gemaakt van de beschikbare rekening courant faciliteit (2024: idem).
In 2025 hebben er geen transacties met verbonden partijen plaatsgevonden anders dan:
beloning aan directie en raad van commissarissen, zie toelichting 1.25.3.
management fee en doorbelasting accountantskosten voor Proqraft Holding B.V. ter hoogte van € 383 duizend.
Op 2 januari 2026 heeft Lias Industries B.V. een additioneel belang van 20% in Proqraft Holding B.V. verworven voor een koopprijs van € 8,8 miljoen, volledig voldaan in contanten. Als gevolg van deze transactie is het belang van Lias Industries B.V. toegenomen van 60% naar 80%. Door deze transactie is de calloptie volledig komen te vervallen en is de putoptie voor 50% vervallen. Dit betekent dat deze opties niet langer (geheel) kunnen worden uitgeoefend. Derhalve resteert een putoptie betrekking hebbend op de resterende 20% van het aandelenbelang. Deze verwerving is gericht op het verkrijgen van overheersende zeggenschap over Proqraft Holding B.V., zodat deze vennootschap met ingang van 2026 in de consolidatie wordt betrokken. De fair value adjustments zullen in 2026 worden bepaald en opgenomen.
|
x € 1.000 |
Toelichting |
2025 |
2024 |
||
|
ACTIVA |
|||||
|
Immateriële vaste activa |
|||||
|
Goodwill |
2.2 |
13.487 |
13.487 |
||
|
Software |
4 |
20 |
|||
|
Materiële vaste activa |
|||||
|
Gebruiksrechten op gehuurde activa |
82 |
54 |
|||
|
Materiële vaste activa |
2 |
8 |
|||
|
Financiële vaste activa |
2.3 |
||||
|
Deelnemingen in groepsmaatschappijen |
115.216 |
97.409 |
|||
|
Leningen aan groepsmaatschappijen |
7.087 |
11.273 |
|||
|
Vlottende activa |
|||||
|
Vorderingen op groepsmaatschappijen |
10.199 |
16.348 |
|||
|
Vennootschapsbelasting |
3.578 |
1.466 |
|||
|
Overige vorderingen en overlopende activa |
74 |
64 |
|||
|
Liquide middelen |
|||||
|
Bank |
6.056 |
1.124 |
|||
|
Totaal activa |
155.785 |
141.253 |
|
x € 1.000 |
Toelichting |
2025 |
2024 |
||
|
PASSIVA |
|||||
|
Eigen vermogen |
2.5 |
||||
|
Geplaatst kapitaal |
587 |
586 |
|||
|
Agioreserve |
7.060 |
6.803 |
|||
|
Reserve omrekeningsverschillen |
-4.310 |
-2.034 |
|||
|
Hedgereserve |
-161 |
-95 |
|||
|
Overige wettelijke reserve |
4.731 |
1.498 |
|||
|
Overige reserve |
85.244 |
79.603 |
|||
|
Onverdeeld resultaat |
24.104 |
18.218 |
|||
|
117.255 |
104.579 |
||||
|
Voorzieningen |
2.6 |
1.622 |
877 |
||
|
Kortlopende schulden |
|||||
|
Schulden aan kredietinstellingen |
2.7 |
- |
- |
||
|
Handelscrediteuren |
228 |
597 |
|||
|
Schulden aan groepsmaatschappijen |
2.4 |
35.831 |
34.053 |
||
|
Overige schulden en overlopende passiva |
2.8 |
849 |
1.147 |
||
|
36.908 |
35.797 |
||||
|
Totaal passiva |
155.785 |
141.253 |
|
x € 1.000 |
Toelichting |
2025 |
2024 |
||
|
Bedrijfskosten |
|||||
|
Lonen, salarissen en inleenkrachten |
2.10 |
-2.827 |
-1.762 |
||
|
Sociale lasten en pensioenen |
-240 |
-209 |
|||
|
Overige bedrijfskosten |
269 |
-1.418 |
|||
|
Bedrijfsresultaat |
-2.798 |
-3.389 |
|||
|
Financiële baten en lasten |
975 |
884 |
|||
|
Resultaat voor belastingen |
-1.823 |
-2.505 |
|||
|
Belastingen |
471 |
645 |
|||
|
Resultaat deelnemingen |
25.456 |
20.078 |
|||
|
Nettoresultaat |
24.104 |
18.218 |
De enkelvoudige jaarrekening is opgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Hydratec maakt voor de bepaling van de grondslagen voor de waardering van activa en passiva en resultaatbepaling van zijn enkelvoudige jaarrekening gebruik van de optie die wordt geboden in artikel 2.362 lid 8 BW. Dit houdt in dat de grondslagen voor de waardering van activa en passiva en resultaatbepaling van de enkelvoudige jaarrekening van Hydratec gelijk zijn aan die van de geconsolideerde jaarrekening. Hierbij worden deelnemingen, waarop invloed van betekenis wordt uitgeoefend, gewaardeerd volgens de nettovermogenswaardemethode. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld volgens de door de International Accounting Standards Board vastgestelde en door de Europese Unie aanvaarde standaarden. Voor een beschrijving van deze grondslagen wordt verwezen naar de grondslagen bij de geconsolideerde jaarrekening. De enkelvoudige jaarrekening is opgesteld op basis van het continuïteitsbeginsel waarbij wordt verwezen naar paragraaf 1.1.3 van de geconsolideerde jaarrekening. Het aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen omvat het aandeel van Hydratec in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties waarbij overdracht van activa en passiva tussen Hydratec en zijn deelnemingen en tussen deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn niet verwerkt voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd.
De vennootschappelijke opgenomen goodwill van € 13,5 miljoen bestaat uit de bedragen gerelateerd aan Royal Pas Reform en Lan Handling Technologies (2024: € 13,5 miljoen).
|
x € 1.000 |
Deelnemingen |
|
|
Stand per 1 januari 2024 |
94.497 |
|
|
Resultaat deelnemingen |
20.078 |
|
|
Dividenden groepsmaatschappijen |
-17.300 |
|
|
Reserve omrekeningsverschillen |
239 |
|
|
Mutatie hedge-reserve |
-105 |
|
|
Overige wettelijke reserve |
||
|
Kapitaalstortingen |
||
|
Stand per 31 december 2024 |
97.409 |
|
|
Resultaat deelnemingen |
25.456 |
|
|
Dividenden groepsmaatschappijen |
-3.700 |
|
|
Reserve omrekeningsverschillen |
-2.276 |
|
|
Mutatie hedge-reserve |
-62 |
|
|
Overige wettelijke reserve |
||
|
Aankoop aandeel derden |
-1.611 |
|
|
Stand per 31 december 2025 |
115.216 |
Hydratec bezit (tenzij anders vermeld) direct en indirect aandelen in de volgende vennootschappen (tussen haakjes het aandelenbelang anders dan 100%) per 31 december 2025. Helvoet Deutschland GmbH en Helvoet Rubber & Plastic Technologies GMBH & CO KG betreffen door de insolventieaanvraag 100% deelnemingen zonder overheersende zeggenschap, derhalve is ultimo boekjaar sprake van eigen vermogensinstrumenten. Lias Industries B.V. heeft een belang van 60% in Proqraft Holding B.V. waarbij geen overheersende zeggenschap wordt uitgeoefend. Op 2 januari 2026 heeft Lias Industries B.V. haar aandeel in Proqraft Holding B.V. vergroot naar 80% en daarmee overheersende zeggenschap gekregen over Proqraft Holding B.V. Voor verdere toelichting zie hoofdstuk gebeurtenissen na balansdatum.
|
Naam |
Vestigingsplaats |
|
Timmerije B.V. |
Neede |
|
Lias Industries B.V. |
Amersfoort |
|
Pas Reform B.V. |
Zeddam |
|
Pas Reform Participações LTDA |
São Paulo, Brazilië |
|
Pas Reform do Brasil LTDA |
São Paulo, Brazilië |
|
Windmolen Holding LTDA |
São Paulo, Brazilië |
|
ION |
São Paulo, Brazilië |
|
Pas Reform North America LLC |
Jacksonville, VS |
|
Lias Vastgoed B.V. |
Zeddam |
|
Lan Handling Technologies B.V. |
Tilburg |
|
Lan Vastgoed B.V. |
Tilburg |
|
ABAR Automation B.V. |
Halfweg |
|
LAN Handling Solutions B.V. |
Tilburg |
|
LAN Robotics B.V. |
Tilburg |
|
LAN Services International B.V. |
Tilburg |
|
Lan Handling North America LLC |
Jacksonville, VS |
|
Polmer Sp. z o.o. |
Wroclaw, Polen |
|
Helvoet Rubber & Plastic Technologies B.V. |
Tilburg |
|
Helvoet Rubber & Plastic Technologies N.V. |
Lommel, België |
|
High Technology Plastics (India) Pvt. Ltd. |
Pune, India |
|
Helvoet Deutschland GmbH |
Gilching, Duitsland |
|
Helvoet Rubber & Plastic Technologies GMBH & CO KG |
Gilching, Duitsland |
|
Helvoet Polska Sp. z.o.o. |
Kaniów, Polen |
|
Rollepaal Pipe Extrusion Technology B.V. |
Dedemsvaart |
|
Rollepaal Inc. |
Baltimore, VS |
|
Rollepaal Engineering India Pvt. Ltd. |
Ahmedabad, India |
|
Hydratec Holdco B.V. |
Amersfoort |
|
Hydratec Sub B.V. |
Amersfoort |
|
Proqraft Holding B.V. (60%) |
Emmeloord |
|
Proqraft B.V. (60%) |
Emmeloord |
|
Eqraft Inc. (60%) |
Richland, VS |
|
x € 1.000 |
Leningen aan groepsmaatschappijen |
|
Boekwaarde per 1 januari 2025 |
11.273 |
|
Uitgegeven lening |
8.800 |
|
Aflossing leningen |
-13.473 |
|
Rente |
487 |
|
Boekwaarde per 31 december 2025 |
7.087 |
De leningen betreffen leningen aan groepsmaatschappijen en hebben betrekking op:
een lening met een boekwaarde van € 1,5 miljoen (2024: € 1,5 miljoen) en een looptijd tot 31 december 2032. De interest bedraagt 5% per jaar; en
een lening met een boekwaarde van € 5,6 miljoen (2024: 9,8 miljoen) en een looptijd tot 18 december 2029. De interest bedraagt 1-maands Euribor met een opslag van 2,3%.
De vorderingen en schulden aan groepsmaatschappijen hebben betrekking op rekeningcourant posities welke samenhangen met de bancaire faciliteit en een direct opeisbare lening waar een marktconforme rente over berekend wordt.
Voor het verloopoverzicht van het vermogen wordt verwezen naar toelichting 1.38. Per 31 december 2025 staan 1.299.848 aandelen van € 0,45 (2024: 1.298.307 aandelen) nominaal uit. Er zijn geen rechten toegekend voor het nemen van aandelen in het kapitaal van de vennootschap.
|
x € 1.000 |
2025 |
2024 |
|
Boekwaarde per 1 januari 2025 |
877 |
797 |
|
Transfer kortlopend |
||
|
Vrijval |
||
|
Dotaties gedurende het jaar |
745 |
80 |
|
Boekwaarde per 31 december 2025 |
1.622 |
877 |
De voorzieningen hebben betrekking op SAR-regelingen. Voor nadere toelichting zie hoofdstuk 1.40.4. De looptijd is langlopend.
De schulden aan kredietinstellingen hebben betrekking op de rekening courant met de bank. Zie toelichting 1.43.
De overige schulden bestaan uit te betalen sociale lasten, nog te betalen kosten en overige verplichtingen.
De vennootschap is per 1 juli 2021 onderdeel van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Afrekening vindt plaats via de vordering- of schuld aan groepsmaatschappijen.
Hydratec heeft aan de volgende vennootschappen een aansprakelijkheidsverklaring afgegeven:
|
Timmerije B.V. |
ABAR Automation B.V. |
|
Lias Industries B.V. |
LAN Handling Solutions B.V. |
|
Pas Reform B.V. |
LAN Robotics B.V. |
|
Lias Vastgoed B.V. |
LAN Services International B.V. |
|
Lan Handling Technologies B.V. |
Lan Vastgoed B.V. |
|
Rollepaal Pipe Extrusion Technology B.V. |
Tevens heeft Hydratec zich hoofdelijk verbonden aan de bancaire bankfaciliteit zoals beschreven in 1.43. Deze verbondenheid geldt ten aanzien van de onderstaande vennootschappen:
|
Timmerije B.V. |
LAN Handling Solutions B.V. |
|
Lias Industries B.V. |
LAN Robotics B.V. |
|
Pas Reform B.V. |
LAN Services International B.V. |
|
Lias Vastgoed B.V. |
Helvoet Rubber & Plastic Technologies B.V. |
|
Lan Handling Technologies B.V. |
Helvoet Rubber & Plastic Technologies N.V. |
|
ABAR Automation B.V. |
Rollepaal Pipe Extrusion Technologie B.V. |
|
Lan Vastgoed B.V. |
Er waren gedurende 2025 gemiddeld 7 personeelsleden in dienst van de vennootschap (2024: 7). Voor de beloning van de directie wordt verwezen naar toelichting 1.25.3.
Amersfoort, 25 februari 2026
B.F. Aangenendt
E.H. Slijkhuis
D.J. Raithel
J. ten Cate
M.E.P. Sanders
In artikel 34 van de statuten is ten aanzien van de winstverdeling het volgende bepaald:
Van de winst, zoals deze blijkt uit de door de algemene vergadering vastgestelde jaarrekening zullen zodanige bedragen worden gereserveerd als de directie onder goedkeuring van de raad van commissarissen zal bepalen.
Het tenslotte overblijvende gedeelte van de winst staat ter vrije beschikking van de algemene vergadering.
Aan: de aandeelhouders en de raad van commissarissen van Hydratec Industries N.V.
Wij hebben de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2025 van Hydratec Industries N.V. te Amersfoort gecontroleerd. De jaarrekening omvat de geconsolideerde jaarrekening en de enkelvoudige jaarrekening.
Naar ons oordeel:
geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Hydratec Industries N.V. per 31 december 2025 en van het resultaat en de kasstromen over 2025 in overeenstemming met IFRS Accounting Standards zoals goedgekeurd binnen de Europese Unie (IFRS Accounting Standards) en met Titel 9 Boek 2 BW;
geeft de enkelvoudige jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Hydratec Industries N.V. per 31 december 2025 en van het resultaat over 2025 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.
De geconsolideerde jaarrekening bestaat uit:
de geconsolideerde balans per 31 december 2025;
de volgende overzichten over 2025: de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht;
de toelichting met informatie van materieel belang over de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen.
De enkelvoudige jaarrekening bestaat uit:
de enkelvoudige balans per 31 december 2025;
de enkelvoudige winst- en verliesrekening over 2025;
de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening.
Wij zijn onafhankelijk van Hydratec Industries N.V. zoals vereist in de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.
Hydratec Industries N.V. (de onderneming, of, tezamen met haar geconsolideerde deelnemingen, de groep) levert industriële systemen en hightech componenten om duurzaam in de groeiende behoefte aan voedsel, gezondheid en mobiliteit te voorzien. De groepsstructuur bestaat voornamelijk uit twee bedrijven die hightech componenten ontwikkelen en produceren (Helvoet en Timmerije), drie bedrijven die industriële systemen produceren (Royal Pas Reform, Rollepaal, en LAN Handling Solutions) en deelneming Proqraft Holding. Er zijn groepsonderdelen die naast een vestiging in Nederland ook vestigingen hebben in België, Polen, de Verenigde Staten, India en Brazilië. Wij hebben bijzondere aandacht in onze controle besteed aan een aantal onderwerpen op basis van de activiteiten van de groep en onze risicoanalyse.
Wij hebben de materialiteit bepaald en de risico’s geïdentificeerd en ingeschat dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten, om in reactie op deze risico’s de controlewerkzaamheden te bepalen ter verkrijging van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
|
Materialiteit |
€ 2.200.000 (2024: € 2.200.000) |
|
Toegepaste benchmark |
0,85% van de netto-omzet over 2025 (2024: 0,8%) |
|
Nadere toelichting |
Wij beschouwen de netto-omzet als de meest geschikte benchmark, omdat wij verwachten dat de belangrijkste gebruikers van de jaarrekening zich met name richten op de ontwikkeling van de netto-omzet. De strategie van de groep is om met alle activiteiten consistent en over een langere periode een groei van omzet en resultaat te realiseren. De wijze waarop wij de materialiteit hebben bepaald, is consistent met voorgaand boekjaar. |
Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn.
Wij zijn met de raad van commissarissen overeengekomen dat wij aan de raad tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven € 110.000 rapporteren, alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn.
Hydratec Industries N.V. staat aan het hoofd van een groep entiteiten (groepsonderdelen). De financiële informatie van deze groep is opgenomen in de jaarrekening.
Wij zijn verantwoordelijk voor het plannen en uitvoeren van de groepscontrole om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsonderdelen binnen de groep als basis voor het vormen van een oordeel over de jaarrekening. Tevens zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op, de beoordeling en de evaluatie van de controlewerkzaamheden die in het kader van de groepscontrole zijn uitgevoerd. Wij dragen de volledige verantwoordelijkheid voor onze controleverklaring.
Op basis van ons inzicht in de groep en haar omgeving, het van toepassing zijnde verslaggevingsstelsel en het interne beheersingssysteem van de groep, hebben wij risico’s op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening en de belangrijke posten en toelichtingen geïdentificeerd en ingeschat. Op basis van deze risico-inschatting hebben wij de aard, timing en omvang van de uitgevoerde controlewerkzaamheden bepaald, inclusief de entiteiten of bedrijfsonderdelen binnen de groep (groepsonderdelen) waar controlewerkzaamheden worden uitgevoerd. Daarbij hebben wij rekening gehouden met de aard van de relevante gebeurtenissen en omstandigheden die aanleiding gaven tot de geïdentificeerde risico's op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening, het verband dat deze risico’s hebben met groepsonderdelen alsmede de materialiteit of de financiële omvang van groepsonderdelen ten opzichte van de groep. Wij hebben de controlewerkzaamheden zelf uitgevoerd of de uit te voeren controlewerkzaamheden en geïdentificeerde risico's gecommuniceerd middels instructies aan accountants van groepsonderdelen. Wij hebben accountants van groepsonderdelen verzocht om aangelegenheden te communiceren met betrekking tot de financiële informatie van het groepsonderdeel die relevant zijn voor het identificeren en inschatten van risico's.
Wij hebben:
zelf controlewerkzaamheden uitgevoerd op groepsniveau met betrekking tot onderwerpen zoals de waardering van goodwill, waardering van deelnemingen, gehuurde activa en huurverplichtingen, eigen vermogen, de personeel gerelateerde voorzieningen, overige voorzieningen inclusief de voorziening garantieverplichtingen, de langlopende schulden, de winstbelastingposities en de continuïteitsveronderstelling, frauderisico’s en het risico van niet-voldoen aan wet- en regelgeving;
zelf de controlewerkzaamheden uitgevoerd van de volgende groepsonderdelen in Nederland: Royal Pas Reform, LAN Handling Solutions, Helvoet, Rollepaal, Timmerije en deelneming Proqaft Holding;
twee groepsonderdelen geselecteerd (Helvoet België en Helvoet India) waarbij controlewerkzaamheden in het kader van de groepscontrole zijn uitgevoerd door andere accountants uit ons EY Global netwerk.
Dit resulteerde in een dekking van 94% van de netto-omzet, 94% van het resultaat vóór belastingen en 82% van de totale activa.
Voor andere groepsonderdelen hebben wij specifieke controlewerkzaamheden en analytische procedures uitgevoerd ter bevestiging dat onze risicoanalyse en de reikwijdte van de groepscontrole gedurende de controle passend bleven.
Wij hebben de toereikendheid van de rapportages van accountants van de groepsonderdelen beoordeeld en geëvalueerd en waar nodig belangrijke werkdocumenten beoordeeld om risico’s op een afwijking van materieel belang te adresseren. Voor Helvoet België en Helvoet India hielden wij planningsvergaderingen, vergaderingen die van belang waren gegeven de omstandigheden en hebben wij afsluitende vergaderingen bijgewoond van de directie en de accountant van het groepsonderdeel. Tijdens deze vergaderingen werden onder andere de planning, de uitgevoerde procedures op basis van de risicoanalyse, bevindingen en observaties besproken. Eventueel verdere controlewerkzaamheden die nodig werden geacht door de groepsaccountant of de accountants van groepsonderdelen, zijn bepaald en vervolgens uitgevoerd.
Door bovengenoemde werkzaamheden bij (groeps)onderdelen, gecombineerd met aanvullende werkzaamheden op groepsniveau, hebben wij voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de groep verkregen om een oordeel te geven over de jaarrekening.
Wij hebben zorggedragen dat het opdrachtteam zowel op het niveau van de groep als op het niveau van de groepsonderdelen over de juiste kennis en vaardigheden beschikt die nodig zijn voor de controle van een beursgenoteerd productiebedrijf. Wij hebben in het opdrachtteam specialisten opgenomen op het gebied van IT audit, forensische accountancy, en belastingspecialisten. Daarnaast hebben wij eigen deskundigen ingeschakeld in de controle van bedrijfswaarderingen.
Klimaatverandering en de energietransitie bepalen in belangrijke mate de maatschappelijke agenda. Zaken als CO2-reductie hebben een impact op de financiële verslaggeving, omdat deze onder meer risico’s meebrengen voor de bedrijfsvoering, de waardering van activa en voorzieningen of de houdbaarheid van het bedrijfsmodel en toegang tot financiële markten van bedrijven met een grotere CO2-voetafdruk.
De directie rapporteert in de Duurzaamheidsrapportage in het bestuursverslag over materiële impacts, risico’s en kansen, waaronder klimaatrisico’s en het beleid en geformuleerde acties.
Als onderdeel van onze controle van de jaarrekening, hebben wij geëvalueerd in hoeverre bij schattingen en belangrijke veronderstellingen met name met betrekking tot bijzondere waardevermindering van goodwill, alsmede in de opzet van relevante interne beheersmaatregelen Hydratec Industries N.V. rekening houdt met klimaatrisico’s en de mogelijke effecten van de energietransitie en met toezeggingen en feitelijke verplichtingen op dit gebied. Verder hebben wij het jaarverslag gelezen en overwogen of er een inconsistentie van materieel belang is tussen de niet-financiële informatie in de Duurzaamheidsrapportage en de jaarrekening.
Op basis van onze controlewerkzaamheden achten wij de klimaatrisico’s niet van materieel belang voor de in de jaarrekening verwerkte schattingen of belangrijke veronderstellingen per 31 december 2025.
Hoewel wij niet verantwoordelijk zijn voor het voorkomen van fraude of het niet-naleven van wet- en regelgeving en van ons niet verwacht kan worden dat wij het niet-naleven van alle wet- en regelgeving ontdekken, is het onze verantwoordelijkheid om een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de jaarrekening als geheel geen afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
Wij hebben de risico’s geïdentificeerd en ingeschat op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg is van fraude. Wij hebben tijdens onze controle inzicht verkregen in de onderneming en haar omgeving, de componenten van het interne beheersingssysteem, waaronder het risico-inschattingsproces en de wijze waarop de directie inspeelt op frauderisico’s en het interne beheersingssysteem monitort en de wijze waarop de raad van commissarissen toezicht uitoefent, alsmede de uitkomsten daarvan.
Wij verwijzen naar hoofdstuk “Risicobeheer” van het jaarverslag, waarin de (fraude)risicoanalyse van de directie is opgenomen en “Verslag van de raad van commissarissen” waarin de raad op deze (fraude)risicoanalyse reflecteert.
Wij hebben de opzet en de relevante aspecten van het interne beheersingssysteem en in het bijzonder de frauderisicoanalyse geëvalueerd alsook bijvoorbeeld de gedragscode, klokkenluidersregeling en de incidentenregistratie. Wij hebben de opzet en het bestaan geëvalueerd van interne beheersmaatregelen gericht op het mitigeren van frauderisico’s.
Als onderdeel van ons proces voor het identificeren van frauderisico’s, hebben wij frauderisicofactoren overwogen met betrekking tot frauduleuze financiële verslaggeving, oneigenlijke toe-eigening van activa en omkoping en corruptie in nauwe samenwerking met onze forensische specialisten. Wij hebben hierbij overwogen dat de groepsonderdelen Royal Pas Reform en Rollepaal beschikken over een internationaal klantennetwerk en werken met lokale partners en/of agenten in diverse landen, waaronder een aantal hoog-risicolanden, zoals toegelicht in sectie 1.27 “Overige bedrijfskosten” van de toelichting op de geconsolideerde jaarrekening. Wij hebben geëvalueerd of deze factoren een indicatie vormden voor de aanwezigheid van het risico op afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude.
In onze controle bouwen wij een element in van onvoorspelbaarheid. Ook hebben wij de uitkomst van andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen zijn die aanwijzing geven voor fraude of het niet-naleven van wet- en regelgeving.
Wij houden rekening met het risico dat het management interne beheersmaatregelen kan doorbreken, aangezien dit risico in alle organisaties aanwezig is. Vanwege dit risico hebben wij onder meer geëvalueerd of de keuze en toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving door de onderneming en met name voor subjectieve waarderingsvraagstukken en complexe transacties, zoals toegelicht in sectie 1.3 “Schattingen en oordeelsvorming door het management” bij de geconsolideerde jaarrekening, een indicatie vormen voor frauduleuze financiële verslaggeving. Ook hebben wij data-analyse gebruikt om journaalposten met een verhoogd risico te signaleren en te toetsen, evenals andere aanpassingen gemaakt in het proces van financiële verslaggeving. Wij hebben de zakelijke beweegredenen (of het ontbreken daarvan) beoordeeld van bijzondere transacties, waaronder die met verbonden partijen.
Wij zijn uitgegaan van de veronderstelling dat er bij de opbrengstenverantwoording frauderisico’s bestaan. Volgens onze inschatting geven met name de opbrengsten uit projecten (over een periode) en de opbrengsten uit de levering van goederen (op een tijdstip) aanleiding tot deze risico’s. Wij verwijzen naar het kernpunt “Risico op onjuiste omzetverantwoording” waarin wij dit frauderisico en onze controleaanpak ten aanzien van dit frauderisico beschrijven.
Wij hebben kennisgenomen van de beschikbare informatie en om inlichtingen gevraagd bij leden van de directie, directies van groepsonderdelen en de raad van commissarissen.
Uit de door ons geïdentificeerde frauderisico’s, ontvangen inlichtingen en andere beschikbare informatie volgen geen specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoedens van fraude met een mogelijk materieel belang voor het beeld van de jaarrekening.
Wij hebben passende controlewerkzaamheden verricht inzake de naleving van de bepalingen van de relevante wet- en regelgeving die van directe invloed zijn op de verantwoorde bedragen en toelichtingen in de jaarrekening. Daarnaast hebben wij de omstandigheden ingeschat met betrekking tot het risico van niet-naleven van wet- en regelgeving waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze van materiële invloed kunnen zijn op de jaarrekening, op basis van onze ervaring in de sector, door afstemming met de directie, het lezen van notulen en het uitvoeren van gegevensgerichte werkzaamheden gericht op transactiestromen, jaarrekeningposten en toelichtingen.
Wij zijn door de directie geïnformeerd dat er geen correspondentie is geweest met toezichthouders en zijn alert gebleven op indicaties voor een (mogelijke) niet-naleving gedurende de controle, waaronder (mogelijke) niet-naleving van sanctiewetgeving. Ten slotte hebben wij schriftelijk de bevestiging ontvangen dat alle bekende gebeurtenissen van niet-naleving van wet- en regelgeving met ons zijn gedeeld.
Zoals toegelicht in secties “1.1.3 continuïteit” en 1.2 “Overeenstemmingsverklaring” van de toelichting op de geconsolideerde jaarrekening, is de jaarrekening opgemaakt op basis van de continuïteitsveronderstelling. Bij het opmaken van de jaarrekening heeft de directie een specifieke beoordeling gemaakt van de mogelijkheid van de onderneming om haar continuïteit te handhaven en de activiteiten voort te zetten voor de voorzienbare toekomst.
Wij hebben de specifieke beoordeling met de directie besproken en professioneel-kritisch geëvalueerd. Wij hebben overwogen of de specifieke beoordeling van de directie op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, alle relevante gebeurtenissen en omstandigheden bevat waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderneming haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen.
Op basis van onze werkzaamheden hebben wij geen materiële onzekerheden ten aanzien van de continuïteit of het hanteren van de continuïteitsveronderstelling door de directie geïdentificeerd. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een onderneming haar continuïteit niet langer kan handhaven.
In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het meest belangrijk waren tijdens onze controle van de jaarrekening. Het kernpunt van onze controle hebben wij met de raad van commissarissen gecommuniceerd, maar vormt geen volledige weergave van alles wat is besproken.
In vergelijking met voorgaand jaar, hebben wij geen relevante wijzigingen aangebracht in het kernpunt van onze controle.
|
Risico op onjuiste omzetverantwoording |
|
|
Risico |
Wij veronderstellen op basis van onze inschatting dat de opbrengsten uit projecten (over een periode) en de opbrengsten uit de levering van goederen (op een tijdstip) aanleiding geven tot het risico op onjuiste omzetverantwoording. De netto-omzet is toegelicht in sectie 1.19 “Netto-omzet” van de geconsolideerde jaarrekening. |
|
Het risico bestaat dat de omzetverantwoording wordt gemanipuleerd om te voldoen aan de verwachtingen ten aanzien van de omzet. |
|
|
Bij omzetstromen waarbij de prestatieverplichting over een periode wordt vervuld, bestaat het risico op een bewust onjuiste inschatting van voortgang en verwachte kosten voor lopende contracten. Dit geldt voor de Nederlandse werkmaatschappijen Helvoet, Rollepaal en LAN Handling Solutions, en Helvoet België. Dit geldt tevens voor de omzet van Proqraft Holding, welke tot uitdrukking komt in het Aandeel in resultaat deelneming in de geconsolideerde winst- en verliesrekening. |
|
|
Bij omzetstromen waarbij de prestatieverplichting op een tijdstip wordt vervuld, bestaat het risico op het bewust te vroeg verantwoorden van omzet rond balansdatum en middels handmatige boekingen zonder dat de prestatieverplichting is vervuld. Dit geldt voor de Nederlandse werkmaatschappijen Royal Pas Reform, Timmerije, Helvoet, Helvoet België en Helvoet India. Vanwege de onderkende risico’s hebben wij omzetverantwoording als kernpunt van onze controle aangemerkt. |
|
|
Onze controleaanpak |
Onze werkzaamheden bestonden voor zowel de opbrengsten uit leveringen van goederen (op een tijdstip) als de opbrengsten uit projecten (over een periode) onder andere uit: |
|
• het evalueren van de opzet en implementatie van interne beheersmaatregelen binnen het verkoopproces en het toetsen van de interne beheersmaatregelen gericht op het mitigeren van het frauderisico; |
|
|
• het gebruiken van data-analyse werkzaamheden om handmatige journaalposten met een verhoogd risico en andere aanpassingen gemaakt in het proces financiële verslaggeving of ongebruikelijke transacties te identificeren en voor deze transacties vaststellen of de omzet juist is verantwoord; |
|
|
• het evalueren of individueel significante contracten zijn verwerkt in overeenstemming met IFRS 15 “Opbrengsten van contracten met klanten”; |
|
|
• het evalueren van de toelichtingen in de jaarrekening. |
|
|
Wij hebben in aanvulling hierop specifiek voor de opbrengsten uit leveringen (op een tijdstip) de volgende werkzaamheden uitgevoerd: |
|
|
• het toetsen van de afgrenzing van de omzet aan de hand van contractuele afspraken en de leverdocumentatie voor transacties rond balansdatum. |
|
|
Wij hebben in aanvulling hierop specifiek voor de opbrengsten uit projecten (over een periode) nog de volgende werkzaamheden uitgevoerd: |
|
|
• het inspecteren van correspondentie met klant, en het inspecteren van notulen en vragen om inlichtingen bij projectmanagers met betrekking tot de adequaatheid van de significante schattingen rondom voortgang, nog te maken kosten en projectresultaat; |
|
|
• detailwerkzaamheden om de juistheid en volledigheid van de door het management gemaakte inschatting van de nog te maken kosten in de geselecteerde projecten te toetsen; |
|
|
• het beoordelen of er sprake is van verlieslatende contracten middels marge-analyses en het inspecteren van projectrapportages; |
|
|
• het vaststellen in hoeverre de schattingen van vorig jaar betrouwbaar waren aan de hand van de werkelijke projectresultaten in 2025 (backtesting). |
|
|
Belangrijke observaties |
Uit de door ons onderzochte opbrengsttransacties volgen geen bevindingen van materiële omvang met betrekking tot de verantwoorde netto-omzet. |
Het jaarverslag omvat andere informatie naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:
met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
alle informatie bevat die op grond van Titel 9 Boek 2 BW is vereist voor het bestuursverslag (met uitzondering van het duurzaamheidsverslag) en de overige gegevens en op grond van artikelen 2:135b en 2:145 lid 2 BW is vereist voor het bezoldigingsverslag.
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in Titel 9 Boek 2 BW artikel 2:135b lid 7 BW en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
De directie is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW. De directie en de raad van commissarissen zijn verantwoordelijk voor het opstellen en openbaar maken van het bezoldigingsverslag in overeenstemming met artikelen 2:135b en 2:145 lid 2 BW.
De directie is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS Accounting Standards en met Titel 9 Boek 2 BW. In dit kader is de directie verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die de directie noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet de directie afwegen of de onderneming in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet de directie de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de directie het voornemen heeft om de onderneming te liquideren of de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. De directie moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderneming haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.
De raad van commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de onderneming.
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben, waar relevant, professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. De sectie Informatie ter ondersteuning van ons oordeel hierboven, bevat een informatieve samenvatting van onze verantwoordelijkheden en de uitgevoerde werkzaamheden als basis voor ons oordeel.
Onze controle bestond verder onder andere uit:
het in reactie op de ingeschatte risico’s uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel;
het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de onderneming;
het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door de directie en de toelichtingen die daarover in
de jaarrekening staan;
het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen;
het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.
Wij communiceren met de raad van commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. In dit kader geven wij ook een verklaring aan de auditcommissie van de raad van commissarissen op grond van artikel 11 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang. De in die aanvullende verklaring verstrekte informatie is consistent met ons oordeel in deze controleverklaring.
Wij bevestigen aan de auditcommissie van de raad van commissarissen dat wij de relevante ethische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd. Wij communiceren ook met de raad over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening op basis van alle zaken die wij met de raad van commissarissen hebben besproken. Wij beschrijven deze kernpunten in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of in buitengewoon zeldzame omstandigheden wanneer het niet vermelden in het belang van het maatschappelijk verkeer is.
Wij zijn door de algemene vergadering op 26 mei 2021 benoemd als accountant van Hydratec Industries N.V. vanaf de controle van het boekjaar 2021 en zijn sinds dat boekjaar tot nu toe de externe accountant.
Wij hebben geen verboden diensten geleverd als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang.
Hydratec Industries N.V. heeft het jaarverslag opgesteld in ESEF. De vereisten hiervoor zijn vastgelegd in de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/815 met technische reguleringsnormen voor de specificatie van een uniform elektronisch verslagleggingsformaat (hierna: de RTS voor ESEF).
Naar ons oordeel voldoet het jaarverslag, opgesteld in het XHTML-formaat met daarin opgenomen de (deels) gemarkeerde geconsolideerde jaarrekening, zoals door Hydratec Industries N.V. opgenomen in de rapportageset, in alle van materieel zijnde aspecten aan de RTS voor ESEF.
De directie is verantwoordelijk voor het opstellen van het jaarverslag, inclusief de jaarrekening, in overeenstemming met de RTS voor ESEF, waarbij de directie de verschillende onderdelen samenvoegt in één enkele rapportageset.
Het is onze verantwoordelijkheid een redelijke mate van zekerheid te krijgen voor ons oordeel dat het jaarverslag in deze rapportageset voldoet aan de RTS voor ESEF.
Wij hebben ons onderzoek uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Standaard 3950N “Assurance-opdrachten inzake het voldoen aan de criteria voor het opstellen van een digitaal verantwoordingsdocument”. Ons onderzoek bestond onder andere uit:
het verkrijgen van inzicht in het financiële rapportageproces van de onderneming, waaronder het opstellen van de rapportageset;
het identificeren en inschatten van de risico’s dat het jaarverslag niet in alle van materieel belang zijnde aspecten voldoet aan de RTS voor ESEF en het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van verdere assurance-werkzaamheden als basis voor ons oordeel, waaronder:
het verkrijgen van de rapportageset en het uitvoeren van validaties om vast te stellen of de rapportageset met het daarin opgenomen Inline XBRL-instance document en de XBRL-extensie taxonomiebestanden in overeenstemming met de technische specificaties zoals opgenomen in de RTS voor ESEF zijn opgesteld;
het onderzoeken van de informatie met betrekking tot de geconsolideerde jaarrekening in de rapportageset om vast te stellen of alle vereiste markeringen zijn toegepast en of deze in overeenstemming zijn met de RTS voor ESEF.
Zwolle, 25 februari 2026
EY Accountants B.V.
drs. D.L. (Daniël) Groot Zwaaftink RA
|
Algemene gegevens |
|
|
Naam van de onderneming |
Hydratec Industries N.V. |
|
Wettige vestigingsplaats |
Nederland |
|
Rechtsvorm |
Naamloze Vennootschap |
|
Land van oprichting |
Nederland |
|
Statutaire adres |
Spoetnik 20, 3824 MG Amersfoort |
|
Hoofdvestiging |
Amersfoort |
|
Beschrijving |
Hydratec Industries levert Industriële Systemen en Hightech Componenten om duurzaam in de groeiende behoefte aan Voedsel, Gezondheid en Mobiliteit te voorzien. |
|
Co-CEO |
Ir. B.F Aangenendt |
|
|
Co-CEO & CFO |
Drs. E.H. Slijkhuis RA |
|
|
Adres |
Spoetnik 20 |
|
|
3824 MG Amersfoort |
||
|
Telefoon |
033 - 469 73 25 |
|
|
|
info@hydratec.nl |
|
|
Internet |
|
Lan Handling Technologies BV |
||
|
Directeur |
R. Jakobs |
|
|
Adres |
Nieuwe Atelierstraat 9 |
|
|
5056 DZ Berkel Enschot |
||
|
Telefoon |
013 - 532 25 25 |
|
|
|
info.tilburg@lanhandling.com |
|
|
Internet |
||
|
Rollepaal Pipe Extrusion Technology BV |
||
|
Directeur |
H. Hoven MSc |
|
|
Adres |
Rollepaal 13 |
|
|
7701 BR Dedemsvaart |
||
|
Telefoon |
052 - 362 45 99 |
|
|
|
info@rollepaal.com |
|
|
Internet |
||
|
Pas Reform BV |
||
|
Directeur |
Ir. D. Roijmans RC |
|
|
Adres |
Bovendorpsstraat 11 |
|
|
7038 CH Zeddam |
||
|
Telefoon |
0314 - 65 91 11 |
|
|
|
info@pasreform.com |
|
|
Internet |
||
|
Timmerije BV |
||
|
Directeur |
Dr. H. Kolnaar |
|
|
Adres |
Schoolweg 29 |
|
|
Postbus 3 |
||
|
7160 AA Neede |
||
|
Telefoon |
0545 - 28 38 00 |
|
|
|
info@timmerije.com |
|
|
Internet |
||
|
Helvoet Rubber & Plastic Technologies BV |
||
|
Directeur |
Drs. E.T.H. Hogenkamp-van Velp RA |
|
|
Adres |
Centaurusweg 146 |
|
|
5015 TA Tilburg |
||
|
Telefoon |
013 - 547 86 00 |
|
|
|
info.tilburg@helvoet.com |
|
|
Internet |
||